Executive People - Interviews http://www.executive-people.nl/executive_people/24/interviews.html Executive-people.nl is een online platform voor it- en businessmanagers. Vind hier het laatste nieuws over Interviews nl Copyright 2013, Executive People redactie@executive-people.nl info@executive-people.nlNETGEAR biedt end tot end netwerk platformhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/231/netgear_biedt_end_tot_end_netwerk_platform.html
NETGEAR staat bekend als een leverancier van een zakelijk netwerkplatform dat bestaat uit bedrade netwerken, wireless LAN, netwerksecurity en storage. Het portfolio wordt regelmatig uitgebreid door overnames; bijvoorbeeld met draadloze camera’s voor video-surveillance (VueZone) en 4G/LTE netwerkapparatuur (Aircard). Trends in 2013 zijn het beheer van mobiele apparatuur (BYOD) en hybride cloud omgevingen, aldus Arend Karssies (foto), country manager commercial business bij NETGEAR Benelux. “Alle producten worden geheel indirect verkocht via channel partners, zoals resellers, VARs, systeem integratoren, business retailers en service providers. We bieden hen gezonde marges, dealregistratie en top accountmanagement."

 
Organisaties hebben behoefte aan een sterk netwerkplatform dat cloud, mobility, storage, security, wireless zoals wlan en 4G/LTE samensmelt, aldus Karssies. “Bedrijven willen te allen tijde beschikken over connectiviteit met voldoende storage en een sterk beveiligde omgeving. NETGEAR biedt daarvoor enkele honderden producten die inmiddels enthousiast worden verkocht door bijna 40.000 resellers wereldwijd. Ze verkopen de NETGEAR netwerkoplossingen steeds meer aan onderwijs- en zorginstellingen, MKB en de hospitality sector. Het gaat om routers, switches, firewalls, netwerkadapters, modems, NAS/SAN systemen en draadloze netwerk oplossingen.”

Liberty Global, Ziggo, KPN en ZeelandNet
“NETGEAR werkt met een breed netwerk van partners”, aldus Karssies. “We koesteren elke partner, van grote service providers die wereldwijd opereren, tot de kleine reseller die het lokale industrieterrein bedient. We bieden verschillende producten die we verkopen via drie soorten partners. Dat zijn ten eerste commercial partners, zoals VARs en zakelijke resellers, ten tweede de retail en ten derde service providers.  Zo zijn we sinds bijna tien jaar flink gegroeid met de volume business van onze service providers zoals Liberty Global (UPC), Ziggo, KPN en ZeelandNet. In de retail zit veel volume en nog steeds gezonde marges. In de VAR business zijn de volumes van NETGEAR producten vergelijkbaar, maar de gemiddelde prijs is het tienvoudige.”

Scholen
Volgens Karssies verkopen commercial partners zoals VARs en IT-resellers steeds meer NETGEAR oplossingen. “Dat zijn vaak kleine en middelgrote resellers die zich specialiseren in netwerktechnologie of een verticaal marktsegment, bijvoorbeeld het onderwijs of de zorg. Dat doen ze vaak met ondersteuning van grote IT-leveranciers zoals Microsoft die scholen helpt met hun IT-omgeving naar de cloud over te stappen. Daarvoor is een sterk en schaalbaar netwerkplatform nodig dat NETGEAR levert. Veel van onze producten worden door de overstap naar de cloud letterlijk meegezogen. Dat komt omdat NETGEAR past in het afgenomen budget van IT-beslissers. NETGEAR biedt een betaalbaar en eenvoudig beheersbaar ecosysteem van producten met enterprise functies. De scholen en instellingen hebben behoefte hieraan en het beheer kan door resellers worden uitgevoerd. Onderwijsinstellingen in Nederland schakelen sneller over naar nieuwe netwerkinfrastructuur. Dit komt omdat stafleden sneller beslissingen mogen nemen en omdat onderwijsinstellingen redelijk plat zijn georganiseerd. NETGEAR is daardoor de afgelopen jaren enorm gegroeid met zijn wlan oplossingen in het onderwijs. Wat scholen vooral aanspreekt is het duidelijke verhaal - een solide product zonder verborgen kosten met eenvoudig beheer. ”

Zorg
Wlan is niet alleen in trek bij scholen, maar ook in andere segmenten zoals in de zorg. Karssies: “We zien dat mensen waar ze ook werken liefst een draadloos netwerk willen hebben. NETGEAR en zijn distributeurs organiseren daarom regelmatig trainingssessies voor resellers: hoe een NETGEAR wlan oplossing te verkopen. Als we een wlan sessie organiseren ergens in de Benelux, dan vullen we snel een zaal met 60 mensen. De sessies hebben enorm effect, zo blijkt uit de feedback tijdens de sessies – en uit de omzet. Steeds meer resellers verkopen onze wlan-oplossingen, bijvoorbeeld in verpleegtehuizen, groepspraktijken of ziekenhuizen.”

BYOD
NETGEAR heeft volgens Karssies al vroeg een sterke positie in de wlan-markt ingenomen, zelfs al voordat termen zoals Bring Your Own Device (BYOD) of Choose Your Own Device (CYOD) opdoken. “NETGEAR had al een infrastructuur klaarliggen voordat de term BYOD werd gebruikt. Dat komt omdat NETGEAR gelooft in ‘slimme netwerken’ en niet in ‘zware netwerken’. Een licht netwerk gebruik je zowel thuis als op de zaak. NETGEAR kan daarom ingezet worden in eenmanszaken, maar ook in gebouwen tot 250 werkplekken. In dit segment  worden zaken als cloud, mobility en BYOD snel in gebruik genomen. Bedrijven die een beperkt aantal werknemers in dienst hebben, praten niet meer over BYOD, ze doen het al. Nu zie je dat veel grotere bedrijven overgaan naar wireless. Die gaan hun applicaties vervolgens geschikt maken voor de verschillende browsers. Hier lijkt een kans voor channel partners. Veel oudere IT-werknemers verlaten organisaties en hun plek wordt nu steeds vaker overgenomen door resellers die het beheer doen van netwerken en telefonie. Telefonie is tegenwoordig een applicatie. Daarvoor heb je resellers nodig die verstand hebben van een geconvergeerde netwerkswitch voor voice, video en data.”

VueZone
NETGEAR levert niet uitsluitend de bekende switches, security en storage oplossingen. Het portfolio is recentelijk verder uitgebreid door de overname van IP-camera fabrikant VueZone, aldus Karssies. “De VueZone camera’s zijn zo groot als een ei, draadloos en werken op knoopcellen die meer dan een half jaar meegaan. De draadloze camera’s zijn overal te plaatsen. De VueZone camera’s hebben een compact ontwerp en kunnen op een eenvoudige manier op een speciaal magnetisch ophangsysteem aan muren, platfonds of buiten aan gebouwen gehangen worden. De beelden kunnen via het netwerk worden bekeken of worden opgeslagen in de NETGEAR cloud. Het hele systeem is draadloos te managen via een willekeurige browser – any screen, anytime, anywhere.”

MDM
VueZone heeft interessante beheersoftware voor ‘the Internet of Things’ en mobile device management (mdm), aldus Arend Karssies. Met de software kan verschillende soorten apparatuur worden beheerd. NETGEAR zal deze technologie verder ontwikkelen als onderdeel van een nieuw beheerplatform dat de komende jaren wordt uitgerold. De technologie van Vuezone past in de nieuwe trends van ‘Internet of things’ en ‘machine to machine’ (m2m), waarbij apparaten en sensoren met elkaar communiceren en informatie doorgeven. Toepassingen zijn bijvoorbeeld rookmelders in je huis of kantoor, die je via het netwerk koppelt aan je smartphone. Bij brand krijg je dan direct een waarschuwing op je smartphone. Het nieuwe NETGEAR mdm-beheerplatform bevat elementen van m2m, mdm, security en cloud technologie. We zullen onze mdm-oplossingen verkopen via het kanaal - retailers, service providers en resellers. Ze kunnen naast de verkoop ook de installatie uitvoeren, zoals plaatsen van de camera’s ter beveiliging van winkels of woonhuizen en het integreren in bedrade, draadloze of mobiele netwerken.”

4G en LTE
Een groeimarkt waar NETGEAR met zijn resellers inspringt, is de nieuwe generatie draadloze 4G en LTE (Long Term Evolution) netwerken. NETGEAR heeft daarvoor onlangs de 3G- en 4G-toegangsapparatuur en bedrijfsprocessen overgenomen van Sierra Wireless. Dat overgenomen deel heet de Aircard divisie en is met 140 miljoen dollar de grootste overname in 17 jaar NETGEAR. De overeenkomst geeft NETGEAR de benodigde middelen om te groeien op het gebied van LTE toegangsapparatuur. NETGEAR ontwikkelt ook zelf LTE apparatuur zoals de MVBR1517, een mobiele voice broadband router. Dat is een gecombineerde gateway die telefonische diensten, WiFi en netwerkbeveiliging over een ingebouwd 4G LTE modem levert. De gateway is ontwikkeld om meerdere FDD/ TD-LTE bandbreedtes te ondersteunen en biedt particuliere en zakelijke eindgebruikers zowel telefonische diensten als directe internettoegang via WiFi of Ethernet voor elk van hun met het internet verbonden apparaten.

Karssies: “Met draadloze oplossingen zoals een wlan, access points en onze 4G/LTE producten kun je mensen binnen een organisatie eenvoudiger aansluiten. NETGEAR biedt tegenwoordig ook 4G offloading naar netwerken en die kunnen weer gekoppeld worden aan dsl of cable wlan. Dit is een interessante business kans voor resellers, want Nederland heeft met 85 procent de hoogste internet penetratie ter wereld. Met een 4G brug naar het lokale netwerk heb je dan overal wlan. Je kunt dan altijd bij je data dankzij een snelle verbinding met de cloud. Dat wil de nieuw generatie werknemers die geen uur meer kan zonder social media.”

Door: Witold Kepinski 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.arnold_karsies_png/165_165_80_1__arnold_karsies.pngNETGEAR biedt end tot end netwerk platformTue, 18 Jun 2013 00:00:00 +0200
Begeleid informatie van de wieg tot het grafhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/234/begeleid_informatie_van_de_wieg_tot_het_graf.htmlAl vanaf de oprichting speelt i³ groep met zijn oplossingen in op de enorme datagroei die organisaties meemaken. Vooral de groei van ongestructureerde data zorgt voor veel vraag naar opslagmogelijkheden, maar meer nog naar mogelijkheden om die data strategisch in te zetten. Een van de trends die hierop inspeelt is Vendor Neutral Archiving en Business Analytics. Voor dit laatste richtte i³ groep in april een nieuwe dochteronderneming op: Smart Information Solutions.

i³ groep is in Nederland actief sinds 2000 als aanbieder van storage-oplossingen. In de loop der jaren is het bedrijf uitgegroeid tot een onderneming met 75 medewerkers en een omzet van 57 miljoen euro. Algemeen directeur Henk van der Bruggen verklaart deze groei door de succesvolle manier waarop i³ groep is ingesprongen op de worsteling van bedrijven met de enorme datagroei waar ze mee werden en worden geconfronteerd. “Dus begonnen met het bieden van oplossingen voor complexe storage-vraagstukken zijn we uitgegroeid tot een aanbieder van volledige infrastructuuroplossingen. We werken met een verkooptak, en een managed tak. In het eerste geval bieden we zowel on premise als off premise oplossingen. Daarnaast kunnen we ook het beheer van die complexe infrastructuur op ons nemen.” Data speelt in die ontwikkeling een centrale rol. “Vroeger ging het nog over computers, maar die worden op zichzelf steeds minder interessant. En waar we het rond 2000 nog voornamelijk hadden over gestructureerde data, is dat verschoven naar ongestructureerde data. Die groeit vele maken harder dan de gestructureerde data, en is ook nog eens veel complexer. Dat komt doordat die in allerlei vormen voorkomt, het gaat om tekst, foto’s, video en andere formaten.”

Smart Information Solutions
“Voor uitdagingen op het gebied van analytics en Big Data hebben wij in april dit jaar een nieuwe dochteronderneming opgestart, Smart Information Solutions. Deze tak gaat zich volledig richten op het ondersteunen van organisaties met oplossingen op het gebied van BA en Big Data vraagstukken. Er zijn cases waarin analyses tien tot honderd keer sneller kunnen worden uitgevoerd. Dit levert onze klanten enorme voordelen op en maakt ze wendbaarder.” 

Complex 
“Een datagroei van veertig tot vijftig procent kun je misschien nog opvangen met het inzetten van extra storage, maar vervolgens moet je er wel iets mee doen. Je moet data eigenlijk van de wieg tot het graf begeleiden. Informatie moet beschikbaar, beheersbaar en beveiligd zijn. Dat is voor veel organisaties een groot probleem. De grootste ondernemingen als banken hebben vaak nog wel een omvangrijke IT-afdeling, maar voor minder grote bedrijven wordt het al snel te complex.”

Cloud is een logisch gevolg van deze ontwikkeling. “Maar het probleem is niet weg als je het in de cloud brengt. Want is het nog wel jouw data, waar staat het, wie kan erbij? Dan worden security en integriteit belangrijk. Dat is waar CIO’s zich zorgen om maken. Want de gestructureerde data in de legacy-systemen hebben ze wel onder controle. Maar die ongestructureerde data die overal vandaan komt hebben ze niet in de hand. Hoe manage je dat? En wat ga je er vervolgens mee doen?” 

In het laatste geval gaat het om data analyse. “Je wilt daar snel, efficiënt en effectief de juiste data uithalen. Dat zijn vragen uit de business, omdat bijvoorbeeld de afdelingen sales of marketing met complexe vragen komen. Die moeten worden beantwoord uit de ongestructureerde data. Ook bij het nemen van strategische beslissingen speelt die data een rol, maar als je niet over de juiste gegevens beschikt kun je niet de juiste beslissingen nemen. Daar helpen wij organisaties bij, wij beheersen voor hen die infrastructuur, en helpen ze de juiste analyse op die data los te laten.”

Weggooien 
“Daar hoort overigens ook bij dat je data weggooit die je niet meer nodig hebt. Want het is zeker zo belangrijk om te weten welke gegevens geen waarde meer hebben, zodat ze uit het systeem kunnen. Dat is bij cloud een bijkomend probleem, want wat kan er nog weg als het eenmaal online komt te staan. Het komt allemaal neer op de vraag hoe je je infrastructuur en je data beheert. Hoe zorg je dat het er altijd is, en wie mag er waar en wanneer bij.” 

Een van de grote vraagstukken de afgelopen jaren is Bring You Own Device. “Iedereen komt met tablet en smartphone en wil daarmee toegang tot netwerken en data van de organisatie. Dat moet veilig gebeuren, maar het is een complex vraagstuk waar niet iedereen de juiste kennis voor in huis heeft. Dat is waar wij een rol spelen. We zorgen dat alle data onder controle is, goed is opgeslagen, eventueel gemanaged, zodanig dat je het kunt analyseren en zo nodig vernietigen.” 

“We zien het zelf bij ons CRM-systeem. We hebben een veilige app om met de smartphone toegang te krijgen tot die data. Maar in de app store is een hele reeks third-party apps te vinden die misschien wel niet zo goed beveiligd zijn, maar waarmee mensen wel toegang zouden kunnen krijgen tot dat systeem zonder dat dit officieel geborgd is. Daar moet je rekening mee houden, om de integriteit van de uitgewisselde data te borgen.” 

Onderdeel van effectief Life Cycle Management is goed archiveren. “Daar is vaak te weinig aandacht voor. De markt zal daar de komende jaren nog veel mee te maken krijgen, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg en de overheid. Daar zijn allerlei eisen over het bewaren van data, terwijl de hoeveelheid geproduceerde data alleen maar groeit. In praktijk zie je dat er voor een goedkope oplossing wordt gekozen, die echter over een aantal jaren niet meer leesbaar zijn. Er bestaan organisaties die daarom verouderde tapesystemen in de lucht houden. Zij zouden dat eigenlijk moeten gaan migreren naar modernere opslag, maar dat kost weer tijd en geld.” 

Onafhankelijk 
In de visie van i³ groep is Vendor Neutral Archiving daarvoor de oplossing. “Daar zetten we intensief op in. Onafhankelijk van de bestaande hardware kunnen we de data archiveren, en desgewenst op nieuwe technologie zetten. Dat is ook belangrijk bij fusies en overnames. Je bent niet meer afhankelijk van een fabrikant, het is een softwarematige oplossing die een neutrale en veilige laag vormt bovenop de bedrijfseigen systemen. Zo kun je altijd je data terugzetten als het nodig is.” 

