Executive People - Columns http://www.executive-people.nl/executive_people/25/columns.html Executive-people.nl is een online platform voor it- en businessmanagers. Vind hier het laatste nieuws over Columns nl Copyright 2013, Executive People redactie@executive-people.nl info@executive-people.nlDe nieuwe generatie Managed Print Serviceshttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/240/de_nieuwe_generatie_managed_print_services.htmlMet de groei van mobiliteit, BYOD, cloud computing en big data, zien we onze digitale en papieren werelden steeds verder samensmelten. Dat betekent ook dat we, meer dan ooit tevoren, betere toegang nodig hebben tot informatie. Onderzoek van Gartner toont aan dat CIO’s dit jaar vooral investeren in Business Intelligence & Analytics, toegang tot informatie dus.  

Ik ben ervan overtuigd dat bedrijven Managed Print Services (MPS) nog veel verder kunnen benutten om informatie voor ze te laten werken. De kunst is om verder te kijken dan de P van printen, om MPS te zien in relatie tot de bedrijfsprocessen. 2013 lijkt me nu hét jaar om daar mee te beginnen.

Verder dan kostenbesparing

Onderzoek van Quocirca laat zien dat meer dan 50 procent van organisaties met meer dan 1.000 medewerkers een vorm van MPS hebben uitgerold en meer dan een derde van die bedrijven maakt al meer dan drie jaar gebruik van MPS. Nu veel van die bedrijven toe zijn aan een nieuw MPS-contract, kijken ze vooral naar een manier om de kosten nog verder terug te dringen en nog efficiënter te werken. Met de nijpende behoefte aan toegang tot informatie, zouden bedrijven voor hun volgende MPS-aanpak juist verder moeten kijken dan alleen kostenbesparing.

De volgende generatie MPS, kijkt naar de mogelijkheid om aan te sluiten op bedrijfsprocessen zoals IT, boekhouding, payrolling, HR en andere niet-corebusiness. Quocirca omschrijft deze next generation MPS met behulp van drie zuilen: 1. Enterprise printing (kantoor, repro en mobiel gecombineerd met services en supplies), 2. BPS oftewel business process services (optimaliseren van papieren en digitale workflows) en 3. ITS of IT Services (print server management, geïntegreerde helpdesk en ITIL). Deze drie zuilen dragen bij aan een integrale benadering van informatie en papiergedreven of digitale processen,waar dan ook binnen de organisatie. Toch zal het voor veel bedrijven nog een grote stap zijn om daar te komen. Daarom drie eyeopenersom de eerste stap te zetten naar de volgende generatie MPS:

1. Denk in informatie, niet in papier

Veel bedrijven vertrouwen nog steeds zwaar op papier om hun bedrijfsprocessen te ondersteunen, of dit nu de boekhouding is of HR. MPS kan helpen om de informatie op papier en in digitale bronnen op deze afdelingen op een slimme manier te organiseren en niet alleen beschikbaar te stellen op kantoor, maar ook mobiel en op afstand. Het papierloze kantoor is dichterbij dan je denkt.

2. Haal meer uit multifunctioneel

Een van de meest significante manieren om kosten te besparen en meer productiviteit in bedrijfsprocessen te bereiken, is om meer uit je multifunctionele printer te halen. MFP-gebruik is vaak beperkt tot printen, kopiëren en scannen. Dat terwijl deze machines als volwaardigedocumentverwerkingshubs kunnen worden ingezet, met de mogelijkheid tot capturing, routering en archivering van documenten. Documenten kunnen direct in systemen worden gescand, zoals ERP- of ECM-systemen, en zelfs in cloudgebaseerde systemen zoals dropbox of Office 365.

3. Maak gebruik van synergie

Je kunt ook denken aan volledige uitbesteding van bedrijfsprocessen, bijvoorbeeld het managen van facturatieprocessen, HR ondersteuning, financieel administratieve processenen IT-outsourcing. Door te kiezen voor één leverancier voor MPS, BPS en ITSmaak je gebruik van de mogelijkheden van synergie, schaalvoordelen en integraal beheer. De leverancier draagt zorg voor de integratie van de verschillende diensten en garandeert gestroomlijnde processen en financiële controle door een totaalinzicht in de eisen, regels en mogelijkheden. Je op-de-toekomst-voorbereide MPS-leverancier wordt daarmee een heuse business partner.

Ed Hoogreef, Xerox Nederland

  
  ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.ed_hoogreef_xerox_jpg/165_165_80_1__ed_hoogreef_xerox.jpgDe nieuwe generatie Managed Print ServicesMon, 20 May 2013 00:00:00 +0200
Cloud: what’s in a name?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/239/cloud__what___s_in_a_name_.htmlLaatst gaf ik een aantal medewerkers van Raet uitleg over technologische veranderingen. We kwamen te spreken over Cloud-ontwikkelingen en met name over public cloud. Tot mijn verbazing bleken er twee personen in de groep van overtuigd dat alle data die je in de public cloud stopt, voortdurend over de aarde heen en weer flitst en wat nu in Amsterdam staat, kan binnen 10 minuten in Tokyo staan, en kort daarna in Chicago. Public cloud betekende volgens hen dat je data zo volatiel was als elektriciteit en dat data zich als het ware voortdurend automatisch tussen data centers in de gehele wereld verplaatste.

De werkelijkheid is echter heel anders, haast volledig omgekeerd. Wie data in een public cloud zet, kan meestal aangeven in welke regio hij die data wil hebben (West-Europa, Azië, US). Volledig automatisch wordt dan een data center in die regio geselecteerd, en de data wordt daar opgeslagen. Sterker nog, er wordt automatisch een specifieke server (of deel van een SAN of database) geselecteerd om die data op te slaan. De public cloud provider vertelt je niet exact de locatie, maar het is een locatie die echt voor jou gereserveerd is.  Er is eigenlijk niets anders aan de hand dan wanneer je binnen het netwerk van je organisatie data opslaat. Je weet niet precies waar je organisatie haar servers heeft staan, maar je kunt vanaf je werkplek die data opslaan en terughalen.

Public cloud providers als Microsoft en Amazon zorgen daarnaast voor "geo-replicatie": ze bewaren een kopie van je data in een ander data center, ver verwijderd van de plaats waar de data normaal opgeslagen wordt, om in geval van een calamiteit altijd nog een backup van de data te hebben. Zelfs al valt er een vliegtuig op het data center, dan nog raak je geen data kwijt. Grotere organisaties hebben dat zelf ook al geregeld (vaak “uitwijk” genoemd) zonder dat hun medewerkers dat beseffen.

Dus wat is hier nu aan de hand? Als het zoveel lijkt op de huidige praktijk binnen organisaties, waarom is er dan zo’n andere perceptie ontstaan? Op de eerste plaats benadrukken techneuten graag de technische transparantie van de cloud: Alles is zodanig geregeld dat zelfs als alles plotseling aan de andere kant van de wereld zou staan, alles gewoon doordraait en de gebruiker helemaal niets in de gaten heeft. De schijn wordt gewekt alsof het de praktijk van alle dag is. Dat is het niet, simpelweg omdat de cloud providers er geen enkel belang bij hebben om data continu te verplaatsen over de wereld. Het kost handenvol geld, is enorm intensief en het levert de gebruiker niets op: waar het ook staat, het werkt "gewoon".

Daarnaast vertellen public cloud providers niet waar je je data zich precies bevindt. Ze weten het precies: in data center x, rack y staat op server z jouw data. Maar ze laten het graag vaag: ze willen geen gemakkelijk doelwit worden voor dwazen die de zaak op willen blazen. En het is ook niet interessant voor de gebruiker om te weten in welk data center en op welke server je data precies staat: het werkt “gewoon” zonder dat je die kennis hebt, en de cloud provider heeft maximale vrijheid om data te verplaatsen als dat zo uit komt (bij vervanging van hardware bijvoorbeeld).

Tenslotte is er de term "Cloud": wat is er nu ongrijpbaarder dan een wolk?  Zelfs na zoveel eeuwen meteorologie kan Helga van Leur nog steeds niet met zekerheid vertellen of en hoe laat het morgen gaat regenen. En ook onze taal helpt niet mee: wie met zijn hoofd in de wolken loopt, is niet aan het opletten. En wolken staan dan model voor de betrouwbaarheid van je data opslag?

En waar de public cloud juist de zorgen van gebruikers rondom IT kan wegnemen, is het tegenovergestelde beeld ontstaan. De marketing heeft volledig gefaald,  maar de techneuten hebben er zelf ook hard aan meegeholpen. Het concept is prima, de beeldvorming niet. Iemand suggesties voor een andere term?

Jeroen van der Heijden
Directeur Technology & Innovation / Raet

 ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.jeroen_van_der_heijden_png/165_165_80_1__jeroen_van_der_heijden.pngCloud: what’s in a name?Fri, 17 May 2013 00:00:00 +0200
Cloud Broker als service innovatorhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/236/cloud_broker_als_service_innovator.html

Cloud is de hype voorbij. Volgens schattingen van onderzoeksbureau Gartner groeit de Platform-as-a-Service (PaaS)-markt met meer dan 27% per jaar naar zo’n \$3 miljard dollar in 2016. Deze markt voor cloudplatformdiensten is als het ware een brug tussen volumemarkten als infrastructuur in de cloud (IaaS) en applicaties in de cloud (SaaS). Net als de PaaS-markt, zullen deze markten de komende jaren sterk groeien. Zo becijferde Forrester Consulting dat de waarde van de infrastructuurdiensten in de publieke en virtuele cloud zullen stijgen van 7,5 miljard dollar in 2012 naar 17,5 miljard dollar in 2015.

De populariteit van de cloud zal niemand verbazen. De voordelen zijn evident: zonder vooraf te investeren in hardware of software krijg je een dienst tot je beschikking die schaalbaar is, door een professionele partij wordt beheerd en naar gebruik kan worden afgerekend. Het trekken van de creditcard volstaat om business-applicaties op het gebied van klantbeheer, office, content management etc. of eenvoudigweg infrastructuur als service uit de cloud af te nemen.

Minder evident en eenvoudig is het om al die clouddiensten – die veelal bij verschillende providers worden afgenomen – met elkaar te laten samenwerken in één geïntegreerd portfolio. Vaak moeten de clouddiensten ook nog eens naadloos gekoppeld worden aan applicaties die niet in de cloud maar in eigen data centers draaien. Deze keerzijde levert een aantrekkelijke kans op voor system integrators en telecomoperators die steeds vaker optreden als cloud brokers. Deze cloud brokers of intermediairs zorgen voor een afstemming van vraag en aanbod van clouddiensten en nemen daarnaast de integratie, orkestratie en aggregatie voor hun rekening. Bijvoorbeeld het beheer van gebruikers en subscripties, het meten van gebruik en het bewaken van de SLA’s komen bij de cloud broker te liggen. Maar het blijft niet bij het versimpeld en verpakt aanbieden van diensten van derden. Cloud brokers krijgen in dit nieuwe model ook meer mogelijkheden voor het innoveren van eigen producten, vooral door value added services en oplossingen aan te bieden die opgebouwd zijn uit verschillende bouwstenen zoals het beste van andere cloudpartijen.

Verdwijnen alle ‘cloudintegratie- en orkestratieproblemen’ hiermee als sneeuw voor de zon? Voorlopig niet. Op technologisch vlak is de cloud broker-markt nog volop in ontwikkeling. Er is nog geen standaardtechnologie-stack beschikbaar die het equivalent is van wat in de telecom wereld wel een OSS- & BSS-stack wordt genoemd; cloud brokers moeten die nu zelf grotendeels samenstellen. Daarbij is het belangrijk dat componenten zoals service/app catalogs en het meten van gebruik en provisioning zijn geïntegreerd in het aanbod. Afhankelijk van wat de eindgebruiker nodig heeft kan door middel van de verschillende componenten uit het aanbod een soort ‘kant-en-klaar-maatwerk’ worden aangeboden.

Uit het onderzoek ‘Cloud Brokers Will Reshape The Cloud’ van Forrester blijkt dat veel brokers nog op het juiste moment wachten om de markt te betreden. Mijn inschatting is dat met de geprojecteerde groei van clouddiensten zoals in de inleiding vermeld, er binnen twee jaar een bloeiende markt voor cloud brokerage ontstaat. Ik ben benieuwd wie het voortouw gaat nemen: de telco’s met hun sterke informatie- en communicatieproposities of de system integrators die van oudsher de zakelijke markt voor technologische diensten domineren.

Hans de Visser is Chief Strategy Officer bij Cordys

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.hans_de_visser_jpg/165_165_80_1__hans_de_visser.jpgCloud Broker als service innovatorMon, 13 May 2013 00:00:00 +0200
Vaarwel klassiek datacenter!http://www.executive-people.nl/executive_people/25/235/vaarwel_klassiek_datacenter_.htmlVijftig jaar geleden ontstonden de eerste datacenters. Schone, koele gebouwen waar computers rustig stonden te zoemen. De machines waren omringd met allerhande ondersteunende apparatuur zoals bedieningsterminals, data-invoer apparatuur voor ponskaarten, data-opslag op snel ronddraaiende taperecorders en allerhande printers. En er was personeel in witte jassen dat de futuristisch uitziende machines moest bedienen. Later werden de computersystemen gestandaardiseerd, ze pasten in standaard 19 inch rekken, de bekabeling werd professioneler verwerkt in dubbele vloeren en er ontstonden straten met rekken vol met servers, netwerkswitches en opslagtechniek. De witte jassen waren allang verdwenen maar nog steeds waren vele personen dagelijks bezig met de IT-operatie in het datacenter.

Met de komst van virtualisatie kon de volgende slag worden geslagen in de standaardisatie van het datacenter. Steeds meer onderdelen worden wérkelijk standaardonderdelen. Server-blades, netwerk-switches, de harde schijven, ze zijn stuk voor stuk commodity aan het worden of al deels geworden. Niemand wordt meer rijk van het leveren van deze standaard hardware; ze worden in grote aantallen gemaakt en tegen scherpe prijzen geleverd. De toegevoegde waarde wordt geleverd door de software, die deze standaardfabriek bedient. Software die de virtuele machines op de standaard servers laat functioneren. Software die de data op de juiste plaats op de opslagmedia plaatst en ze later op betrouwbare wijze ook weer kan uitlezen. En meer en meer ook de netwerk-switches, die nog slechts het basis IP-packaging goed moeten uitvoeren, terwijl de service levels door software worden ingesteld en bewaakt.

Software Defined Datacenter
Het door software bestuurde datacenter heeft zijn ‘tipping point’ bijna bereikt. De afgelopen tien jaar is steeds meer apparatuur gevirtualiseerd waardoor de standaardisatie heeft gewonnen. Zodra ook de besturing en het gehele beheer van een datacenter door software kan worden overgenomen, is bediening op afstand mogelijk geworden en verdwijnen de laatste operationele mensen van de vloer. Slechts voor onderhoud en storingen zullen nog mensen fysiek in het datacenter aanwezig moeten zijn. In alle andere gevallen is het licht gewoon uit en staat alles zacht te zoemen, continu bediend en gemonitord door software.

Zodra we dat punt hebben bereikt, is de grootte van het datacenter niet meer essentieel. Dezelfde efficiency kan dan bereikt worden met zowel grote of kleine opstellingen. Slechts de integratie met de ondersteunende installaties voor energie, koeling en beveiliging bepaalt het uiteindelijke rendement van de opgestelde ICT-apparatuur. Via gedistribueerde knooppunten kunnen dan kleine omgevingen onderdeel worden van een groot virtueel datacenter. Kleine knooppunten kunnen zelfs pas opgestart worden als goedkope en/of groene energie ter plekke voorhanden is en op die wijze goedkope processing-capaciteit leveren. Het slimme, groene, gedecentraliseerde datacenter dat afhankelijk van de behoefte, zijn workload levert als onderdeel van een grotere hybride cloud. Daarnaast neemt de kwetsbaarheid van onze cruciale informatievoorziening enorm af, als decentraal veel meer IT-verkeer kan worden afgehandeld. Groot is kwetsbaar, dat ondervinden we elke dag met de tsunami aan DDoS aanvallen van de afgelopen weken.

De nieuwe informatie-eeuw geeft ons de mogelijkheid grote én kleine informatie-omgevingen te bouwen. Natuurlijk zullen grote, wereldwijde spelers hun informatiehuishouding in grote IT-fabrieken onderbrengen. Dat is ook geen probleem, daarvoor zijn het immers wereldspelers. En zij kunnen die kwetsbaarheid op wereldschaal verminderen door ook in schaalbaarheid te investeren. Maar dat zal altijd in verhouding groot blijven voor lokale begrippen. Voor heel veel andere toepassingen is kleinschaligheid echter geen probleem. Mits men communicatiemogelijkheden heeft en zo nodig kan uitwijken als dat nodig is.

Schaduwinternet
In veel industriële omgevingen heeft men lokaal informatievoorziening nodig, die zelfs liever niet via publieke netwerken zijn gekoppeld. De opkomst van een industrieel internet lijkt reëel te zijn. In de US investeert General Electric meer dan een miljard dollar om zo’n schaduwinternet te bouwen specifiek voor technische toepassingen. Voor vliegvelden, treinverbindingen, logistieke knooppunten, maatschappelijke voorzieningen zoals tunnels, dijken en vaarwegen.

Waarom doet GE dit? Het bedrijf herkent de opkomst van machine-to-machine-communicatie. Volgens IDC zal in 2020 45% van alle data worden gemaakt dankzij het ‘internet der dingen’. Alles gaat met elkaar communiceren: slimme auto, het slimme huis, slimme energiemeters, de ijskast, je weegschaal, de supermarkt en ga zo maar door. En wanneer het om gevoelige informatie gaat, stuur je dat liever niet meer over het openbare internet waar jan en alleman, én vriend en vijand, aanwezig is.

Pivotal
Het Pivotal initiatief van EMC richt zich voor een belangrijk deel op deze technische ontwikkeling. Mede een reden dat GE een aandeel van 110 miljoen dollar heeft genomen in deze nieuwe ‘startup’, met intussen rond de 1.300 (ex EMC- en VMware-) medewerkers en een marktwaarde van een ongeveer een miljard dollar. Machine-to-machine-communicatie vraagt eveneens nieuwe  kwaliteiten op het gebied van analytics en Big Data-technieken. Het vraagt nieuwe softwareplatformen. Nieuwe middleware voor deze cloud-omgevingen. Maar ook nieuwe, vooral veiliger internetstructuren.

Een goede vertaling van ‘Pivotal’ is draaipunt. Voor EMC en VMware betekent het inderdaad een draaipunt: weg van de oude vertrouwde datacenters. Weg van het consumenteninternet. En op weg naar een totaal nieuwe informatie-infrastructuur die zowel klein als grootschalig over de wereld uitgerold zal worden. En je zou kunnen zeggen dat Pivotal dat gedistribueerde netwerk ‘cloudifiseert’ en er een samenhangend weefsel (of Fabric) van maakt. Een veilige ‘technische’ cloud voor onze professionele informatie infrastructuren.

Hans Timmerman, CTO EMC Nederland

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgVaarwel klassiek datacenter!Tue, 07 May 2013 00:00:00 +0200
Zijn Public Cloud-vendors DDoS aanval bestendig?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/232/zijn_public_cloud_vendors_ddos_aanval_bestendig_.html

De afgelopen weken hebben in het teken gestaan van drie bepalende onderwerpen: de troonswissel, het koningslied en de DDoS aanvallen op een aantal grote banken en instellingen.

Toen Koningin Beatrix aankondigde dat zij zou aftreden, gaf zij feitelijk de aftrap voor een wekenlange lofzang op haar koningsschap, uitgebreide vooruitblikken op de nieuwe koning, en indirect leidde zij het debacle van het koningslied in. Over het laatste hebben we inmiddels en masse ons gal gespuwd, de schrijvers en producers verketterd, maar desondanks hebben we uit volle borst meegezongen.

Beatrix trad volgens een uitgekiend en soepel verlopen draaiboek af en Koning Willem Alexander besteeg volledig volgens protocol de troon. Een fantastische dag, die in de aanloop uitvoerig is besproken en tot in detail is voorbereid en uitgevoerd. Een dag ook waarop de beveiling zichtbaar en onzichtbaar tot in de puntjes was verzorgd, zodat het feest ook echt een feest kon zijn.

Onze grote banken, multinationals en overheidsinstellingen zijn ook grondig beveiligd: fysiek aan de poort en ook digitaal met allerhande beveiligingsmaatregelen. Grootschalige DDoS aanvallen op onder andere de ING, iDeal, Rabobank, DigiD en anderen leidden echter tot haperend betalingsverkeer en tot ongekend grote opschudding in het land. In tegenstelling tot het koningshuis niet op positieve wijze.

De belangrijkste vraag die bij veel mensen leeft is: zijn mijn bankgegevens en euro’s wel veilig? Een geheel andere vraag is of onze public cloud providers dergelijke aanvallen het hoofd kunnen bieden. Hoe veilig zijn Google, Amazon en Verizon? In het verlengde daarvan: hoe veilig zijn kleinere cloud en hosting providers? Zijn onze bedrijfskritische gegevens, het DNA van hedendaagse ondernemingen en instellingen, wel veilig buiten de deur?

Bot gezegd: “Nee, deze zijn niet veilig.” Althans, deze zijn niet veiliger dan het betalingsverkeer bij de grote banken, inloggevens van webshops, online emailproviders en dergelijke. Vooral het grootschalige, publieke karakter van de grote cloud providers, maakt ze gevoelig voor DDoS aanvallen, hackpogingen vanuit verre landen en malafide organisaties. Lokale grote hostingproviders zijn vaak weer aktief in de entertainment branche (in de ruimste zin van het woord).

Gegevens, applicaties, hele IT systemen die buiten de deur worden geplaatst dienen daarom altijd uitermate goed beveiligd te zijn. De kans dat ze uit de lucht zijn of dat de integriteit ervan bedreigd wordt door externe factoren zijn groter dan intern. Veiligheidsrisico’s zijn de grootste voorbehouden die veel ondernemingen en organisaties hebben ten aanzien van het verplaatsen van data en applicaties naar de cloud. De keuze om interne Private Clouds in te richten en als dienst af te nemen wordt momenteel veelal geprefereerd. Een verstandige keuze in de onveilige situatie waarin the internet of everything zich momenteel bevindt.

Het is meer dan ooit noodzaak het DNA van uw bedrijf of instelling te beschermen. Middels adequate dataprotection oplossingen bijvoorbeeld en het altijd beschikbaar hebben van meerdere versies van uw data op meerdere lokaties bijvoorbeeld. Maar ook door uw endpoints als iPhones, Blackberry’s en tablets goed te beschermen, business-to-business koppelingen te voorzien van de juiste, meervoudige beschermingsoplossingen en correct identification en access management te doen.

En als u dan toch de stap naar een public cloud dienst neemt? Zorg dan net als tijdens de troonswisseling op Koninginnedag voor meer dan adequate beveiliging, een heel strak draaiboek met bijbehorende regie en hoop vooral dat er geen gekken of fanaten opstaan, die zich tot doel stellen schade aan te richten aan een provider, maar hiermee tegelijk uw bedrijfscontinuïteit in gevaar brengen.

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.ronald_van_heek_gif/165_165_80_1__ronald_van_heek.gifZijn Public Cloud-vendors DDoS aanval bestendig?Wed, 01 May 2013 00:00:00 +0200
Kroning gaat gepaard met veiligheidsmaatregelen … ook voor uw bedrijfsnetwerk?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/229/kroning_gaat_gepaard_met_veiligheidsmaatregelen_____ook_voor_uw_bedrijfsnetwerk_.html
De troonswisseling houdt heel Nederland in de ban. Veiligheidsdiensten bereiden alles tot in de puntjes voor. Dinsdag 30 april is de grote dag en heel wat mensen zullen voor de buis gekluisterd zijn. In alle straten van Nederland zal het een groot feest zijn. Het wordt een sociale gebeurtenis, die ook online, via sociale netwerken, zal gedeeld worden. En via livestreaming zullen feestvierders met hun smartphones en tablets het gebeuren volgen. In bepaalde gevallen zullen ook bedrijfs-devices hiervoor gebruikt worden: de laptop van het bedrijf, de bring-your-own-device-tablet, of smartphone van de zaak.

Of uw medewerkers zich op 30 april zich binnen de bedrijfsmuren bevinden, of ze zijn met hun bedrijfstoestel in de straten van Nederland in de weer, ze gebruiken op dat ogenblik wel uw bedrijfsnetwerk. ‘Effe kijken’ en daarna ‘effe sharen, liken of tweeten’ hoe gek Oranje wordt: het vraagt meer bandbreedte dan vermoed. En met die verschillende en soms ongecontroleerde devices, riskeert u gaten in uw bedrijfsnetwerken.

Als u er met uw IT-administrators van Nederlandse bedrijfsnetwerken over spreekt, zullen zij het beamen: de productiviteit en de veiligheid van het netwerk kan in gevaar komen.

Toch kunnen moderne ‘next-generation firewalls’ hier een passend antwoord bieden. Niet alleen beschermen zij tegen virussen en malware, zij beschermen eveneens de netwerkproductiviteit. Zij voorkomen vertraging door online streaming, video en sociale netwerking. Next-generation firewalls omvatten immers application intelligence & controle: zij bepalen welke applicaties op het netwerk door welke medewerker kunnen gebruikt worden. Deze technologie is echter niet eenvoudig en niet alle IT-beveiligers kunnen deze effectief leveren. Application intelligence & controle bepaalt niet alleen welke applicatie door wie kan gebruikt worden, maar ook wanneer wel en wanneer niet. En wanneer een medewerker streaming video voor zijn werk moet gebruiken, verifieert de deep packet inspection van deze firewalls of het wel om bedrijfsgerelateerde video’s gaat. Iets wat de eerste generatie-firewalls niet aankunnen: zij onderscheiden niet de productiveitsimpact van de uitgewisselde data. De deep packet inspection van de next generation firewalls daarentegen inspecteren alle data op malware en spam, filteren inhoud en voorkomen kwaadaardige data in het netwerk. Ze geven business gerelateerde applicaties zoals LiveMeeting, Salesforce.com SharePoint voorrang op ‘effe surfen, streamen of Facebooken’. Deze firewalls worden op die manier een business management tool, want ze monitoren de productiviteit.

Als u als netwerkmanager in uw bedrijf tijdens de troonswisseling uw bandbreedteverbruik ziet toenemen of uw bedrijfsproductiviteit ziet slinken, dan is het interessant om even een onderzoek te doen naar uw medewerkers, hun gebruikte devices en de toegepaste firewall technologie. Met de juiste maatregelen wordt u dan zelf veiligheidskoning van uw bedrijfsnetwerk.

Luc Eeckelaert – Dell SonicWALL


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.luc_eeckelaert_jpg/165_165_80_1__luc_eeckelaert.jpgKroning gaat gepaard met veiligheidsmaatregelen … ook voor uw bedrijfsnetwerk?Fri, 26 Apr 2013 00:00:00 +0200
Zoden aan de dijk voor woningcorporaties?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/230/zoden_aan_de_dijk_voor_woningcorporaties_.html

Het zal niemand ontgaan zijn dat woningcorporaties onder enorme druk staan.Door allerlei issues die in de media breed zijn uitgemeten heeft deze sector zich behoorlijk in de kijker van de politiek gespeeld. Als klap op de vuurpijl moet de hele sector in 2017 zo’n€ 1,7 miljard afdragen aan de overheid.Het is nu de vraag hoe dit opgebracht moet worden en welke (maatschappelijke) gevolgen dat heeft.Vanzelfsprekend gaat alle aandacht nu uit naar de consequenties voor de huurders en het wegvallen van investeringen. Toch zijn er ook mogelijkheden om substantiële besparingen te realiserendie daarnaast ook nog de pijn aanzienlijk kunnen verzachten.

Achteraf is het gemakkelijk vast te stellen: de corporaties zijn de afgelopen jaren ver buiten hun primaire doel gaan ondernemen. Het vastgoed was een prima onderpand en had een mooie waarde. Dan is het niet vreemd dat vrijheid en autonomie hoogtij konden vieren.Het ging goed, toezicht was niet zo nodig. Toch hadden we ook al jaren geleden kunnen weten waar het op kon uitdraaien. De primaire taak van de corporaties is immers om met maatschappelijk kapitaalsociaal zwakkeren in de samenleving een woning te bieden. Die taak is verdrongen door aanvankelijk commercieel succesvolle activiteiten. In sommige gevallen werd zelfs nog moeite gedaan om bij dat ondernemen een maatschappelijke dimensie te verzinnen.Een aantal corporaties begaf zich op het speculatiepad met de handel in financiële derivaten.En toen kwam de vastgoedcrisis en de waarde van het onderpand verdampte. Gevolg: een paar miljard schade.

Voor de goede orde: er zijn wel degelijk woningcorporaties die hun primaire taak niet hebben verwaarloosd. Integendeel, zij hebben hun maatschappelijke rol altijd met verve gespeelden hun geld aangewend voor goede dingen. Bij alle ellende van de afgelopen tijd is het ook goed om te bedenken dat de kwaliteit van de Nederlandse sociale huisvesting internationaal in de top tien staat. Al deze zegeningen moeten we ook tellen!

Naast alle schade van speculatieactiviteiten en mismanagement komt dan nog de verhuurdersheffing.Over vier jaar worden verhuurders van woningen met een gereguleerde huur geacht op jaarbasis gezamenlijk € 1,7 miljard op te brengen. Hoe moet dat allemaal betaald worden?In eerste instantie door de last af te wentelen op de huurders, door de verkoop van bedrijfspanden en dure huurwoningen en door het stopzetten van investeringen.Intussen zijn er grote vraagtekens gezet bij de haalbaarheid hiervan. Zo schreef Hugo Priemus, emeritus hoogleraar Volkshuisvesting onlangs in het FD dat Ortec Finance heeft uitgerekend dat de corporaties in 2017 niet verder komen dan € 730 miljoen per jaar aan extra huurontvangsten. Het is erggevaarlijk als de corporaties nu op hun vermogen moeten interen, zeker ook met het oog op de woningbouw. De bouwproductie van de corporaties dreigt volkomen stil te vallen.Deaandacht voor de enorme maatschappelijke impactis natuurlijk terecht, maar het overschaduwt de mogelijkheden voor corporaties om geld vrij te maken zónder die repercussie.

De problemen in corporatieland leiden in elk geval tot een grote zuivering. Datis overigens heel normaal als de resultaten uitblijven! ‘Meer met minder’ moet hier nu ook het devieszijn, want de primaire taak van de corporaties moet, ondanks alle financiële druk, in stand blijven.Hetdevies betekent efficiencyslagen maken, kosten besparen en afzien van oneigenlijke activiteiten. De bedrijfsvoering moet veel eenvoudiger en dat kan ook. En er speelt meer. De behoefte aan transparantie is nu veel groter dan een paar jaar terug. Nieuwe toezichthouders zullen veel scherper gaan toezien en hogere eisen stellen aan het bestuur van de corporaties. Minister Blok heeft zelfs hetplan opgevatom het financiële toezicht onder te brengen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Als dat doorgaat zal de informatievraag van de overheid ongetwijfeld groot zijn. Ook daar zal in voorzien moeten worden.

Organisaties afslanken en efficiënter inrichten en de informatievoorziening op orde brengen, zeker. Maar als die alleen het effect zouden hebben dat er minder mensen nodig zijn bij de corporaties, is dat een schijnoplossing.Waar moeten mensen die ontslagen worden dan naartoe? Het zal buitengewoon moeilijk zijn in de sector weer een baan te vinden en zij zullen een beroep doen op de overheid, die juist dacht te besparen. Nog helemaal afgezien van sociale overwegingen, minder personeel biedt geen soelaas. Wat dan wel? Vooral richten op de processen waar erg veel geld in omgaat. En die zijn er bij de corporaties!Een goede kandidaatis het onderhoud. Daar is jaarlijks pakweg € 3 miljard mee gemoeid. Dat onderhoud moet ook beslist doorlopen, anders wordt de waarde van het woningbezit compleet uitgehold en zijn de corporaties nog veel verdervan huis.Met de juiste inzet van processen, aangestuurd door ICT,  is in mijn overtuiging 10 procent te besparen op de onderhoudskosten, € 300 miljoen per jaar dus. Over een periode van vier jaar een besparing van € 1,2 miljard, zonder dat dit de huurders belast of ten koste gaat van investeringen. Met bovendien als bonus een veel beter inzicht in het onderhoudsproces. Kijk, dat zet echt zoden aan de dijk!

Anton Vreugdenhil is algemeen directeur Cegeka Nederland

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.anton_vreugdenhil_jpg/165_165_80_1__anton_vreugdenhil.jpgZoden aan de dijk voor woningcorporaties?Thu, 25 Apr 2013 00:00:00 +0200
Column: Een openbaar spiekbriefje voor IT-beslissershttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/228/column__een_openbaar_spiekbriefje_voor_it_beslissers.html

De agenda van IT-beslissers staat vol met onderwerpen als beveiliging, consumerization of IT, algemene bezuinigingen en verschillende opties voor cloud-based services. Naarmate de globalisering steeds meer terrein wint, komt de lat voor efficiëntie, productiviteit, winstgevendheid en concurrentievermogen hoger te liggen. IT-beslissers staan middenin de vuurlinie en balanceren tussen de eisen aan betrouwbaarheid en veiligheid enerzijds en aan flexibiliteit en snelheid anderzijds. Dit bezorgt de gemiddelde IT’er een hoop kopzorgen en daarom heb ik een spiekbriefje gemaakt waarmee u een aantal kritieke trends en kwesties kunt aanpakken.

Wees geen IT-politie

Beschouw uzelf niet langer als gatekeeper, maar als iemand die IT voor zijn medewerkers mogelijk maakt. Leg de nadruk op systemen en diensten die waarde creëren door bijvoorbeeld de samenwerking, transparantie en betrokkenheid te vereenvoudigen of door een platform te maken dat aan de wensen van collega's en de organisatie voldoet. Verkies echter de wensen van de gebruikers niet boven de IT-security.

Haal uw voordeel uit consumerization of IT

De megatrend ‘consumerization of IT’ maakt de IT in de IT-bedrijfsomgeving complexer en dat gaat ten koste van de veiligheid. Het kan echter ook innovatieve manieren opleveren om de medewerkerstevredenheid te verbeteren. Zo kunnen cloud-based services helpen bij het beheren van kerntaken en -processen binnen een altijd veranderende veelheid aan online devices en platforms.

Zorg voor een flexibele omgeving

De economische verwachtingen voor 2013 zijn allesbehalve rooskleurig. Bedrijven worden geconfronteerd met grotere uitdagingen wat betreft de productiviteit, terwijl managers steeds krappere budgetten hebben. In onzekere perioden zijn de schaalbaarheid en flexibiliteit van de IT belangrijker dan ooit. Op ondernemingsniveau zorgt het uitgebreide gebruik van cloud computing (flexibele, pay-as-you-go modellen) voor meer flexibiliteit om de functionaliteit binnen een organisatie te ondersteunen.

Houd TCO en IT-kosten in de hand

Het probleem met IT-infrastructuur is dat de snelle technologische ontwikkelingen ertoe leiden dat het al snel verouderd is. Hoe meer installaties, onderhoud, upgrades, support, dataopslag enzovoorts worden uitbesteed, hoe lager uw Total Cost of Ownership en IT-kosten zullen zijn. Met cloud-based services betaalt u alleen wat u gebruikt.

Haal de Facebook-generatie binnen

De belangstelling van de jongere generatie voor social media is niemand ontgaan. Wat maakt social media zo succesvol? Eenvoud, gebruiksgemak, zichtbaarheid, feedbackfuncties en het gevoel erbij te horen spelen mee. Als deze kenmerken worden verweven met zakelijke toepassingen vebetert de betrokkenheid en efficiëntie aanzienlijk. Door tools op de werkplek te implementeren die een beroep doen op het communicatiegedrag in de social media laat een organisatie duidelijk zien dat het een sociale aanpak huldigt, wat van onschatbare waarde is voor het aantrekken van young professionals.

Op deze manier moeten we de belangrijkste trends en kwesties wel kunnen aanpakken de komende tijd. Hoewel het bovenstaande spiekbriefje niet op uw handpalm zal passen, is het toch een mooi document om met vol vertrouwen de roerige IT-tijd tegemoette gaan.

Noel Eckhart  is Countrymanager Projectplace Nederland

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.noel_eckart_jpg/165_165_80_1__noel_eckart.jpgColumn: Een openbaar spiekbriefje voor IT-beslissersWed, 24 Apr 2013 00:00:00 +0200
Visie: ‘Jouw cloud is anders dan mijn cloud’http://www.executive-people.nl/executive_people/25/224/visie_____jouw_cloud_is_anders_dan_mijn_cloud___.html

Cloud is het toverwoord en clouddiensten worden als panacee gezien voor veel computerproblemen waar IT-afdelingen en gebruikers mee kampen. Cloud bestaat echter alleen maar in het hoofd van de gebruikers die werken met bijvoorbeeld Dropbox of een private cloud omgeving. Want uiteindelijk staat er ergens een hele hoop servers te draaien om het internet mogelijk te maken.

Cloud is overal en al langer dan we denken. Zodra een afkorting eindigt met aaS is er sprake van een clouddienst en Xaas was de hype voor cloud in het nieuws kwam. Het lijkt inmiddels ook een eenheidsbegrip geworden voor alles wat in de wolkgebeurd – terwijl iedere cloudoplossing anders is. Denk aan de beveiligingsgraad en de mate van redundancy. Denk ook aan de plaats waar data van de gebruiker moet of mag worden opgeslagen. Moet het binnen Nederland blijven, of mag het ook in Europa of zelfs Amerika? Moet de klant precies weten waar bepaalde data staat, of niet. Welke uptime moet gegarandeerd zijn, etc. etc. De uitspraak ‘jouw cloud is anders dan mijn cloud’ kan zonder veel aarzelingen gedaan worden.

Bedrijfsnetwerk

Cloud is in feite niet veel meer dan een groot bedrijfsnetwerk met servers. Delen van die serverkracht worden gefragmenteerd toegewezen aan bepaalde activiteiten. Het is een combinatie van Processorkracht-als-een-Service, Dataopslag-als-een-Service en Applicaties-als-een-Service.In feite vormen datacenters de achterkant van het internet, dat services (LinkedIn, Saleforce) mogelijk maakt.De rol van het datacenter, als hoster van serverruimtes, wordt daardoor steeds belangrijker en de afhankelijkheid van ongestoorde capaciteit steeds groter.

Als een datacentrum zo’n cruciale positie inneemt, dan valt het op dat haast niemand ooit over de ‘mogelijkmaker’ (enabler) van deze infrastructuur praat. Wat is een datacentrum eigenlijk?Vergelijk een datacentrum met een hotelpand van een grote keten, zoals Hilton ofSheraton. De kern van die organisaties is het verkopen van gastvrijheid, en het verhuren van opgemaakte bedden.

Datahotel

De meeste hotelketens zijn niet de eigenaar van het vastgoed (‘de stenen’) maar huren of leasen de gebouwen van een belegger of projectontwikkelaar. Het gebouw moet simpelweg faciliteren dat het hotel zijn services ononderbroken aanbiedt en klanten deze afnemen. De airco moet werken, het water moet stromen, de elektra moet betrouwbaar zijn.

Zo is het ook met een hotel voor data: een datacentrum. Zie een datacenter als een groot gebouw, voorzien van koeling, gebouwd op een plek met weinig risico voor aardbevingen, stroomuitval of tornado’s. Goed bereikbaar voor mensen die er hun servers in zetten, goed beveiligd tegen mensen die er niet thuishoren. Noodstroomvoorzieningen zijn belangrijk, net als, vergelijkbaar met hotels, een groot gevoel voor de privacy van de huurders.

Power

Je huurt een datacentrum per kW (kilowatt), niet per m2. Dat toont ook meteen de essentie van de propositie: voldoende power. Stroom is het hart van de business en mocht er een keer een storing optreden, dan moet de voorziening binnen seconden overgenomen worden door de eigen generatoren. In de tijd ertussen verzorgen accu’s de continuïteit.

Datacenters maken in feite waar wat serviceproviders beloven. Zij kunnen en durven Service Level Agreements (SLA’s) af te sluiten met hun klanten, omdat ze bouwen op de betrouwbaarheid van datacenters.Zoals de Nederlandsche Bank niet met grote letters ‘goudvoorraad’ op zijn kantoor schildert, zo proberen ook datacenters niet te veel op te vallen. Vandaar dat er ook niet veel over datacencenters bekend is – helaas.

Elvira van Bruggen MRE, Real Estate Manager, Digital Realty
Paul Groeneveld, Technical Operations Manager, Digital Realty

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.elvira_van_bruggen_jpg/165_165_80_1__elvira_van_bruggen.jpgVisie: ‘Jouw cloud is anders dan mijn cloud’Fri, 19 Apr 2013 00:00:00 +0200
Agile Portfolio Managementhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/222/agile_portfolio_management.htmlAgile is hot. Scrum Masters worden volop gevraagd. Scrum projecten lopen over het algemeen vlot. Agile scrum breed laten landen in de organisatie is echter de grootste uitdaging…  In mijn eerdere columns heb ik deze uitdaging al met u gedeeld. Vandaag ga ik dieper in op agile Portfolio Management. Als u agile wilt gaan werken, is het namelijk van groot belang dat uw Portfolio Management aansluit op het agile gedachtengoed. 

De vertaling van (project) ideeën naar realisatie, kan en moet sneller en effectiever, als binnen projecten met agile scrum wordt gewerkt. Een snelle innovatie funnel is cruciaal als u geen tijd wilt verliezen in het voortraject. Portfolio Management (of een agile PMO) is vervolgens nodig voor sturing op de budgetten, resources, projectvoortgang en onderlinge afhankelijkheden en het bewaken van de IT architectuur en strategie. Binnen agile omgevingen mag dit geen log of bureaucratisch mechanisme zijn.  Met  ‘wendbaar’ Portfolio Management maakt het niet uit of projecten volgens een scrum of bijvoorbeeld Prince2 methodiek worden uitgevoerd. Meerdere vormen kunnen goed parallel lopen. Bij agile Portfolio Management kijkt u ook naar hoe ideeën binnenkomen; of ze worden gebundeld tot een project, of als story (requirement) op een portfolio backlog worden geplaatst en naar een scrum team worden geschoven. Als u uw Portfolio Management op deze wijze weet in te richten, staat u sterk. 

Dean Leffingwell heeft een framework ontwikkeld, genaamd Scaled Agile Framework (SAFe). Dit is een model om agile op schaal te kunnen doorvoeren en architectuur en projectmanagement een rol geeft in het geheel. 

Binnen SAFe vindt op strategisch niveau agile Portfolio Management plaats. Business ideeën worden in stories (ook epic genoemd) geplaatst op de portfolio backlog. Deze stories worden vervolgens via een soort release management door verschillende scrum teams opgepakt.  Heel anders dan vooraf meerdere ideeën te bundelen tot één project en dat vervolgens door een project team te laten oppakken. De kracht van een portfolio backlog is dat de stories met de hoogste waarde en prioriteit als eerste worden opgepakt. In een ‘regulier’ project zitten zowel hoge prioriteit stories, als minder hoge prioriteit, maar wordt het bij elkaar gehouden omdat het nou eenmaal tot één project is gebundeld. Wellicht niet zo logisch als het lijkt. 

In plaats van vanuit project portfolio’s te denken, met de verschillende projecten en hun onderlinge afhankelijkheden, richt je je bij agile Portfolio Management (volgens SAFe) meer op vooraf (op hoofdlijnen) gedefinieerde releases. Het is natuurlijk wel belangrijk om visie en richting te blijven houden. O.a. ook voor het kunnen integreren van IT architectuur en de vernieuwingen in lijn te houden met de overkoepelende bedrijfsstrategie. Het is een andere manier van benaderen, maar zeker het overwegen waard. Vooral als u meer en meer met agile scrum teams gaat werken. Los van of uw organisatie zich leent voor dit model, is het nog steeds nuttig om u eens af te vragen welke onderdelen van een gedefinieerd project nu zo relevant en waarde verhogend zijn. Moet het echt allemaal… 

Wat heeft u hieraan als IT organisatie of CIO? Als u sneller wilt zijn in uw innovaties, is het goed om wendbaarder te zijn in de besturing hiervan. Hoe u dat doet, kan op verschillende manieren. Mocht u hierover eens verder van gedachten willen wisselen, neemt u dan gerust contact met mij op. 

Kim Bosman - Programma Manager Business Agility, Linkedin
  
  ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.kim_bosman_jpg/165_165_80_1__kim_bosman.jpgAgile Portfolio ManagementWed, 17 Apr 2013 00:00:00 +0200
Geen fratsenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/221/geen_fratsen.htmlIk was onlangs op de HIMMS, de grote conferentie op het gebied van gezondheidszorg en IT. Op dit evenement werd een interessant thema aangeroerd, een thema dat zes, zeven jaar geleden zeer populair was: ‘best of breed’. In IT-termen: kies voor de verschillende processen binnen de onderneming - op de HIMMS ging hetnatuurlijk om zorginstellingen - de allerbeste oplossing die daarvoor beschikbaar is en koppel vervolgens deze topapplicaties aan elkaar. Met als resultaat de best denkbare oplossing. Inmiddels vinden we dat helemaal niet meer de best denkbare oplossing. Dat werd op de zorgbeurs nog eens duidelijke uiteengezet.

In theorie zou ‘best of breed’ de beste totaaloplossing moeten opleveren, want voor elk afzonderlijk proces wordt de best denkbare applicatie ingezet. In de praktijk blijkt het resultaat echter minder te zijn dan de som der delen. Soms zelfs veel minder. Het beste oplossinkje voor dit, het beste oplossinkje dat, je wordt gek van alle benodigde koppelingen en de inspanningen om al die beste oplossinkjes op de juiste manier aan elkaar te koppelen. Bovendien lukt het lang niet altijd om over de hele linie de beste oplossing te vinden en/of te implementeren. Meestal zijn er onderdelen die om wat voor reden dan ook bij het oude moeten blijven.Ook dat komt het eindresultaat niet ten goede.

Wat is dan het alternatief? Een écht geïntegreerde oplossing, ofwel ‘best of suite’. Hiermee laten we het idee varen dat er voor elk proces, elk onderdeel van de bedrijfsvoering de beste oplossing moet komen. De focus is de integratie: het naadloos op elkaar aansluiten van de onderdelen, die dan misschien niet het meest gespecialiseerd uitontwikkeld zijn, maar wel volgens dezelfde standaard werken en het deelproces adequaatautomatiseren.

Voor een ‘best of suite’ hoeven geen tijdrovende en durekoppelingen gemaakt te worden. Het voorkomt ook verkapt maatwerk met alle ellende van dien (alsmaar uitlopende projecten, budgetoverschrijdingen, steeds veranderende requirements).Dat maatwerk ontstaat door de wens om elk onderdeel van de oplossing volledig toe te snijden op de organisatie, ingegeven doorhet idee dat het proces in de desbetreffende organisatie net wat anders (en beter)is dan elders. Een duur misverstand!

In een aantal andere sectoren, waaronderde financiële dienstverlening, is dat misverstand allangverleden tijd. We kennen ook geen 682 verschillende hypotheekvormen meer.In andere sectoren, zoals de zorg, wordt dit misverstand nu uit de weg geruimd. De autonomie die veel ziekenhuizen zich hebben aangemeten en de daaruit voortvloeiende wens de IT op een eigen manier in te richtenkost veel geld, geld dat beter besteed kan worden aan innovatie.

Bezien vanuit het perspectief van de bedrijfsvoering doet het ene ziekenhuis het echt niet anders dan het andere. Dit besef rechtvaardigt een vergaande standaardisering die ook een vergaande integratie mogelijk maakt. En dat doen we dan ook in de praktijk, bijvoorbeeld bij het AMC waar we met één oplossing (CareCTRL) de integrale bedrijfsvoering van het ziekenhuis hebben geautomatiseerd. Denk aan finance& control, logistiek, beheer van gebouwen en faciliteiten, personeelszaken en hetbeheer van medische apparaten. Het AMC kan dankzij de integratie sneller overzicht krijgen en sneller veranderingen en aanpassingen doorvoeren.Ik verwacht overigens niet dat de integratie hier zal stoppen, op termijn zal een integratie met bijvoorbeeld het EPD haalbaar zijn. Dat zal tot een verdere stroomlijning van de processen in het ziekenhuis zorgdragen. Hetzelfde geldt overigens voor (gemeentelijke) overheden. Hier zijn de processen ook hetzelfde, terwijl in de praktijk nog te vaak voor een eigen aanpak wordt gekozen. Hier kan standaardisatie het verlaten van de ‘best of breed’ gedachte flinke efficiencywinst opleveren en dus kosten besparen.

Ik weet het, al in de jaren negentig werdmeer samenwerking en een vergaande integratie vanIT -systemenbepleit. We zijn nu bijna 20 jaar verder en nu moeten we wel. Om te beginnen is het geld er gewoon niet om elke applicatie aan te passen aan alle mogelijke denkbare wensen.Bovendien is nu pas de technologie beschikbaar om applicaties echt goed te integreren. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om de automatisering van de bedrijfsvoering.

De verbijzondering van systemen moet in mijn visie plaatsvinden aan de voorkant, daar waar de klant of de patiënt mee te maken heeft.Want hoe een organisatie haar bedrijfsvoering heeft ingericht zal klant of patiënt absoluut niet interesseren. ‘Best of breed’ istheoretisch interessant, maar in de praktijk heeftniemand behoefte aan dit soort fratsen.De problemen van deze aanpak wegen absoluut niet op tegen de verwachte voordelen. Het brengt ons niet wat ervan verwacht werd, de waarde lijkt interessant, maar wordt in de praktijk niet geoogst. De waarde van een geïntegreerd en gestandaardiseerd systeem blijkt in de praktijk gewoon veel groter.

Robin van Poelje is CEO van Total Specific Solutions

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.robin_van_poelje_medium_jpg/165_165_80_1__robin_van_poelje_medium.jpgGeen fratsenThu, 11 Apr 2013 00:00:00 +0200
Enterprise social networking: veel meer dan alleen maar leukhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/220/enterprise_social_networking__veel_meer_dan_alleen_maar_leuk.html

Steeds meer bedrijven en instellingen halen een vorm van social media binnen de organisatie. Online communicatie, vergelijkbaar met Facebook en Twitter, maar dan afgeschermd, op het eigen netwerk. Het doel is onder meer om de communicatie, de kennisuitwisseling en de binding tussen medewerkers te versterken. Een veel gebruikte term is op dit moment social networking. Enterprise SocialNetworking heeft ook strategische voordelen en kan bijdragen aan het behalen van de bedrijfsdoelstellingen. Communicatie wordt effectiever, sneller en men weet elkaars expertise beter te benutten.

Wie kijkt naar de stroom interne e-mails die een gemiddelde accountmanager, docent of wijkverpleegkundige per dag ontvangt,snapt dat er handiger en efficiëntere manieren moeten zijn om beroepsmatig te communiceren. Thuis is zo’n medewerker allang gewend om vragen op Twitter te stellen, foto’s of ervaringen op Facebook te delen en via z’n mobieltje boeken te bestellen en vakanties te boeken. Social Media hebben een nieuwe manier van communiceren geïntroduceerd. Een bericht posten op Facebook of Twitter, levert meestal meer, snellere enwaardevollere reacties op dan een e-mailbericht. Zo’n gepost bericht nodigt bovendien anderen meteen mening over of met kennis van het onderwerp uit om te reageren. Dankzij het profiel van degenedie reageert, kun je daarbij meteen de waarde van de reactie inschatten.Voordeel is bovendien dat je platforms in een bepaalde context kunt plaatsen: een afgeschermd gedeelte waar docenten alleen met elkaar informatie uitwisselen of alleen met een bepaalde vakgroep. Dat zijn verrijkingen van de communicatie die binnen een bedrijf of instelling heel goed van pas komen.

Succesvolle implementaties

De relatief prille ervaring leert dat Enterprise Social Networking(ESN)– of het nu gaat om SharePoint-faciliteiten, Newsgator, Yammer of andere tools –de onderlinge band tussen medewerkers versterkt, en kan bijdragen aan een efficiëntere werkorganisatie. Daar zijn tal van voorbeelden van. Waterschap Aa en Maas implementeerde vorig jaar Newsgator als ESN-tool en ziet nu al dat de informatiestromen anders gaan verlopen: minder e-mail, met al die cc’tjes,en meer via het portaal. Niet alleen de jongeregeneratie medewerkers is heel enthousiast, ook de oudere generatie heeft het omarmd. Een andere ontwikkeling is dat de organisatie meer bij elkaarkomt. Volgens het waterschap worden informatie en collega’s snellergevonden. Iedereen kan nieuwsartikelenplaatsen, bijvoorbeeld over een mijlpaal vaneen project. En dat de naam onder een berichtstaat, geeft de mensen ook ‘een stukje profilering’. Bij een verpleeghuis verving het ESN-platform een hele stroom aan papieren overdracht- en rapportagedocumenten. Verplegers posten bevindingen en mededelingen op een online mededelingenbord, waar alleen verplegers toegang toe hebben. Zo zien de juiste mensen de mededeling, kunnen die aanvullen en wordt als vanzelf een dossier opgebouwd en up-to-date gehouden. Een ander voorbeeld is de pilot die momenteel bij een politieorganisatie loopt om de onderlinge communicatie tussen de collega’s op straat verbetert, versnelt en verrijkt. Via een afgeschermd socialmediaplatform kunnen agenten elkaar via hun mobieltje direct op de hoogte brengen van bepaalde situaties of ontwikkelingen, foto’s, filmpjes, routekaarten, overdrachtinformatie toevoegen. Nu al blijkt dat de dienstverlening van dat bureau veel beter verloopt.

Iedereen een mobieltje van de zaak?

Natuurlijk zijn er ook nog wel drempels. Ten eerste zijn sommige organisaties nog huiverig omdat men vreest dat het leidt tot niet-functionele uitwisseling van informatie: vakantiefoto’s, lollige Youtube-filmpjes. De realiteit leert enerzijds dat medewerkers professioneel genoeg zijn om dat tot een minimum te beperken, ook omdat de communicatie binnen het netwerk openbaar plaatsvindt en onder eigen naam en profiel. Anderzijds blijkt dat de beperkte uitwisseling van niet functionele informatie toch een functie heeft in het versterken van de onderlinge band. Bovendien is zakelijk e-mailverkeer ook niet strikt werkgerelateerd. Een andere drempel is de tooling. Het platform implementeren is één ding, alle medewerkers ook mobiel toegang geven is iets anders. Iedereen heeft een mobieltje, maar wil de organisatie die toegang geven tot het netwerk? Dat legt een flinke druk bij de beveiliging en bij het opstellen en handhaven van gebruiksprotocollen. Iedere medewerker een mobieltje of Blackberry van de zaak geven, is ook mogelijk, maar dat heeft financiële implicaties. De keuze verschilt ook per sector. In het bedrijfsleven en onderwijs is bring your own device (BYOD) veel meer ingeburgerd dan bij zorginstellingen bijvoorbeeld.

En zoals wel vaker gaat het ook om de businesscase: wat kost het en wat levert het op? Daarover zijn niet echt harde cijfers te produceren, enerzijds omdat het nog om een relatief nieuwe ontwikkeling gaat, anderzijds omdat de winst ook in moeilijk meetbare aspecten zit. Uit de ervaring tot nu toe blijkt dat bij de organisaties die een ESN-tool inzetten, het mailverkeer drastisch inkrimpt. Organisaties melden ook dat de kennisuitwisseling veel beter verloopt, collega’s die elkaar niet dagelijks zien weten elkaar steeds beter te vinden, de papierstroom neemt af, de tijd verspild die verspild wordt aan informatie en mails die eigenlijk niet voor je bestemd zijn, neemt af en er is veel minder miscommunicatie.

Met verbazing terugkijken

Ik ben ervan overtuigd dat organisaties en bedrijven uiteindelijk niet meer om enterprise social networking heen kunnen. Het is een praktisch en veelzijdig communicatiemiddel dat medewerkers met plezier gebruiken. En dit laatste zorgt zeker ook voor intern draagvlak bij de implementatie en het gebruik van ESN in de organisatie. Over een paar jaar kijken we met verbazing terug op hoe onhandig en inefficiënt we met elkaar communiceerden via de mail.

Carlo van Haren is IT Strategy Consultant bij Winvision

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/nieuws/.carlo_van_haren_jpg_jpg/165_165_80_1__carlo_van_haren_jpg.jpgEnterprise social networking: veel meer dan alleen maar leukThu, 11 Apr 2013 00:00:00 +0200
CEO’s opgelet: data is de nieuwe olie!http://www.executive-people.nl/executive_people/25/218/ceo___s_opgelet__data_is_de_nieuwe_olie_.htmlIn zijn boek “Competing on Analytics: The New Science of Winning” zegt management- en analytics-expert Tom Davenport dat executive sponsorship essentieel is om analytics op de agenda van het bestuur van een onderneming te krijgen. Hij gaat hierbij in op hoe nieuwe generaties CEO’s steeds meer data-driven zullen worden en collega’s als Chief Analist Officers (CAO) en Chief Data Officers (CDO) nodig zullen hebben.

Nu zien we wel vaker nieuwe titels en rollen in onze snel veranderende informatiemaatschappij. Of het nu om virtualisatie, cloud, big data, trust of security gaat, voor ieder gebied is een deskundige kartrekker te benoemen die dat vakgebied onder zijn hoede neemt. Maar dat betekent nog niet dat voor elk gebied een CXO benoemd moet worden. Het is wel een gegeven dat zonder executive sponsorship deze nieuwe ontwikkelingen niet – of te laat – in de onderneming ter hand worden genomen. Maar de CEO die begrijpt dat data als (nieuwe) brandstof voor zijn onderneming steeds belangrijker wordt, zal deze ook inzetten. En zal er voor zorgen dat genoemde senior-rollen vanzelf zullen ontstaan.

‘Elk proces is een informatieproces’
Ik kom in mijn contacten met veel bedrijven en organisaties steeds meer senior managers tegen die een specifieke verantwoordelijkheid hebben voor de data en/of analytics van hun organisatie. Men (h)erkent dat data in de organisatie meer is dan kantoorautomatisering en ERP-/CRM-applicaties. Dus niet slechts als efficiency-gereedschap voor de aansturing van dat proces nodig zijn. Maar dat gegevens ook de primaire grondstof zijn geworden van hun productie- en serviceproces.

Veel bedrijven leveren vaak al informatieproducten, die in volledig data driven-processen worden ontwikkeld, geproduceerd en geleverd. De stelling ‘Elk proces is een informatieproces’ zou ik zeker wel durven te poneren en te verdedigen. Waarmee elk budget tevens ook deels een informatiebudget is geworden.

Een voorbeeld van een ‘data savvy’ CEO was Gary Loveman die bij Harrah’s Casino in Las Vegas werkte. Als COO begreep hij al het belang van data in de besturing en optimalisatie van de business. Hij wist hoeveel tijd mensen achter de goktafels spendeerden, wanneer ze besloten te stoppen of door te gaan. Welke incentives konden worden geboden om hen inderdaad hun verblijf aan de tafel te verlengen. Dat varieerde van een drankje, een gratis ontbijt of zelfs een extra overnachting, afhankelijk van hoeveel geld men vergokte. Maar ook te weten wanneer mensen, wat men hen ook bood, toch gingen vertrekken. Door het bestuderen van hun gedrag kon hij de operatie steeds verder optimaliseren. Toen hij uiteindelijk CEO werd, was hij al data-gericht en ontwikkelde hij zijn casino tot één van de meest succesvolle in Vegas.

Eigenschappen van de ‘data-savvy’ CEO
Over welke eigenschappen zou een ‘data vaardige’ CEO eigenlijk moeten beschikken? Allereerst moeten ze strategische gegevens planning begrijpen. Data is het nieuwe ruwe materiaal dat voorhanden is om nieuwe informatieproducten te kunnen bouwen, in combinatie van een proces opgebouwd uit kapitaal, mensen en arbeid. Ten tweede moeten ze goed analytisch onderlegd zijn. Begrijpen wat de juiste vragen zijn om te stellen én te beantwoorden om toegevoegde waarde te creëren. Zonder die elementaire analytische vaardigheden worden al snel verkeerde conclusies getrokken en uiteindelijk verkeerde bedrijfsbeslissingen genomen. Tenslotte moet de data-savvy CEO goed op de hoogte zijn van de technische mogelijkheden die zijn pad kruisen. Hij hoeft geen expert te zijn, maar moet minimaal een fundamenteel begrip hebben hoe techniek uiteindelijk de basis is voor een proces, een organisatie en de creatie en verkoop van een commercieel product.

‘Data is the new oil of this century’
Het is begrijpelijk dat als we in toenemende mate dit type CEO’s zien opkomen, ook de functies van Analytics Officer of Data Officer zullen ontstaan. Wellicht niet specifiek met die executive titels, maar zeker geborgd in de informatie-organisatie. Mede om de processen voor data governance, datacollectie en change management in de organisatie te ontwikkelen en te laten excelleren.

Olie was in de vorige industriële revolutie de basis van winst en groei. Data is de nieuwe olie van de informatiemaatschappij geworden. Het besef en de discussie over de essentiële data van het bedrijf dient aan elke directietafel aanwezig te zijn. Elke CEO die dat goed begrijpt, kan zijn bedrijf in deze informatie-eeuw succesvol verder laten groeien.

(ontleent aan een blog van David Dietrich. David is een Advisory Technical Consultant bij EMC Global Education Services).

Hans Timmerman, CTO EMC Nederland 

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgCEO’s opgelet: data is de nieuwe olie!Sun, 07 Apr 2013 00:00:00 +0200
Wat doet u met uw Lotus Notes applicaties?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/215/wat_doet_u_met_uw_lotus_notes_applicaties_.htmlWereldwijd werken maar liefst ruim 200 miljoen medewerkers met Lotus Notes Domino. Het is hun mailsysteem en in de meeste gevallen werken zij daarnaast in Lotus Notes gebouwde applicaties. De organisaties die met Lotus Notes werken hebben samen maar liefst 20 miljoen applicaties in gebruik. Die applicaties blinken zelden uit in een goede integratie met de rest van de omgeving, ze staan meestal op zichzelf en ondersteunen slechts een deel van een proces. Dat betekent dat veel van de in die applicaties gebruikte informatie wordt overgetypt, met alle kans op fouten van dien. De datakwaliteit houdt dan ook meestal niet over.

Gartner voorspelde onlangs dat in 2013 ongeveer een derde van de organisaties die nu met Lotus Notes werkt afscheid neemt van deze software. Dat betekent dat grofweg zo’n 7 miljoen in Lotus Notes gebouwde applicaties zullen worden uitgefaseerd. In sommige gevallen kan dat zonder problemen, in andere zal er een alternatief moeten komen. Dat is meteen een kans om die applicaties beter te integreren, zodat informatie die al in andere systemen aanwezig is automatisch wordt overgenomen in de nieuwe software.

De verleiding is groot de ene applicatie te vervangen door een andere. Nadeel hiervan is dat u het business probleem niet oplost en dat het proces en de applicatie niet één zijn geworden. Die kans ligt in het benaderen van de applicatie als proces en omgekeerd oftewel Process as an App. Daaronder verstaan we procescentrische applicaties die één proces van A tot Z ondersteunen. Het zijn maatwerkapplicaties die uit generieke bouwblokken zijn opgebouwd. Daardoor kunnen ze snel worden ontwikkeld en ook eenvoudig worden aangepast als processen veranderen. En dat is in het huidige economische klimaat - met steeds sneller veranderende klantwensen en concurrentie uit onverwachte hoeken - wel zo prettig.