“Alle fabrikanten proberen grip te krijgen op die data, met hun eigen varianten. Wij zorgen voor een schil waardoor de data onafhankelijk wordt van die systemen en het wordt uitwisselbaar. Dat vinden de fabrikanten niet altijd even leuk, maar dat is wel waar de gebruikers om vragen. Bovendien is de data veel langer nodig dan de apparatuur waar het op staat. De levensduur is langer dan de gebruiksduur van de hardware. Je wilt dus makkelijk kunnen migreren.” 

i³ groep heeft ongeveer vijftien leveranciers. 'Onze klanten willen best of breed, maar daar hebben we keuzes in gemaakt, We hebben een aantal A-leveranciers, waar onze service volledig is geregeld. Bij de B en C-leveranciers leveren we alleen de hardware. HP, IBM en EMC zijn bijvoorbeeld A-leveranciers, die passen volledig in onze oplossingen. Daarnaast zijn er niche-spelers, die echter altijd kunnen uitgroeien tot A-leverancier. Of ze verdwijnen weer. Dat is voortdurend in beweging.” 

“Als we een SLA afsluiten voor honderd procent beschikbaarheid dan kunnen we dat ook waarmaken, met die A-leveranciers. En als klanten echt een andere leverancier willen, hebben we altijd nog partners waar we een beroep op kunnen doen. Dat ecosysteem wordt steeds groter. Ook bij cloud werken we waar nodig met de juiste partners. In alle gevallen nemen wij de klanten de complexiteit uit handen.”

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.henk_van_der_bruggen_png/165_165_80_1__henk_van_der_bruggen.pngBegeleid informatie van de wieg tot het grafSun, 16 Jun 2013 00:00:00 +0200
Brian Gammage: ‘Het is zwaar om IT-er te zijn in deze tijd’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/232/brian_gammage_____het_is_zwaar_om_it_er_te_zijn_in_deze_tijd___.htmlHoofdspreker tijdens VMWare Forum 2013 was Brian Gammage, voorheen analist bij Gartner, en nu Chief Market Technologist bij VMWare. Tijdens VMWare Forum 2013 presenteerde Brian Gammage onder meer een onderzoek dat de spanning laat zien waarmee Europese organisaties worden geconfronteerd rond mobiele apparaten en applicaties in de werkomgeving. Dat heeft ingrijpende gevolgen voor de IT-omgeving.

Het merendeel (69 procent) van de Nederlandse kantoormedewerkers is van mening dat hun organisatie hen niet de juiste mobiele middelen en applicaties biedt om productief en efficiënt te zijn. Ook is 60 procent van mening dat hun organisatie niet het mobiliteitsbeleid biedt dat hen de flexibiliteit geeft om effectief buiten kantoor of onderweg te werken. Meer dan een derde (35 procent) van de Nederlandse werknemers zou zelfs overwegen om bij hun organisatie te vertrekken wanneer zij hun mobiele apparaat niet voor het werk zouden mogen gebruiken.

“In dit onderzoek zijn een aantal zaken waar we al een vermoeden van hadden bevestigd”, zegt Gammage. “We hebben nu concrete cijfers. Een van de meest opvallende zaken vond ik zelf de uitkomst dat organisaties nu zelf gaan doen wat ze in het verleden beschouwd zouden hebben als het breken van de regels. Organisaties nemen het gebruik van mobiele apparaten door hun medewerkers nu serieus. Ze gaan de rebellie van de gebruikers verwerken in hun beleid.”

Kostenpost

Dat heeft grote gevolgen voor IT. ”Het is zwaar om IT-er te zijn in deze tijd. Je ondersteunt alle processen in een organisatie, er is geen business proces meer waar IT geen rol in speelt. Je doet aan dienstverlening, maar bent zelf geen onderdeel van het proces. Je wordt dus gezien als kostenpost. De perceptie van IT is veranderd. De meeste organisaties geven tachtig procent van hun IT-uitgaven uit aan de lopende operaties en beheer. Slechts een beperkt deel gaat daadwerkelijk naar innovatie en nieuwe dingen.”

De CIO staat dus voor een moeilijke opgave. “Wanneer je alleen naar de kosten kijkt ziet alles eruit als een onnodige uitgave. Je kunt inderdaad niets meer doen aan IT en daarmee geld besparen. Maar neem de zaken die als kostenpost worden beschouwd eens helemaal weg. Dan blijkt er wel degelijk waarde te zitten in de standaard IT.”

Tegelijk speelt volgens hem bij veel organisaties een groot probleem “IT spreekt niet dezelfde taal spreekt als de business. Iemand moet business-taal vertalen naar alles wat op technologiegebied nodig is. Dat ontbreekt in veel organisaties.” Dit gaat volgens hem verder dan het veelbesproken IT-alignment. “IT moet veelal doen wat van ze wordt gevraagd tegen de laagst mogelijke kosten. En in praktijk is de IT-functie gefragmenteerd in organisaties, met aparte verantwoordelijkheid voor zaken als finance, operations, infrastructuur en applicaties. Maar die zaken kunnen niet los van elkaar worden gezien, ze hebben allemaal met elkaar te maken.”

Hij vergelijkt het inzetten van IT in de huidige tijd als het kopen van kleren. “Wat is de juiste maat? Dat is voor iedereen anders. Wanneer je iemand bijvoorbeeld omschrijft als ‘power user’ en je wilt vanuit hun requirements werken moet je de juiste vragen kunnen beantwoorden. De traditionele taal van IT voor de werkvloer en de bijbehorende requirements passen niet meer bij de huidige situatie.”

Keuzemogelijkheden

Dat maakt het voor VMWare als leverancier ook moeilijker. “Wij willen de klant de best passende oplossing bieden, maar het slagen daarvan hangt ook af van de verwachtingen die leven over IT. Dat vraagt om aanpassing van de IT, die jaren gewend is geweest om alle mensen dezelfde technologie te geven. Die situatie is veranderd. We leven in een tijd van explosief groeiende technologische keuzemogelijkheden. Je kan overal diensten en apparaten voor vinden. Ik denk dat devices als kleding worden, je kiest het apparaat dat die dag bij het werk past.”

“Dat maakt het belangrijk om de requirements daarop af te stemmen. Maar wat zijn de regels? Wat werkt wel en wat werkt niet? Wanneer we klanten adviseren over het inzetten van IT kijken we zoveel mogelijk van buiten naar binnen. Want het probleem is juist vaak dat IT van binnen naar buiten kijkt. De gebruikers kijken andersom, dat is waar het taalprobleem zit. En tegelijkertijd leest de CEO business magazines waarin staat dat alles naar de cloud gaat en dat iedereen een iPad gebruikt. En dat heeft weer effect op de vragen die hij aan de IT stelt. We hebben meegemaakt dat een CEO zelfstandig een grote hoeveelheid iPads kocht, en ze vervolgens aan de CIO gaf om het te geven aan de mensen in het bedrijf die het nodig hebben.”

Relevant blijven

Wat bedrijven volgens hem uiteindelijk willen is relevant blijven. “Ze willen hulp bij hun keuzes. BYOD is op zich niet moeilijk, maar de vraag is vooral: waarom zou je het willen doen? Je moet er grenzen aan stellen. Een belangrijk punt daarin is hoe je met informatie omgaat. Want het beschikbaar stellen van informatie heeft juridische consequenties. Wat kun je open stellen, en wat niet? Je kunt niet alles ter beschikking stellen aan alle gebruikers. Daar moet beleid voor zijn, dat bepaalt de volwassenheid van organisaties. Dat is op dit moment de kloof, tussen bedrijven die nog van binnenuit denken, en de bedrijven die de ontwikkelingen van buitenaf verwerken. Een interessante bijkomstigheid is dat bedrijven met weinig legacy sneller veranderen.”

“Voor VMWare betekent dit dat we meer dan ooit de nadruk leggen op wat onze technologie doet, niet op wat het is. We hebben al een goed contact met de mensen die in de IT zitten, die hebben we al heel lang waarde geboden. Nu leggen we meer en meer de nadruk op wat er allemaal mogelijk is voor de business, zoals het maken van een applicatie in een paar seconden met het software-defined datacenter. Dat is wat de business wil. We gaan van een tijd waarin technologie centraal stond naar een tijd waarin alles gewoon moet werken.”
 
Zie ook videoverslag VMWare Forum 2013

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/events/.brian_gammage_spotlight_jpg/165_165_80_1__brian_gammage_spotlight.jpgBrian Gammage: ‘Het is zwaar om IT-er te zijn in deze tijd’Sat, 15 Jun 2013 00:00:00 +0200
Interview Patrick Bliemer: ‘Notebook wordt sexy en veilig’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/229/interview_patrick_bliemer_____notebook_wordt_sexy_en_veilig___.html

Producenten van notebooks buitelden tijdens Computex van 4 tot 8 juni 2013 in Taipei (Taiwan) over elkaar heen om de nieuwste notebooks te tonen: de ultrabooks met aanraakscherm. Dankzij de vierde generatie core processor van Intel (codenaam: Haswell) krijgt het aloude notebook het sexy karakter van de iPad en de beveiliging van de pc. Executive People sprak over deze ontwikkeling met Patrick Bliemer, managing Director UK&I, Netherlands and Nordic Countries bij Intel.

Intel zag het een paar jaar geleden met lede ogen aan: de zegetocht van de iPad en van de smart phones. “Voor die tijd was de wereld nog erg overzichtelijk: je had computers voor de consument en voor de zakelijke markt. Waarbij de laatste vooral opviel door meer beveiligingsmogelijkheden. Daarnaast had en heb je natuurlijk de apparatuur in de back-office. Daar zijn ook wel dingen veranderd, maar niet zo opmerkelijk als op het gebied van de draagbare computers. Terwijl de consument en bloc viel voor de tablet pc als tweede apparaat naast de pc thuis, bleef de zakelijke notebook zoals hij was: degelijk, krachtig, maar uitermate saai”, vertelt Patrick Bliemer, managing Director UK&I, Netherlands and Nordic Countries bij Intel.

Intel zag ook dat de tablet zijn intrede deed bij het bedrijfsleven. “Als een medewerker bij de IT-afdeling was gekomen met de mededeling dat hij een tablet heeft gekocht en het bedrijfsnetwerk op wil, dan zou hij om beveiligingsredenen huiswaarts zijn gestuurd. Maar nu bleek de directie binnen te komen met zo’n apparaat; en toen was het geen verzoek meer, maar een bevel om ‘het in orde te maken’. Zo kreeg de IT-afdeling er een fikse uitdaging bij.”

Beste van twee werelden

Intel besefte dat een antwoord nodig was op de tablet-beweging. “We waren misschien wel laat op dit podium, maar we hebben wel iets goeds ontwikkeld dat het beste van beide werelden in zich verenigt”, zegt Bliemer, doelend op de ultrabook standaard. Het sexy uiterlijk en gebruiksmogelijkheden van de iPad in combinatie met de degelijkheid en capaciteiten van het notebook.

Een jaar geleden kwamen de eerste ultrabooks op de markt: dun, lichtgewicht, beperkte opstarttijd en energiezuinig (waardoor je langer met een batterij kunt doen). Bliemer pakt er een uit zijn tas. En zegt er meteen bij dat dit exemplaar, vergeleken met de nieuwste erg plomp is en niet het gebruiksgemak haalt van de tablets.

“Maar daar brengt de nieuwe processor Haswell verandering in. Deze is speciaal ontworpen voor de nieuwste generatie ultrabooks. Het blijkt namelijk dat een tablet en smartphone handige apparaten zijn om even snel iets te bekijken of te lezen, maar als je iets wilt maken – een document, een presentatie, een tekening – dan is de pc nog steeds favoriet. Dat is ons uitgangspunt geweest, maar dan moet hij wel net zo in de smaak vallen als een tablet.”

En dat is gelukt, zegt hij: nog dunner, een accuduur van acht uur (een werkdag), een aanraakscherm. “Wij hebben de grafische presentaties in de processor opgenomen. Met als resultaten heel scherp beeld – bijvoorbeeld belangrijk voor gamers – en geen aparte grafische chip meer nodig, hetgeen weer energie bespaart.”

Batterij in scherm

Er komen tal van verschillende vormen op de markt, zo blijkt in Taipei. De belangrijkste fabrikanten hebben wel een moderne ultrabook ontwikkeld. Denk aan bijvoorbeeld aan HP, Lenovo, Acer, Toshiba en Asus.

We zien het ultrabook, zoals we dat al gewend waren: een monolitisch geheel met handzaam toetsenbord en ‘gewoon’ scherm. Maar ook de convertible, waarbij het ultrabook is om te vormen tot een tablet; de detachable, waarbij hetzelfde gebeurt, met dit verschil dat het scherm dan is af te nemen van het ultrabook. Bliemer zegt dat dit mogelijk is doordat de batterij in het scherm is verwerkt. De verzamelnaam voor de apparaten met beide functies is een hybride ultrabook (of een hybride tablet).

Spraakherkenning is ingebouwd, zodat je de opdracht kunt geven een restaurant te zoeken in een bepaalde wijk. Nog niet in het Nederlands overigens. Nuance, waarmee Intel samenwerkt, kiest eerst voor de ‘grote’ talen.

En gesture: ook aanwezig op de verse ultrabooks: gewoon met handgebaren door een document scrollen. En wat te denken van gezichtsherkenning om toegang te krijgen tot het apparaat? “Zit er ook op, evenals automatisch encryptie van gegevens. Daar is vooral in de zakelijke markt behoefte aan. Hoewel de consument zou moeten beseffen dat het voor hem ook handig is”, overdenkt Bliemer.

Een opvallende eigenschap van de jongste generatie ultrabooks, waarover tablets (nog) niet beschikken, is ‘connected standby’. Dit betekent dat het apparaat automatisch, ook als het niet actief wordt gebruikt, zorgt dat alle accounts (zoals Facebook, LinkedIn, Outlook, of Gmail) worden bijgewerkt. “Als je dan het ultrabook openklapt, hoef je niet eerst de bewuste applicatie op te starten om te synchroniseren; dat is dan al gebeurd. De processor houdt trouwens wel in de gaten of dat actualiseren geen conflict oplevert met de batterijduur. Als de accutijd onder een bepaald niveau is gezakt, stopt hij met acutaliseren, zodat je niet voor een vervelende verrassing komt als je het notebook wilt gaan gebruiken”, vertelt Bliemer.

Inhaalslag

Bliemer zegt dat Intel met een inhaalslag bezig is. Enerzijds op de ‘tablet-markt’ met de nieuwste ultrabooks, maar ook op de markt voor smart phones en alle processoren die tegenwoordig in auto’s worden verwerkt. “We hebben samen met Asus de Phonepad ontwikkeld, we trekken op met BMW. Voor die toepassingen hebben we processoren ontwikkeld. We moeten er trouwens wel voor zorgen dat de chips op zijn minst hetzelfde doen als die van de concurrent, maar liever wat meer. En ze moeten goed zijn. Noblesse oblige.”

Een voordeel van de Intel-chips, zo zegt hij, is dat de architectuur voor alle generaties al zo’n dertig jaar hetzelfde is. “Dat betekent dat je niet applicaties hoeft te herschrijven om er gebruik van te kunnen maken. Dat is in het bedrijfsleven een belangrijk onderwerp.”

Teus Molenaar

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.bliemer__intel_jpg/165_165_80_1__bliemer__intel.jpgInterview Patrick Bliemer: ‘Notebook wordt sexy en veilig’Sat, 08 Jun 2013 00:00:00 +0200
Login VSI optimaliseert performance virtuele desktopshttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/213/login_vsi_optimaliseert_performance_virtuele_desktops.htmlLogin Consultants, een Amsterdamse specialist in desktopvirtualisatie, heeft eind 2012 jaar het onderdeel Login VSI (Login Virtual Session Indexer) verzelfstandigd. Login VSI meet de performance van infrastructuren zoals servers, storage en software voor gecentraliseerde desktop omgevingen. Eric-Jan van Leeuwen (foto) wil dat Login VSI de wereldwijde standaard wordt in het testen van gevirtualiseerde desktop-omgevingen. Hierbij wordt nauw samengewerkt met grote leveranciers zoals Citrix, VMware, Microsoft en Cisco. Met dit doel opent Van Leeuwen in het hart van Silicon Valley een nieuw kantoor. Dutchitchannel.nl sprak met de gedreven ondernemer over de opkomst van Login Consultants en zijn plannen met Login VSI.

Polonaise
Het succes van Login Consultants loopt parallel met de opkomst van Server Based Computing (SBC) dat begin 2000 ‘los ging’, aldus Van Leeuwen: “Login Consultants bestaat inmiddels meer dan elf jaar. Het is anno 2013 een dynamisch bedrijf dat destijds gestart is in samenwerking met CTO Jeroen van de Kamp. Hij is de bedenker van de vele softwaretools die we overigens vaak gratis beschikbaar stellen. We wilden begin 2000 de beheerspecialist van Citrix software worden. Ik had al ervaring opgedaan als account manager bij ASG de Veer Automatisering, de zusterorganisatie van CDG Europe. Daar liepen we elke dag in polonaise door de gang, de orders waren toen niet aan te slepen. Dat waren de hoogtedagen rond Server Based Computing. Ik verkocht toen heel veel SBC projecten. Maar ik zag toen al dat veel applicaties niet alleen binnen SBC moesten werken, maar ook in hybride omgevingen toepasbaar moesten zijn.Er was bij veel eindgebruikers behoefte aan een onafhankelijke specialist. Toen is Login Consultants opgericht."

Login Consultants is inmiddels uitgegroeid tot dé specialist in Nederland en Duitsland op het gebied van SBC en VDI (Virtual Desktop Infrastructures). Van Leeuwen: "Login Consultants levert op dit vlak advies, mankracht, projecten, managed services en een software omgeving, Automation Machine for Hosted Desktops voor het automatiseren van met name Citrix omgevingen. Met Automation Machine hebben we binnen korte tijd ongeveer 350.000 gebruikers geautomatiseerd. Klanten die Automation Machine for Hosted Desktops recent hebben aangeschaft zijn onder meer: T-Systems, DHL, HvA en KPN.”

Phoenix
Zowel in Duitsland als in Nederland gingen de zaken goed, aldus Van Leeuwen. “.Het inrichten van de vele SBC omgevingen was echter wel een uitdaging. We namen veel mensen aan en hebben toen ook een kantoor in België geopend. We waren in die tijd als bedrijf vrij opportunistisch. In 2004 hebben we bijvoorbeeld DHL als klant binnengehaald, we werden toen ineens ‘global based supplier’. We ondersteunen DHL trouwens nog steeds, in Praag en in Phoenix, Arizona. DHL is al die jaren heel tevreden over onze diensten.”

Rabobank
In 2007 wilden de investeerders cashen. Daarna stapte Rabo Capital, onderdeel van de Rabobank, in het bedrijf. Kort daarna begon de kredietcrisis en dat gaf druk op de winstmarge. In 2010 werd zelfs verlies geleden, waardoor een reorganisatie helaas onvermijdelijk was. 17 van de 80 consultants raakten hun baan kwijt en de vestiging in de Verenigde Staten werd gesloten. Van Leeuwen: “Tussen 2007 en 2011 was het lastig. We gingen toen meer investeren in sales en marketing en dit had gelukkig effect. In 2011, een jaar waarin we veel nieuwe consultancy klanten kregen, zijn we 40 procent gegroeid. In 2012 hadden we ook een goed jaar met de verkoop van software en services. We implementeren, maar ook beheren, steeds meer virtuele werkplekken.”

Écart
De grilligheid van consultancy is berucht in de markt, zo beaamt de directeur van Login Consultants. “Als het economisch tegenzit, dan worden projecten sneller gestopt. In 2012 wilde Rabo Capital eruit. Toen wilden we als management een meerderheidsaandeel hebben, zelf weer aan het roer zitten. Het IT-bedrijf Login Consultants kwam toen deels in handen van de Haagse participatiemaatschappij Écart die een minderheidsaandeel nam. De omzet was in 2011 al gegroeid naar 17 miljoen euro. In 2012 werd een omzet van ongeveer 20 miljoen euro gehaald. Het bedrijf is verder winstgevend. Van Leeuwen: “In Écart hebben we een nieuwe aandeelhouder geworden. Die investeert nu in de Login International Group met als speerpunt ons software onderdeel Login VSI, dat wereldwijd het gelijknamige tool verkoopt.”

Citrix en VMware
Login Virtual Session Indexer (Login VSI) is ontwikkeld door de VDI-experts van Login Consultants. Login VSI levert een benchmarking tool voor het meten van performance en schaalbaarheid van gecentraliseerde desktop omgevingen, zoals Virtual Desktop Infrastructure en Server Based Computing. Van Leeuwen: “Login VSI is bedacht door Jeroen van der Kamp, onze CTO. VDI werd onder andere door Citrix en VMware, al jaren als dé grote belofte gepresenteerd. We wilden een tool gaan maken die helpt bij een betere schaalbaarheid. Je moet namelijk een goede infrastructuur hebben als je de boel gaat virtualiseren. We hebben toen een load generatie tool ontwikkeld. We simuleren tot wel 100.000 gebruikers die bijvoorbeeld een website of Office openen en meten daarbij de response tijden. Met de tool kun je onder andere verschillende infrastructuren met elkaar vergelijken en benchmarken. Zo kun je bijvoorbeeld een objectieve keuze maken of je een Intel of AMD processor wil gebruiken. Je kunt daarnaast ook het effect van bijvoorbeeld antivirus software op een VDI-omgeving meten. Je kunt door middel van de testen, voorspellen hoeveel gebruikers comfortabel op je VDI-systeem kunnen werken. Zo kunnen klanten, op basis van objectieve data, de beste hardware configuratie samenstellen die optimaal de gevirtualiseerde desktops en applicaties ondersteunt. Login VSI is compatibel met VMware View, Citrix XenDesktop, Citrix XenApp, Microsoft Remote Desktop Services en alle andere VDI of SBC oplossingen.”

Microsoft, Citrix en VMware
Login VSI groeit volgens Van Leeuwen sterk en heeft vooral veel interesse van Amerikaanse IT-bedrijven die oplossingen leveren voor VDI-omgevingen, zoals Microsoft, Citrix en VMware. “We hebben al grote klanten zoals Dell, Cisco, Atlantis Computing en Nimble. “We gaan daarom ons kantoor verplaatsen naar Mountain View in Silicon Valley. Ik ga het kantoor leiden en verhuis daar binnenkort met mijn gezin naar toe. Ik ga me daar 100% focussen op de verdere uitbouw van het bedrijf Login VSI. Komende maanden ga ik lokaal mensen aannemen die veel kennis hebben van sales, marketing en support. In de loop van dit jaar willen we ook een kantoor aan de oostkust van de Verenigde Staten openen, waarschijnlijk in de regio van New York of Boston. Rob van Bavel heeft inmiddels de leiding overgenomen van Login Consultants in Nederland. De communicatie tussen de diverse bedrijven houden we goed via video-conferencing en elk kwartaal kom ik terug naar Nederland.”

Immidio
Van Leeuwen verwacht dat Login VSI goed gaat lopen net als andere tools die door Login Consultants werden uitgebracht, zoals Immidio, dat User Environment Management (EUM) op een simpele en intuïtieve manier mogelijk maakt. Immidio werd verkocht aan participatiemaatschappij Solid Ventures en twee investeerders. Immidio levert naast een profielmanagementoplossing ook een zelfbedieningsportal waarmee eindgebruikers hun eigen applicaties direct kunnen downloaden. Van Leeuwen: “We zijn bij Login goed in het ontwikkelen van tools voor consultants op het gebied van virtuele desktops. De laatste jaren hebben we verschillende tools ontwikkeld die deze consultants helpen om gecentraliseerde desktop projecten tot een succes te maken, onder andere voor McAfee, Microsoft en Red Hat omgevingen. De tools geven Login in Nederland, en internationaal, herkenning en erkenning."

Login Consultants bouwt en verkoopt zelf nog steeds Automation Machine for Hosted Desktops, wat deels wordt ontwikkeld in Litouwen, waar de basis code wordt geschreven. Van Leeuwen: "De afwerking van de software gebeurt daarna in Nederland. Login VSI is net als Immidio inmiddels een zelfstandig bedrijf, volledig los van Login Consultants. Klanten van Login VSI zijn onder meer Wal-Mart, CITI Bank, Rabobank, Morgan Stanley en Homeland Security. We verwachten dat de VDI markt groot zal worden, maar het is op dit moment nog een early adopter markt. Het zijn vooral grote bedrijven die met VDI gaan beginnen en in zo’n eerste fase wordt altijd behoedzaam gestart. Naast Proof of Concepts, om de nieuwe VDI technologie in de eigen omgeving te testen, is het benchmarken van verschillende infrastructuur opties, zoals servers en storage, hierbij erg belangrijk. Organisaties willen weten wat er gebeurt met de performance van de gebruikers omgevingen als je deze naar een VDI-omgeving over zet. End-user experience is cruciaal voor het slagen van deze nieuwe technologie“.

Door: Witold Kepinski


 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.eric_jan_van_leeuwen_png/165_165_80_1__eric_jan_van_leeuwen.pngLogin VSI optimaliseert performance virtuele desktopsFri, 07 Jun 2013 00:00:00 +0200
‘Sneller innoveren dankzij rationalisatie’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/223/___sneller_innoveren_dankzij_rationalisatie___.html

“Continu en duurzaam verbeteren, dat is mijn rode draad”, zegt Ronald van Wuijtswinkel. Hij heeft een lange staat van dienst in de IT, onder meer als CIO van XS4All. Op dit moment houdt hij zich bezig met complexe verandertrajecten, waarbij applicatie rationalisatie een belangrijk thema is. In het najaar zal hij een van de sprekers zijn bij een bijeenkomst van CIONet. Executive People sprak met hem over transformatie, eenvoud in besturing en transparantie.

De eerste ervaringen met strategische IT-projecten deed Ronald Wuijtswinkel op bij KPN. De CEO van KPN, Eelco Blok, erkende destijds de uitdaging waar zijn IT voor stond vanwege een vergaande versnippering. Overal in de organisatie waren verantwoordelijkheden ondergebracht, bijvoorbeeld voor applicaties, voor business aspecten, en het managen van contracten met leveranciers. Daarbij ging het vaak ook nog eens om meerdere contracten met bestaande leveranciers.

Ronald van Wuijtswinkel: “Dat moest worden gecentraliseerd, wat aansloot bij mijn eerdere activiteiten, namelijk continu verbeteren en transformeren.” Hij is vervolgens manager geworden van een service unit IT, waarin alle applicaties centraal beheerd werden, evenals alle contracten met uitbestedingpartijen.”Daarbij was het belangrijk om goed te luisteren naar de wensen van de interne business. Hiermee is een grote centralisatie van alle IT ingezet.”

Zo heeft hij eerste de IT van de vaste diensten aangepakt, later gevolgd door de mobiele tak. “Toen dat was afgerond kwam XS4ALL in beeld. Zij maakten een stevige groei door, maar hadden geen CIO om de IT-kant te begeleiden. Die rol heb ik toen ingevuld.” Ook daar is hij aan de slag gegaan met het consolideren en rationaliseren van IT, Projecten en Functiehuis.

Functiehuis

Bij XS4All bleek ook de HR-component een belangrijk aspect van een goed functionerende IT. “Als iemand uitgegroeid was in een bepaalde functie en doorstroomde wil je wel dat zijn kennis en kunde behouden blijft. Ook wilden we niet dat we afhankelijk waren van één bepaalde persoon voor specifieke technische vaardigheden. Als meerdere personen hetzelfde kunnen kun je elkaar gewoon vervangen. Anders houdt het werk op wanneer iemand bijvoorbeeld met vakantie gaat. Dat heb ik wel beschreven als het het consolideren en rationaliseren van functies.”

Projecten

Een andere belangrijke taak als CIO was het maken van keuzes in projecten. `Zoals bij iedere organisatie waren er heel veel plannen voor projecten. Maar welke projecten ga je uitvoeren? Op die projecten moet je portfolio management doen, dus: voer de juiste projecten uit en doe ze op de juiste manier. Daarvoor moet je ook projecten rationaliseren en consolideren. Want veel projecten komen overeen of hebben dezelfde baten.”

En de derde hoofdactiviteit tenslotte was het aanpakken van het applicatielandschap. “Dat is een taak die alle bedrijven met een erfenis herkennen, al was het bij XS4ALL niet zo erg als bij de meeste bedrijven omdat het nog niet zo lang bestond. De grootste uitdaging was het aanpassen van de IT aan de strategische keuze de zakelijke markt op te gaan, terwijl het bedrijf groot is geworden in de consumentenmarkt. Daar waren de systemen nog niet op ingericht, en de processen evenmin. Dat is deels aangepakt met het inzetten van een partner voor outsourcing.”

Applicatie rationalisatie

Hij vat samen: “Continu duurzaam verbeteren, dat is mijn rode draad. Alleen zijn sommige veranderingen lastiger dan andere.” De grootste uitdaging ziet hij voor CIO’s in applicatie rationalisatie. “Maar wanneer je echt een transformatie wil doorvoeren is het zaak eenvoud te creëren in het bedrijf, in de bedrijfsprocessen, en eenvoud in de besturing. Dat vraagt weer om transparantie. Het moet binnen een organisatie duidelijk zijn waar de verantwoordelijkheden liggen, wie wat uitvoert, hoe de samenwerking is georganiseerd. Dat is de basis voor verdere stappen.”

Bijvoorbeeld bij het rationaliseren van projecten. “Projecten zijn vaak nog niet begonnen als over de business case een keuze gemaakt moet worden. Daarvoor is een goede besturing nodig, met de juiste mensen en de juiste verantwoordelijkheden. Dan kun je er zinnig over nadenken. Want er moeten keuzes gemaakt worden, en dat kan pijn doen. Maar wanneer alles transparant en bespreekbaar is kun je slagen maken.”

Functierationalisatie heeft weer zijn eigen uitdagingen. “Dat is een reorganisatie, en daar schrikken bedrijven van. Daar speelt de ondernemingsraad ook een rol. Want je gaat het bestaande bouwwerk veranderen. Mensen moeten begeleid worden van de huidige naar een nieuwe functie. En dat geeft onrust. Vaak wordt dit gedaan als er toch gereorganiseerd moet worden.”

Maar voor applicatie rationalisatie, ook een belangrijke activiteit, bestaat geen natuurlijk moment. “Applicaties al dan niet uitzetten hoort niet bij het primaire bedrijfsproces, waar regelmatig over wordt gesproken. Dus moet je iets nieuws optuigen: application life cycle management . Maar dat is zo technisch dat het vaak niet door de business wordt begrepen of geadopteerd. En dan moet je als CIO stevig in je schoenen staan. Bijvoorbeeld om aan te tonen dat een applicatie over een jaar niet meer ondersteund wordt, dus moet worden uitgezet en vervangen door een andere. Dat kost veel geld, terwijl je er niets extra voor terug krijgt.”

 “Vergelijk het met onderhoud aan je huis, dat kun je een keer in de twee jaar of een keer in de vijf jaar doen. Maar als je er te lang mee wacht moet je eigenlijk het hele huis opnieuw renoveren. Dat kost nog meer tijd en geld, maar het voegt niets toe aan de waarde van het huis.”

Dat heeft hij in praktijk aangepakt door alle betrokkenen bij bepaalde applicaties samen te brengen, van beheer en ontwikkeling tot architecten en projectmanagers. Daarmee zijn we heel gericht gaan kijken naar de functionaliteiten die nodig zijn. Soms zie je dan dat er tien systemen zijn waar je ook toe kan met twee. Op basis van een roadmap ga je dan langzaam maar zeker dat pad af. Daarmee breek je de complexiteit af, alsmede de onwetendheid van de business die er uiteindelijk voor moet betalen. Zij weten dan dat ze, als de rationalisatie eenmaal achter de rug is, veel sneller kunnen innoveren.”

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.ronald_van_wuijtswinkel_lr_jpg/165_165_80_1__ronald_van_wuijtswinkel_lr.jpg‘Sneller innoveren dankzij rationalisatie’Sat, 01 Jun 2013 00:00:00 +0200
Het nieuwe geluid van Fujitsuhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/221/het_nieuwe_geluid_van_fujitsu.html
Fujitsu Technology Solutions Nederland heeft het afgelopen jaar de relatie met zijn channel business partners versterkt met het Fujitsu Select Partner Programma. Volgens Raimond van het Reve, channel manager Fujitsu Nederland, kunnen de Fujitsu Select Partners goede zaken doen met de verkoop van pc's, notebooks, tablets, servers, storage, virtuele datacenter oplossingen, managed services en Infrastructure-as-a-Service (IaaS). Een nieuwe channel partner recruitment campagne resulteerde het afgelopen jaar in het binnenhalen van 400 nieuwe Fujitsu resellers.

Raimond van het Reve is ruim een jaar werkzaam als channel manager bij Fujitsu Nederland. Sinds zijn aantreden heeft Fujitsu een nauwere relatie met zijn partners opgebouwd. “We hebben goede contacten met grote value partners zoals Scholten Awater, SCC en  SJ-Solutions. Anderzijds hebben we een groot aantal channel partners die aan veel mkb klanten onze producten doorverkopen. Deze channel partners staan centraal in Fujitsu’s go-to-market strategie, want negentig procent van de business gaat indirect. Dat is ‘het nieuwe geluid van Fujitsu’.  Deze aanpak is succesvol, want in het tijdperk van sociale media staan samenwerking, nauwe relaties en face to face contact centraal.”