Ook prettig is dat ze het proces als uitgangspunt nemen, waardoor medewerkers veel beter worden ondersteund in hun dagelijkse werkzaamheden. Ze hoeven niet langer zelf te bedenken welke taak ze in welke applicatie uitvoeren, maar ze krijgen een linkje in hun mail dat hen automatisch naar het juiste programma leidt. Process as an App wil namelijk niet zeggen dat het hele proces in die ene app zit. Nee, er wordt juist zoveel mogelijk gebruikgemaakt van bouwblokken die er al zijn en die veelal in andere applicaties zitten. Door onder water naar die applicaties door te linken ontstaat er meer samenhang in de ICT-omgeving en worden medewerkers op maat ondersteund.

Hebben uw medewerkers er genoeg van dat zij een lijdend voorwerp zijn in de bedrijfsprocessen? Maak ze dan een leidend voorwerp met de Process as an App aanpak. 

Harold Nelissen, Vanenburg Software

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.harold_nelissen_vanenburg_jpg/165_165_80_1__harold_nelissen_vanenburg.jpgWat doet u met uw Lotus Notes applicaties?Fri, 05 Apr 2013 00:00:00 +0200
In tijden van overvloed kun je veel bezitten en weinig benuttenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/214/in_tijden_van_overvloed_kun_je_veel_bezitten_en_weinig_benutten.htmlRecent wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de besturing van de eerste NV ter wereld juist de basis heeft gelegd voor onze moderne besturingsmodellen. Zo vond het onderzoeksteam van historicus Oscar Gelderblom economische oplossingen voor nu in de archieven van toen. 

Het belang van betrouwbare stuurinformatie of een goede informatievoorziening is zo vanzelfsprekend en belangrijk als het belang van goed bestuur zelf. Daarbij gaat het niet slechts om te kunnen vaststellen welke resultaten reeds zijn behaald, zoals een actueel overzicht van de financiële positie, maar het stelt de organisatie bovenal in staat om de koers voor de komende termijn uit te zetten. 

Met een goede informatievoorziening krijgt u inzicht in betrouwbare stuurinformatie die uw bedrijfsprocessen ondersteunt en tegelijkertijd gereed maakt voor de huidige ontwikkelingen in de markt op het gebied van Cloud, Mobility, Social Media en Big Data. Hiervoor is het belangrijk inzicht te krijgen over de aanwezige architecturen (Business, Informatie en Technologie) en de onderlinge afhankelijkheden en relaties. 

De behoefte aan stuurinformatie bestaat dus al heel lang. In tijden van overvloed hebben organisaties vaak voor elk stukje behoefte aan stuurinformatie nieuwe applicaties aangeschaft. Hierbij werd niet gekeken naar wat er al was of hoe applicaties konden worden ingepast in de bestaande architectuur. Over het algemeen bezit een organisatie na verloop van jaren dan ook een overvloed aan applicaties waarvan maar weinig functionaliteiten daadwerkelijk worden benut. Door uw informatievoorziening in kaart te brengen krijgt u inzicht in de architectuur van uw informatievoorziening en geeft het antwoord op de vraag; hoe hangen uw applicaties samen met uw bedrijfsprocessen? Ook is het belangrijk de functionele dekking van uw applicaties te analyseren; hoe goed ondersteunen uw applicaties uw bedrijfsprocessen?

De informatie-architectuur vormt daarmee de basis voor een omgeving waarin  zich alleen data & applicaties  bevinden die van belang zijn voor het genereren van uw stuurinformatie. 

Een goed informatiemodel maakt inzichtelijk welke informatiediensten uw processen en organisatie onderdelen ondersteunen. Met de inrichting van de juiste architectuur ontstaat er een informatiemodel die een flexibiliteit bevat om de nieuwste ontwikkelingen op IT gebied te benutten met een geringe impact op de business- & informatie-architectuur en creëert een stabiele en toekomstvaste basis voor uw gehele informatievoorziening. 

Dit weten we allang, alleen de noodzaak om ons eraan te houden was niet zo hoog. Er waren voldoende middelen voorhanden om van de architectuur af te wijken en wat nieuws te proberen. Met de voortschrijdende crisis en de daarmee gepaard gaande beperking van de beschikbare middelen, ontstaat er eindelijk op brede schaal een klimaat waarin er wel eerst gekeken wordt naar wat er al is. Dit verklaart ook de toenemende vraag naar het architectuur denken. In de praktijk blijkt dan vaak dat organisaties al veel meer hebben dan ze zelf weten en/of benutten. Een niet te missen kans toch? 

Walter Zondervan (foto)- Business Consultant, Linkedin
Edwin Koose - Senior Business Consultant, Linkedin

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/walter_zondervan.gifIn tijden van overvloed kun je veel bezitten en weinig benuttenThu, 04 Apr 2013 00:00:00 +0200
Meer participatie bedrijfsleven nodig bij opleiden jongerenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/213/meer_participatie_bedrijfsleven_nodig_bij_opleiden_jongeren.htmlDe afgelopen jaren zijn er in Nederland diverse initiatieven geweest om de kennis en vaardigheden van hoogopgeleiden beter te laten aansluiten op de eisen en wensen van het bedrijfsleven. Veel van deze initiatieven hebben echter niet opgeleverd wat er vooraf van werd verwacht. De reden is vrij duidelijk: het bleek iedere keer weer lastig om tot een goede samenwerking te komen met de bedrijven die aan een dergelijk project deelnamen. Toch laten onderzoeken iedere keer weer zien dat er wel degelijk behoefte is aan opleidingen die beter aansluiten op de praktijk. 

Neelie Kroes heeft zich de afgelopen jaren hard gemaakt om de werkloosheid onder jongeren in de Europese Unie terug te dringen. Onder haar bezielende leiding is nu een groot nieuw initiatief in de markt gezet: Academy Cube. Samen met een consortium van bedrijven biedt de Europese Unie universitair afgestudeerden de kans om hun opleiding beter te laten aansluiten op de praktijk. Het programma is in eerste instantie op Zuid-Europese landen gericht, maar toch kan Nederland hier ook een aantal leerpunten uit halen. Zeker als het gaat om op IT gerichte opleidingen. 

De IT-sector is in Nederland een belangrijke spil van de economie. We hebben circa 27.000 Nederlandse IT-georiënteerde bedrijven die meer dan 140.000 banen bieden. Door de vergrijzing van het IT-personeel zijn al deze bedrijven naarstig op zoek naar nieuw bloed. Zelfs in de huidige markt zijn jonge hoogopgeleide mensen lastig te vinden. Reden: IT wordt door jongeren vaak nog als saai bestempeld. Dat dit in mijn ogen geheel onterecht is, zal duidelijk zijn. In de praktijk blijkt IT wel degelijk spannend te zijn met nieuwe technologieën op het gebied van bijvoorbeeld social media, e-commerce en mobility. Jongeren weten vaak echter niet dat spannende mobiele apps en IT onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Helaas wordt dit op veel IT-gerichte opleidingen ook niet direct duidelijk. Het is jammer dat opleidingen vaak wél ingaan op bijvoorbeeld informatiekunde, maar jongeren niet of niet veel leren over de interactie tussen gebruiker en IT-applicatie door middel van onder meer een mobiele app. Terwijl het bedrijfsleven juist behoefte heeft aan mensen die ook op dit laatste punt goed geschoold zijn. 

Hoe kunnen we - met de kennis die we bij eerdere initiatieven hebben opgedaan - de kloof tussen opleiding en praktijk toch enigszins dichten? Allereerst wordt het tijd dat opleidingen, veel meer dan nu het geval is, een beroep gaan doen op gastdocenten uit de praktijk. Of dat bedrijven zelfs complete opleidingen voor pas afgestudeerden gaan verzorgen, waarbij jongeren zonder bedrijfservaring toch  klaargestoomd kunnen worden voor het bedrijfsleven. Hierbij kunnen gastdocenten kennis en ervaring delen die ze zelf in de praktijk hebben opgedaan. 
Maar ook het Academy Cube-initiatief biedt interessante kansen om de kloof te dichten. Via een op cloud-technologie gebaseerd internetplatform kunnen bedrijven en instituten e-learning cursussen aanbieden en vacatures plaatsen. Werkzoekende academici kunnen het platform inzetten om de vaardigheden en kwalificaties te leren die nodig zijn voor hightech-banen. Potentiële werkgevers zien op het platform met welke jonge talenten zij te maken hebben. De cursussen bieden de werkzoekende academici immers die kennis en vaardigheden die het bedrijfsleven ook daadwerkelijk nodig heeft.  Een bijkomend voordeel is natuurlijk ook dat Academy Cube topkandidaten koppelt aan vacatures van de deelnemende bedrijven. 

We hebben in Nederland nog wel eens de neiging om voor het oplossen van dit soort problemen vooral naar de overheid te kijken. Dat hielp ons in het verleden niet veel verder, dus laten we daar mee ophouden. Het bedrijfsleven moet niet blijven afwachten, maar zelf de mouwen opstropen en in actie komen. Het opzetten van e-learning cursussen en het leveren van gastdocenten is hierbij een goede eerste stap. 

Caspar Joustra
Algemeen Directeur bij SAP Nederland

 
]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/casper_joustra.jpgMeer participatie bedrijfsleven nodig bij opleiden jongerenThu, 04 Apr 2013 00:00:00 +0200
Houd de dief!http://www.executive-people.nl/executive_people/25/212/houd_de_dief_.htmlDropbox, Google Drive en Microsoft SkyDrive zijn echt geweldige concepten. Bestanden die via deze online opslagdiensten worden opgeslagen zijn vrijwel direct beschikbaar op pc, laptop, smartphone en tablet en kunnen met een muisklik worden gedeeld via e-mail, Facebook, Twitter en nog een hele reeks aan toepassingen. En voor de kosten hoef je het niet te laten: met een gratis account heb je bij Microsoft SkyDrive al 7 gigabyte aan opslagruimte tot je beschikking.

Geen wonder dat Dropbox en aanverwante applicaties vaak standaard aanwezig zijn op smartphones en tablets, oftewel de mobiele devices die in toenemende mate worden gekoppeld aan het bedrijfsnetwerk. En daar beginnen voor bedrijven ook de problemen. Want waar publieke opslag- en filetransferdiensten een zegen zijn voor de gebruiker zijn ze een ware nachtmerrie voor de beheerder van (vaak vertrouwelijke) informatie.

Een deel van de nachtmerrie schuilt in het persoonlijke karakter van deze publieke opslag- en filetransferdiensten. Zakelijke bestanden die in bijvoorbeeld Dropbox worden opgeslagen, belanden in een ‘persoonlijke cloudcontainer’. Verlaat de eigenaar van die container de organisatie, dan is dat met medeneming van de zakelijke documenten. Op die manier verliest de organisatie de controle en het intellectueel eigendom over haar eigen documenten. Aan de IT-afdeling de uitdaging om gevoelige informatie binnen een organisatie te houden die steeds mobieler wordt.

Een ander nadeel van een publieke dienst zoals Dropbox is dat informatie versnipperd raakt waardoor de beheerder niet meer weet waar hij zijn data terug kan vinden. Als de data governance niet op orde is, is de organisatie niet meer ‘in control’ wat bijvoorbeeld problemen op kan leveren op het gebied van compliancy. Bovendien is het lastig om een back-up te maken van versnipperde data, om nog maar te zwijgen over het herstellen ervan.

Een optie is de genoemde opslagdiensten rigoureus blokkeren, maar dat is in mijn ogen niet de juiste oplossing. Daarmee ontneem je medewerkers ook de voordelen die een dienst als Dropbox wel degelijk biedt. Bovendien is blokkeren een bijna onmogelijke opgave. De diensten worden toch wel gebruikt, al is het op privé-apparatuur die gebruikmaakt van het publieke mobiele netwerk en waar de IT-afdeling geen invloed op heeft.

Een betere oplossing is het bieden van een veilig, zakelijk alternatief voor Dropbox. Een alternatief waarbij je weet waar je gegevens zich bevinden en je niet het eigendom over je eigen data verliest. Waarbij een document niet wordt gedeeld alsof het een privédocument is en je de zekerheid hebt dat je een bepaald bestand ook weer terug kunt krijgen. Wees wel snel met het bieden van een veilig alternatief, want anders is het gebruik van bijvoorbeeld Dropbox niet te stoppen en nemen werknemers bewust of onbewust de benen met uw gevoelige informatie.

Richard Kroese is bij Novell als Regional Sales Director verantwoordelijk voor de verkoop in noord EMEA.

   

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.novell_richard_kroese_jpg/165_165_80_1__novell_richard_kroese.jpgHoud de dief!Thu, 04 Apr 2013 00:00:00 +0200
Is internet ‘going nuts’?!http://www.executive-people.nl/executive_people/25/210/is_internet____going_nuts_____.htmlMet de komst van de smartphone en tablets een aantal jaren geleden, is het belang van snel en veilig mobiel internet sterk gegroeid. Goede en vrije toegang tot het internet is voor velen een basisvoorziening geworden in het dagelijks leven. Net zoals drinkwater, riolering, gas en elektriciteit. Een publieke infrastructuur voor iedereen. Er is echter één verschil, het distributienetwerk van internet is niet ontworpen en geïnitieerd door de overheid. Zowel kabel als WiFi-verbindingen zijn in handen van commerciële aanbieders. Vreemd eigenlijk dat zo’n belangrijk maatschappelijk nut niet door ons zelf als burgers – de overheid dus – wordt geregeld.

Dat hebben we te danken aan het overmatige marktdenken eind vorige eeuw. De tijd van New Economy. Er was extreem veel vertrouwen dat de economie eeuwig zou blijven groeien, zonder dat we daar zelf veel aan hoefden te doen. Dat was dezelfde periode waarin ook de vreemdste financiële producten ontstonden als gevolg van uit de hand gelopen financiële toverkunst. We kregen te maken met tovenaarsleerlingen die hun toverkunsten niet meer onder controle hadden. Gelukkig zit onze economie goed in elkaar en ontstaat vanzelf de correctie op al dat overoptimistische denken. Met de ingang van de Kondratieff-winter begin deze eeuw is die correctie in gang gezet. Nu, tien jaar later, voelt de innovatieve industrie de economische lente allang weer prikkelen. De altijd achterlopende overheden moeten helaas nog door enkele laatste zure appels heen bijten.

Tolweg
Intussen zitten we wel met die privatiseringserfenissen van toen. We ontberen een goede, door de overheid geleverde informatievoorziening. Gewoon betaald met deels belastinggeld en deels afnamekosten. Net zoals we dat met de wegen doen. Een tolweg is een uitzondering en is alleen zinvol als daar grote private voordelen tegenover staan. Het Franse tolwegnetwerk voor snelle en gegarandeerde doorstroming van verkeer is daar een mooi voorbeeld van. Op die wijze zal ook voor grote en intensieve internetvoorzieningen altijd een commerciële variant blijven bestaan. Een commerciële tolweg voor internet. Maar voor het gewone, dagelijkse verkeer zal de infrastructuur in stand worden gehouden door de overheid.

Gratis WiFi
We zien dat enkele steden die initiatieven al ontplooien. Zij leggen openbare WiFi-netwerken aan, betaald door de gemeente en zonder enige vorm van reclame om de kosten te dekken. Ook veel horecabedrijven bieden tegenwoordig die gratis, reclamevrije dienst aan als ‘normale’ service. De kosten zijn netjes verwerkt in hun dienstverlening. Prima.

Afgelopen weken las ik het bericht dat de start-up Bullseye aankondigde in 37 Nederlandse steden gratis WiFi te gaan uitrollen. Mooi initiatief denk je in eerste instantie. Maar waarvan betalen ze dat eigenlijk? Dan blijkt dat deze commerciële partij in ruil daarvoor je aandacht vraagt voor allerhande advertenties die het tijdens het gebruik naar je toe stuurt en daartoe tijdelijk je verbinding onderbreekt. Natuurlijk, commercieel kan dat niet anders, voor niets gaat immers de zon op, maar ik weet niet of we hier echt op zitten te wachten.

l’Histoire se répète
Allereerst weet je absoluut niet of het netwerk veilig is, wat er met je dataverkeer gebeurt en of het wel voldoende hacker-proof is. Het aantal hacks via onbekende, gratis WiFi-aanbieders neemt hand over hand toe. Daarom is het logisch dat we deze nutsvoorziening als samenleving zelf in beheer gaan nemen. Goed beschermd en betaald via een open en overzichtelijk vergoedingssysteem. Het is (achteraf) jammer dat we in die jaren van overdreven marktwerking dit soort ‘fouten’ in de vorming van onze nieuwe informatiemaatschappij hebben laten ontstaan Maar we zien dat lokale overheden deze omissie aan het herstellen zijn. Net zoals er vroeger door de lokale overheid geïnitieerde elektriciteitsdistributie ontstond, ontstaat nu op WiFi gebaseerde internetdistributie. l’Histoire se répète.

Waarschijnlijk zullen die WiFi-netwerken over tien jaar weer worden samengevoegd, net zoals de vroeger lokaal ontstane gas-, water- en elektriciteitsnetwerkbedrijven. En dan zijn we terug bij af, zoals de vroegere PTT dat al deed via een stabiel, overzichtelijk en veilig telefoonnet. Ondanks het feit dat een overheidsbedrijf wellicht iets trager en duurder is dan een commercieel bedrijf, weerhoudt ons dat wel van een wildgroei van commerciële partijen, en daarmee een onoverzichtelijke markt, onvoldoende garanties voor schaalbaarheid, krenten uit de pap etende aanbieders en grote vraagtekens over de veiligheid en privacy.

Sommige zaken zijn voor onze samenleving zó belangrijk, dat we daar zelf de zeggenschap over moeten houden. Dat geldt zeker voor het internetnetwerk waaraan iedereen content mag aanbieden, maar waarvan het beheer en instandhouding via onze overheid in onze eigen ‘burgerhanden’ blijft. De vrijheid van informatie is een groot goed, dat vraagt om de beste bescherming.

Hans Timmerman, CTO EMC Nederland

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgIs internet ‘going nuts’?!Fri, 29 Mar 2013 00:00:00 +0100
In Control met Cloud Managementhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/209/in_control_met_cloud_management.htmlHet IT-landschap verandert; cloud is geen lege container meer, maar biedt meerwaarde indien voor een goede functionele invulling wordt gekozen. Cloud biedt u flexibiliteit, verkort provisioning tijden van applicaties en systemen en geeft gebruikers de mogelijkheid om meer zelf te doen. Dat is mooi, want gebruikers (of dit nou eindgebruikers, systeem- of applicatiebeheerders zijn), nemen geen genoegen meer met “Dat kan niet”. Als de eigen IT-organisatie niet kan leveren wat zij vragen, bestaat de kans dat gebruikers zelf buiten de deur gaan shoppen...Shadow IT is geboren. 

Van ‘gatekeeper’ naar ‘storekeeper’
De ontwikkelingen op het gebied van cloud, het succes van Bring Your Own Device en de verwachtingen die gebruikers hebben, zorgen er dan ook voor dat de rol van de IT-professional verschuift van ‘gatekeeper’ naar ‘storekeeper’. De tijd waarin de IT-afdeling voorzag in alle behoeften op het gebied van hardware, software, applicaties en data (alleen) uit het eigen datacenter, is voorbij. 

Als storekeeper is IT de enabler waarin gebruikers kunnen werken zoals ze willen waarbij IT zoveel mogelijk self service realiseert. Door gebruik te maken van de beschikbare data en applicaties binnen organsatie, gecombineerd met technologie uit nieuwe bronnen zoals
cloud, wordt een optimale werkomgeving gecreëerd voor alle gebruikers. 

Grip op IT

Om als storekeeper grip te houden op de IT, waarbij steeds meer acties en verantwoordelijkheden bij de gebruiker komen te liggen, zijn managementoplossingen nodig: Cloud Managementoplossingen. Cloud Management maakt IT 2.0 mogelijk en zorgt ervoor dat een statisch, tradioneel datacenter, wordt omgevormd naar een flexibel, autonoom en dynamisch datacenter. In dit nieuwe scenario wordt waar nodig tevens gebruik gemaakt van private, hybrid of public cloud. 

De 3 lagen van Cloud Management

Wanneer over cloud management wordt gesproken, zijn in eerste instantie drie lagen relevant. Deze lagen dragen bij in de realisatie van een dynamisch datacenter en het management van cloud resources:
  • Operationeel beheer zorgt voor in het in stand houden van de infrastructuur zoals deze nu bestaat. Wanneer er aanpassingen binnen de infrastructuur nodig zijn worden deze verzorgd door de tweede laag:
  • De laag voor configuratiebeheer. Binnen deze laag zitten ook de mogelijkheden voor self provisioning verpakt.
  • De derde laag heeft betrekking op geautomatiseerde beslissingen die genomen worden: analyse & orchestration. Oplossingen binnen deze laag zorgen ervoor dat het datacenter proactief in actie komt als er iets mis gaat. Daarnaast worden standaard taken zoveel mogelijk geautomatiseerd. 

Parallel hieraan zorgt Identity & Access Management voor de toegang, en User Environment Management voor configuratie, beheer, beveiliging en toewijzing van applicaties. De bestuurlijke laag geeft richting aan de toekomst van de infrastructuur. Wanneer vanuit het perspectief van de storekeeper naar Cloud Management wordt gekeken, kan geconcludeerd worden dat niet alle lagen altijd even relevant zijn. Indien u veel gebruik maakt van SaaS-oplossingen, ligt een groot deel van het operationeel beheer en orchestration bij de provider. Draait u zelf een dynamisch datacenter of private cloud, ligt dit uiteraard anders.
 
IT 2.0: Cloud Management als strategische factor
De rol van IT als storekeeper én het gebruik van private maar ook publieke bronnen, waarbij u in control blijft door Cloud Management goed te gebruiken, dragen bij in de realisatie van IT 2.0. Op deze manier wordt IT een service, en een strategische factor voor de organisatie!

Wat is uw visie? Ik kom graag met uw in contact! U kunt mij mailen via vbe@pqr.nl

Viktor van den Berg
Senior Consultant @PQRnl
]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.victor_van_den_berg_png/165_165_80_1__victor_van_den_berg.pngIn Control met Cloud ManagementThu, 28 Mar 2013 00:00:00 +0100
IT-afdelingen betalen teveel voor koelinghttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/208/it_afdelingen_betalen_teveel_voor_koeling.html
Energie besparen in een klein of middelgroot datacenter is vaak zo eenvoudig voor elkaar te krijgen, dat je je bijna gaat afvragen waarom het niet veel vaker gebeurt. Zo kunnen bedrijven met weinig moeite 20 procent besparen op de energiekosten die met koeling gepaard gaan. Hoe? Door over te stappen op koelen per rack. Het wegkoelen van warmte gebeurt dan veel efficiënter en dus goedkoper.

Koelen bij de bron
Koelen doe je je zo dicht mogelijk bij de (warmte)bron. Een aantal jaren terug was het nog heel normaal dat IT-apparatuur verspreid opgesteld stond in een computerzaal. Het was dan zaak in die gehele ruimte de temperatuur op een acceptabel niveau te brengen en te houden.

Hoe anders is de situatie in het moderne datacenter. Vierkante meters kosten veel geld, dus is er een enorme behoefte ontstaan om meer ‘compute power’ in de beperkt beschikbare ruimte te plaatsen. Blade servers nemen veel minder ruimte in, maar als we een rack vol plaatsen met dit type apparatuur produceert dat kabinet natuurlijk per vierkante meter wel veel meer warmte dan traditionele IT-apparatuur. We zien hierdoor de warmteproductie in computerzalen sterk toenemen. DatacenterDynamics Research heeft uitgerekend dat wereldwijd de warmteproductie per rack op gemiddeld 4 kW ligt. Tegelijkertijd zien we in wat zo fraai heet ‘mature markets’ (de Verenigde Staten en West-Europa) steeds meer racks die 10kW of meer produceren. Dat is een verdubbeling of zelfs verdrievoudiging van de warmteproductie.

Geld besparen
We zien ook nog een andere ontwikkeling binnen organisaties: de enorme groei in de vraag naar computerruimtes. Vroeger werden datacenters veelal in geheel nieuw gebouwde hallen ondergebracht. Met de enorme vraag naar IT-capaciteit duurt dat te lang en is dat vaak ook te duur. Dus nemen we steeds vaker bestaande panden en bouwen die om tot datacenter. Traditionele voorzieningen als verhoogde vloeren waar koude lucht onderdoor stroomt, zijn dan lang niet altijd mogelijk. Bovendien scheelt het achterwege laten van verhoogde vloeren simpelweg geld.

Nieuwe situatie
Beide trends plaatsen de IT-afdeling voor een interessante uitdaging. Niet langer is de warmteproductie min of meer netjes verdeeld over de gehele computerzaal, maar er ontstaan plekken waar een enorme warmteproductie plaatsvindt. Dit zijn de beruchte ‘hotspots’. Die vormen een groot probleem bij een traditionele aanpak waarbij de gehele ruimte als een geheel wordt gekoeld. Tegelijkertijd bieden deze hot spots echter ook mooie kansen als organisaties overstappen op koelen per rack of rijen van kabinetten. Koelen doen ze dan zo dicht mogelijk bij de bron. Dus als de warmteproductie goed geconcentreerd is, kunnen ze goed en efficiënt koelen. Door de warmteproductie op enkele plekken te concentreren, voorkomen ze bovendien dat warme en koude lucht door elkaar heen gaan stromen. Dat zou het effect van koeling namelijk minder maken, doordat de aangevoerde koude lucht als het ware wordt ‘vervuild’ met warme lucht die zich elders in de computerzaal bevindt. De koellucht wordt hierdoor warmer en daarmee neemt de koelcapaciteit van die luchtstroming dus af.

Modulair koelen
Koelen per rack of row is op zich geen nieuwe visie. Al jaren schrijven deskundigen over de voordelen van deze aanpak. Toch zagen we lange tijd slechts een beperkte acceptatie van deze manier van koelen. Dat had enerzijds te maken met de lange levensduur van computerruimtes. Bedrijven bouwen immers niet iedere week een nieuw datacenter, dus het duurt even voordat dit soort technisch ingrijpende ideeën breed worden toegepast. Anderzijds ontbrak het vaak aan goed technische oplossingen. De industrie levert nu modulair opgebouwde koelsystemen die het mogelijk maken om op heel eenvoudige wijze koelcapaciteit bij te plaatsen als de productie van warmte toeneemt. Bijvoorbeeld omdat nieuwe IT-capaciteit in het datacenter wordt geplaatst.

Snel toenemende investeringen
Het resultaat van een overstap op rack/row level cooling is een veel efficiëntere vorm van koelen. Hierdoor gebruikt het koelsysteem beduidend minder energie. Onderzoek van IMS Research toont dan ook aan dat deze manier van koelen nu duidelijk aanslaat. Het onderzoeksbureau heeft berekend dat de markt voor ‘rack/row level cooling’ de komende jaren met gemiddeld 20 procent per jaar in omzet zal groeien. Dit betekent dat organisaties in 2016 wereldwijd een half miljard dollar investeren in deze manier van koelen. Deze investeringen zijn in mijn ogen snel terugverdiend als organisaties tot wel twintig procent per jaar op hun energiekosten voor koeling kunnen besparen.

Paul Bron, vice president IT Business Schneider Electric

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.paul_bron_gif/165_165_80_1__paul_bron.gifIT-afdelingen betalen teveel voor koelingThu, 28 Mar 2013 00:00:00 +0100
Is er een verband?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/205/is_er_een_verband_.htmlIs er een verband tussen zaken die op het oog onlogisch lijken maar in de praktijk toch anders uitvallen? Zo vraag ik mij af of er een verband is tussen het aanhoudende koude en gure weer en de teruglopende economische bestedingen. Ook ik begreep al vroeg dat je sneller op een terras gaat zitten en geld uitgeeft bij 18 graden in een zonnetje dan bij -3 en lichte sneeuw, dus dat is te makkelijk. Nee, ik bedoel eigenlijk te zeggen dat door het uitblijven van het “lekkere” gevoel ook het economisch “gevoel” uit blijft.  Economisch gevoel, dat is weer een aanwinst voor het steeds dikker wordende digitale groene boekje. Als dit zo doorgaat is er straks een Big Data Appliance nodig om iets op te zoeken in het groene boekje. En is zo’n Big Data Appliance dan gelijk ook erg duurzaam omdat het om het groene boekje en dus groene data gaat? Oef, wat een dilemma. 

Ik dwaal af. Komt denk ik door de Big Data en het feit dat overal waar ik kom in Nederland bomen gekapt en gesnoeid worden en ik dus het door de gekapte bomen het  bos niet meer kan zien.  Maar, en dat is het positieve, daar zie ik dus wel een verband! Bomen en struiken worden al jaren rond deze tijd gekapt en gesnoeid. Heeft niets met de sneeuw en vorst te maken (blijkt uit de praktijk) maar met de tijd van het jaar. Ik denk dat we hier van een trend mogen spreken. Persoonlijk vraag ik me wel af of de groei van bomen en struiken geen hinder gaat ondervinden van het ijzige klimaat van dit moment. Dat weten we natuurlijk achteraf maar er zijn vast voldoende experts die hier een mening over hebben. Sommigen zullen stellen dat het geen enkel probleem is, anderen zullen stellen dat het mogelijk toch impact zal hebben en dat er wellicht een 5,62% krimp in de year-2-year groei zal zijn bij met name knotwilgen maar dat impact op het bruto nationaal product minimaal zal zijn en dat het slecht 0,03% zal bijdragen aan de extra werkloosheid. Dus het valt eigenlijk best wel mee. 

En zo kom ik via dit bomen-en-struiken bruggetje bij het eigenlijke verband dat ik wil bespreken. Het verband tussen het uitblijven van economische groei en het gevoel van mensen. Het gevoel van de gemiddelde Nederlander is niet goed. Het kabinet wil maar het braafste economische jongetje van de Europese klas blijven en roept om nog meer bezuinigingen. Zelfs als het IMF stelt dat dit niet nodig is en dat er best langer over gedaan mag worden, wordt er niet op gereageerd. Niet (verder) bezuinigen maar stimuleren, al is het maar minimaal qua geld maar maximaal met woorden. Dat zal het gevoel van de consument  veranderen. En een veranderend consumenten gevoel kan heden ten dagen alleen maar verbeteren! In de VS wordt de economie steeds een stukje beter. Ik vraag me af hoe dit komt. Zou er een verband zijn? Amerikanen zijn veel beter in marketing dan Nederlanders. Ook al is er niets te melden over bijvoorbeeld een heel simpel product dan nog is men in de VS in staat om middels veel teksten, glossy advertenties en mooie video’s en animaties de consument het gevoel te geven dat deze echt een ongelofelijke sufferd is als hij of zij het beoogde product niet heeft aangeschaft.  

Daar zit mijn in ziens dus wel een verband. Het kabinet moet aan marketing gaan doen. Marketing volgens de VS-methode. Breng het slechte nieuws minimaal en verpak het zo dat iedereen het geen slecht nieuws vindt en breng het matige en goede nieuws op een dusdanige manier dat de consument er een meer dan goed gevoel bij krijgt.  En dan krijgen we weer economische groei want het economisch gevoel wordt beter. Als leden van het de regering deze column lezen weten ze gelijk wat hun te doen staat. Snel en adequaat handelen en gelijk een Europese openbare aanbesteding uitschrijven voor het leveren van Amerikaanse senior marketeers. Bij voorkeur met ervaring in de politiek en braafste leerlingen. Haast is geboden, dat merken we helaas elke dag. 

Eugene Tuijnman, CEO SLTN

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.eugene_tuijnman_nieuw_png/165_165_80_1__eugene_tuijnman_nieuw.pngIs er een verband?Thu, 21 Mar 2013 00:00:00 +0100
Visie: CIO's vergeten nog altijd energiemanagement in hun strategie op te nemenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/204/visie__cio_s_vergeten_nog_altijd_energiemanagement_in_hun_strategie_op_te_nemen.htmlVeel bedrijven hebben energiemanagement nog altijd niet opgenomen in de IT-strategie. Hierdoor opereren zij op het gebied van energie vaak uitsluitend reactief en spelen zij niet in op de kansen rond energiebesparing. Energie is voor veel datacenterseen van de snelst groeiende operationele kostenposten. Hoe hoger deze kosten oplopen, hoe meer de CFO zich met het datacenter gaat bemoeien.Dat levert niet alleen pittige discussies op, maar kan ook betekenen dat veel IT-investeringen lastiger tot stand komen. Hoe kunnen CIO’s dit beter aanpakken?

Vaak bestaan de plannen van CIO’s en IT-managers uit projecten waar zij het meeste verstand van hebben. Denk aan het plannen en consolideren van een enterprise resource planning (ERP-)systeem of projecten op het gebied van storage en databases. Als de datacenter-infrastructuur überhaupt al onderdeel is van de IT-strategie, dan wordt vaak de nadruk gelegd op de IT-behoeften van het datacenter, zoals de migratie naar nieuwere blade servers of het invoeren van betere mogelijkheden voor systeembeheer.

Inzicht in energieverbruik

CIO’s hebben de neiging om veel minder aandacht aan energieverbruik en –beheer te besteden, in het bijzonder in relatie tot de voeding- en koelinginfrastructuur. Wellicht komt dit doordat zij vaak geen inzicht hebben in de energierekening en daardoor de ernst van de situatie niet inzien. Sommige bedrijven beginnen wel met “Green IT” door plannen voor virtualisatie, blade servers of andere maatregelen. Maar juist ook power en koeling in datacenters en de daarvoor benodigde energie moeten ook worden beschouwd als onderdeel van een IT-strategie.

ROI-berekeningen

We moeten niet te licht denken over energiekosten en datacenters. Het gaat omheel veel geld. Een groot datacenter verbruikt per jaar voor vele miljoenen euro’s aan energie. Van de totale kosten die een bedrijf maakt voor een datacenter is bovendien al gauw de helft gerelateerd aan energie. Met andere woorden: terwijl het datacenter eigenlijk wordt opgezet om IT-diensten voor de business te realiseren, gaat de helft van de investeringen zitten in energie voor onder andere power en cooling. Het is dan ook erg vreemd dat veel bedrijven nog altijd een aanpak volgen waarbij de IT-strategie en de facilitaire aanpak nog altijd los van elkaar worden vastgesteld.

Energiemanagement in de IT-strategie opnemen, biedt grote voordelen. De energiekosten worden dan - zoals het ook eigenlijk hoort - onderdeel van de ROI-berekeningen rond IT-investeringen.Dat geeft een veel realistischer beeld van de opbrengsten van investeringen. Bovendien is dit een slimme aanpak om in deze economisch lastige tijden tot gunstige ROI-berekeningen te komen. Dat maakt het veel eenvoudiger om de financiering van investeringen in datacenters en ICT-oplosisngen ‘rond’ te krijgen.

Paul Bron is Vice president van de IT Business van Schneider Electric Nederland

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.paul_bron_jpg/165_165_80_1__paul_bron.jpgVisie: CIO's vergeten nog altijd energiemanagement in hun strategie op te nemenThu, 21 Mar 2013 00:00:00 +0100
Het einde van het web zoals wij dat kennenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/202/het_einde_van_het_web_zoals_wij_dat_kennen.htmlIk las een interessant artikel van David Gelernter, hoogleraar bij Yale, over hoe hij denkt dat het internet zich zal ontwikkelen. Volgens hem zal het web, zoals we dat op dit moment kennen, geheel verdwijnen. Hij denkt aan een digitale wereld die bestaat uit ‘life streams’, vele parallelle, eindeloze informatiestromen. Blogs, RSS feeds, chats, tweets, facebook-walls en andere tijdlijnen. Een verschuiving van wat hij het platte presentatiescherm noemt, naar een multidimensionale ruimte waar continu informatie doorheen stroomt.

Alle informatie zal zich uiteindelijk omvormen naar op tijdlijn gebaseerde stromen. Een heterogene, op inhoud doorzoekbare, realtime stroom van berichten. Hij vergelijkt het met een soort magisch dagboek waarvan de pagina’s zich vanzelf omslaan. Een zelf gekozen digitale wereld die vanzelf aan je voorbij komt. Dat wil zeggen, datastromen die je hebt gekozen te volgen. Tot een onderwerp ‘langs’ komt dat je interesseert, waarop je klikt en dan zal het bladerende boek stoppen en kun je lezen of terugbladeren.

Dus het web verandert van een statische verzameling van gegevens naar dynamische informatiestromen, waar je wel of niet op aangesloten kunt zijn. Waar je je eigen ‘volg-windows’ op instelt en zo je eigen gekozen informatie volgt. En waarmee het web – zoals we het nu kennen – langzaam zal verdwijnen.

Weinig dynamisch
David Gelernter was begin jaren negentig één van de voorspellers van het huidige world wide web. In zijn boek Gespiegelde werelden beschreef hij samen met Bill Joy, de oprichter van SUN Microsystems, een vooruitblik op de web-wereld zoals we die nu zo goed kennen. Zijn nieuwe verwachtingen hebben derhalve zeker de aandacht van velen die zich bezighouden met de ontwikkeling van het web, en de achterliggende computersystemen. Hij vergelijk het huidige web met een kioskstandaard vol dag- en weekbladen. Je pakt er een blad uit, gaat dat lezen en zet het vervolgens weer terug. Een weinig dynamisch geheel.

Het web als een dagboek heeft een tijdlijn. Berichten komen automatisch binnen en de informatie vernieuwt. Informatie ontstaat immers in de loop van tijd. Ons nieuws wordt niet meer in batches van eenmaal per dag geleverd, zoals dat nu nog bij gedrukte dagbladen het geval is, maar stroomt de hele dag binnen. Nieuws is een oneindige stroom informatie geworden. We zoeken ook naar gebeurtenissen in termen van ‘vorige week donderdag’, ‘twee weken geleden’ of ‘ergens in het voorjaar’. Niet meer ruimte- of plaats-, maar tijd-gebaseerd. Tijd is de nieuwe metafoor geworden in het denken in informatie. Logisch eigenlijk, zo leven we ons leven ook: een tijdlijn van gebeurtenissen.

Tijd
Het heeft twintig jaar gekost voordat ‘tijd’ de basis werd van internet. Dat vraagt ook een andere manier waarop we informatie op het internet moeten zoeken, vinden, gebruiken, opslaan en archiveren. Dat gebeurt nu op een eenvoudige, statische wijze. Gelernter zoekt echter naar betere manieren. Dat dit een tijd-gebaseerde wijze zal zijn, staat voor hem vast. De meest belangrijke functie van het internet is het leveren van actuele informatie. Vertellen wat er nú gebeurt. Daarom zijn de afgelopen jaren zoveel tijd-gebaseerde structuren ontwikkeld binnen het web. Twitter is daar een goed voorbeeld van. We willen continu onze honger naar nieuwe informatie stillen. Of het nu via tijdlijnen of tweets gaat, onze berichtgeving is een in de tijd georganiseerde stroom van gegevens geworden.

Natuurlijk kunnen we naast het heden, ook zoeken in het verleden. In de cyberwereld kun je in de tijd naar voren en naar achteren bewegen. Een nieuw feit wordt binnen enkele seconden geschiedenis en stroomt vanzelf naar achteren in die cyberwereld. Net zoals een blaadje dat je in een stromende beek gooit. Documenten, berichten of foto’s vallen op dezelfde manier in die denkbeeldige beek en stromen direct weg. Het verleden in. Een op tijd gebaseerd verleden, waar je dus ook de inhoud tijd-gebaseerd van kunt doorzoeken.

Maar wat gebeurt er als we al die stromen, feeds, chats samenvoegen? Als al die beken samenkomen in een wereldstroom van informatie? Een enorme rivier waar alle informatie uit de hele wereld samenkomt en voorbij stroomt? Dan ontstaat een nieuwe cyberwereld. Hoe ga ik daar zoeken? Wat wil ik eigenlijk vinden? Wat wil en kan ik wel en niet zien? Het is onmogelijk geworden werkelijk ál die voortstromende gegevens te zien. Daarnaast bestaat een deel van die informatiestroom uit privégegevens, waar we niets of slechts weinig van kunnen zien.

Stream browsers
Hoe gaan we in die eindeloze rivier zoeken? Niet meer zoals nu, door ‘sites’ of folders te doorzoeken. Het is eerder een emmer in een waterput laten zaken en ‘terug’ in de tijd informatie te zoeken. Hoe dieper je de emmer laat zakken, hoe ouder de informatie die je tegenkomt en omhoog kunt halen. Een waterput met digitale geschiedenis van het web. Als je de ‘emmer’ dertig jaar diep laat zakken, kom je bij de eerste berichten op het web uit. Al het andere is later – in de tijd – toegevoegd. Zelfs gedigitaliseerde geschiedenis.

Dat betekent dat zoekmachines ook zullen veranderen. Mensen zullen focussen op bepaalde informatie en vandaar uit verder en dieper zoeken. We gaan vaker gebruikmaken van allerlei nieuwe stream-browsers, gebouwd om informatiestromen toe te voegen, samen te voegen en te navigeren tussen die stromen. Of twee stromen van elkaar aftrekken en de verschillen herkennen. Een nieuw soort wiskunde rond informatiestromen. Met nieuwe praktische mogelijkheden die ons op maatgemaakte informatie kunnen leveren. Een interessante gedachte.

Hans Timmerman, CTO EMC Nederland
 
    

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgHet einde van het web zoals wij dat kennenWed, 20 Mar 2013 00:00:00 +0100
Vijf tips voor succesvolle implementatie van mobiliteithttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/201/vijf_tips_voor_succesvolle_implementatie_van_mobiliteit.html
Mobiliteit binnen organisaties is meer dan alleen draadloze toegang tot een website, het intranet of andere zakelijke oplossingen. Het gaat er om dat mobiele apparaten worden ingezet om technologische vernieuwingen te stimuleren en op die manier veranderingen teweeg te brengen. Om hier een succes van te maken moeten bedrijven veel organisatorische en technologische aanpassingen doen, zodat ze kunnen profiteren van operationele voordelen die deze vernieuwingen op termijn kunnen opleveren.

Mobiele oplosingen zijn al decennia geleden in de zakelijke wereld geïntroduceerd, maar met de komst van mobiele apparaten, zoals smartphones en tablets, is de implementatie van deze oplossingen enorm versneld. Zakelijke mobiliteit – ook wel ‘enterprise mobility’ genoemd – richtte zich eerst voornamelijk op het maken van een bedrijfswebsite die er op een mobiel apparaat goed uitzag, maar wordt nu ingezet om op nieuwe manieren zaken te doen.

Hieronder vijf tips waar bedrijven rekening mee moeten houden om mobiliteit succesvol te implementeren binnen hun organisatie.

1. Ontwikkel een enterprise mobility-strategie

Om een goede strategie te ontwikkelen moeten organisaties zichzelf een aantal vragen stellen, zoals wat is het doel van mobiliteit, wat is het concurrentievoordeel en hoeveel ROI levert het op? Zorg ervoor dat processen en oplossingen waar mobiliteit effect op kan hebben worden geïdentificeerd. Het belangrijkste is om de succesfactoren te definiëren, zodat de organisatie voortgang aan kan tonen.

2. Zorg ervoor dat investeringen ook in de toekomst bruikbaar zijn

Besteed het onderhouden van nieuwe platforms en operationele systemen uit aan een expert. Dit is een specifiek vakgebied en hier moeten organisaties geen risico’s nemen door het beheer zelf te doen. Vergeet niet om een uitgebreide teststrategie op te zetten, zodat kwaliteits-apps en goede gebruikerservaringen gegarandeerd zijn.

3. Zorg voor toegankelijkheid voor de gebruikers en laat IT het beheer uitvoeren

Zakelijke gebruikers (de “business”) moeten de mogelijkheid hebben om applicaties te maken die bestemd zijn voor een bredere markt en die belangrijke initiatieven ondersteunen, waaronder innovatie. Ondertussen kan de IT-afdeling de apps blijven beheren – zoals governance, compliance en beveiliging – om ervoor te zorgen dat deze stabiel en goed beveiligd zijn en blijven. Dit wordt ook wel ‘vrijheid binnen een framework’ genoemd.

4. Zorg voor een goedgekeurde BYOD-strategie

Volgens Cognizant hebben organisaties twee keuzes als het gaat om BYOD; doe het nu of doe het later. Eén ding staat vast: medewerkers zullen hun eigen apparaten mee gaan nemen en de IT-afdeling gaan vragen om deze “devices” te ondersteunen met de juiste oplossingen. Het is daarom belangrijk dat iedere organisatie een duidelijk BYOD-beleid opstelt, waarin ze onder andere een lijst van goedgekeurde apparatuur, verantwoordelijken en kostenvergoeding opnemen.

5. Selecteer een enterprise mobility-partner

Selecteer een partner die zowel de IT- als zakelijke kant begrijpt en daarnaast kennis heeft van integratie, beveiliging en mobiele ontwikkeling op verschillende platforms. Zorg ervoor dat het team continu voorblijft op de laatste ontwikkelingen en dat er een basis ligt voor vertrouwen in de gekozen partner op de lange termijn. Veel starters zullen het niet redden of wellicht worden overgenomen door grotere organisaties. Dit kan de gezamenlijke oplossingen en afspraken met een partner teniet doen.

Mobiliteit zorgt voor meer efficiëntie van IT-taken en maakt het leven van gebruikers eenvoudiger. Toch kan mobiliteit een stoorfactor zijn voor organisaties die zowel bedrijven als consumenten bedienen. Mobiliteit vormt de basis van een flexibelere IT-infrastructuur, samen met de inzet van social media, analyse en cloud computing. Bedrijven die slim omgaan met al deze factoren kunnen producten en diensten op een geheel nieuwe manier ontwikkelen voor bestaande en nieuwe klanten. Op die manier kan mobiliteit bijdragen aan innovatie in de toekomst.

Mahesh Venkateswaran, SVP, Emerging Business Accelerator Division, Cognizant

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.mahesh_venkateswaran_jpg/165_165_80_1__mahesh_venkateswaran.jpgVijf tips voor succesvolle implementatie van mobiliteitMon, 18 Mar 2013 00:00:00 +0100
Visie: Configureren kun je lerenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/199/visie__configureren_kun_je_leren.html

Servers hebben het soms zwaar te verduren met de grote hoeveelheid data die ze te verstouwen krijgen door het toenemende aantal mobiele apparaten. Performance is dan ook key. Maar ook kosten- en energiebesparing is tegenwoordig een belangrijk gegeven. Hardware als geheugenmodules kunnen hier een essentiële bijdrage aan leveren. Maar er ‘even een aantal geheugenmodules bij plaatsen’ is geen oplossing.

Geheugen wordt vaak gezien als sluitstuk in eendatacenter of server-omgeving. En dat terwijl met de juiste configuratie zakelijke doelstellingen als energiebesparing, capaciteitsplanning en performanceverbetering ondersteund worden. Servers worden geconfigureerd en aangeleverd door de OEM-leverancier. Deze configuratie kan op het moment van levering de juiste zijn, maar door snelle technologische ontwikkelingen, veranderingen in marktvraag en bedrijfseconomische verschuivingen niet meer optimaal aansluiten bij de zakelijke doelstellingen. Dit ondermijnt de mogelijkheid om flexibel te reageren op wisselende vereisten. Kostenbesparingen, duurzaamheid en schaalbaarheid zijn maar enkele voorbeelden van zaken die hierdoor beïnvloed worden.

4x4 of 1x16?

Maar wat kun je als bedrijf hieraan doen? En hoe bepaal je eigenlijk de juiste hoeveelheid en typen geheugen? Kortom: welke mogelijkheden hebben bedrijven om hun servers up-to-date te houden en zo het beste uit hun systeem te halen?

Enerzijds is het raadzaam om al over geheugen na te denken op het moment dat de bedrijfsdoelstellingen worden opgetekend. Capaciteit, snelheid en voltage zijn maar een paar elementen die van geheugenconfiguratie een erg complexe bezigheid maken en daardoor van invloed zijn op de mate waarin de investering rendabel is. Anderzijds is net als met al het andere dat we moeten leren de basis hetzelfde: scholing. Tijdens een configuratietraining zoals KingstonConsultworden zowel IT als zakelijke stakeholders gewezen op de technische en commerciële uitdagingen en voordelen van bepaalde geheugenmodules en -configuraties. Een zogenaamde ‘health check’ dus. Want het kan in bepaalde gevallen veel efficiënter zijn om vier modules van 4GB te plaatsen dan één geheugenmodule van 16GB, afhankelijk van het type server en de doelstellingen.

Zo liet het team van VMware’s Integration Engineering (IE) van de 416 servers binnen de cloud-omgeving, van 288 stuks de geheugencapaciteit bijwerken. Om de geheugencapaciteit van deze 288 servers te verhogen van 48 GB naar 96 GB installeerden de specialisten van VMware 1.728 Kingston 8 GB laagspanningsmodules. Hiermee werden alle 416 servers over de hele linie op 96 GB gebracht. Naast verdubbeling van de workload zorgde het geheugen er ook voor dat het gemiddelde aantal programma’s per server steeg met 150% (van twee programma’s op een server van 48 GB naar vijf op een server van 96 GB). Bovendien berekende het IE-team een gemiddelde van 11 virtuele machines per keer, waarbij sommigen er zelfs 27 konden ondersteunen.

Kortom: geheugenconfiguratie is geen vanzelfsprekendheid, maar wel essentieel voor het inrichten van de optimale serveromgeving. Het is een complexe bezigheid, maar als eenmaal het juiste design is bepaald, zal het een positieve invloed hebben; zowel vanuit zakelijk als kostenoogpunt.

Ferdi van der Zwaag is Business Development Manager Nederland bij Kingston Technology

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.ferdi_van_der_zwaag_jpg/165_165_80_1__ferdi_van_der_zwaag.jpgVisie: Configureren kun je lerenThu, 14 Mar 2013 00:00:00 +0100
Visie: Meldkamer en digitale brandweerhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/198/visie__meldkamer_en_digitale_brandweer.html 

De Europese Commissie vindt dat bedrijven onmiddellijk melding moeten maken van cyberaanvallen. Als ‘meldkamer’ noemt de commissie de instanties die daar op nationaal niveau mee belast zijn. Het melden van cyberaanvallen is beslist nuttig, maar het roept de vraag op wat er dan gebeurt ná zo melding. Moet er een digitale brandweer uitrukken?

De Europese Commissie blijft voortvarend te werk gaan en heeft onlangs richtlijnen voorgesteld voor betere netwerk- en informatiebeveiliging. Het plan voor demeldkamer past hierin. Het doel dat de commissie heeft, is een betere uitwisselingvan cybercrime-informatie. De ervaringen van de afgelopen tijd hebben laten zien dat daar grote behoefte aan is. Meer en betere informatie is een prima startpunt.

Maar daarna zal er toch direct actie ondernomen moeten worden. Door wie en hoe? De digitale brandweer!Het plan voor een digitale brandweer stamt al uit najaar 2011. De SPlanceerde toen het voorstel om een ict-brigade op te richten die dag en nacht paraat staat om digitale beveiligingsrampen te bestrijden. Bij dat voorstel is het niet gebleven. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft inmiddels besloten om een dergelijke brandweer op te zetten. Onder de officiële naam Informatiebeveiligingsdienst (IBD) wordt hulp geboden bij grote cyberincidenten, denk aan Diginotar, Dorifel of ernstige beveiligingslekken. Prima initiatief, maar deze brandweer blust alleen bij gemeenten. Tot nu toe werd verwacht dat ons nationale cybersecuritycentrum NCSC de gemeenten ondersteunt bij een ICT-crisis. Dat centrum is daar echter nooit voor opgericht.

Voor gemeenten is er nu iets geregeld, maar hoe moet het met bedrijven?Het zou toch erg jammer zijn als er straks wel melding wordt gemaakt van allerlei cyberincidenten, maar dat het bedrijf dat die melding doet, vervolgens zelf maar moet uitzoeken hoe dat incident moet worden aangepakt.

Het is een aantrekkelijk idee om in analogie met de echte brandweer voor ons allemaal een digitaal equivalent te hebben. Een brandweer die helpt met preventie, de ‘brandveiligheid’ controleert en, voor het geval het onverhoopt misgaat, onmiddellijk uitrukt om de brand te komen blussen. Op commerciële basis bestaat zo’n brandweer al. Zo bieden diverse IT-dienstverlenerseen digitale brandweer die gebeld kan worden bij een probleem met de computerbeveiliging.Sommigen doen meteen ook aan forensisch werk en geven, als dat nodig is, informatie over de cybercrime door aan politie- en inlichtingendiensten. Die brandweer komt natuurlijk niet gratis. En met de oprichting van het IBD, die dus alleen bij de gemeenten komt blussen, is 2 miljoen euro gemoeid.

Maar behalve de kosten van de brandweer speelt de reactiesnelheid een rol. Bij een echte brand, zeker als het een grote is of als er slachtoffers vallen, wordt direct de vraag gesteld of de brandweer wel binnen de afgesproken tijd bij de brand is gearriveerd en of de meldkamer adequaat heeft gereageerd. En hier beginnen de problemen met de vergelijking van een digitale brandweer en een echte brandweer.

Zo liet onze kandidaat-meldkamer, het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) weten dat het nodig is om de ip-adressenvan bedrijven te kennen om ze gericht te kunnen waarschuwen voor een cyberaanval. Dit na een bericht over het feit dat duizenden bedrijven en instanties niet op de hoogte waren gesteld van een cyberaanval. Politie en Justitie wisten al maanden dat tienduizenden pc's besmet waren, maar hebben nauwelijks iets met die informatie gedaan of kunnen doen, zo blijkt uit de berichtgeving.

Het is in de praktijk helemaal niet zo eenvoudig is om een goede infrastructuur op te zetten voor een organisatie die én zeer goed op de hoogte is van bedreigingen én in staat is die informatie direct te verspreiden én uitstekend samenwerkt met politie en justitie én kan helpen om een digitale brand te blussen. Voor zover ik weet ambieert het NCSC dit zeker niet allemaal.

Wat dan wel? Om te beginnen zou de meldkamer - NCSC dus -nog beter en vooral ook breder moeten gaan functioneren als dé informatie- en waarschuwingsdienst. Nu wordt de overheid gewaarschuwd en 40 tot 50 ‘bedrijven uit vitale sectoren’, vooropgesteld dat zij hun ip-adres hebben doorgegeven. Hoe lastig het misschien ook is, ik denk dat alleen een overheidsinstelling, in samenwerking met politie, justitie én IT-beveiligingsbedrijven, in staat is om de overheid én het gehele Nederlandse bedrijfsleven onafhankelijk, snel en adequaat te informeren over de IT-beveiligingsrisico’s die zij lopen.

Als het misgaat zal er vervolgens een commerciële digitale brandweer moeten komen die meteen ook innovatieveen effectieve ‘blusmiddelen’ kan leveren. Een landelijke digitale brandweer zie ik echt niet van de grond komen. Te ingewikkeld en veel te duur. Bovendien, waar zou de kazerne moeten komen?

Wim van Campen is Vice President Northern and Eastern Europe bij McAfee

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.mcafee_wim_van_campen_jpg/165_165_80_1__mcafee_wim_van_campen.jpgVisie: Meldkamer en digitale brandweerMon, 11 Mar 2013 00:00:00 +0100
SIEM is dood… Lang leve context aware security!!http://www.executive-people.nl/executive_people/25/197/siem_is_dood____lang_leve_context_aware_security__.htmlOnlangs vond de RSA Security Conference in San Francisco plaats met vele duizenden bezoekers en leveranciers. Er is heel wat gaande op het gebied van informatie-veiligheid. Niet alleen zien we de creativiteit en intensiteit van de aanvallen sterk toenemen, ook op het minder zichtbare bestrijdingsgebied volgen successen elkaar snel op. Het is duidelijk dat in security-land een snelle paradigma-verandering plaatsvindt.

Een paradigma is een algemeen heersende zienswijze hoe men normaal gesproken ‘iets’ doet. Het vaste patroon of model dat men hanteert om een activiteit uit te voeren. Een verandering van een paradigma gooit meestal de basis van vele denkwijzen en daarbij ontwikkelde oplossingsmethoden ondersteboven. Daarom worden paradigmaveranderingen vaak als een schokgolf ervaren in de betreffende vakwereld.

Nu leven we in een periode waar veel gevestigde ideeën over hoe we informatie maken, consumeren en toepassen op de helling staan. Denk aan hoe de iPhone, pas sinds 2007 beschikbaar, ons mobiel gedrag als eerste, ‘echte’ smartphone totaal veranderde. Zaken als het nieuwe werken en gebruik je eigen device kwamen daardoor in een stroomversnelling. Of neem de snelle en brede beschikbaarheid van cloud computing, waardoor informatie altijd en overal beschikbaar en te verwerken is.

Geheimhouding
De verandering in de wereld van Trust en Security is dus niet zo verwonderlijk. Maar de verborgen aard van dit fenomeen maakt de omslag abrupter en ook ingrijpender. In de wereld van security is enige geheimhouding geboden. De opzet van je beveiliging deel je vanzelfsprekend niet (snel) met derden. En mocht je slachtoffer zijn geweest van een aanval, dan is dat ook niet direct een prachtig marketingverhaal. Zulke zaken worden vaak achter gesloten deuren afgehandeld.

Dat is natuurlijk jammer als het gaat om de innovatie die momenteel met grote stappen plaatsvindt op dit gebied. Die ervaring moet we juist breed delen. Mede gebaseerd op alle – vervelende – ervaringen dat het oude model echt niet meer houdbaar is. En dat zijn al de berichten van inbraken, hacks, succesvolle virusaanvallen, cybercriminaliteit en het besef dat onze huidige verdedigingsmethoden uitgewerkt raken. Dat wordt vechten tegen de bierkaai.

Zwakste schakel
Aanvallen komen steeds onverwachter en minder zichtbaar. Dat betekent dat de ‘oude’ virusscanner ze niet direct herkent. Aanvallen worden veelvuldiger en persistent, dat wil zeggen, men blijft het steeds maar weer proberen, met als gevolg dat ‘eens’ het moment komt dat het een keer lukt. Daarnaast zoekt men via sociale media personen via wie men ongemerkt de organisatie binnen kan dringen. En zoals altijd is er ‘ergens’ een zwakste schakel. En via die schakel komt men binnen.

Big Data-analyse
De conclusie moet dan ook zijn: aanvallers zijn in principe al binnen en achter uw firewall. En dus dáár moet u hen opsporen, herkennen, vernietigen en opruimen. Begrijpen wat er intussen voor schade is aangebracht en vooral ook leren hoe u hen de volgende eerder en duidelijker herkent. Een voorbeeld van Big Data-analyse. Steeds maar weer scannen in uw eigen systemen wat de situatie is. Wat voor data door uw netwerken stroomt. Welke informatie uw medewerkers versturen en ontvangen. Wat zij opvragen en verwerken. En op elke vreemde situatie inzoomen en op bit-niveau volgen.

In security-land is logging en monitoring van gebeurtenissen en incidenten een gebruikelijke manier om te ‘weten’ wat er in het systeem gebeurt. Security Incident and Event Management (SIEM) wordt door veel organisaties gebruikt. Maar als we straks (of eigenlijk nu al) weten wat er real time gebeurt in onze netwerken en systemen, wordt dat vastleggen van al die gebeurtenissen een beetje overbodig. Wellicht nog interessant voor compliance en governance management, maar niet meer voor beveiliging.

Intelligence driven
Dat was ook een van de conclusies op de afgelopen RSA conferentie: SIEM is dood. We gaan naar wat men noemt ‘context aware security’. Beveiligingssystemen die weten in welke context gebeurtenissen plaatsvinden. Die weten of een ontvanger in een beveiligde omgeving is en of die persoon dus een confidentieel document mag openen. Of herkent dat de ontvangende persoon voldoet aan het geldende authenticatieprofiel dat actief is op dát moment. Intelligence driven security wordt het ook wel genoemd. En zoals ik al eerder besprak, de basis van intelligence is data, heel veel data, oftewel Big Data.

Big Data gaat over de fundamentele mogelijkheid te begrijpen wat er gebeurt. Om data-elementen te kunnen sorteren en de verborgen patronen te vinden. De onverwachte correlaties, de verrassende verbindingen. Big Data gaat over het met hoge snelheid analyseren van grote en complexe hoeveelheden gegevens, om ontelbare problemen op te lossen in een wijd spectrum van industriële, niet-commerciële en overheidsorganisaties. Big Data heeft de potentie ons leven te transformeren naar iets beters: onze gezondheid, onze leefomgeving en werkelijk elk facet van ons dagelijks leven. We staan aan de dageraad van Big Data en beseffen nog nauwelijks wat die ons zal brengen.

En dat geldt ook voor ons vertrouwen in de veiligheid en ons leven in deze nieuwe informatiewereld. Met nieuwe, actieve beveiligingsproducten. Of zoals RSA Chief Information Security Officer Eddie Schwartz, die leiding gaf aan NetWitness toen RSA dit bedrijf acquireerde, stelt: De trein van Big Data is stellig vertrokken van station ‘Old Security’. Maar zal in 2013 nog zeker niet arriveren op zijn volgende bestemming. Veel leveranciers beseffen dat het volgende station niet zonder Big Data en High Performance Analytics kan. Dat is goed nieuws en we leven in een innovatieve tijd. Gelukkig lopen we in de voorhoede van deze uitdagende periode.”

Hans Timmerman, CTO EMC Nederland

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgSIEM is dood… Lang leve context aware security!!Tue, 05 Mar 2013 00:00:00 +0100
Informatiebeveiliging steeds grotere uitdaging voor ondernemingenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/196/informatiebeveiliging_steeds_grotere_uitdaging_voor_ondernemingen.htmlIn het afgelopen jaar is nogmaals bevestigd dat degelijk informatiemanagement steeds belangrijker wordt voor ondernemingen. Recentelijk vielen zelfs grote bedrijven als Facebook, Apple en Microsoft, die toch de nodige verstand digitale beveiliging zullen hebben, aan hackers ten prooi.

Waar een paar jaar geleden hacken vaak nog vanuit baldadigheid gebeurde zit er nu regelmatig een andere motivatie achter. Tijdens de opgelaaide agressie in het Midden-Oosten in november werd een groot aantal Israëlische websites gehackt door verschillende hackers om politieke druk uit te oefenen en om dezelfde reden werden websites als VISA en PayPal gehackt door de groepering Anonymous, toen deze bedrijven besloten donaties aan WikiLeaks te blokkeren.

Onlangs zijn er ook voorbeelden geweest van bedrijven die digitaal werden aangevallen door criminelen die hoopten geld van hen los te krijgen. Een aantal grote uitzendbureau’s, waaronder het Canadese Drake International, werd gekraakt door hackers die vervolgens dreigden vertrouwelijke gegevens van gebruikers te publiceren tenzij losgeld werd betaald.

De conclusie die managers uit deze incidenten moeten trekken is dat digitale veiligheid steeds belangrijker aan het worden is en dat zal de komende jaren vermoedelijk alleen nog maar toenemen. Bedrijven die niet ten prooi willen vallen aan hackers zullen flink moeten investeren in informatiebeveiliging.

Iron Mountain

 
]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/nieuws/cybercrime.jpgInformatiebeveiliging steeds grotere uitdaging voor ondernemingenTue, 05 Mar 2013 00:00:00 +0100
Denk groot, begin klein en voorkom puntoplossingenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/195/denk_groot__begin_klein_en_voorkom_puntoplossingen.htmlIn tijden van economische recessie wordt op veel manieren gekeken of men op IT-investeringen kan bezuinigen. Dat zorgt voor veel creativiteit aan zowel vraag- als aanbodzijde, maar leidt ook vaak tot de overweging: nèt goed is voorlopig goed genoeg.