Volume

Fujitsu partners zijn verdeeld in Select Partner, Select Expert Partner en Select Circle Partner. “Fujitsu partners kunnen met verschillende producten en oplossingen marge maken”, aldus Van het Reve. “Partners kunnen goede zaken doen met de Fujitsu workplace systems (WPS). Partners verkopen hierbij verschillende vaste en mobiele producten, zoals de Fujitsu LIFEBOOK E line in combinatie met Windows 8, de ESPRIMO X-line Windows 8 desktops en STYLISTIC Windows 8 PRO, maar ook de M32 die draait op het Android besturingssysteem. De Workplace Systems Expert Certification stelt channel partners in staat om vaste en mobiele werkplekken te virtualiseren.”

Value

Op het gebied van infrastructuur biedt Fujitsu PRIMERGY servers, zoals de CX420 cluster server. Verder biedt Fujitsu ETERNUS DX storage, virtualisatie en datacenter oplossingen. Een nieuw product dat aan het portfolio zijn toegevoegd is  Fujitsu PalmSecure, een technologie voor verificatie. Deze technologie maakt gebruik van de unieke aderpatronen in de individuele handpalm om identiteitsfraude te voorkomen. Verder biedt Fujitsu Eco Track. Dit is een compliance oplossing voor bedrijven en overheden die inspeelt op EU-richtlijnen. Het Europees Parlement ging vorig jaar akkoord met een nieuw energie-efficiëntie mandaat om de inspanningen op het gebied van energiebesparing te intensiveren. Op korte termijn verplicht de EU energie-efficiëntie richtlijn Europese bedrijven, met meer dan 250 medewerkers of 50 miljoen euro jaarlijkse omzet, om energie-audits uit te voeren. Fujitsu Eco Track biedt organisaties een gemakkelijk en rendabel beheer van hun energie-audits. De cloud-gebaseerde software is beschikbaar in vijf edities als easy-to-use Software as a Service.

Value4You

De Fujitsu Channel partners worden ondersteund met hulpmiddelen, beloningsstructuren,  telemarketing en een leadgeneratie team. Zo krijgen partners ondersteuning van het Fujitsu4you verkoopteam dat in Barcelona is gevestigd. Van het Reve: “Dankzij de uitgebreide ondersteuning kunnen onze partners een goede marge maken, onder andere met het Value4You portfolio dat bij distributeurs Ingram Micro, ETC en Copaco verkrijgbaar is. Het Value4You portfolio van Fujitsu omvat een breed scala aan hoogwaardige producten, zoals pc’s, notebooks, servers en storage die distributeurs op voorraad hebben. We bieden channel partners extra funding en sales ondersteuning, zoals met het Sales Development Fund (SDF). Ze krijgen verder uitgebreide ondersteuning via de Channel Partner Portal (CPP) en Select Certification Center (SCC). We moedigen partners, zoals resellers en ISV’s,  aan verticale oplossingen te ontwikkelen op basis van Fujitsu technologie.

vShape

Fujitsu werkt met een aantal alliantiepartners die samen oplossingen bieden voor datacenters en serverruimtes. Dat zijn onder andere Microsoft, VMware, Citrix, NetApp, Brocade en CommVault. Van het Reve: “Recentelijk heeft Fujitsu de nieuwe vShape solution aangekondigd. vShape is een flexibele en schaalbare oplossing die alle aspecten van een virtuele omgeving samenbrengt, op basis van technologie van Fujitsu, NetApp, VMware en Brocade. vShape biedt een oplossing voor een aantal problemen waarmee steeds meer (MBK-)bedrijven te maken hebben: de sterke groei van data, de kosten van onderhoud en beheer van datacenters en de toenemende complexiteit van datacenters. IT-managers hebben namelijk steeds minder tijd om alle merken te managen. Door een oplossing te bieden waarin vier merken zijn geïntegreerd, heeft de klant nog maar te maken met één dienstverlener en daarmee ook met één aanspreekpunt. vShape biedt een alles-in-één oplossing die werkend wordt geleverd en snel inzetbaar is. De oplossing omvat de relevante hard- en softwareproducten, installatie en integratie van het platform en het onderhoud voor drie jaar. Met vShape biedt Fujitsu oplossingen voor het MKB voor complexe uitdagingen, zoals prestaties, beschikbaarheid, veiligheid, flexibiliteit en efficiëntie. Doordat het om een gestandaardiseerd product gaat, is de prijs laag gehouden. Door inzet van deze oplossing zijn de realisatiekosten beduidend lager en is de implementatietijd aanzienlijk korter. vShape bestaat in drie varianten: de vShape25, vShape50 en vShape100 en is hiermee geschikt voor de gehele breedte van het MKB.”

CommVault, Microsoft en NetApp

Fujitsu wil met meer value resellers de hoogwaardige storage producten van NetApp verkopen. Van der Reve: “Deze alliantie loopt goed. We werken samen met channel partners zoals SCC, Plusine, Scholten Awater en SJ-Solutions. Fujitsu Nederland wil  tien tot twaalf partners hebben die Netapp storage bundels verkopen.” Fujitsu werkt verder nauw samen met Microsoft bij de verkoop van Windows 8 pc’s en tablets, aldus de channel manager van Fujitsu. “Hierin worden resellers breed ondersteund. Zo hebben Fujitsu en Central Point in november en december 2012 lead generatie campagnes rond Windows 8 pc’s gedaan, door middel van reclame in voetbalstadions en langs de snelwegen A4 en A13 met LED reclamezuilen.” Fujitsu en back-upspecialist CommVault breiden hun samenwerking uit, vervolgt Van het Reve. “De twee bedrijven integreren de hardware snapshot- en replicatiesoftware van CommVault in de Fujitsu Eternus DX storage-arrays die voorzien zijn van CommVault Simpana 9 back-upsoftware. Van het Reve: “Deze geïntegreerde oplossing biedt datamanagementmogelijkheden voor bedrijven van elke omvang. Zij beschermen met deze oplossing hun meest virtuele en fysieke omgevingen.”


Fujitsu neemt partners mee naar Augsburg, München, Valencia en Zandvoort

De Fujitsu partners worden verder gedurende het hele jaar enthousiast gehouden door middel van nationale en internationale evenementen. “We doen veel  evenementen en partnerbijeenkomsten, onder andere met bezoeken aan het Europese hoofdkantoor in München  en onze fabriek in het Duitse Augsburg en het Fujitsu Forum in München. In 2012 hebben we voor onze partners een IT Future event in Zandvoort georganiseerd met gastspreker Wubbo Ockels. Met 25 partners van distributeur Copaco zijn we naar een F1 race in Valencia geweest. “

Door: Witold Kepinski 


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.raymond_van_het_reve_png/165_165_80_1__raymond_van_het_reve.pngHet nieuwe geluid van FujitsuFri, 31 May 2013 00:00:00 +0200
‘Dienstverlening overheid met Mobile Service Delivery’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/214/___dienstverlening_overheid_met_mobile_service_delivery___.html
De Nederlandse overheid regelt steeds meer dienstverlening aan burgers digitaal. Maar voor het verkrijgen van officiële documenten als paspoorten moeten burgers toch fysiek naar het gemeentehuis. Maar ook dat behoort binnenkort tot het verleden, als de unieke proef met thuisbezorging van deze documenten slaagt. AMP Logistics is, met assistentie van ETTU, betrokken bij deze proef.

AMP Logistics is gespecialiseerd in e-commerce orderverwerking en distributieprocessen. Steeds meer bedrijven en particulieren kopen diensten en producten online. AMP Logistics richt zich bij haar dienstverlening op bedrijven die online waardevolle of complexe producten en diensten verkopen, zoals de aanschaf van een mobiele telefoon met abonnement. Dit brengt vaak specifieke juridische eisen met zich mee. Voor bedrijven zoals T-mobile, ABN Amro, The Phone House en de Bijenkorf verzorgt AMP Logistics dan ook de bezorging en afhandeling.

Sinds begin 2013 loopt er ook een proef om reisdocumenten (paspoort en identiteitskaart) thuis te bezorgen voor een aantal gemeenten. Voor de afhandeling van al deze (online) orders is vaak de controle van persoonlijke informatie noodzakelijk, bijvoorbeeld de identiteit of creditcheck van de geadresseerde. Voorheen werd deze informatie vooraf opgevraagd en gecontroleerd om te bepalen of het product uitgeleverd mocht worden. Indien er bij de aflevering geconstateerd werd dat er een afwijking was in de gegevens, mocht de bezorger het contract niet afhandelen en ging de zending retour.

Dit zorgde enerzijds voor ontevredenheid bij de consument en tot verlies van conversie. Anderzijds zorgde dit voor hoge kosten voor het opnieuw verwerken en bestellen van het product voor het bedrijf. AMP Logistics zocht daarom naar een oplossing om direct bij de consument aan de deur informatie aan te passen, automatisch te controleren en digitaal te laten ondertekenen. Hiervoor heeft AMP Logistics de expertise van ETTU ingeschakeld om een oplossing voor Mobile Service Delivery in.Net technologie te ontwikkelen.

Exacte levertijd

Met de Mobile Service Delivery oplossing biedt AMP Logistics haar opdrachtgevers een totaaloplossing voor de verwerking en aflevering van orders. Zodra de consument een bestelling heeft geplaatst bij de leverancier, kan de klant zelf online een afspraak inplannen voor de aflevering van het product.

Dit kan ingepland worden op het tijdstip dat de klant het uitkomt, dus ook ’s avonds en op zaterdag. Dit geldt ook voor het afleveren van paspoorten en identiteitskaarten bij de burger thuis. Zodra de afspraak is ingepland, ontvangt de klant een bevestiging per email. In het magazijn van AMP Logistics worden de producten klaargelegd voor de bezorger.

Vanuit het planningssysteem ontvangt de consument een SMS bericht met de exacte levertijd. Op het moment van aflevering heeft de bezorger een speciaal voor AMP Logistics ontwikkelde smartcase bij zich. De Mobile Service Delivery oplossing op de tablet PC geeft de bezorger stap voor stap aan wat de uit te voeren werkzaamheden zijn. De contracten worden op het scherm getoond en daarna rechtsgeldig ondertekend. Met de

aangesloten ID reader controleert de bezorger het identiteitsbewijs van de klant op echtheid en geldigheid. Eventuele onjuistheden in het contract kunnen direct worden aangepast. Dan wordt met een automatische credit check direct geverifieerd of het product uitgeleverd mag worden.

Door middel van een digitale handtekening wordt het contract ondertekend. Unieke eigenschappen van een handtekening, zoals de druk die wordt uitgeoefend en de hellingshoek, worden opgeslagen om de kans op fraude te minimaliseren. Uiteindelijk ontvangt de opdrachtgever van AMP Logistics het complete dossier, inclusief rechtsgeldige handtekening, contract en kopie van identiteitsbewijs.

Vertrouwen

De consument heeft door middel van Mobile Service Delivery sneller zijn of haar bestelling binnen. De consument kan zelf de bezorgdatum en tijdstip inplannen en krijgt de avond voor de aflevering te zien welke bezorger de bestelling komt afleveren. Dit verhoogt dan ook het vertrouwen en gevoel van veiligheid voor de consument.

Eventuele fouten in contracten kunnen dankzij Mobile Service Delivery nu ter plaatse worden aangepast, zodat de klant niet opnieuw een afspraak hoeft in te plannen. Hiermee verhoogt AMP Logistics de klanttevredenheid en voorkomt het irritaties doordat contracten direct afgehandeld kunnen worden. Zendingen worden nu nog maar nauwelijks retour genomen. Dit voorkomt extra kosten voor het opnieuw bezorgen of de kans dat de consument de bestelling annuleert.

Daarnaast zorgen de automatische creditcheck en de uitgebreide echtheidscontrole van het identiteitsbewijs ervoor dat de kans op fraude geminimaliseerd is. Voor de aflevering van reisdocumenten hoeft de burger alleen nog maar voor de aanvraag naar het gemeentehuis toe. AMP bezorgt op afspraak klantvriendelijk en veilig het document thuis, ook op zaterdag of in de avond.

Koos Verhave, Commercieel Directeur van AMP Logistics: “Voorheen was het voor AMP Logistics niet mogelijk om bij klanten aan de deur contractgegevens aan te passen of een creditcheck uit te voeren. Stond er een fout in het contract, dan kon het product vaak niet afgeleverd worden en moest er een nieuwe afspraak gemaakt worden. Erg vervelend natuurlijk, want de klant zat tenslotte te wachten op het product.”

“Dankzij Mobile Service Delivery zijn wij in staat om direct contracten af te handelen en eventuele onjuistheden te verifiëren. Hiermee waarborgen wij een foutloze, veilige en razendsnelle aflevering van producten. En dat op het tijdstip dat de consument uitkomt.”

     

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.koos_verhave_jpg/165_165_80_1__koos_verhave.jpg‘Dienstverlening overheid met Mobile Service Delivery’Sat, 25 May 2013 00:00:00 +0200
Microsoft Windows Azure cloudplatform in trekhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/212/microsoft_windows_azure_cloudplatform_in_trek.html
Steeds meer Nederlandse business partners maken en leveren publieke cloud diensten op basis van Windows Azure. Volgens Erik Jan van Vuuren, Marketing Manager Windows Azure bij Microsoft Nederland, biedt Windows Azure zowel partners als hun klanten een stabiel platform om verschillende publieke cloud diensten uit te rollen. Van Vuuren wil daarom meer systeem integratoren, service providers en IT-leveranciers aanspreken om aan de slag te gaan met Windows Azure, zodat ze hun diensten en software in de cloud kunnen aanbieden. Dat kunnen ook partners zijn die veel met OpenSource frameworks zoals PHP, Java, Hadoop en Linux werken, aldus Van Vuuren. Op Windows Azure kunnen verschillende cloud diensten worden uitgerold die eenvoudig geïntegreerd worden met Cloud diensten, zoals Office 365 aldus Bas Agbeko, Small and Medium Business Lead bij Microsoft.

Microsoft maakt zijn partners tijdens de Worldwide Partner Conference 2013 (WPC13), dat begin juli 2013 plaatsvindt in Houston, warm voor vier groeimarkten. Dat zijn cloud services, mobile, big data en social. Van Vuuren en Agbeko maken de partners specifiek enthousiast voor ‘cloud deployment’, zoals een hybride cloudplatform met Windows Azure Infrastructure Services, High Performance Websites op Windows Azure en de online productiviteitoplossing Office 365.

Open en closed software
Volgens Erik Jan van Vuuren, die de afgelopen 15 jaar bij diverse bedrijven werkte die zowel open en closed software cloud diensten leverden, is Windows Azure een hybride cloudoplossing waarop channel partners diverse diensten kunnen ontwikkelen en efficiënt kunnen leveren. “Dat is mogelijk door het groeiend gebruik van mobiele apparatuur, data en cloudomgevingen in verschillende verticale markten, zoals media, manufacturing, utilities en retail. In die markten willen bedrijven sneller applicaties en diensten uitrollen. Dat kan met Windows Azure.”

Microsoft Azure cloud services zijn nu goed voor meer dan 1 miljard dollar omzet, zo meldt onderzoeksbureau Forrester Research. Twintig procent van de bedrijven die aan cloud computing doen gebruikt Windows Azure. Overeen jaar is dat 35 procent.  Windows Azure stelt channel partners in staat om snel toepassingen te bouwen, te distribueren en te beheren via een mondiaal hosting netwerk vanuit door Microsoft beheerde datacenters, aldus Van Vuuren. “Hierdoor kunnen channel partners met Windows Azure een private, public en hybrid cloud aanbieden. Bedrijven kunnen dan zelf bepalen wat ze on-premise blijven doen en wat naar de cloud gaat. Als ze hun data liever volledig onder controle houden kiezen ze voor een private cloud. Voor het gebruik van veel big data en webapplicaties met een hoge performance is een public cloud zeer geschikt. Je kan snel services aanzetten en integreren.”

Kosten
Gebruikers betalen maandelijks voor het gebruik van Windows Azure. Dat gaat via het Windows Azure cloud services pricing programma. Hoe meer de gebruiker wil afnemen aan rekenkracht of bijvoorbeeld back-up, hoe meer korting die krijgt. De gebruiker betaalt op basis van werkelijk gebruik per opslagen GigaByte, Compute uur of dataverkeer per GigaByte. Door vooraf te committeren aan resourcegebruik krijg je kortingen op Azure resources. Gebruikers die 350 tot 11.000 euro per maand betalen voor Windows Azure gebruik krijgen 20 procent of meer aan korting. Naarmate het bedrag stijgt wordt er meer korting gegeven.

System Center
Windows Azure, dat kan worden beheerd met Windows System Center, is sinds de introductie de laatste jaren uitgerold met tal van nieuwe tools en functies, aldus Van Vuuren. “Bijvoorbeeld met de cloud storage technologie van het overgenomen StorSimple. Of met de beheersoftware van het overgenomen Metricshub voor het monitoring en automatisering van cloud performance management. Hierdoor kunnen cloud diensten effectiever en goedkoper worden beheerd. Applicaties kunnen snel worden gekoppeld met de Windows Azure AppFabric. Met de SQL Data Sync kunnen organisaties on-premise en cloud databases synchroniseren. Met Windows Azure Connect wordt gezorgd voor een veilige VPN-verbinding naar virtuele machines. Windows Azure biedt met Virtual Network de mogelijkheden om een on-premises datacenter network via een IPSec verbinding te koppelen en integraal uit te breiden met Windows Azure datacenter capaciteit. Verder is er single sign-on mogelijk met Federated identities en federated authentication op basis van Windows Azure Active Directory.”

Linux
Windows Azure is geschikt voor andere merken en typen software, aldus Van Vuuren: “Zo kan op een Azure platform data backup plaatsvinden met Microsoft’s Data Protection Manager (DPM) of met third party software zoals de CommVault Simpana data protection suite of met EVault backupoplossingen.

Windows Azure biedt ook Linux distributies, zoals Suse Linux Enterprise Server 11 SP2, OpenSuse 12.1, Ubuntu 12.04 en CentOS 6.2 en vanuit VM Depot ook andere vrij beschikbare geconfigureerde Linux server images inclusief frameworks zoals Drupal of Wordpress. Partner ClearDB draagt binnen Windows Azure zorg voor MySQL Services, waarmee gebruikers zonder zelf MySQL beheer uit te voeren apps kunnen bouwen op MySQL databases.

“ISV’s die veel big data produceren of willen analyseren kunnen bijvoorbeeld SQL Server 2012 combineren met Hadoop for Windows Azure (HDInsight). Big Data analyses die on demand uitgevoerd worden met HDInsight op Windows Azure kunnen via een ODBC Hive koppeling direct in Excel of in SQL Server worden gebruikt voor verdere informatie analyses”, aldus Van Vuuren

Office 365
Volgens Bas Agbeko is loopt Nederland voorop met de adoptie van Windows gebaseerde cloudoplossingen zoals Windows Azure, Office 365 en CRM Online. “Dat komt doordat er steeds meer Microsoft partners de cloud software verkopen. Ik denk dat het ook met het ondernemers klimaat te maken heeft. Nederland loopt binnen Europa standaard voorop als het gaat om technologie adoptie. En dat zie je met Azure opnieuw gebeuren.Hierbij helpt Microsoft zijn partners oplossingen te verkopen door ze te specialiseren als Cloud Essentials partners. “Zo kunnen deze partners Office 365 en Windows Azure als cloud oplossing aanbieden. Bijvoorbeeld met de tool 365 Command, een Office 365 management tool voor managed service providers (msp’s) en value added resellers (var’s). De zakelijke versie van Office365 is beschikbaar. Partners mogen sinds maart zelf de facturen en prijzen doen via het Office 365 Open programma.”

VX Company en RES Software
 
In Nederland maken inmiddels tal van verschillende bedrijven via channel partners gebruik van Windows Azure, aldus Van Vuuren. Speciaal voor partners die diensten bieden of gaan bieden zijn er programma’s die partners helpen diensten op te bouwen en te kunnen verkopen op basis van Windows Azure. “Een voorbeeld is één van de Windows Azure Circle partners VX Company. Samen met Hotel Concepts heeft system integrator VX Company een Azure Cloud applicatie ontwikkeld genaamd iTesso. Het gaat om een nieuw ERP-systeem speciaal voor de hotelbranche. Met het Nederlandse RES Software heeft VX Company de RES Baseline Desktop Analyzer ontwikkeld. Een applicatie die organisaties de mogelijkheid biedt snel overzicht te krijgen over het bestaande hardware landschap.“

Macaw en ICT Automatisering
IT-dienstverlener Macaw heeft zijn eigen website gemigreerd naar het Windows Azure-platform, waardoor het eenvoudiger capaciteit kan verhogen en redundantie kan toevoegen. Windows Azure biedt verder services zoals Caching, Access Control voor Facebook, Twitter en Windows Live login en SQL Server. ICT Automatisering (ICT) heeft Windows Azure Groep kennisclusters in Groningen en Barendrecht. Zo maakt PostNL, een klant van ICT Automatisering, gebruik van Windows Azure als een PaaS-dienst voor de ontwikkeling van zijn klantportalen en webcampagnes die werken op een public cloud. In dergelijke gevallen wordt transactiedata vaak bewaard in een on-premise ERP-omgeving.

Wortell
Het onderwijs gebruikt ook Azure, zegt Van Vuuren. “De Faculteit Economie en Management (FEM) van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) zet een interactieve, cloud-gebaseerde leeromgeving in op basis van Windows Azure en Silverlight. De leeromgeving bestaat uit twee platforms: Talent en Talent Web-lectures. De omgeving is ontwikkeld door Microsoft-specialist en Azure Circle partner Wortell.”

3FM Serious Request
Windows Azure wordt vaker in de Nederlands media gebruikt, zo besluit Van Vuuren. “IT-dienstverlener Winvision heeft voor 3FM Serious Request 2011 en 2012 de online betaalmodule voor verzoekplaten en donaties gerealiseerd die gebaseerd is op Windows Azure. LBi Mobile (een samenwerkingsverband tussen Triple-IT en LBi) leverde afgelopen jaar aan TV-productiebedrijf Talpa een Windows Azure backend voor onder andere 'The Voice Kids' show.”

Door: Witold Kepinski

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.erik_jan_van_vuuren_png/165_165_80_1__erik_jan_van_vuuren.pngMicrosoft Windows Azure cloudplatform in trekSat, 25 May 2013 00:00:00 +0200
Data vormt de levensader van organisatieshttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/209/data_vormt_de_levensader_van_organisaties.htmlDe vragen waar Tectrade mee te maken heeft hebben steeds vaker een businessachtergrond, naast de traditionele technische aspecten. CIO’s zijn in een snel veranderende marktomgeving steeds vaker verantwoordelijk voor strategische zaken als risicomanagement en compliance. Dat heeft weer gevolgen voor de koers van Tectrade. Interview met Alex Fagioli, CEO van Tectrade UK en Ronald van Heek, CCO van Tectrade in Nederland.

"De vragen waar onze klanten mee zitten hebben voor een belangrijk deel te maken met Big Data,” aldus Fagioli. "Zij worstelen met enorme hoeveelheden data in hun organisatie, meer dan voorheen. Vooral bij middelgrote bedrijven ontbreekt op dat vak de nodige ervaring, wat hen voor grote uitdagingen stelt. Tegelijkertijd is die data van cruciaal belang voor de bedrijfsvoering, wat betekent dat er een risico ontstaat waar ze een antwoord op moeten zien te vinden. De vraag is hoe CIO´s dat gaan aanpakken."

Zijn collega Ronald van Heek, CCO van Tectrade in Nederland, vult aan: "Door de razendsnelle ontwikkelingen in de IT zijn vrijwel alle maatregelen die organisaties de afgelopen vijf jaar hebben genomen irrelevant geworden. Tegelijkertijd zijn back up en databescherming geen glamoureuze activiteiten, het moet nu eenmaal en het kost geld. Maar het levert geen winst of omzet op. Dat vraagt om afgewogen investeringen. Niet doen is echter geen optie, omdat data de levensader aan het worden is voor de meeste bedrijven. Ze zoeken dus naar manieren om deze factoren gecombineerd en gestructureerd aan te pakken." "Daar zijn de juiste vaardigheden voor nodig. Maar de IT wil zich vooral richten op zaken die direct waarde hebben voor de business, ze willen hun energie steken in toegevoegde waarde voor de organisatie. Bijvoorbeeld data analyseren, en het verbeteren van de dienstverlening aan interne en externe klanten. Bedrijven investeren dus liever in de front office dan in de back office. IT organisaties willen de dienstverlening verbeteren en tegelijkertijd de kosten zoveel mogelijk reduceren." 

Bedrijfskritische data 
Fagioli: "En dat is waar wij een rol bij spelen. Tectrade kijkt heel specifiek naar de levensader van organisties, die gevormd wordt door bedrijfskritische data. Wij hebben de kennis en ervaring om die vraagstukken op te pakken, onder meer met onze Helix Protect-diensten. Hierin hebben we onze managed back up-oplossingen samengebracht. Op die manier communiceren we onder één merknaam helder dat we Big Data management-oplossingen bieden. Wij beschermen de enen en de nullen van onze klanten."

"Helix symboliseert natuurlijk DNA, en data vormt het DNA van een organisatie”, aldus Van Heek. “Wij beschermen dat DNA. Ik denk dat dit een goede metafoor is voor de activiteiten van Tectrade. We streven hiermee naar customer excellence, waarbij wij de verantwoordelijkheid nemen voor de enorme hoeveelheden bedrijfskritische data waar onze klanten mee worstelen, maar die wel behoren tot de kern van een onderneming. Je kunt niet doen wat wij doen zonder commitment en ervaring. Overigens werkt die analogie met DNA naar twee kanten, want het geeft tegelijkertijd aan dat databescherming ook onderdeel uitmaakt van het DNA van Tectrade. Dat leidt tot de nodige synergie." 

"Voor de CIO betekent dit alles dat we een oplossing hebben op het gebeid van risicomanagement en compliancy. Dat zijn zaken waar de CIO verantwoordelijk voor is bij de business, van de CIO wordt gevraagd garanties te geven over het opslaan en behoud van die cruciale data. Een CIO heeft weliswaar de beschikking over een volledige IT-afdeling, maar slechts een beperkt deel daarvan zal zich bezighouden met databescherming. En zal dat ook nog maar eens part time doen. Hun ervaring op dat gebied is dus per definitie beperkt. Dit betekent weer dat het risico blijft bestaan. Een goede oplossing is dus om dat deel van de werkzaamheden uit te besteden aan een gespecialiseerd bedrijf als Tectrade." 

Strategie 
Fagioli: "Dat past in de strategie die veel CIO’s momenteel volgen, door te kiezen voor multi-sourcing. Dat is iets anders dan volledige outsourcing. Ze gaan op zoek naar specialisten voor specifieke gebieden, bijvoorbeeld een leverancier die zorgt voor het managen van voice, een leverancier die zorgt voor het managen van het datacenter en een leverancier die zorgt voor het beschermen van de data. Ze verwachten van die leveranciers dat ze dit doen op de meest efficiënte manier."

“De ervaring van onze klanten is dat onze bescherming uitkomt op bijna honderd procent”, zegt Van Heek. “In de SLA zijn alle zaken met betrekking tot risicomanagement en compliancy afgedekt. Met Helix Protect kunnen onze klanten vervolgens weer aan de auditors laten zien dat ze volledig compliant zijn. Tegelijkertijd nemen wij de technische complexiteit van databescherming uit handen. Want het is een samenspel van mensen, software en hardware in een enterprise dataprotection en recovery dienst. Wij leveren de dienst op basis van een vaste service catalogus en strikte SLA’s. Klanten hoeven zich niet druk te maken om wat er onder de motorkap gebeurt. Het belangrijkste is dat het DNA van hun business volledig beschermd is middels Helix Protect. De omgeving werkt, en blijft werken dankzij Helix Protect. We geven op dat gebied harde garanties, die zo ver gaan dat we geld teruggeven als we niet zouden doen wat we beloofd hebben."

Fagioli: “Helix Protect is nu de basis waar we onze managed services op hebben gebouwd, om de kritische data van de klanten mee te beschermen. De volgende stap voor ons zal nu zijn om onze operaties internationaal verder uit te bouwen, onder meer in de Verenigde Staten en Australië. Met de opening van de Australische vestiging eerder dit jaar, zijn we nu in staat wereldwijd en 24 uur per dag de data van onze klanten te beschermen op basis van ons Follow the Sun principe.” 

“Met onze Helix Compute, Helix Store en Helix Archivediensten die beschikbaar komen kunnen we data tijdens hun hele levenscyclus beschermen: van creatie tot initiële opslag, inclusief protectie en archivering. We hebben met onze Helix Protect-diensten al bij meer dan 130 klanten wereldwijd een uitstekende track record opgebouwd. Stuk voor stuk bedrijven en organisaties die ons hun bedrijfskritische data toevertrouwen. Inmiddels beschermen we meer dan 15.000 servers en 15 Petabyte aan data. Daar hebben we vele jaren hard voor gewerkt."

Groei 
Van Heek: "IBM is voor ons een strategische partner, we werken al 21 jaar samen. De strategie en roadmap van IBM heeft ze een enorm sterke positie bezorgd. Wanneer je services wilt bieden op het niveau dat wij dat willen, heeft IBM daar het juiste software portfolio voor, en dat niet alleen, het is best in breed. Wij zijn dus in staat met de technologie van IBM diensten te ontwikkelen die toegevoegde waarde hebben voor onze klanten. Bij onze managed services is de ondersteuning altijd gegarandeerd. Wij zien dat zeker drie jaar van onze roadmap en groei al ondersteund wordt door de ontwikkelingen bij IBM." 

Fagioli: "Als bedrijf zijn we voortdurend op zoek naar groei. Op basis van ons huidige aanbod is onze ambitie om dè partner te worden op het gebied van data en storage management services. Deze groei gebruiken we weer om te investeren in het ontwikkelen van nieuwe diensten. We zien dat er veel belangstelling is voor Helix Protect, tot aan Zuid-Amerika toe. We zitten daarmee duidelijk in een transitie van technisch gedreven naar business gedreven. Het managen van risico en het garanderen van compliance zijn zoals gezegd zaken die steeds meer van ons worden gevraagd. Dat is duidelijk anders dan de situatie waar we een paar jaar geleden in verkeerden." 

"Het gaat nu om het creëren van kansen voor klanten om te groeien. Daarbij helpt het dat onze mensen zoveel ervaring hebben. De meeste mensen werken meer dan negen jaar bij Tectrade, en dat is voor deze branche uitzonderlijk. Die commitment is voor ons cruciaal om het verschil te maken. We investeren niet alleen in de technologie, maar vooral in de mensen. En dat waarderen onze klanten."

Uit: Executive-People Magazine, special IBM Pulse 2013

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.tectrade_directie_png/165_165_80_1__tectrade_directie.pngData vormt de levensader van organisatiesSun, 19 May 2013 00:00:00 +0200
'Het is voor CIO's bijna onmogelijk om waardering te krijgen'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/207/_het_is_voor_cio_s_bijna_onmogelijk_om_waardering_te_krijgen_.html
Een carrièrestap, zo noemt CEO Frank Slootman het gebruik van ServiceNow door CIO’s. Tijdens Knowledge13 passeerde deze week in Las Vegas een lange reeks praktijkvoorbeelden de revue, die lieten zien hoe CIO’s van grote bedrijven hun IT efficiënter hebben ingericht. Het succes van ServiceNow legt echter wel druk op de organisatie, want de hypergroei stelt eisen die in de huidige markt ongekend zijn. Executive People sprak hierover met Frank Slootman.

Frank Slootman, CEO van ServiceNow, kijkt tevreden terug op Knowledge13. “Het evenement was geweldig, alle dimensies van het bedrijf komen een paar dagen per jaar samen, met onze partners en klanten, investeerders, pers en analisten. Dat zorgt voor veel energie en enthousiasme, iedereen leert van elkaar. Het bijzondere eraan is ook dat deze bijeenkomst ongebruikelijk groot is voor een bedrijf van onze omvang.”

De kern van ServiceNow beschrijft hij als het innoveren van service relationships. “De verbanden in service zijn snel aan het veranderen. Jarenlang is de manier waarop intern de dienstverlening plaatsvond hetzelfde gebleven. Mensen gebruikten vroeger vooral de telefoon, of vroegen iets persoonlijk. Maar in toenemende mate verloopt service online. Tegelijkertijd wordt service steeds innovatiever, en levert het meer waarde dan ooit tevoren. Processen verlopen in toenemende mate volledig geautomatiseerd, wat zorgt voor een enorme versnelling van het service proces.”

Zijn boodschap aan IT-organisaties is dan ook: dàt is jullie werk. “Jullie zijn de deskundigen in het informeren van de business over de mogelijkheden van IT. Maak serviceprocessen beter, innovatiever, en zorg dat ze meer waarde toevoegen.”