Op de korte termijn is dat vaak ook zo. Maar door de snelle veranderingen die plaatsvinden in de IT-wereld wordt goedkoop in veel gevallen duurkoop. Door alleen de basisfunctionaliteit te vervangen, stel je de mogelijkheid op innovatie drie tot vier jaar uit. Je houdt de winkel draaiend maar meer niet.

Mogelijk voert het bedrijf een overlevingsstrategie uit. Dan is er geen andere keuze. Korte termijn overleven in plaats van lange termijn innovatie. Maar vaak begint een vervangingsproces vanuit een toekomstvisie. De vervanging is onderdeel van een procesverbetering. Een stap op een langere weg. De punt aan de horizon. De kunst van het groot denken en in kleine standvastige stappen aan die grote toekomst bouwen, is niet veel organisaties gegeven. Het vraagt denken in frameworks maar tegelijkertijd het vermijden van goedkope puntoplossingen of het ongemerkt creëren van een vendor-lock-in.

Als de punt op de horizon er niet is, versmalt tijdens het aankooptraject soms de scope. Komen tijdens het inkoopproces puntoplossingen bovendrijven. Hoewel goedkoop, op termijn vaak een slechte investering. Niet integreerbaar, niet in de keten te optimaliseren, niet schaalbaar of weinig of geen mogelijkheden uit te bouwen naar standaard cloud services. Maar op de korte termijn goed genoeg.

Natuurlijk hebben leveranciers oplossingen die ‘net goed genoeg’ zijn. Prima doen waarvoor ze verkocht worden. Maar ze hebben weinig toekomstwaarde. Het zijn niet de bouwstenen en groeikristallen voor de vernieuwing die de business nodig heeft. Slechts onderdeel in een groeiende verzameling puntoplossingen, die het stempel van ‘inflexibel, niet integreerbaar en niet schaalbaar’, dat de ICT afdeling toch al had, alleen maar versterkt. De slang bijt in zijn eigen staart.

Ik zie een groeiende behoefte aan goede informatie-architecten. De business wil (senior) medewerkers hebben die de grote lijn en de toekomstvisie kunnen borgen in een robuuste informatie-infrastructuur. Ik heb daar al eerder over geschreven omdat het onderwerp me intrigeert. De complexiteit van onze informatie-organisatie groeit met de dag. Het budget van elke afdeling is in feite een informatiebudget geworden. Of het nu de lijnorganisatie is, financiën, personeelszaken of marketing, elk budget bestaat voor een groot deel uit kosten voor informatie. Alle informatie komt op dit moment samen en moet bruikbaar zijn voor iedereen. Of het nu de cloud is, big data, security, trust, compliance… allemaal informatie die sámen het grote geheel vormt.

Komende jaren zullen kernapplicaties van het bedrijf aan gewicht toenemen (de hartslag van een organisatie) terwijl de toepassingen er omheen óf naar de cloud gaan óf als snelle flexibele apps gebruikmaken van de master data die de basis is van het bedrijf en zijn primaire applicaties. De data, en de daaraan gekoppelde meta-data, vormen immers de informatierijkdom van een organisatie.

Het is bekend dat bedrijven die hun datamanagement op orde hebben, innovatiever zijn en lagere infrastructurele kosten hebben dan bedrijven waar dat niet het geval is. Daarom leiden puntoplossingen altijd tot duurkoop en blijft het gewenste toekomstvaste framework een utopie. Informatie-architecturen zijn cruciaal voor een bedrijf om een strakke planning en bijbehorend strak investeringsbeleid te hebben. Maar het vraagt aandacht op directieniveau, een visie en toekomstbeeld dat helder en communiceerbaar is en een project- en inkoopplan dat op de lange termijn is gericht.

Geen kleine uitdaging. Veel projecten verzanden door onvoldoende aandacht en commitment vanuit de bedrijfsleiding. Dan gaan ‘anderen’ zorgen voor de noodzakelijke continuïteit en dat leidt dan weer naar keuzen die voor de korte termijn ‘net goed genoeg zijn’. Maar het blijft dweilen met de kraan open. En dat is zonde, want de mogelijkheden voor vernieuwingen, het vermijden van lock-in en garantie voor flexibiliteit van de informatieservices, zijn momenteel nog nooit zo groot geweest in informatieland. Tijd om van knellende contracten uit het verleden verlost te worden.

Cloud computing is beschikbaar als gezonde fundering voor een mooi informatiegebouw. Maar de architectuur van de verschillende verdiepingen moet helder zijn als die fundering wordt gelegd. Anders kunnen mogelijk niet alle verdiepingen worden gebouwd of ontstaan onverwacht scheuren. En hebben we weer een onafgebouwd gebouw. Waar we er al zo veel van hebben…

Hans Timmerman, CTO EMC Nederland 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/./column/hans_timmerman2.jpgDenk groot, begin klein en voorkom puntoplossingenFri, 01 Mar 2013 00:00:00 +0100
Regeren is vooruitzienhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/194/regeren_is_vooruitzien.htmlNee, dit gaat niet over de aanstaande troonswisseling, maar wel over regeren. Wie met succes wil regeren moet vooruitzien. Dat geldt niet alleen voor onze vorst, maar net zo goed voor onze bedrijven. Hoewel ongetwijfeld ieder bedrijf wel zal beamen dat anticiperen noodzakelijk is, in de praktijk van alledag is het een moeilijke opgave. Het gaat immers over voorspellen, extrapoleren van trends, afgaan op prognoses van marktonderzoekers en eigen waarnemingen, enzovoorts. Daar tegenover staat de waan van de dag, die de blik op de toekomst maar al te vaak vertroebelt.

Naar mijn overtuiging bestaat anticiperen voor een bedrijf uit drie elementen. Om te beginnen gaat het om het goed kunnen inschatten van marktontwikkelingen, een goed beeld krijgen van wat de klant van de klant de komende tijd verwacht en, vanzelfsprekend, een goed beeld vormen van de implicaties van de technologische vooruitgang.

Met het eerste element, zicht op marktontwikkelingen, bedoel ik nietzozeer de ontwikkeling van de it-markt, maar de ontwikkeling van sectoren waarin het bedrijf actief is. Dat betekent dat er gedegen kennis aanwezig moet zijn over deze sectorenen dat er op grond hiervan een visie is op waar het naartoe gaat. Die richting wordt uiteraard ook medebepaald door politieke en maatschappelijk-economische ontwikkelingen. De zorg is hier een goed voorbeeld van. Eigenlijk zou je als it-bedrijf ook nog beter dan de klant moeten weten waar het in zijn sector naar toe gaat. Alleen dan kun je ook als een solide partner strategisch advies geven en oplossingen ontwikkelen die niet alleen relevant zijn maar dat ook blijven, doordat voorzien is voor welke uitdagingen de klant zal komen te staan.

Het volgende element is verder kijken dan het gebruikelijke klantperspectief. Dat wil zeggen dat je als het ware ‘voorbij’ de klant kijkt naar zijn klant. De klant van de klant dus. Wat wil die klant eigenlijk en wat zijn de implicaties daarvan?Voor een deel sluit dit aan op het vorige element, want wat de klant van de klant wil. bepaalt mede de marktontwikkelingen.Maar we zien in de praktijk dat het soms buitengewoon moeilijk is om zicht te krijgen op wat de klant van de klant wil. Denk maar aan ‘consumerization of IT’. Dit is een puur door de wens van consumenten/eindgebruikers ontstane trend, die buitengewoon snel is opgekomen en grote veranderingen teweegbrengt.

Het laatste element van anticiperen is het voorzien van technologische ontwikkelingen. Maar belangrijker nog het kunnen inschatten welke mogelijkheden de nieuwe technologie kan bieden om de grote vraagstukken binnen de sector te helpen oplossen. En hierbij komen de drie anticipatie-elementen samen.

Ik weet het. Al het bovenstaande wordt al jarenlang geroepen en wie om zich heen kijkt ziet dat anticiperen maar zeer ten delelukt. De belangrijkste oorzaakis dat de meeste bedrijven teveel naar binnen zijn gekeerd. Zij hebben te maken met de waan van de dag, met operationele problemen, de inspanningen om de handel draaiende te houden, enzovoort.Die op zich begrijpelijke aandacht voor de operaties verdringt het strategisch perspectief. Voor dat perspectief moet beslist weer aandacht komen.

Er is één duidelijke, onomkeerbare ontwikkeling: de macht komt steeds meer bij de gebruiker te liggen. Dat betekent dat het individu op maat bediend zal moeten worden. Het tempo waarin dit gebeurt, verschilt van sector tot sector.

IT-organisaties, inclusief de mijne, zullen in deze ontwikkeling mee moeten. Dat zal niet altijd eenvoudig zijn. Ik zie ook nog wel eens een spanningsveld als klanten geen behoefte hebben aan een strategisch perspectiefen gewoon vragen om een IT-oplossing te leveren die zij goed genoeg vinden, terwijl wij verder zouden willen kijken.De veranderingen waar we voor staan vergen een andere attitude, van onszelf en van onze klanten. Bovendien, als we goed anticiperen zullen we ook nog de vervolgstappen moeten zetten: nieuwe concepten ontwikkelen en, vooral, die ook goed invullen.

Robin van Poelje, TSS

      

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.robin_van_poelje_medium_jpg/165_165_80_1__robin_van_poelje_medium.jpgRegeren is vooruitzienFri, 01 Mar 2013 00:00:00 +0100
Modulaire aanpak heeft de toekomst in het datacenterhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/187/modulaire_aanpak_heeft_de_toekomst_in_het_datacenter.html
Al geruime tijd zien we een trend naar datacenters-in-een-container. Misschien nog wel interessanter dan het opnemen van IT-apparatuur in een zeecontainer is de verregaande vorm van standaardisatie en modularisatie die achter dit soort projecten zit. Een modulair opgebouwd datacenter bestaat uit standaard componenten en is daardoor niet alleen goedkoper, maar zorgt ook voor een minder complexe technische infrastructuur in het datacenter.

Mooie video’s waren het die Sun Microsystems (tegenwoordig onderdeel van Oracle) enkele jaren geleden op internet plaatste. We zagen beelden van een datacenter in een zeecontainer waar allerlei fysieke tests op werden uitgevoerd. Hoe zou die computerruimte zich bijvoorbeeld gedragen bij een stevige aardbeving? Of stel dat de container tijdens het plaatsen los zou breken van een transportketting en de laatste 60 centimeter naar beneden valt? Vervolgens zagen we video’s van heftig schokkende containers vol IT-apparatuur.

Maatwerkaanpak
Sinds die eerste video’s zijn al heel wat aanbieders met een ‘datacenter-in-een-container’ op de markt gekomen. De vraag is alleen wat nu de werkelijk belangrijke trend is? Gaat het vooral om het gemakkelijk in een container kunnen verplaatsen van IT-capaciteit? Of heeft de zeecontainer als ‘form factor‘ de aanbieders van dit soort computerruimtes als het ware gedwongen om heel goed na te denken over de manier waarop zij een computerruimte ontwerpen?

Enkele jaren na die eerste video’s op YouTube kunnen we vaststellen dat de trend naar standaardisatie en de daardoor mogelijk geworden modularisatie belangrijker is dan het feit dat gebruik wordt gemaakt van een stalen container als omhulling. Modularisatie is een ontwikkeling die we ook al langer in de wereld van het datacenter zien. De laatste jaren wordt bijvoorbeeld meer en meer gesproken van ‘the industrialization of IT’. Bovendien zien we bij internationale hosting-bedrijven dat zij hun datacenters overal ter wereld bouwen op basis van een en hetzelfde ontwerp. En binnen ieder hosting center zien we computerzalen die identieke kopieën van elkaar zijn.

Waar zitten nu de precies de voordelen van deze trend naar standaardisatie en modularisatie? Een traditioneel datacenter wordt geheel op maat van de beschikbare ruimte en mogelijkheden ontworpen. De betrokken datacenter manager begint letterlijk met een leeg vel papier en kan hierop geheel naar eigen inzicht een ontwerp maken. Dit is echter een complex proces waarbij tal van onderwerpen aan de orde komen waarvoor rekenwerk nodig is, simulatie gemaakt moeten worden, vergunningen dienen te worden aangevraagd, de overheidsregels wellicht niet helemaal duidelijk zijn en dus nadere uitleg vereisen. Op die manier aangepakt, neemt het ontwerpen en bouwen van een datacenter vaak jaren in beslag.

Containerized & Modular Data Center Facility
Is dat bij een zogeheten Containerized/Modular Data Center Facility (CMDF) anders? Ja en nee. Er zal altijd een eerste ontwerp moeten worden gemaakt. Dat kost min of meer evenveel tijd als bij een maatwerk-datacenter. Maar is het ontwerp eenmaal gereed en is daarbij voldoende rekening gehouden met het feit dat het design op tal van plaatsen toegepast moet kunnen worden, dan kan een tweede datacenter zonder problemen op dit eerste ontwerp worden gebaseerd. Misschien dat hier en daar iets gewijzigd zal moeten worden, maar dat is eerder een kwestie van uren dan van dagen of weken.

Een gestandaardiseerd datacenter is dus gebaseerd op een ontwerp waarbij heel bewust rekening is gehouden met het feit dat de te bouwen faciliteit op tal van locaties en liefst ook in meer dan één land kan worden geplaatst. Zijn de kosten voor de basistekeningen eenmaal genomen, dan zijn er vrijwel geen extra ontwerpkosten gemoeid met het bouwen van additionele datacenters. Daar zit dus een eerste besparingsmogelijkheid.

Er speelt echter meer. Een bedrijf dat in drie landen datacenters bouwt, zal hier in de regel ook drie verschillende teams op zetten. Die hebben ieder hun eigen voorkeuren, werken met eigen toeleveranciers en dergelijke. De kans is dus groot dat bij de bouw en inrichting tal van verschillende producten en technieken worden gebruikt voor een en hetzelfde doel. Voorbeeld: waar in Nederland het datacenter-team bijvoorbeeld kiest voor koelingsoplossingen van Uniflair, kiest het team dat in Frankrijk het datacenter bouwt misschien wel voor een lokale fabrikant van airco’s. Hetzelfde geldt voor brandwerende wanden en vloeren, voor bekabeling, voor systemen voor toegangsbeveiliging en dergelijke.

Is eenmaal gekozen voor het werken met een gestandaardiseerd ontwerp van alle te bouwen datacenters, dan zal ook bij de bouw en inrichting al snel gekozen worden voor standaard reeks van componenten en systemen. Dat levert natuurlijk ook weer een kostenvoordeel op. Bij de leverancier kan immers een hogere korting worden bedongen, maar - minstens zo belangrijk - er ontstaat veel kennis en ervaring met de gekozen producten. Hierdoor is de kans op fouten bij installatie of onderhoud aanzienlijk kleiner, waardoor eveneens kosten uitgespaard worden.

Veel minder fouten
Werken met een gestandaardiseerd ontwerp voor een datacenter heeft dus duidelijke voordelen. Er speelt echter nog iets. Een datacenter is veelal opgebouwd uit een aantal computerzalen. Ook deze zalen kunnen volledig gestandaardiseerd worden. Daarmee komen we ook bij die andere kreet uit: modularisatie. Veel datacenters worden gebouwd op de groei. Er wordt een gebouw neergezet dat in eerste instantie groter is dan de IT-afdeling nodig heeft voor het plaatsen van apparatuur. Het idee is natuurlijk dat men in de toekomst meer IT-capaciteit nodig zal hebben en daarmee wordt het gebouw als het ware ‘vanzelf’ gevuld. Door ook de technische infrastructuur binnen een datacenter vergaand te standaardiseren, wordt het mogelijk om iedere keer als extra IT-apparatuur geplaatst moet worden een standaard stukje infrastructuur toe te voegen. Hierbij gelden dan natuurlijk weer dezelfde voordelen die we eerder zagen: éénmaal ontwerpen en talloze keren uitrollen, aanschaf van grotere aantallen identieke componenten en systemen, eenvoudiger te beheren want de datacenter operators en systeembeheerders kennen de systemen in iedere uitbreiding allang en zo kunnen we nog wel een aantal pluspunten noemen.

Standaardisatie en modularisatie zijn hele belangrijke trends in het datacenter. Financieel zijn er duidelijke voordelen te behalen. Daarnaast kunnen we op nog een andere terrein winst boeken: minder kans op fouten en storingen. Dat is misschien nog wel belangrijkste winstpunt. Datacenters vormen een cruciaal onderdeel van de bedrijfsvoering van iedere organisatie. Storingen in het datacenter kosten veel geld en doen zich altijd op een ongunstig moment voor. Een gestandaardiseerd datacenter dat volledig modulair is opgebouwd is technisch veel minder complex dan een datacenter dat op maat van de lokale situatie is ontworpen en gebouwd. De beheerders kennen de gehele technische infrastructuur dus als hun broekzak. De kans op fouten of storingen is hierdoor veel kleiner.

IT-afdelingen betalen teveel voor koeling
Energie besparen in een klein of middelgroot datacenter is vaak zo eenvoudig voor elkaar te krijgen, dat je je bijna gaat afvragen waarom het niet veel vaker gebeurt. Zo kunnen bedrijven met weinig moeite 20 procent besparen op de energiekosten die met cooling gepaard gaan. Hoe? Door over te stappen op koelen per rack. Het wegkoelen van warmte gebeurt dan veel efficiënter en dus goedkoper.

Koelen bij de bron
Koelen doe je je zo dicht mogelijk bij de (warmte)bron. Een aantal jaren terug was het nog heel normaal dat IT-apparatuur verspreid opgesteld stond in een computerzaal. Het was dan zaak in die gehele ruimte de temperatuur op een acceptabel niveau te brengen en te houden.

Hoe anders is de situatie in het moderne datacenter. Vierkante meters kosten veel geld, dus is er een enorme behoefte ontstaan om meer ‘compute power’ in de beperkt beschikbare ruimte te plaatsen. Blade servers nemen veel minder ruimte in, maar als we een rack vol plaatsen met dit type apparatuur produceert dat kabinet natuurlijk per vierkante meter wel veel meer warmte dan traditionele IT-apparatuur. We zien hierdoor de warmteproductie in computerzalen sterk toenemen. DatacenterDynamics Research heeft uitgerekend dat wereldwijd de warmteproductie per rack op gemiddeld 4 kW ligt. Tegelijkertijd zien we in wat zo fraai heet ‘mature markets’ (de Verenigde Staten en West-Europa) steeds meer racks die 10kW of meer produceren. Dat is een verdubbeling of zelfs verdrievoudiging van de warmteproductie.

Geld besparen
We zien ook nog een andere ontwikkeling binnen organisaties: de enorme groei in de vraag naar computerruimtes. Vroeger werden datacenters veelal in geheel nieuw gebouwde hallen ondergebracht. Met de enorme vraag naar IT-capaciteit duurt dat te lang en is dat vaak ook te duur. Dus nemen we steeds vaker bestaande panden en bouwen die om tot datacenter. Traditionele voorzieningen als verhoogde vloeren waar koude lucht onderdoor stroomt, zijn dan lang niet altijd mogelijk. Bovendien scheelt het achterwege laten van verhoogde vloeren simpelweg geld.

Nieuwe situatie
Beide trends plaatsen de IT-afdeling voor een interessante uitdaging. Niet langer is de warmteproductie min of meer netjes verdeeld over de gehele computerzaal, maar er ontstaan plekken waar een enorme warmteproductie plaatsvindt. Dit zijn de beruchte ‘hotspots’. Die vormen een groot probleem bij een traditionele aanpak waarbij de gehele ruimte als een geheel wordt gekoeld. Tegelijkertijd bieden deze hot spots echter ook mooie kansen als organisaties overstappen op koelen per rack of rijen van kabinetten. Koelen doen ze dan zo dicht mogelijk bij de bron. Dus als de warmteproductie goed geconcentreerd is, kunnen ze goed en efficiënt koelen. Door de warmteproductie op enkele plekken te concentreren, voorkomen ze bovendien dat warme en koude lucht door elkaar heen gaan stromen. Dat zou het effect van koeling namelijk minder maken, doordat de aangevoerde koude lucht als het ware wordt ‘vervuild’ met warme lucht die zich elders in de computerzaal bevindt. De koellucht wordt hierdoor warmer en daarmee neemt de koelcapaciteit van die luchtstroming dus af.

Modulair koelen
Koelen per rack of row is op zich geen nieuwe visie. Al jaren schrijven deskundigen over de voordelen van deze aanpak. Toch zagen we lange tijd slechts een beperkte acceptatie van deze manier van koelen. Dat had enerzijds te maken met de lange levensduur van computerruimtes. Bedrijven bouwen immers niet iedere week een nieuw datacenter, dus het duurt even voordat dit soort technisch ingrijpende ideeën breed worden toegepast. Anderzijds ontbrak het vaak aan goed technische oplossingen. De industrie levert nu modulair opgebouwde koelsystemen die het mogelijk maken om op heel eenvoudige wijze koelcapaciteit bij te plaatsen als de productie van warmte toeneemt. Bijvoorbeeld omdat nieuwe IT-capaciteit in het datacenter wordt geplaatst.

Snel toenemende investeringen
Het resultaat van een overstap op rack/row level cooling is een veel efficiëntere vorm van koelen. Hierdoor gebruikt het koelsysteem beduidend minder energie. Onderzoek van IMS Research toont dan ook aan dat deze manier van koelen nu duidelijk aanslaat. Het onderzoeksbureau heeft berekend dat de markt voor ‘rack/row level cooling’ de komende jaren met gemiddeld 20 procent per jaar in omzet zal groeien. Dit betekent dat organisaties in 2016 wereldwijd een half miljard dollar investeren in deze manier van koelen. Deze investeringen zijn in mijn ogen snel terugverdiend als organisaties tot wel twintig procent per jaar op hun energiekosten voor koeling kunnen besparen.

Guido Neijmeijer, Country Sales Manager Schneider Electric


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.guido_neijmeijer_apc_jpg/165_165_80_1__guido_neijmeijer_apc.jpgModulaire aanpak heeft de toekomst in het datacenterFri, 01 Mar 2013 00:00:00 +0100
Working from Work?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/193/working_from_work_.html
Deze week was er veel kritiek op de CEO van Yahoo, Marissa Mayer. Haar poging om het thuiswerkbeleid van Yahoo terug te draaien, leidde tot veel reacties. Zowel voor- als tegenstanders spraken zich uit. Ondanks dat Yahoo deze stap waarschijnlijk zet om de weg vrij te maken voor outsourcing naar een land waar de minimum lonen beduidend lager liggen, wordt hierdoor wel een interessant thema opgerakeld. Vanuit een IT-perspectief zijn we veelal gewend aan de flexibiliteit van Het Nieuwe Werken, maar of dit werkt in de praktijk hangt af van vele factoren:

- De persoon. Niet iedereen presteert goed onder (te) veel vrijheid. Sommigen functioneren nu eenmaal beter met vaste structuren. Anderen moeten juist meer flexibiliteit krijgen, om het beste resultaat te krijgen. De persoon moet dan ook passen bij...

- De organisatie. Sommige bedrijven lenen zich beter dan andere voor flexibel werken dan andere. Grotere internationale bedrijven zijn wellicht meer geschikt voor thuis werken dan bijvoorbeeld familiebedrijven wiens kracht in de directe interne communicatie ligt. Cultuur speelt hierbij een belangrijke rol. Iets dat ook invloed heeft op...

- De managementstijl. Flexibel werken vraagt andere vaardigheden van een manager dan bij een meer traditionele vorm van werken. Hoe meet je resultaten, hoe behoud je je medewerkers? Het vraagt ook veel meer vertrouwen in je medewerkers, zie je medewerkers als een x-persoon (aangeboren lui) of een y-persoon (zelf-motiverend) volgens de theorie van Douglas McGregor?

- De middelen. Om het flexibile team bij elkaar te houden, moeten ook de middelen aangereikt worden om met elkaar in contact te blijven. Met enkel e-mails gaat dat niet lukken, uitgebreidere communicatiemiddelen voor zowel zakelijke als sociale mogelijkheden moeten beschikbaar zijn. Dat laatste wordt regelmatig vergeten. Om gebruik te maken van het creatieve process, die uitwisseling van ideeen die normaal op gang komt bij de koffieautomaat, of op de trap, moet ook deze vorm van communicatie gefaciliteerd worden.

Het Nieuwe Werken vraagt veel van een bedrijf, manager en medewerker. Soms zijn andere oplossingen meer geschikt, zoals een kinderopvang op het werk regelen. En soms is fysiek bij elkaar zitten de enige mogelijkheid om tot wederzijds begrip of een oplossing te komen. Ook de nadelen van het Nieuwe Werken, het 24 uur per dag aan het werk zijn, moeten niet vergeten worden. Een balans vinden die werkt voor jou en je bedrijf is niet voor niets een van de grootste uitdagingen van deze tijd.

Petra Ras, Project Manager at Red Hat

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.petra_ras_jpg/165_165_80_1__petra_ras.jpgWorking from Work?Thu, 28 Feb 2013 00:00:00 +0100
Column Hugo Leijtens: Eerste cloud in Chinees Chengduhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/192/column_hugo_leijtens__eerste_cloud_in_chinees_chengdu.html 

Chengdu wordt door velen gezien als tech-centre of China. De ‘high-tech’ zone zit vol met grote en kleine IT bedrijven, waaronder de meeste top bedrijven uit de wereld. De afgelopen 10 jaar is Chengdu erg goed bezig geweest met de overheid, universiteiten en bedrijfsleven om hier het economische en bruisende hart van Chengdu van te maken. Zo staat in deze High-Tech zone het grootste commerciële gebouw van de wereld dat in Juni 2013 klaar is, voor 2015 staat een geheel nieuw stadscentrum (van 86,5vierkante kilometer!)op het programma, en er wordt een nieuwe eco-vriendelijke metropolis gebouwd naast Chengdu.

In mijn optiek heeft Chengdu er heel goed voor gezorgd dat het de belangrijkste bedrijven van de wereld heeft aangetrokken. Dat heeft Chengdu voor elkaar weten te krijgen door de universiteiten ervan te overtuigen vooral studenten op technisch gebied op te leiden. Deze studenten kunnen direct aan het werk, waarbij vooral is gefocussed op outsourcing en dus de inzet van mankracht. Echter, als je high-techzone in de buurt van SiliconValley wil komen,moet je natuurlijk ook ter plekke de technologie hebben, en niet alleen maar technologie maken voor het buitenland. En dan gaat het niet om China, maar specifiek voor Chengdu, dat een iets kleinere populatie heeft dan Nederland (14.8 miljoen inwoners) en een snel groeiende middenstand.

De markt van Chengdu is dus groot genoeg om iets interessants te gaan doen. Net als overal elders raakt in Chengdu nu alles ‘connected’:smartphones en mobiel internet nemen een grote vlucht en de Chinese overheid investeert in technologie. Voor consumenten is er al erg veel technologie beschikbaar, zoals het oppermachtige QQ (Tencent), Weibo (het Chinese Twitter), WeiXin (weChat), en nog veel meer.

Toch zijn er een paar groepen die buiten schot blijven bij de opmars van Chinese technologie. Ten eerste zijn ‘enterprisestartups’ ‘niet cool’ in Chengdu. Dat zorgt ervoor dat enterprisetechnologie enorm achter loopt op consumententechnologie. En terwijl de gemiddelde multinational niet eens meer een serverruimte op kantoor heeft, zijn er erg weinig startups die bijvoorbeeld werken aan ‘The Next Yammer’, of ‘The Next Dropbox’. De tweede doelgroep die buiten schot blijft is de markt van de buitenlanders in Chengdu. Dat is weliswaar nog een beperkte maar wel snel groeiende groep, die ook nog eens vermogend is. Zo zijn er vrijwel geen Engelstalige websites in Chengdu beschikbaar, bijvoorbeeld om een maaltijd te bestellen zoals bij justeat.nl.

Dat willen wij (Nexocial)gaan veranderen. Maar omdat wij een enterprise-technologiebedrijf zijn, zullen we echt bij het begin moeten beginnen. Zoals gezegd is de enterprise-infrastructuur in Chengdu hopeloos. De grote cloud-providers zoals Amazon, Google en Microsoft zitten vrijwel niet in China, laat staan Chengdu. De Amazon Cloud mag China nog niet binnen, en Amazon heeft dus geen datacenters in China. Google is eruit gewerkt omdat ze zich tegen de wetgeving van de Chinese overheid wilden verzetten. Microsoft is druk bezig om de Azure Cloud naar China te brengen, maar dat duurt nog wel even voordat het zover is. Als je als cloud provider geen datacenter in China hebt, moet al het verkeer via de ‘Great Firewall’ in Beijing. Dat is onwerkbaar, aangezien de vertraging die het verkeer oploopt door de censuur-check zodanig is, datdatacenters buiten China vrijwel onbruikbaar zijn. Dat betekent dus dat wij onze eigen cloud moeten bouwen in China, liefst in de buurt van Chengdu natuurlijk. Nu wil het geval dat in de gemeente Chengdu een plaats ligt die Mianyang heet en super snelle internetverbindingen heeft met de rest van China. De plaats is door de overheid aangewezen als ‘high-techdevelopment zone’. Een perfecte plek dus om ons eigen cloudplatform te bouwen.

Wij willen Chengdu graag een handje helpen om de echte high-tech omgeving te creëren die Chengdu nodig heeft. Daarom hebben we een half jaar geleden vergunning aangevraagd om ons eigen datacenter te mogen opzetten. Inmiddels hebben we een eigen datacenter opgebouwd in de vorm van een private cloud, op basis waarvan we onze ambities als enterpriseSaaS-aanbieder nu verder uitbouwen. Ondanks dat wij niet de ‘Nexocial Cloud’ openzetten voor andere bedrijven - dat mag niet met onze vergunning - kunnen we wel onzeeigen applicatiesals cloudoplossing aanbieden.

Misschien verbaast het lezers in Nederland, maar ons cloudplatform zal echt het eerste in zijn soort zijn in Chengdu. Vanuit ons datacenterwillen wedaarom ook bedrijvenin Chengdu computing power en resources bieden en ik verwacht dat dit de IT-innovatie in Chengdu zal versnellen. Daarbij zoeken we natuurlijk ook samenwerking met andere lokale bedrijven die goede ideeën hebben voor grote ondernemingen of zich richten op de groeiende doelgroep buitenlanders. Zo dragen we allemaal bij aan het tot stand brengen van de high-tech infrastructuur die past bij de ambities van Chengdu.

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.hugo_leijtens___blog_jpg/165_165_80_1__hugo_leijtens___blog.jpgColumn Hugo Leijtens: Eerste cloud in Chinees ChengduThu, 28 Feb 2013 00:00:00 +0100
Column Rob Matser (PQR): Hoe zorgt u als CTO ervoor dat de ICT-infrastructuur voldoet aan de eisen van de business?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/190/column_rob_matser__pqr___hoe_zorgt_u_als_cto_ervoor_dat_de_ict_infrastructuur_voldoet_aan_de_eisen_van_de_business_.htmlEén van mijn laatste wapenfeiten is het realiseren van een nieuwe ICT-omgeving, met focus op werkplek- en gebruikersbeheer bij een zakelijke dienstverlener (600+ gebruikers). De opdrachtgever (CTO) en de ICT-manager gaven in het presales gesprek aan dat zij in hun nieuwe ICT-infrastructuur de wensen van de business wilden vertalen. Echter was de route erna toe voor hen niet helder. Hoe vlieg je zo’n proces nou aan? 

Mijn voorstel was te starten met het opstellen van een Programma van Eisen. Wanneer je wilt luisteren naar de business, focus dan op de gebruikers. Stel hen functionele vragen over ‘flexibel werken’, ‘locatie en device onafhankelijk’ en ‘beveiliging’. Op basis van de uitkomst van deze functionele vragen en de daaraan gekoppelde wegingsfactor (van ‘heel belangrijk’ tot ‘heel onbelangrijk’) weet je als ICT-organisatie wat de eisen en wensen zijn. 

Ik vroeg hen wat zij zelf als gebruikers het meest belangrijk vinden, hierop antwoorde de CTO: “Werken de applicaties waarmee ik mijn taken kan doen en is de omgeving lekker snel?” Inderdaad, dat zijn punten die ik vaak in de praktijk hoor, waarmee je meteen de ICT-infrastructuur kunt opsplitsen in tweeën, te weten:
  • Werking: blijven de bedrijfskritische processen van de business werken?
  • Werkbeleving: wat is de performance van de ICT-infrastructuur? 

Op mijn vraag hoe zij voorheen een nieuwe ICT-infrastructuur aftikte, werd letterlijk gezegd: “we bouwden een speeltuin en gingen fröbelen”. Waarop mijn reactie was: “En waarom zou je dat nu ook niet doen, maar dan gemanaged middels een Proof of Concept (PoC)* zodat het mogelijk wordt om van te voren de werking te toetsen aan de eisen? Na een afgeronde PoC is er namelijk helderheid over de technische keuze en de werking hiervan. Terecht werd ik op mijn vingers getikt. Ik had immers de functionaliteit en de wensen van de business hoog in het vaandel staan. Hoe zit het daarmee? 

Om zeker weten dat gebruikers tevreden zijn over de werkbeleving van de nieuwe ICT-infrastructuur, zal dit wederom getest moeten worden. Van de CTO begreep ik dat zij voorheen de zogenaamde ‘Big-Bang migraties’ hanteerden. Indien dit niet werkte, dan zat de hele toko minstens twee dagen zonder ICT en had de ICT-organisatie zeker een half jaar nodig om weer uit de irritatiezone van de gebruikers te komen. Nu vind ik ‘Big-Bang’ een goede methode, mits je dit op een kleine schaal doet met betrokken gebruikers en voor een van te voren vastgestelde tijd met daaraan gekoppeld de juiste ondersteuning. Beschrijf goed wat je wil testen en hanteer dit testprotocol consequent. Deze stap noem ik de Pilot**. Wanneer in de Pilot geen performance issues (meer) worden waargenomen, kan het product één op één naar productie worden opgeschaald. Wanneer het product echter onoverkomelijke performance issues vertoont, moet het product terug naar de ontwikkelafdeling. 

Terugkomend op de vraag hoe je vóóraf achter de behoeften van de business kunt komen, wil ik het advies meegeven altijd te starten met het stellen van heldere functionele vragen. Maak de business, zoals ik altijd zeg, ‘partner in crime’. Betrek hen bij elke stap, vraag goedkeuring voor elk besluit. Daarna kan middels een PoC de werking (software) en middels een Pilot de werkbeleving (hardware) van de nieuwe ICT-infrastructuur worden getoetst aan de functionele eisen van de business. Zo kun je uiteindelijk een ICT-infrastructuur neerzetten dat voldoet aan de wensen van de business!  

* Onder een Proof of Concept (PoC) versta ik het volgende: Een PoC is een tijdelijke opstelling waarin een contextuele demo wordt gepresenteerd die de belangrijkste inzichten geeft in de software architectuur en de geschiktheid voor de business.

 
** Onder een Pilot versta ik een testtraject waarbij op kleine schaal de ICT-infrastructuur voor een vooraf gedefinieerde tijd in productie wordt gebruikt, zodat de eventuele gebreken achterhaald worden.
 
Rob Matser (PQR) is projectmanager van ICT-trajecten bij zowel gemeenten als zakelijke dienstverleners als multinationals; IPMA-C& PRINCE2 practitioner gecertificeerd, geïnspireerd door Critical Chain Project Management (CCPM). Hij heeft aan de wieg gestaan van de implementatie van de nieuwe PQR-projectaanpak, gebaseerd op de projectmethodiek van Twynstra & Gudde.

 
]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.rob_matser_medium_jpg/165_165_80_1__rob_matser_medium.jpgColumn Rob Matser (PQR): Hoe zorgt u als CTO ervoor dat de ICT-infrastructuur voldoet aan de eisen van de business?Wed, 27 Feb 2013 00:00:00 +0100
Business versus ICT – de rollen zijn omgedraaidhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/189/business_versus_ict_____de_rollen_zijn_omgedraaid.html Wie bepaalt de IT koers eigenlijk binnen bedrijven, de ICT-afdeling of de business? Gaat de traditionele ICT-afdeling binnen bedrijven ten onder of worden ze een echt volwassen onderdeel van het bedrijf met even zoveel oog voor de business? Het is twee voor twaalf.

Om de reden van bovenstaande vragen te begrijpen, moeten we even terug in de tijd. We gaan naar pakweg 1995 – 2005. In deze periode had de ICT-afdeling een grote drive tot het doorvoeren van veranderingen. Denk nog maar ‘s terug aan alle migraties van DOS naar Windows 95, voorbereidingen op het millennium-probleem, enzovoort. De ICT-afdeling was een drijvende kracht maar de business-afdelingen werden er moedeloos van om steeds weer nieuwe systemen te leren gebruiken…

Met de opkomst van Web 2.0 en de zich nu ontplooiende volgende generatie internet, worden bedrijven op de proef gesteld door de vraag naar steeds méér en bétere webomgevingen, SaaS-producten en Apps voor Smartphones. Business en marketing van bedrijven zien de vraag, de honger, naar deze toepassingen en weten daar ook handige oplossingen voor te bedenken. Als vervolgens de ICT-afdeling onder hoge druk komt te staan om de onderliggende technologieën snel te leveren, gaat het mis.

De ICT-manager heeft de laatste jaren juist zijn afdelingen netjes in procedures leren werken en zijn infrastructuren stabiel en veilig gemaakt. Door nu in rap tempo en met korte doorlooptijden nieuwe, veranderlijke webtoepassingen toe te laten, ondermijnt hij al snel die procedures en de veiligheid van de infrastructuur.

Meegaan in die rollercoaster zou zijn baan een Russische roulette spel maken. Want o wee als er persoonsgegevens op straat komen te liggen door een lek in niet goed geteste nieuwe software. De ICT-afdeling is van stuwende kracht tot een remmende factor verworden...

Business afdelingen zien deze terughoudendheid als contraproductief met als gevolg, dat men de ICT-afdeling omzeilt en naar online oplossingen grijpt, om Bring Your Own Device gaan vragen, enzovoort – dit allemaal om toch de nieuwe mogelijkheden te benutten. Dynamische internetbureaus spelen daar handig op in, met oplossingen in een SaaS-jasje die snel inzetbaar zijn. Hoe kan de ICT-afdeling dit overleven?

Hoe word je ‘ICT-afdeling 2.0’? Het antwoord klinkt simpel maar brengt nogal wat teweeg binnen de ICT-afdeling. “Ga samenwerken met die internetbureaus, de SaaS-providers en andere servicebedrijven,” zo klinkt het steeds vaker. Ik meen oprecht dat dit een levensvatbare koers is in de veranderlijke business-omgeving van vandaag, want de ICT-verantwoordelijke die zich als bedrijfsconsulent van de eigen business kan opstellen, bevindt zich in een optimale positie om bedrijfsnoden naar ICT-invulling te vertalen.

Wees de brug tussen business behoefte en ICT, of de oplossing nu uit eigen gelederen komen of externe specialisten. Stap uit die serverruimte en neem plaats waar je als consultant thuishoort – aan de directietafel. 

Ramon Schonhage, sales manager Unitt Nederland

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.ramon_schonhage_jpg/165_165_80_1__ramon_schonhage.jpgBusiness versus ICT – de rollen zijn omgedraaidTue, 26 Feb 2013 00:00:00 +0100
Column: De Value Added Employeehttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/188/column__de_value_added_employee.html
In een recent onderzoek kwamen wij tot de conclusie dat meer dan de helft van de organisaties de afdelingen Human Resouces (HR) en Finance gezamenlijke business cases maken als het gaat om investeren in de medewerkers. Dit is significant meer dan tijdens ons eerste grootschalige onderzoek in 2008. Waarom is deze ontwikkeling opmerkelijk én positief te noemen?

Het gaat nog een stap verder. Bij al ruim 80 procent van de 486 ondervraagde organisaties, allemaal met meer dan honderd medewerkers, wordt steeds meer vanuit een financiële invalshoek gekeken naar de HR-activiteiten. Nog niet altijd met een volledige business case als grondslag, maar wel met een serieuze financiële paragraaf bij nagenoeg ieder HR-initiatief. Het gaat gelukkig niet altijd om het beperken van de kosten, zeker niet. De financiële paragraaf dient juist als onderbouwing voor investeren op het juiste moment, in de juiste personen en om de juiste redenen.

Het gaat steeds meer om de echte ondernemingsvragen die er toe doen voor HR én Finance. De nieuwe gedachten gaan uit van wat investeren oplevert in termen van effectiviteit en productiviteit voor de organisatie en daadwerkelijke persoonlijke groei die past bij de talenten van de medewerker. Dat gaat voorbij aan klassieke motivering zoals ‘een gelijk budget voor iedere medewerker’ of ‘hij heeft al een paar jaar geen cursus gevolgd ’ voor het aanspreken van het opleidingsbudget.

Cijfermatig inzicht in wat je als organisatie nu en in de toekomst nodig hebt en hoe je medewerkers hun talenten hiervoor in kunnen zetten, is cruciaal. Deze nieuwe stap in daadwerkelijk Human Capital Management is positief voor organisatie en personeel.

‘Wat is de toegevoegde waarde van een individuele medewerker voor de organisatie’, is de centrale vraag. Deze vraag kan alleen goed beantwoord worden door een optimale samenwerking tussen HR en Finance. Zij willen dus meer weten dan de bekende Kritieke Proces Indicatoren zoals verzuim, bezetting en verloop. Ook alle relevante informatie rondom productiviteit en kennis van medewerkers zijn relevant om zo de aansluiting met vandaag én de gewenste toekomstige situatie maximaal te analyseren en te voorspellen. Door dit inzicht kunnen organisaties gerichter investeren in de werknemers en verhogen zij daarmee ook de toegevoegde waarde van de individuele medewerkers. Dit geeft een optimale balans tussen het toevoegen van waarde door investeren en het beperken van de kosten. Dit zorgt ervoor dat medewerkers kennis inzetten en uitbreiden die hun persoonlijke Added Value blijvend op niveau houden en verhogen.

Meer lezen over dit en andere onderwerpen die wij behandeld hebben in de vijfde editie van de Raet HR Benchmark? www.raet.nl/hrbenchmark.

John Cöhrs en Sander Kars

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/raetcolumn26022013.gifColumn: De Value Added EmployeeTue, 26 Feb 2013 00:00:00 +0100
Vijf tips om op cloud uitdagingen in te spelenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/186/vijf_tips_om_op_cloud_uitdagingen_in_te_spelen.html
Vandaag de dag wordt er veel geschreven over cloud computing, zowel over de voordelen als nadelen. Voordat de stap kan worden gezet is het eerst handig om een aantal zaken door te nemen.

Tip 1: je hoeft niet in één keer over naar de cloud. Stel jezelf concrete doelen voor de overstap en faseer deze. Een stappenplan werkt overzichtelijk en geeft rust. Denk bij een eerste stap aan het aanpakken van servicemanagement en neem als stap twee bijvoorbeeld back-up of replicatie.

Tip 2: ga transparant te werk. Laat iedereen zien wat je wilt bereiken met je stappen richting de cloud. Doe je dit niet, dan bestaat de kans dat ICT-medewerkers in hun onwetendheid misschien bang zijn hun baan te verliezen. Stel voor hen primaire en secundaire taken op en laat weten dat door inzet van de cloud tijd vrijkomt voor andere (belangrijker) taken en projecten.

Tip 3: kies een cloud-provider die beschikt over security-certificeringen die je zelf – on-premise – niet hebt (ISO 27001). On-premise is dus niet per definitie de veiligste plek voor je data. Is het voor jouw organisatie verplicht om data on-premise te hebben? Ook dan kan een cloud-provider je helpen deze data ultraveilig op te slaan met een private cloud-dienst

Tip 4: goedkoop is duurkoop. Wellicht is het in eerste instantie goedkoper om on-premise hardware en software aan te schaffen. Het is verstandig eerst een steekhoudende TCO-calculatie te maken, die verder kijkt dan de aanschafwaarde. Wat kost het onderhoud je aan tijd en inspanning? Wat doe je tijdens vakantieperioden met lage bezetting? Weegt dit op tegen de kosten van een service die al het onderhoud voor je uit handen neemt?

Tip 5: focus op functionaliteit, niet op techniek. Wees niet bang dat je de controle verliest over technologische ontwikkelingen. Vertrouw op een cloud-provider en op de SLA’s die je bent overeengekomen. Techniek is niet het doel, maar een middel.

Ties Beekhuis, CTO Proact


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.ties_beekhuis_jpg/165_165_80_1__ties_beekhuis.jpgVijf tips om op cloud uitdagingen in te spelenThu, 21 Feb 2013 00:00:00 +0100
Visie: Een veranderende werkomgevinghttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/184/visie__een_veranderende_werkomgeving.html

Sinds een aantal jaar spreken wij over een veranderende werkomgeving bestaande uit verschillende technologische componenten. Bedrijfsleden willen wanneer en waar dan ook ter wereld toegang krijgen tot de systemen van hun werk. Inmiddels is de werkomgeving gerijpt en de componenten vormen het fundament. We nemen de ze met u door en kijken naar de manier waarop onze werkwereld geworden is tot het draagvlak van zelfstandigheid, zoals wij dat vandaag de dag kennen.

Wereldwijd netwerksysteem

Het meest essentiële onderdeel van de werkomgeving is het wereldwijde netwerksysteem waarmee toepassingen voor iedereen toegankelijk kunnen worden gemaakt,ongeacht de locatie waar je je bevindt. Een netwerk dat volledig door de diverse netwerkleveranciers wordt beheerd.

Volgens de ITU World Telecommunication/ICT Indicators database woonden er in 2011 7 miljard mensen op onze aardbol. Daarvan maakte één derdegebruik van het internet. Netwerkleveranciers maken het mogelijk dat deze internetters vanaf huis of onderweg toegang kunnen krijgen tot de werkomgeving op het privé netwerk van werkgevers en andere organisaties.

Buiten deze vaste verbindingen zijn in de afgelopen vier jaar de mobiele breedbandabonnementen met 45% gestegen. Vandaag de dag zijn er zelfs twee keer zoveel mobiele breedbandverbindingen dan vaste breedbandabonnementen.

De laatste 5 jaar is de internationale internet bandbreedte met een factor 7 toegenomen tot een totaal van 76.000 Gbps eind 2011. Dit staat gelijk aan zo’n 34 Kbps per internetgebruiker wereldwijd.

Toename smart connected devices

De grote hoeveelheid smart connected devices– pc’s, tablets en smartphones –op de markt neemt steeds sneller toe. Gebruikers kopen nu hun eigen gadgets en vragen hun baas steeds vaker om toegang te geven tot data en applicaties op de werkplek.Onderzoeksbureau IDC voorspelt dat het aantal getransporteerde apparaten wereldwijd zal toenemen van 1,1 miljard in 2012 naar 1,84 miljard in 2016. Het iPass Mobile Workforce Report concludeert dat het aantal apparaten voor zakelijk gebruik is toegenomen naar 3,5 apparaten per persoon en dat de ingebruikname van tablets tot 64% is gegroeid.

Van deze zakelijke gebruikers maakt de overgrote meerderheid (82%) zich zorgen over de inzet van privé apparaten voor werkdoeleinden. De grootste zorg is een potentieelbeveiligingslek op het netwerk (62%), gevolgd door het mogelijke verlies van klantgevoelige- of bedrijfsgegevens (50%), diefstal van intellectueel eigendom (48%) en compliancy-eisen waar moeilijk aan voldaan kan worden (43%). Inmiddels wordt er hard gewerkt aan verschillende toegespitste oplossingen enmanagementtools. GIA geeft aan dat de wereldwijde markt voor mobiele software naar verwachting in 2017 zo’n 60 miljoen euro omzet zal bereiken.

Cloud-variaties
Volgens Gartner zal de persoonlijke cloud in 2014, als het centrum van het digitale leven,de pc vervangen.Tegen het eind van 2013 zullen de cloud-diensten die toegang verschaffen tot content als Software-as-a-Service (SaaS), geïntegreerd zijn in 90% van alle aangesloten consumentenapparaten. Deze diensten zullen een geschatte waarde hebben van zo’n 113 miljard euro.

Een ander cloud-aanbod is de Virtuele Desktop Infrastructuur (VDI) waardoor gebruikers toegang krijgen tot veilige en centraal beheerde desktops die in het datacenter draaien. Uit het Global Security Index onderzoekvan Citrix Systems blijkt dat 33% van de grote wereldwijde bedrijven in zekere mate desktopvirtualisatie hebben geïmplementeerd. 41% heeft plannen om dit binnen een jaar te doen.

Veiligheid blijft voor vele bedrijven de belangrijkste reden om nog niet aan cloud computing te beginnen. Inmiddels voldoen steeds meer cloud-leveranciers aan tal van veiligheidsvoorschriften zoals HIPAA, ISO 27001 en PCI DSS. Bedrijven zijn op zoek naar manieren om de processen rondom de workloads te verbeteren. Gartner geeft aan dat 60% van de server workloadsin 2014 gevirtualiseerd zullen worden.

Mobiliteit enunified communication

Unified communications (UC) speelt een centralerol in de werkomgeving. Het geeft werknemersvolledig controle overde manier waarop ze op afstandtoegangtot het bedrijf krijgen. Volgens de laatste voorspellingen van ABI Research zal de waarde van de wereldwijde UC-markt in 2016 zo’n 1,7miljard Euro bedragen.

Gartner voorspelt dat in 2015 200 miljoen mensen voor desktopvideoconferencing zullen betalen. Ook Infonetics verwacht dat bedrijven tussen 2012 en 2016cumulatief zo’n16,7miljard Euro aanhard- en software voor videoconferencing en telepresence zullen besteden.

Door mobiliteit en UC samen te voegen,kan een grotere productiviteitbereikt worden en kunnen stijgende bedrijfskosten worden ingeperkt. Gebruikers krijgen verschillende opties aangeboden om zodoende efficiënter te kunnen werken. Rapportage, connectiviteit en gebruikerservaring kunnen allemaal in UC worden geïntegreerd en op een flexibele manier worden ingezet om prestaties te verhogen en kosten te verlagen. Het definiëren van een mobiliteitsbeleid krijgt meer prioriteit en wordt gedreven door beslissingen die voortvloeien uit de gekozen bedrijfsstrategie.

Bedrijfsapplicaties

Volgens ABI Research werden in 2012 wereldwijd zo’n 36 miljard applicaties gedownload. Apps worden als cruciale bedrijfstools steeds vaker ingezet. VolgensIDC draaien steeds meer nieuwe commerciële bedrijfsapplicaties op cloud-platforms.

Wel is het zo dat mobiele apps vaak speciaal zijn ontworpen om op besturingssystemen voor bepaalde apparaten en machine-firmware te draaien. Bedrijfsapplicatiesdaarentegen gebruiken nog vaakopweb technologie gebaseerde software. Uit een enquête van Tata Consultancy Services, blijkt dat 12% van de Europese bedrijfsapplicaties cloudgebaseerde toepassingen zijn. Zodra HTML5 zijn volledige entree doet, zullen bedrijven zich niet langer zorgen maken over hardware of support en alleen de nodige technologie inzetten om hun doelen te bereiken. Evans Data geeft aan dat 73,4% van de mobiele ontwikkelaars HTML5 al gebruikt. Daarmee zal één centrale URL alles bieden wat de gebruiker nodig heeft, ongeacht het apparaat of de locatie waarvandaan ze toegang verkrijgen.

Enterprise security

Het dominante speerpunt voor IT-managers sinds jaar en dag blijft toch wel beveiliging. Enterprise security wordt als gevolg van alle nieuwe innovaties met een aantal nieuwe problemengeconfronteerd.

Het grote risico rondom de werkomgeving bestaat in eerste instantie uit het feit dat werknemers toegang verkrijgen tot gevoelige bedrijfsdata, vanaf elk gewenste locatie en op elk gewenst moment. Dit vraagt om significantebeveiligingsprotocollenvoor toegang op afstand enbetere bescherming voor bedrijfstoepassingendoor beveiligingsapparatuur zoals firewalls.

Bedrijven wordensteeds meer slachtoffer van gegevensinbreuk. De directe en indirecte kosten zoals verlies aan vertrouwen bij klanten die hieruit voortvloeien kunnen zeer hoog zijn.Sony rapporteerde bijvoorbeeld dat de hack van het Playstation network en verlies van beschikbaarheid het bedrijf zo’n 171 miljoen dollar heeft gekost.

De werkomgeving moet nog bewijzen dat ditniet erger wordt door zaken zoals lage prioriteit bij het management, gebrek aan voorschriften en procedures of kennis bij gebruikers. Alleenbeveiligingsapparatuur aanschaffen en deze vervolgens niet goed beheren, is niet voldoende. Uit recent onderzoek van PWC blijkt dat bedrijven in 2011 al zo’n 45 miljard euro aan beveiligingsmaatregelen hebben uitgegeven.Gartner voorspelt dat de financiële kosten van cybercriminaliteit tot en met 2016 jaarlijks 10% zal groeien, omdat er steeds nieuwe kwetsbaarheden opduiken. Op dit moment zijn er 45 miljoen verschillende virussen in omloop enelke dag komen er meer dan 2000 bij.

Uiteindelijk moet de werkomgeving bijdragen aan het welzijn van de bedrijfsleden en het bedrijf, zodat service en beveiliging dan ook daadwerkelijk gehandhaafd kan worden, zowel intern as extern. Gaat de werkomgeving an sich nog drastisch veranderen of voornamelijk de componenten? Aan jullie.

Marcel van Wort is consultant bij Orange Business Services

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.marcel_van_wort_zw_jpg/165_165_80_1__marcel_van_wort_zw.jpgVisie: Een veranderende werkomgevingWed, 20 Feb 2013 00:00:00 +0100
Beveiligen in de cyberwereld: tijd voor de cyberdeltawerkenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/182/beveiligen_in_de_cyberwereld__tijd_voor_de_cyberdeltawerken.html

Afgelopen week kwam de NOS met het nieuws dat vorig jaar bij een botnet-aanval op vele instanties in Nederland, een grote hoeveelheid gevoelige informatie was buitgemaakt. Het trieste is dat deze informatie wel in bezit was van afdeling High Tech Crime van de politie, maar dat er niets mee was gedaan, totdat de NOS aan de bel trok.

In het bericht van de NOS stond: ‘De NOS kreeg toestemming om twee dagen in het gigantische databestand rond te neuzen en vond veel gegevens afkomstig van computers van gemeenten, waterschappen, ziekenhuizen, universiteiten, ministeries, media, ondernemingen en bedrijven die deel uitmaken van vitale infrastructuur zoals energie- en waterleidingmaatschappijen.’ Het gebruikte virus kopieerde allerlei inlogcodes, vertrouwelijke mails, toegangscodes en creditcard-gegevens.

Zo makkelijk is cybercrime dus tegenwoordig. Als het een virus lukt om een systeem binnen te komen, dan is weinig data meer veilig. Tenzij goed versleuteld. En in onze nieuwe cyberwereld helpen ouderwetse firewalls, virusherkenners en andere veiligheidssystemen blijkbaar niet meer. Andere bescherming is dan nodig. Beveiliging die actief op zoek gaat naar vreemde signalen en onverwachte datastromen en onbekende datasets in datastromen herkent.

Het is te vergelijken met hoe we vroeger kastelen en steden beveiligden. Met dikke hoge muren, een gracht en een ophaalbrug kon men heel lang allerlei aanvallers tegenhouden. Op een iets hoger niveau hadden we de waterlinies. We konden grote gebieden land onder water zetten, waardoor een leger niet verder kon trekken. Tenzij het langdurig vroor . . . .
Maar met de komst van het vliegtuig, begin vorige eeuw, waren al deze robuuste verdedigingsmechanismen in één klap gedegradeerd tot iconen uit een ver verleden. Het vliegtuig of een raket kon elk object vanuit de lucht bereiken en aanvallen. Kortom, er ontstond behoefte aan nieuwe verdedigingsmiddelen.

Dit verhaal geldt ook voor de oude informatiewereld van de vorige eeuw, en het huidige nieuwe internet en de cyberwereld. Nieuwe verdedigingsmechanismen zijn nodig. Op dezelfde manier als we nu potentiële aanvallen van vliegtuigen en raketten voorkomen. Met radarsystemen scannen we immers continu en actief de lucht om ons heen af. En weten we wat er rondom ons gebeurt. Zodra we een ongeïdentificeerd object herkennen, schakelen we een actief verdedigingssysteem in. Met bewapende straaljagers of antiraketten proberen we objecten te elimineren. Goedschiks of kwaadschiks.

Gelukkig hebben we in onze nieuwe cyberwereld ook de beschikking over deze verdedigingsvoorzieningen. Een product als Netwitness is zo’n radar dat continu onze netwerken scant op zoek naar ongeïdentificeerde objecten. Of naar signalen die ongewoon zijn of in een context reden kunnen zijn voor wantrouwen. Dat is niet eenvoudig en vraagt een steeds meer Big Data-achtige security-aanpak. En dat is begrijpelijk. Als de aanvaller met nieuwe techniek sneller, geniepiger en heimelijker kan binnen dringen, moet je verdedigingssysteem dat ook kunnen. Heimelijk constant elke data-bit scannen. Stiekem verscholen in het netwerk in- en uitgangen in de gaten houden. Zodra er reden tot gevaar is, direct en schaalbaar in actie komen.

Gezien de snelle opmars van High Tech Crime is het verwonderlijk dat vele organisaties in Nederland – privaat en publiek – nog steeds vertrouwen op een beveiliging uit de vorige eeuw. De ouderwetse kasteelmuur, de ophaalbrug en de waterlinie. Natuurlijk, adequate en up-to-date beveiliging is moeilijk, inspannend en niet goedkoop. In tijden van verminderende IT-budgetten iets waar men mondjesmaat geld voor uittrekt. Maar zoals de onlangs geopenbaarde inbraak laat zien, is onze maatschappij in feite onbeveiligd overgeleverd aan cybercriminelen en hackers. En als we de aanval herkennen, in staat zijn de schade te overzien, zijn er geen automatische procedures die de aangevallenen informeren. Opdat zij hun beveiliging kunnen verbeteren en voorzien van nieuwe passwoorden.

Vooruitstrevende bedrijven zijn reeds tot de tanden bewapend tegen die cybercriminaliteit. Soms omdat het al eens eerder is overkomen en daardoor vanuit de gedachte ‘eens maar nooit weer’ de juiste investeringen deden. Dat zijn o.a. de lessen die EMC en RSA hebben geleerd van eerdere aanvallen. Eens maar nooit weer. Gelukkig zijn er landen, zoals Israël en in toenemende mate ook de VS, die beseffen dat een cyberoorlog ernstige gevolgen voor hun land en hun bevolking heeft. Landen die moderne technieken kopen, installeren en leren te gebruiken. Voorbereid zijn op de komende oorlog, in plaats zich te bewapenen tegen een vorige. Geen tweede Pearl Harbor willen door zich ‘onterecht onbedreigd’ te voelen.

Ik ben bang dat de inbraak die de NOS vorige week in de publiciteit bracht slechts een minimaal topje van een cyber-ijsberg is die zich momenteel onder Nederland aan het vormen is. Erger is dat de onderschepte aanval ‘op de plank’ werd gelegd omdat men niet wist wat er mee te doen. Ik schaam mij als burger voor deze nalatige overheid. Een overheid waar ik trots op wil zijn. Die ik ook wil helpen de modernste systemen te laten gebruiken om met elkaar veiliger te worden.

Maar dan moeten politiek en bestuurders wel begrijpen dat het bouwen van een goede verdediging – net zoals vijftig jaar geleden het besluit tot de deltawerken – visie, inzet en geld vraagt. Ik zou trots op mijn overheid worden als zij zouden besluiten tot een tweede nationaal project: de cyberdeltawerken. De deltawerken hebben ons niet alleen beschermd tegen de zee. Met de nieuwe kennis en kunde die we toen ontwikkelden, bouwden we één van de grootste waterbouwkundige industrieën ter wereld. Het zou mooi zijn als we dat met cybersecurity ook kunnen.

Hans Timmerman, CTO EMC Nederland 

   ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgBeveiligen in de cyberwereld: tijd voor de cyberdeltawerkenTue, 19 Feb 2013 00:00:00 +0100
Column: Cloud provider heeft personeelsplan nodighttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/180/column__cloud_provider_heeft_personeelsplan_nodig.html

Cloud services vereisen een zeer hoge beschikbaarheid. Naast technische maatregelen moet er daarom veel aandacht uitgaan naar de kwaliteit van de medewerkers. Een aanbieder van cloud-diensten heeft dan ook eerst en vooral een personeels- en opleidingsplan nodig.

Een leverancier van cloud-diensten moet – aldus de Harvard Research Group – een beschikbaarheid van de diensten kunnen garanderen van 99,999 procent. Dat komt dus neer op een ongeplande downtime van 0,001 procent; zeg: vijf minuten per jaar. Dat lijkt vrijwel niets, maar omgerekend naar Amerikaanse dollars kan dat toch aardig in de papieren lopen. Deskundigen menen dat één uur downtime gewoonlijk een productieverlies oplevert van 60.000 dollar. Voor een webshop komt het al gauw neer op 100.000 dollar. Maar banken spannen de kroon: daar kan de schade van één uur plat liggen groeien naar 2,5 miljoen dollar.

Gezien de architectuur zijn dergelijk hoge beschikbaarheidscijfers alleen te halen met een private cloud; de onzekerheden bij een publieke cloud liggen hoger. Gebruikers van een publieke cloud moeten ook geen volledige beschikbaarheid verwachten. Daar staat tegenover dat de publieke cloud veel diensten gratis aanbiedt.

RAID

In de private cloud is er van alles aan te doen om de hoogst mogelijke beschikbaarheid te garanderen. Een single point of failure is op vele manieren te vermijden. RAID-systemen is er een van: opslagmedia die intelligent data wegschrijft en zichzelf herstelt in geval een schijf het onverhoopt laat afweten.

De inzet van UPS-systemen spreekt voor zich. Evenals de toepassing van een geïntegreerde beveiligingsaanpak. Tegenwoordig zorgt de Databescherming Richtlijn 95/46/EC ervoor dat binnen de Europese Unie minimale regels gelden voor beveiliging van gegevens. De Europese Unie werkt nog aan technische en juridische standaarden voor cloud computing.

Kundig personeel

Hoezeer alles technisch ook onder controle is, de menselijke factor speelt een belangrijke rol. Uit onderzoek blijkt dat voor vijftig procent van falende systemen de oorzaak menselijk handelen is. Daarom moet training van kwaliteitsbeheer een basis onderdeel zijn van de bedrijfscultuur. Dat houdt in dat er een centraal opleidingsplan nodig is, met wereldwijd op elkaar afgestemde, gestandaardiseerde handleidingen, en dat het topmanagement relevante informatie verstrekt.

Elke medewerker moet al het mogelijke doen om een potentieel falen of incident te voorkomen. Dit betekent dat de organisatie goed in kaart moet brengen wat de mogelijke oorzaken van een storing kunnen zijn. Voorkomen is immers beter dan genezen.

Mocht de slechtst denkbare situatie zich toch voordoen, dan moeten medewerkers zich niet bezwaard voelen om eventuele fouten op te biechten. Want van fouten kun (moet) je leren. Het is tevens uitermate belangrijk een gespecialiseerd team met deskundigen in de coulissen te hebben klaar staan. Dit moet direct in actie kunnen komen als het nodig is, oplossingen bedenken voor plotseling optredende problemen en die oplossingen binnen de gehele organisatie doorvoeren. Als een systeem plat gaat, dan moet de dienstdoende leidinggevende dit gespecialiseerde team meteen inschakelen om de reddingsactie in gang te zetten.