Drijvende kracht

Dat deze boodschap een gevoelige snaar raakt blijkt uit de snelle groei die ServiceNow doormaakt. . “Die groei is verklaarbaar uit de waarde die we voor onze klanten leveren. Het is enterprise software met een consumenten-uitstraling. De afgelopen tien jaar zijn de ervaringen en verwachtingen van consumenten een belangrijke drijvende kracht geweest, zoals het voorbeeld van Apple laat zien.”

“Daarmee is een grote stap genomen vergeleken met de Sovjet-achtige software uit de jaren negentig, die uitermate complex, inflexibel, en onaantrekkelijk is voor gebruikers. Wat wij naar de enterprise hebben gebracht is een zeer intuïtieve, flexibele manier van werken. Dat is een enorm contrast met wat de mensen gewend zijn. We merken dat dit zeer goed wordt ontvangen in de markt.”

Het managen van die razendsnelle groei is niet eenvoudig. “We hebben te maken met een tekort aan geschoold personeel Dat komt niet zozeer door een tekort aan banen, maar door een mismatch tussen vraag en aanbod. Hier in de VS zijn er enorm veel mensen die gewoon nergens inzetbaar zijn, ze kunnen niet doen wat wij nodig hebben. Dat is overigens een heel andere visie dan die in de politiek, waar ze ervan uitgaan dat het een kwestie is van te weinig vraag. Ze denken dat ze dit kunnen oplossen door geld te steken in de economie, zodat het vanzelf goed komt. Maar zal niet gaan gebeuren. Ik zou die mensen zonder de juiste skills zelfs niet aannemen als het de laatste mensen waren op aarde. Ze kunnen het werk gewoon niet doen."

Investeren

“We zijn door die snelle groei goed geworden in het aannemen van mensen. Toen ik twee jaar geleden bij het bedrijf kwam werkten er tweehonderdvijftig mensen, nu zijn het er al meer dan dertienhonderd. We hebben in korte tijd dus enorm veel mensen aangenomen. Overigens is het aannemen van mensen de verantwoordelijkheid van de managers, niet van de HR-afdeling. Wij beschouwen dit als een core-competentie van managers. Wanneer zij niet in staat zijn de juiste mensen aan te nemen doen ze hun werk niet goed. Dat is een andere benadering dan veel andere bedrijven hebben.”

Deze unieke situatie wordt ook wel hypergroei genoemd, een fenomeen dat even weg leek uit de IT. “Dat is iets heel anders dan de relatief stabiele situatie waar de meeste bedrijven mee te maken hebben. Door die steile groeicurve moet je in een veel hoger tempo investeren dan het bedrijf groeit, bijvoorbeeld in mensen en datacenters. Dat gaat tegen het gevoel van veel mensen in. Maar het is voor ons geen kwestie van geld, dat zit wel goed. We hebben 350 miljoen dollar aan reserves, die we kunnen uitgeven als het nodig is. Er zijn niet veel mensen die ervaring hebben met een dergelijke situatie. Het is vaak lastig en beangstigend, je moet tegen de turbulentie kunnen. Dit is geen werk voor timide mensen.”

Het managen van het menselijke aspect van die transformatie is volgens hem een kwestie van leiderschap. “Dat onderwerp wordt hier op Knowledge13 veel besproken. Je moet sterke leiders hebben, die durven te zeggen wat er moet gebeuren. In veel organisatie blijven mensen maar naar elkaar staren zonder dat iemand het initiatief neemt. Dan verandert er niets.”

Ondergewaardeerd

IT organisaties worden volgens Slootman nog steeds ondergewaardeerd. “Ze worden vaak gezien als niet meer dan beheerders van infrastructuur die de zaak draaiende moeten houden. Het is voor CIO's bijna onmogelijk om waardering te krijgen, want iedereen weet wel te vertellen wat ze verkeerd doen. CIO's hebben een korte levensduur in hun functie. IT wordt niet gezien als een kracht in het bedrijf, maar als een noodzakelijk kwaad. Daarom wordt er zo vaak op gekort. Maar de vraag naar automatisering en systemen is groter dan ooit, en het is ook bedrijfskritischer dan ooit. Dat is een vreemde situatie, CIO's worden gekort, maar moeten meer doen dan ooit. Je kunt niet winnen. Ze blijven dus maar waar ze zijn.”

ServiceNow claimt een oplossing te hebben. “CIO's blijken ons vaak als een carrièrestap te zien. Voor hen is samenwerken met ServiceNow een manier om te laten zien dat ze daadwerkelijk hebben gezorgd voor verandering, dat ze modernisering en fundamentele veranderingen hebben gebracht met flexibele systemen. En het effect is groot, we hebben klanten met een IT-budget van een miljard, met IT-afdelingen waar 10.000 mensen werken. Het gaat dus om enorme bedragen en aantallen. Dat thema, die verandering, komt steeds terug in de gesprekken die ik met CIO's heb, ook in Nederland. Ze weten het wel, maar komen niet in beweging. En dan weet je zeker dat het misgaat.”

Frictie

Het gaat om ingrijpende veranderingen. “Veel enterprises zouden eigenlijk zonder menselijke tussenkomst gerund kunnen worden. Vaak zijn organisaties echter inert, en houden ze lang vast aan de traditionele manier van werken. Maar dat gaat onherroepelijk veranderen, het is anders niet vol te houden. Bovendien kun je dan de kwaliteit van wat je als IT levert volledig in de hand houden. Dat doen we zelf ook, mijn salesmensen krijgen whitapers mee, die ze helpen de juiste boodschap over te brengen. Op die manier weet je zeker dat het juiste verhaal op de juiste manier wordt overgebracht. “

Maar ondanks het ingrijpende karakter van de transformatie is volgens Slootman het implementeren van de software veel minder complex dan de oude alternatieven. “We hebben alles flink vereenvoudigd, wat weerspiegeld wordt in onze groei. Die kan alleen maar bestaan als er weinig frictie is. Wij hebben die frictie weggenomen. Mensen vieren een feestje als ze met ons live gaan, het is net of ze vrijkomen uit de gevangenis.”

   

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/events/.frank_slootman_spotlight_jpg/165_165_80_1__frank_slootman_spotlight.jpg'Het is voor CIO's bijna onmogelijk om waardering te krijgen'Sat, 18 May 2013 00:00:00 +0200
Round Table: ‘Een nieuwe manier van werken’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/205/round_table_____een_nieuwe_manier_van_werken___.html
De technische term is ‘unified communications’, maar het gaat eigenlijk gewoon om een nieuwe manier van werken. De techniek zou minder nadruk moeten krijgen, terwijl op de voorgrond moet komen te staan hoe een organisatie te werk zou willen gaan als techniek geen rol speelt. Dat is de boodschap waar gespecialiseerde resellers hun klanten echt mee van dienst kunnen zijn. Dit is de eensluidende conclusie van een rondetafelgesprek over dit onderwerp bij Ingram Micro Advanced Solutions.

Gastheer is Ingram Micro. Aan tafel zitten Remco van Zutphen (Business Manager Unified Communications bij deze distributeur), Hilde Verlee (Channel Manager bij Polycom), Michiel Struycken (Country Manager Benelux bij GN Netcom/Jabra), René van Dormolen (Product Solution Manager bij Microsoft Nederland), Thijs Vink ( Director Advanced Solutions Division  bij Ingram Micro) en Marco van der Hoeven (hoofdredacteur Executive-People).

Van der Hoeven wierp de eerste steen in de vijver door de term ‘unified communications’ ter discussie te stellen. “Is dit niet een te vaag begrip? Weten mensen dan wel waar je het over hebt?” Van Dormolen trok het boetekleed aan. “Microsoft heeft die term destijds geïntroduceerd. En daar zijn we achteraf ook niet gelukkig mee, want het stamt uit de tijd dat verschillende technologieën bij elkaar kwamen, waardoor het mogelijk werd om effectiever met elkaar te communiceren.”

“De nadruk ligt te zeer op de technologie. Tegenwoordig proberen we die woorden nauwelijks nog in de mond te nemen en hebben we het meer over het thema. Wij hebben het zo’n twee jaar geleden over de boeg van Het Nieuwe Werken gegooid, want eigenlijk gaat het daar om. Het gaat over een andere, effectievere manier van communiceren binnen organisaties, en tussen organisaties. . Dat onderliggende technieken dit mogelijk moeten maken, zijn evident, maar niet van belang.”

Dat er al wel veel wordt gecommuniceerd, bewijst volgens hem het wijdverbreide gebruik van social media. Ter illustratie, zo zegt Dormolen: via Skype zijn er twee miljard communicatieminuten wereldwijd per dag; waarvan de helft via video.

Niet eenvoudig

Verlee wilde hierbij aangetekend hebben dat het wat Polycom betreft vooral gaat om open communicatie. “Mensen moeten echt met elkaar kunnen communiceren, ongeacht het softwarepakket waarmee ze werken en ongeacht de hardware. Dus alles volgens open standaarden.”

Struycken bracht naar voren dat mensen tegenwoordig zoveel verschillende apparaten bij zich hebben om mee te communiceren dat een bedrijf als Jabra er alles aan doet om daarop te kunnen aansluiten. Dat is volgens hem zo’n beetje de essentie van de term ‘unified communications’: de mogelijkheid tot communiceren ongeacht het apparaat en het netwerk. Hij gaf aan eveneens ongelukkig te zijn met de term.

“Eigenlijk moeten we het gewoon over ‘communiceren 2.0’ hebben”, zei Vink. Zijn collega Van Zutphen meent dat de eindgebruiker gewoon een eenduidig systeem wil hebben om met anderen in contact te staan. “Een eenvoudige wens, maar het is niet eenvoudig om dat te verwezenlijken.”

Goed luisteren

Het gezelschap is het erover eens dat de leek, de eindgebruiker, geen idee heeft waar ‘unified communications’ over gaat. Erger nog, volgens de gespreksdeelnemers zijn er ook veel resellers die niet precies weten wat ze met het fenomeen aan moeten.

Een anekdote: de IT-afdeling is bij een organisatie bezig unified communications te realiseren. Vraagt een eindgebruiker wat ze dan precies aan het doen zijn. Op het antwoord: ‘Zorgen dat je bijvoorbeeld vanuit Outlook ook iemand kan bellen’ kwam de reactie dat dat nou precies was waar hij al heel lang behoefte aan heeft.

Voor Verlee aanleiding om naar voren te brengen dat je helemaal niet over unified communications moet beginnen, maar gewoon goed moet luisteren naar wat de eindgebruiker wil. “Hoe wil hij werken, met wie wil hij contact hebben, wanneer en op welke manier? En met welk doel? Dat moet je allemaal zien te achterhalen om tot een goede oplossing te kunnen komen. Het begint met beter luisteren.”

In beweging brengen

Het zijn trouwens de gebruikers, zo zijn ze het met elkaar eens, die deze beweging in gang zetten. Zo zet steeds vaker de afdeling personeelszaken dit onderwerp op de agenda, omdat zij merken dat privé en zakelijk communicatieverkeer door elkaar gaat lopen. Maar ook om het werken vanuit huis, en onderweg, mogelijk te maken. “De IT-afdeling en de gebruikers zitten vaak niet op één lijn. IT wil niet te veel overhoop halen, is bang voor beveiliging en zo, maar de gebruikers geven toch de richting aan.”

Struycken ziet dat veel oudere mensen binnen een organisatie nog moeite hebben om bijvoorbeeld met hun pc – die uitgerust is met een camera – te videobellen, terwijl de schoolverlaters van nu dergelijke faciliteiten gewend zijn en zullen gaan eisen bij hun nieuwe werkgever.

Een nadeel, zo brengt Van Dormolen naar voren, is dat communicatie tegenwoordig overal in zit. Vroeger had je telefonie en e-mail bij wijze van spreken, maar nu loopt communicatie door alle systemen heen. “Het nadeel is dat je geen eigenaar meer hebt van het proces en de producten. Het vliegwiel is vaak een bevlogen eindgebruiker die de mogelijkheden ziet om zijn werk veel beter te doen.”

“Probleem is alleen dat de IT-afdeling het als een kostenverhoging ziet, omdat er immers moet worden geïnvesteerd in een oplossing die ook nog eens moet worden onderhouden, terwijl de voordelen van de nieuwe manier van werken toevallen naar vrijwel alle andere bedrijfsonderdelen. Je moet de business case dan ook veel breder trekken dan alleen de IT-afdeling.”

Verandermanagement

Het gaat eigenlijk helemaal niet om de kastjes, draadjes en software, aldus Van Zutphen, het gaat over een andere verhouding tussen medewerkers en managers. “Je gaat immers de mensen niet meer aansturen op aanwezigheid, maar op het werk dat ze verzetten. Want dat is de uitkomst van het gebruik van het nieuwe type communicatiemogelijkheden. In die zin gaat het dus over verandermanagement.”

Zo brengen ze allemaal naar voren dat je van de telecom-manager bij een bedrijf niet kunt verlangen dat hij bijvoorbeeld Lync gaat introduceren bij de organisatie, want daarmee holt hij zijn eigen functie uit.

Zij zien trouwens wel een verschil tussen de IT-afdeling die gewend is om met meerdere leveranciers tot overeenstemming te komen en op elkaar af te stemmen, en de telecom-afdeling die veel rechtlijniger opereert. Ook daar is verandermanagement op zijn plaats.

Dat geldt ook voor de resellers. Er zijn enkele gespecialiseerde resellers, zo valt uit de monden op te tekenen, die hun zaakjes goed op orde hebben, en inderdaad eerst hun oor te luister leggen bij de klant en pas dan een voorstel maken.

Waarde aangeven

Juist op dit punt heeft een reseller niet genoeg aan technische kennis, hoewel die onontbeerlijk is, maar moet hij de (gewenste) bedrijfsprocessen van een klant doorzien en kunnen aangeven hoe processen beter/efficiënter kunnen verlopen met gebruikmaking van de moderne communicatiemiddelen. De reseller moet zijn waarde kunnen aangeven in het gesprek met de klant.

“En wij zullen hem bijstaan bij proces”, zegt Van Zuthpen, “door producten en diensten op elkaar af te stemmen en door trainingen te geven. Niet alleen technische trainingen, maar vooral bespreken wat je in huis moet hebben om de klantvraag goed te begrijpen.  Dat zijn de ‘advanced solutions’ waarmee we onze klanten ondersteunen.” Ook Jabra, Polycom en Microsoft hebben hun programma’s opgesteld om de reseller te helpen ‘Het Nieuwe Werken’ te doorgronden.

Door Teus Molenaar

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.roundtable_ingram_png/165_165_80_1__roundtable_ingram.pngRound Table: ‘Een nieuwe manier van werken’Tue, 14 May 2013 00:00:00 +0200
'CIO zit klem tussen business en gebruikers'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/204/_cio_zit_klem_tussen_business_en_gebruikers_.htmlIn maart van dit jaar vond in Las Vegas IBM Pulse 2013 plaats, wereldwijd het grootste evenement van IBM. Meer dan achtduizend deelnemers kwamen bij elkaar in Las Vegas voor een programma met een breed scala aan infrastructuur-oplossingen.

Gastheer van IBM Pulse 2013 was Scott Hebner, Vice President IBM Software Group. Executive-People sprak in Las Vegas exclusief met hem over de uitdagingen waar CIO’s voor staan, en de manier waarop IBM daar met zijn nieuwe strategie rond open standaarden op inspeelt.

“De belangrijkste trend die ik signaleer is dat de CIO klem zit tussen twee ontwikkelingen. Er komen van diverse kanten vragen op hem af, de CIO heeft een ontzettend veeleisende positie, om het voorzichtig uit te drukken. Aan de ene kant heb je de CEO en de business leaders die zich genoodzaakt zien snel te reageren op een nog sneller veranderende marktomgeving.” 

“We hebben het al jaren over de snelle veranderingen in de markt, maar op dit moment is er echt sprake van enorm snelle veranderingen op allerlei gebied. Nieuwe producten en bedrijven komen razendsnel op, een start up kan in zeer korte tijd heel groot worden. Dat kon in het verleden niet, al is het maar doordat de visibility door zaken als social media veel groter is geworden.” 