Kwaliteitsbeheer is een doorgaand proces: de kennis van het personeel dient op peil te worden gehouden en steeds te worden uitgebreid. Niettemin zal het nooit helemaal mogelijk zijn om te garanderen dat geen enkel systeem ooit plat gaat binnen de cloud-processen. Zelfs het beste jongetje van de klas krijgt dat niet voor elkaar. Maar de eerder aangehaalde 99,999 procent beschikbaarheid is wel haalbaar met voldoende kundig personeel als aanvulling op de technische en procedurele maatregelen.

Serge Vandenhoudt is VP Productions bij T-Systems in Nederland en België

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/nieuws/.serge_van_houdt_jpg/165_165_80_1__serge_van_houdt.jpgColumn: Cloud provider heeft personeelsplan nodigWed, 13 Feb 2013 00:00:00 +0100
High Tech Crime vraagt High Tech Intelligencehttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/179/high_tech_crime_vraagt_high_tech_intelligence.html

Techniek heeft altijd een positief en een negatief gezicht: Een mes kan gebruikt worden voor een levensreddende operatie, maar kan ook mensen vermoorden. Dat geldt ook voor onze snel voortschrijdende internet en informatietechniek. Naast alle verworvenheden van social media, Clouds en connectiviteit is er ook een zeer snel groeiende negatieve wereld: de wereld van High Tech Crime.

In Europa ligt het geweldsmonopolie bij de overheid. De overheid beschermt ons met leger en politie tegen aanvallers, roof en moord. Daar is iedereen het wel over eens. Maar als je diezelfde vraag stelt ten aanzien van cybercriminaliteit wordt het antwoord iets genuanceerder. Onze maatschappij worden we steeds geavanceerder aangevallen via allerlei informatiesystemen. Niet alleen vanuit eigen land, maar uit de hele wereld. De zogenaamde Persistent Advanced Thread, zoals dat wordt genoemd, het continue op zeer geavanceerde wijze aangevallen worden, is geen incident meer.

En vaak weten we niet eens dat we worden aangevallen. Of zelfs al lang zijn aangevallen. Dat ontdekken we weken of maanden later en dan is het kwaad al geschied. Dan moet een forensisch onderzoek starten om de aard en impact van de aanval te onderzoeken. Maar er zijn ook allerhande illegale activiteiten zoals kinderporno. De negatieve zijde van de internetmaatschappij. We moeten ons hier tegen wapenen, want de veiligheid van Nederland is ernstig in gevaar. We weten niet half hoe kwetsbaar we zijn geworden.

Bij het ontdekken van een High Tech misdrijf moet onze politie ter plekke onderzoek doen. Een PC in beslag nemen. Data verzamelen en kopiëren om forensisch onderzoek te starten. En dat alles in zeer kort tijdbestek. Soms krijgt de recherche, door allerlei juridische beperkingen, maar korte tijd om de betreffende systemen te analyseren of data te downloaden.

En hoe ga je in korte tijd 800 TB aan data – aantoonbaar foutloos – kopiëren naar een forensisch systeem? Kun je de data zelf verplaatsen of moet je ter plekke een download maken? Je eigen opslagmedia meenemen? Welke verbinding kan in een paar uur honderden Terabytes transporteren? Allemaal vragen waarop op dit moment lastig een antwoord komt. We kunnen die hoeveelheden data gewoon als overheid (nog) niet verwerken.

De minister wil dat onze nationale politie per jaar twintig zaken als de kinderpornozaak het hofnarretje aan kan. Een soort definitie van de capabiliteit en capaciteit voor het forensisch Big Data probleem. Minister Opstelten doet allerlei beloften, maar beseft in mijn ogen onvoldoende wat dat technisch betekent. Hoeveel deskundigen met geavanceerde systemen nodig zijn om dat mogelijk te maken. Een continue bewaking van onze ‘informatie’ landsgrenzen en slagkracht in geval van een aanval. Eén ding is zeker, de huidige politie-infrastructuur is op dit moment niet in staat aan de belofte van Opstelten te voldoen.

De uitdaging is niet alleen de enorme capaciteit van opslag, connectiviteit, analyseprogramma’s en computersystemen. Het moet ook nog eens achteraf bij de rechter kunnen worden getoetst wat betreft kwaliteit en rechtsgeldigheid. De zogeheten ‘Chain of Evidence”, de keten van bewijsmateriaal en de ‘Chain of Custody’, de keten van betrokkenen, moet eenduidig en aantoonbaar kunnen worden getoond. Dat wil zeggen dat vanaf het eerste moment dat een aanval of misdrijf wordt geconstateerd, alle forensische activiteiten moeten worden gemonitord en gelogd.

Een nogal pittige opgave. Casemanagement en geborgde werkprocessen die het dataverwervings- en verwerkingsproces managen. Activiteiten en processen die de oorspronkelijke data – het oorspronkelijke bewijsmateriaal – niet beïnvloeden of corrumperen. Daar is de enorme hoeveelheid data die moet worden opgeslagen en continue beschikbaar moet zijn bijna kinderspel bij. Denk daarnaast aan de privacy randvoorwaarden voor het gebruik van de restinformatie die na een onderzoek is overgebleven. Mag dat wel of niet voor andere zaken worden gebruikt? Wie moet daar over beslissen? Hoe registreren we dat?

De informatisering bij de politie heeft de afgelopen jaren geleden onder vele organisatieveranderingen. Nu eindelijk de nationale Politie het daglicht heeft gezien, is het ook tijd om op nationaal niveau de schouders onder een goede politie informatie voorziening te zetten. Het gaat me te ver om te stellen dat onze politie de aansluiting bij de huidige informatiemaatschappij heeft gemist, maar er is – om het eufemistisch te zeggen – zeker wel het één en ander te doen.

Nu de organisatie zijn nieuwe vorm heeft gekregen, is het tijd voor een flinke sprong voorwaarts. Met een goede visie en de juiste doelstellingen kan zeker een sprong voorwaarts worden gemaakt. In principe is de techniek en de kennis in Nederland beschikbaar om onze Nationale Politie de komende jaren naar een internationaal benchmark niveau te brengen. In veel landen zijn al goede voorbeelden, en met een instelling als ‘beter goed gepikt dan slecht bedacht’ wordt voorkomen dat we onze eigen stokpaardjes gaan berijden.

Ik gun alle medewerkers van zowel politie, maar ook defensie en onze inlichtingendiensten alle aandacht – met bijbehorende budgetten – om ook daadwerkelijk aan de mooie beloftes van Minister Opstelten te voldoen. Dat we een wereldklasse cyberplatform krijgen dat onze maatschappij afdoende kan beschermen tegen digitale misdaad en aanvallen. Dat verdienen we. Nederland moet veiliger, dat willen we allemaal. Maar dat is niet alleen Blauw op straat, maar ook een recherche met ‘High Tech Nerds’ achter beeldschermen, anoniem op internet en high performance computers die met moderne analysetechnieken en intelligence software ons bewaakt.

Echter om het High Tech Crime moeras te dempen, moeten we wel eerst alle tegenwerkende krokodillen die daar leven, elimineren. Het ontwikkelen en bouwen van een modern veiligheidsbeleid is een zaak van lange adem, heldere visie, daadkracht en middelen. High Tech Crime vraagt High Tech Intelligence.

Hans Timmerman, CTO EMC Nederland

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/./column/hans_timmerman2.jpgHigh Tech Crime vraagt High Tech IntelligenceTue, 12 Feb 2013 00:00:00 +0100
Vijf voorspellingen voor de storage business in 2013http://www.executive-people.nl/executive_people/25/178/vijf_voorspellingen_voor_de_storage_business_in_2013.html
Nu de meesten onder ons bezig zijn met het afsluiten van het boekjaar 2012, lijkt het mij een goed moment om onze blik te richten op wat 2013 ons zal bieden. Hier volgen mijn belangrijkste vijf voorspellingen voor het komende jaar:

ZFS zal uitgroeien tot ’s werelds meest gebruikte storage-bestandssysteem
Eigenlijk heb ik met deze voorspelling een beetje gesjoemeld. ZFS heeft deze status namelijk al lang en breed bereikt. Als je alle implementaties van Oracle, Solaris, Nexenta en illumos bij elkaar optelt, is ZFS nu al minstens 3-5x groter dan OnTap van NetApp. ZFS is zelfs groter dan OnTap en Isilon samen!

Alternatieve (niet-legacy) leveranciers zullen opnieuw de enige leveranciers zijn wiens omzet jaar na jaar groeit
Hoewel de storage-uitgaven aan het toenemen zijn, valt de omzet van EMC en NetApp elk jaar terug. De enige logische verklaring hiervoor is dat leveranciers in de categorie ‘Overige’ steeds meer aan terrein winnen binnen de storage-markt en daar alle omzetgroei voor hun rekening nemen.

Software defined storage zal meer ‘disruptive’ en complexer zijn dan de rest van het software defined datacenter
Er zijn 1,2 miljard dollar redenen te bedenken waarom software defined networking (SDN) in 2012 een hot topic was. Kijk maar naar de overname van Nicera door VMware voor \$1,2 miljard dollar. Deze overname komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het verbeteren van netwerken en het vergroten van hun flexibiliteit is namelijk een belangrijke voorwaarde voor de optimalisatie van het datacenter.

SaaS- en internetbedrijven zullen zich blijven verzetten tegen IaaS-oplossingen van grote leveranciers
Als je een rondvraag doet onder de CEO’s van de grootste SaaS-aanbieders, zul je telkens opnieuw de volgende boodschap te horen krijgen: “Legacy IaaS-aanbieders hebben geen flauw benul van het beheer van infrastructuren van grote ondernemingen”. Ze kunnen de prijzen van oplossingen op basis van commodity hardware simpelweg niet evenaren. Relatief weinig leveranciers kunnen hun goedkeuring wegdragen.

Door Non-volatile Memory Express (NVME) en het monopolistisch gedrag van fabrikanten van flashgeheugens zal de wereld van flash-opslag een meer open karakter krijgen
Vier van de vijf bedrijven die samen zo’n beetje alle NAND flashgeheugens voor solid state disks en consumentenapparatuur ter wereld produceren, besloten recentelijk om de wereldwijde levering te beperken als reactie op de dalende prijzen. Leveranciers en eindgebruikers die afhankelijk zijn van flash maken zich nu zorgen dat ze aan één leverancier zitten vastgepind. Volatile-Memory Express biedt hen enige hoop.

Cisco 
Om John Chambers van Cisco en tal van andere kopstukken binnen de ICT-branche te parafraseren: als een branche eenmaal verandert, valt die verandering niet meer te stoppen. Het enige dat we als bedrijven kunnen doen, is proberen om de ontwikkelingen te anticiperen en bij te benen.

En de storage-branche verandert voor onze ogen. In ICT-vakbladen en analistenrapporten wordt steeds vaker over storage gesproken. Daarnaast is er sprake van groeiende belangstelling vanuit Wall Street, getuige de gesprekken die ik met talloze publieke investeerders en bankiers heb gevoerd. In 2012 werden alle belangrijke storage-leveranciers geconfronteerd met een omzetdaling voor hun kernproducten, ondanks de snelle groei van de markt in zijn totaliteit. Verder is duidelijk geworden dat ZFS, dat oorspronkelijk begon als een universeel bestandssysteem, de oplossingen van legacy storage-leveranciers voorbij streeft wat betreft beheerde capaciteit. En nu software defined storage steeds meer in zwang raakt, ben ik van één ding zeker: als we aan het einde van 2013 terugkijken naar de storage-branche zoals die er in het begin van het millennium uitziet, zullen we ons afvragen waar we in vredesnaam mee bezig waren.

De wereld is veranderd. Storage staat inmiddels in het teken van openheid en flexibiliteit. Dit zal resulteren in een betere ICT-branche en een slimmere wereld. Maar dat is een onderwerp voor een ander weblog.

Wat vindt u van mijn voorspellingen? Heb ik iets gemist? Wat is volgens u het meest waarschijnlijke scenario? En wat het minst waarschijnlijke?

Evan Powell, de CEO van Nexenta


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.evan_powell_ceo_nexenta_4_jpg/165_165_80_1__evan_powell_ceo_nexenta_4.jpgVijf voorspellingen voor de storage business in 2013Mon, 11 Feb 2013 00:00:00 +0100
Column: Terughacken of niet?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/177/column__terughacken_of_niet_.htmlDe afgelopen tijd is er veel te doen geweest over ‘terughacken’. Mag degene die te maken heeft met cyberaanvallen op zijn beurt de aanvaller aanvallen? In plaats van in een fort met het zweet in je handenaf te wachten of jouw verdediging het houdt, kun je je tegenstander actief digitaal te lijf gaan. Een aantrekkelijk idee. Maar is het een goed idee?

Het is steeds duidelijker geworden dat 100% beveiliging een illusie is. Niet alleen zou dat onbetaalbaar zijn, ook de continue stroom van nieuwe en veranderde bedreigingen zorgt ervoor dat de beveiliging altijd achter de feiten aanloopt. Daar komt bij dat de opsporing van cybercriminelen ingewikkeld is. De cybercrimineel kan zich immers overal bevinden waar internet beschikbaar is, terwijl de aanval op afstand vanuit een heel andere plek (waar bijvoorbeeld een server staat) kan plaatsvinden. Dan krijg je te maken met verschillende opsporingsinstanties, verschillende bevoegdheden, verschillende juridische systemen enzovoort.De kans isgroot dat de cybercrimineeldaardoor de dans ontspringt, als je hem al kunt opsporen. Ja, en dan is het niet zo vreemd dat er nu wordt geopperd die cyberaanvallen uit een twijfelachtige republiek achter de Oeral in de kiem te smoren door zelf de aanval te openen en de bewuste aanvalsserver plat te leggen.

En dan beginnen de problemen. Wat is het verschil tussen een ‘goede’ en een ‘slechte’ aanval en wie bepaalt dat eigenlijk?Hoe verhoudt zich dat met de wetgeving, niet alleen in Nederland, maar ook in het land waar de eerste aanval vandaan komt. Over de juridische kwesties rondinternationale cyberincidenten bestaat een document dat nuttig voor mensen, zoals onze minister van Veiligheid Justitie,  die soms lijken te vergeten dat er wetten zijn waar we ons aan dienen te houden. En dan ga ik er nog maar even vanuit dat het om (georganiseerde) misdaad gaat. Maar alles wijst er op dat ook ‘vreemde mogendheden’ achter een aanval kunnen zitten. Zo zouden de Chinese hackers die onlangs de New York Times waren binnengedrongen, zich bediend hebben van inbraaktechnieken die geassocieerd worden met het Chinese leger. Niet zo verstandig om dan zelf maar aan te vallen, lijkt me. Het Nationaal Cyber Security Center geeft aan dat het juridisch niet kan ombuitenlandse servers die virussen in Nederland verspreidenplat te leggen. Er zou eerst goede wet- en regelgeving moeten komen, met waarborgen en ongetwijfeld een toezichthouder.

Dit alles doet me denken aan de verwikkelingen rond ‘ethische hackers’. Die vallen ook aan, net zoals alle hackers, maar dan voor een goed doel: het testen van de beveiliging van bedrijven en instellingen. Hier omheen is intussen een heel circus ontstaan van richtlijnen, beschermende maatregelen, onwelgevallige wetsartikelenengaranties. Maar het blijft een erg lastige zaak, zoals de zaak rond Tweede Kamerlid Henk Krol laat zien. Hij vindt zichzelf een ethische hacker, maar hij moest voor de rechter verschijnen en de kliniek waar hij digitaal heeft ingebroken achtervolgt hem met een zeer forse schadeclaim.

Voor de goede orde, in de voorstellen om terughacken mogelijk te maken gaat het om de politie die deze bevoegdheid moet krijgen. Dus niet om burgers of bedrijven.Maar ook dan vind ik terughacken geen goed idee. Waar liggen de grenzen, hoe zit het met de ‘checks and balances’? Dat is allemaal volstrekt onduidelijk.

Het wordt ook veel te makkelijk geroepen, zoals wel vaker gebeurt als het gaat om meer bevoegdheden voor de politie. Want ik denk dat andere, defensieve mogelijkheden bij lange na nog niet uitgeput zijn. Dat zijn mogelijkheden waarmee we nú mee aan de slag kunnen.

Talloze onderzoeken laten zien dat het securitybewustzijn zowel bij consumenten als bij bedrijven nog veel te wensen overlaat. En een eigen onderzoek bracht vorig jaar aan het licht dat ook al is dat securitybewustzijn er, het in veel gevallen niet leidt tot de juiste maatregelen. Er is onvoldoende inzicht in de bedrijfsrisico’s alsgevolg van een hack en een actieplan voor het geval de beveiliging het onverhoopt laat afweten ontbreekt maar al te vaak. Laten we daarom eerst alles op alles zetten om deze situatie te verbeteren. Dat levert veel meer op dan een tegenaanval en we voorkomen allerlei juridische en (geo)politieke risico’s.

Wim van Campen is Vice President Northern Europe bij McAfee

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.mcafee_wim_van_campen_jpg/165_165_80_1__mcafee_wim_van_campen.jpgColumn: Terughacken of niet?Wed, 06 Feb 2013 00:00:00 +0100
De kosten van social mediahttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/176/de_kosten_van_social_media.html
De wereld waarin bedrijven nu opereren, is niet meer te vergelijken met die van tien jaar geleden. De reputatie van een merk kan heel snel veranderen door het gebruik van social media en mobiele technologie. Deze nieuwe media bieden bedrijven enorme kansen om hun merkbekendheid te vergroten via sociale kanalen. Tegelijk zijn de risico’s van reputatieschade mogelijk erg hoog.

Storingen
Nu bijna iedereen continu communiceert via social media, is er behoefte aan 24-uurstoegang tot IT-gerelateerde diensten. Organisaties moeten daarom harder werken om in die behoeften te voorzien, zodat zij voldoen aan de verwachtingen van gebruikers. Zij weten maar al te goed wat er gebeurt als er zich grote storingen voordoen.

Het jaar 2012 is een goed voorbeeld. Het was het jaar van de softwareproblemen. Tal van organisaties, waaronder RBS, NatWest, RIM en Google Mail, hadden te maken met grote storingen – met veel negatieve gevolgen.

Kitische berichten
Social media bieden klanten een krachtig platform voor het ventileren van hun frustraties. Zij uiten hun klachten op Facebook en Twitter in kleurrijke taal en zorgen ervoor dat die verder verspreid worden via bijvoorbeeld retweets. Zo is er heel snel sprake van een ‘bosbrand’ waarbij honderden, duizenden of soms tienduizenden ontvangers de kritische berichten onder ogen krijgen. Wat kost bedrijven dit? Uiteraard hun merk en reputatie. Ook zullen klanten afhaken. Maar hoeveel precies? Veel bedrijven willen dat weten, zodat ze beter zicht hebben op de echte kosten van een storing.

Een studie van Emerson Network Power laat zien dat de gemiddelde kosten van het uitvallen van een datacenter uitkomen op ongeveer 5.600 dollar per minuut. De gemiddelde duur van een incident bedraagt negentig minuten, wat leidt tot een kostenpost van ruim 500.000 dollar per incident. Dat is voor veel organisaties een behoorlijk bedrag. Door slim te investeren, kunnen ze die kosten prima vermijden.

Softwarekwaliteit
Volgens Forrester “zijn de belangrijkste oorzaken van uitval een menselijke configuratiefout (veertig procent), de softwarekwaliteit (dertig procent) en ontbrekende patches (twintig procent).” Om deze oorzaken te bestrijden en de risico’s van uitval terug te dringen, is het nodig om IT-processen zo veel mogelijk te automatiseren.

Met de juiste strategische planning en beoordelingssystematiek is het mogelijk om foutgevoelig handmatig werk, applicatieontwikkeling en het patchproces te automatiseren. Automatisering heeft het potentieel om de risico’s sterk te reduceren, de operationele efficiency te vergroten en te helpen bij compliancy.

Het gaat uiteindelijk om beslissingen over de IT-omgeving die ervoor zorgt dat optimaal valt in te spelen op de wensen en eisen van klanten. IT-automatisering biedt tal van voordelen en kan voorkomen dat de reputatie van bedrijven in gevaar komt. Met meer procesautomatisering hoeft 2013 in elk geval niet opnieuw een jaar te worden met tal van softwarestoringen.

Stefan Zeitzen, Senior Vice President of Sales & Services UC4

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.szeitzen_314_jpg/165_165_80_1__szeitzen_314.jpgDe kosten van social mediaTue, 05 Feb 2013 00:00:00 +0100
Overheids-ict op een andere leesthttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/175/overheids_ict_op_een_andere_leest.html

Overheid en ict vormen geen gemakkelijke combinatie. Zozeer zelfs dat er binnenkort een parlementair onderzoek wordt gehouden vanwege de vele mislukte ict-projecten. Een van de doelstellingen van het onderzoek is dat het een aanpak oplevert die wél tot succes leidt. Ondanks dit zeer zware onderzoek, verwacht ik er nietal te veel van. Er er is een hardnekkige barrière die niet eenvoudig weggenomen kan worden. Bovendien is het ook zonder onderzoek wel duidelijk wat er moet veranderen. Bij de overheid én bij de ict-leverancier.

Om te beginnen heeft de overheid - en zeker gemeenten - minder geld. Bezuinigingen worden gewoon opgelegd. Tegelijk bestaat de behoefte om de dienstverlening voor burgers en bedrijven te verbeteren. Dit heeft geleid tot drie grote ontwikkelingen in de verhouding gemeente – burger – samenleving. De eerste is het streven naar een compacte overheid, een overheid die niet alles zelf meer doet enzakenaan burgers en andere belanghebbenden overlaat om op te pakken. De tweede is dat de huidige overheidskanalen beter op de behoefte van burger en bedrijfsleven moeten worden afgestemd. Tot slot wordt de overheid geacht nu meer te doen met minder. Dit is bij de overheid dus niet anders dan wat al jaren bij bedrijven speelt.

Het probleem is nu dat bij de overheid, en vooral bij de decentrale overheid, ict meestal een sluitpost is. Er wordt eerst beleid gemaakt, er komt wet- en regelgeving en daarnawordt pas aan de uitvoering gedacht. Voor die uitvoering moet dan een ict-systeem komen. Terwijl ict juist voorin de waardeketen zou moeten zitten. Zaken kunnen immers veel beter worden ingericht als er van meet af aan rekening gehouden wordt met de mogelijkheden die ict te bieden heeft. Dat komt kwaliteit ten goede en verkleint de kans op mislukkingen aanzienlijk.

Vanuit het perspectief van de burger en het bedrijfsleven betekent ‘kwaliteit’ vooral een  betere ‘klantbeleving’.  Een open deur misschien, want dit kennen we al lang van het bedrijfsleven. Maar bij de overheid is dit besef onderontwikkeld. Klanten -  burgers - willen sneller geholpen worden en met zo weinig mogelijk hindernissen. Denk aan één digitaal overheidsloket waar burger of bedrijf voor alle overheidszaken terecht kan, in plaats van allerlei loketten, elk met een eigen productieproces. Dit serieus nemen betekent nieuwe organisatievormen binnen de overheid, stakeholders die zelf zaken oppakken, discussie over wat overheidstaken moeten blijven en wat de overheid niet zelf meer moet doen (denk bijvoorbeeld aan gemeenten die zelf het vuilnis niet meer ophalen).

De overheid doet er ook  goed aan om eens naar ander sectoren te kijken, zoals de bankwereld. Banken hebben zich al vele jaren geleden gerealiseerd dat hun klanten in feite de goedkoopste medewerkers zijn. Dankzij technologie - geldautomaat, thuisbankieren – laten de banken hun klanten nu zoveel mogelijk zelf doen. Vergeleken met zo’n tien jaar terug speelt het fysieke bankloket nauwelijks nog een rol, want voor de meeste bankzaken hoeven we niet meer in de rij voor een loket. Voordelen voor de klant: zelf bankzaken verrichten is gratis en, misschien nog belangrijker, hij kan zijn geldzaken regelen op het moment dat het hem het beste uitkomt.Voordelen voor de bank: drastische kostenbesparingen en betere dienstverlening. Op dezelfde manier kan de burger voor de overheid de goedkoopste kracht zijn. Wat de burger kan overnemen van de ambtenaar kost de overheid heel veel minder geld en de burger hoeft er niet meer de deur voor uit.

Maar waarom gebeurt dit allemaal niet of onvoldoende? Doordat eerst beleid wordt bedacht terwijl er pas in later stadium een ict-oplossing wordt gebouwd sluiten ict-oplossingen in de praktijk lang niet altijd goed aan op de behoefte. Dit verschijnsel wordt nog verergerd doordat afzonderlijke overheidsinstellingen nogal eens hun eigen weg willen volgen en hun ict-oplossingen moeten aan die weg aangepast worden. Terwijl het toch gaat om overheidstaken die overal precies hetzelfde zijn. Met standaardisatie op dit vlak kan veel bespaard worden.

Maar déhardnekkige barrière voor het realiseren van de nodige veranderingen is dat ict-afdelingen dan een andere rol moeten krijgen. De overheid beschikt over grote ict-afdelingen die graag willen blijven doen wat ze nu doen. Daarmee houden zij de ongelukkige scheiding tussen business en uitvoering in stand. Dit is de belangrijkste oorzaak van het mislukken van ict-projecten bij de overheid.

Ik realiseer me terdege dat de hierboven genoemde veranderingen erg veel betekenen voor de interne overheidsorganisatie. Het is een moeilijk veranderingsproces dat jaren kan duren. Deze veranderingen zijnbovendien niet alléén een zaak van de overheid. Wie als ict-leverancier pretendeert een rol te spelen in dit geheel, zal zelf ook moeten veranderen.Een dergelijke leverancier moet immers in staat zijn een strategisch partnerschip met de overheid adequaat in te vullen. Dat vergt niet alleen diepgaande kennis van ict, maar vooral ook bijzonder veel kennis van de uitdagingen waarvoor de overheid staat. Beide zijn onontbeerlijk om samen met de overheid de kloof tussen ‘overheidsbusiness’ en ict te dichten en zo te besparen mét ict in plaats van op ict.

 

Robin van Poelje is CEO van Total SpecificSolutions

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.robin_van_poelje_medium_jpg/165_165_80_1__robin_van_poelje_medium.jpgOverheids-ict op een andere leestTue, 05 Feb 2013 00:00:00 +0100
DCIM maakt impact van technisch probleem op business direct zichtbaarhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/172/dcim_maakt_impact_van_technisch_probleem_op_business_direct_zichtbaar.html
Datacenter Infrastructure Management (DCIM) staat sterk in de belangstelling. Logisch, want met DCIM krijgt een organisatie een goede grip op zijn datacenter, waardoor de gevolgen voor de business van een eventueel technisch probleem direct zichtbaar worden. Het plannen van capaciteit is met DCIM bovendien heel goed te doen, waardoor onaangename verrassingen worden voorkomen. Daarnaast krijgen we veel meer grip op de kosten. Dat gaat soms zelfs zover dat klanten hun DCIM-software gebruiken om de energierekening die zij ontvangen niet alleen te controleren, maar de kosten bovendien met behulp van DCIM direct kunnen doorbelasten aan interne gebruikers.

De belangstelling voor DCIM is op zich niet nieuw. We zien al geruime tijd dat datacenters goed kijken naar de mogelijkheden die dit soort oplossingen te bieden hebben. Wat ik wel zie, is dat steeds meer datacenters nu ook daadwerkelijk DCIM implementeren. De groei is echt opvallend.

‘Roots’
Interessant aan de DCIM-markt is dat deze bediend wordt door drie typen leveranciers. Dat zijn allereerst de leveranciers waarvan de ‘roots’ liggen in de technische infrastructuur van het datacenter. Daarnaast zien we dat ook de belangstelling van ontwikkelaars van oplossingen voor IT-management voor de datacenterinfrastructuur aan het groeien is. Opvallend is ook de komst van hardwareleveranciers in dit segment. Bedrijven als Dell en HP besteden bij het ontwikkelen van hun servers en andere apparatuur steeds meer aandacht aan het beperken van onder andere de warmteproductie. Daarbij zoeken zij de oplossing met name in het beter sturen van de processorcapaciteit. Bij een server die minder zwaar wordt belast, zou de processor minder actief kunnen zijn en dus minder warmte kunnen produceren. Alleen door nauwkeurig het gedrag van de server te meten, krijgen we een beeld van de belasting van het systeem en kunnen we - bijvoorbeeld - de klokfrequentie van de processor aanpassen of lokale on-board koelmethoden toepassen.

Daarmee is dus een verbinding ontstaan tussen de IT-laag in het datacenter - servers en dergelijke - en de onderliggende technische infrastructuur met zijn power en koeling en dergelijke. Er is een belangrijke stap vooruit gezet. Technische infrastructuur en IT-laag zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze zijn volledig van elkaar afhankelijk. Willen we tot een optimaal presterend datacenter komen, dan zullen we dus tot een integratie van het beheer van beide lagen moeten komen.

IT-management tools
Een tweede groep bedrijven die op deze trend inspeelt, bestaat uit de aanbieders van tools voor IT-management. Denk aan CA Technologies, HP en IBM. Deze bedrijven borduren voort op de monitoring-tools van hardware- en netwerkfabrikanten, maar breiden dit uit naar de volledige software- en hardware-omgeving. Een belangrijk kenmerk van tools als OpenView en Tivoli is de nadruk die op capaciteitsplanning ligt. Uit historische gegevens worden trends herleid die een beeld schetsen van de capaciteit die de komende periode ‘waarschijnlijk’ nodig zal zijn. Dit soort functionaliteit zien we nu ook met de opkomst van DCIM-pakketten in de technische infrastructuur opduiken.

De laatste groep van aanbieders die zich op de markt voor datacenterbeheer richt, zijn de leveranciers die zich traditioneel met de technische infrastructuur van het datacenter bezig houden. Schneider Electric is daar uiteraard een bekend voorbeeld van. Ook bij deze leveranciers zien we het besef dat IT-laag en infrastructuur volledig van elkaar afhankelijk zijn. Wil je de ene laag goed beheren, dan is daar informatie voor nodig uit de andere omgeving. Daarbij streven we in feite naar een volledige integratie. Het is niet meer voldoende dat een beheerpakket op de infrastructuurlaag in staat is een handvol meetgegevens ‘omhoog’ doorgeeft aan bijvoorbeeld OpenView. Er dient sprake te zijn van communicatie in beide richtingen waardoor beide beheeromgevingen steeds meer met elkaar verweven raken en de scheidslijn tussen beide lagen ook steeds dunner wordt. In feite willen we vanuit de beheeromgeving direct kunnen ingrijpen op alle componenten die samen het datacenter vormen.

Duidelijke groei
Ik zie inmiddels mooie DCIM-projecten ontstaan. De klant stelt daarbij vaak een aantal duidelijke eisen: er dient sprake te zijn van een uitstekende beheersbaarheid van het datacenter, de beschikbaarheid moet maximaal zijn, de omgeving dient efficiënt met energie om te gaan en er moet sprake zijn van een goed schaalbare omgeving.

Er speelde een keer bij een klant echter nog een interessant punt. Het bedrijf deelt zijn kantoorfaciliteiten - denk aan de ruimte zelf, maar bijvoorbeeld ook de stroom- en watervoorzieningen - met een aantal andere huurders in hetzelfde gebouw. Men heeft er dus alle baat bij om goed te kunnen vaststellen wat men zelf aan kosten maakt. De behoefte aan een goede oplossing om onder andere het gebruik van stroom en water voor koeling te kunnen meten, is dus evident. Met een DCIM oplossing is dat mogelijk. Maar toen men zich realiseerde welke mogelijkheden dit pakket biedt, zagen zij ook direct de kansen die daardoor ontstaan om een uitstekende grip te krijgen op de operationele kosten. En - heel interessant - welke mogelijkheden er dan zijn om rechtstreeks vanuit het DCIM-pakket de kosten door te belasten aan de feitelijke gebruikers van stroom en water. Daarmee zie je dus dat DCIM zeker niet ‘alleen maar’ een tool is waarmee datacentermanagers hun interne operatie kunnen verbeteren. DCIM is ook heel duidelijk een oplossing waarmee operationele winst te behalen valt doordat volstrekt duidelijk kan worden gemaakt welke interne gebruikers verantwoordelijk zijn voor welke kosten.

DCIM-functionaliteit
Het gebruik van DCIM kan dus hele concrete en ook financiële voordelen bieden. Toch erkent ik dat er rond het begrip ‘DCIM’ nog veel onduidelijkheid bestaat. Het is een onderwerp dat nog duidelijk in ontwikkeling is, maar waarvan inmiddels wel duidelijk is dat het een cruciaal onderdeel is van een efficiënt datacenter. Hoewel marktanalisten dit marktgebied inmiddels goed in kaart hebben gebracht, constateer ik wel dat de software die momenteel van de diverse leveranciers beschikbaar is, wat functionaliteit betreft flinke verschillen vertoont. Dat maakt het voor de klant natuurlijk niet altijd even gemakkelijk om tot een goede keuze van de juiste oplossing te komen.

Een analistenbureau dat veel onderzoek naar DCIM heeft gedaan, is Forrester. In een eerder dit jaar verschenen rapport ‘Market Overview: Data Center Infrastructure Management Solutions’ geeft het bureau een overzicht van de acht basisfuncties die een DCIM-pakket zou moeten bieden:

Inventory and discovery waarmee een inventarisatie kan worden gemaakt van de systemen en apparaten die in het datacenter staan opgesteld; per apparaat dient bovendien een reeks van basisgegevens te worden vastgelegd. Let wel: het gaat hierbij om apparatuur op zowel de infrastructuurlaag als de IT-laag.

Maintenance and change control zodat alle vastgelegde informatie goed kan worden onderhouden. Dit onderhoud dient volgens vaste procedures te gebeuren (procesmatig), zodat de betrouwbaarheid van de vastgelegde gegevens is gewaarborgd.

Data collection voor het verzamelen van gegevens. Voor IT-systemen kan dit vaak al langs geautomatiseerde weg gebeuren, terwijl het verzamelen en invoeren van gegevens over bijvoorbeeld CRAC’s, racks en dergelijke nog veelal handmatig moeten gebeuren.

Consolidated monitoring and dashboard zodat alle gegevens kunnen worden verwerkt en op (liefst) één scherm worden weergegeven.

Alerts zodat alarmeringen worden gegeven als bepaalde grenswaarden worden overschreden.

Control waarmee wordt bedoeld dat rechtstreeks vanuit de DCIM-software kan worden ingegrepen in de infrastructuur en het functioneren van een bepaald apparaat kan worden beïnvloed.

Trend analysis voor het kunnen analyseren van alle gemeten en vastgelegde informatie.

Modelling zodat toekomstige aanpassingen in het datacenter softwarematig kunnen worden gesimuleerd en de gewenste nieuwe situatie alvast kan worden beproefd en het effect daarvan op bijvoorbeeld andere componenten in het datacenter kunnen worden bekeken.


Nieuwe functies
Zoals zo vaak in de software-industrie zien we daarnaast een groep van veelal nieuwe bedrijven opstaan die met nieuwe ideeën en concepten komen. Hier zitten vaak interessante ideeën bij die vaak echter nog niet in de bekende DCIM-pakketten zijn opgenomen. Forrester noemt dit ‘emerging functions’ waar IT- en datacenter managers zeker eens naar zouden kunnen kijken. Het onderzoeksbureau denkt dan onder andere aan:

1. het plannen van stroomverbruik op basis van feitelijk gemeten informatie en niet op basis van fabrieksopgaven,

2. het inrichten en simuleren van de infrastructuur op basis van de daadwerkelijke belasting van systemen en apparaten, waar dit nu nog vaak op basis van inschattingen gebeurt,

3. het integreren van het plannen van netwerkcapaciteit

4. volledige integratie van DCIM en IT-management

We zien tegelijkertijd wel dat het implementeren van een volledige oplossing voor infrastructuurmanagement een behoorlijk complex project is. Daarom is het verstandig DCIM op te splitsen in een aantal modules. Deze modules kunnen zelfstandig gebruikt worden als oplossing voor een goed gedefinieerd deelgebied. Implementeren we meerdere modules, dan zien we dat deze naadloos met elkaar samenwerken en dat de gebruiker niet hoeft te werken met twee of drie losse softwarepakketten, maar dat de modules als één geïntegreerde softwareoplossing kunnen worden gebruikt.

In de praktijk blijkt deze modulaire aanpak ook de methode te zijn waarop veel Nederlandse datacenters DCIM invoeren. Zo heeft een grote gemeente DCIM vooralsnog alleen ingevoerd om de infrastructuur te kunnen monitoren. Het idee hier is dat zij een goed zicht willen hebben op het operationele gebruik van de infrastructuur. Bovendien wil deze gemeente de infrastructuur op afstand kunnen volgen. Dit laatste is ingegeven door de wens om over te stappen van een reactieve vorm van beheer en onderhoud naar een meer proactieve manier van werken. Men wil problemen zoveel mogelijk voorkomen in plaats van deze pas op te lossen als zij zich daadwerkelijk hebben voorgedaan. En dat gaat nog een stap verder. Binnen datacenters treden voortdurend veranderingen op. Voorheen zagen we vaak dat pas nadat zo’n wijziging was doorgevoerd - bijvoorbeeld het bijplaatsen van nieuwe IT-apparatuur - de effecten daarvan op de infrastructuur duidelijk werden. Deze gemeente draait het om: men gebruikt DCIM om de effecten van het bijplaatsen van IT-apparatuur op bijvoorbeeld de koeling in kaart te brengen voordat de systemen zijn geplaatst. Mocht dan blijken dat er ook op het gebied van koeling wijzigingen nodig zijn, dan kan dit vooraf gebeuren zodat het bijplaatsen uiteindelijk soepel en probleemloos kan plaatsvinden.

Gemeten PUE
Nu het fenomeen ‘PUE’ en ook ‘EUE’ steeds meer een hoofdrol in overheidsbeleid krijgen, is hier voor DCIM een duidelijke rol weggelegd. In veel gevallen zien wij dat de PUE wordt berekend op basis van specificaties die door de fabrikanten van apparatuur zijn opgegeven. Dat is dus in feite een berekende PUE, waarvan nog maar moet worden afgewacht of deze klopt als het datacenter of de computerzaal eenmaal in gebruik is. Daarom hebben wij er voor gekozen om de PUE-waarde te berekenen op basis van de gegevens die wij in de infrastructuur meten. Noem het maar de ‘real life’ PUE-waarde versus de theoretische PUE. Daar blijken substantiële verschillen tussen te kunnen bestaan.

DCIM als softwarecategorie bestaat al weer een aantal jaren. Toch zien we dat de acceptatie nu pas serieus op gang komt. Waar ligt dat aan? Dat heeft met twee punten te maken, denk ik. Allereerst is dat de ontwikkeling van de softwarepakketten zelf. Ja, er bestaan al een aantal jaren DCIM-pakketten. Lange tijd zat er echter een flink verschil in functionaliteit tussen die pakketten. Er werd soms wat al te gemakkelijk de term ’DCIM’ op een tool geplakt, waardoor het voor klanten lastig was om een goed begrip te ontwikkelen van dit soort oplossingen. Daar komt bij dat de eerste datacenters die tot implementatie van DCIM overgingen vaak hele grote omgevingen waren. De implementatie in dat soort omgevingen is best wel een uitdaging: grote omgevingen, zeer veel apparatuur, lange trajecten. Daar komt ook een beetje de reputatie van DCIM vandaan als: toch wel lastig en ingewikkeld. Die fase ligt echter achter ons. Als ik kijk naar de DCIM-implementaties die nu in Nederland plaatsvinden, dan valt het reuze mee met de complexiteit.

Daar moet ik echter wel direct aan toevoegen dat DCIM nu ook weer geen toverdoos is. Er moet wel degelijk de nodige informatie worden ingevoerd en daar zit soms wel een probleem. Veel informatie die een DCIM-pakket nodig heeft, is weliswaar binnen een datacenter aanwezig, het is alleen lang niet altijd duidelijk waar die gegevens zich precies bevinden. En - minstens zo belangrijk - wat de kwaliteit en de betrouwbaarheid van die gegevens is. Want ook hier geldt: ‘garbage in, garbage out’. DCIM werkt met de gegevens die beschikbaar zijn. Zijn die van uitstekende kwaliteit, dan zijn de analyses en dergelijke die met een DCIM-pakket mogelijk zijn ook van hoge kwaliteit. Maar helaas geldt de omgekeerde situatie ook: te weinig of te slechte historische gegevens leiden nu eenmaal tot onbetrouwbare voorspellingen.

Business case
Daar komt nog een punt bij: de business case. “Waarom willen we als datacenter eigenlijk DCIM invoeren? Welke voordelen denken we daarmee te behalen? En hoe brengen we die voordelen meetbaar in kaart? Met andere woorden: kunnen we een ‘return on investment’ (ROI) berekenen? Daarbij speelt bovendien de vraag of we deze business case bij de juiste mensen binnen de organisatie onder de aandacht kunnen brengen. Is die ROI eenmaal berekend en wordt deze binnen de organisatie als aantrekkelijk gezien, dan zien wij dat de beslissing om met DCIM aan de slag te gaan vaak snel is gemaakt. Interessant hierbij is dat het niet alleen gaat om een ROI uitgedrukt in euro’s. Het implementeren van DCIM vergt ook menskracht. Er zou dus eigenlijk ook een ROI uitgedrukt in - zeg maar - uren moeten zijn. IT- en facilitaire afdelingen hebben nu eenmaal te maken met beperkingen ten aanzien van het beschikbare aantal mensen. Als die medewerkers met DCIM bezig zijn, kunnen zij geen andere projecten aanpakken. Het gaat dus ook om prioriteiten stellen.”

Die business case wordt wellicht wat makkelijker te maken nu DCIM steeds meer geïntegreerd wordt met software voor bijvoorbeeld IT-management. “De lijst met IT-managementpakketten waarmee bijvoorbeeld onze DCIM out-of-the-box mee kan samenwerken, begint zo langzamerhand behoorlijk lang te worden. Ik denk alleen al aan BMC Remedy, VMware vSphere, Microsoft Virtual Machine Manager, Microsoft System Center Operations Manager, Cisco UCS Manager, HP Operations Manager en IBM Tivoli. De scheidslijn tussen facility management en IT-management wordt hierdoor steeds dunner. De voordelen van die integratie zien we vooral aan de business-kant ontstaan. Neem dit voorbeeld maar eens: een batterij van een UPS dreigt onder de gewenste autonomietijd te komen. Zou het niet prachtig zijn als we dan niet alleen dat technische probleem kunnen vaststellen, maar meteen ook weten welke business processen daarmee - zeg maar - ‘in gevaar’ komen? Integratie van DCIM en IT-management levert precies dat voordeel op.”

Guido Neijmeijer, Country Sales Manager Schneider Electric

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.guido_neijmeijer_apc_jpg/165_165_80_1__guido_neijmeijer_apc.jpgDCIM maakt impact van technisch probleem op business direct zichtbaarSat, 02 Feb 2013 00:00:00 +0100
Je digitale ikhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/174/je_digitale_ik.htmlToen dertig jaar geleden de eerste computers op de bureaus verschenen, ontstonden ook de eerste persoonlijke elektronische werkomgevingen. De eerste concepten van Apple en Microsoft speelden daar fantastisch op in met de creatie van een bureaublad op je scherm. Je eerste eigen digitale werkomgeving. Een bureaublad met mappen en applicaties om al je fysieke bureau-werkzaamheden elektronisch te kunnen uitvoeren, waar je data staat opgeslagen op de computer of de externe floppy-disk. Later kwam de USB-stick en dataopslag via een netwerk ‘ergens’ in het datacenter van de organisatie.

De eerste e-mailsystemen ontstonden en we konden onze digitale informatie steeds beter delen en verspreiden. Maar nog wel steeds gebonden aan onze werkplek en de computer die je daarvoor gebruikte. Je informatie moest je altijd met je meenemen en zorgen dat het op de plek was waar je er iets mee wilde doen. Je was zelf verantwoordelijk voor je eigen data-management. Met de komst van de laptop werd de werkplek mobieler en kon je je eigen informatie eenvoudig meenemen en bovendien bewerken wanneer je het wilde. De komst van notebooks en de smartphone maakte het steeds makkelijker je werkomgeving mee te nemen, maar nog steeds moest je het data-management over al die devices zelf uitvoeren.

Opkomst van de cloud
Pas met de komst van cloud-achtige content-omgevingen werd het mogelijk je data ‘ergens centraal’ op te slaan waardoor het ten alle tijden beschikbaar is. Ongeacht het apparaat waar je mee werkt. Denk aan het succes van Google die met de gecombineerde email, applicaties en cloudopslag een virtuele werkomgeving creëert: je persoonlijke computeromgeving. Een plek waar jouw data en informatie veilig wordt beheerd, ongeacht hoe je aan die data bent gekomen of het hebt gemaakt. Zelfs ongeacht bij – of via – welke provider je het hebt aangeleverd. Informatie die altijd veilig ter beschikking staat en een virtuele representatie is geworden van je digitale leven. Een veilige omgeving van waaruit je bepaalde persoonlijke informatie ter beschikking kunt stellen aan organisaties met wie je een relatie hebt. Je ziektekostenverzekeraar bijvoorbeeld. Of de belastingdienst. Jouw eigen actuele informatie die je in meer of mindere mate aan anderen kunt tonen en weer kan verbergen als de ander er geen recht meer op of nut van heeft.

Siri

Maar de ontwikkelingen gaan verder. Je eigen digitale wereld kan ook actief worden en ‘op jacht gaan’ naar voor jou interessante informatie. Een omgeving waar je ook naar informatie of adviezen kunt vragen. De ontwikkeling van Siri, die door Apple is overgenomen, gaat die kant op. Siri biedt een omgeving waar je persoonlijke vragen kunt stellen en die op vele manieren zal proberen je een persoonlijk antwoord te geven. Een omgeving die je steeds beter kent, je voorkeuren, je interesses, je verantwoordelijkheden, etcetera.

Met wie je ook via ‘augmented reality’ kunt communiceren. Denk aan de Google-bril die je onderweg ondersteunt met allerhande berichten en voor jou nuttige informatie. Die ook beelden en geluiden kan opslaan die je graag wilt bewaren in de context van ervaringen, activiteiten of gebeurtenissen. Je eigen persoonlijke digitale ruimte met je eigen historie.

Toekomstmuziek?
Hoewel het nog wat Science Fiction klinkt, is het technisch allemaal mogelijk. Ook deels commercieel al. Echter, ik hoop dat mijn digitale ik straks wel de juiste veiligheid en privacy zal hebben. Waar niemand over je schouder kan meekijken. Die ophoudt te bestaan als je er zelf niet meer bent en waarbij die garanties wettelijk zijn vastgelegd.

Pas dan zal dit toekomstperspectief werkelijk doorbreken en massaal gebruikt gaan worden. De techniek is er al, de potentiële aanbieders zijn druk bezig het voor massagebruik gereed te maken. Nu nog de politiek en overheid die op dit gebied – namens ons – gaan zorgen voor voldoende wettelijke waarborgen. Waarborgen die zelfs voor onze overheid strikt zullen zijn, want jouw overheid heeft immers – net als ieder ander – niets met jouw digitale ik te maken. Dat ben je immers slechts zelf . . . .

Hans Timmerman, CTO EMC Nederland 
      ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/./column/hans_timmerman2.jpgJe digitale ikFri, 01 Feb 2013 00:00:00 +0100
Als de overheid de digitale ontwikkelingen juridisch niet bijhoudthttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/173/als_de_overheid_de_digitale_ontwikkelingen_juridisch_niet_bijhoudt.html
Wijlen Aaron Swartz is het voorbeeld van het belang van goede wetten. Niet zodat we allemaal weten wanneer we iets doen wat goed of niet goed is, maar zodat overheid en wetgevers alleen iets kunnen bestraffen wat bedreigend is voor onze veiligheid. De internet wereld is niet te vergelijken met de fysieke wereld. De digitale wereld verandert zo snel dat wetten snel verouderen en vrijheid beperken en burgerrechten aantasten. "Given that neither lawmakers nor law-abiding citizens have the luxury of halting the digital revolution in order for policy to "catch up," we cannot afford to wait for a more opportune moment to act". Aaron liep tegen zo'n grens aan.
 
Er zijn twee dingen die opvallen. Ten eerste, in dit specifieke geval, wilde Aaron kennis en informatie opgeslagen bij JSTOR wat betaald was uit publieke gelden, ook beschikbaar maken voor het publiek. JSTOR heeft ook begin januari 12.000 artikelen gratis beschikbaar gesteld en liet de aanklacht tegen Aaron vervallen. Hiermee gaven ze hem dus eigenlijk gelijk. Als tweede punt, dat in het algemeen de discussies rondom de verouderde wet, de internationale ontwikkelingen (maar ook nationale, zoals Haren), bedreigingen en cybercriminaliteit online, etc. bewijzen dat de overheid en wetgever er beter aan doen om samen te werken met white hats i.p.v. deze tegen te werken. Internationale organisaties onderstrepen dat het beperken van de internet vrijheid daarentegen niet de oplossing is "WEF said imposing restrictive laws would not be a positive way of extinguishing digital wildfires".
 
Is het omdat wij niet te slim moeten worden, dat het delen van kennis en informatie geforceerd moet worden? Is het omdat de autoriteit niet aangetast wil worden in haar macht, dat regels zo vaag mogelijk blijven zodat vervolgers ze zo kunnen inzetten als het uitkomt voor de autoriteiten? Zijn dit voorbeelden die bewijzen dat de macht die wij als gebruikers krijgen, waarbij we transparantie afdwingen van machthebbers, getracht wordt met man en macht aan banden te leggen?
 
White hats en strijders voor internet vrijheid zijn er niet voor niets. Zij zorgen ervoor dat we weten hoe we ons moeten beschermen. Zij leggen de informatie bloot nodig voor de ontwikkeling van wetten passend bij de digitale wereld. Waarop je maatregelen baseert en beslissingen t.a.v. een veilig internet neemt. Omdat ze alles bloot leggen. Iedere vorm van regels en wetten t.a.v. Digitale veiligheid, die wijzen op het behoud van de macht, hebben een ander e doelstelling, dan het beschermen van onze veiligheid. Waarom zou je anders vrijheidstrijders straffen? Larry Page: "I think that governments fight users' freedoms at their own peril." Het beschermen van onze veiligheid is niet het beperken van onze rechten. Laat staan mensen hiervoor te vervolgen en straffen te geven die met het oog op echte criminaliteit niet eens in verhouding staan.
 
Zoals Larry Page onlangs betoogde, we moeten ons gezamenlijk inzetten voor een betere wereld: "Ik heb het gevoel dat er talloze kansen in de wereld zijn om technologie in te zetten voor het verbeteren van het leven van mensen."
 
Hoe?
1) Allereerst stem bewust en deel je standpunten met de gekozen bewindslieden (klik hier voor een overzicht van de partijen die internetvrijheid belangrijk vinden).
2) Educatie: als je de digitale wereld begrijpt, kun je de vrijheden en rechten verdedigen en anderen overtuigen zich hierbij aan te sluiten.

Nynke Ryan, Managing Director/owner NOD32 Nederland/SpicyLemon


  
]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.nienke_ryan_spicylemon12_jpg/165_165_80_1__nienke_ryan_spicylemon12.jpgAls de overheid de digitale ontwikkelingen juridisch niet bijhoudtFri, 01 Feb 2013 00:00:00 +0100
Uw organisatie ver-agile-n; het lijkt eenvoudiger dan het is.http://www.executive-people.nl/executive_people/25/171/uw_organisatie_ver_agile_n__het_lijkt_eenvoudiger_dan_het_is..htmlIneens ziet u het licht en realiseert u zich dat het tijd is om, vooral als IT organisatie (IT afdeling binnen groot concern) wendbaarder te worden en sneller te innoveren. U moet wel. U raakt geënthousiasmeerd door agile scrum en neemt de stap om met een pilot scrum team te starten. Niet te lang nadenken… gewoon doen. 

Het scrum team gaat van start. Teamleden raken enthousiast. De energie verandert. Er wordt hard gesprint. De business is nog wat onwennig in haar rol als Product Owner maar vindt het idee van prioriteren wel erg fijn. Inschattingen zijn nog niet altijd even zuiver maar het team leert snel. Bij de volgende sprint loopt het al wat soepeler. 

Easy denkt u wellicht.  Zo lijkt het. Agile gaat als een lopend vuurtje de afdeling rond. Er zijn meer medewerkers die er graag mee aan de slag willen. Tegelijkertijd rijzen veel vragen op, zoals bijvoorbeeld: Projectleiders vragen zich af wat met hun functie gebeurt; scrum kent derhalve geen projectleider rol. Resourcemanagers vrezen voor hun baan; de medewerkers zitten in zelfsturende teams en vragen zich af: “wat wordt onze rol?” Manager systeemontwikkeling en testen worstelt met de vraag hoe in godsnaam kwaliteit te kunnen borgen; “Zegt scrum niet dat we niet meer documenteren? En mijn testmanagers dan?” Informatiemanagers zijn verward over welk deel van de analyse bij hen blijft en wat door een scrum team wordt opgepakt. En voor wat betreft beheer; “Hoe sluiten we dat aan?“ Niet te spreken over rapportage; “Hoe houden we het overzicht straks als er meerdere scrum teams gaan lopen?” En; “hoe richten we portfolio management in? Kan dat ook agile?” 

Allemaal een logisch gevolg van een vernieuwde manier van werken die een impact heeft of kent voor de bestaande (traditionele – waterval) IT organisatie. Er moet wat gebeuren. Agile speelt zich derhalve niet alleen af binnen systeemontwikkeling of projecten. Ook de voor- en achterkant van de IT organisatie moeten mee in de vernieuwde manier van werken. Een logische volgorde van aanpak: U begint met 1 of 2 agile scrum teams, uw projectmedewerkers volgen de Scrum training en Product Owners de Product Owner training (heel belangrijk om het principe te begrijpen en methodiek te kunnen volgen). Vervolgens gaat u aan de slag met uw projectportfolio en denkt na over team samenstelling (Bijv. per systeemgroep een team? Beheer en vernieuwing samen in 1 team?). U richt een agile PMO op om voortgang en totalen te bewaken (agile tooling?) en verkort uw vooronderzoekstrajecten door business sprints in te voeren (herinrichten Informatie Management). U voert Kanban in voor beheer en neemt uw servicemanagement en contractmanagement processen onder de loep. Kortom, u voert agile in van A-Z. 

Mijn advies is: laat u begeleiden door Agile professionals bij de invoering van agile. Professionals die weten wat speelt binnen IT organisaties. Met alleen een Scrum Master en Agile Coach komt u er niet. Dit reikt niet verder dan tactisch niveau terwijl de uitdagingen juist liggen op strategisch niveau en IT governance. Dat scrum team loopt wel. Nu nog de rest van de organisatie ver-agile-n.

Kim Bosman - Programma Manager Business Agility, Linkedin

 ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.kim_bosman_jpg/165_165_80_1__kim_bosman.jpgUw organisatie ver-agile-n; het lijkt eenvoudiger dan het is.Thu, 31 Jan 2013 00:00:00 +0100
Column: Op weg naar een goed iHuwelijkhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/170/column__op_weg_naar_een_goed_ihuwelijk.html

Iedereen weet dat er binnen het publieke domein momenteel driftig wordt gewerkt om een groot aantal diensten te digitaliseren. Heel terecht. Want het elektronisch bankieren of het digitaal shoppen dwingt ook de overheid om deze slag te maken. En het is ook algemeen bekend dat digitaliseringstrajecten geen vraagstukken zijn die je er even bij doet. Zo tussen de soep en de aardappels. Want het raakt absoluut het karakter van je tent.

Het gaat immers om een transformatie van een taakgerichte naar een zaak- of ketengerichte organisatie. Waarbij de traditionele knip tussen business en informatievoorziening gewoon verdwijnt. En ondanks het feit dat zij die ervoor hebben geleerd -heel begrijpelijk overigens- roepen dat een digitaliseringstraject helemaal geen klassiek ICT project is, komt er bij dat digitaliseren wel een forse portie techniek kijken. En neemt de afhankelijkheid van je ICT leverancier exponentieel toe.

Juist dat onderstreept om fors te investeren in een goed huwelijk met die leverancier. Gericht op wederzijds partnership. Naar analogie van iOverheid dus een soort van iHuwelijk! Zeg maar iPartnership. Klinkt logisch, maar de dagelijkse praktijk is aanzienlijk taaier. Zeker in die situaties waarbij sprake is van gedwongen winkelnering. Tussen uitvoeringsorganisaties en de (interne) ICT leverancier. Want een ronde langs de verschillende veranderkeukens leert dat waar vroeger sprake was van collegiaal gedrag er nu een energievretende bureaucratie is ontstaan.

Wonderlijker

Waarbij we elkaar niet alleen om de oren slaan met uitgebreide service-level-agreements (SLA) of dienstverleningsovereenkomsten (uiteraard volledig juridisch dichtgetimmerd), maar er ook nog een heel leger is ontstaan van goedbedoelde hulpsinterklazen. Die we dan netjes account- of relatiemanagers noemen. En waarbij we elkaar lastig vallen met uitgebreide offertes. Om daarna te gaan bakkeleien over de nog openstaande facturen en zo. Met uiteraard een verwijzing naar de pagina van die omvangrijke SLA. Om dan vervolgens heel trots te zijn op het aantal SLA’s dat we hebben afgesloten. Tsjiessus, het moet toch niet gekker worden!

Niet zo vreemd dus dat in veel van deze gevallen de kosten omhoog gaan waarbij tegelijkertijd het serviceniveau daalt. Want je denkt toch niet dat al die account- of relatiemanager, SLA- of DVO-manager voor de kat z’n staart werken? Typisch voorbeeld van ‘dingen goed doen’ waarbij het sterk de vraag is of het wel de goede dingen zijn…

Maar wat nog wonderlijker is dat in veel van de gevallen er nauwelijks sprake is van één integrale veranderagenda. Waarbij de ambities van klant én ICT-leverancier op elkaar zijn afgestemd. Gericht op dat gemeenschappelijk winnen natuurlijk! En waarbij op managementniveau die weerbarstige onderwerpen ook zijn gedeeld. Zoals de spanning tussen enerzijds customer intimacy en anderzijds operational excellence.

Op zich namelijk volstrekt logisch dat de klant (denk aan een grote uitvoeringsorganisatie) onder druk van zijn opdrachtgevers steeds meer wensen heeft. En tegelijkertijd wordt die ICT-leverancier door zijn eigenaar gestuurd op efficiency. Op kostenbeheersing. Waarbij ook afscheid genomen moet worden van externen die veelal nou net die knowhow hebben waar die klant - en dus opdrachtgever - om vraagt. Jawel!

Ambities

Alle reden dus om elkaar op managementniveau in de ogen te kijken. Op ruikafstand. Om daar de échte vraagstukken te delen in onderlinge dialoog. Om zo het voorbeeld te geven om te investeren in elkaars koppelpunten. In multidisciplinaire teams. En daar dan de spanningen op te lossen tussen de CIO en de CTO. Of tussen die forse ambities enerzijds en cost cutting anderzijds. Of tussen het feit dat het in een krimpende overheid ingewikkeld is om te investeren die professionals (denk aan: architecten, informatie- en business analisten, projectleiders) die we o zo hard nodig hebben. Om zo samen dus een strategische agenda samen te stellen. Zonder dat duffe ‘wij-zij’ gedoe. En zonder al die bureaucratie!

Waarbij we over en weer trots op elkaar zijn (‘powered by’). Want het is toch algemeen bekend dat als je op strategisch niveau dezelfde taal spreekt dit rechtstreeks consequenties heeft voor de waan van de dag. Alleen zo voorkom je dat verstikkende micromanagement. En zo zet je met elkaar stappen op weg naar de volgende generatie outsourcing. Waarbij de ‘hoe’ vraag (gericht op applicaties) steeds meer ingevuld gaat worden door de ‘wat’ vraag (gericht op functionaliteiten). En avant dus!

Bedrijfseconoom Dirk-Jan de Bruijn is actief als kwartiermaker in het publieke domein.

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.dirk_jan_de_bruijn__ictu_jpg/165_165_80_1__dirk_jan_de_bruijn__ictu.jpgColumn: Op weg naar een goed iHuwelijkWed, 30 Jan 2013 00:00:00 +0100
Visie: Vier tips voor IT-managers bij de vernieuwing van onderhoudscontractenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/167/visie__vier_tips_voor_it_managers_bij_de_vernieuwing_van_onderhoudscontracten.html

Leveranciers van netwerkapparatuur bieden vaak uitvoerige onderhouds- en beheercontracten. Het gros van de klanten sluit die contracten af en vernieuwt ze jaarlijks. In sommige gevallen is dat slim, in andere gevallen worden er onnodig (hoge) kosten gemaakt, omdat er niet wordt gekeken naar alternatieven. Sara Harshbarger, Director of Global Services bij Network Hardware Resale (NHR) geeft viertips om te beoordelen of bestaande onderhouds- en beheercontracten verlengd moeten worden of dat er een voor de organisatie aantrekkelijker alternatief voorhanden is.

1.     Ken je netwerk

“Dit lijkt een open deur, maar er zijn nog teveel bedrijven waar in de loop der jaren zoveel veranderd is aan het netwerk dat de huidige IT-manager niet precies meer weet welke netwerkproducten er in hun netwerk zitten, waarop nog garantie zit, welk SLA echt nodig is en waar welk onderhoudscontract voor geldt. Zorg er dus voor dat je daadwerkelijk kennis hebt van je netwerk. Welke problemen kom je tegen? Welke medewerkers maken gebruik van het onderhoudscontract en met welke problemen bellen ze de leverancier? Dat is informatie die iedere leverancier aan IT-managers moet kunnen verschaffen. Aan het einde van het jaar krijgen bedrijven nieuwe onderhoudscontracten van hun leveranciers en negen van de tien keer nemen de verantwoordelijke managers nauwelijks tijd om goed uit te zoeken wat de behoeften zijn en wordt het contract klakkeloos verlengd. Als er vaak gebeld wordt en zich vaak omvangrijke problemen voordoen met netwerkapparatuur, dan is het zeer verstandig om het contract te verlengen en de premie te betalen. Als dat niet het geval is, worden er onnodig hoge kosten gemaakt.”

2 .     Onderzoek alternatieven

“Als je inzage hebt in het bedrijfsnetwerk en weet welke zaken er in een onderhoudscontract afgedicht moeten worden, kun je op zoek gaan naar alternatieven. Vraag altijd meerdere leveranciers om een offerte, zodat je kunt vergelijken. Vraag ook je huidige leverancier naar mogelijkheden en kortingen. Er zijn verschillende tools beschikbaar welke standaard geleverd zouden moeten worden met het onderhoudscontract, zoals bijvoorbeeld de klantenportal van NetSure. In deze klantenportal kun je invullen welke apparatuur wel en niet onder contract staat. Deze portal kan worden gebruikt om items in onderhoud bij NHR te volgen, evenals bij andere aanbieders. Daarnaast kan de IT-manager ook reserve items of items uploaden die niet onder contract staan en het gebruiken als een asset management gids. Zo weet je precies wat je in huis hebt en wat er onderhouden wordt. Dat voorkomt dat er onnodig zaken worden onderhouden. Het is makkelijker om iets up-to-date te houden dan elk jaar opnieuw uit te voeren. Het belangrijkste is niet dat je het goedkoopste contract afsluit, maar dat je de beste waarde krijgt voor je geld en voldoet aan de behoeften van de organisatie.”

3.     Bekijk het SLA-niveau kritisch

“Veel bedrijven verlengen contracten klakkeloos, omdat ze dat al jaren doen of omdat hun voorganger dat ook altijd deed. Maar situaties veranderen, dus je behoefte ook. De tijd moet worden geïnvesteerd in het uitzoeken of de bestaande SLA inderdaad het beste voorziet in de behoeften van de organisatie. Als blijkt dat dat wel zo is, is dat een prettige bevestiging. Als dat niet zo is, kunnen er hoogstwaarschijnlijk flink wat kosten worden bespaard. Ik zie dat bedrijven al jaren een contract hebben waarin ze binnen vier uur vervangende apparatuur voor al hun netwerkonderdelen geleverd krijgen. Soms heeft deze klant al vervangende apparatuur ter plaatse. De klant betaald te veel voor een dienst die ze zelf al hebben gedekt en de SLA is niet vereist. Er zijn andere klanten die betalen voor website-ondersteuning op de volgende werkdag, terwijl de huidige behoeften door sterke groei binnen vier uur ondersteuning vereisen. Het is altijd belangrijk om jezelf de vraag te stellen wat daadwerkelijk de juiste SLA is voor je huidige behoeften. Soms is het meer kosteneffectief om een paar schakelaars op voorraad te hebben en de vervangingstermijn naar de volgende werkdag te verschuiven. Dat scheelt al zoveel geld.”

4.     Stem af met de business

“Praat met de business en eindgebruikers zodat je in kaart kunt brengen wat zij nodig hebben, wat hun strategie is en waar voor hen de mogelijke risico’s zitten. De coördinatie van de SLA wordt veel makkelijker zodra de eisen van de IT en de eindgebruikers worden afgestemd.”

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/nieuws/.sara_harshbarger_01__2__jpg/165_165_80_1__sara_harshbarger_01__2_.jpgVisie: Vier tips voor IT-managers bij de vernieuwing van onderhoudscontractenWed, 23 Jan 2013 00:00:00 +0100
Het moment waarop ik het wist… ja ‘agile scrum’ als projectmanagement methodehttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/165/het_moment_waarop_ik_het_wist____ja____agile_scrum____als_projectmanagement_methode.htmlAls Manager IT Projecten van een grote Retail organisatie’ ontving ik de volgende vraag: De markt van nu vraagt om wendbaarheid. Hoe kunnen we snel inspelen op veranderende wensen, een snel veranderende markt? Hoe halen we het beste in onze medewerkers naar boven? Hoe komen ze in hun kracht en doen ze met plezier hun werk?

Ik heb aan den lijve ondervonden wat het effect is van de invoering van Prince2 als projectmethodiek. Omwille van structuur en heldere rolverdelingen heb ik destijds Prince2 geïmplementeerd. Ik kan u vertellen dat Prince2 zich niet automatisch doet uitrollen. Het kost veel energie en verandermanagement skills. Prince2 brengt zeker structuur en heldere rolverdelingen alleen geen (snelle) wendbaarheid binnen het project. Daarnaast bevordert het ook niet de creativiteit en denkkracht van (project)medewerkers.

Na in aanraking te zijn gekomen met agile scrum (binnen 2 weken, kwam het 4 keer langs), had ik het idee dat dit weleens een stap in de juiste richting zou kunnen zijn. Na het volgen van een Certified Scrum Master training ,waarvan ik mijn IT Management Team een samenvatting heb gegeven, is mijn toelichting over Agile zeer enthousiast ontvangen. Het enthousiasme was zo groot (de methodiek is doeltreffend), dat er een keus is gemaakt een reeds bestaand, niet lekker lopend project, aan te wijzen als pilot project. Voor dit project is opnieuw budget vrijgemaakt en is van nul af aan begonnen via de agile scrum-methode. Grote projectruimte gecreëerd, Scrum Master ingehuurd. Scrum team gevormd. De Bestaande Projectleider de opdracht gegeven de Business te helpen met het oppakken van de Product Owner rol (echt opdrachtgever schap) – opstellen Product Backlog (requirements) en deze prioriteren. Twee weken later begon het team aan de eerste sprint.

Wat ik graag met u wil delen is het moment waarop ik zeker wist dat we met agile scrum de juiste weg hadden ingeslagen en hoop u zodoende inzicht te geven in de kracht van agile werken. Ik loop de projectkamer binnen en vraag uit gewenning, de ‘oorspronkelijke’ projectleider, naar de status van het project. De tester, die tegenover hem zit, neemt gelijk het woord. Wijst mij op de Sprint Burndown Chart (sprint voortgang - die tegen de muur hangt) en licht toe: “Kim, we kregen de eerste story points niet weggewerkt door een bug, maar ineens hadden we de oplossing en zie de lijn… (schiet van boven naar beneden) we hebben de stories weggewerkt en liggen weer op koers!. Mijn vreugde was groot. Het raakt de kern. Het TEAM neemt verantwoordelijkheid! En dan heb ik het niet eens gehad over de blijdschap van de business (de winkeliers) door het werken met agile scrum teams. Ze vinden het prachtig om zo betrokken te zijn bij de ontwikkelingen en hun feedback verwerkt te zien in de eerstvolgende sprint. De energie die vrijkomt is overweldigend.

De overgang naar agile scrum teams om projecten te runnen, zorgt o.a. voor wendbaarheid (klantfeedback wordt meteen verwerkt), snelle time-to-market en, dit vind ik het mooiste: brengt (project)medewerkers in hun kracht. Ik zeg: “Het is tijd voor nieuwetijds innovatie management. Ver-agile uw (IT) organisatie”.

Kim Bosman - Programma Manager Business Agility, Linkedin

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.kim_bosman_jpg/165_165_80_1__kim_bosman.jpgHet moment waarop ik het wist… ja ‘agile scrum’ als projectmanagement methodeWed, 16 Jan 2013 00:00:00 +0100
Visie: Spaghetti-IT: pappen en nathouden of knopen doorhakken?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/162/visie__spaghetti_it__pappen_en_nathouden_of_knopen_doorhakken_.html 

Een samenhangende IT-omgeving die de organisatiedoelstellingen faciliteert en ondersteunt: voor veel organisaties is dat nog toekomstmuziek. De praktijk binnen veel organisaties is dat “de IT” bestaat uit vele losse stukjes technologie,die met steeds meer pijn, moeite en kosten aan elkaar hangen. Dat levert niet alleen de IT-afdeling de nodige problemen op, maar heeft ook zijn weerslag op het functioneren en het succes van de organisatie als geheel. Een duidelijke visie én daadkracht vanuit directie of raad van bestuur is de enige manier om te komen tot een IT-beleid, dat de groei en ontwikkeling van de organisatie ondersteunt in plaats van afremt.

De IT-omgeving binnen,vooral, grotere organisaties heeft vaak een lange geschiedenis achter de rug. Op basis van ontwikkelingen in de markt en de organisatie, voorkeuren van IT-verantwoordelijken en beslissingen van het management is zo’n omgeving in de loop der jaren stukje voor stukje verder uitgebouwd en uitgebreid met technologieën die op dat moment het meest geschikt leken. Met als resultaat dat veel organisaties vandaag de dag beschikken over een omgeving die we met een mooi woord heterogeen noemen, maar die eigenlijk meer weg heeft van spaghetti-IT.

Hoofdbrekens

Zo’n heterogene omgeving levert de IT-afdeling vaak de nodige hoofdbrekens op. Op de eerste plaats omdat heterogeniteit de kans op storingen en systeemuitval behoorlijk vergroot, waardoor IT voornamelijk bezig is met troubleshooting. Door het gebruik van verouderde technologie en het gebrek aan integratie binnen dergelijke omgevingen, moeten veel beheerklussen handmatig worden uitgevoerd, wat enorm veel tijd en geld kost. Bovendien vereisen al die verschillende systemen en technologieën stuk voor stuk weer een ander soort expertise, die je als organisatie of in huis moet hebben of moet inkopen. Ook dat is niet gratis.

Aan de businesskant kan een dergelijke omgeving resulteren in een grote mate van inflexibiliteit. Waar IT de motor zou moeten zijn achter vernieuwingen die de concurrentiekracht van organisaties versterken, vormt een heterogene omgeving in veel gevallen juist een rem op de ontwikkelingen. Het implementeren van moderne technologie is nauwelijks mogelijk vanwege incompatibiliteit met de bestaande omgeving en iedere aanpassing vereist aanpassingen in allerlei andere systemen. Daardoor kunnen organisaties niet snel genoeg inspelen op veranderingen in de markt en blijven kansen en mogelijkheden onbenut.

Aanpakken
Deze situatie is niet nieuw, in tegendeel: al jaren worden er met regelmaat alarmbellen geluid om de risico’s van een heterogene IT-omgeving onder de aandacht te brengen. Toch blijven organisaties aanmodderen en hun IT operationeel benaderen: voor elk probleem een nieuw systeem. Ondanks dat IT voor 95% van de organisaties en instellingen een van de belangrijkste assets is voor de realisatie van hun visie en strategie.

Een mogelijke reden hiervoor is dat de verantwoordelijkheid voor het inslaan van een nieuwe weg niet op de juiste plek binnen organisaties wordt neergelegd. Het is namelijk niet alleen de IT-afdeling die hier stappen moet zetten, maar eerst en vooral de directie en/of de raad van bestuur. Hun directe betrokkenheid is vereist, evenals een lange-termijnvisie die de leidraad vormt voor allehuidige en toekomstige keuzes op IT-gebied. En dat betekent: aanpakken!

Stap 1 is het erkennen dat het beter kan en moet. Stap 2 is het formuleren hoe het wel moet. En stap 3 is in de meeste gevallen dat alles op zijn kop gaat. En daar zit dan ook voor veel organisaties de huiver. Het is vaak gemakkelijker om te kiezen voor een extra lapmiddel dat de omgeving in de lucht houdt, dan voor een radicale oplossing, die in eerste instantie misschien meer geld kost en veel overhoop haalt. Om die stappen te durven zetten, is daadkracht en visie nodig en de overtuiging dat IT een belangrijke strategische factor is.

Organisaties die willen dat IT echt helpt bij het realiseren van de organisatiedoelstellingen zullen knopen moeten doorhakken. Doorgaan op de oude voet of aan IT de strategische rol toekennen die deze verdient en deze rol dan ook waarmaakt? Een bestuurder met visie weet het antwoord en durft de stap te zetten.

Marcel Lucker is Directeur Marketing en Sales, Winvision

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.marcel_lucker_lr_jpg/165_165_80_1__marcel_lucker_lr.jpgVisie: Spaghetti-IT: pappen en nathouden of knopen doorhakken?Fri, 11 Jan 2013 00:00:00 +0100
Visie: Klaar voor de toekomsthttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/159/visie__klaar_voor_de_toekomst.html

De cloud wordt vaak gezien als de oplossing voor al onze problemen. De cloud biedt ook ontelbaar veel mogelijkheden en voordelen: van het verhogen van de slagkracht tot het bieden van – misschien wel levensreddende – nieuwe omzetmogelijkheden voor serviceproviders die de noodzakelijke omvorming tot cloudbroker doormaken. Het cloudbrokermodel is een mooie kans voor serviceproviders om zich van concurrenten te onderscheiden door hun bestaande aanbod te combineren met nieuwe cloudservices. Het is echter van cruciaal belang dat die nieuwe cloudservices zijn toegesneden op de behoeften van een specifieke markt. Te generieke cloudservices houden een risico in: grote ondernemingen en MKB´ers zullen namelijk  niet zomaar alle cloudservices van één provider willen gebruiken. Dus: kies je doelgroep zorgvuldig en pas daar je specifieke aanbod op aan.

Wat heeft het MKB echt nodig?
Voor telecombedrijven met veel klanten in het MKB, is het aanbieden van Software-as-a-Service (SaaS) de beste strategie. Zo kunnen ze naast telecomdiensten ook SaaS-applicaties verkopen. Dan is het niet voldoende om eenvoudige levering en facturering te bieden, ook de verschillende SaaS-applicaties moeten worden gecombineerd en data en services als één geheel worden aangeboden.

Een goed voorbeeld van deze aanpak is te zien bij Clouditalia, dat samen met Cordys de levering van een set bedrijfsservices realiseert dat specifiek gericht is op het MKB. Clouditalia levert kant-en-klare telecommunicatie- en cloudservices waarmee het MKB direct aan de slag kan. De kracht van deze benadering zit in de mogelijkheid om diensten als Salesforce.com naar believen te combineren met andere services waaronder die van Clouditalia zelf. Omdat de levering van deze cloudservices gebaseerd is op het bestaande telecomaanbod van het bedrijf, kunnen klanten op een voordelige manier extra services toevoegen en gebruiken.

Uit data van de Forrester Forrsights Survey, blijkt dat bedrijven eind 2012 gemiddeld negen SaaS-applicaties tegelijk gebruikten. In 2013 stijgt dit aantal naar verwachting tot dertien. Dit vraagt om verdere automatisering van facturering en integratie van alle gebruikte SaaS-applicaties, inclusief flexibele abonnementen per werknemer. Juiste deze veranderingen leveren nieuwe, waardevolle mogelijkheden op voor toekomstige SaaS-brokers.

De enterprise-benadering
Bedrijven die serieus de overstap maken naar een infrastructuur in de cloud, zullen een mix van services nodig hebben, mogelijk van verschillende providers. System integrators en providers van cloudinfrastructuren zullen hier het meeste voordeel uit halen wanneer zij fungeren als Infrastructure-as-a-Service (IaaS)-brokers. Dit IaaS-model is krachtig doordat aanbieders de lage prijzen van cloudproviders kunnen combineren met data- en rekencapaciteit die tijdelijk op locatie beschikbaar is. De modellen verschillen in betrouwbaarheid, prijs, locale aanwezigheid van datacentra, plaatselijke wetgeving, prestaties en een groot aantal andere kenmerken. System integrators kunnen een langdurige relatie opbouwen met hun klanten door eigen, unieke clouddiensten te combineren met IaaS-modellen van andere aanbieders. De unieke waarde en compleetheid van deze pakketten die bestaan uit diensten van meerdere aanbieders, zorgen ervoor dat ze zeer gebruiksvriendelijk op de markt gebracht kunnen worden.

Een van de cloudbrokermodellen bestaat uit het aanbieden van deels private en deels publieke cloudtoepassingen: de zogenoemde hybride cloud. Volgens de Forrester Forrsights Hardware Survey gebruikt op dit moment 9% een hybride cloudinfrastructuur. In 2015 zal dit percentage naar verwachting oplopen tot 26%. Ook blijkt dat de helft van deze groep gebruik maakt van geavanceerd cloudmanagement zoals voorzieningen die voortdurend worden aangepast aan het gevoerde beleid. Vooral de groep die gebruik maakt van de geavanceerde voorzieningen, zal de adoptie van IaaS in de toekomst stimuleren.

Een geïntegreerde toekomst
Het is voor te stellen dat één bedrijf als unified cloudbroker meerdere cloudbrokermodellen levert. Een aanbod van procesgestuurde bedrijfstoepassingen die zowel infrastructuur als applicaties ondersteunen, levert in de juiste combinatie veel meer op dan de som der delen. Zeker voor providers die op zoek zijn naar zo’n unified cloudbroker. Verschillende toonaangevende aanbieders en hun partners maken zich al op om zich op deze markt te begeven. Het kost een provider echter zeker een jaar om verschillende services in een compleet cloudbrokermodel te verenigen. Dit is één van de redenen waarom we nog weinig echt complete cloudbrokermodellen op de markt zien. Maar houd deze markt in de gaten, want lang gaat het niet meer duren…

Erik van de Ven is VP Product Management bij Cordys

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.erik_van_de_ven_lr_jpg/165_165_80_1__erik_van_de_ven_lr.jpgVisie: Klaar voor de toekomstMon, 07 Jan 2013 00:00:00 +0100
Techniek staat nooit stilhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/157/techniek_staat_nooit_stil.html
Een nieuw jaar geeft altijd een beetje melancholisch gevoel. We hebben in onze jaartelling weer een stap vooruit gemaakt, hoewel het natuurlijk niet meer is dan gewoon een volgende dag die aanbreekt. Onze verwachtingen op korte termijn zijn altijd groter dan achteraf blijkt. Terwijl onze verwachtingen over een tijd van 10 jaar vaak minder groot blijken te zijn.

Ook technologische vooruitgang heeft zijn eigen snelheid. Als we enthousiast de mogelijkheden bekijken die een nieuwe techniek oplevert, denken we vaak te weinig aan alle praktische moeilijkheden die nog overwonnen moeten worden om een product of dienst werkelijk massaal te kunnen gebruiken. Echter als we na de hype niet meer specifiek op die ontwikkeling zijn gefocussed, blijkt dat die ontwikkeling met constante snelheid verder gaat en voor velen ‘opeens’ massaal ter beschikking is gekomen.

IT-bubbel
Denk aan de tijd dat we als maatschappij zo’n 15 jaar geleden internet ontdekten. De mogelijkheden leken eindeloos en vele dot.com bedrijven werden gestart om met die nieuwe techniek de mooiste diensten en activiteiten te ontwikkelen. De IT-bubbel barstte in 2001 omdat we er in die korte tijd veel te veel van verwachten. En financieel risico’s namen met enorme investeringen in de vele start-ups, waarvan de meesten uiteindelijk roemloos ten onder gingen.
De jaren daarna bleven Google, Amazon en Facebook op de achtergrond rustig doorgaan met de ontwikkeling van hun ideeën. ‘Opeens’ rond 2007, nu zo’n 5 jaar geleden, bleken hun services een succes, mede omdat ze massaal bruikbaar waren. Toen datzelfde jaar de massaal geadopteerde iPhone, als één van de eerste smartphones, die nieuwe diensten mobiel ter beschikking kon stellen, was het massagebruik evident geworden.

Revoluties
Dus op dit moment alle verwachtingen voor dit nieuwe jaar beschrijven is echt niet mogelijk. De ontwikkelingen die de laatste jaren in gang zijn gezet, zullen zich met constante snelheid verder ontwikkelen. Het enige dat we moeten doen, is niet vergeten er regelmatig naar te kijken. Niet verrast worden door zaken die zich qua ontwikkeling op de achtergrond ‘gewoon’ gereedmaken voor massaal gebruik. Alleen voor mensen die vergeten een evolutie te volgen, bestaan er revoluties.

Dat is het belang van toekomstverkenning. Continu onderzoeken wat de snelheid en mogelijke richting van diverse technieken is om straks niet verrast te worden. Begrijpen wat de potentiële consequenties kunnen zijn, zowel in goede als in kwade zin. Begrijpen wat de toegevoegde waarde van een nieuwe techniek is alsmede welke redenen er zouden kunnen zijn dat een ontwikkeling zich niet voortzet. Als die redenen niet evident aanwezig zijn, kun je er de klok op gelijkzetten dat het massaal gebruik op termijn mogelijk wordt.

Denk maar aan de 3D-printer. Een techniek uit de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw. Duur en met beperkte kwaliteit. Gebruikt voor zogenaamd ‘Rapid Prototyping’ om sneller een 3D-ontwerp fysiek in handen te hebben. Ik weet dat we bij Fokker in de jaren 80 de ‘stuurknuppel’ tijdens het ontwikkelproces met deze techniek produceerden, omdat juist ‘het goed in de hand liggen’ een essentieel onderdeel was van de functionaliteit. Door vele 3D-prints te maken, was een optimale keuze mogelijk.

3D-printen voor de massa
De laatste jaren is de techniek verder geëvolueerd en het lijkt erop dat de komende jaren 3D-printen binnen handbereik van de massa komt. En daarmee nieuwe creativiteit prikkelt over wat hier allemaal mee te doen valt. Van wapens namaken tot vinyl platen printen. Van menselijke botstructuren tot kunstvoorwerpen nabootsen. En van schaalmodellen tot direct bruikbare onderdelen van producten maken. Deze ontwikkeling genereert weer een golf aan nieuwe applicaties om producten te scannen en hiervan 3D-definities te maken, waarmee thuis 3D kopiëren ook mogelijk wordt. Hoewel 3D-printing dus al dertig jaar industrieel wordt gebruikt, zal het brede gebruik van 3D-printing dat nu voor thuisgebruik binnen handbereik komt, zich dit jaar zeker verder ontwikkelen.

Informatiemaatschappij
Zo zijn er nog vele zaken die zich langzaam maar constant verder ontwikkelen. In mijn wereld van de informatie zijn dat zaken als cloud computing, Big Data en Trust & Security. Elke dag, elke week, elke maand worden hier kleine stapjes gemaakt die ons verder brengen naar de nieuwe informatiewereld. Een informatiemaatschappij met ‘Data Driven’ organisaties. De stap van vandaag naar morgen is dus ook bij de overgang naar een nieuw jaar niet méér dan zo’n klein stapje, zoals elke dag dat is.

Toch proost ik op het nieuwe jaar. Ik wens iedereen een gelukkig, productief maar vooral een gezond 2013. Een periode in de economie en maatschappij met nog vele uitdagingen. Maar ook met boeiende en uitdagende perspectieven. Ik hoop er daar ook dit jaar weer velen van de revue te laten passeren.

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgTechniek staat nooit stilThu, 03 Jan 2013 00:00:00 +0100
Roadmap: Hoe integreer je Social Media?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/156/roadmap__hoe_integreer_je_social_media_.html
Ping, een mailtje. Een zoveelste uitnodiging lid te worden van een community. Mijn aandacht wordt getrokken door het onderwerp: “35+ Tennis Competitieteam”. Een tennismaatje heeft een gesloten community ingericht. Een eenvoudige gratis www.spruz.com-platform waarbij we trainingen en wedstrijden plannen, ervaringen en foto’s delen en eenvoudig meldingen aan het gehele team distribueren. Handig, zeker gezien de drukke agenda’s en bijvoorbeeld het vinden van een gaatje in die overvolle agenda’s om een balletje te slaan. Eenvoudig en ik heb er nog lol in ook.
 
Zo is deze community onderdeel van dit team en mijn leven. Een platform waar wij onze gezamenlijke tennispassie delen. Interessant om te vermelden is dat één van de leden per omgaande vroeg hoe hij de community mobiel kon benaderen. Mobiel is belangrijk en vergroot de social media betrokkenheid. Tevens geeft het aan hoe gewoon het is geworden om via mobielplatform toegang tot informatie te verkrijgen. 

Dit is een eenvoudig (privé) integratievoorbeeld van social media binnen een tennis competitieteam. Een gezamenlijke passie als drijfveer met de leden als ambassadeur. Als je kijkt naar de integratie van social media in ons privéleven en de manier waarop wij in de huidige tijd werken, dan zijn deze twee niet met elkaar in balans. Jef Staes (auteur, spreker en expert) weet op geheel eigen en boeiende wijze deze onbalans te verwoorden in het tijdperk van de transformatie van 2D naar een 3D innovatieve organisatie (http://www.youtube.com/watch?v=ts7v7fYUNDM&feature=share). Mobiel en social media zijn middelen die een dergelijke transformatie mogelijk maken. Dit leidt tot de vraag: “Hoe integreren we social media binnen een bedrijf?” Immers, dit zou eenvoudig mogelijk moeten zijn. Collega’s (van directie en managers tot uitvoerders) streven een gezamenlijk bedrijfsdoel na… toch? Zo ja, dan is er een mogelijkheid de passie en talenten de ruimte te geven die een organisatie kan stuwen van Good to Great (James Collins verteld in zijn boek Good to Great waarom sommige bedrijven een sprong vooruit maken... en andere niet ISBN13: 9780712676090). Dit is meer dan het virtueel ophangen van een ideeënbus. 

Een ‘big bang-social media-integratiestrategie’ of een One Size Fits All-strategie blijkt in de praktijk niet succesvol. Hoeveel Yammer initiatieven zijn in de vergetelheid geraakt? SharePoint omgevingen ingericht en ongebruikt gebleven? Niet omdat het instrument niet werkt maar omdat de gebruikers er niet mee werken.

Raadzamer is het om Social media gefaseerd te introduceren en implementeren. Op basis van dit advies is een zeven fasen aanpak ontstaan als leidraad voor de meest succesvolle sociale platformen, voortkomend uit de vele inzichten die de ambassadeurs van de diverse platformen hebben gedeeld.

Fase 1 Onderzoek
Bepaal de behoeften, mogelijkheden en voorkennis van de beoogde gebruikers.  Selecteer de ambassadeurs en aanjagers van het platform. Zorg dat juiste informatie boven tafel komt door middel van interviews. Zowel één op één als in groepsverband.

Fase 2 Doel

Vaststellen van het doel van het platform. Dit lijkt misschien eenvoudig om op te schrijven echter moeilijk eenduidig vast te stellen. Voor het slagen van het platform is doelbepaling zeer belangrijk.

Fase 3 Strategie

Strategie is de kantelfase van denken (Wat) naar doen (Hoe). De informatie uit fase 1 & 2 liggen ten grondslag binnen deze fase. In workshops “ best practices social media” wordt er kennis gemaakt met de wereld van vandaag. Welke instrumenten zijn er? Voorbeelden van andere platformen en welk doel dienen ze?. De uitkomsten en feedback worden meegenomen in de strategie.

Fase 4 Vorm

Bepalen van de vorm en te gebruiken platformen. In een workshop “social tools” worden de mogelijkheden van bijvoorbeeld Twitter, Facebook en Pinterest ervaren ter inspiratie, kennismaking en enthousiasmering.

Fase 5 Inrichting

Inrichting van de platformen. Dit is een technisch trucje, zeker gezien de mogelijkheden die er nu zijn.

Fase 6 Acceptatie

Na de voorbereidingen volgt de fase der waarheid, de acceptatie. Het is van belang zo snel mogelijk early adaptors/ambassadeurs actief op de platformen hun content te laten delen. Vaak is deze content voor anderen interessant en daagt ze uit deel te nemen. Zo raken steeds meer mensen vertrouwd met de platformen voor het maximaal uitnutten van passie en talent voor het gezamenlijke of bedrijfsdoel. Een ideaal instrument om de bal aan het rollen te krijgen is een workshop “kennismaking met de vastgestelde platformen”. Het motto hiervan is: “doen”. Alleen zo kun je de mensen vertrouwd maken met het platform.
 
Fase 7 Evaluatie
Na acceptatie is het noodzakelijk om het gebruik van het platform te blijven stimuleren en er voor te zorgen dat er berichten geplaatst worden en interactie plaatsvindt. Randvoorwaardelijk is dat het instrument niet in beton gegoten is. Mocht er een functionaliteit niet of nauwelijks worden gebruikt of er wordt een functionaliteit gemist dan zul je hierop moeten reageren. De leidraad is niet het instrument maar het ontplooien van passie en talent van de leden. Een evaluatie- workshop met de mensen uit fase 1, met als input feiten, cijfertjes, maar ook de emotionele kant en trends is een goed medium om een evaluatie uit te voeren. Aanvullend en versterkend is een periodieke evaluatie waarbij de platformleden worden betrokken. Een initiatiefnemer deelt bijvoorbeeld wekelijks nuttige, interessante en boeiende discussies die er op het platform plaatsvinden. Een teamoverleg lijkt hiervoor uitermate geschikt. Mocht dit te ver reiken, dan dienen de leden deze informatie in ieder geval in hun mailbox te ontvangen. Zo blijf je de leden wijzen op en trekken naar het platform. 

Het is vooral plezier wat een platform levend houdt. Het opstarten is één. Binden van mensen is relatief eenvoudig. Het platform is nieuw en het werkt anders dan voorheen zodat mensen nieuwsgierig zijn. Boeien van de mensen is de uitdaging. Hiervoor is het doorlopen van de zeven fasen een goede exercitie om de mensen na de start te blijven boeien.  

Ronald Wallenburg, r.wallenburg@ventus.nl - Interim / Programma Manager - http://www.linkedin.com/in/ronaldwallenburg
 
 ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.roland_wallenburg_gif/165_165_80_1__roland_wallenburg.gifRoadmap: Hoe integreer je Social Media?Sat, 22 Dec 2012 00:00:00 +0100
Column Robin van Poelje: Eerst de omslag dan de ontplooiinghttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/155/column_robin_van_poelje__eerst_de_omslag_dan_de_ontplooiing.html 

In de afgelopen twee, drie jaar zijn de IT-ontwikkelingen in een onverwachte stroomversnelling gekomen. Onverwacht, omdat niemand de enorme impact van smartphones en tablets heeft voorzien. Dat geldt net zo goed ook voor Cloud: een jarenlange belofte die nu voor veel bedrijven daadwerkelijk wordt ingelost. Als we goed kijken naar IT bewijzen deze voorbeelden  dat we op een omslagpunt staan. Een omslag naar een periode waarin we op een andere manier kunnen, willen en moeten werken.

Het perspectief van nieuwe mogelijkheden die de technologie te bieden heeft (gemakkelijker, efficiënter, goedkoper en beter werken) is altijd erg aanlokkelijk. Tegelijk roepen technologische mogelijkheden ook zorgen op bij burgers en bij werknemers, denk aan cybercrime en privacyvraagstukken. De controverse rond het elektronisch patiëntendossier  (EPD) is hier een voorbeeld van. Er is jarenlang aan ontwikkeld en er zijn talloze miljoenen in geïnvesteerd en werd uiteindelijk unaniem in de Eerste Kamer afgeschoten: niet veilig genoeg. Er is nu weliswaar een doorstart van het EPD, maar de controverse is niet verdwenen.

Leren van eerdere technologische innovaties

We hebben ook  te maken met wet- en regelgeving die veelal nog uit het pre-digitale tijdperk stamt en voor hindernissen zorgt. Terwijl technologische ontwikkelingen altijd aanpassingen van die wet- en regelgeving vereisen. Neem bijvoorbeeld het succes van de auto-industrie aan het begin van de vorige eeuw. Dat succes bracht een groot aantal veranderingen met zich mee die een grote positieve maatschappelijke en economische impact hadden. Van nieuwe productiemethoden tot het aanleggen en asfalteren van wegen en van een grote toename van mobiliteit tot het instellen van verkeerswetgeving. De overheid stelt daarbij strenge eisen: voor de bestuurders is er een leeftijdsgrens en is een certificatie nodig (rijbewijs) en aan het voertuig worden technische- en veiligheidseisen gesteld.

Terug naar het EPD. Technologisch is het al lang mogelijk om een systeem te ontwikkelen waarin informatie centraal wordt opgeslagen, dat informatie kan verrijken door verschillende soorten informatie aan elkaar te verbinden en waar door middel van beveiligingstoepassingen keuzes gemaakt kunnen worden wie informatie aan het dossier mag toevoegen en/of wie de informatie mag lezen. De politieke, sociale en maatschappelijke discussie rond het EPD is een illustratief voorbeeld van hoe de ‘pre-digitale bril’ de beeldvorming kleurt. De vrees voor ‘ongelukken’ beheerst de discussie zodanig dat voor- en nadelen niet langer rationeel worden afgewogen.

De rol van de overheid

Toegespitst op IT en gezondheidszorg denk ik dat het een taak is van de overheid om de vrees voor technologische mogelijkheden weg te nemen bij patiënten en zorgverleners en de randvoorwaarden te scheppen om de gezondheidszorg, met behulp van technologie, binnen de gestelde financiële kaders te laten floreren. Daar horen randvoorwaarden bij en ‘up-to-date’ wet- en regelgeving. Als dat niet gebeurt zal het zorgvolume alleen maar toenemen en dreigt door de beperktheid van middelen verschraling van het zorgaanbod.  De invulling van de technologische mogelijkheden kan de overheid echter het beste overlaten aan de technologieleveranciers samen met  de partijen in de zorg.

In het algemeen geldt dat de overheid meer moet uitgaan van de digitale realiteit. Dit betekent dat zij ook vragen moet beantwoorden als;  of medische opleidingen voldoende aansluiten op de digitale realiteit en of de werkprocessen in de zorg met behulp van IT niet goedkoper, efficiënter en beter kunnen.

De ontplooiingsperiode vraagt nu om actie

Slimmer en efficiënter werken met behulp van IT is natuurlijk niets nieuws. Er zijn genoeg voorbeelden uit andere sectoren  waar efficiencyverbeteringen voortdurend op de agenda staan. Het wordt tijd dat de gezondheidszorg IT ook werkelijk omarmt als middel om kwaliteit te kunnen verbeteren voor een lagere prijs.

Wat nu voor consumenten beschikbaar is, komt in snel tempo ook in zakelijke omgevingen en natuurlijk ook de zorg beschikbaar. We zitten nu middenin een omslag. Letterlijk baanbrekende technologie is nu voorhanden, maar onze mindset - en in het verlengde daarvan onze wet- en regelgeving - bevindt zich in het pre-digitale tijdperk. Zoals alle grote technologische ontwikkelingen in het verleden hebben laten zien, zullen ook nu de mindset en de wetgeving moeten mee-ontwikkelen. Zoals bij eerdere grote technologische innovaties tot nu toe steeds het geval is geweest, breekt dan een ontplooiingsperiode aan waarin technologie zorgt voor belangwekkende positieve veranderingen voor mens en maatschappij. Een bloeiperiode zal dan weer aantreden.

Robin van Poelje, CEO Total Specific Solutions

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.robin_van_poelje_medium_jpg/165_165_80_1__robin_van_poelje_medium.jpgColumn Robin van Poelje: Eerst de omslag dan de ontplooiingFri, 21 Dec 2012 00:00:00 +0100
Cloud stelt nieuwe eisen aan datacentershttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/154/cloud_stelt_nieuwe_eisen_aan_datacenters.html
De manier waarop datacenters worden ontworpen en beheerd, moet drastisch worden gemoderniseerd. De opkomst van de cloud stelt namelijk geheel nieuwe eisen aan de schaalbaarheid van de diensten van een datacenter. Maar tegelijkertijd moeten datacenters ook het energieverbruik omlaag brengen, al was het maar vanwege de almaar stijgende energiekosten. Hoe kunnen rekencentra met dit dilemma omgaan?

Datacenters hebben lange tijd bestaan uit een verzameling separate storage-devices, communicatie-apparaten, power- en koelingssystemen en dergelijke. Er was geen sprake van een managementlaag die alle techniek bij elkaar bracht. IT-laag en technische infrastructuur waren bovendien strikt van elkaar gescheiden.

Een modern datacenter moet flexibele, schaalbare en altijd beschikbare IT-diensten kunnen combineren met een minimale milieubelasting. Naar mijn mening is dit haalbaar en kunnen datacenters vijf stappen nemen om dit realiseren:

Stap 1: Optimalisatie van de IT-laag 
Met name het serverpark kan veel efficiënter door consolidatie en virtualisatie, maar ook door bijvoorbeeld het selecteren van servers die bij veel hogere temperaturen maximaal kunnen worden belast. Dit lijkt een open deur, maar dat is het niet. Nog heel veel bedrijven doen niets met virtualisatie en hebben servers draaien die hooguit voor 15 of 20 procent worden belast. Bij het selecteren van nieuwe servers is energieverbruik van de computer zelf soms een punt van aandacht. Maar veel datacenters vergeten wat het effect is van de gekozen server op de behoefte aan koeling in het datacenter. Hier is veel winst te behalen.

Stap 2: Koppel technische infrastructuur en IT-laag
Door de beheersoftware voor de infrastructuur en de systems management-tools voor de IT-systemen aan elkaar te knopen, kunnen we komen tot besparingen op het gebied van stroom en koeling. De koeling die het opgestelde serverpark nodig heeft, is veelal uitgerekend op basis van aannames van de serverbelasting. Die blijken vaak onrealistisch hoog. Het is zeker de moeite waard om eens te kijken naar een betere inschatting van de serverbelasting in combinatie met - bijvoorbeeld - pompen in koelsystemen waarvan de snelheid kan worden gevarieerd. Ook hier liggen interessante verbeteringsmogelijkheden.

Stap 3: Integreer DCIM en IT-managementsoftware
Door datacenter infrastructure management (DCIM) software te integreren met de IT-managementsoftware kunnen we ‘application patterns’ vastleggen. Hiermee krijgen we inzicht in het gedrag van applicaties en de IT-resources die zij gebruiken. Tot nu toe worden dit soort patronen slechts mondjesmaat gemaakt en is belangrijke informatie over het energieverbruik van de IT-laag veelal niet beschikbaar voor de beheersoftware van de technische infrastructuur. Daarmee wordt onnodig geld verspild.

Stap 4: Integreer virtualisatie-software met DCIM
Dan krijgen we grip op de impact die virtual machines hebben op power en koeling, maar ook andersom. Hier spelen meerdere aspecten. Allereerst: VMware moet het weten als een airco kapot is, zodat in dat rack even geen VM’s worden geplaatst. Maar andersom geldt ook dat we nu de capaciteitsbehoefte van VM’s optimaal kunnen afstemmen op de beschikbare power en koeling. Een tweede punt: als de virtualisatiesoftware op basis van bijvoorbeeld prestatie-eisen besluit om VM’s te verplaatsen, dan heeft dit gevolgen voor de koelings- en stroombehoefte van de servers waar deze VM’s worden geplaatst. Als de virtualisatiesoftware dit soort informatie doorgeeft aan de DCIM-omgeving kunnen datacenters geautomatiseerd op deze veranderende vraag inspelen.

Stap 5: Power capping
We leggen nu ook nog eens een koppeling met de energieleverancier. Het datacenter geeft verwachtingen af van de energiebehoefte voor de komende periode, het energiebedrijf speelt hier met zijn leveranties op in. Dit zal leiden tot energiecontracten die veel beter bij de werkelijke energiebehoefte passen. Bovendien: als we de behoefte aan IT-resources kunnen voorspellen, kunnen we ook kijken of het draaien van een bepaalde applicatie eigenlijk wel past bij de kosten die we voor aanschaf van energie willen maken. We kunnen dus prioriteiten gaan stellen en optimaliseren.

Daarnaast speelt nog een aantal aspecten. Technische best practices bijvoorbeeld. Koelingsexperts weten bijvoorbeeld al jaren dat cooling van een rack het beste werkt als de density in dat kabinet maximaal is. Hoe meer kWh per vierkante meter, hoe beter. Toch zien we in de praktijk nog veel half lege racks. Een andere mogelijkheid: het beheer van een datacenter is erg complex geworden. Handmatig is dit eigenlijk niet meer te doen. Toch zien we nog heel wat datacenters die aarzelen over de aanschaf van software waarmee beheertaken kunnen worden geautomatiseerd.

De cloud stelt geheel nieuwe eisen aan het datacenter. Daarnaast moet het energieverbruik omlaag. Aan beide doelstellingen kunnen we voldoen. We beschikken bovendien al over veel van de hiervoor benodigde technologie en kennis. Het is nu vooral zaak om het ook daadwerkelijk te gaan doen. Datacenters maar uiteraard ook het milieu zullen er blij mee zijn.

Guido Neijmeijer, Country Sales Manager IT Business at Schneider Electric

    

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.guido_neijmeijer_apc_jpg/165_165_80_1__guido_neijmeijer_apc.jpgCloud stelt nieuwe eisen aan datacentersTue, 18 Dec 2012 00:00:00 +0100
Het einde van...http://www.executive-people.nl/executive_people/25/153/het_einde_van__..htmlHet is weer de tijd van het jaar. Het einde van het jaar 2012 nadert met rasse schreden.

“De tijd vliegt” zeiden mijn ouders vroeger en ik dacht, nog klein als ik was: “Onzin”. Nu, vele jaren later denk ik er echter net zo over als mijn ouders toen. De tijd vliegt. Is dat omdat ik inmiddels net zo oud ben als zij toen ze dat zeiden? Of is het gewoon zo? Is de tijd aan het versnellen? Of roomt de politiek ook hier steeds wat van ons kostbare bezit af zonder dat we het merken? Of gaat de tijd gewoon steeds sneller door de vele innovaties en mooie uitvindingen? 

Maar, terug naar de kern: ik begon mijn column vanuit de aanhef “het einde van”.

En zo kijk ik ook terug op dit jaar. Het einde van dit jaar. Met feiten en fictie. Want we moeten altijd blijven dromen en geloven maar ook positief en realistisch blijven. Onderstaand treft u dan ook een kleine opsomming van  feiten en fictie, van dromen en geloven. 

  • Volgens de Maya’s is het einde van de wereld nabij.
  • Volgens de geruchten is het einde van de financiële crisis nabij.
  • Volgens veel banken is het einde van de bonus cultuur nabij.
  • Volgens veel ondernemers en aanverwante bedrijven in de bouw is het einde van hun bedrijf nabij.
  • Volgens de Rabobank en Lance Armstrong is het einde van doping in de wielersport nabij.
  • Volgens de PvdA is nivelleren een feest en is het einde van inkomensongelijkheid nabij.
  • Volgens HP is het einde van de enorme verliezen nabij.
  • Volgens Bram Moskowitz is het einde van de hetze tegen hem nabij.
  • Volgens Jort Kelder is het einde van voornoemde advocaat nabij.
  • Volgens het Microsoft HyperV team is het einde van VMware nabij.
  • Volgens Jan Mulder is het einde van Groen Links nabij.
  • Volgens de geruchten is het einde van Marco van Basten bij sc Heerenveen nabij
  • Volgens Job Cohen is het einde van Project X in Haren nabij.
  • Volgens velen is het einde van het bewind in Syrië nabij.
  • Volgens velen zou het einde van vrij wapenbezit in de VS nabij moeten zijn. 

Maar volgens mij is het einde van het bewogen jaar 2012 inderdaad nabij! 

Een jaar waarin de IT industrie in hoog tempo nieuwe producten, diensten en software lanceerde die voor forse veranderingen in onze manier van werken, en met name zaken doen, gaan zorgen. En dat is leuk, want daar door moeten we wel blijven innoveren als bedrijfstak. Innovate or die. To Cloud or not to Cloud? Company device or Bring Your Own Device. Change is good. Vraag maar na, aan bijvoorbeeld Kodak, Nokia, Blackberry en HP. 

Investeren en innoveren is volgens mij dan ook een prima motto voor 2013. De ingezette flexibilisering van de arbeidsmarkt zal hier zeker bij helpen en biedt voor iedereen kansen. Waar een wil is altijd een weg. En, met een positieve afsluiting: laten we hopen dat in 2013 het glas in ieder geval weer halfvol zal zijn! 

Ik wens u alvast een goede gezondheid, veel geluk en goede zaken.

Eugene Tuijnman, CEO van SLTN
 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.eugene_tuijnman_december2012_png/165_165_80_1__eugene_tuijnman_december2012.pngHet einde van...Mon, 17 Dec 2012 00:00:00 +0100
Column: Hoe geïntegreerd bent u?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/152/column__hoe_ge__ntegreerd_bent_u_.htmlOngeveer zeven jaar geleden heeft VMware de IT-business een nieuwe impuls gegeven, met als gevolg een ware transformatie van IT. Meer doen met minder was ook toen al een hot topic. Dankzij virtualisatie is er steeds meer mogelijk met IT, maar het gaat allang niet meer alleen om consolidatie. Gedurende de jaren zijn juist de ‘bijkomende’ voordelen als beschikbaarheid, flexibiliteit en snelheid essentieel geworden. Zo kunnen  IT-managers steeds sneller tegemoet komen aan de wensen van de business.

Een ander gevolg van deze toenemende toepasbaarheid is echter ook dat de IT-manager steeds meer kennis nodig heeft. Storage, servers, netwerk en virtualisatie worden immers steeds verder geïntegreerd. Denk hierbij aan de opkomst van converged architecture oplossingenvoor het datacenter. Hoe gaan IT-managers met deze ontwikkelingen om, waar zitten de voordelen en waar de pijnpunten? En hoe kan de IT-manager optimaal profiteren van converged architecture oplossingen?

Volledige integratie
Converged architecture oplossingen zijn een totaaloplossing voor het datacenter. Het belangrijkste kenmerk is dat de onderlinge componenten zo ver geïntegreerd zijn, dat ze bijna niet uit elkaar te halen zijn. Denk aan storage, servers, netwerk en virtualisatie. Converged architecture oplossingen zijn gebaseerd op best practices en bewezen technologie. Dit heeft een aantal belangrijke voordelen:

  • Snelle time to market
  • Hogere beschikbaarheid
  • Schaalbaar
  • Minder management consoles
  • Garantie door workload-certificatie
  • Tijd en budget over om aan innovatie en functionaliteit te besteden
  • Betere ondersteuning business-doelstellingen 

In de praktijk zie ik dat ICT niet altijd maximaal kan faciliteren in de groei van de business. Vaak doordat het moeilijk is om te anticiperen op business-veranderingen. Referentiearchitecturen op basis van best practices voorkomen veel tijdverlies, budgetoverschrijding en verhogen de kwaliteit. Daarnaast biedt de volledige integratie van de diverse projectgebieden mogelijkheden om ruimte in het IT-budget over te houden voor innovatie. In plaats van ieder jaar een investering in of storage of netwerk, et cetera, zet je met een converged architecture oplossing één schaalbare totaaloplossing neer.

Uitdagingen
De afhankelijkheden tussen de verschillende technologieën is de laatste jaren steeds verder toegenomen.  Door virtualisatie is alles met elkaar verweven en dit kan de nodige beheerproblematiek met zich meebrengen. Want wat als er verstoringen optreden?  Tooling is op dit moment nog niet zover dat het de hele keten monitort. De markt is hier sterk in ontwikkeling en met name komend jaar zal er op dit gebied veel gebeuren.

Om de business continuïteit te garanderen en optimaal te profiteren van de voordelen, zijn disaster recovery  en de integratie van backup en restoreeen belangrijk aandachtspunt  bij de aanschaf van een converged architecture oplossing. Oude backup-software zal namelijk in de meeste gevallen niet werken op de nieuwe omgeving. Door dit direct vanaf het begin mee te nemen en de converged architecturetevens dubbel uit te voeren, garandeer je de beschikbaarheid voor de business.
Met converged architecture oplossingenheb je een goede basis in handen voor een private cloud-omgeving, waarin ook de voordelen van de public cloud zijn geïntegreerd. De schaalbaarheid en flexibiliteit van de public cloud, maar met de controle en privacy van de private cloud.

JerryRozeman is CTO bij Telindus-ISIT

 ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.jerry_rozeman_png/165_165_80_1__jerry_rozeman.pngColumn: Hoe geïntegreerd bent u?Wed, 12 Dec 2012 00:00:00 +0100
Haal IT-intelligence weer in huis!http://www.executive-people.nl/executive_people/25/151/haal_it_intelligence_weer_in_huis_.htmlIn de jaren 80/90 werden de eerste bedrijf-omvattende applicaties ontwikkeld. MRP-systemen*) gaven inzicht in status van de logistiek in en om het bedrijf. ERP-systemen*) creëerden het financiële kader eromheen. CRM-systemen*) registreerden de klanten en hielden inhoudelijke afspraken over opdrachten en orders bij.

Bedrijfsbrede applicaties die de hartslag vormden van het business proces en de omliggende materiële en financiële stromen. Geïntegreerd over de hele keten. Ze functioneerden in eigen datacenters, waar servers, opslag en netwerken zorgden voor de beschikbaarheid van de systemen. Ontwikkeling en uitvoering gebaseerd op eigen visie en onder eigen regie.

De afgelopen twintig jaar zijn veel van deze applicaties ge-outsourced. Uitvoering en beheer werden overgedragen aan externe organisaties. Of dit nu in het eigen datacenter gebeurde, of in het datacenter van de provider. Operatie en beheer werden aan heldere servicelevels gebonden en op basis van die service levels werden de outsourcingscontracten afgesloten.

Soms was het simplistisch: de IT de deur uit. Informatietechniek was een efficiencygereedschap om het productieproces standaard en efficiënt uit te voeren. Een kostencenter dat de kosten in balans moest brengen met de efficiency-opbrengsten van de geautomatiseerde processen. Op basis van strikte service afspraken. En op basis van vaak lange meerjarencontracten.

Kunstje
Informatietechniek was toen nog heel overzichtelijk. Op kantoor of in fabriek was informatie te zien, te bewerken en te gebruiken. Alles heel veilig binnen de muren van het bedrijf. De tijd van BYOD, smartphones en het ‘Nieuwe Werken’ lag nog vér voor ons. ICT was weinig meer dan een kunstje, dat door anderen net zo efficiënt – en wellicht zelfs beter – kon worden uitgevoerd.

Hoeveel applicaties – en daarbij intensief betrokken medewerkers – zijn in die tijd niet afgevloeid naar outsourcingorganisaties die adverteerden: ‘Give me the mess, we can do it for less’. Informatietechniek was een noodzakelijk kwaad en derden konden dat prima uitvoeren. En de IT-investeringen verdwenen van de balans. En de medewerkers ook. De ‘shareholdersvalue’ steeg. Iedereen blij.

Maar het blijkt dat hoe beter we onze informatieprocessen op orde hebben, des te beter kunnen we onze toekomst aan. Uit onderzoek blijkt dat hoe beter we onze data hebben georganiseerd, des te lager de ICT-kosten zijn, zowel intern als extern. Dataorganisatie betaalt zichzelf terug. Geef me inzicht in uw data-organisatie en ik zeg wie u bent. Informatie wordt naast een efficiëntiemiddel óók een strategisch bezit.

We zitten op een keerpunt dat de strategische waarde van informatie groter wordt dan de operationele waarde. Natuurlijk moeten ERP- en CRM-applicaties goed functioneren, maar de toegevoegde waarde van intelligence – op basis van data ín die systemen – wordt steeds belangrijker. En die intelligence kun je niet aan anderen overlaten.  

Eigen data
Een oud Chinees gezegde stelt: kennis (intelligence) is de basis van een winnende strategie. En die intelligence kun je slechts opbouwen op basis van je eigen data, informatie en inzichten. Dan begrijp je wat je klant wil. Wat de klant van je verwacht. Hoe hij of zij met je communiceert. Hoe de markt beweegt. Daarbij is er tegenwoordig ‘om de klant heen’ heel wat extra informatie te verzamelen. Internet, sociale media, klantcommunicatie zijn allemaal indrukken en signalen die een ander niet voor je kan omvormen tot klanttevredenheid en inzicht in zijn veranderende behoeften.

Intelligence is lastig te vertalen in het Nederlands. Woorden als denkvermogen, verstand, slimheid, vernuft, goochemheid en inlichtingendienst worden door mijnwoordenboek.nl genoemd. Uitdrukkingen als “er begrip van hebben” of “vlug van begrip zijn” komen ook goed in de richting. Door de grote hoeveel data die van iedereen en alles beschikbaar is gekomen, is het opbouwen van dat ‘begrip’ steeds makkelijker, mits men er oog, tijd en middelen voor heeft. Hoe beter het begrip over huidige ontwikkelingen, hoe beter inzicht op potentiële veranderingen, trends, ideeën en ontwikkelingen. Ik blijf een enthousiaste supporter van de uitspraken van Johan Cruyff zoals: “Je gaat het pas zien als je het door hebt . . . “. Dat is immers de kern van succesvol ondernemen en leidinggeven.

Data driven organisatie
Het is enerverend te zien hoe de informatiewereld zich opnieuw aan het ontdekken is. Wijsheden van 5 of 10 jaar terug zijn niet meer vanzelfsprekend. General Motors, die in het begin van de jaren 80 EDS kocht en verzelfstandigde, was de ‘uitvinder’ van outsourcing: EDS werd hun provider. Nu gaat GM 10.000 oud HP/EDS medewerkers terughalen het bedrijf in. Waarom? General Motors stelt dat zowel het productontwerp, het klantproces, de productie en het onderhoud een volledig digitaal informatieproces is. Zelfs het product is een informatieproduct: ‘the connected-car’ krijgt op de assemblagelijn een eigen IP-adres en wordt levenslang gevolgd en elke 3 maanden automatisch van nieuwe software-updates voorzien. GM is anno 2012 – 30 jaar later – een 100% data driven organisatie geworden en dat vraagt een ‘eigen’ professionele data-organisatie.

‘Alle IT de deur’ uit is een achterhaalde strategie. Informatie moet je zelf beheren en via clouds als utility toepassen. Interne en externe clouds. Onder eigen regie en visie. Met eigen architecten en ontwerpers. Eigen servicemakelaars die flexibele contracten met cloud providers afsluiten zonder vendor lock-in. Want echte cloud is standaardisatie: je kunt op ieder moment de cloud verlaten of je data in een andere cloud onderbrengen.

Informatie en intelligence
Informatie en Intelligence gaan hand in hand, dat moet je niet aan anderen overlaten als je een winnende strategie nastreeft. En je informatie-infrastructuur moet open en onafhankelijk genoeg zijn dat te realiseren. Een hele uitdaging!

*) MRP = Material Requirements Planning en/of Manufacturing Resource Planning
ERP = Enterprise resource Planning
CRM = Customer Relationship Planning

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/./column/hans_timmerman2.jpgHaal IT-intelligence weer in huis!Tue, 11 Dec 2012 00:00:00 +0100
Van crowdsourcing naar crimesourcinghttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/148/van_crowdsourcing_naar_crimesourcing.html
Het fenomeen crowdsourcing komt steeds vaker voor als een prima manier om het publiek te betrekken bij een bedrijfsactiviteit. In het boek Wikinomics beschreef Don Tapscott de succesvolle actie van een Canadese goudmijn exploitant. Deze onderneming, Goldcorp, was zo gefrustreerd dat hun geologen in de mijnen geen geschikte plaatsen meer konden vinden waar goud zou kunnen liggen, dat ze het publiek te hulp vroegen.

Ze boden $ 500.000 als iemand succesvol een plek kon aanwijzen waar men in hun mijnen wellicht nieuwe aders kon aanboren. Daarbij maakten ze al hun geologische data openbaar. Men kreeg van meer dan duizend personen uit meer dan 50 landen een reactie. Eén van die reacties leidde tot de vondst van een nieuwe goudader die uiteindelijk meer dan $ 3 miljard waard bleek te zijn. De betreffende persoon gebruikte daarvoor een methode die nog nooit was toegepast bij ‘normale’ goudzoekactiviteiten en droeg dus tevens bij aan een innovatie op dit gebied.

Crowdsourcing
De afgelopen jaren zijn er meer succesvolle resultaten van crowdsourcing gepubliceerd. Wikipedia beschrijft crowdsourcing als een proces waarbij een taak wordt gedelegeerd naar een verspreide groep personen. Het verschil tussen crowdsourcing en standaard outsourcing is dat de taak of het probleem wordt voorgelegd aan een ongedefinieerd publiek in plaats van een specifieke organisatie met betaalde medewerkers.

Tegenwoordig zijn er diverse vormen van crowdsourcing ontstaan, zoals crowdvoting, wishdom of the crowd, crowdfunding en web gebaseerde ideeën-competities. De kennis van een groep blijkt – als men een bepaalde grootte en verspreidheid bereikt – redelijk dicht bij de uiteindelijke waarheid te liggen. Een grotere waarschijnlijkheid dan de mening van enkele willekeurige deskundigen die hierover worden geconsulteerd.

Nieuwe vormen van misdaad
De groeiende populariteit van crowdsourcing is ook door de internationale misdaad ontdekt. Zij gebruiken deze methode om crimesourcing te gaan doen en hiermee hun misdadige activiteiten te optimaliseren en efficiënter te kunnen uitvoeren. Een geplande misdaad, of een deel ervan, wordt aan een publiek voorgelegd met de vraag hoe ze dit het beste kunnen uitvoeren. Of – net als het eerder genoemde goudmijn bedrijf – looft men flinke sommen geld uit om bepaalde activiteiten uit te voeren, zoals iets specifieks stelen of iemand ‘ombrengen’. Het outsourcen van criminele activiteiten komt helaas op steeds meer plaatsen voor.

Echter de techniek wordt continu verbeterd. Men vraagt bijvoorbeeld voor een nieuwe fishing-actie eerst aan ontwerpers om goede ‘valse’ websites te ontwerpen, vervolgens aan een andere groep hiermee duizenden email-adressen te laten verzamelen. Daarna een derde groep die besmette computers lokaliseert, waarna men de scam-emails door een vierde groep laat rondzenden gedurende een bepaalde korte periode. Kortom, de professionalisering van de misdaad op vaak gehuurde netwerken en cloudresources.

Flashmobs
Een andere vorm van crimesourcing is gebruik maken van ‘flashmobs’. De normale verschijningsvorm van een flashmob is dat een grote groep personen wordt opgeroepen op een bepaald moment op een zekere plaats te zijn en een gemeenschappelijk actie uit te voeren. Dit kan een dans, een lied, een protest of een andere gezamenlijke publieke activiteit zijn.

Als men echter dit soort oproepen doet in winkels, dan kan het daar zo verschrikkelijk druk worden, dat de georganiseerde misdaad op dat moment zijn slag kan slaan. De winkelier kan weinig doen als honderden onbekende personen plotseling zijn winkel binnenkomen. Er zijn al tientallen van dit soort berovingen uitgevoerd, zoals een via Facebook en Twitter georganiseerde beroving van een Victoria’s Secret winkel in Londen.

Het probleem van deze misdaden is, dat als men één of meer van de misdadigers weet aan te houden, zij in alle oprechtheid niet weten wie hun mededaders waren. Via anoniem internet en een onvoorspelbare opkomst, weet men immers ook niet wie er op het moment van de beroving in de winkel aanwezig was.

Een nieuwe uitwas ontstond toen de hackersgroep LulzSec een ‘hackingverzoek’ hotline opende waarbij het publiek werd uitgenodigd om potentiele hack-slachtoffers te noemen. Degene met de meest stemmen werd vervolgens uitgekozen voor een DDoS-aanval. Een soort verkiezing in de trant van Idols: kies uw volgende slachtoffer . . .  de site meldde onlangs dat zij reeds acht geslaagde aanvallen heeft uitgevoerd.

Campagne van de overheid
De overheid is nu een actie begonnen om dit nieuwe fenomeen te kunnen bestrijden. Ook hierbij maakt men gebruik van crowdsourcing, maar dan de andere kant op. Men probeert in de crowds personen te benaderen die de activiteiten vastleggen op hun camera om alle aanwezigen te kunnen identificeren. Een soort van undercover agent. Net zoals – met behulp van het publiek – in ons eigen Groningse Haren uiteindelijk veel relschoppers konden worden geïdentificeerd. Bij een gelijke actie in Canada heeft de politie – via tags in Facebook – deze personen aan de publieke schandpaal genageld. Criminelen zullen blijven innoveren, maar niettemin zijn de maatregelen die de overheid ontwikkeld ook best succesvol. De strijd is nu wie de grootste crowd kan oproepen, de misdaad of de bestrijders ervan.

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgVan crowdsourcing naar crimesourcingTue, 04 Dec 2012 00:00:00 +0100
Welkom in de informatie-renaissancehttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/147/welkom_in_de_informatie_renaissance.html
Een paar weken geleden was ik aanwezig op de Momentum conferentie in Wenen. Het was, zoals elk jaar, een drukke bijeenkomst met een golf van annonceringen en nieuwe oplossingen op het gebied van content management en informatiebeheer. Maar wat veel meer de aandacht trok, was de toenemende belangstelling voor de context van informatie. We genereren met elkaar elke dag meer data, en de vraag is hoe we die enorme berg gegevens nog kunnen overzien. Gelukkig ontwikkelen we steeds meer technieken die ons daarbij kunnen helpen. Die ook de context van al die informatie leren doorzien.

Met name van onze smartphones en tablets vragen we steeds meer intelligentie. Iets waaraan ze helaas nog niet altijd kunnen voldoen. Neem het volgende voorbeeld: Als ik om 9 uur een afspraak heb en de reistijd is een half uur, hoef ik niet voor half negen de deur uit en – gegeven een uurtje wassen, aankleden en ontbijten – niet eerder dan half acht op te staan. Maar als nu om 7 uur een ongeluk gebeurt op de route naar mijn afspraak, dan wéét mijn de agenda van mijn smartphone dat ik die afspraak heb, dat mijn reistijd dus langer wordt en ik dús eerder wakker moet worden. Helaas is het toestel dan nog niet zo ‘smart’ te bedenken dat dan mijn wektijd moet worden aangepast.

Slimme smartphones
Een ander voorbeeld van de meerwaarde die een slimme smartphone kan hebben, is dat deze weet dat ik confidentiële documenten alleen mag openen op betrouwbare plaatsen. Zodra ik een omgeving ben, waar die veiligheid niet is gewaarborgd, kan het document eenvoudig niet worden geopend. Dus de apparatuur die we gebruiken, gaat zelf beperkingen opleggen aan de informatietaken die we uitvoeren. Of gaan anticiperen op onze geplande activiteiten en ‘meedenken’ met onze taken. Er wordt rekening gehouden met de context van informatie, zowel wat betreft locatie, situatie, omgeving en relatie van de gegevens tot de informatie om ons heen.

We staan aan de vooravond van wat sommigen een informatie-renaissance noemen: een wedergeboorte van de aandacht voor informatie. Meer aandacht voor het belang en de waarde daarvan. De context ontdekken van de relatie van informatie om ons heen. En die context gebruiken om ons van meer informatie te voorzien en ons leven makkelijker te maken. Van de 7 miljard aardbewoners heeft ruim 5 miljard intussen een mobiel device, en heeft dus bijna iedereen persoonlijke digitale intelligentie beschikbaar. Ieder device weet immers waar zijn gebruiker is, weet welk ander device – met de daaraan gekoppelde persoon – in de buurt is. En weet wie daarvan onze aandacht verdient of anderszins interessant is om mee te communiceren.

Informatiemaatschappij
De informatiemaatschappij komt in kleine stapjes dichterbij. Omringt ons met zijn diensten en informatie. Geeft ons kennis van onze omgeving, zowel wat betreft de goede als kwade zaken. We creëren een eigen digitale wereld om ons heen waarin we (willen) leven of benoemen zaken waar we verschoond van willen blijven. Een eigen ‘personal environment’ waarin we sommige mensen wel of niet willen ontmoeten. Waarin we wel of niet willen worden benaderd voor aanbiedingen of suggesties van derden. Het wordt tijd dat we als individu begrijpen en aangegeven hoe we willen dat onze informatie, en de informatie om ons heen, gebruikt gaat worden. Hoe we als individu onze eigen informatiewereld kunnen blijven organiseren. In alle context die ons omringt. Met alle intelligentie van anderen die (willen) begrijpen wat we doen.

In deze informatie-renaissance zijn ideeën zoals Qiy die de afgelopen jaren heeft ontwikkeld erg interessant. Qiy noemt zich ‘je digitale ik’. Een omgeving waar je je eigen digitale informatie inbrengt en organiseert. En waar je zelf aangeeft wie welke informatie van jou mag gebruiken. Wanneer wel en wanneer niet (meer). Eigenaar zijn over je persoonlijke digitale ik. Dit is steeds meer nodig in de wereld waar iedereen ongevraagd en ongenuanceerd gebruikmaakt van alle beschikbare informatie. En met de eerder genoemde intelligentie daar zijn eigen conclusies uit trekt. Wellicht gewenst, maar misschien ook niet.

Een informatie-renaissance over eigenaarschap van data. Afgelopen week gaf biljonair Peter Thiel in een interview aan dat hij niet twittert of actief op sociale media is. En dit terwijl hij zijn kapitaal heeft verdiend met allerhande social media projecten. Zijn voornaamste zorg is dat het internet niets vergeet. Alles wat je ooit hebt toevertrouwd aan deze digitale wereld, verdwijnt nooit meer. Het recht om te vergeten, is niet van toepassing voor het internet.

Bedreiging
Daarom is deze informatie-renaissance belangrijk. Wat willen we wel en wat niet op het internet terecht laten komen? Wie mag wel en wie niet over onze informatie beschikken? Welke informatie kan ik wel of beter niet direct delen met anderen? En gelukkig komen er intelligente app’s die ons helpen dit te beslissen. Als techniek een bedreiging kan gaan vormen, is er áltijd nieuwe techniek die ons daartegen kan beschermen. Dat geldt al duizenden jaren. Techniek is de basis van onze mensheid. En dus ook van onze digitale mensheid. Maar laten we er dan ook gebruik van maken. Zoals Qiy – je digitale ik – dat doet. Of gewoon ons eigen nuchtere verstand gebruiken. Zelfs in een digitale wereld is dat echt niet zo moeilijk.