“De CEO moet dus innoveren, en nieuwe manieren vinden om met klanten om te gaan in een sterk gereguleerde wereld. Hij verwacht dus van de CIO dat ze die snelle veranderingen faciliteren. Technologie staat daarom volgens een recent CIO-onderzoek bovenaan de agenda, en dat is uniek. Enkele jaren geleden kwam dat nog op een veel lagere plaats. Dat komt doordat CIO’s zien hoe snel bedrijven veranderen, en ze weten dat ze dit moeten ondersteunen met technologie.“ 

Innovatie 
“Historisch was de rol van de IT om de business te automatiseren. CIO’s werden niet gezien als drijvende kracht achter innovatie van de business, of de creator van nieuwe business. Ze volgden de business, en vulden in wat de business nodig had. IT werd niet gezien als onderdeel waarmee je omzet of winst genereert, maar als kostenpost. 93 procent van de business leaders ziet IT overigens nog steeds als kostenpost.” 

Aan de andere kant ziet Hebner een toenemende druk op de IT-teams. Nu ze vragen krijgen die botsen met de beschikbare capaciteit gaan ze op de rem trappen. “Dat is de zogenoemde execution gap. Die heeft een aantal oorzaken. Zo zijn de budgetten voor onderhoud niet meer toereikend voor de mate van complexiteit van de IT. Dat geld gaat dus niet naar innovatie en door de indeling van IT in silo’s kost het onderhoud meer mankracht dan zou moeten. Op dat niveau moet de CIO dus manieren vinden om de uitvoering beter te organiseren.” 

“Bovendien speelt mee dat IT al lang niet meer alleen het datacenter is. Het zijn niet alleen servers en computers. Het zijn ook de mobiele devices, van medische apparaten tot GPS in auto´s. De vraag naar technologie die helpt te veranderen is groot, vooral op het gebied cloud en security. Het gaat daarbij niet om de techniek, het gaat om de informatie. Daarnaast speelt de mobiele ontwikkeling. Daarom is cloud zo belangrijk voor IBM, en hebben we dat als overkoepelend thema gekozen voor Pulse.” 

Zorg 
Security is volgens hem zonder meer de belangrijkste zorg bij klanten die de overgang maken naar de cloud. “Interessant genoeg is dat een vergelijkbare situatie met een jaar of tien geleden toen het internet opkwam. Iedere keer als er een nieuwe ontwikkeling is die zorgt voor meer openheid speelt security een rol. Dat is nu dus ook bij cloud het geval. Nieuwe dingen zijn nu eenmaal risicovol, dus de aandacht voor security neemt toe. De cloud zien wij echter uiteindelijk als een manier om de IT-omgeving nog veiliger te maken.” 

Volgens hem gaat het uiteindelijk allemaal om security intelligence. “We hebben op het gebied van security al decennia lang ervaring, dat zit in ons DNA. De producten die we hebben in het security portfolio zijn al geschikt om cloud technologie te beveiligen. Daar zit niet het probleem. De uitdaging is dat cloud een dynamische omgeving is, dus niet statisch, er vinden voortdurend veel veranderingen plaats. Daar speelt security intelligence een rol: de waarde van security zit in de analyse en de intelligence die je eruit haalt. Cloud, mobile en security zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ik zou zelfs willen betogen dat het meerdere aspecten van hetzelfde verschijnsel zijn. Het komt allemaal samen, in één set oplossingen.” 

“Klanten implementeren complexe zaken, waar de integratie van diverse zaken voor nodig zijn. Je doet niet alleen mobiel, je doet mobiel èn cloud. Partners zijn daarom een enorm belangrijk deel van onze oplossing. Ze zijn cruciaal voor de uitvoering, want zij zorgen voor de kennis van de lokale markt en vaardigheden op het gebeid van specifieke oplossingen. Zij hebben kennis over specifieke markten en hebben grote toegevoegde waarde. Veel van hen zijn gespecialiseerd in het implementeren van geïntegreerde oplossingen. Het alternatief is dat bedrijven dat allemaal zelf doen. Maar waarom zou je? Onze tienduizend partners zijn dus een essentieel onderdeel van ons portfolio.” 

Complexiteit 
“De complexiteit waar klanten mee te maken hebben komt voor een deel door de nieuwe technologie, maar als je ook die snelle veranderingen in de business in die vergelijking meeneemt wordt het nog complexer. Dat is waar iedereen mee worstelt. Daarom is analyse weer belangrijk, want de enige manier om hiermee om te gaan is door slimmer te zijn, voor Big Data is het nodig te kunnen analyseren om de waarde uit de data te halen.” 

“Wij willen die complexiteit reduceren met onze partners, en door al die verschillende zaken te combineren. Dat geldt ook voor de aankondiging tijdens Pulse dat we alle cloud-oplossingen gaan baseren op open standaarden. Het eerste grote voordeel daarvan is het reduceren van complexiteit. De technologie en de skillsets komen steeds meer beschikbaar, dus zorgt standaardisatie voor een enorme afname van de complexiteit.” 

“De tweede reden voor onze aankondiging rond open standaarden is de keuzevrijheid die het oplevert. Geen enkele klant wil vastzitten aan een bepaalde manier van werken, zeker omdat de wereld altijd hybride zal blijven. Klanten zullen nooit voor één manier van werken kiezen, ze willen best of breed. Daarnaast heb je meer flexibiliteit naarmate je meer open standaarden hebt, zodat je de oplossing kunt aanpassen aan je eigen wensen.” 

Must have 
“Onze visie op open standaarden is vergelijkbar met onze visie op internet in het verleden. Het internet is zo succesvol geworden omdat we allemaal zijn gaan standaardiseren. Alles is met elkaar verbonden dankzij standaarden. En waarom zou het anders zijn met cloud? Er komt standaardisatie, als je dat niet doet trek je de legitimiteit van cloud in twijfel. Als gebruiker wil je gewoon aansluiten, en dat geldt voor allerlei apparaten en toepassingen. Je wilt geen custom code om dat mogelijk te maken, daarvoor heb je standaardisering nodig.” 

“Cloud wordt een must have. Het is zoals gezegd vergelijkbaar met de situatie rond het internet, cloud zal net als het internet onderdeel worden van de dagelijkse gang van zaken. Cloud is de workload op het internet, dat the internet of things met elkaar verbindt, van camera’s tot auto’s en alarmsystemen. De lifecycles worden steeds korter, en voorspellen is moeilijk, maar cloud zal sneller volwassen worden dan het internet. Iedere keer gaat die cyclus sneller, omdat de technologie voortbouwt op de bestaande technologie. Iedere keer wordt de nieuwe reeks standaarden makkelijker toe te voegen. Cloud is een volkomen logische ontwikkeling.”    

Uit: Executive-People Magazine, special IBM Pulse 2013

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.scott_hebner_png/165_165_80_1__scott_hebner.png'CIO zit klem tussen business en gebruikers'Sun, 12 May 2013 00:00:00 +0200
‘Het gaat om de business, niet om de technologie’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/203/___het_gaat_om_de_business__niet_om_de_technologie___.html
ICT dienstverlener SCC Services heeft in de afgelopen jaren de vraag naar ICT ingrijpend zien veranderen. Waar eerst vanuit de IT afdeling vooral de vraag was naar technologie, komen nu vanuit de business vragen om oplossingen en outsourcing die waarde bieden voor de core business van de bedrijfsstrategie.

Wim Uiterdijk is sinds twee jaar directeur bij SCC Services. Toen hij aantrad had het bedrijf nog een Product-IT strategie, maar ondertussen heeft hij SCC getransformeerd tot een Services-IT organisatie. Uiterdijk: “Er is ondertussen een compleet portfolio ontwikkeld, waarbij de juiste mensen zijn aangetrokken om dit portfolio inclusief alle diensten te kunnen verkopen. Onze organisatie maakt volledige outsourcing van ICT voor bedrijven nu mogelijk. Inmiddels hebben we een behoorlijke referentielijst opgebouwd die ons imago verstevigd, maar ook voldoende vertrouwen moet bieden aan klanten.”

“De marktfocus van SCC Services richt zich op de overheid en de private ondernemingen in Nederland. De marktbenadering van SCC is ingericht per segment. Op deze manier kunnen we focus leggen op de specifieke behoeften van de klant in deze markt, en hierop ons portfolio aanpassen. Na de recente overname van ETC door Tech Data is SCC na ruim 30 jaar volledig zelfstandig actief. Het is goed dat we geheel op eigen kracht, als zelfstandige entiteit, verder gaan in een nieuw pand.” 

Innovation Center

Onderdeel van de verandering is de verhuizing van het oude pand in Bodegraven naar een nieuw pand in Utrecht. “In het nieuwe pand gaan we een Innovation Center inrichten waar we ons SCC Direct portfolio live kunnen laten zien, en testen door klanten. Klanten kunnen testen met een diversiteit aan smartphones, tablets, thin cliënts en printers. Met deze devices kan men kennis maken met een aantal oplossingen, zoals VDI oplossing vanuit ons eigen data center, Backup, Archivering, Server uitwijk, en Printing. Hiernaast zullen wij ons managed services portfolio aan de klant laten zien, waardoor volledige outsourcing van IT duidelijk wordt.”

“In de huidige economie is flexibel zijn in ICT middelen een must geworden. Door de vergrijzing, maar ook door de economische marktomstandigheden is een flexibele aanpak van ICT bijzonder renderend voor bedrijven. SCC speelt hier op in door een prijs per werkplek af te spreken, en flexibel te zijn met medewerkers die bij het bedrijf komen werken, of het bedrijf verlaten.” 

“Vanuit de oprichters staat een persoonlijke aanpak hoog in het vaandel, mensen doen zaken met mensen. Dat geldt voor de relatie met onze klanten, maar ook voor onze vendoren. Zo hebben we afgelopen jaar een aantal awards gewonnen, ondermeer een Global award van HP, Partner of the year van Lenovo, en Partner of the year van Fujitsu. Deze mooie getuigschriften onderstrepen onze focus in kwaliteit naar de markt.”

Eigen middelen

Een trend die je nu ziet en steeds serieuzere vormen begint aan te nemen is Bring of Choose your own device. “Naarmate de nieuwe generatie werknemers bij bedrijven binnenkomen, verandert de manier van werken zoals deze is georganiseerd. Zij willen wel een overeenkomst aangaan voor een bepaalde periode, echter willen ze wel werken met hun eigen middelen. Dat is een onomkeerbare ontwikkeling waar bedrijven mee zitten.” 

“De ICT afdeling, moet toegang verschaffen tot het netwerk wat leidt tot veel vragen. De toegang moet veilig worden gemaakt, men mag niet zomaar bij alle data komen, zijn de smartphones en het cliëntsysteem wel veilig gemaakt. Wat gebeurt er bij storingen, wie is er aansprakelijk? Wat als de medewerker zijn device vergeet in de trein? Diefstal? SLA’s? Kortom, er zijn nogal wat beren op de weg voor de werkgever.“ 

“Dat zijn heel nieuwe vraagstukken voor de CIO. Ook belastingtechnisch leven er voor de bedrijven vragen en worstelen ermee. Wij bieden daar oplossingen voor en we verwachten dat die de komende jaren steeds meer in een behoefte gaan voorzien. Dat is een zorg, maar ook een grote kans voor bedrijven.” 

“Om vanuit de cloud te werken is ook een hot onderwerp voor organisaties. Blijft het datacenter onder eigen dak staan, of mag het data center ook elders staan waar ook nog eens het beheer wordt uitbesteed. Het werken vanuit de cloud neemt een enorme vlucht. SCC Services speelt hier op in met een aantal eigen data centers, twee in Engeland en een in Nederland. Wij zijn hiermee in staat de volledige cloud-propositie aan te bieden aan onze klanten.” 

Gesprekspartner

De volwassenheid van IT zorgt ervoor dat wat vroeger als complex werd beschouwd nu als commodity wordt gezien. “De vraagstukken die bedrijven bezig houdt hebben meer betrekking op algemene kosten verlaging. Wij bieden de klant een programma die ervoor zorgt dat IT uitgaven permanent maar geleidelijk verlaagd. Deze gesprekken vragen andere gesprekspartners, zowel aan de klant, als aan de kant van SCC. Wij passen momenteel een multi level benadering toe, om de klant op alle niveau's te informeren over de mogelijkheden die SCC kan bieden. De inhoud van deze gesprekken verschillen vaak per gesprekspartner. Om deze reden zorgen wij ervoor dat onze consultants inhoudelijk goed voor de dag komen.” 

“Tegelijkertijd heeft dit invloed op de IT afdeling, want zij staan er vaak wat aarzelend tegenover omdat efficiënte oplossingen kunnen betekenen dat er gereduceerd wordt op medewerkers. Onze multi-level aanpak zorgt ervoor dat iedereen Op elk niveau geïnformeerd blijft over de inhoud van de gesprekken rondom ICT.“

 ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.wim_uiterdijk_ep_gif/165_165_80_1__wim_uiterdijk_ep.gif‘Het gaat om de business, niet om de technologie’Sat, 11 May 2013 00:00:00 +0200
Interview: De open revolutie van IBM SmartCloudhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/201/interview__de_open_revolutie_van_ibm_smartcloud.html
IT wordt strategische spil in business-innovatie  

‘Het nieuwe computing-tijdperk’, zo noemt IBM heel ambitieus de tijd waarin organisaties nu opereren. En niet geheel zonder reden. Nog nooit zijn de ontwikkelingen op technologisch gebied zo snel gegaan en zijn de gevolgen voor bedrijven zo ingrijpend geweest. Zoals eerst de opkomst van het internet voor spectaculaire veranderingen heeft gezorgd, leidt nu de –nog veel snellere- adoptie van cloud computing tot revolutionaire veranderingen in business-modellen. SmartCloud is het antwoord van IBM op deze trend.

De cijfers spreken voor zich: CIO’s komen niet toe aan het werk dat ze zouden willen doen. Hoewel ze onder druk staan om de IT om te vormen van kostenpost tot strategische spil in business-inovaties, zijn ze in praktijk met andere zaken bezig. Gemiddeld wordt niet minder dan zeventig procent van het IT-budget in organisaties besteed aan het dagelijkse onderhoud aan de IT-infrastructuur. Het uitbreiden van die infrastructuur met nieuwe software en hardware duurt al snel vier tot zes maanden. Tijdens een upgrade van de infrastructuur geeft 55 procent van de IT-organisaties aan dat ze downtime hebben, variërend van minuten tot een hele week.

Steeds meer CIO’s zien daarom de voordelen in van cloud-oplossingen, of dat nu gaat om private cloud, publieke cloud of de vaak voorkomende hybride variant. Cloud is de drijvende kracht achter een geheel nieuw scala aan oplossingen, zoals mobile enterprise, social business en Big Data Analytics. Deze ontwikkelingen zorgen voor een ingrijpende verandering in de manier waarop bedrijven zaken doen. Ze veranderen de interactie met klanten, verschaffen meer inzicht in achterliggende trends, en veranderen de manier waarop processen worden ingericht.

Beschikbaar 
De visie van IBM op deze ontwikkelingen is dat cloud-oplossingen, of het nu gaat om public cloud, private cloud of de hybride cloud, beschikbaar moeten zijn als een flexibel model om diensten te leveren. Op dit moment heeft IBM wereldwijd al acht cloud-datacenters, waar onder meer vijfduizend private clouds draaien. Om die diensten te bieden heeft IBM de afgelopen jaren al voor vier miljard dollar aan acquisities gedaan op het gebied van Software as a Service (SaaS). De technologie die wordt gebruikt bij de private en public varianten van de IBM-cloud is overal hetzelfde.

Een belangrijke aankondiging op technologiegebied heeft IBM dit jaar gedaan tijdens IBM Pulse. Alle activiteiten en oplossingen op het gebied van cloud computing zullen gebaseerd zijn op open standaarden. "IBM richt zich op vier zaken: mobile, cloud, big data en security. We zetten ons in voor open innovatie", aldus Robert LeBlanc, Senior Vice President, Middleware Software, IBM Software Group."

“We constateren een verandering in het IT-landschap, en in de manier waarop mensen ermee omgaan. De grote vraag is hoe je al die bestaande systemen in die verandering meeneemt. Want er zijn maar weinig klanten die vanuit een greenfieldsituatie starten. We moeten dus nadenken over de vraag hoe we onze klanten helpen alles bij elkaar te brengen. En daarin gaat het echt niet Robert LeBlanc alleen om technologie, het gaat erom hoe je alle processen organiseert, en de dienstverlening opzet voor je klanten. Bij klanten gaat het om het opzetten van een businessproces waar ze resultaten mee kunnen boeken, het gaat niet in de eerste plaats om technologie.”

Prille begin 
LeBlanc: “We bevinden ons nog in de prille begindagen van cloud. Er zullen nog veel veranderingen komen. Wij gaan open standaarden omarmen, en onze producten worden per direct gebaseerd op open standaarden, zoals OpenStack. Dat moet gewoon, het is geen nice to have, het is een need to have. Het is te belangrijk voor onze klanten om daar niet in mee te gaan. De volledige functionaliteit van IBM SmartCloud software gaat over op open standaarden.”