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgWelkom in de informatie-renaissanceThu, 22 Nov 2012 00:00:00 +0100
Moderne Cloud diensten: Politicus as a Servicehttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/146/moderne_cloud_diensten__politicus_as_a_service.htmlIn deze tijd is Cloud en "onze Cloud dienstenparaplu" een fenomeen dat steeds vaker in de analoge en digitale pers gebruikt wordt. De meest waanzinnige afkortingen worden gelanceerd die wij als IT-ers erg logisch vinden maar die menig Nederlander zijn of haar voorhoofd doet fronsen. SLTN doet hier als vooruitstrevende en innoverende partij ook stevig aan mee, vandaar deze column.  

BaaS, IaaS, PaaS, SaaS en zo kan ik er veel meer noemen terwijl ik er niet eens verstand van heb. Heeft u alle afkortingen goed en daarmee recht op een exotisch dierenplaatje van de Albert Heijn? 

Backup as a Service, Infrastructure as a Service, Platform as a Service en natuurlijk het al veel eerder bekende Software as a Service. Laatstgenoemde Service is lekker venijnig en meer en meer voer voor software compliance disputen. Wanneer mag het nu wel en wanneer mag het nu niet ‘as a Service’ gebruikt worden. Achteraf weet u het gelukkig altijd! Het Kruidvat doet prima zaken; de omzet op de leesbrilletjes is omhoog geschoten vanwege de extreem kleine letters van o.a. de Microsoft en Oracle licentie voorwaarden. De BSA activiteiten zijn heel klein vergeleken bij deze enorme markt die schier onuitputtelijk lijkt aangezien er niemand in Nederland is die slechts één softwareproduct as a Service gebruikt. Software Stack zegt u ongetwijfeld iets. SSaaS? 

Het voordeel van de genoemde “as a Service” diensten zit 'm primair in het feit dat er geen upfront investeringen gedaan hoeven te worden, de klant weet waar hij aan toe is qua periodieke kosten, beschikbaarheid van de oplossing en de betrouwbaarheid van de dienstverlening. U kijkt inmiddels verveeld naar het scherm, want dit weet u allemaal al, en vraagt zich af: “Wanneer komt er nu iets nieuws?” 

Wel, er is iets nieuws en het heet NaaS. NaaS? Wat is dat nu weer? Netwerk as a Service? NAS as a Service? Nee, beide fout: u wint geen iPad en geen dierenplaatjes. 

NaaS staat voor Nivelleren aa Service: moderne dienstverlening die alle kenmerken van Cloud diensten in spiegelbeeld met zich mee brengt. Blijft u er alstublieft nog even bij, ik leg het u uit. 

Als u gebruik maakt van NaaS hoeft u ook geen upfront investeringen te plegen. NaaS onderzoekt geheel zelfstandig en tot in detail uw persoonlijke- en gezinsconfiguratie en roomt dit zodanig af dat u binnen 6 maanden 15,67% van uw zuurverdiende tegoeden virtueel verdeelt over uw virtuele medemens. Daarbij is het, net als HyperV en KVM, volledig gratis! (Het gebeurt u gewoon!) Het mooiste van deze NaaS-dienst is dat het zich ook in de toekomst nauwgezet en consequent blijft aanpassen aan uw situatie. Wat u ook doet, hoe slim ook, het blijft zich aanpassen en optimaliseert zich steeds weer aan uw persoonlijke situatie! En NaaS heeft een beschikbaarheid van 99,999%! Wat heeft u nog meer te wensen!? 

Echter, u kunt NaaS, niet afnemen zonder ook PaaS af te nemen! Hiermee bedoel ik niet Platform as a Service maar Politicus aa Service. Pas als veel gebruikers tegelijk aangeven tot deze dienst over te gaan, kan de beperkte afname gerealiseerd worden. We noemen dit in IT-termen Vkiezingen en pas dan kan PaaS voldoende aangemaakt worden. PaaS is eveneens eenvoudig te omschrijven maar des te lastiger te managen. Een betrouwbare SLA is helaas niet af te sluiten. PaaS is een soort virus dat, nadat het binnen is gehaald, hele andere dingen gaat doen dan verwacht!  Alle beloften worden consequent gebroken maar omdat de vriendelijke uitstraling in place blijft, twijfelt de gebruiker te lang met ingrijpen en dan is het te laat. In de praktijk  blijkt dat PaaS zeer lastig te verwijderen is en van een dermate hardnekkige aard dat het steeds weer opduikt en met een stalen virtueel gezicht doorgaat alsof er niets aan de hand is!  

Recentelijk was een exemplarisch voorbeeld het W-Bos virus in Nederland en op het zelfde tijdstip een uitbraak van Ebola in Afrika. Ebola is een veel eerlijker virus: dodelijk maar je weet tenminste gelijk wat het kan aanrichten. Daarbij kun je de kansen op een succesvolle bestrijding min of meer inschatten.  Het W-Bos virus daarentegen is veel verraderlijker: het was niet verwacht, was slechts kort actief, zeer beperkt in de openbaarheid en daarna trok het zich weer terug in het kasteel in Amstelveen. Probeer het daar maar eens te bestrijden met alle actieve firewalls! Ik vertel het u, Politicus aa Service is malware en erg schadelijk!  

Een gemuteerde variant van het W-Bos virus, ook een PaaS, heeft zeer recentelijk de VVD flink te pakken gehad. Voordat de systeembeheerders er erg in hadden was het Rutte-virus diep doorgedrongen in de active directories van de partij. Elke keer als de virusscanners het Rutte-virus detecteerden, muteerde het weer naar een andere variant. Het bleek erg lastig te herkennen als malware omdat het Rutte-virus er steeds zo vriendelijk uit bleef zien. Toch is het redelijk desastreus gebleken. De partij heeft flinke verliezen geleden, zowel in betalende leden -dat toch al een uitstervend ras is-  als in de online community. Los van de schijnbare vriendelijkheid waardoor het detecteren lastig bleek was er sprake van nog een complicerende factor. Een virus is duidelijk herkenbaar als het kleur moet bekennen en het blauw-oranje is nauwelijks te missen tussen de multiculturele samenleving en de sappige groene weiden. Echter, detectie en isolatie door de firewalls duurde zo lang omdat het oranje eigenlijk rood bleek te zijn! Dat had niemand verwacht. Het Rutte-virus was gemuteerd naar een volledig nieuwe variant met blauw-rode kenmerken.  En toen was er eigenlijk niets meer aan te doen…. 

Uiteindelijk is de mutatie van de nieuwste PaaS virus variant tot stand gebracht en kon men het voldoende isoleren en het een eigen naam geven: DBWaaS.

Democratisch Bedonderd Worden aa Service. Helaas niet opzegbaar binnen 48 maanden! 

Eugene Tuijnman, CEO SLTN

  
]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.eugenetuijnman_gif/165_165_80_1__eugenetuijnman.gifModerne Cloud diensten: Politicus as a ServiceFri, 16 Nov 2012 00:00:00 +0100
Koeling van IT-apparatuur in kasten en kleine ruimtes vaak vergetenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/145/koeling_van_it_apparatuur_in_kasten_en_kleine_ruimtes_vaak_vergeten.html
Bij het ontwerpen van datacenters en grote computerruimtes wordt altijd rekening gehouden met de koeling. Toch bevinden veel IT-apparaten zich buiten de computerruimte, in kasten, kleine kamers, bijkantoren en andere plaatsen waar met eventuele koeling nooit rekening is gehouden. Nieuwe, krachtige IT-apparatuur levert steeds meer vermogen, met als gevolg dat in kasten geplaatste routers, switches en servers regelmatig oververhit of vroegtijdig defect raken bij gebrek aan adequate koeling. Meestal wordt de facilitair manager of gebouwbeheerder pas met dit probleem geconfronteerd als het mis is gegaan.

De koeling van zogenaamde IT-patchkasten, schakelkasten met bekabeling en meestal meerdere IT-apparaten, wordt zelden meegenomen in de planning. Meestal gaat men zich er pas druk om maken als er problemen door oververhitting zijn ontstaan. Er bestaat helaas geen standaardmethode voor adequate koeling van patchkasten. Zo’n methode zou heldere instructies kunnen geven over het ontwerp en de installatie van koelinstallaties, niet te groot, energie-efficiënt, en flexibel genoeg om in verschillende vormen en types patchkasten en andere kleine ruimtes te worden toegepast.

Ik wil in deze column samen met onze business partners de facilitair manager of gebouwbeheerder helpen problemen met de koeling van IT-patchkasten en andere kleine ruimtes op te lossen en vooral: te voorkomen.

Welke temperatuur?

Laten we eens beginnen met te kijken naar de temperatuur. De meeste leveranciers van IT-apparatuur die vaak in patchkasten wordt gebruikt, garanderen de werking van de apparaten in een omgeving van maximaal 40 graden Celsius. Het verdient geen aanbeveling apparaten voortdurend bloot te stellen aan dit maximum; bij lagere temperaturen is de bedrijfszekerheid groter en de levensduur van het apparaat langer.

De leveranciers adviseren voor optimale prestaties een temperatuur tussen 20 en 25 graden Celsius. De Amerikaanse vereniging van verwarmings-, koelings- en airconditioning-ingenieurs ASHRAE adviseert voor IT-apparatuur in het algemeen een bandbreedte tussen 15 en 32 graden Celsius. Kortom, het doel van de koeling moet zijn om de temperatuur in de patchkast op 25 graden Celsius te houden; is dat niet mogelijk, dan is 32 graden een acceptabele temperatuur.

De basisprincipes van warmteafvoer

Om goed inzicht in de materie te krijgen, kan het best worden gekeken vanuit de problemen rond warmteafvoer, in plaats vanuit koeling. Immers, als de warmte niet wordt afgevoerd loopt de temperatuur steeds verder op.

Warmte kan gezien worden als iets dat zich altijd ‘heuvelafwaarts’ beweegt, het vloeit van een gebied met hogere temperatuur naar een omgeving met lagere temperatuur. Om warmte af te voeren moet er dus een opening naar een ruimte met lagere temperatuur aanwezig zijn. In heel veel omgevingen is dat niet het geval.

 Er zijn vijf verschillende manieren om warmte uit een kast of kleine kamer af te voeren:

  1. Geleiding. Warmte vloeit weg door de wanden van de ruimte;
  2. Passieve ventilatie. Warmte vloeit weg naar een ruimte met koelere lucht via een opening of rooster, zonder ventilator;
  3. Ventilatie met fan. Warmte vloeit weg naar een ruimte met koelere lucht via een opening of rooster, met behulp van een ventilator;
  4. Comfortkoeling. De warmte wordt afgevoerd door het koelsysteem van het gebouw;
  5. Precisiekoeling. De warmte wordt afgevoerd door een speciale airconditioner.

De vijf methoden verschillen in prestaties, beperkingen en kosten. Afbeelding 1 toont een algemene richtlijn voor koelingsmethoden gebaseerd op standaardomstandigheden en laat de acceptabele bandbreedte zien van elke methode. ‘Comfortkoeling’ komt niet voor in de afbeelding omdat deze methode te variabel en onvoorspelbaar is. Dit wordt later nog toegelicht.

Geleiding

Als een kast goed is afgesloten, kan de warmte alleen worden afgevoerd  via de wanden. Daarvoor moet de temperatuur van de lucht buiten de kast dus lager zijn dan de lucht erbinnen. Kasten variëren in grootte, constructie en materiaal, en staan onder invloed van andere, externe factoren. Dat beperkt de toepassingsmogelijkheden van deze methode.

De meest voor de hand liggende factor zijn de afmetingen van de kast of kamer: hoe groter de ruimte, hoe groter het vermogen om warmte door de wanden af te voeren. Er is immers meer muur-, plafond- en vloeroppervlak beschikbaar. Ook het materiaal waarvan wanden, muren, plafonds en vloeren zijn gemaakt, hebben hun invloed. Het maakt heel wat uit of er sprake is van gipsplaat, hout of beton – en of de kast zich ergens binnenin of juist tegen een buitenmuur van het gebouw bevindt.

Een belangrijke beperkende factor vormen de schommelingen in de temperatuur van de lucht in het gebouw. ‘s Avonds zal de koeling in het gebouw zachter worden gezet, net als in het weekend – in perioden van koude zal de verwarming overdag hoger staan dan ‘s avonds of in het weekend. 

In het algemeen kan gesteld worden dat de geleidingmethode van warmteafvoer kan worden toegepast als het vermogen van de activiteiten in de kast minder dan 400 Watt bedraagt – of als de kast minder belangrijke bedrading of apparaten bevat, maximaal 1000 Watt. Dat beperkt deze methode tot kleine IT-apparaten die weinig stroom gebruiken, zoals kleinere netwerkswitches. De temperatuur stijgt snel naarmate de activiteit op de bedrading en het vermogen van de apparatuur toeneemt.

Ventilatie.

Met deze methode wordt warmte afgevoerd naar de (koelere) omgevingslucht via een speciaal aangebrachte opening of rooster. Dat kan met of zonder gebruik te maken van een mechanische ventilator. Het is een erg praktische methode.

Voor een kast met kritische apparatuur is deze methode goed tot een activiteit/vermogen van 700 Watt; mèt ventilator is dat tot ongeveer 2.000 Watt. Voor ruimtes met niet-kritische apparatuur is de methode goed tot 1.750 Watt, met ventilator zelfs 4.500 Watt. De inzet van meer ventilators vergroot de capaciteit enorm. Voor deze methode gelden dezelfde beperkende omgevingsomstandigheden als voor geleiding.

Comfortkoeling.

Veel gebouwen beschikken over een airconditioning. Dergelijke systemen werken via een eigen stelsel van luchtkanalen. Het lijkt aantrekkelijk om gebruik te maken van zo’n systeem door de patchkasten er met een eigen kanaal op aan te sluiten. De praktijk wijst echter uit dat dat de koelproblemen van de kast helemaal niet oplost en in sommige gevallen zelfs verergert.

Comfortkoelsystemen circuleren lucht. Een ergens aan de wand aangebrachte thermostaat bedient het systeem. Dat heeft als gevolg, dat de temperatuur in kleine ruimtes daalt als het koelsysteem aanstaat, en stijgt als het uit is. Dat veroorzaakt  temperatuurschommelingen die een negatieve invloed op de apparatuur hebben; een constante wat hogere temperatuur is dan een veel betere optie. Verder worden comfortkoelingsystemen ‘s avonds en in de weekends op een laag pitje – of zelfs helemaal uit - gezet om stroom te besparen. Begrijpelijk, maar met een negatief effect op de koeling van de patchkasten.

Om een comfortkoelingsysteem te gebruiken voor de koeling van een patchkast, moet van die kast een afzonderlijke zone worden gemaakt met eigen luchtkanalen, een eigen eindunit (fan coil unit, VAV box) en een eigen thermostaat. Dat is vanzelfsprekend onpraktisch en kostbaar.

Kortom, het gebruiken van de bestaande airco in een gebouw voor de koeling van een patchkast is in het algemeen niet aan te raden.

Precisiekoeling.

De meest effectieve manier om controle te krijgen over de temperatuur in een patchkast is om een speciaal, eigen koelsysteem te installeren. Dat is natuurlijk een veel duurdere en ingewikkeldere oplossing dan bijvoorbeeld Ventilatie.

Als het vermogen in een kritische patchkast de 2.000 Watt overstijgt – of 4.500 Watt voor niet-kritische kasten – komt speciale koeling pas aan de orde. Om het wattage vast te stellen zijn nauwkeurige specificaties van de IT-leverancier nodig en van de configuratie van de IT-omgeving. Het kan veel tijd en geld besparen zelf het vermogen te achterhalen. Immers, meestal hebben IT-apparaten een plaatje op de achterzijde waarop het vermogen is vermeld. Maar pas op: een gemiddelde configureerbare router zal een vermogen tussen 5 en 6 Watt aangeven – terwijl in werkelijkheid het verbruik tussen 1-2 Watt zal liggen. Het is dus bepaald niet zo eenvoudig om zelf het verbruikte vermogen vast te stellen (vuistregel 60-65 procent).

 Er zijn cases voorhanden waarin precisiekoeling meer geschikt werd bevonden, terwijl ventilatie technisch het meest voor de hand lag:

-        de lucht buiten de kast bevatte te veel stof en andere deeltjes

-        de lucht buiten de kast was onderhevig aan hevige temperatuurschommelingen

-        vanwege een huurcontract of om cosmetische redenen was het niet mogelijk aanvullende ventilatiekanalen aan te leggen.

In deze gevallen is ventilatie die de lucht binnen een gebouw gebruikt geen goed alternatief; precisiekoeling is dan de enig juiste praktische oplossing.

Effect van UPS.

Het is in de praktijk gebruikelijk om in kasten een gedistribueerd UPS-systeem (unteruptable power system) te installeren, om de bedrijfszekerheid veilig te stellen. Het stroomverbruik daarvan is vele malen lager dan van menig IT-apparaat en kan dus rustig verwaarloosd worden.

Als een UPS is geïnstalleerd, geldt dat de IT-apparatuur ook warmte afgeeft als de stroom is uitgevallen. Als de autonomietijd van een UPS  minder dan 10 minuten bedraagt, houden de thermale massa van de lucht en de wandoppervlakken de temperatuur in de kast binnen redelijke grenzen. Bedraagt de autonomietijd echter meer dan 10 minuten, dan moet het koelsysteem blijven werken. Dat houdt in dat als mechanische ventilatie of een airco wordt gebruikt deze hun stroom moeten krijgen van de UPS. Voor mechanische ventilatie hoeft dat niet direct een probleem te zijn, maar bij het gebruik van precisiekoeling wel: deze gebruikt behoorlijk wat stroom. Bij de keuze van de sterkte van de UPS en de accu moet daar dus rekening mee worden gehouden (vaak 4 tot 6 maal de nominale stroom door de inschakelstromen van de compressor).

Conclusie

Het is evident dat het ontstaan van grote hitte in een kast of kleine ruimte met IT-apparatuur en –bedrading een reden voor zorg is voor de facilitair manager of gebouwbeheerder.

In de meeste gevallen is eenvoudige ventilatie de meest effectieve en praktische manier van koelen; zijn in de ruimte meerdere IT-apparaten met hogere vermogens ondergebracht, dan wordt het gebruik van een mechanische ventilator aanbevolen. 

Het is dus meestal niet nodig een speciaal koelsysteem (precisiekoeling) aan te leggen, tenzij het vermogen van de apparatuur de 2.000 Watt overstijgt, of als de omgevingslucht erg warm of vervuild is,  of grote temperatuurschommelingen vertoont.

Het gebruik van  de in een gebouw aanwezige koeling kan niet worden gebruikt voor koeling van patchkasten.

Guido Neijmeijer, Country Sales Manager IT Business at Schneider Electric

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.guido_neijmeijer_apc_jpg/165_165_80_1__guido_neijmeijer_apc.jpgKoeling van IT-apparatuur in kasten en kleine ruimtes vaak vergetenFri, 16 Nov 2012 00:00:00 +0100
Column Robin van Poelje: Innoveren én bezuinigen met behulp van IThttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/144/column_robin_van_poelje__innoveren___n_bezuinigen_met_behulp_van_it.htmlIn de aanloop naar de verkiezingen kwamen politieke partijen en belangenorganisaties met plannen om de Nederlandse economie een impuls te geven. IT zou in deze plannen een essentiële rol moeten vervullen. Als aanjager van innovatie zou - in de woorden van VNO-NCW -Nederland dankzij ICT ‘het weer kunnen gaan verdienen’. In het regeerakkoord ‘Bruggen slaan’ wordt aandacht besteed aan ICT en dat is beslist positief. Toch denken we dat de essentie van de rol die IT kan vervullen in de ambities van het nieuwe kabinet onvoldoende gezien is.Een gemiste kans!

Professor Carlota Perez (o.a. University of Cambridge) stelt dat we aan de vooravond staan van een nieuwe ‘belle epoque’ en wel die van een op IT gebaseerde kenniseconomie. Haar uitvoerige onderzoek bewijst dat er een historisch patroon is binnen technologische-economische conjunctuurgolven. Anders gezegd, als we naar het verleden kijken dan kunnen we leren dat we ons op dit moment op een omslagpunt bevinden. De digitale en mobiele infrastructuur is er, het is nu aan de overheid, ondernemingen en maatschappij om deze infrastructuur optimaal te benutten door bijvoorbeeld regelgeving, het onderwijs en bestaande werkwijzen  te moderniseren.

Om IT daadwerkelijk als aanjagervan innovatie en eennieuwe ‘hoogconjunctuurgolf’ in te zetten, moet er dus wel wat gebeuren.  Dat begint bij anders naar IT te kijken. Zie IT niet als kostenpost, maar als springplank voor het realiseren van besparingen, verbeteren van dienstverlening, creëren van nieuwe werk- en business modellen en het verhogen van klant-, patiënt-, en burgertevredenheid. Een paar voorbeelden.

De burger als beste en goedkoopste medewerker
Steeds meer bedrijven laten dankzij IT hun klanten meer werkzaamheden zelf uitvoeren. Denk aan het maken van een afspraak om een autoruit te vervangen of het verrichten van bankzaken. De klant ervaart dit als prettig omdat hij zelf het tijdstip kan bepalen wanneer hij het contact met het betreffende bedrijf legt. Voor overheden, maar ook voor bijvoorbeeld zorgaanbieders zijn er vergelijkbare mogelijkheden om processen te digitaliseren en de burger of patiënt zelf aan de knoppen te laten zitten. Zo kan een patiënt voorzien worden van een eigen zorgtoepassing, desgewenst met inzage in kosten van de zorg als stimulans voor gedragsverandering.

Dit soort selfservice komt de dienstverlening van de overheid ten goede. De burger ervaart het als prettiger. Bovendien levert het geld op. Niet alleen omdat ambtenaren dan zelf geen informatie meer hoeven in te voeren. In de zorg blijkt dat wanneer een patiënt zelf een afspraak heeft ingevoerd, de kans dat de patiënt niet komt opdagen veel kleiner is, wat ook weer geld bespaart. Dit soort oplossingen zijn voorhanden en hoeven alleen nog maar geïmplementeerd te worden. Wie wil weten wat het oplevert kan naar de banken kijken. De ervaringen in deze sector wijzen uit dat het betrekken van klanten bij de dienstverlening goed is voor alle betrokkenen en ook nog eens veel geld oplevert.

Streven naar een ‘compacte overheid’
Vele kabinetten hebben initiatieven genomen om de overheid te verkleinen; compacter en doelgerichter te laten werken. In het bedrijfsleven is een dergelijke slag al geslagen door   een opdeling te maken tussen kern- en niet kernactiviteiten. Niet-kernactiviteiten zijn geoutsourcet naar derden, zodat de onderneming zich zelf kan concentreren op de kern. Ook de zorg en de overheid zouden inhoudelijk en financieel zich meer moeten laten ‘ontzorgen’ door  meer niet-kernactiviteiten uit te besteden aan het bedrijfsleven. Zaak is om daarbij op te zoek te gaan naar werkelijke specialisten, die schaal- en kennisvoordelen kennen. Dat zal voor die gespecialiseerde partijen uiteraard een grote uitdaging betekenen, maar dat is alleen maar gezond.

IT als topsector
Het gaat er nu om daadwerkelijk de slag te maken naar innovatie. Een slag ook waaraan specialisten uit de Nederlandse ICT-sector aanzienlijk kunnen bijdragen en waarin de overheid een cruciale rol speelt. Alleen dan zal de ‘belle epoque’en een nieuwe ‘hoogconjunctuurgolf’ zoals professor Carlota Perez die ziet, kunnen aanbreken. Dan zullen we als Nederland onze positie in de top van beste economieën ook behouden - een ambitie die nationaal wordt gedeeld en is opgenomen in het regeerakkoord.

Robin van Poelje, CEO Total Specific Solutions

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.robin_van_poelje_medium_jpg/165_165_80_1__robin_van_poelje_medium.jpgColumn Robin van Poelje: Innoveren én bezuinigen met behulp van ITFri, 16 Nov 2012 00:00:00 +0100
Column Hugo Leijtens: Samenwerken, maar dan andershttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/143/column_hugo_leijtens__samenwerken__maar_dan_anders.html

Een organisatie is zo goed als de kwaliteit van de onderlinge communicatie en de toegankelijkheid van kennis. Betere communicatie leidt tot beter samenwerken en dat leidt weer tot efficiënter en effectiever werken. Uit een onderzoek van McKinsey Global Institute blijkt dat de productiviteit met maar liefst 20 tot 25% omhoog gaat door ‘social collaboration’. Met deze ‘sociale samenwerking’ wordt bedoeld dat de juiste mensen, met de juiste kennis of informatie, op het juiste moment met elkaar verbonden zijn. Dat klinkt zeer aantrekkelijk!

En ik ben niet de enige die dat vindt. Die aantrekkingskracht blijkt ook uit de Global IBM CEO Study 2012: social collaboration staat hoog op de agenda bij CEO’s. Maar liefst driekwart van de CEO’s geeft aan dat het vermogen tot samenwerken de belangrijkste eigenschap is die zij in medewerkers zoeken.Die eigenschap alleen is niet voldoende, er is ook een open bedrijfscultuur nodig, waarin medewerkers graag contacten leggen, kennis uitwisselen en van elkaar leren.

Tegelijk moeten alle medewerkers de beschikking krijgen over de middelen om zo effectief en efficiënt mogelijk samen te werken. Dat kunnen losse tools zijn (van Google Docs tot MSN Messenger) of speciale social collaboration tools, oftewel Enterprise Social Software (ESS), waarin allerlei functies voor samenwerken geïntegreerd zijn.ESS is te vergelijken met een combinatie van de functionaliteiten van Facebook, een portal en de Google-zoekmachine. Deze tools zorgen voor de verbinding tussen werknemers onderling en met experts binnen de organisatie, leggen conversaties en documenten gecategoriseerd en geordend vast en maken het mogelijk dat al deze informatie gemakkelijk te vinden is. 

Op deze manier ondersteunen social collaboration tools de doelen van de CEO’ door op ieder moment inzicht te geven in activiteiten, ontwikkelingen, kennisniveau en problemen binnen de organisatie. Dit is niet alleen voorde mensen die het werk uitvoeren van belang, maar ook voor het management om voeling te houden met de organisatie en om sturing te geven. Ook zal het de kloof die er vaak is tussen management en medewerkers kunnen overbruggen.

Het gaat er bij social collaboration ook uitdrukkelijk om dat het management daar ook gewoon in meegaat. Tot slot helpen deze tools talent binnen de organisatie te herkennen en te erkennen. Een zeer belangrijk aspect, aangezien de ‘the war for talent’ losgebarsten is. Bovendien komt er een nieuwe generatie medewerkers die is opgegroeid met social media en een bepaalde snelheid en manier van werken verwachten. Die manier van werken kan social collaboration bieden.

De waarde van deze sociale samenwerkingvoor de organisatie is niet alleen uit te drukken in geld en winst. De kracht ervan komt ook voort uit het sociale aspect en het plezier dat medewerkers ervaren om met elkaar samen te werken en ook samen problemen op te lossen. De verbondenheid tussen medewerkers neemt zo toe. Het sluit ook aan bij de nieuwe generatie medewerkers, die in hun privé-omgeving al gewend zijn aan het communiceren via sociale netwerken. In een zakelijke omgeving verwachten zij hetzelfde gemak en gaan zij er van uit dat zij daarvoor ook alle middelen ter beschikking krijgen.

Bij al deze voordelen blijft het belangrijk om te beseffen dat social collaboration niet simpelweg geregeld is door het uitrollen van allerlei tools binnen een organisatie. Het vergt immers een andere manier van werken, die moet passen binnen de (gewenste) bedrijfscultuur. Dat betekent meestal een veranderingsproces.

Een nieuwe manier van werken en nieuwe communicatietools behoeven daarom altijd een investering in tijd en aandacht van het management. Ook dan zal te allen tijde voor medewerkers duidelijk moeten zijn wat de toegevoegde waarde is. Als dat lukt en dejuiste tools worden geïmplementeerd, ontstaat een onuitputtelijke bron van kennis en creativiteit. Een bron die tot innovaties kan leiden, die tot dan niet voor mogelijk werden gehouden.

Hugo Leijtens, Nexocial

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.hugo_leijtens___blog_jpg/165_165_80_1__hugo_leijtens___blog.jpgColumn Hugo Leijtens: Samenwerken, maar dan andersFri, 09 Nov 2012 00:00:00 +0100
Visie Kees Plas, Verizon Terremark: trends in securityhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/141/visie_kees_plas__verizon_terremark__trends_in_security.htmlOrganisaties vragen om meer inzicht in de wereld van gegevensdiefstal en advies over hoe bedrijven en individuen zich daar beter tegen kunnen wapenen, is zeer welkom. Inzicht krijgen in wat er precies gebeurt wanneer er een beveiligingsincident plaatsvindt, is cruciaal om cybercriminaliteit preventief te bestrijden en de reputatie van zowel bedrijven als individuen te beschermen. Laten wij de verschillende sectoren onder de loep nemen. Welke tendensen signaleren wij?

De financiële sector wordt geconfronteerd met enkele specifieke uitdagingen op het gebied van informatiebeveiliging. Deze sector is een waardevol doelwit voor cybercriminelen. Daardoor krijgen organisaties te maken met doelgerichte, hardnekkige aanvallen door cybercriminelen. Aanvallen op deze sector staan vooral in het teken van geld. Denk daarbij aan het direct stelen van geld (door toegang te krijgen tot interne rekeningen en applicaties) of indirecte diefstal (fraude gericht op individuele klanten). Veel van de aanvallen zijn gericht op pinautomaten, internetapplicaties en werknemers. De sector kan de risico’s beperken door pinautomaten beter te beveiligen, nauwkeurig om te gaan met aanmeldingsgegevens, veilige toepassingen te ontwikkelen en medewerkers te trainen en hen bewust te maken van de risico’s en gevolgen van cybercrime.

Gezondheidszorg
De meeste aanvallen binnen de gezondheidszorg zijn gericht op kleine en middelgrote instellingen (één tot honderd werknemers) en medische en tandheelkundige klinieken. Deze aanvallen zijn vrijwel allemaal het werk van criminele groepen die uit zijn op financieel gewin. Zij richten hun pijlen voornamelijk op kleine organisaties om de pakkans te verlagen. Ze stelen persoonlijke of betalingsgegevens voor frauduleuze doeleinden. Bij de meeste aanvallen is sprake van hacking en wordt er malware gebruikt. Vaak zijn deze aanvallen gericht op Point Of Sale-systemen (POS). Daarnaast blijkt het in de gezondheidszorg nodig om medische apparatuur en elektronische patiëntgegevens te beveiligen. Organisaties kunnen het merendeel van deze incidenten voorkomen met een aantal relatief eenvoudige maatregelen, zoals het wijzigen van de beheerderswachtwoorden voor alle POS-systemen, het installeren van een firewall, voorkomen dat medewerkers via POS-systemen op internet kunnen en te zorgen dat de POS-systemen voldoen aan de richtlijnen van de PCI DSS (Payment Card Industry Data Security Standard).

De retailsector wordt nog steeds geteisterd door een groot aantal inbreuken op de gegevensbeveiliging. Veel van deze aanvallen zijn afkomstig van groepen die handelen uit financiële motieven. Zij krijgen toegang tot het netwerk via POS-systemen die medewerkers dagelijks gebruiken. Cybercriminelen maken misbruik van zwakke, eenvoudig te raden of standaardwachtwoorden. Dit doen ze via diensten voor toegang op afstand.  De meest kwetsbare organisaties in deze sector zijn franchises en andere MKB-organisaties. Zij beschikken vaak niet over het interne personeel en de expertise die nodig is om zelf hun eigen beveiliging te beheren. Daarom gebruiken ze vaak oplossingen van externe leveranciers die meestal niet de juiste beveiliging bieden. In andere gevallen maken bedrijven gebruik van een kant-en-klare oplossing zonder na te gaan of deze oplossing in hun specifieke beveiligingsbehoeften voorziet. Vaak zijn medewerkers betrokken bij beveiligingsincidenten, soms onbedoeld en soms met kwade opzet. Het komt regelmatig voor dat werknemers op een kwaadaardige e-mailbijlage klikken of een twijfelachtige website bezoeken vanaf een bedrijfscomputer. Daardoor kan malware het systeem binnendringen en krijgen cybercriminelen toegang tot andere netwerkapparatuur.

Horeca
De horeca is het meest kwetsbaar voor gegevensdiefstal. De afgelopen twee jaar vonden er binnen deze sector meer incidenten plaats dan in elke andere branche. De POS-systemen die horecaondernemers gebruiken voor betalingstransacties blijken een eenvoudig doelwit voor georganiseerde criminelen. De horecasector moet zich meer dan alle andere sectoren toeleggen op het nemen van preventieve maatregelen.

Diefstal van intellectueel eigendom binnen diverse sectoren
Over het algemeen is het uiterst moeilijk om identiteitsdiefstal te achterhalen. Hiervoor is specialistische kennis nodig. Veel incidenten blijven lange tijd onopgemerkt en vaak duurt het even voordat beveiligingslekken succesvol zijn gedicht. Bij aanvallen op intellectueel eigendom is er vaak sprake van een complot waarin mensen binnen en buiten de onderneming samenwerken. De meeste samenzweerders zijn werknemers (twee derde). Buitenstaanders maken vaak gebruik van directe en kwaadaardige technieken. Daarnaast doen ze regelmatig een beroep op mensen binnen de organisatie en ondersteunen hen met advies. De meeste gegevens worden gestolen door vastberaden cybercriminelen die hun pijlen richten op intellectueel eigendom om snel financiële, technologische of andere voordelen te behalen. Aanvallers bundelen vaak verschillende methoden totdat ze een succesvolle combinatie vinden. Veel van deze combinaties beslaan meerdere stadia en aspecten. Er is geen alleenstaande oplossing die waterdichte bescherming tegen aanvallen op intellectueel eigendom kan garanderen. De beste verdediging is een beveilingsaanpak gebaseerd op gezond verstand en feiten.
Al met al zien we dat security binnen iedere branche een onderwerp van de dag is maar dat de tendensen per branche verschilt. Voorlopig blijft security nog lang als onderwerp op de kaart.

Kees Plas, Director Security Services Verizon Terremark


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.kees_plas_gif/165_165_80_1__kees_plas.gifVisie Kees Plas, Verizon Terremark: trends in securityFri, 02 Nov 2012 00:00:00 +0100
Kwaliteit flexibele schil gebaat bij andere aanpakhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/140/kwaliteit_flexibele_schil_gebaat_bij_andere_aanpak.html
Het hebben van een flexibele schil van tijdelijk IT-personeel is tegenwoordig gemeengoed bij vrijwel alle (middel)grote bedrijven in Nederland. Zowel de overheid als het bedrijfsleven maakt op grote schaal gebruik van externe IT-deskundigheid. Per jaar wordt er een kleine 2 miljard omgezet in het leveren van tijdelijk personeel.

De redenen voor het hebben van een flexibele schil zijn divers. Soms gaat het om de kwantiteit, een organisatie heeft te weinig IT’ers en heeft hier bewust voor gekozen of is gebonden aan formatieplaatsen die niet mogen groeien. Vaak gaat het ook om het beperken van risico’s of het aanwezig zijn van de benodigde kwaliteit, kennis en kunde, de organisatie beschikt niet over de juiste IT-expertise die wel nodig is om het project tot een goed einde te brengen. Ook komt de flexibele schil binnen projecten veel voor: het volume aan projecten is niet dusdanig dat het “loont” om medewerkers die nodig zijn voor de projecten vast in dienst te nemen.

De aanvoer voor de flexibele schil van bedrijven kent in Nederland grofweg drie lijnen, oftewel waar komen de medewerkers vandaan die hun werk verrichten in die flexibele schil?

  • De eerste aanvoerlijn zijn de medewerkers in dienst van de grote tot zeer grote IT-bedrijven: Cap Gemini, ATOS, Ordina etc.;
  • De tweede aanvoerlijn zijn de medewerkers in dienst van de MKB-bedrijven in de IT-sector. Hier zijn er veel van, en vaak zeer gespecialiseerd. Een groot aantal hiervan is weer verenigd in de Vereniging Spinweb (www.spinweb.nl);
  • En de derde aanvoerlijn zijn de ZZP’ers, de zelfstandigen zonder personeel (die in mijn optiek veel beter Professionals zonder Personeel, de PZP’er genoemd zouden kunnen worden; zelfstandig betekent immers niet automatisch dat je een professional bent).

Met de verschillende redenen voor het hebben van de flexibele schil en de constatering dat de flexibele schil op verschillende manieren gevuld kan worden, zou je verwachten dat de markt de afgelopen jaren een genuanceerde aanpak heeft ontwikkeld omtrent de vormgeving hiervan. Deze aanpak zou moeten voldoen aan de eisen van de organisatie die gebruikt wenst te maken van deze flexibele schil. Niets is echter minder waar. In plaats van de flexibele schil in te richten als strategisch HR-instrument, is het een speeltje geworden van Inkoopafdelingen, slechts gestuurd op volume en de laagst mogelijke prijs.

Ook worden door de markt de drie aanvoerlijnen niet (h)erkend en teruggebracht naar twee aanvoerlijnen. Veelal kiest de markt ervoor om gebruik te maken van 2 tot 5 grote IT-dienstverleners en 1 of meerdere brokers (Corso, IT-Staffing, HeadFirst etc.) die dan voor de aanvoer mogen zorgen vanuit de MKB-bedrijven en de ZZP’ers.

Deze aanpak roept vele vragen op. Ten eerste zijn het vrijwel altijd dezelfde grote IT-dienstverleners die mantelpartij zijn en de dienstverlening uitvoeren (zoveel zijn er ook niet in Nederland). Hierbij wordt echter nooit gevraagd hoeveel capaciteit ze daadwerkelijk nog beschikbaar hebben voor een nieuwe klant, want met het stapelen van contracten raken ook bij de grote IT dienstverleners de (goede) mensen een keer op. De consequentie hiervan moge duidelijk zijn: kwaliteitsverlies en ook de grote partijen gaan gebruikmaken van het brokerkanaal, al dan niet met kennisgeving hiervan naar de klant.

Ten tweede: Waarom worden er wel 2 tot 5 grote dienstverleners gevraagd en niet of nauwelijks MKB-ondernemingen? Een combinatie van 1 á 2 grote en 1 á 2 MKB dienstverleners biedt hierbij meer perspectief op het vinden van de juiste expertise en toegang tot de zo broodnodige kwaliteit en/of flexibiliteit.

En ten derde: Waarom wordt er meer dan 1 broker gevraagd om op te treden namens de rest van de markt? Met de transparantie van het internet anno 2012 is het voor elke broker mogelijk om te vissen in dezelfde vijver. De gedachte er dat met meer brokers meer en betere kandidaten beschikbaar komen klopt dan ook niet. De consequentie is nu dat aanvragen via meerdere kanalen in de markt komen waardoor mensen dubbel worden aangeboden tegen verschillende tarieven en er heel veel mensen dubbel werk zitten te doen hetgeen uiteindelijk niets toevoegt.

Hier is nog veel meer over te zeggen maar dat gaat buiten de reikwijdte van deze column. Gelukkig zijn er ook een aantal mooie voorbeelden die aangeven dat er wel iets aan het veranderen is. Onder druk van de business komt geleidelijk aan het inzicht dat het huidige model niet leidt tot het gewenste resultaat. Een mooi voorbeeld is ASML, waarbij je eerst als leverancier via de broker dient te leveren, maar waarbij je zelf leverancier kan worden als je minstens vijf contracten hebt lopen. Een heel ander voorbeeld is Rijkswaterstaat, die een tijdslimiet hebben ingesteld op het verblijf als externe binnen de organisatie. Deze termijn is nu ingesteld op maximaal twee jaar. Los van de rigiditeit van de maatregel en het negatieve effect op de korte termijn is het een start met het anders gaan denken over de invulling van de flexibele schil.

Er is nog een lange weg te gaan, maar steeds meer bedrijven zullen gaan inzien dat het alleen sturen op volume en prijs niet gaat leiden tot een flexibele schil die bijdraagt aan het resultaat van de onderneming. Dan blijft de flexibele schil een kostenpost. En daar was deze nu net niet voor bedoeld.

Flip Houtman – Algemeen Directeur Ventus, Linkedin 

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.flip_houtman_column_gif/165_165_80_1__flip_houtman_column.gifKwaliteit flexibele schil gebaat bij andere aanpakThu, 01 Nov 2012 00:00:00 +0100
Nut en noodzaak van testenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/139/nut_en_noodzaak_van_testen.htmlWaarom is Toyota in de 21e eeuw het beste jongetje van de klas? Omdat het bedrijf gedegen test via vaste procedures. De ‘Kwaliteitscirkel’ van Deming die bestaat uit ontwerpen, uitvoeren, controleren, evalueren en leren van fouten, zorgt voor het continu bijstellen van testplannen  en daarmee het verhogen van kwaliteit.

In het veld van ICT-infrastructurele projecten wordt steeds vaker volgens vaste procedures getest en geëvalueerd. De tijd waarin hardware werd geleverd en de nullen en enen binair hun werk konden doen, is voorbij. Toch komen we in de praktijk regelmatig situaties tegen, waarin te laat of niet conform de kwaliteitscirkel is gehandeld. Met alle gevolgen van dien. Waarom vormt testen geen vast onderdeel van een ICT-traject?

Riscicobewustwording

Als het om testen van ICT-oplossingen gaat, loopt de bancaire sector voorop. Er zijn testmanagers, testprocedures en functioneel beheerders die applicaties goedkeuren of juist terugsturen naar de tekentafel. Compliant werken en voldoen aan wet- en regelgeving staan hoog in het vaandel. De achterliggende gedachte voor het uitvoeren van testen is kwaliteitsverbetering. Daarnaast zijn er nog een aantal subargumenten te benoemen, zoals afbreukrisico, terugroepen van producten, gezichtsverlies van de organisatie of afdeling, etc. In meer branches, zoals olie-industrie, wordt zeer risicobewust gewerkt. Toch blijkt dat testen een ondergeschoven kindje is. Wat is hiervoor de reden?

Top-downbenadering
Waarom worden die testen niet gewoon standaard uitgevoerd? Vaak heeft dat te maken met de houding (attitude), de bewustwording (awareness) en de volwassenheid (maturity) van de organisatie en zijn populatie aan medewerkers. Het inzien van het nut en de noodzaak van testen moet top-down gedragen en gefaciliteerd worden vanuit de opdrachtgever, de CIO en CEO.

Heeft u in uw organisatie een Chief Security Officer aangesteld in de Raad van Bestuur? Faciliteren betekent het beschikbaar stellen van Geld, Organisatie, Informatie en Tijd om die Kwaliteit (GOKIT) te leveren die benodigd en gewenst is. Deze vijf criteria vormen de basis voor het stelselmatig testen en evalueren en vervolgens rapporteren  aan de CIO/interne opdrachtgever. En zo is deze cirkel rond.

Vindt de organisatie kwaliteit belangrijk - en de meeste organisaties vinden dat-  dan moet dat vanuit de Raad van Bestuur uitgedragen worden. Dat begint bij het ontwerpen van testprocessen, het uitvoeren en contoleren hiervan, gevolgd door evaluatie en indien nodig bijstellen van het proces.

Conclusie: testen=kwaliteit
Door gedegen te testen worden vervelende verrassingen achteraf voorkomen en zal de kwaliteit van de geleverde producten omhoog gaan. Het cyclische karakter van de kwaliteitscirkel garandeert continu aandacht voor  het verbeteren van de kwaliteit.

Rob Matser, Projectmanager PQR

  ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.rob_matser_medium_jpg/165_165_80_1__rob_matser_medium.jpgNut en noodzaak van testenTue, 30 Oct 2012 00:00:00 +0100
Column: Georganiseerde misdaad?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/137/column__georganiseerde_misdaad_.htmlGeorganiseerde misdaad? Ik citeer een artikel uit DFT van jl dinsdag, 23 oktober.

“Capgemini Consulting is in één klap zijn gehele adviesorganisatie voor telecom en media (TMU) kwijtgeraakt aan concurrent Deloitte. Op verzoek van Deloitte werkten negen topmanagers van Capgemini een jaar lang in het diepste geheim aan hun overstap, en gebruikten daarvoor de codenaam ‘Cheetah’.”

Ik ben geschokt. Associaties met een zekere organisatie uit Sicilië, waarbij economie, cultuur, politiek en criminaliteit samenkomen, borrelen in mij op. Ik wil daar het mijne over weten en heb contact opgenomen met de betrokken partijen, CAP en Deloitte. Hun antwoord was helder en simpel. Gedurende de juridisch afwikkeling van deze kwestie verstrekken zij geen informatie. Echter Deloitte benadrukte wel dat het initiatief tot deze exercitie bij de negen managers van CAP vandaan is gekomen en niet bij hen. Het is dus waar!

Het artikel in de DFT verhaalt over geheime operaties met codenamen, minutieus voorbereide acties en geheime ontmoetingen met de opdrachtgever “Delta”. Don Vito Corleone’s uitspraak “I gonna make him an offer he can’t refuse” zou goed in het beeld passen. “Delta” is een organisatie waarbij economie, cultuur en politiek een rol spelen, maar criminaliteit? Ik kan me het haast niet voorstellen.

Ik kan me er ook niets bij voorstellen wat een aantal welopgeleide mensen bezield om willens en wetens onder de duiven van hun werkgever te schieten. Dit is ongehoord. Ik vind het óók niet echt kies van een organisatie als “Delta” om in het geheim en via achterkamertjesmethodieken er op in te gaan.

Ik probeer toch contact te leggen met betrokkenen, maar loop tegen een muur. Blijkbaar is ook de omertà uitgesproken. De omertà houdt in dat je met niemand spreekt over de organisatie. Je houdt je mond. Spreken is zilver, maar zwijgen is goud.

Elke medaille heeft twee keerzijden en je moet hoor en wederhoor toepassen. Ik weet niet van de hoed en de rand. Er zullen best allerlei steekhoudende argumenten zijn, die de managers hebben bewogen om deze stap te zetten. Maar mijn ervaring is dat een dialoog tussen werkgever en werknemer een conflict vaak oplost. Mocht dat niet zo zijn, dan moet je met open vizier de strijd aangaan en je eigen plan trekken. Ga niet samenspannen en bedrijf geen achterkamertjespolitiek.

Uit een recent onderzoek van Management Team blijkt dat Capgemini Consulting en Deloitte adviesbureau’s zijn met het beste imago. Dat is mooi en dat moet je niet vergooien. Mochten de door DFT geuite aantijgingen waar zijn dan hebben beiden naar mijn idee wel een flinke imagodeuk opgelopen. Werk aan de winkel dus.

Laten we maar hopen dat er geen vendetta uitbreekt.

Wessel van Alphen, Directeur IT-Staffing


Oorspronkelijk verschenen op Blogit


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.wessel_jpg/165_165_80_1__wessel.jpgColumn: Georganiseerde misdaad?Fri, 26 Oct 2012 00:00:00 +0200
Techniek begrijpelijk maken met kunsthttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/136/techniek_begrijpelijk_maken_met_kunst.htmlIn Amerika worden technische studies ook wel STEM-studies genoemd (Science, Technology, Engineering en Mathematics). Maar de laatste tijd wordt dit begrip ook wel omgevormd tot STEAM, waarbij Arts aan dit rijtje is toegevoegd. Zelfs in het populaire Sesamstraat wordt in de VS sinds kort met regelmaat deze STEAM-variant besproken, mede omdat jonge kinderen via een artistieke benadering van de vier technische domeinen veel makkelijker de techniek blijken te begrijpen.

Uiteraard is er in de kunst veel techniek aanwezig. Zonder gebruik of toepassing van techniek is veel kunst niet mogelijk, denk aan schilderen, beeldhouwen, muziek of zelfs dansen. Anderzijds kan kunst een technisch product specialer maken, een ervaring laten zijn. Het succes van Apple is voor een belangrijk deel hierop gebaseerd. Steve Jobs gaf vanuit het ontwerp, en vooral de kunst van ‘de eenvoud van het ontwerp’, zijn producten vorm. Een uitspraak van hem is dat een product zó mooi zou moeten zijn, dat je het zou willen likken.

Afhankelijk

Techniek omringt ons in ons dagelijkse leven. Bijna geen activiteit zouden we zonder hulp van ons ondersteunende technieken kunnen uitvoeren. Geen licht in huis, geen radio of televisie, geen internet, geen vervoer, geen enkele digitale handeling. Onze maatschappij is volledig afhankelijk geworden van techniek, vooral energie en informatie zijn de basis van ons bestaan. Begrijpelijk dat het daarom zinvol is dat jonge kinderen op de aanwezigheid van die techniek worden gewezen, zoals Sesamstraat doet.

Ik was laatst op een feestje en daar vertelde iemand dat hij bij Hyves werkte. Waarop een 10-jarig nichtje vol verbazing opmerkte: ‘werken er mensen bij Hyves?’ Voor haar was Hyves er ‘gewoon’. Net zoals Facebook of elk ander digitaal medium er ‘gewoon is’.
Iedereen kent natuurlijk ook de ervaringen bij stadskinderen dat zij eigenlijk niet meer weten waar brood, eieren, melk en boter vandaan komen. Veel van de basiskennis over het functioneren van onze maatschappij is langzamerhand achter façades van techniek en marketing verdwenen, zo ook onze informatietechniek.

Elmo The Musical

Dus heel goed dat de Amerikaanse Sesamstraat in de 43ste editie de show “Elmo The Musical” heeft ontwikkeld. Een opwindend concept, gebaseerd op STEAM, waarbij Elmo steeds bij een kind thuis een avontuur beleefd dat bijvoorbeeld gaat over enummeratie, relationele concepten, optellen en aftrekken en geometrische vormen en hun eigenschappen. In elk avontuur moet met een stukje (eenvoudige) wiskunde het probleem worden opgelost. Het legt ook het verband tussen wetenschap ‘hoe werkt dat eigenlijk’ en innovatie ’wat als’. De kinderen kunnen dansen, zingen, spelen, problemen oplossen en zich iets voorstellen terwijl ze te gelijker tijd een mathematisch avontuur beleven.

Naast de technische kant is ook de artistieke kant belangrijk. Want zoals al eerder aangehaald: een goed ontwerp telt. Zeker nu de techniek steeds minder vanzelfsprekend wordt. Het gaat er niet meer om alleen de functie uit te voeren; men wil iets hebben waarmee men de functie ook wil uitvoeren. De iPhone is daar een mooi voorbeeld van, in plaats van competitie op techniek is er nu competitie op ontwerp ontstaan.

Artepreneurs

De productontwerper als artiest. Producten die kunst worden. Kunst reageert op ons als mens totaal, niet slechts als gebruiker. Door kunst kun je je onderscheiden, daarom zijn mooie en artistieke producten zo in trek. Ontwerpers ontwerpen oplossingen, artiesten creëren een ervaring. ‘Artepreneurs’ in plaats van entrepreneurs.

Daarom is de upgrade van STEM naar STEAM belangrijk voor onze volgende generatie leerlingen en studenten. En als zelfs Elmo in Sesamstraat het kan, moet het toch voor iedereen mogelijk zijn? Ook voor de bedrijven die elkaar momenteel op ontwerp beconcurreren in plaats van op de ‘kunst van het ontwerpen’. Wij mensen worden immers weinig geraakt door slechts een ontwerp, maar wel als dezelfde oplossing kunstzinnig is geworden.
 
Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland
  
    ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/./column/hans_timmerman2.jpgTechniek begrijpelijk maken met kunstTue, 23 Oct 2012 00:00:00 +0200
Virtueel vertrouwen in de cloud & Big Datahttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/133/virtueel_vertrouwen_in_de_cloud___big_data.html
Ik schrijf deze blog in Barcelona waar deze week de Europese editie van VMworld wordt gehouden. Van de verwachte 8000 bezoekers zullen er ongeveer 400 uit Nederland komen. Daarnaast zijn nog een ruim 2000 partners aanwezig. Het thema dit jaar is: ‘Right here, right now’.

De afgelopen 10 jaar is virtualisatie volwassen geworden en is elk bedrijf al een heel eind op weg om zijn digitale bedrijfsvoering op virtuele platformen uit te voeren. Met de komst van hybride clouds en Big Data worden echter steeds hogere eisen aan het beheer van die virtuele omgevingen gesteld. Niet alleen worden momenteel alle kritische bedrijfsapplicaties stuk voor stuk gevirtualiseerd of (deels) in externe cloud-omgevingen ondergebracht, maar ook aspecten als risicomanagement, compliance en governance krijgen eindelijk de aandacht die ze verdienen.

Het aspect vertrouwen en veiligheid komt tijdens de conferentie gelukkig in vele presentaties aan de orde. Wisten we vroeger nog precies op welke server welke applicatie draaide en waar welke data was opgeslagen, sinds de virtualisatie van onze infrastructuur is dat een stuk ‘mistiger’ geworden. Door virtualisatie is immers de ‘techniek’ van onze informatietechniek grotendeels onder de motorkap verdwenen. De virtuele machines die de applicaties laten functioneren, kunnen zich op vele plaatsen in de infrastructuur bevinden. Nu we ook nog het netwerk gaan virtualiseren, vervaagt zelfs de weg die onze data heeft afgelegd. Dit vraagt management en beveiliging op een heel ander niveau.

Vertrouwen is voorwaarde
Vertrouwen in techniek is altijd een voorwaarde geweest om de adoptie door de massa mogelijk te laten worden. Bij cloud computing is vertrouwen in de veiligheid van de opgeslagen data een belangrijk aspect, bij Big Data is juist het vertrouwen in de privacy een aandachtspunt. De afgelopen 50 jaar was de focus gericht op computer science, de wetenschap op het gebied van componenten, netwerken en fysieke opslag. De komende 50 jaar wordt die focus verplaatst naar data science, de wetenschap van onze gegevens. Aandacht niet alleen voor hoe wij data creëren, verwerken, transporteren en bewaren, maar vooral hoe dat veilig, vertrouwd, beschermd en (door ons) gecontroleerd gebeurt. Digitale integriteit over de hele keten heen, best nog een flinke uitdaging.

VMware maakte afgelopen week bekend dat het een referentie-architectuur heeft ontwikkeld voor compliancy, waarmee reeds in het ‘ontwerp’ van de architectuur compliance-eisen zijn verwerkt voor bijvoorbeeld een veilige PCI-omgeving voor betalingsomgevingen. Op basis van zo’n referentie-architectuur kunnen ook heterogene omgevingen makkelijker robuust worden gemaakt. En kunnen security- en compliance-partners eenvoudiger hun eigen oplossingen koppelen en integreren. Data-integriteit verlangt immers vertrouwen over de hele keten heen, van klant naar applicatie en van gebruiker naar relevante datasets.

Veiligheid en vertrouwen wordt een uitgangspunt van het ontwerp, in plaats van dat het later aan de infrastructuur wordt toegevoegd. Nu we langzaam naar het ‘software gedefinieerde datacenter” migreren, kunnen security en compliance steeds dieper in de infrastructuur worden ingebouwd. De infrastructuur wordt intrinsiek veilig en met software worden alle diensten rond de specifieke veiligheid en privacy van zowel personen als bestanden ingevuld.

Dat we op dit gebied nog een heel eind te gaan hebben, is duidelijk. Hoewel Gartner voorspelt dat over drie jaar al een belangrijk deel van de security-oplossingen op virtuele systemen zullen draaien. Daarnaast zijn natuurlijk de evidente veiligheden van belang: zorg voor betrouwbare two-factor authenticatie, gebruik waar mogelijk encryptie en zorg dat de end-points ook goed beveiligd blijven tegen virussen en onbedoeld gebruik. Open deuren, maar nog steeds de belangrijkste oorzaken van security- en privacy-incidenten.

We zien dat in de security-wereld Big Data ook een rol gaat spelen. En dan niet in relatie tot Big Data-toepassingen, maar als onderdeel van die veiligheid zelf. Door intensief het netwerk te scannen en bestanden bij voorbaat al een vertrouwensbeoordeling te geven, wordt veiligheid een stuk makkelijker te realiseren. Dit betekent wel het opbouwen van databases met heel veel informatie over de normale bedrijfsvoering. En constant overzicht houden wat potentieel gevaarlijke bestanden zijn die wereldwijd worden gesignaleerd. Maar op basis van deze ‘intelligence’ kan de operationele security-inspanning flink verminderd worden.

Bewustzijn voor security
Op het moment dat vreemde netwerkactiviteiten worden ontdekt, of gevaarlijke of onbekende bestanden worden waargenomen, wordt direct verhoogde waakzaamheid geboden. Dat op dié momenten de performance of service wat minder wordt, is te billijken. Door dan ook nog de gebruikers in te lichten over dat verhoogde veiligheidsniveau ontstaat een gemeenschappelijk bewustzijn voor security. Zo wordt veiligheid en vertrouwen een vast onderdeel van onze digitale beleving. Eigenlijk niet anders als in ons dagelijks leven; dan blijf je ook weg van onveilige situaties en accepteer alle zichtbare veiligheidsmaatregelen om je heen.

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgVirtueel vertrouwen in de cloud en Big DataWed, 10 Oct 2012 00:00:00 +0200
Column Dirk Peeters: Perfecte storm op til boven de Europese bedrijfsnetwerkenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/132/column_dirk_peeters__perfecte_storm_op_til_boven_de_europese_bedrijfsnetwerken.html

Met hoge snelheid ziet de ene na de andere technologieoplossing het daglicht. Maar bedrijven in Europa zouden wel eens veel moeite kunne krijgen om die goed te integreren. Zij hebben namelijk een groot gebrek aan inzicht in hun eigen netwerken en de applicaties die daarop draaien. Bovendien plannen ze niet voor de toekomst.

De grote zorg is dan ook dat zij hierdoor belangrijke kansen voor groei zullen missen. En dat terwijl de technologie die nu juist het beste geschikt is voor succesvolle, dynamische en - het belangrijkste - slagvaardige ondernemingen, prestatieproblemen blijft veroorzaken  op de huidige systemen.

Dit zijn uitkomsten van de ‘Killer AppsStudy 2012’, een pan-Europees onderzoek, uitgevoerd door Ipanema Technologies en Easynet onder 550 IT-beslissers.

De vicieuze cirkel begint met de IT-manager die zich simpelweg niet bewust is van het aantal applicaties dat op het netwerk draait. Maar liefst een op de drie respondenten gaf aan dit aantal niet te weten. Dit wordt nog verergerd door een gebrek aan inzicht hoeveel bandbreedte deze applicaties elk nodig hebben (69% gaf aan dit inzicht te missen).

Het is duidelijk dat deze blinde vlekken in Europa grote prestatieproblemen veroorzaken op het netwerk – 82% van de respondenten gaf aan de afgelopen twaalf maanden problemen te ondervinden. Het meest zorgwekkend is dat de meerderheid (74%) van de applicaties waarvan werd aangegeven dat ze problemen veroorzaakten, bedrijfskritische applicaties zijn, zoals ERP, CRM en video-gebaseerde applicaties.

Ook zorgwekkend is dat de prestatieproblemen met de applicaties  worden aangegeven door eindgebruikers die er hinder van ondervinden, in plaats van door proactieve monitoring en analyse. In het onderzoek werden klachten van gebruikers op  één na het meest genoemd als alarmbel voor prestatieproblemen.

Toekomstige problemen die aangepakt moeten worden
Een flink aantal (42%) van de bedrijven verwacht groei van video-gebaseerde communicatie en samenwerking.Als de problemen niet worden aangepakt komt daar nog bij dat dit soort bandbreedte vretende applicaties het probleem verder verergeren. Video wordt door vele bedrijven gezien als een essentieel element van het dynamische en succesvolle bedrijf van de toekomst. Maar als dergelijke oplossingen slecht worden geïmplementeerd, of beneden het optimale prestatieniveau, zal dat de zakelijke activiteiten ongetwijfeld  schade toebrengen.

Als bedrijven problemen met dit soort fundamenteel belangrijke systemen niet kunnen voorzien, en ook niet in staat zijn om de kwaliteit ervan te monitoren op het netwerk voordat ze de eindgebruiker bereiken, hoe kunnen ze er dan zeker van zijn dat hun bedrijf  van uit technisch perspectief zo efficiënt mogelijk werkt?

Er bestaat geen product dat dit allemaal oplost

Laten we allereerst maar eerlijk zijn  over een eenvoudige oplossing – die bestaat niet. Een product die de gesignaleerde problemen allemaal oplost en de IT-afdeling van zijn hoofdpijn verlost is er gewoon niet. Het antwoord is te vinden in analytisch inzicht in netwerken en de applicaties die daarop draaien, gekoppeld aan een robuuste, lange termijn strategie om de problemen van vandaag te beheersen met de uitdagingen van de toekomst aan de horizon.  Een dergelijk strategie moet ontwikkeld worden met  ervaren, flexibele en slagvaardige experts op het gebied van bedrijfsarchitectuur, rekening houdend met de analytische gegevens van het bestaande netwerk.

Door de gaten in de kennis van de huidige set-up aan te pakken, kan de IT-manager een eind maken aan de problemen die de prestaties, en uiteindelijke gebruikersproductiviteit, ondermijnen. Zodra de basis is gelegd, kunnen zij verder gaan met het plannen van een strategische aanpak voor de lange termijn.

Bedrijven moeten iedere kans aanpakken om het beter te doen is het barre economische klimaat. Problemen die vermeden kunnen worden, moeten uitgeroeid worden.  Tenzij de onderliggende architectuur van het netwerk wordt aangepakt (en de problemen die problemen die veroorzaakt worden door gebrek aan inzicht en bewustzijn van de bedrijfskritische applicaties die er op draaien) blijven de deze problemen zich opstapelen. Kan uw bedrijf het zich veroorloven zo naïef te zijn?

Dirk Peeters is directeur van Easynet

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.dirk_peeters_medium_jpg/165_165_80_1__dirk_peeters_medium.jpgColumn Dirk Peeters: Perfecte storm op til boven de Europese bedrijfsnetwerkenWed, 03 Oct 2012 00:00:00 +0200
Het ‘oude’ Informatie Managementhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/130/het____oude____informatie_management.htmlAfgelopen week heb ik diverse gesprekken gevoerd waarbij de gedachten teruggingen naar de ontwikkelingen rond Informatie Management zoals die dertig, veertig jaar geleden ontstonden. In die tijd was er nauwelijks een IT-afdeling. Hooguit een ‘cleanroom’ waarin een mainframe of enkele minicomputers waren opgesteld. Een sterk gecentraliseerde infrastructuur waarbij de mens dus náár de computer kwam. In die tijd ontstond in de business steeds meer interesse in hoe we processen konden stroomlijnen en vervolgens informatiseren. Hoewel we zelf nauwelijks kennis van de informatietechniek hadden, gingen we onze processen analyseren en vastleggen. Daarnaast bouwden we informatiemodellen om te begrijpen hoe de informatie door die processen stroomde.

Informatiebehoefte

Vanuit de business werd dus de IT gebouwd. En vanuit de drang om onze eigen processen te begrijpen en te verbeteren, beschreven we de functies en informatiestromen die nodig waren om dit te realiseren. Het nadeel was dat dit analysewerk van informatie vaak naast alle dagelijkse bedrijfsactiviteiten plaatsvond en we hier niet fulltime mee bezig konden zijn. Hierdoor waren het langdurige trajecten, omdat effectiviteit en efficiëntie ontbrak.

Echter, het grote voordeel was dat informatiemanagement als businessverantwoordelijkheid werd gezien. De organisatie was zelf verantwoordelijk om zijn eigen proces en informatiebeheer te beschrijven en deels te realiseren. Dat is helaas voor een deel teloorgegaan.
In gesprekken over cloud computing komt het onderwerp Informatie Management regelmatig terug. We hebben de IT vele jaren lang geprofessionaliseerd en veel taken zijn overgenomen van de business. Effectief en efficiënt, dat wel. Maar met steeds minder kennis over informatie binnen de organisatie en met minder begrip van het eigen informatiebeheer.

Het aardige is dat de ontwikkeling van cloud computing – het meer in informatieservices denken – ertoe leidt dat de organisatie weer oog krijgt voor zijn eigen informatie en informatiebehoefte. Ook herkent de organisatie dat zij informatiediensten niet alleen van de eigen IT-afdeling kan afnemen, maar ook uit de externe cloud, en haar eigen informatieproces (weer) kan beheren.

IT in eigen hand
De cloud confronteert de business met zijn eigen informatieprocessen. De business liet informatie té gemakkelijk over aan de IT-afdeling. Als dan ook nog eens de IT-afdeling werd ge-outsourced, verdween elk besef in de business over hun eigen Informatie Management. Dat is de reden dat veel bedrijven hun IT weer insourcen.

Onlangs meldde GM dat zij 10.000 IT-banen weer in huis gaat halen. Ook in Nederland herken ik die beweging. Men heeft informatiedeskundigen nodig om de hoognodige innovatie in de IT weer in eigen hand te nemen en om als business weer zelf de regie te nemen over het informatiebeleid. De uitdaging voor veel bedrijven is hoe dit proces te starten en vervolgens in goede banen te leiden.

Daarom kwam de afgelopen weken dat aloude Informatie Management telkens ter sprake. De basis is om als organisatie je eigen processen en informatiestromen te begrijpen. Hoe kun je als organisatie de apps definiëren die je functioneel in een medewerkersportal nodig hebt? Hoe kun je de cloud services definiëren – of ze nu extern of intern in een private cloud worden geproduceerd – als je je eigen proces niet in kaart kunt brengen en het bijbehorende IT-services model niet kunt beschrijven? Cloud computing brengt IT weer terug naar de business.

Maar dan moet de business wel moeite doen om (weer) te begrijpen wat proces en informatie is. Dat kost tijd, inspanning en hulp van de IT-afdeling, waar de laatste kennis op dit gebied in het bedrijf nog aanwezig is – mits niet ge-outsourced…

Make or buy

Ik praat als IT-vendor in toenemende mate met personen uit de business die hun behoeftes willen vertalen naar de nieuwe wereld van cloud-services. Zij herkennen dat hun IT-afdeling (nog) te weinig een serviceprovider is. Het is een afdeling die als interne serviceprovider eigen accountmanagers nodig heeft om met hun klanten te spreken en hun behoeften te vertalen in een servicemodel. Het zou een een afdeling moeten zijn met interne consultants om de ideeën van hun klanten – de interne gebruikers dus –  in een aanbieding om te zetten. Zij maken uiteindelijk ook de ‘make or buy’-beslissing: wordt de service ‘ergens’ uit een betrouwbare cloud gehaald of wordt deze intern gerealiseerd.

Sinds ik in de IT werk, heb ik veel déjà vu-momenten gehad. Als we als business ons proces goed kennen, weten we immers precies welke services we zelf moeten (kunnen) leveren en welke door derden mogen worden aangeleverd. De IT-afdeling kan uiteindelijk deze IT-services in totaliteit aan hun eindklant leveren.

De nieuwe IT-manager fungeert als makelaar van services die met zijn klant de ‘make or buy’-beslissing neemt, mede op basis van strategie, flexibiliteit en prijs. Vervolgens zorgt hij ervoor dat deze services adequaat worden ingekocht of gemaakt, worden aangeboden en op hun kwaliteit worden bewaakt. Zowel wat betreft performance als compliance en ten aanzien van risicomanagement. De cloud brengt in feite IT terug bij de business, de enige plek waar deze moet zijn.

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/./column/hans_timmerman2.jpgHet ‘oude’ Informatie ManagementTue, 02 Oct 2012 00:00:00 +0200
De techniektroonredehttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/129/de_techniektroonrede.html
Vorige week las onze Koningin in de Ridderzaal de jaarlijkse troonrede voor. Midden in de Kondratieff winter, waarin onze economie zich dit decennium bevindt, zijn bezuinigingen en het ‘even wat minder hebben’ aan de orde van de dag. Maar als de financiële schulden, die we de afgelopen decennia hebben opgebouwd, over enkele jaren werkelijk zijn afgelost, zal ook de economie zich weer herstellen.

Dat gebeurt immers al eeuwen in herhalende economische golfbewegingen. Maar nieuwe groei van een economie is altijd gebaseerd op de dan ter beschikking staande techniek. Die zorgt ervoor dat er vaardigheden en middelen zijn om nieuwe economische activiteiten te ontplooien. Zonder techniek zijn er weinig mogelijkheden tot economische activiteit en handel en staat alles stil!

Vernuftige ontwerpen
Een aantal weken voor de ‘echte’ troonrede las de heer Van Pernis, voorzitter van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs KIVI NIRIA, de techniektroonrede voor. Hij pleit voor een mentaliteitsverandering: “We moeten af van het idee dat Nederland enkel een handelsland is. We hebben onze welvaart niet alleen aan slim handelen te danken, maar ook aan vernuftige ontwerpen.”

En daar heeft hij helemaal gelijk in. Onze gouden eeuw werd mogelijk gemaakt door de uitmuntende techniek die we in die tijd ontwikkelden en konden inzetten. Niet alleen met onze superieure schepen konden we de wereld veroveren, maar ook dankzij betere kanonnen, buskruit en navigatiemiddelen. Dankzij windmolens, dijken, sluizen en stuwen hielden we thuis de voeten droog en bouwden we de welvaartstaat op.

Technische bakermat
Eeuwen lang is elke nieuwe economische golf gebaseerd op het voordeel van nieuwe technieken, waarmee landen een voorsprong konden nemen in hun handel en industrie. Nederland heeft een rijke historie aan technische vindingen. Zoals in de techniektroonrede werd vermeld: de microscoop, de duikboot, het slingeruurwerk, de condensator, de telescoop, het cardiogram, de kunstnier, de flitspaal, de compact disc en wielklem. Zelfs de boekdrukkunst is een Nederlandse uitvinding.

Daarmee is het idee dat techniek onbelangrijk is en we alleen handelaren, juristen en managers nodig hebben een fabel. Techniek is de bakermat voor elke nieuwe economische golf en wie de beste techniek heeft en inzet, neemt de leiding. Gebrek aan techniek en technische kennis is een voorbode voor een achterblijversrol. Als Nederland hebben we dat in het verleden ook een paar keer meegemaakt en raakten we onze welvaart in enkele decennia helemaal kwijt.

War on talent
Als we op dit moment naar de ‘Staat van de Techniek’ kijken in ons land, dan stemt die niet hoopvol. Studenten kiezen het liefst ‘zachte’ vakken die als minder moeilijk worden ervaren. De komende jaren zal ook een gevecht om technisch talent gaan losbarsten, niet alleen in Nederland maar in heel Europa. Deze ‘War on Talent’ wordt door diverse organisaties al enkele jaren voorspeld, maar heeft nog weinig aandacht gekregen van onze bestuurders en politici.

De ontwikkelingen rond Cloud Computing, Big Data en digitale Trust en Security voor onze informatiemaatschappij gaan in sneltreinvaart. We moeten echter wel de technici hebben die dat in ons land kunnen implementeren en in bedrijf nemen en houden. Pas daarna kunnen we – met die dan geïnstalleerde techniek – als geen ander handeldrijven en onze welvaart voortstuwen.

Langetermijnvisie
In een eerdere blog heb ik gesproken over het bruisende technische ondernemerschap dat op de TEDxBinnenhof te zien was. Nederland ligt logistiek gezien op een globaal knooppunt van internet (informatie) en elektriciteit (energie). We kunnen als Nederland weer potentiële VOC-tijden tegemoetzien als we onze technische vaardigheden inzetten om dit knooppunt als geheel verder te ontwikkelen.

Maar dan moeten we wel voor ogen hebben hoe we onze nieuwe informatiemaatschappij moeten inrichten, hoe we daar gezamenlijk ons geld kunnen verdienen en dit rechtvaardig gaan verdelen. Dat vraagt langetermijnvisie en geen gekibbel over snelle successen. Dit hebben we de afgelopen tien jaar helaas te veel gezien in Den Haag, met zelfingenomen en eigenwijze politici die niet eens in staat waren een vierjarige periode succesvol af te sluiten – laat staan een decennium lang consistent beleid uit te voeren.

Ik hoop dat we terugkeren naar stabiele politiek, die wél decennia vooruit kan en wil kijken en een maakbaarheid voor ogen heeft van een nieuwe Gouden Eeuw. En een politiek die wil investeren in de technische basis voor deze potentiële welvaart. Want, zoals de voorzitter van KIVI NIRIA stelt: “Juist bij tegenspoed is het prettig een stevige technische basis te hebben!”

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgDe techniektroonredeFri, 28 Sep 2012 00:00:00 +0200
Bedrijfsprocessen bepalen de overstap naar (publieke)clouddienstenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/128/bedrijfsprocessen_bepalen_de_overstap_naar__publieke_clouddiensten.html
In het onderzoek “IDC en Gartner verschillen van mening over waarde publieke clouddiensten” op Executive-People.nl werd ik getriggerd over de toename van deze diensten voor de komende jaren. Immers publieke clouddiensten zijn commodity-producten en zijn services binnen de cloud die zich kenmerken door een “standaard voor iedereen”-principe. Zowel Gartner als IDC voorspellen een snelle groei van publieke cloud diensten. Gartner zegt dat deze markt in 2016 goed is voor 206,6 miljard dollar. IDC verwacht een omzet van 100 miljard dollar.

Het feit dat twee grote marktonderzoekbureaus verschillen van mening moet gerelateerd zijn aan de klantcontacten die beide bedrijven onderhouden en de informatie die wordt gedeeld. Het is namelijk niet zo eenvoudig om commodity-producten te integreren binnen de bedrijfsprocessen. Natuurlijk is het eenvoudig te zeggen dat we iedereen een publieke clouddienst als bijvoorbeeld tekstverwerking geven vanuit de cloud en besparen hiermee vele Euro’s. Echter hoe ga je om met een omgeving zoals SAP die automatisch een word-template opstart voor het versturen van een brief? Deze koppeling komt namelijk te vervallen bij de overstap naar een tekstverwerker vanuit de cloud.

Voordat er gebruik kan worden gemaakt van publieke clouddiensten is het verstandig te onderzoeken welke bedrijfsprocessen zich lenen om binnen een cloudconcept ondersteund  te worden. Het is namelijk een grote stap voor organisaties die overwegen van publieke clouddiensten gebruik te maken. Zo zijn er factoren als de volledige afhankelijkheid van derde partijen om rekening mee te houden alsmede de snelheid en beschikbaarheid van de internetlijn. Vandaar dat er op dit moment meer wordt gekozen voor hybride cloudoplossingen in plaats van publieke clouddiensten. Er is dan altijd een bijgewerkte kopie van de data binnen het bedrijf beschikbaar. De opslag vindt plaats op beperkte/uitgeklede serverversies, zoals Microsoft DFS (Distributed File System), die nagenoeg geen beheer vragen.

Onderzoek met betrekking tot de bedrijfsprocessen is dus essentieel. Hierbij is het belangrijk de eindklant/gebruiker centraal te stellen om teleurstellingen te voorkomen. Een goede exercitie is het plotten van de aanwezige applicaties op de bedrijfsprocessen. Hiermee ontstaat een duidelijk beeld van het applicatielandschap en tevens een relatie tussen de processen en de applicaties die ze ondersteunen. Op basis van verkregen informatie is het mogelijk te bepalen welke processen zich lenen om als (publieke)clouddienst af te nemen.

De rol van de applicatie- en infrastructuur architect is hierbinnen essentieel. Zij zijn immers in staat om een compleet beeld van de (ICT)omgeving te vormen en hier een beleid op te definiëren.  Deze aanpak zorgt zowel voor een meer toekomstvaste informatievoorziening, als voor een optimale ondersteuning van de bedrijfsprocessen. 

Edwin Koose - Senior Business Consultant bij Ventus, Linkedin
     

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.edwin_koose_gif/165_165_80_1__edwin_koose.gifBedrijfsprocessen bepalen de overstap naar (publieke)clouddienstenTue, 25 Sep 2012 00:00:00 +0200
Now, wow, but how?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/125/now__wow__but_how_.html
Vorige week organiseerde ICT~Office, de branchevereniging van Nederlandse IT bedrijven, wederom haar regelmatige CIO Café. In ons land werken ruim 250.000 personen in de ICT, een branche die in de huidige recessie variërend presteert. Toch blijft de groei in infrastructuur onverkort doorgaan. We creëren met elkaar – zelfs in deze economisch mindere tijden – elk jaar meer  informatie en daar zijn steeds meer servers, opslag en connectiviteit voor nodig.

Tijdens het maandelijkse CIO Café, waar CIO’s en andere bestuurders van overheid, wetenschap en bedrijfsleven elkaar ontmoeten, werd hier uitgebreid over gesproken. Afgelopen week opende Harry van Dormalen, de voorzitter van het ICT~Office, de middag met een drietal woorden die volgens hem de huidige IT-wereld demonstreren: Now, Wow en How.

Wow en How

We leven in een dynamische wereld die zijn weerga niet kent en zien in een razend tempo nieuwe diensten en devices beschikbaar komen. Patentgevechten zijn aan de orde van de dag en we vallen met elkaar een totaal nieuwe informatie-werkelijkheid binnen.

Al die nieuwe mogelijkheden geven de Wow-factor: Dat wil ik ook! Op die wijze kan ik mijn onderneming of organisatie competitiever en effectiever maken en efficiënter inrichten. Allemaal vernieuwende mogelijkheden die de informatietechniek ons biedt in onze dagelijkse werkzaamheden.

Na de ‘Wow’ komt de ontnuchterende vraag: ‘How?’. Ik herken die vraag dagelijks in alle contacten die ik heb met CIO’s en IT-managers in Nederland. Hoe pas ik al die mooie en nieuwe mogelijkheden toe? Hoe zet ik dat transformatieproces in gang? En natuurlijk: op welke manier krijg ik mijn directie mee in die nieuwe wereld van Cloud en Big Data? Ook een vraag is wat de business zelf eigenlijk wil.

Nieuwe Normaal

In een tijd dat elke dag de ‘Nieuwe Normaal’ (digitaal als de nieuwe norm) begrijpelijker wordt, staan we ook op een scheidsvlak van afscheid nemen van het oude en het scheppen van het nieuwe. Een informatie-organisatie die de gebruiker verder ontzorgt en ondersteunt met alle soorten informatie-services. Een IT-organisatie die verandert in een interne servicemakelaar en alle gebruikers via ‘selfservice’ de gewenste diensten biedt.

Maarten Hillenaar, onze Rijks-CIO, is met zijn groep druk bezig ook onze overheid naar deze Nieuwe Normaal te leiden. Daarbij vraagt hij nadrukkelijk het bedrijfsleven om hulp. Alleen met elkaar kunnen we voortborduren op de doelstellingen van de vorig jaar gelanceerde I-strategie: een rijksbrede infrastructuur voor vrijwel de gehele rijksoverheid.

De basis van deze infrastructuur is een shared service architectuur, waar Perry van der Weyden als directeur Shared Service Center ICT Den Haag leiding aan geeft. Tijdens het CIO Café vertelde hij over de voortgang en roadmap richting 2015. Dit alles om de Rijksbrede Informatiseringstrategie – de I-Strategie – te ondersteunen. Deze werd vorig jaar door minister Donner aan de Tweede kamer gepresenteerd als onderdeel van het programma ‘Compacte Rijksdienst’.

Hoewel elk overheidsprogramma vele politieke hobbels moet nemen – en elk nieuw kabinet vanzelfsprekend weer zijn eigen variaties aanbrengt – is de rijksoverheid onder leiding van onze Rijks-CIO in mijn ogen heel pragmatisch bezig. De onnodige verscheidenheid in de ICT-infrastructuur wordt stapje voor stapje teruggebracht. Door steeds meer generieke en gemeenschappelijke ICT-oplossingen te implementeren, wordt standaardisatie mogelijk en wordt het voor iedereen gemakkelijker IT zelf af te nemen.

Juiste keuzes

De vraag van de overheid aan ons als industrie is, hoe je vanuit de markt het ICT-veranderproces binnen de Rijksoverheid het beste ondersteunt. Hoe gaan we slim met elkaar samenwerken? Hoe kan het bedrijfsleven de Rijksoverheid helpen de juiste keuzes te maken met de uitbreiding van het shared services ICT concept? En kunnen we als bedrijfsleven de langetermijnstrategie laten prevaleren boven commercie op de korte termijn? Door de handen ineen te slaan en een gezamenlijke investering kunnen we die betere samenwerking realiseren.

Onze overheid is afgelopen jaren een moedige reis begonnen haar ICT infrastructuur gereed te maken voor de 21ste eeuw. Zoals ik eerder in een blog stelde: de overheid zijn wij allemaal. Van elke verbetering profiteren wij: overheid, burgers en bedrijfsleven. Samenwerking van de markt met de overheid is dus normaal en vanzelfsprekend. De reis die Maarten Hillenaar met zijn CIO’s begon, is lang en vol met vergezichten en uitdagingen. Maar zoals bleek uit de presentaties en gesprekken tijdens het afgelopen CIO Café, is hij goed op weg. Samen maken we de informatie-infrastructuur van deze nieuwe uitdagende eeuw. Dát is de basis voor nieuwe economische groei!

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgNow, wow, but how?Sun, 16 Sep 2012 00:00:00 +0200
De politiek en de ICT; overeenkomsten en verschillen?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/122/de_politiek_en_de_ict__overeenkomsten_en_verschillen_.html
Wat is het leven toch mooi! Je kunt de radio of tv niet aanzetten, geen analoge of digitale krant openslaan of de verkiezingen komen je tegemoet. En nu begin ik er ook nog eens over! Weg mogelijk leuke column zult u denken!? Nou, ik doe mijn best het aantrekkelijk voor u te maken!

Elke keer als ik de mannen die Nederland vooruit moeten helpen op TV zie, en ja het zijn primair mannen, dan bedenk ik hoe lastig het toch moet zijn om deze rol te vervullen. Met ferme stelligheid worden meningen geuit en posities ingenomen, om deze enige dagen later als de opiniepeilingen bekend zijn, weer aan te passen. Rechte rug, bolle rug, holle rug: heldere principes en ferme taal maar alles natuurlijk onder voorbehoud.

Stel je nu eens voor dat dit in onze ICT branche ook zo zou gaan! Wat zou dat mooi zijn! Dan hadden we vroeger nooit de Tokenring versus Ethernet discussie gehad, dat zou onderling snel zijn opgelost tijdens een kopje koffie en iedereen was happy. Een coalitie netwerk protocol, CNP genaamd, was dan snel ontstaan! En de discussie over Microsoft Windows en OS/2, die was met absolute meerderheid van stemmen beslecht door de toetreding van DOS tot de Operating System Coalitie, OSC. Zou dat hebben geleid tot een veel snellere groei van de toepasbaarheid van ICT en dus een veel snellere groei van de wereld economie? “Stem op de CNP-OCP coalitie!” Hadden we dat toen maar kunnen roepen!

Maar ook in de ICT zijn er partijen die stug doorgaan met hun eigen beleid en niet zo openstaan voor coalitie vorming. Dat kan als je vanuit kracht kan handelen en veel stemmers op je hand hebt. Apple is zo’n partij! Vanuit geloof in jezelf gecombineerd met een perfect partijprogramma is Apple uitgegroeid tot het grootste bedrijf ter wereld! Een fanatieke partij aanhang en een consistent beleid! Hoezo polderen, gewoon geen Flash ondersteuning ook al vraagt een groot deel van de kiezers daarom! Grootste partij ter wereld! Dag Shell, terwijl Shell nu juist erg bedreven is in politiek. Want hoe kun je het anders voor elkaar krijgen om in het poolgebied te mogen zoeken naar zwart goud? (Moet trouwens erg gemakkelijk te vinden zijn met de witte achtergrond ter plekke maar dat is weer een heel ander verhaal.)

Maar net als in de politiek, is men in de ICT toch ook al gewend geraakt aan het polderen. Door de jaren heen is men afspraken gaan maken en zelfs afspraken waar je elkaar aan kon houden. Wij noemen dat open standaarden. Hier wijkt de ICT af van de politiek. Je houden aan je afspraken is erg lastig vol te houden als je wilt gaan regeren. Maar toch is er ook weer een raakvlak. De overheid staat niet echt bekend om haar betrouwbaarheid. Het kwartje van Kok is hier een mooi voorbeeld van. In de ICT noemen we dat het software compliance kwartje. Of eigenlijk duizendje want de bedragen lopen hard op. Je hebt voorkeur voor een partij en neemt het partijprogramma legaal af, installeert dat en werkt er zo voortvarend mee dat het hele bedrijf niet meer anders zou kunnen. Dan valt er na geruime tijd een enveloppe op de digitale deurmat. Geen blauwe maar een onopvallende enveloppe. “Gefeliciteerd, u bent uitverkozen tot het slachtoffer van een software compliance audit, met terugwerkende kracht van 5 jaar.” Geen punt denkt u nog, u heeft keurig betaald en heeft het partij programma goed gelezen. Hoewel die 38 pagina’s in het juridisch Engels wel droge kost waren maakte u zich geen zorgen.

Helaas. U bent spreekwoordelijk het haasje. De regels zijn tussentijds eenzijdig veranderd. Virtualisatie, cloud of gewoon een wijzing van het afrekenmodel op pagina 33 lid 3 sub 2 in courier 6 dat u niet goed had gelezen. Of u even wilt betalen. Fors.

U voelt het bloed uit uw hoofd wegtrekken. Dit voelt net zoals volledige hypotheekrente aftrek, de vennootschapsbelasting naar 40% en de inkomstenbelasting met flat taks naar 60%. Uw eerste reactie is het partijprogramma te verlaten. Maar ja, is dat een optie? Zijn de andere partijprogramma’s een alternatief of is het uiteindelijk toch van het zelfde laken een pak? U doet uiteindelijk wat de gemiddelde Nederlander ook doet. U moppert, protesteert maar uiteindelijk blijft u bij uw huidige partijprogramma. Wel let u meer op de kleine lettertjes natuurlijk.

Persoonlijk denk ik dan ook dat we uiteindelijk toch niet zoveel te kiezen hebben. De wereld om ons heen is te gevestigd, er spelen te veel belangen en Nederland heeft minder geld in kas dan Apple. Tja, dan maar weer polderen. En de retoriek van de heren is wellicht het beste te vergelijken met een update in plaats van een nieuwe release.

Eugene Tuijnman, CEO SLTN

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.eugenetuijnman_gif/165_165_80_1__eugenetuijnman.gifDe politiek en de ICT; overeenkomsten en verschillen?Tue, 11 Sep 2012 00:00:00 +0200
De weg naar een veilige, mobiele werkplekhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/119/de_weg_naar_een_veilige__mobiele_werkplek.html
Met de opkomst van het nieuwe werken is onze werkplek steeds mobieler geworden. De tijd dat je alleen van achter je bureau een email kon lezen vanaf je desktopcomputer of anderszins met applicaties te werken, hebben velen al lang achter zich gelaten. De laptop, tablet en smartphone stellen ons in staat overal verbonden te zijn en dus overal te kunnen werken.

In toenemende mate kunnen we zelfs onze eigen privé-apparatuur aansluiten op de bedrijfsnetwerken om zo de persoonlijke omgeving en werkomgeving nog verder te integreren. Weg met alle dubbele apparaten en verschillende inlog-procedures. De cloud zorgt ervoor dat alle apparatuur die we gebruiken, zoals de smartphone, tablet of laptop keurig zijn gesynchroniseerd. Welk apparaat we ook pakken, we hebben altijd de laatste status van documenten, mail of agenda.

Bedrijfsinformatie beschermen
De zegeningen van het nieuwe werken zijn fantastisch, maar brengen ook nieuwe uitdagingen met zich mee. Het door elkaar lopen van de privé- en werkomgeving maakt het lastiger om bedrijfsinformatie op een goede manier te beschermen. Nu is slechts een beperkt deel van alle bedrijfsinformatie echt vertrouwelijk. Men stelt wel eens dat 80% van alle interne mail geen werkelijke waarde heeft voor derden. Van de resterende 20% heb je liever niet dat het door anderen kan worden gelezen en slechts 2 tot 3% van het interne mailverkeer is werkelijk confidentieel.

Toch willen bedrijven hun eigen bedrijfsinformatie  graag beveiligd op alle mobiele apparatuur van hun medewerkers beschikbaar stellen en gecontroleerd laten gebruiken. Daarnaast is het streven privé-informatie op het device te scheiden. Dit vraagt om  veilige apps en gecontroleerde, eventueel ge-encrypte data-opslag. Het gaat om het inrichten van mobiele IT-eindpunten voor het consumeren van allerhande IT-services. Dit vraagt een heel andere benadering dan we ooit gewend waren. De functionaliteit die we op dit gebied willen, niet alleen voor onze medewerkers, maar ook voor onze partners en klanten, vraagt om een nieuwe aanpak. Wij als IT-consumenten dagen IT-organisaties uit om met innovatieve oplossingen te komen die voldoen aan de gewenste governance, compliance en security die het bedrijf graag rond haar eigen informatie wil laten gelden.

Centraal beheer mobiele apparaten
Onze eigen IT-organisatie heeft deze handschoen vorig jaar opgepakt en intussen is het zogenaamde MDM-platform (Mobile Device Management) klaar. Op dit moment maken  reeds 7000 mobiele medewerkers hiervan gebruik en elke maand volgen er meer. Met  dit MDM-platform kan alle bedrijfsinformatie op vele mobiele devices centraal worden beheerd. Via beveiligde  VPN- verbindingen zijn alle devices vooraf gevalideerd voor gebruik door het plaatsen van certificaten op het device.

Ook zijn wij wereldwijd in al onze kantoren en fabrieken ‘mWiFi’ aan het aanleggen. Dit betekent dat ieder aangemeld apparaat  automatisch wordt verbonden met het bedrijfsnetwerk. Niet meer handmatig instellen dus, alle gecertificeerde gebruikers worden direct ingelogd. Het lijkt wellicht niet zo groots, maar is werkelijk een verademing. Op elke plaats in je bedrijf, waar ook ter wereld, welk device ook: als je het aanzet, ben je draadloos verbonden.

Enterprise app store
Daarnaast is een enterprise app store gebouwd die een scala efficiënte apps bevat voor intern gebruik. Van het opzoeken van collega’s in het organisatiediagram tot interne nieuwsberichten, van het reserveren van vergaderruimtes tot het invoeren van declaraties en het boeken van reizen. Op dit moment worden ook functies van het SAP BI-systeem in de vorm van apps toegevoegd aan dit portal. Het geheel is in een encryptiecontainer geplaatst waardoor de informatie veilig wordt getransporteerd en vanzelfsprekend wordt benaderd via een single sign-on authenticatie met onze eigen RSA-keys.

Afgelopen weken ben ik ook overgegaan op dit nieuwe mobiele platform en het bevalt prima. Op dit moment werkt het nog alleen op het Apple-platform, dat één van onze standaard werkomgevingen is. Uitgangspunt was om eerst één platform goed te ontwikkelen, voordat het wordt uitgerold naar andere platformen. Daarnaast draait het formeel nog steeds in ‘bèta’, want het ontwikkelen van een veilig én werkelijk gebruiksvriendelijk mobiel platform voor  alle 55.000 medewerkers is een soort ontdekkingstocht met vele uitdagingen en valkuilen.

Via onze interne social media-platformen worden gebruikers aangemoedigd met de ontwerpers mee te denken om deze nieuwe manier van mobiel werken te verbeteren en door te ontwikkelen. Hoe plezieriger iedereen het vindt om met deze functionaliteit te werken, des te minder kans dat men nog via minder goed beveiligde en minder geïntegreerde manieren zijn werk zal doen. Via interne ‘innovatieconferenties’ worden medewerkers uitgedaagd nieuwe ‘killer apps’ te bedenken en met elkaar onze werkomgeving te verbeteren.

Beste klantbeleving
De IT-organisatie is op deze manier werkelijk een intern geliefde dienstverlener geworden die ons  als gebruikers de beste ‘klantbeleving’ wil geven. Eigenlijk niet echt iets bijzonders, want voor onze klanten doen wij dat immers niet anders.  De organisatie en medewerkers hebben beide duidelijk baat bij het MDM-platform. Het maakt ons flexibel en productiever op een veilige manier. Ik hoop dat vele organisaties uiteindelijk ook op deze manier profiteren van het nieuwe werken!

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgDe weg naar een veilige, mobiele werkplekThu, 06 Sep 2012 00:00:00 +0200
Waarom SharePoint-projecten nog steeds mislukkenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/118/waarom_sharepoint_projecten_nog_steeds_mislukken.html
Er zijn in ons land veel IT-projecten die stranden in goede bedoelingen. In een aantal gevallen betreft het Microsoft SharePoint-projecten. Het komt regelmatig voor dat organisaties na een mislukte SharePoint-implementatie of noodzakelijke upgrade weer helemaal op nul moeten beginnen. Dat is zonde van alle tijd, geld en inspanningen. Bovendien bezorgt het SharePoint onterecht een slechte naam. Dat is jammer, want deze oplossing biedt alles wat je op dit moment als organisatie nodig hebt. Dan heb ik het niet zozeer over de typisch technische functionaliteiten van SharePoint die uiteraard belangrijk zijn, maar over de brede mogelijkheden om efficiënt en effectief samen te werken binnen organisaties.

Hoe kan het dan zo vaak mis gaat? De belangrijkste reden is dat organisaties SharePoint nog veel te veel zien als een technische tool waarmee je een portal bouwt en documenten uitwisselt. Zo is het misschien ooit begonnen, maar zeker als je kijkt naar SharePoint 2013, kan er natuurlijk veel meer. Met SharePoint kun je het volledige informatiemanagement van de organisatie intern en extern inrichten. Maar zolang organisaties deze oplossing blijven benaderen als een handige tool voor een paar (silo)functies, zal het nooit lukken om echt te profiteren van alle mogelijkheden.

Begin bij het begin

Wat moet een organisatie doen om optimaal rendement te halen uit SharePoint? Het is een open deur, maar toch: begin bij het begin. Nu informatie en communicatie zo belangrijk zijn voor ieder type organisatie, ligt het voor de hand om alle gegevens zo effectief mogelijk te beheren. Dat is het beste mogelijk met een gecentraliseerd platform dat overzicht en inzicht biedt. Om te bepalen hoe dat er in de praktijk uit moet zien, is het allereerst nodig om een visie en strategie voor wat betreft informatiebeheer te ontwikkelen. Daarin stel je als organisatie vast wat de doelen zijn op de korte, middellange en lange termijn. Om vervolgens een IT-strategie te ontwikkelen die daarop aansluit. Zonder deze eerste stap blijven SharePoint-implementaties losse en geïsoleerde activiteiten binnen de IT of managementlaag met veelal als resultaat een wildgroei aan maatwerk, teamsites en portals waar niemand meer controle over heeft. Een goede visie en strategie voorkomt ook de discussie dat SharePoint een duur product zou zijn. Ik hoor dit vaak, en zie tegelijkertijd dat organisaties naast SharePoint een DMS-implementatie van merk X uitvoeren, een BI-project met merk Y doen en ook nog een digitaal personeelsdossier hosten bij een van de grotere softwarehuizen. Waarom dit niet binnen SharePoint gebeurt, is dan een raadsel.

Governance

De volgende stap - die echt cruciaal is - is het bepalen van een governance-structuur. Daarin leg je alle verantwoordelijkheden vast voor wat betreft informatie, informatiebeheer, beveiliging en toegang. Governance is ook onlosmakelijk verbonden met commitment van het management en directie voor keuzes op dit gebied. Als een organisatie kiest voor SharePoint als centraal platform voor informatiemanagement, moet dat door de hele organisatie doorgevoerd worden. Het management van een bedrijf moet daar voor staan en bijvoorbeeld niet in de valkuil trappen dat voor bepaalde functies een ander systeem beter is of nog erger: ‘beter aansluit bij de behoeften’. In zo’n geval zet je SharePoint niet meer strategisch in maar uitsluitend technisch. Het is inmiddels wel duidelijk dat die weg doodloopt.

Architectuur

Wanneer alle verantwoordelijkheden duidelijk in kaart zijn gebracht, is het zaak om de architectuur te bepalen. Dit is het fundament van ieder SharePoint-implementatie. Hierin documenteer je hoe een systeem in elkaar zit en wat de relatie tussen componenten en hun omgeving is. Daarbij is het belangrijk om vooruit te kijken. Ik kom het te vaak tegen dat organisaties zijn gestart met het inzetten van SharePoint vanuit een pilotproject, dat vervolgens is uitgegroeid tot een bedrijfskritische applicatie. Aan de hand van je visie en strategie is te bepalen hoe je organisatie er bijvoorbeeld over vijf jaar uitziet. Dat heeft consequenties voor de architectuur die je nu kiest.

Gebruiker

Vierde en laatste stap is de gebruikeracceptatie. Wie SharePoint als technisch middel inzet, zal medewerkers alleen de knoppen uitleggen of de gebruikers alle mogelijkheden ontnemen omdat ze het anders stuk maken. Dat is niet verstandig. Het doel is immers om echt te profiteren van het systeem. Dan is het nodig om samen met de gebruikers te kijken naar de werkprocessen en deze zo in te richten dat ze met behulp van SharePoint nog beter, efficiënter en effectiever worden. Werkprocestraining dus in plaats van functionaliteittraining.

Door deze vier stappen te doorlopen is de kans op een noodzakelijke en kostbare herimplementatie over drie jaar een stuk kleiner. En haal je direct rendement uit SharePoint.

Luc Joziasse, commercieel directeur bij Wortell

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/luc_joziasse_busy_jpg.jpgWaarom SharePoint-projecten nog steeds mislukkenTue, 04 Sep 2012 00:00:00 +0200
Rob Matser: Het risicoprofiel van een Projecthttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/117/rob_matser__het_risicoprofiel_van_een_project.html
Risico’s moeten (weg)gemanaged worden. Ze zijn per slot van rekening een ‘pain-in-the-ass’ van onder ander de business executive en projectmanager. De eerste wil niet horen van de tweede dat een risicovolle gebeurtenis zich heeft voorgedaan. Maar hoe komt het dat een project zo risicovol is en waarom moet het gemanaged worden?

Ik neem u mee naar een alledaagse taak. Het is zomer, dus laten we ‘ijsje halen’ nemen. Dit wordt als een klusje ervaren. Deze klus wordt routinematig uitgevoerd, hij wordt gemanaged op efficiency en wordt als zeer eenvoudig gezien. Veel ijsjes halen voor weinig inspanning. Het risicoprofiel van de klus is zeer laag.

Bedenk hierna een opdracht waarin enkele van soortgelijke klusjes samenvallen, het zogenaamde ‘karweitje’. Neem hiervoor in gedachte ‘een BBQ organiseren voor vrienden’ en het wordt veelal planmatig uitgevoerd. Er kan ook meer misgaan, waarmee ik u wil aangeven dat het risicoprofiel is toegenomen. Maar daar het een met enige regelmaat terugkerend karweitje is, is hier geen risk management, planning, rapportage en helicopterview bij nodig.

Laat ik, alvorens door te gaan, eerst inzoomen op de definitie van het woord “project”. Volgens de IPMA (International Project Management Association) is de definitie: ‘Een geheel van activiteiten om in een tijdelijke organisatie, binnen gestelde condities, een vooraf gedefinieerd resultaat te bereiken’. Daarmee wordt vastgesteld dat een ‘project’ eenvooraf overeengekomen resultaat oplevert, met een begin- en eindtijdstip waarbij gebruik wordt gemaakt van begrensde middelen en menskracht. Bovenal, een project is uniek.

Waarom wordt er een project van gemaakt? Het antwoord is heel eenvoudig: Het resultaat, zoals dat voor u (business executive) moet worden gerealiseerd , is nergens in de wereld exact hetzelfde. Dat verklaart waarom een project per definitie ‘uniek’ is. En juist dat unieke karakter is er de veroorzaker van dat een project een hoog risicoprofiel heeft.

Wat impliceert een risicoprofiel nou eigenlijk? Het geeft aan hoe hoog de kans is dat een bepaalde risicovolle gebeurtenis plaatsvindt en hoe heftig de impact van diezelfde gebeurtenis op het project is. Eenvoudig weergegeven: hoe hoger het risico profiel, hoe groter de impact. Het project is gestart omdat de business case (de rechtvaardiging van het project) heeft uitgewezen dat met het projectresultaat een fantastisch (veelal) lucratief doel bereikt kan worden. En dat is het doel van de investeerders.

Risicomanagement wordt vanuit de business executive gefaciliteerd en door de projectmanager uitgevoerd. Het is de verantwoording van de projectmanager om deze tijdig te signaleren risicomijdende maatregelen te nemen. Niks is meer ‘killing’ voor een project en onderlinge relaties wanneer er geen enkel risico wordt gemeld en op het moment dat het zich voordoet, de business executive voor het blok te zetten.

Na aanleiding van bovenstaande wil ik u dus het volgende laten realiseren: voor het welslagen van uw projecten is gedegen risicomanagement een van de repeterende taken binnen het takenpakket van de projectmanager.

Rob Matser is projectmanager bij PQR van ICT-trajecten, bij gemeenten & zakelijke dienstverlening tot en met multinationals; IPMA-C& PRINCE2 practitioner gecertificeerd, geïnspireerd door Critical Chain Project Management (CCPM). Hij heeft aan de wieg gestaan van de implementatie van de nieuwe PQR Projectaanpak, gebaseerd op de projectmethodiek van Twynstra & Gudde.

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.rob_matser_medium_jpg/165_165_80_1__rob_matser_medium.jpgRob Matser: Het risicoprofiel van een ProjectMon, 03 Sep 2012 00:00:00 +0200
De transformatie van informatie naar hardwarehttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/116/de_transformatie_van_informatie_naar_hardware.html
3D-printen staat volop in de belangstelling. Echter de fantasie over het snel kunnen kopiëren van 3D-voorwerpen bestaat al lang. Ik herinner me uit mijn jeugd dat in de Donald Duck de uitvinder Willie Wortel al zulke apparaten had gemaakt. Als je er een voorwerp instopte, kwam het er op een andere plaats als een volledige kopie weer uit. Vooral rijke Dagobert zag direct de mogelijkheden om op die manier snel munten bij te maken. Maar nu het werkelijk mogelijk wordt op goedkope wijze driedimensionale producten te kunnen maken en namaken, creëert dat direct een aantal vragen. Mogen we zomaar alles namaken? Of zelfs gewoon maken?

Datamodellen
De meesten hebben de berichten wel gezien over de jongen die met een op metaalpoeder gebaseerde 3D-printer, een realistisch wapen had nagemaakt. Door een goed gelijkend datamodel toe te passen was hij in staat een wapen te produceren en er zelfs enkele schoten mee te lossen.  Een alarmerende ontwikkeling, want wapenverkoop reguleren is al moeilijk genoeg. Maar het reguleren van datamodellen waarmee een wapen kan worden geprint, is bijna niet meer te doen. Data vloeit via vele netwerken de wereld rond en is bijna niet meer te volgen en te traceren.  Een onverwachte kant van de medaille van een hele interessante techniek.

Het controlemechanisme dat we op luchthavens hebben opgebouwd om bezoekers en passagiers te controleren op wapens is enorm. De kosten van de apparatuur om dit te scannen en te signaleren zijn zeer hoog. Wat als nu achter de controle een 3D-printer staat waar we een datamodel van een wapen naartoe kunnen sturen?  Kunnen we dat datamodel ook scannen en traceren?

Natuurlijk is heel veel mogelijk, en onze security-divisie verkoopt al scanningsystemen die (bijna) alles in het netwerkverkeer kunnen zien en onderscheppen, maar het geeft een vreemd gevoel. Naast cybersecurity gericht op virussen en hackers, waarmee we onze digitale wereld beveiligen, krijgen we er opeens een nieuwe vorm van wapens bij: snel driedimensionaal te printen messen en pistolen.

Voordelen
Nieuwe techniek verandert de wereld continu. Driedimensionaal printen dus ook. We kunnen daarmee bijvoorbeeld ook snel en goedkoop botten, tanden en kiezen maken, die ons fantastische voordelen in de gezondheidszorg kunnen gaan opleveren. Maar aan de andere kant natuurlijk ook wapens en sleutels die ons juist weer extra problemen gaan opleveren.

3D-printen zal zich verder ontwikkelen en er zijn al projecten om op deze wijze kunstmatig organen en andere natuurproducten te produceren.  Het lijkt Science Fiction. Gingen we in de vorige eeuw van een voornamelijk hardware gebaseerde wereld naar een informatiewereld, in deze eeuw blijkt dat we weer even gemakkelijk informatie naar hardware kunnen transformeren. En dat is en blijft tenslotte de wereld waar we dagelijks in leven. Maar zo wordt shoppen met een 3D-printer straks wel heel erg gemakkelijk. Als een product je bevalt, druk je op ‘print’ en 10 minuten later staat het nieuwe paar schoenen gereed. Een soort ‘print à porter”. Wellicht levert het 3D-printen straks een hele nieuwe verslaving op. Kijk dus uit voor de printaholics!

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgDe transformatie van informatie naar hardwareSat, 25 Aug 2012 00:00:00 +0200
Column Alexander van der Plaats: Vereenvoudig compliance door middel van systeembeheerhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/115/column_alexander_van_der_plaats__vereenvoudig_compliance_door_middel_van_systeembeheer.htmlIedereen heeft tegenwoordig een betaalpas. We gebruiken bankpassen en creditcards om artikelen aan te schaffen in winkels of via het internet, om reizen te boeken en rekeningen te betalen. Aan het gemak van deze betaalpassen zit echter wel een prijskaartje vast. Elke keer dat we een aankoop doen, worden onze persoonlijke gegevens uitgewisseld tussen verschillende netwerken, waardoor ze te maken krijgen met diefstal. Het zal dan ook niemand verbazen dat het aantal gevallen van gegevensdiefstal de afgelopen jaren fors is toegenomen.

De creditcardbranche heeft op deze groeiende trend gereageerd door 12 richtlijnen op te stellen die gezamenlijk worden aangeduid als de Payment Card Industry Data Security Standard (PCI DSS). De PCI DSS-standaard vereist dat elke organisatie die creditcardgegevens verwerkt, opslaat of verzendt, zorg moet dragen voor een veilige omgeving. Hoewel deze richtlijnen grote gevolgen kunnen hebben voor partijen die ze niet naleven, worden veel retailers en andere organisaties geconfronteerd met belangrijke ICT-problemen die de PCI DSS-compliance compliceren.

Het gebruik van technologie voor systeembeheer kan uitkomst bieden. Retailers in alle soorten en maten kunnen deze technologie gebruiken als een essentieel bouwblok. Hiermee kunnen ze sneller PCI DSS-compliance realiseren door het bouwen, implementeren, configureren en onderhouden van veilige systemen voor het opvragen en beheren van creditcardgegevens.

Retailers van alle omvang worden geconfronteerd met pijnpunten op ICT-gebied die hoofdzakelijk verband houden met de kosten, structuur en beveiliging. Sommigen van hen beschikken over onvoldoende ICT-specialisten om compliance-vraagstukken op te lossen, terwijl andere retailers worstelen met het beheer van meerdere of externe locaties. Andere retailorganisaties hebben slechts minimale beveiligingsmechanismen toegepast op hun Point-of-Sale (POS)-systemen, die één van de meest kwetsbare doelwitten voor fraudeurs en cybercriminelen vormen.

Hoewel ondernemingen van alle omvang met deze problemen worstelen, worden kleine en middelgrote bedrijven die het met beperkte hulpmiddelen en personeel moeten doen er het hardst door getroffen. Cybercrime resulteert gewoonlijk in omzetverlies als gevolg van downtime, boetes, verlies van het recht om creditcardgegevens te verwerken, een terugval in de kantenloyaliteit en een beschadigde bedrijfsreputatie. Daarom is het zo belangrijk om aan de PCI DSS-richtlijnen te voldoen.

Systeembeheer speelt een cruciale rol op het gebied van PCI-compliance. Dit omdat het initiatieven op PCI-gebied met elkaar verenigt, zowel binnen het datacenter als op de eindpunten. Het vereenvoudigt taken zoals het configuratiebeheer en patchen van besturingssystemen en toepassingen. Hierdoor wordt de efficiëntie van de ICT-organisatie vergroot en wordt het mogelijk om verplichtingen op compliance-gebied af te dwingen.

Enkele van de belangrijkste voordelen van systeembeheer voor PCI-compliance zijn: 
  • De ICT-organisatie is minder tijd kwijt dankzij de automatisering van routinematige en repetitieve systeembeheertaken die nodig zijn om PCI-compliance te waarborgen. Voorbeelden van deze taken zijn software-updates, het afdwingen van goedgekeurde configuraties en het patchen van systemen met de laatste goedgekeurde versies.
  • Het biedt onmisbare functionaliteit zoals de automatische installatie van beveiligingspatches, afdwinging van beveiligingsregels zoals sterke wachtwoorden, softwaredistributie, upgrades op afstand, stroomlijning van de ICT-inventaris (om te garanderen dat alleen goedgekeurde apparatuur met uw netwerk is verbonden) en compliance-rapportage.
  • Het waarborgt de bescherming van persoonlijke gegevens, waardoor het vertrouwen en de loyaliteit van klanten wordt vergroot.
  • Het stelt organisaties in staat om zich op hun kernactiviteiten te concentreren en geld te besparen door het voorkomen van boetes voor non-compliance.
De realisatie van PCI-compliance omvat een complexe onderneming die vaak het gebruik vereist van een Qualified Security Auditor (zoals Dell SecureWorks, evenals continu systeembeheer en toepassingen voor compliance-rapportage die voortdurend alle eindpunten bewaken. 

Organisaties moeten op zoek gaan naar krachtige en betaalbare oplossingen die ze op eenvoudige wijze kunnen implementeren en onderhouden. Deze oplossingen kunnen de ICT-organisatie helpen om kostenbesparingen te realiseren en de beheerprestaties te verbeteren, terwijl de onderneming zich kan concentreren op zijn bedrijfsvoering en klanten.

Alexander van der Plaats is Marketing Manager Dell KACE Western Europe Region

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.alex_van_der_plaats_jpg/165_165_80_1__alex_van_der_plaats.jpgColumn Alexander van der Plaats: Vereenvoudig compliance door middel van systeembeheerThu, 23 Aug 2012 00:00:00 +0200
Column Linda Verweij: Van proactief naar voorspellend beheer: klaar voor de toekomst?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/114/column_linda_verweij__van_proactief_naar_voorspellend_beheer__klaar_voor_de_toekomst_.html
Er zijn legio voorbeelden van het niet goed functioneren van een IT-omgeving. Webshops die niet werken, online bankieren uit de lucht, Vodafone. Een grote bron van ergernis, maar daarnaast voor ondernemend Nederland ook een grote kostenpost. Feit is dat bedrijven steeds meer afhankelijk zijn van een betrouwbare en goed functionerende IT-omgeving. Voorspellend beheer kan hierbij een essentiële rol spelen. Niet langer brandjes blussen of just-in-timedamage control, maar anticiperen op situaties in de toekomst.

In de praktijk zie ik gelukkig dat steeds meer organisaties overstappen van reactief naar proactief beheer. Incidenten of problemen lijken dan tijdig te worden opgelost, maar vaak zie ik dat er te laat, of met veel inspanning (kosten) net op tijd, wordt ingegrepen. Dit inefficiënte gedrag en de risico’s voor de organisatie zijn niet nodig. Om de IT-infrastructuur en daarmee de bedrijfsprocessen veel effectiever en planbaarder te beheren, moet het beheer voorspellendworden gemaakt.Hiervoor is intelligente tooling nodig, een actieve CMDB (Configuration Management Database) en de beheerorganisatie zal anders moeten worden ingericht.

Om voorspellend beheer te implementeren zullen de IT-beheerders een andere kijk moeten krijgen op IT-beheer. Het gaat niet langer alleen om het reageren op meldingen en het oplossen van verstoringen, de kern ligt in het continu analyseren van gegevens die voortkomen uit het monitoren van de IT. In tegenstelling tot proactief beheer ziet de ‘predictive’beheerder veel eerder dat de afspraken tussen IT en het bedrijfsproces in gevaar komen en kan er op de juiste wijze op tijd actie worden ondernomen. Zo los je problemen niet op, maar voorkom je ze. Natuurlijk zullen er ook beheerders verantwoordelijk blijven voor het dagelijkse beheer, echter zijn dat er veel minder en de taken moetenbinnen de organisatie gescheiden worden: proactieve en ‘predictive’beheerders. Maar hoe kom je aan de relevante informatie?

Door gebruik te maken van intelligentetooling zorg je ervoor dat de vele berichten, die afkomstig zijn uit diverse bronnen,over de IT-infrastructuur verzameld, gegroepeerd en geanalyseerd worden.Het huidige en toekomstige gedrag van de IT wordt hierdoor inzichtelijk gemaakt, waarna anticiperend gehandeld kan worden door de ‘predictive’beheerders. Door de informatie te gebruiken in combinatie met een actieve CMDB wordt incident management (grotendeels) voorkomen. Een actieve CMDB biedt realtime inzicht in de IT-omgeving, inclusief alle relaties en afhankelijkheden. De vastlegging van IT-componenten wordt continu met de werkelijkheid getoetst, waardoor informatie altijd actueel is. Wijzigingen in de infrastructuur, gepland of niet, worden hierdoor direct zichtbaar. Het belangrijkste is dat een actieve CMDB inzicht biedt in de impact en oorzaak van verstoringen en veranderingen in de infrastructuur.

Voorspellend beheer zorgt ervoor dat de IT-organisatie op een andere manier met beheer omgaat en daardoor de business optimaal ondersteunt.In plaats van het oplossen van incidenten, zorg je ervoor dat incidenten niet optreden. Dit doe je door zwakke plekken in en potentiële verstoringen van de IT te identificeren en de oorzaak weg te nemen. Essentieel om de bedrijfsprocessen 24/7 door te laten draaien en het effect van IT op de business inzichtelijk te kunnen rapporteren. Het doel van iedere IT-manager is immers tevreden eindgebruikers! En wie wil dat nou niet?

Linda Verweij is COO bij SPS

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.linda_verweij_coo_sps_lr_jpg/165_165_80_1__linda_verweij_coo_sps_lr.jpgColumn Linda Verweij: Van proactief naar voorspellend beheer: klaar voor de toekomst?Tue, 21 Aug 2012 00:00:00 +0200
Thuiskopievergoeding ook voor de cloud?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/111/thuiskopievergoeding_ook_voor_de_cloud_.html
Afgelopen week las ik een artikel van ICT-office over de formeel nog steeds bestaande ‘thuiskopievergoeding’. Een regeling uit de vorige eeuw toen langspeelplaten en singles nog populair waren. In de jaren 70 van die eeuw – zo’n 50 jaar geleden – werd de cassetterecorder populair en velen kopieerden hun platen op die cassettes om deze draagbaar mee te nemen in hun Walkman. Een soort iPod ‘avant la lettre’ dus.

Daarnaast ontstonden platen-uitleenwinkels waar je een langspeelplaten voor enkele dagen of weken kon lenen. Een prachtige wijze dus om goedkoop al je hits op een blanco cassette te kopiëren. Begrijpelijk dat de artiesten dit met lede ogen aanzagen omdat hun auteursrecht – en dus hun inkomsten – alleen golden voor de door de muziekmaatschappij gedistribueerde platen. Dus in die historische tijden was het begrijpelijk dat de politiek een mogelijkheid zocht om die gederfde inkomsten te compenseren en zo ontstond de ‘thuiskopievergoeding’. Later werd die vergoeding uitgebreid naar andere potentiële informatiedragers van auteursrechtelijk beschermd werk, zoals CD’s en DVD’s.

Auteurswet
De auteurswet is in Nederland formeel in 1817 ingevoerd. Er zijn in nog twee aanpassingen op de auteurswet geweest, in 1881 en de laatste in 1912, zodat we dit jaar het 100-jarig bestaan van onze huidige Nationale auteurswet vieren. In 2008 heeft men het jaartal 1912 uit de officiële titel gehaald, opdat deze niet meer zo oud lijkt, maar dat is slechts schijn.

Artikel 1 van deze wet meldt: ‘Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.’  Een duidelijke en goede regel , omdat ieders creatieve of intellectuele bijdrage aan de maatschappij waardering en bescherming verdient.  Zoals dit ook geldt ook voor octrooien en andere merkeigendommen.

Knullige wet
Echter een wet kan nog zo goed zijn, als de uitvoering of handhaving steeds lastiger en ridiculer wordt, wordt het tijd zo’n wet aan te passen. En dat is in deze tijd van de cloud en Big Data het geval. Informatie is vloeibaar geworden en stroomt (bijna) onzichtbaar naar alle hoeken van de wereld. En is in al die hoeken te zien, te gebruiken en eenvoudig te kopiëren. Tsja, dan is zo’n Hollandse thuiskopievergoeding opeens een beetje een knullige wet geworden.

Techniek verandert de samenleving en heeft invloed op de regels en wetten. Iedereen begrijpt dat een artiest of uitvinder bescherming mag krijgen op zijn of haar product. Echter dat kan beslist niet meer met achterhaalde wetgeving. En zeker niet als die vergoeding niet voor het product zelf betaald moet worden, maar via een heffing op apparatuur waar dat product wellicht eens op voorbij komt. Terwijl die apparatuur intussen grotendeels draadloos is geworden en gebruik maakt van wereldwijde netwerken en providers.

Monopolie
Apple heeft met iTunes aangetoond dat iedereen best bereid is een vergoeding aan de auteur te betalen, echter als dat maar past in de moderne informatievoorziening. Daarnaast kunnen auteurs en artiesten tegenwoordig zonder uitgever of muziekmaatschappij zelf hun boeken en muziek op het internet beschikbaar stellen en een eigen betalingsregeling creëren. De tijd van grote uitgeverijen die het monopolie hadden op het kopiëren en distribueren van tekst en geluid is voorbij. Die tijd hebben we achtergelaten toen we 12 jaar geleden deze eeuw van informatie binnenstapten.

Het beschermen van rechten is een groot goed dat we als land voor onze innovatie en creativiteit goed moeten beschermen.  Maar wel op moderne wijze en passend in de samenleving en technische hulpmiddelen die daar bij passen. In de reactie van ICT-Office wordt ook gesteld dat Nederland de mogelijkheid heeft om op dit gebied een gidsland te worden.

Bescherming
Informatiehandel kan ons de komende jaren heel veel economische groei en welvaart opleveren, en dan is een goede bescherming van die handelsgoederen erg belangrijk. De uitdaging is dus het aanpassen van de honderd jaar oude Auteurswet aan het internettijdperk van de 21e eeuw. Op een dusdanige wijze dat zo’n wet ook uitvoerbaar, controleerbaar en te handhaven is in de wereld van cloud computing, app-stores, data-stores en Big Data.

Nieuwe tijden, nieuwe regelgeving. Niet alleen voor het auteursrecht, maar ook op het gebied van de octrooiwetgeving. Bescherming van intellectueel eigendom is een groot goed, maar mag niet ontaarden in het kunnen vastleggen van té generieke zaken. In de huidige patentoorlogen zijn dit soort discussies al gaande, hetzelfde geldt op het gebied van de biotechnologie. In hoeverre kun je genetisch gemanipuleerde voedingsmiddelen of dieren beschermen? Bescherm je de methode of het resultaat?

Nieuwe technieken
Een mooie uitdaging voor onze juristen om op dit gebied innovatieve bijdragen te leveren. Echter ze moeten daar niet te lang mee wachten, want de samenleving wacht niet met het toepassen van nieuwe technieken en methoden. En er is niets slechter dan achterhaalde wetgeving die niet meer uitvoerbaar en controleerbaar is. Daar worden we met zijn allen alleen maar slechter van. Straks worden de 3D-printers ook belast, omdat we daar zo mooi oude vinylplaten mee kunnen kopiëren. Het lijkt me een goede zaak ICT-Office te steunen in het streven de honderd jaar oude Auteurswet aan te passen aan het internettijdperk van de 21e eeuw.

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland
  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgThuiskopievergoeding ook voor de cloud?Tue, 14 Aug 2012 00:00:00 +0200
Digitale media en digitale klantenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/109/digitale_media_en_digitale_klanten.html
Afgelopen week was ik bij Terremark. Het bedrijf introduceerde ‘Datachiefs’, een communicatieplatform voor deskundigen op het gebied Cloud Computing. De mediawereld verandert snel. Gedrukte media zijn een nieuwe rol aan het zoeken en social media ontwikkelen snel nieuwe formats. Beiden zullen vanzelfsprekend blijven bestaan, maar elk op een wezenlijk andere manier dan vroeger. Sociale media zijn een toevoeging als kanaal, geen vervanging. Bij bedrijven nemen sociale media delen van de ‘ouderwetse’ reclame en content-voorziening over. Zoals het gedistribueerde vakblad waar het nieuwe platform van Terremark een mooi voorbeeld van is.

Tweeweg communicatie
Ik zie diverse vakbladen verdwijnen, die tientallen jaren hét anker waren voor de communicatie in een bepaalde vakgebied. Als je als bedrijf iets nieuws had te vertellen, ging je met dát blad, dié redacteur of déze journalist praten. Een vakblad was een platform voor onafhankelijke artikelen van de hand van journalisten en redacteuren. Of ook steeds vaker voor betaalde – en dus gekleurde – advertorials om als bedrijf een eigen boodschap kracht bij te zetten.

Die vertrouwde communicatiewereld is grotendeels aan het verdwijnen. Sociale media hebben daarnaast tweeweg communicatie mogelijk gemaakt die nog relatief onontgonnen is. Natuurlijk kennen we de discussieforums die al langer op internet bestaan. Maar in de business-to-business wereld is ‘user generated content’ nog relatief beperkt.

Vanuit mijn technische verantwoordelijkheid bij EMC heb ik contacten met vele journalisten. Ik zie de innovatie die in die wereld plaatsvindt van dichtbij. De creatie van inhoudelijk interessante content, die een lezer actief enkele momenten aandacht geeft, wordt in onze vluchtige digitale wereld steeds lastiger. Het nieuws is vaak verwoord in korte Twitter-berichten die we via de aanwezige link zo nodig snel even scannen. En als het interessant is, via ‘read-later’ toe te voegen aan je ‘to-do-list’. Als je er ooit nog eens aan toekomt. Ik heb lange lijsten van links waarvan ik na enige tijd het grootste deel uiteindelijk toch weggooi. Mijn tijd is gewoonweg te beperkt.

Overvloed
In deze tijd van overvloed aan informatie, zoeken we dus allemaal wegen om snel en zonder veel inspanning het belangrijkste nieuws en interessante content naar ons toe te leiden. Iedereen ontwikkelt daar zijn eigen format voor. Voor mij zijn mijn Twitter-accounts daar een belangrijke bron voor, maar ook e-mails met ‘knipsellijsten’ – intern of extern – dragen daar in ruime mate aan bij.  Zij verwijzen mij ook naar de verschillende interne en externe social media waar ik deel van uitmaak, van LinkedIn tot Google-alerts, van Socialcast tot Facebook.

In de business-to-consumer markt hebben we als consument steeds meer mogelijkheden ons te oriënteren. Wie maakt geen gebruik van allerhande sites als ‘beste koop’, ‘hoteladvies’ of ‘beste restaurant’? De bekende actie van de KLM tijdens de vulkaanuitbarsting op IJsland om via allerlei social media hun klanten direct te informeren over de status van hun vluchten, heeft hen geen windeieren gelegd. Tegenwoordig zitten achter Twitter-accounts vele callcenter-medewerkers te wachten op tweets over het bedrijf. Soms krijg je via een tweet eerder bericht terug dan via de reguliere e-mail of telefoonnummers.

Klantenservice belangrijker
En het blijkt dat door deze nieuwe vorm van contact, klantenservice belangrijker gaat worden. Elk negatief bericht van een klant waar niet adequaat op wordt gereageerd, bevestigt inderdaad dat er iets mis is. Op elke klacht, of compliment reageren toont dat men zich als bedrijf bewust is dat de wereld digitaal is geworden en dus de klant ook!

Ook in de business-to-business wereld zien we die verandering ontstaan. Je moet je realiseren dat niets meer onzichtbaar blijft in de nieuwe digitale wereld. Dus ook slechte service, een niet werkend product of een onvriendelijk contact blijven niet meer verborgen. Goede adequate service en eerlijke informatie wordt steeds belangrijker om langdurige klantrelaties te onderhouden. Dat betekent niet dat er nooit iets mis mag gaan. Techniek blijft techniek en mensen blijven mensen. Maar een snelle adequate reactie en de bijbehorende correctie wordt de standaard.

Klant betrekken
Social media kan ons fantastisch helpen de beleving van de klant te ondersteunen en verbeteren. Hem betrekken bij de ontwikkelingen op het vakgebied via blogs of Facebook. Betrekken in discussies over huidige en nieuwe services en producten in klantenforums.Kortom, klant-centrisch denken en zijn. Zowel in de offline én online wereld, want die zijn één geworden.

Maar elke industrie en elke klant is anders, dus voor iedereen blijft het zoeken naar zijn eigen beste manier om de juiste vorm te vinden en deze te onderhouden. Daar werkt Terremark, met zijn partners, ook aan. Net zoals elk bedrijf dat onderkent dat de wereld digitaal is geworden. En niet meedoen, is geen optie; heeft u de juiste vorm voor uw onderneming al gevonden?

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland
  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/./column/hans_timmerman2.jpgDigitale media en digitale klantenWed, 08 Aug 2012 00:00:00 +0200
Crisis - Politiek - Crisis - Voetbal - Crisis - Het weer - Crisis - de Tour de Val - Crisishttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/108/crisis___politiek___crisis___voetbal___crisis___het_weer___crisis___de_tour_de_val___crisis.htmlBovenstaande kop geeft denk ik aan waar wij als hardwerkende column schrijvers en IT gebruikers de afgelopen maanden mee geconfronteerd werden. De radio, de TV, de kranten en het internet. En dan noemen ze het nu komkommer tijd; wat is het verschil met de rest van het jaar? Ik hoor niets anders. 

De gemiddelde politicus die een spoed debat eist omdat Geert Wilders dreigt te niesen, de niet kloppende opstelling van Bert van Marwijk, het weer dat wederom dreigt te verregenen of het feit dat Griekenland niet voldoende en snel hervormt? Is dat komkommer journalistiek of is dat echte nieuwsgaring? Ik vraag het mij vaak af. 

Ik zal het wel niet begrijpen. Waarom zijn dat soort zaken nieuws en moeten we daar, of we willen of niet, mee lastig gevallen worden? Uitzetten zegt u? Nou, leuke uitdaging, probeert u maar eens geen nieuws te ontvangen en wel te werken. Smartphone, internet, goedwillende collega's. Voor je het weet ben je weer exposed. "Nee, nee, ik wil het niet weten"  roept u nog maar te laat! De goedwillende collega verteld u vol trots dat van Marwijk's opvolger, van Gaal, met 14 man gaat spelen, het 5-5-3-1 systeem na overleg met een zekere meneer J.C. te B.:"Veel meer rendement uit de investering van spelers en veldoverwicht op alle fronten! En de FIFA past zich aan het Nederlandse model aan." Dat is dus nieuws. En daar zat u op te wachten. 

Maar, dat is beter nieuws dan de continue negatieve stroom van slecht nieuws van de echte journalisten. "Forse daling AEX" roept BNR en dan zakt de AEX 0,6%. Een stijging van 1,5% noemt men een lichte stijging. Bad news sells blijkbaar. En dan hoor je op BNR ook steeds die irritante toeter.Dat is zeker ook nieuws? 

Stop nu eens met dat continue slecht nieuws verhaal. Zo slecht gaat het niet maar het "nieuws" praat ons een recessie aan en als we niet oppassen een depressie! Hierdoor worden mensen onzeker en wachten af. En afwachten leidt tot niet investeren en niet investeren leidt tot omzetdaling en dat leidt weer tot besparingen en dat leidt tot ontslagen en dat leidt vervolgens tot een hoger aantal werklozen etc etc. We hebben bij deze het wiel wederom uitgevonden maar dan als vicieuze cirkel. 

Kom op mensen, Nederland is innovatief en met de schouders eronder en met name de goede mentaliteit komen we er echt wel! Natuurlijk hebben we dan politici nodig met een rechte rug en een heldere visie en daadkracht. Natuurlijk moeten banken dan weer meer mogen uitlenen van de AFM. Natuurlijk moet het weer dan beter worden en moeten de wielrenners niet steeds vallen. Natuurlijk moet van Gaal dan met 5-5-3-1 mogen spelen! Hup Holland Hup!! Maar het kan! Als we maar willen! Alles kan! 

Stel dat de IT sector het gedrag zou vertonen wat wij nu vertonen. Zou de wet van Moore dan ook gelden? Zou Nina dan ooit naar de beurs zijn gegaan? Zou Zalm dan nu ook de prooi besturen? Zou Facebook dan ook semi succesvol zijn geïntroduceerd qua beursgang? Zou dat de reden zijn waarom HP wel-niet-wel-niet zijn PC divisie gaat afstoten door de wel-niet-niet-wel blijvende CEO? 

Nou ja, een komkommer column moet u maar denken maar wel met een ondertoon; een serieuze. Stop met zeuren,  ga positief denken en make IT happen! 

Ik stop met typen en ga weer een rosé nemen en kijken of de bliksemschicht  de security van de Cloud kan hacken. "Want drie dagen mooi weer in Nederland kan toch niet? Dan moet het wel weer ander weer worden, er komt vast onweer" roept die zelfde goedwillende maar inmiddels irritante collega... Stop daar nu eens mee!

Prettige vakantie!

Eugene Tuijnman, CEO van SLTN
 
]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.eugene_tuijnman_jpg/165_165_80_1__eugene_tuijnman.jpgCrisis - Politiek - Crisis - Voetbal - Crisis - Het weer - Crisis - de Tour de Val - CrisisWed, 25 Jul 2012 00:00:00 +0200
Energievoorziening: think and act localhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/107/energievoorziening__think_and_act_local.html

Enkele maanden geleden was ik bij een seminar over warmte en koude opslag. Bij deze techniek maakt men gebruik van het opslaan van overbodige warmte of kou in zandlagen diep onder de grond.Zand bestaat ongeveer voor eenderde uit water. Het mooie van deze techniek is dat het een heel effectieve opslagmethode is voor thermische energie. Dit kan ook voor datacenters interessant worden. Er lopen zelfs al enkele projecten op dat gebied in Nederland.

Warmtepompen zijn allang bekend, de koelkast is daarvan het bekendste voorbeeld. Het principe is dat we met beperkte energie, grote hoeveelheden warmte heen en weer kunnen pompen. Ook de meeste airconditioners werken op basis van een warmtepomp. Zelf heb ik 4 jaar geleden in mijn oude huis een warmtepomp laten installeren. Vier putten van 60 meter diep in mijn tuin halen – via een gesloten systeem – warmte uit het grondwater. Maar in de zomer voer ik de overbodige warmte in mijn huis ook weer af de grond in. Een warmte en koude opslagsysteem in het klein dat ook nog eens vriendelijk is voor mijn energierekening. Mijn gasrekening ging met 80 % omlaag – in de winter blijft gas nodig voor bijverwarming – terwijl de stijging van de elektriciteitskosten beperkt bleef. Nu nog wachten tot zonnepanelen zo efficiënt zijn geworden dat ze mij deze extra elektriciteit voor de compressor kunnen leveren en mijn huis is dan voor warmtevoorziening grotendeels ‘self-sufficient’ geworden.

Lokale systemen
We zullen zien dat we in deze eeuw weer terug gaan naar lokale en kleinschaliger systemen voor verwarming en energie-opwekking. Ook datacenters worden lokaal in kleinere eenheden ingezet. We zien steeds meer ‘datacenters in een box’ waarbij servers, storage, netwerk, virtualisatie en management in één geïntegreerd systeem is samengebracht. Veel efficiënter dan losse componenten, omdat ze als één geheel zijn ontworpen. Met deze zogenaamde vBlocks is het heel simpel geworden een kant en klaar datacentrum ergens neer te zetten.

Een kleinschaliger ‘datacenter in een box’ gebruikt ook minder energie en geeft minder warmte. Zo weinig dat het makkelijker met lokale, duurzame energie kan worden gevoed, terwijl anderzijds de beperkte ‘afvalwarmte’ makkelijk kan worden hergebruikt in de ‘normale’ warmtehuishouding van een gebouw.  Eventueel aanwezige warmte koude opslag zorgt dan verder voor een optimale warmtehuishouding. Dit betekent dat kleine, lokale energy self-sufficient datacenters beschikbaar komen en via IP-netwerken worden opgenomen in een veel groter ‘grid’ van kleine systemen. Een groot gedistribueerd datacenter dat enorm veel virtuele processorkracht en opslagcapaciteit ter beschikking heeft.  Cloud computing ten voeten uit en nog duurzaam ook.

Voorspelbare energiebronnen
Er zal ook een ‘grid’ van gedistribueerde, lokale energie-opwekking ontstaan op basis van voorspelbare energiebronnen als zonne-energie of goed doseerbare en snel inzetbare biogasinstallaties. Kleinschalige opwekking in woonwijken en kantoorgebieden, waarbij batterijen van de elektrische auto’s een belangrijk buffer zullen kunnen vormen. In feite het ontstaan van geïntegreerde energie- en informatienetwerken, zoals Jeremy Rifkin in zijn boek ‘De derde industriële revolutie’ al beschreef.

De techniek geeft ons de mogelijkheid om weer op persoonlijke schaal belangrijke levensbehoeften als energie en informatie aan te bieden. In plaats van de grote hiërarchische distributiesystemen van de vorige eeuw. Kleinschaligheid en individualiteit worden kenmerken van deze eeuw. Echter als onderdeel van een wereldomvattend systeem als internet of grootschalige energie-uitwisseling.

Nieuwe industriële revolutie
Op 29 mei 2012 hield de Europese Commissie een conferentie in Brussel met als thema ‘Missie Groei: Europa aan de leiding van de nieuwe industriële revolutie’. In zijn lezing ‘Beyond Soberheid! Duurzame ontwikkeling in derde industriële revolutie, economisch groei plan voor de Europese Unie’ gaf Jeremy Rifkin aan dat ondanks alle financiële problemen die we in Europa nog moeten oplossen, we aan de vooravond staan van een nieuwe lange periode van groei en welvaart. Zoals Johan Cruijff ooit zei: ‘Je gaat het pas zien, als je het doorhebt’. Dat geldt ook voor deze nieuwe technische revolutie gericht op kleinschaligheid. Ik hoop dat velen het me herkennen en deze nieuwe mogelijkheden enthousiast omarmen.
  
Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland
  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgEnergievoorziening: think and act localWed, 25 Jul 2012 00:00:00 +0200
De zes DO’s van sociale media-gebruikhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/106/de_zes_do___s_van_sociale_media_gebruik.html
“Ronald, we zijn social!”, zegt mijn collega. Ik kijk haar vragend aan. We werken al langer met elkaar dus mijn blik spreekt boekdelen en haar antwoord op mijn vragende blik blijft niet uit:  “We Twitteren!”  Nog blijf ik haar aankijken.  “Je weet wel, ‘Presence’”.  Maar op het moment dat ik haar vraag welk doel presence ondersteunt, blijft het stil. Herkenbaar? Wellicht. En daar ligt de crux. Het gebruik van een social instrument wordt vaak verheven tot doel in plaats van het middel, zonder dat er een doel is bepaald, continuïteit is geborgd of zelfs interne capaciteit is vrijgemaakt. Wat betekent het dan ‘social’ zijn?
 
De gedachte die veelal heerst is, dat men denkt social te zijn als ze een account hebben aangemaakt op sociale kanalen als Twitter, Facebook, Linkedin of Hyves. “Ik heb toch een account op Facebook? Dan komen de fans vanzelf!” Dat is een misvatting. De bekende sociale kanalen zijn slechts platformen en louter een middel die mogelijk maakt: of dit nu de interne connectie is met de collega’s of een externe connectie met klanten. De waarde van het platform wordt gecreëerd en geborgd door de gebruikers. Om die gebruikers of fans te bereiken, daar moet je wat voor doen. En helaas is het geen plug & play

De zes DO’s

En zoals het alle plannen betaamt, hoort ook bij sociale media-gebruik een strategie of een road map zo je wilt. Mijns inziens kun je hier de zes standaard managementstappen onverminderd op loslaten:
  1. Doelen stellen;
  2. Organiseren;
  3. Motiveren;
  4. Ontwikkelen;
  5. Communiceren;
  6. Evalueren (Meten & Analyseren).
Sociaal Kapitaal
Maar voordat je je hieraan waagt, is het belangrijk om te weten wat mensen beweegt zich te verbinden aan sociale platformen. Waarom? Omdat je je dan beter kunt inleven in de gebruikers en hier op in kunt spelen. Hetgeen gebruikers verbindt is een gezamenlijke interesse of doel. Dat kan zijn netwerken, ervaringen uitwisselen, kennisdelen of men wil zichzelf profileren. 

En daar biedt het digitale tijdperk allerlei opties voor van Twitter en Yammer tot aan apps als Foursquare (een app waarbij je de locatie waar je je op dat moment bevindt, bijv. een restaurant kunt delen met je vrienden. Hiermee kun je zowel punten als tokens verdienen. Maar je kunt ook tips achterlaten en aanbevelingen doen, zodat anderen weten wat bij het betreffende restaurant de moeite waard is) of Instagram (een fotoapplicatie waarbij je je de foto’s die je maakt meteen kunt delen met jouw netwerk op o.a. Twitter of Facebook). 

Dergelijke sociale kanalen en applicaties maken het mogelijk de belevingen eenvoudig te delen. Met één koppeling en een druk op de knop van je mobiele telefoon kun je al deze platformen en applicaties gelijktijdig bedienen. 

Sociale media in het bedrijfsleven

“Ja, leuk en aardig allemaal de sociale media, maar dat is alleen voor privégebruik”, kun je denken. Zeker ook bedrijfsmatig zijn sociale media-kanalen erg interessant. Vooral met de mentaliteitsverandering van de klant: iedereen heeft overal een mening over en wil overal over mee kunnen denken, is het goed om de weg naar jou als bedrijf vrij te maken.     

Een mooi voorbeeld hiervan zijn bedrijven als UPC en KLM, die facebook en Twitter succesvol inzetten voor webcare en klantenservicedoeleinden. Een interessante gedachte is hierbij waarom de klantbeleving van het ‘oude’ medium minder wordt gewaardeerd of minder wordt gebruikt. Én dat de klant steeds eerder naar Twitter of Facebook grijpt voor een probleem. Is het sociale instrument dan toereikender vanuit het klantperspectief? Maar dat is een ander verhaal. De weg naar het bedrijf is in ieder geval sneller en laagdrempeliger.  

Doelen stellen

Zoals ik eerder al zei is een road map cruciaal bij de inzet van sociale media. Nadat je je bewust bent van hetgeen mensen beweegt, gebruik te maken van sociale kanalen én jijzelf de stap hebt gezet dat je ‘iets’ met sociale media wilt, komt de belangrijkste stap. Wat wil je met sociale media? Wat is het doel? 

Stap 1 voor een succesvolle inzet van social platformen valt of staat namelijk met het doel. Logischerwijs kun je niet ondoordacht een Facebook pagina opzetten zonder te weten wat je daar gaat doen, wat voor content je plaatst, hoe vaak je iets plaatst, wie de pagina beheert en belangrijker, hoe je met vragen van klanten omgaat. 

Voor je tot deze kennis en ervaring komt, is het verstandig een road map bestaande uit een zes-tal stappen te volgen en op een rij te zetten om zo voorbereid mogelijk aan de slag te kunnen gaan met sociale media. 

Organiseren

Omdat het gebruik van sociale media veel interne en externe organisatie vergt en sterker nog, een mentaliteitsverandering vraagt, is het belangrijk dat iedereen binnen het bedrijf achter het gebruik ervan staat. Maar ook dat er capaciteit binnen een bedrijf wordt vrijgemaakt. 

Als niemand erachter staat, kan een sociale media-actie ook niet landen of kan een Facebook pagina niet het gewenste resultaat opleveren. En halfbakken een uurtje tussendoor je kanalen onderhouden of een actie opzetten, werkt ook niet. Er is minstens een aangewezen persoon voor nodig die full time de sociale media-werkzaamheden op zich neemt. 

Dus, zie je de noodzaak er niet van in met de tijd mee te gaan of zie je geen heil in het gebruik van de sociale platformen, begin er dan ook niet aan. 

Motiveren

Op het moment dat je sociale media inzet is het zaak medewerkers en/of klanten te inspireren en te motiveren actief te blijven. Het streven is een gezonde mix van volgers en initiatiefnemers. Het is dus van belang de klanten te binden en boeien met goede content en acties. Echter, intern is het noodzakelijk dat de social media manager wordt gemotiveerd en gestimuleerd te zoeken naar stimuli. En vooral niet bang zijn om uit te proberen! 

Ontwikkelen

Een online presence moet groeien en heeft tijd nodig. Verwacht geen wonderen binnen een week. Er is ruimte nodig om klanten aan het woord te laten en innovaties te laten ontstaan.  Geef deze ontwikkeling de ruimte door uit te proberen wat mensen doet participeren, stel een content- en activatieplan op, wees uitdagend en prikkel de klant.     

Communiceren

Sociale media staat niet alleen en vormt een geheel met alle interne en externe communicatie kanalen. Alle kanalen dienen een eenduidig bericht te geven. Anders ontstaat er ruis bij de klanten. Voor het gebruik van sociale media stel je dan ook een leidraad of policy op. Zodat er geen verwarring kan ontstaan over: hoe je je gedraagt op de betreffende kanalen, wat je uitdraagt, hoe je reageert in welke situatie. 

Evalueren

Sociale media zet je in met een bepaalde gedachte en verwachting. Aan het einde van de rit check je dan ook of de doelen zijn gehaald en wat er voor nodig is om deze te behalen. Een evaluatie geeft je een goede reality check en vooral inzicht in wat je moet doen en ook wat je goed hebt gedaan, natuurlijk. 

In dit eerste blog over de stap naar ‘sociaal’ worden, wilde ik jou een spiegel voor houden, zodat je bewust bent van hetgeen erbij komt kijken. Het gebruik van sociale media heeft nogal wat voeten in de aarde, maar geeft daarentegen een schat aan mogelijkheden. Mits beheert en beheerst. Want vrijheid zonder doel is leegte. 

Bibi Veth, info@bibiveth.nl  - Visual Storyteller - http://linkedin.com/in/bibiveth
en Ronald Wallenburg, r.wallenburg@ventus.nl - Interim / Programma Manager - http://www.linkedin.com/in/ronaldwallenburg

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.ventuscolumnisten_gif/165_165_80_1__ventuscolumnisten.gifDe zes DO’s van sociale media-gebruikMon, 23 Jul 2012 00:00:00 +0200
De oorlog om talenthttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/105/de_oorlog_om_talent.html
Onlangs heeft Heliview een onderzoek gepubliceerd naar de behoefte aan ICT-personeel. Het resultaat was voorspelbaar: de vraag naar automatiseringsdiensten blijft onverminderd groot en dus de vraag naar informatici ook. De branche is enorm aan het vernieuwen met ontwikkelingen op het gebied van cloud computing, Big Data en cyber security. Daarnaast zie je de trend dat niet het bedrijf, maar de gebruikers zelf devices kiezen waarmee ze in deze nieuwe virtuele wereld hun eigen ICT-omgeving vormgeven. Ook verlangen ze daarbij nieuwe diensten.

We zijn in een razend tempo afscheid aan het nemen van hoe we in de vorige eeuw IT bedreven. Het is geen informatietechniek meer door en voor IT-specialisten in hun gesloten datacenters. Nee, het wordt informatietechniek door en voor eindgebruikers die nu ICT door virtualisatie sterk is gestandaardiseerd, zelf gaan bepalen hoe ze die techniek voor hén het beste kunnen inzetten. En dat is soms verrassend anders dan de IT specialisten vroeger dachten . . .

Verandering
Het is het verschil tussen de zwarte standaard T-Ford die van de arbeidsintensieve lopende band rolde, naar een door de klant op de website samengestelde auto. Eén van 100.000 varianten die in een gerobotiseerde fabriek op maat wordt geproduceerd. Deze verandering heeft ook geleid tot een totaal andere auto-industrie, met actieve klantparticipatie door crowdsourcing in het productontwerp, volledig geautomatiseerde productie en supply chains en tenslotte digitaal onderhoud en beheer. Met een enorme groei van specialismen en allerlei nieuwe beroepen en vakgebieden.

En dat gebeurt momenteel ook in ICT-land. We zijn begonnen met een grootschalige verandering en dat vraagt om nieuwe rollen, nieuwe vaardigheden, nieuwe specialisten en een totaal andere manier van werken. Zowel in het datacenter als bij de ontwerpers van applicaties en in het onderhoud en beheer van die consumentenmarkt. Daar is op dit moment veel vraag naar.

Echter, toen in 2008 de ICT-branche de deur even op slot deed om zich voor te bereiden op de aankomende recessie, kozen steeds minder jongeren informatietechniek als vak. De bekende varkenscyclus. Nu, vier jaar later, stromen er veel te weinig geschoolde informatietechnici van school.

War on Talent
In Europa zal de komende jaren een ‘War on Talent’ ontstaan, want in elke land is een groot tekort aan technisch geschoolden die de informatiemaatschappij voor morgen moeten gaan bouwen. Informatietechniek is niet alleen meer iets voor de ‘ouderwetse’ nerds. Geen vakgebied meer dat wordt gedreven door harde techniek, maar een industrie waar op basis van de behoefte van de eindgebruiker veel meer ‘zachte’ skills nodig zijn: op maat ontwerpen, modegevoeligheden, trendvolging, marktanalyses en business intelligence. Allemaal eigenschappen waar vrouwen zich ook toe aangetrokken voelen. Juist die communicatieve kant naar de eindgebruiker en het vertalen naar totaaloplossingen zijn zaken waar vrouwen sterk in zijn.

Enthousiast
Echter er zijn maar weinig ouders die hun dochters enthousiast maken voor een carrière in de informatietechniek. De potentiële helft van de inzetbare kennis en kunde op dit gebied wordt niet eens geënthousiasmeerd. Eeuwig zonde. We moeten dus als ICT-branche een gezamenlijke activiteit ontwikkelen, te beginnen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs, om scholieren, jongens én meisjes, enthousiast te maken voor dit nieuwe vakgebied.

Scholieren zelf zitten zelf allang in de cloud.  Kunnen behendig door de enorme bergen informatie op het internet manoeuvreren. Weten als geen ander wat parallel werken en communiceren op smartphones, tablets en Macbooks en PC’s betekent. Die kennis hoeven we ze helemaal niet meer bij te brengen. We moeten ze alleen enthousiast maken zelf in die wonderlijke wereld van de informatietechniek binnen te treden en zelf mee te helpen hún toekomstige informatiewereld vorm te geven.

Toekomst
De toekomst is aan de jeugd. Maar dan moeten we ze wel actief betrekken bij en voorbereiden op die toekomst en de economische potentie die dit vakgebied voor zowel hen als onze gehele maatschappij heeft. In India en China begrijpt de overheid, maar ook de jeugd, dit al. Wellicht lopen we ook achter, want mensen enthousiasmeren en opleiden kost nu eenmaal tijd. Maar beter laat dan té laat. Regeren is vooruit zien. Ondanks de bedroevende staat waar onze overheidsfinanciën zich nog bevinden, moet technisch onderwijs hoog op de agenda staan.

In de nieuwe informatiewereld worden vele kantoordiensten geautomatiseerd. Dat gebeurt nu al op vele plaatsen om ons heen. Daar zal – net als eerder in de landbouw en industrie – de werkgelegenheid in rap tempo verdwijnen. Maar die geautomatiseerde diensten moeten wel bedacht, ontworpen en geproduceerd worden. Daar zijn specialisten voor nodig. Informatiespecialisten, communicatiespecialisten, architecten en ter zake kundig management. Technische vaardigheden en specialisten blijven altijd nodig en zijn universeel inzetbaar, waar ook ter wereld. En niet alleen in de ICT.

De oorlog om talent is begonnen. In heel Europa zijn bedrijven op jacht naar de nieuwe deskundigheden. Een mooie kans voor onze jeugd. Een mooie uitdaging voor onze industrie.

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgDe oorlog om talentFri, 20 Jul 2012 00:00:00 +0200
Column Maarten Hillenaar, CIO Rijk: aanbodstructureringhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/104/column_maarten_hillenaar__cio_rijk__aanbodstructurering.html
Focus op de binnenkant met oog voor de buitenkant
Wat zou het mooi zijn als we de beschikking hadden over een ecosysteem van interne ICT-dienstverleners die, waar wenselijk in nauwe samenwerking met het ICT-bedrijfsleven, al onze wensen konden vervullen? Die vormgeven aan wat we de informatie-infrastructuur zijn gaan noemen, zodat je je als uitvoerder, beleidsmaker, of toezichthouder niet meer druk hoeft te maken over al die lastige ICT-vraagstukken. Zodat je je kunt bezighouden met het "wat" en het "waarvoor".

Aan de slag voor een ICT-ecosysteem

Omdat het zo mooi kan (en moet) worden en omdat we nu binnen het Rijk over meer dan veertig interne ICT dienstverleners beschikken voor de generieke ICT zijn we aan de slag gegaan. Binnen het programma Compacte Rijksdienst (CRD) werken we aan het efficiënter maken van de bedrijfsvoering door onder meer het clusteren van onderling vergelijkbare taken gericht op dezelfde doelgroep. Voor de ICT wordt in verschillende projecten toegewerkt naar het opzetten van een generieke informatiestructuur en het realiseren van één interne ICT dienstverlener voor de ICT-werkplekdiensten en beleidskernen. Vanuit diezelfde logica kijken we hoe we onze interne aanbieders binnen de rijksoverheid meer in samenhang kunnen brengen. In de I-Strategie heeft dit traject een expliciete plek gekregen.
 
Een ICT-ecosysteem voor het Rijk is natuurlijk niet meteen gerealiseerd. Met de start van de  ICT projecten zijn verschillende veranderingstrajecten in gang gezet waar noodzakelijke maatregelen voor worden genomen. Over de hoofdkoers zijn we het eens, maar doordat papier geduldig is doen we meer. Denk aan implementatieplannen per departement, invullen van het besturingsmodel, aanpassen (voorzover nodig) van contracten etc.

Meer efficiëntie aan beide kanten

Voor de markt betekent dit dat, zeker voor de generieke ICT, op termijn het aantal contactpunten sterk zal verminderen. Dit maakt het efficiënter voor beide kanten. Het is voor de rijksoverheid een kans om met één gezicht naar de ICT-markt te opereren, meer overzicht te hebben over de verschillende contracten en door bundeling van de interne vraag gerichter naar het externe aanbod te kunnen zoeken. Zonder een evenwichtige samenwerking met marktpartijen zal dit niet lukken. Daarom voeren we het gesprek met die marktpartijen. Om te vertellen wat we voor ogen hebben, om ze een beeld van onze toekomst te schetsen en om ze uit te nodigen vooral te blijven investeren in die veranderende, compactere en meer op informatietechnologie drijvende overheid.

Maarten Hillenaar
CIO Rijk

  
]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.maarten_hillenaar_gif/165_165_80_1__maarten_hillenaar.gifColumn Maarten Hillenaar, CIO Rijk: aanbodstructureringWed, 04 Jul 2012 00:00:00 +0200
TEDxBinnenhof: Bruisend ondernemerschaphttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/103/tedxbinnenhof__bruisend_ondernemerschap.html
Vorige week vond op het Binnenhof TEDxBinnenhof plaats. Thema was: The Catwalk for Innovations!  In het kader van de beroemde TED-evenementen worden bijzondere ideeën onder de aandacht van een groot publiek gebracht. Innovatieve en creatieve ideeën die de wereld een stukje vooruitbrengen of beter en mooier maken.

Innovaties
Zo ook vorige week, waar 10 bruisende jonge ondernemers hun innovaties op de catwalk naar voren brachten. Van nieuwe mogelijkheden om uit ons rioolwater energie, mest en schoon water terug te winnen, tot het slim energie halen uit eb en vloed, maanenergie dus. Of de overtuiging dat we vers voedsel weer meer moeten omarmen en dat daardoor onze gezondheid op eenvoudige wijze een stuk beter zou worden. Verder werd het idee geopperd om veevoer uit eendenkroos te produceren. Het waren allemaal enthousiaste personen die voor hun idee gáán en het lef hebben dit op de catwalk in de Ridderzaal te presenteren. Dit in aanwezigheid van ZKH Willem Alexander & Prinses Maxima en ruim 400 andere personen. Ook werd het event via internet live gestreamed .

Hoewel we ons op dit moment in de economische winter bevinden, is dit tegelijkertijd de periode van de mooiste innovaties. Ik heb het op mijn blog al eens eerder over de Kondratiev-cyclus gehad. De circa 50-jarige golfbeweging die al enkele honderden jaren onze economie laat bewegen. En past in de industriële revoluties die we hebben meegemaakt. Op dit moment lijkt het er op dat we weer aan het begin van zo’n revolutie staan. Innovatie alom inclusief de bijbehorende patentgevechten. Intellectual Property is immers de basis om je innovatieve ideeën te beschermen tegen diefstal door het ongebreideld kopiëren daarvan door minder creatieve bedrijven. En garanties te hebben je investering in die creativiteit te kunnen terugverdienen.

Ik kreeg afgelopen week ook een boek in handen over nieuw ondernemerschap. De bekende Adjied Bakas heeft het boek ‘De staat van morgen’ gepubliceerd. Een boek over hoe een innovatieve ondernemersdemocratie een Gouden Eeuw 2.0 mogelijk maakt. Waar bedrijven en een vernieuwde overheid hecht samenwerken.  Een citaat van Choy Peng Wu, de vroegere Rijks-CIO van Singapore erover: “Dit boek maakt zichtbaar dat IT in de toekomstige staat als ‘great social leveler’ fungeert waardoor armen net zoveel toegang tot kennis en kansen krijgen als rijkeren.”

Knooppunten
Met de AMS-IX in Nederland, één van de grootste internetknooppunten van de wereld, zitten we in het centrum van bijna alle informatiestromen die over de wereld lopen. En op knooppunten van logistiek ontstaat vanzelfsprekend handel en dienstverlening. Een fantastisch uitgangspunt voor een volgende Gouden Eeuw! Maar dan moet Nederland wel een strategie ontwikkelen die deze nieuwe mogelijkheden vleugels geeft. Vrijheid van internetverkeer verdedigen, in feite een vrijheid van informatiehandel toestaan. Daarnaast digitale snelwegen aanleggen om dit knooppunt te ontsluiten voor elke burger van Nederland. Elke burger heeft immers de potentie om als wereldburger zijn eigen ondernemer te worden. Direct aangesloten zijn op de grote informatiesnelwegen van de wereld. Daarnaast een door de overheid onderhouden basisinfrastructuur voor deze digitale vaarwegen. Een soort Rijkswaterstaat maar dan voor de informatie- infrastructuur. Digitale connectiviteit als nutsvoorziening, betaald uit algemene middelen en een soort ‘wegenbelasting’. Glasvezel tot elke voordeur.

Zo bezien heeft ons land legio kansen de 21ste eeuw tot een succes te maken. Het ondernemerschap is breed aanwezig, de basisinfrastructuur is de afgelopen 10 jaar reeds ontwikkeld, de innovatie ligt voor het oprapen en de technische mogelijkheden voor cloud computing en Big Data – de motoren voor die nieuwe ontwikkeling – zijn alom aanwezig. Blijft de vraag over, hoe ontstaat de vonk opdat onze nieuwe ondernemersdemocratie daadwerkelijk start en dit economisch motortje begint te snorren?

Geld verdienen
Eén belangrijke voorwaarde, is dat we stoppen met doemdenken. We leven werkelijk in een fascinerende tijd. We kunnen niet meer terug naar vroeger, toen alles schijnbaar beter leek, we kunnen slechts vooruit. Dat vraagt aanpassingen, nieuwe e-skills, een ondernemende overheid en de stimulans en passie van jong ondernemerschap. Geld besparen kun je maar één keer, belastingen verhogen houd een keer op, maar geld verdienen kun je ontelbare malen. Laten we met zijn allen op dat laatste inzetten! Dat is de beste garantie voor nieuwe en stabiele zekerheden voor iedereen.

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgTEDxBinnenhof: Bruisend ondernemerschapTue, 03 Jul 2012 00:00:00 +0200
ICT Beleid mag Beeld wordenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/102/ict_beleid_mag_beeld_worden.html
Ik heb het genoegen gehad om op 21 en 22 juni j.l. aanwezig te mogen zijn bij de ‘Digital Agenda Assembly’ in Brussel. Ik was daar namens CIONET om met ongeveer vierhonderd personen uit heel Europa van gedachten te wisselen over de Digitale Agenda van Commisssaris Neelie Kroes, hoofd van DG INFSO. Waar staat Europa met de Digitale Agenda? En, wat voor input kunnen de verschillende stakeholders leveren op de DAA? waren onderwerpen van gesprek. En uiteraard alle mogelijkheden om flink te netwerken en kennis te maken tijdens verschillende borrels en lunches.

Met name de borrel de avond van te voren bij de European Internet Foundation is een aanrader. De verschillende onderwerpen werden nogal klassiek behandeld. Conform de verschillende thema’s uit de DAA waren er workshops over onder andere ‘Converged media platforms, High Speed, Connections, Data, Cloud en Jobs and Skills’.

Mij werd verzocht om aan te schuiven bij de discussie over ICT Skills en employability. Dit als follow up op de oproep van Neelie Kroes tijdens CIO CITY voor een ‘Grand Coalition for ICT jobs’. Aan de ene kant kampt Europa met een enorm toenemende werkeloosheid. Denk aan Spanje met bijna vijftig procent jeugdwerkeloosheid aan de andere kant verwacht men in Europa een te kort van 700.000 ICT professionals rond 2015.

De vraag is dus wat kunnen de verschillende Europese stakeholders doen om ICT weer aantrekkelijk te maken. Iedereen was het er eens dat we bij de basis moeten beginnen: bij het onderwijs. Dit heb ik ook van te voren als input meegekregen van de Advisory Board van CIONET. Immers we zien steeds minder jongeren een technische studie volgen dus, de bron wordt ook steeds kleiner zo. Maar, hoe krijgen we weer interesse in ICT?

Story Telling

Mijn suggesties zijn in ieder geval de volgende twee: Europa, lees de EC, mag wat meer naar de plekken toe waar de verschillende belanghebbende op lokaal niveau bij elkaar komen. Ga als Europa naar de lokale bijeenkomsten van CIO’s, architecten of andere IT professionals om te luisteren naar de verhalen en voorbeelden. Ik denk dat de informatie dan veel waardevoller is dan een paar naar Brussel halen waar de omgeving toch intimiderender is en gericht op droog beleid. Verder zou mijn advies zijn, ga uit van Story Telling. Schets een beeld hoe ICT ingezet kan worden of ervaren kan worden in plaats van verhalen over Big data en de Cloud. Dus, laat ICT leven en tot de verbeelding spreken.

Met name de laatste suggestie werd voor mij deze week erg duidelijk gemaakt tijdens TEDx Binnenhof. Deze TEDx stond in het teken van het Topsectoren beleid van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. In aanwezigheid van Willem Alexander en Maxima werden tien korte, simpele verhalen, dromen en oplossingen gepresenteerd van individuen. Deze verhalen, allemaal mooi, veranderden droog beleid van het ministerie in beelden die inspireren.

Met name het verhaal van Claire Boonstra, mede oprichter van Layar, sprak mij aan. Haar droom was Layar in te zetten om droge lesboeken weer tot leven te wekken. In plaats van droge jaartallen of feiten uit je hoofd leren, tijdens het lezen van het lesboek, gebruik ICT en kijk direct naar een film over een veldslag of chemische reactie. Zo wordt geschiedenis en scheikunde leren weer leuk.

Naar mijn mening heeft ICT alle mogelijkheden om ook droog beleid om te zetten in inspirerende beelden en verhalen. Laat zien wat ICT kan doen, waar het achter de schermen zit: denk aan games, schepen, gebouwen ontwerpen of iemand op de maan laten landen en, hoe met ICT het onmogelijke mogelijk gemaakt wordt. Als we de jeugd deze beelden kunnen meegeven, kan beleid realiteit worden.

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.frits_bussemaker_gif/165_165_80_1__frits_bussemaker.gifICT Beleid mag Beeld wordenWed, 27 Jun 2012 00:00:00 +0200
Klantrelaties worden weer persoonlijk met Big Datahttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/101/klantrelaties_worden_weer_persoonlijk_met_big_data.html
Afgelopen week nam ik deel aan een ronde tafel gesprek over het onderwerp Big Data. Een ontwikkeling die hoog op ieders agenda staat en waar steeds meer interessante artikelen over verschijnen. Het gesprek ging op een gegeven moment over de relatie van een bank met zijn klanten. In een ver verleden waren dit veelal kleine lokale kantoren, waarbij de bankdirecteur al zijn klanten persoonlijk kende.  Hij wist ook wie met wie getrouwd was en welke families achter een persoon of gezin stonden. Al deze kennis was zinvol bij het verstrekken van bijvoorbeeld een lening of een hypotheek.

De bank wist bijvoorbeeld dat Jan was getrouwd met Marie, en dat de vader van Marie een vermogende boer was die wel een prima garantie vormde voor de financiële toekomst van Jan en Marie. Dus het verstrekken van leningen en hypotheken was veel meer gericht op onderling vertrouwen op basis van brede achtergrondinformatie, dan op de actuele financiële situatie van de persoon of gezin zelf. Door de voortdurende automatisering is de klant steeds verder weg komen te staan van de bank. Kleine kantoren werden gesloten. Steeds meer ging digitaal. De klanten werden nummers die niet eens meer bij de pin-automaat werden herkend, terwijl op het pasje dat je invoerde toch wel degelijk je naam stond.  En een pincontact is immers een waardevol klantcontact.

Verlies klantenbinding
Door deze grotere afstand is ook de beoordeling voor het verstekken van een lening of hypotheek een overwegend technische exercitie geworden. Slechts de klinische situatie, zonder persoonlijke informatie over familie, relaties en omgeving, wordt beoordeeld en dat leidt niet echt tot een intense klantrelatie. Per saldo heeft informatisering geleid tot afstandelijkheid en verlies van klantenbinding. Dat is een trieste constatering, juist in een tijd dat bedrijven aangeven de klant nadrukkelijker bovenaan de agenda te zetten.

Krijgen we met het fenomeen Big Data de mogelijkheid die ouderwetse relatie wellicht weer wat te herstellen of wordt het eerder een soort Big Brother die nog verdere afstand tussen klant en onderneming creëert? Krijgen klanten een onbehaaglijk gevoel en roept het vragen en gevoelens op als: ‘Hoe weet u dat allemaal van mij? Ik heb u die informatie helemaal nooit gegeven. Ik heb liever niet dat u dat van mij weet.’

Ethisch dilemma
Het kan een ethisch dilemma opleveren hoe we met het fenomeen Big Data moeten omgaan. Op de Data Science Summit in Las Vegas enkele weken geleden was een mooie presentatie van Intuit, en Amerikaans bedrijf dat zich vanouds op het kleinbedrijf richt met financiële dienstverlening. Ze hebben 50 miljoen klanten en richten zich ook op zelfstandigen voor wie ze de boekhouding en het financiële management uitvoeren, tot de belastingaangifte aan toe.

Big Data for the small guy
Dit bedrijf bezit dus enorm veel financiële gegevens van hun klanten, maar ook vaak van hun relaties, opdrachtgevers en de klanten van hun klanten. Dit bedrijf is begonnen met wat ze ‘Big Data for the small guy’ noemen. Zij stellen hun enorme kennis – geanonimiseerd – ter beschikking aan hun klanten in de vorm van vrijblijvende adviezen. Zij maken ‘spending-profiles’ die zij kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld dat het auto-onderhoud van een persoon, in relatie met vergelijkbare personen, gezinnen of huishoudens, aan de hoge kant is en lager zou moeten kunnen.  Of besteedt mijn onderneming meer dan gemiddeld dan vergelijkbare bedrijven in de buurt aan bepaalde zaken. Of uw bedrijfje is slechts 5% gegroeid, terwijl vergelijkbare bedrijven een groei van 12% laten zien. En is het wellicht een goede tijd om mensen aan te nemen, vergelijkbare bedrijven doen dat ook. Er blijkt veel behoefte en waardering te zijn voor deze vertrouwelijke dienstverlening. Het voelt natuurlijk enorm goed als je financiële dienstverlener je op die manier ‘persoonlijk’ kan helpen en begeleiden. Weer een beetje terug naar de oude vertrouwde lokale bankier, die je kent in je omgeving en in je relaties.

Privacy
Maar privacy is bij dit bedrijf heilig. Zoals men ook stelt, we beheren data van onze klanten, het is niet onze informatie. Dus de anonimiteit moet 100% gegarandeerd zijn, hetgeen ook één van de basisvereisten is bij het aannemen van medewerkers. Vertrouwen staat gelijk aan groei, en het hele proces is doordrongen van de noodzakelijke privacy. Security is erg belangrijk, een hack is het einde van het bedrijf.

Het klinkt interessant dat sommige financiële dienstverleners het vertrouwen en het respect van de klant hebben weten te behouden. Juist door een intieme relatie met de klant op te bouwen door hem of haar ongevraagd persoonlijke adviezen te geven op basis van juiste en adequate vergelijkbare data. Big Data – ik zei het al eerder – heeft een grote ethische component. Meer weten van iets of iemand, geeft ook een grotere verantwoordelijkheid daar naar behoren mee om te gaan.

Dorpse relaties
In deze derde industriële revolutie, die we momenteel beleven, kunnen we met behulp van deze nieuwe techniek, terug naar een intiemere dienstverlening. En een einde maken aan de onpersoonlijke virtuele financiële producten, waarbij de relatie met alledaagse werkelijkheid van de klant naar de achtergrond is verdwenen. Een mooie gedachte, de wereld is immers een dorp geworden, en daar horen dorpse relaties bij.

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgKlantrelaties worden weer persoonlijk met Big DataTue, 26 Jun 2012 00:00:00 +0200
De ROI-valkuilhttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/100/de_roi_valkuil.html
In elke organisatie is het begrip Return on Investment (ROI) wel bekend. Een methode om te berekenen wanneer een geldelijke investering zichzelf heeft terugverdiend. Een prima gereedschap als men een goed gespecificeerde productie beoordeelt op de financiële onderbouwing. Prachtig als men een proces goedkoper wil maken door verder te automatiseren.  Niets mis mee.

Maar het wordt vaak te pas en te onpas misbruikt en het vernietigt bij voorbaat heel wat goede ideeën in een organisatie. Hierdoor verliest de ROI zijn waarde. Ik heb in mijn carrière regelmatig meegemaakt dat ROI als wapen werd gebruikt om geen investeringen te doen op gebieden waar men zich niet comfortabel voelde. Het is eigenlijk niets anders dan een simpel hulpmiddel om financiële investeringen te beoordelen op hun merites. Niet minder maar beslist ook niet meer. Maar in economisch slechte tijden nemen boekhouders vaak het ondernemerschap over. Zinnig als er bezuinigd moet worden, maar slecht als er (weer) geld verdiend moet worden.

Hoe vaak komt het niet voor dat in een vergadering een goed idee wordt voorgesteld? Iedereen is enthousiast. Het kost wat tijd, mensen en geld maar het komt het proces zeker ten goede. Iemand stelt voor een business plan te maken. Prima plan. Een ander zegt dat er wél een goede ROI onder moet liggen om het goedgekeurd te krijgen. Lange stilte volgt om te zien wie die ondankbare taak gaat uitvoeren. In enkele minuten verandert een goed idee in slechts een financieel product en wordt het langzaam in een zwart gat getrokken waar het niet meer uitkomt.

Heel veel innovaties en ideeën kunnen vooraf niet echt berekend worden.  We weten soms niet eens hoe het proces er uit zal komen te zien. Er zijn nog weinig specificaties bekend en hierdoor is het berekenbare deel beperkt. Denk aan social media. Wat is hiervan de ROI?  Ik zou het niet weten.  Of de ROI van de cloud?  Het gebruik van Big Data–oplossingen?  Ook hier moet ik het antwoord schuldig blijven.

Er wordt soms voorgesteld om een paar consultants in te huren die onderzoeken of het werkelijk een gezond idee is. Terwijl een pilot vaak slechts een fractie kost van zo’n consultancy traject. ROI is meestal een excuus van mensen die zich ongemakkelijk voelen over een idee en het door de ‘ROI-wringer’ willen halen om te kijken of er vervolgens nog steeds enthousiasme heerst.

Risk of Ignorance
Om na te gaan wat de logische volgende stap is, zullen ook andere gereedschappen aan de pas moeten komen. Een voorbeeld daarvan is Risk of Ignorance. Welk risico lopen we als we het níet doen? Wat betekent het voor ons bedrijf als we niet aan een ontwikkeling gaan deelnemen?  Zoals medewerkers niet op social media toelaten of geen BYOD toestaan.  Al snel zullen nog weinig jongeren bij je willen werken. Of niet onderzoeken of cloud-diensten (voor een deel) interessant kunnen zijn, terwijl je concurrent op die wijze wellicht een stuk flexibeler is en dus sneller kan inspelen op behoeften in de markt. Iets niet doen, is soms gevaarlijker dan iets uitproberen.

De Risk of Ignorance is ook vaak een bewijs uit het ongerijmde; als er geen enkel argument valt aan te dragen dat het níet zal gebeuren, zal het logischerwijs wel die richting opgaan. Bovendien, als we achterblijven, missen we kansen. Als de voordelen zo evident zijn, maar we het onvoldoende financieel kunnen onderbouwen, betekent het niet dat het geen goed idee is.

Soms is onze creativiteit te beperkt om te verzinnen welke voordelen het allemaal kán opleveren. Daarom zijn kost-effectieve pilots ook zo belangrijk. Even proeven aan de mogelijkheden en uitdagingen. Wellicht is het een goed idee, maar nu nog even niet. Of het idee is goed, maar de beschikbare producten zijn nog te weinig uitontwikkeld. Of we moeten eerst iets anders afronden voor we hier écht aan gaan beginnen. Allemaal inhoudelijk goede argumenten

Een prachtige innovatie-killer
Weten waarom je iets wel of niet moet doen is belangrijker dan constant van elk idee de ROI meten. De ROI is ook wel een prachtige innovatie-killer. In mijn carrière heb ik vaak mogen meewerken aan succesvolle projecten, die vooraf op geen enkele wijze op ROI waren te toetsen. Achteraf waren het soms zelfs implementaties die het bedrijf onverwachte product- en marktmogelijkheden gaven of die nieuwe productinnovaties mogelijk maakten.  Met andere flexibele organisatievormen waar nog nooit iemand over had kunnen nadenken.

Kortom, staar je bij vernieuwing niet dood op de financiële kant. Dat is slechts één beoordelingsfactor. Besef dat er meer ROI’s bestaan.

Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland
 
 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpgDe ROI-valkuilTue, 19 Jun 2012 00:00:00 +0200
Netwerken zijn corebusiness; let op bij uitbesteden!http://www.executive-people.nl/executive_people/25/99/netwerken_zijn_corebusiness__let_op_bij_uitbesteden_.html
Onlangs heeft Computable een artikel gepubliceerd over het inzicht van bedrijven met betrekking tot het eigen bedrijfsnetwerk en bijbehorende applicaties. Er is klaarblijkelijk een groot gebrek aan inzicht, daarom de vraag: “Weten we nog wel wat we uitbesteden?”

Uit- of aanbesteden heeft (altijd) tot doel het vergroten van efficiency, zodat de organisatie zich richt op datgene waar ze goed in zijn of waar de meeste waarde mee wordt gecreëerd. Binnen een uitbesteding vertrouwt de IT-afdeling blind op de leverancier. Hoe vaak heb je niet de opmerking: “we hebben het toch uitbesteed?” gehoord in relatie tot een klacht of een enorm incident. Nog niet zo lang geleden zei een leverancier me dat zijn product veilig was omdat het nog nooit was gehackt.

Er wordt binnen de jaarplannen of projecten zelden budget gereserveerd om de leverancier op dat vlak te (laten) controleren. Waarom eigenlijk niet? Neem de hele ophef rondom diginotar of humannet. Partijen die er niet zoveel aan kunnen doen dat het misgaat zitten wel in de beklaagdenbank.

In de bouw is het heel normaal om een aparte post op te nemen in de begroting zodat een onafhankelijke instantie de voortgang van een bouwproject kan controleren. We kennen allemaal de voorbeelden van bouwprojecten waar niet geheel volgens bestek is gebouwd en de controle tekort schoot die soms leiden tot dramatische gevolgen. Om dit te voorkomen heeft de bouw geanticipeerd door de controle neer te leggen bij een onafhankelijke instantie. In maritieme bedrijfstakken is een bergings- of reddingsoperatie van een gestrand schip zonder Lloyds en de bijbehorende certificeringen niet denkbaar. Ook daar gaan dingen mis maar het risico is beter in beeld en de tegenmaatregelen ook.

Er zijn in het verleden talloze beheerafdelingen ge-outsourced of applicaties aangekocht zonder de vraag te beantwoorden wat de organisatie nog minimaal zelf aan kennis of vaardigheden moet behouden om het gesprek met de leverancier te kunnen blijven voeren. Hoeveel CIO's hebben nu niet slapeloze nachten van de leverancier en soms zijn onvermogen om de business te kunnen ondersteunen terwijl voor de aanbesteding een goed opererend systeem aanwezig was. Vaak beloven leveranciers al je dromen waar te maken? Er ontstaat een gat tussen de organisatie en de leverancier omdat er onvoldoende kennis is met betrekking tot de aansturing.

De opmerking dat IT, het netwerk of de applicaties geen core-business zijn is op zijn plaats bij een juiste regievoering. Stel jezelf eens de vraag of bier nog kan worden gebrouwen zonder een belangrijk element als een netwerk?

Vele oorzaken, gerelateerd aan bovenstaande voorbeelden, zijn te herleiden tot het niet bundelen en bewaren of overdragen van specifieke technische of business kennis. De leverancier heeft immers niet om deze kennis gevraagd en de uitbestedende partij dacht er niet aan. Ook al is een leverancier ISO gecertificeerd waarbij je mag verwachten dat de juiste vragen worden gesteld, gebeurd dit vaak niet. Als uitbestedende partij mag je de veronderstelling dat alles goed komt dus niet zomaar doen.

Als je het beheer bij een externe leverancier neerlegt komt er intern een taak voor in de plaats: regievoeren. Hierbij wordt wel opgemerkt dat de interne collega’s die goed zijn in het uitvoeren van beheer niet per se goed regie kunnen voeren. Regie voeren is een totaal andere tak van sport maar leunt wel sterk op de kennis van de beheerders en servicemanager binnen de eigen organisatie.

Trek dus net als in de bouw budget uit voor het instellen van een governance structuur (optimale regievoering) waarbij de interne kennis wordt geborgd en niet verloren gaat. Zorg dat de business in de drivingseat zit, ook als je bezig bent met de aanbesteding. Verlies je inkoper niet uit het oog als hij aan het onderhandelen slaat met potentiele leveranciers.

Hou er rekening mee dat je implementatie of outsourcing onverwachte effecten kan bevatten. Daarom het advies om een externe expert te laten meekijken naar het proces van uitbesteding en zorgdragen voor de juiste begeleiding. Het uit- of aanbesteden is per slot van rekening ook geen core-business en vereist goede regievoering.

Willem Jan Baas, w.j.baas@ventus.nl – Service Manager - http://nl.linkedin.com/pub/willem-jan-baas/1/a67/863 
 
 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/./column/.willem_jan_jpg/165_165_80_1__willem_jan.jpgNetwerken zijn corebusiness; let op bij uitbesteden!Fri, 15 Jun 2012 00:00:00 +0200
Column Victor Mion: Veerkracht in één minuuthttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/98/column_victor_mion__veerkracht_in_____n_minuut.html
Herken je deze teksten? “Niet aan toegekomen.” “Geen tijd voor gehad.” “Ik ben ermee bezig.” “Staat bovenaan de lijst.” “Ik heb het in mijn vizier.” “Het heeft mijn aandacht.” “Ik kom erop terug bij je.” “Ik heb er iemand op gezet.” “Je hoort zo snel mogelijk van mij.” En ga zo maar door. Gaap! Hoe pak je zo’n ongrijpbaar persoon aan? Mijn advies: One Minute Coaching.

Mensen denken al snel dat zij One Minute Coaching toepassen. Iemand binnen een minuut aansturen, doet toch iedere manager? In de werkelijkheid gaan managers naar gedachtes gissen en geven zij beweegredenen van hun medewerkers de aandacht. Let op, dat is geen coaching in de ogen van de One Minute Coach. One Minute Coaching heeft te maken met beïnvloeden van de mind-set (mentale stemming) in het hier en nu. Binnen één minuut beïnvloed je iemands mentale stemming waarmee je de ander in beweging brengt, of minimaal prikkelt om in beweging te komen.

Er zijn vier technieken om in één minuut te kunnen coachen, namelijk: inspireren – vertrouwen en geloof in de ander uitspreken, complimenteren – benoemen van een persoonlijke kwaliteit van de ander, confronteren – spiegel voorhouden en provoceren – de ander uit de tent lokken. De technieken spelen in op de uitdaging, spanning / verkramping, woede / frustratie en op het afhaken van de medewerker.

One Minute Coachen doe je vanuit je observatie en je erkenning van de mind-set van de ander, juist omdat jij de ander wilt bewegen. In het herkennen van de mentale stemming hoef  je het niet altijd bij het juiste eind te hebben. Er is geen goed of fout. Juist hiervoor zijn managers bang, maar je zit er eigenlijk nooit naast, omdat je vanuit je eigen beleving mag redeneren. Met One Minute Coachen maak je verbaal en vooral non-verbaal contact, je gebruikt het opvolgende korte moment en je verbreekt het contact bijvoorbeeld door weg te lopen. Contact verbreken, is een belangrijk onderdeel van een effectieve One Minute Coaching. Je laat het bij de ander bezinken en vraagt niet door. Een dagdeel of een dag later komt het weer ter sprake in de opvolging met een compliment, inspiratie, confrontatie of provocatie.

Wederkerigheid

Met One Minute Coaching beïnvloed je de mind-set en daarmee het gedrag, met een goede zakelijke relatie als basis. Er is sprake van een wederkerigheid waarbij ook de manager beïnvloed mag worden, zonder dat je ellenlange discussies aangaat. Generatie Y bijvoorbeeld, kan dit behoorlijk waarderen. Schrap alle onzin en kom tot de kern. Geen autoritaire spelletjes maar een eerlijke relatie tussen leider en volger.

Mentale veerkracht verbeteren gaat meestal stap voor stap. Je blijft echter steeds door verspreide één minuutslots bijschaven. Veerkracht die het mogelijk maakt met positieve energie met veranderingen om te gaan. Gezamenlijk ontdek je in de loop der tijd wat die mobilisering teweeg brengt. Stop in elk geval met vragen stellen. Stel hooguit retorische vragen. Juist dit aspect maakt dat One Minute Coaching soms lijnrecht tegenover andere managementmethodieken staat die vragen centraal stellen, ook als onderdeel van sociaal wenselijk gedrag. Bij consequente One Minute Coaching mobiliseert de manager veranderingsenergie, niet alleen binnen bedrijven maar als onderdeel van het leven. Zoek de grenzen van je comfortzone op en dicht je energielek op tijd. Blijf zoveel mogelijk in je uitdaging en in het leven.

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/.victor_mion_lr_jpg/165_165_80_1__victor_mion_lr.jpgColumn Victor Mion: Veerkracht in één minuutWed, 13 Jun 2012 00:00:00 +0200
‘Being connected’ in de derde industriële revolutiehttp://www.executive-people.nl/executive_people/25/97/___being_connected____in_de_derde_industri__le_revolutie.html
We leven in een wereld die ons steeds meer verbindt met alles en iedereen.  Van websites tot vrienden, van systemen tot collega’s en van organisaties tot klanten. De mens is van oudsher een sociaal dier dat gewend is in groepen te leven. Internet en social media stellen ons in staat om in ons georganiseerde leven een grote groep van die connecties op te bouwen en te onderhouden. Sociale media geven ons een sociale binding terug, die met de verstedelijking en het leven in een onpersoonlijke stadsomgeving voor een deel was verdwenen.

Daarnaast is verbondenheid ook een voorwaarde om jezelf te ontwikkelen. Dat kan als individu, maar ook in allerlei groepen, verenigingen en samenwerkingsverbanden. Door internet is de wereld een dorp geworden, zoals Friedman dat ooit in zijn boekThe World is Flat’schreef. Of iemand verderop in de straat woont, of op een totaal andere plaats in de wereld, het maakt niet meer uit voor wat betreft het onderhouden van contact. Dat betekent dat we 7 miljard ‘buren’ hebben met de meest uiteenlopende interesses en voorkeuren. Je kunt het zo gek niet bedenken, of er is wel een groep personen die dezelfde interesses en ideeën heeft.

In de 21ste eeuw leven we in een ‘connected world’, waarbij we bijna alles over elkaar weten, hoe zeer we ook verschillen in ontwikkeling, rijkdom en cultuur. Voor het eerst ervaren we hoe we als wereldbevolking op menselijke maat samen kunnen werken door met iedereen te kunnen communiceren. Allemaal voorzien van dezelfde techniek en bereikbaar voor (bijna) iedereen. Er zijn al meer dan 5 miljard mobiele telefoongebruikers op aarde en bijna 2,5 miljoen internetgebruikers. Sommigen bevolkingsgroepen hebben eerder een mobiele telefoon dan stromend water. De sociale mens acht connectiviteit belangrijker dan andere basisbehoeften, dat blijkt ook uit vele enquêtes. De smartphone en internet enkele dagen missen, is voor velen een zware opgave geworden; sommigen spreken zelfs over een angstsyndroom: nomofobie.

In deze tijd van connectiviteit, moet je je best doen om op te vallen.  Om beter of anders te zijn, is het belangrijk je te kunnen onderscheiden. Dat vraagt om creativiteit en originaliteit. Leveranciers en klanten worden steeds meer met elkaar verweven. We weten steeds beter van elkaar wat er met ons gebeurt. Niet alleen in onze directe relatie, maar ook over allerlei activiteiten om ons heen.  Als bedrijf ligt elke misstap direct op straat. Als individu is elke vreemde uiting op een medium voor altijd aanwezig en voor iedereen zichtbaar.  De nieuwe connectiviteit geeft ons meer vrijheden, maar ook meer beperkingen. Een grotere vrijheid in een ‘big brother-achtige’ gebondenheid.

The New World
Deze ontwikkeling biedt op zijn beurt ook weer nieuwe uitdagingen. Voor ons als individu maar ook als maatschappij.  Hoe kunnen we in die omgeving onszelf thuis blijven voelen?  Hoe kunnen we – ieder voor zich – een fijn plekje vinden en behouden? Hoe kunnen we ons als groep, organisatie of bedrijf verder ontwikkelen? Allemaal vragen die aangeven dat we in de 21ste eeuw een echt nieuwe maatschappelijke orde aan het ontwikkelen zijn. Een eeuw waarover Adjid Bakas in zijn boek ‘Het einde van de privacy’ aangeeft dat alles wat we met elkaar doen, bekend is voor elkaar.  Onze privacy lijkt langzaam te verdwijnen. Weer terug naar hetzelfde niveau als toen we ooit in kleine gemeenschappen leefden en iedereen bijna alles van elkaar wist. De veilige sociale controle waar we allemaal wel eens naar terugverlangen, maar ook de betuttelende beknelling die afwijken van de norm tegenhield.

Internet wordt wel eens de grootste democratiseringsgolf sinds mensenheugenis genoemd. Data en informatie is door bedrijven als Google en Facebook voor iedereen te vinden en te delen. Cloud computing ontstaat enerzijds omdat de techniek rijp is dit mogelijk te maken, anderzijds omdat we steeds meer willen delen. Big Data ontstaat enerzijds omdat we steeds meer informatie generen, anderzijds omdat dit door de technische vooruitgang steeds makkelijker en goedkoper kan. Maar anders dan techniek, is menselijke verandering lastiger.  Van oudsher zijn mensen wel sociaal, maar niet zo veranderingsgezind.  Voor velen is verandering een bedreiging en geen uitdaging.

‘Voorlopers moeten het voortouw nemen’
Toch zien we de voorlopers – de creatieve geesten die de uitdaging herkennen – met grote schreden voorwaarts gaan. De grootste uitdaging wordt om als totale wereldbevolking sámen die stappen voorwaarts te zetten.  Om voorwaarts te gaan in die nieuwe wereld, die een overdaad heeft aan connectiviteit maar die steeds beperkter is in al zijn grondstoffen, voedsel en energie. Die beperking kunnen we alleen maar opheffen met nieuwe techniek. De populatie die dat het beste weet te doen, zal als eerste zijn nieuwe plek weten te veroveren.  Of dat nu een bedrijf, een organisatie of een land is.

We zitten midden in de derde industriële revolutie. De vorige twee hebben de wereld steeds enorm veranderd. Dat zal nu weer gebeuren. Als je dat door hebt, is er veel te bereiken en te verdienen in de toekomst. Zij die dat niet (willen) zien, zullen langzaam afglijden op de welvaartsschaal.  Verandering vraagt lef en initiatief. Gelukkig zie ik steeds meer voorlopers die het begrijpen en de technische mogelijkheden herkennen en voorwaarts gaan. Helaas zijn we nog omringd door een grote groep angsthazen, die koudwatervrees hebben voor die nieuwe maatschappelijke orde. Het is aan de voorlopers, hen nóg beter te overtuigen dat er geen weg meer terug is dan zij al doen.
 
Hans Timmerman, CTO bij EMC Nederland
  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/column/hans_timmerman2.jpg‘Being connected’ in de derde industriële revolutieTue, 12 Jun 2012 00:00:00 +0200
Waarom speelt u niet in de sterkst mogelijke opstelling?http://www.executive-people.nl/executive_people/25/96/waarom_speelt_u_niet_in_de_sterkst_mogelijke_opstelling_.htmlWe zijn met zijn allen in de ban van de selectie die Bert van Marwijk meeneemt naar het EK in Polen en Oekraïne. Ieder van ons weet precies wie hij op zou stellen. Als wij het voor het zeggen hadden… De best opkomende linksback, de meest opbouwende centrale man achterin, diegene die evenwicht brengt op het middenveld, de best tussen de linies spelende aanvallende middenvelder, de best in de ‘16’ aanspeelbare spits en de ervaren senior die de groep bij elkaar houdt.

Niemand heeft echt medelijden met Bert, ook al heeft hij relatief weinig tijd om aan en met het team te bouwen. Bert kan mooi wel de beste spelers kiezen die hij wil, elke keer weer, zonder verplichtingen, zonder aanzien des persoons. Dat verwachten we ook van hem, want we willen Europees kampioen worden.

Wie van u zou dat niet willen met zijn eigen team? Uw managementteam? Of uw volledige (ICT-) afdeling? Hoe vaak hoor ik niet van eindverantwoordelijken dat ze het liefst drastisch zouden ingrijpen in hun teams: hogere prestaties, meer kwaliteiten, andere competenties, beter werkethos of een professionelere werkhouding. Maar op de logische vervolgvraag “En wat doe je daar dan aan?” volgt een even lange en minstens zo creatieve opsomming van redenen en onmogelijkheden: gebonden aan CAO’s, precaire relaties met de OR en/of bonden, onopzegbare contracten, toezeggingen uit het verleden, gouden kettingen die tot te hoge afkoopbedragen leiden, ongewenste onrust die tot nog slechtere prestaties leidt, teveel internen, teveel externen, etc.

Ik ben een fervent voorstander van het principe “the right people on the bus”, zoals Jim Collins het zo mooi zegt in zijn managementklassieker “Good to Great”. Maar ik ben zeker niet ongevoelig voor de sociale kant van deze zaak. Integendeel. Maar de ervaring in outsourcing en offshoringstrajecten leert dat vastgelopen professionals in nieuwe omgevingen vaak weer verder bloeien. Iets wat ze in hun jarenlange dienstverband niet meer voor elkaar kregen. En met goede begeleiding blijft zelfs de persoonlijke relatie goed en blijft rancune ten opzichte van de verlate werkgever achterwege. Met andere woorden: het is niet alleen goed voor de organisatie, maar zeker ook voor de mensen zelf. Geluk en prestatie gaan hand in hand.

Terug naar de leiding. Eigenlijk zit het al een ‘beetje’ in het woord “(eind-) verantwoordelijke”: verantwoordelijk zijn voor het halen van gestelde doelen en resultaten, met een team dat daarvoor optimaal moet presteren. Dat geldt voor Bert, dat geldt voor mij, dat geldt voor u.

Het lijkt simpel, maar het is klaarblijkelijk niet eenvoudig: doelen vaststellen, de beste tactiek en aanpak kiezen en het juiste team daarvoor selecteren. Niet eenmalig, maar continue evaluerend en bijstellend. Daar bent u voor aangesteld, op de daarvoor benodigde competenties bent u geselecteerd! Denk dus niet in onmogelijkheden en redenen om niet te kunnen of mogen selecteren, maar focus op uw doelen en zorg dat u de benodigde resultaten haalt. Selecteer het beste team, zorg voor de sterkst mogelijke opstelling en maak het team als collectief sterker dan de optelsom van de individuen. Regel de randvoorwaarden, manage de belanghebbenden.

Dus, met welke achterste linie garandeert u de storingsvrije beschikbaarheid van systemen? Met welk team behaalt u de broodnodige successen in de projecten die er daadwerkelijk toe doen? Met welke voorhoede scoort u in de perceptie van uw belangrijkste klanten en stakeholders? En tenslotte, welke partijen mogen zich hofleverancier noemen van uw winnende team? Van een land met 16 miljoen bondscoaches verwacht ik hier heel veel van! Hup Holland!

Hans Burg
Boer & Croon]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.hans_burg_medium_jpg/165_165_80_1__hans_burg_medium.jpgWaarom speelt u niet in de sterkst mogelijke opstelling?Wed, 06 Jun 2012 00:00:00 +0200