“Waarom doen we dat? Omdat onze klanten het zich niet kunnen veroorloven in één leverancier te investeren. Daarom zij we platinum sponsor van de OpenStack foundation. We hebben ontwikkelaars die daar volledig mee bezig zijn. Bovendien hebben we ook onze klanten er intensief bij betrokken, door het opzetten van een adviesraad. Onze adviesraad op het gebied van cloud is in een paar jaar tijd uitgegroeid van veertig naar meer dan vierhonderd partijen. Op die manier voorkomen we dat cloud gedreven wordt vanuit een leverancier, zoals dat in het verleden nog wel eens is gebeurd. Nu komt het echt voort uit de wensen van de gebruikers.”

Deze aankondiging was niet alleen theorie, tegelijkertijd heeft IBM ook de eerste producten op basis van open standaarden aangekondigd, zoals SmartCloud Orchestrator, een private cloud-variant gebaseerd op OpenStack. IBM SmartCloud biedt in grote lijnen oplossingen op drie niveaus. De eerste is de combinatie Business Process as a Service/Software as a Service. Dit zijn de IBM SmartCloud Solutions, dus vooraf geconfigureerde SaaS Business-applicaties en oplossingen. De andere twee niveaus zijn Platform as a Service en Infrastructure as a Service, waar zowel IBM SmartCloud Foundation onder valt als IBM SmartCloud Services, ofwel de veilige en schaalbare managed services op basis van cloud-technologie.

PureSystems 
IBM SmartCloud Foundation software biedt op platformgebied een scala aan applicatiediensten en software waarmee cloud services kunnen worden opgebouwd, binnen de bestaande infrastructuur van een organisatie. Een belangrijke bouwsteen van IBM SmartCloud Foundation wordt gevormd door PureSystems. Gekoppeld hieraan zorgen de IBM SmartCloud-diensten voor onmiddellijke toegang tot managed services, de IaaS-omgeving biedt een schaalbare omgeving voor het leveren en managen van Cloud-diensten op een on demand-basis. Een van de diensten die organisaties graag uitbesteden is storage en back up, waar Tivoli Storage Manager (TSM) een populaire oplossing voor is.

Deepak Advani (foto), general manager van Tivoli Software, verantwoordelijk voor de SmartCloud infrastructuur bij IBM: "Iedereen is op zoek naar manieren om te innoveren. Om dat te doen moeten we resources vrijmaken. Daarom hebben we als IBM voortdurend contact met allerlei business executives, om een beeld te krijgen van wat voor hen belangrijk is. Want het gaat om de prioriteiten van de klanten. En de overgrote meerderheid van hen wil de klanttevredenheid vergroten. De veranderingen in hun strategie gaan bovendien steeds sneller. Dat vraagt om een strategische leiderschapsrol van de CIO. Maar als je ze vraagt of ze in staat zijn dit uit te voeren ligt daar wel een uitdaging. Uitvoering is dus het probleem."

"Veel investeringen die nu gedaan worden draaien om het maximaliseren van de interactie met klanten, om de klantervaring te verbeteren en de klanttevredenheid te vergroten. Daarvoor is het noodzakelijk dat nieuwe applicaties sneller worden ontwikkeld dan voorheen, dat moet soms in een tijdspanne van een paar weken gebeuren. Maar als je kijkt naar de huidige ontwikkelcyclus zijn er nog teveel hindernissen die deze noodzakelijke snelheid in de weg staan." 

Die execution gap bestaat dus vooral omdat alles sneller moet. Tegelijkertijd gaat het budget dat wordt besteed aan IT omlaag. “Daarom groeit cloud zo snel, en daarom geloven we heilig in open standaarden. Want de hybride cloud is dè oplossing voor deze vraagstukken waar CIO's mee zitten. De cloud is snel, en er zijn minder resources voor nodig dan bij de traditionele infrastructuur, dankzij die open standaarden. De mogelijkheden van open standaarden zijn enorm. Een van de belangrijkste vragen van onze klanten is dat ze niet vast willen zitten in een proprietary oplossing. Ze willen de workloads eenvoudig kunnen verplaatsen van de private naar de public cloud en andersom. Ze willen flexibiliteit. En ze willen visibility, ze willen real time informatie hebben. Snelheid is cruciaal om te kunnen innoveren, en daarin voorzien we met IBM SmartCloud software."

Uit: Executive-People Magazine, special IBM Pulse 2013


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.deepak_advani_png/165_165_80_1__deepak_advani.pngInterview: De open revolutie van IBM SmartCloudThu, 09 May 2013 00:00:00 +0200
Ronald Schaap, PQR: Minder budget, meer innovatiehttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/200/ronald_schaap__pqr__minder_budget__meer_innovatie.html
Komende jaren zal de IT-wereld af moeten stappen van de focus op technologie. De gebruiker staat centraal, de gebruiker bepaalt en technologie moet mogelijk maken wat de gebruiker wil. “De wereld staat op zijn kop”, aldus Ronald Schaap, Algemeen Directeur van PQR. “Niet alleen de rol van de gebruiker is veranderd, de taken van de CIO zijn dat ook! Hij zal dichter tegen de business aan moeten kruipen en zijn toegevoegde waarde moet blijken uit het aanbieden van technologische oplossingen die slimmer werken mogelijk maken.”  

Voor Ronald Schaap komen deze ontwikkelingen niet onverwachts. De tijden waarin technologische hoogstandjes als het grootste goed beschouwd werden, zijn voorbij. De techniek is niet meer het belangrijkste, het gaat erom wat je ermee kan doen. De CIO of de IT-manager kan zich niet meer alleen bezighouden met de nieuwste apparatuur en software, maar moet zich verdiepen in de behoeften, de wensen en de eisen van de gebruiker. Deze gebruiker is de bepalende factor. En hij wil vrijheid, in alles, in zijn dagelijks leven, in zijn manier van communiceren en ook in zijn manier van werken. “Dat kan, wij geloven dat iedereen in principe zelf kan bepalen wanneer en hoe hij zijn werk verricht – eenvoudig, op ieder moment en met de hulpmiddelen die hij zelf prettig vindt”.  

...de IT-professional

Steeds meer mobiele devices zijn zo krachtig dat zij volledige PC-functionaliteit bieden. Dat heeft voor- en nadelen. Gebruikers gaan deze apparaten steeds meer gebruiken en vaker inzetten voor zakelijke doeleinden. Voor een bedrijf wordt het daarom belangrijk om medewerkers de gewenste functionaliteit en mogelijkheden voor het delen en opslaan van data te leveren. Voor het bedrijf zelf zal het van belang zijn deze zaken tegen een schappelijke prijs aan te kunnen schaffen. Ronald Schaap zegt hierover: “Dat is niet het allerbelangrijkste: de uitdaging vinden we terug in een trend die wij Enterprise Mobility noemen. Een organisatie bedenkt in dit geval op welke wijze zij bedrijfsprocessen met nieuwe techniek kunnen faciliteren. Voor ons betekent dit dat we kennis moeten verbinden, dat het niet alleen meer om IT gaat. De business geeft aan welke bedrijfsprocessen efficiënter moeten gaan verlopen. De CIO moet daarvoor de technologische oplossingen bieden. De IT-professional moet deze oplossingen handen en voeten gaan geven. De aandacht zal niet meer alleen gericht zijn op het beheer van de fysieke infrastructuur, maar beheer, uitrol en bescherming van devices, applicaties en data zullen met de opkomst van Enterprise Mobility steeds belangrijker worden.” 

...de organisatie

“Omdat technologisch gezien vrijwel alles mogelijk is, worden bedrijven gedwongen keuzes te maken. Aan de voor- en aan de achterkant. Aan de voorkant: als het gaat om de ondersteuning en het aanreiken van de apparatuur die toegang biedt tot het bedrijfsnetwerk en de bedrijfsgegevens – of dat nu mobiele devices of desktop pc’s zijn. Maar ook aan de achterkant hoewel het er tegenwoordig op lijkt dat iedereen alles in de cloud doet. Maar dat is nog niet het geval: cloud of niet? That’s the question. Want niet iedereen en alles moet perse in de cloud. Een ICT-infrastructuur kan bij voldoende schaalgrootte ook efficiënt in eigen beheer gehouden worden. En wil je dat niet zelf doen, dan moet je je afvragen wat je belangrijk vindt. Hoe je je infrastructuur gaat vormgeven, wie toegang krijgt tot welke gegevens en applicaties en waar je bedrijfskritische gegevens opslaat. 

Cloud wordt momenteel gezien als de Haarlemmerolie van de IT: met cloud is alles mogelijk. Dat klopt tot op bepaalde hoogte, want het brengt een bepaalde mate van standaardisatie met zich mee. Je moet eten wat je wordt aangeboden. Daarom heb je als organisatie de taak om een gevarieerd pallet met nuttige zaken aan te bieden, waaruit gebruikers kunnen kiezen. Door te voorzien in de gevraagde functionaliteiten, voorkom je dat eindgebruikers zelf applicaties gaan implementeren en verspreiden. 

Wij geven bedrijven steeds vaker het advies om mensen de vrijheid te geven, om ze zelf te laten uitzoeken wat ze willen gebruiken om hun werkzaamheden te verrichten. In de regel werkt dat, hoewel het natuurlijk afhankelijk is van de sector waarin deze bedrijven actief zijn. Bepaalde gegevens zijn cruciaal, die zet je bijvoorbeeld niet op sites die daar niet voor bedoeld zijn. Bedrijven moeten duidelijk grenzen aangeven, wat mag wel, wat mag niet. Als mensen bestanden willen delen kunnen ze zelf een tool zoeken en gebruiken, maar een organisatie kan het ook gewoon aanbieden, wat de noodzaak van het zelf installeren doet afnemen.” 

...de CIO

Wat betekent dit voor de rol van de CIO? “De CIO kijkt naar zijn eigen opdrachtgevers en naar de processen die er binnen zijn organisatie gehanteerd worden. Van hem wordt verwacht dat hij wat technisch mogelijk is vertaalt naar de organisatie. Binnen de huidige tijdgeest, en dat wil meestal zeggen met budgetbeperkingen.” 

Vanuit de organisatie is er vaak kritiek op wat automatisering biedt en kost. De verantwoordelijke IT man of vrouw moet zijn of haar toegevoegde waarde laten zien en stappen maken. Dat is lastig. Immers een groot deel van het budget, 85%,  gaat op aan het in stand houden van de bestaande IT-omgeving. Deze omgeving vraagt om onderhoud, om updates, patches en beheer. PQR helpt klanten door het 85% gedeelte kleiner te maken. “Dat kan door technologie slim in te zetten: wij selecteren, migreren en beheren met en voor onze klanten. Dan kan er voor een lager bedrag al veel meer worden gerealiseerd”, aldus Schaap. “Maar de CIO wordt niet hierop afgerekend. Je krijgt geen applaus voor het bieden van de mogelijkheid om e-mails te versturen, dat deed je gisteren ook al. Waardering krijgt een CIO voor innovaties, maar om die te realiseren is in eerste instantie slechts 15% van het budget beschikbaar.” 

Een CIO wordt dus afgerekend op zijn vertaling van wat hij kan doen met 15%. Hij moet die 15% budget zo effectief mogelijk besteden en dat kan door een vertaalslag te maken van een businessproces naar een IT-oplossing. Daarbij kan PQR de CIO van dienst zijn. “Door complexiteit te vereenvoudigen, door mensen de tools in handen te geven waarmee zij kunnen excelleren. Wij luisteren, geven duidelijk advies, zorgen dat wat nodig is, beschikbaar is. Altijd en overal. Maar wij investeren ook in kennis, bij onze klanten, bij onze partners en bij onze medewerkers.” 

..de Solution Advisor
Gegeven het beperkte IT-budget heeft PQR de kans gekregen om in de traditionele verantwoordelijkheid van de IT-manager te stappen. “Wij hebben niet de illusie dat wij als IT-specialist weten waar het businessproces van de klant mee geholpen is. Dat bepaalt de CIO. Maar met de CIO bepalen wij hoe we deze processen kunnen optimaliseren. Wij fungeren op zo’n moment als een ‘solution advisor’. Met deze waardepropositie ondersteunen wij in het maken van keuzes die matchen met de doelstelling van de betreffende organisatie. Als ‘solution advisor’ zijn wij hét aanspreekpunt voor de technische uitdagingen van de CIO.” 

IT is voor de business daadwerkelijk een service geworden. Het gaat erom dat de klant nadenkt over de manier waarop hij optimaal van IT kan profiteren. Voorheen bedacht de IT alles, en de gebruikers hadden het er mee te doen. Nu moet de IT gaan praten met de business over de optimale inzet van devices en software, dus over het efficiënter inrichten van bedrijfsprocessen met IT. Praten met eindgebruikers vereist andere vaardigheden dan voorheen. Een IT-er moet ineens een adviserende rol gaan spelen.  

‘Kruip in de huid van…..’

“Vroeger bepaalde de CIO wat er werd aangeschaft op basis van het aanbod uit de markt. Hoe groter, mooier, glimmender en complexer, hoe beter. Of alle functionaliteit gebruikt werd c.q. nodig was, werd min of meer buiten beschouwing gelaten. State-of-the-art was het devies. Die tijd is nu voorbij. Komende jaren zullen in het teken staan van de gebruiker en zijn wensen. Technologie is ondergeschikt aan wat de gebruiker wil. Een CIO zal zich niet meer te buiten kunnen gaan aan de nieuwste snufjes op het gebied van technologie, hij zal zich moeten verdiepen in de business. En vervolgens businessprocessen binnen zijn bedrijf moeten vertalen naar IT-oplossingen.  

Maar de gebruiker is niet de enige die bepaalt wat er gaat gebeuren. De huidige economische omstandigheden dwingen bedrijven om oplossingen te zoeken die ervoor zorgen dat processen efficiënter verlopen. Concreet komt dat neer op oplossingen die werkzaamheden automatiseren of slimmer inrichten en mede daardoor tijd en kosten besparen. 

Ook voor ons, bedrijven die al jaren technologie leveren, gaat er veel veranderen. Onze techneuten moeten hun adviserende vaardigheden nog meer inzetten en samen met opdrachtgevers specifieke uitdagingen het hoofd bieden. Alleen technologie leveren is niet meer voldoende, ook van ons wordt verwacht dat wij meedenken over de inzet van de technologie in de businessprocessen van onze klanten. Wij hebben om die reden vier thema’s vastgesteld waarmee we de CIO kunnen ondersteunen. Dat zijn: Datacenter, Virtualisatie, Cloud Management en Enterprise Mobility. Samen vormen zij de bouwstenen voor de IT-infrastructuur van tegenwoordig. Voor ons allemaal geldt een nieuw motto: ‘Kruip in de huid van…..’.” 

Meer informatie over de PQR-waardepropositie ‘Solution Advisor’ kunt u vinden via de URL: http://www.pqr.com/solution-advisor-service



]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.ronald_schaap_gif/165_165_80_1__ronald_schaap.gifRonald Schaap, PQR: Minder budget, meer innovatieWed, 08 May 2013 00:00:00 +0200
Kevin Tumulty, ServiceNow: Onze klanten zoeken naar moderne alternatieven om ICT-diensten aan te biedenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/197/kevin_tumulty__servicenow__onze_klanten_zoeken_naar_moderne_alternatieven_om_ict_diensten_aan_te_bieden.html
ServiceNow biedt naast SaaS ITSM ook PaaS applicatie-ontwikkelplatform

ServiceNow komt meestal binnen als leverancier van ITSM via de cloud. Hetzelfde ontwikkelplatform dat zij zelf gebruiken om hun eigen modules te ontwikkelen en te onderhouden, hebben zij echter ook voor klanten beschikbaar gemaakt. Inmiddels heeft het merendeel daarvan ook eigen bedrijfsspecifieke toepassingen op het ServiceNow-platform in gebruik. 

"De meeste enterprise-klanten komen bij ons binnen als zij hun bestaande technologie willen vervangen," zegt Kevin Tumulty, vice president EMEA Sales bij ServiceNow. "Zij zijn op zoek naar moderne manieren om hun ICT-diensten te organiseren en beschikbaar te maken. De management-systemen van bedrijven als BMC, CA, HP en IBM zijn verouderd. Ze zijn niet efficiënt genoeg, vragen te veel mankracht in het gebruik, en de technologie is achterhaald." 

"Onze klanten zijn dan ook niet op zoek naar nieuwe tools om oude dingen mee te doen. Zij willen op een andere manier met hun ICT omgaan. Neem de Apple's App Store als voorbeeld. Als er iets mis is met iTunes, ga je ook niet bellen met Apple. Je belt ook niet met Amazon of met Google. Je helpt jezelf via een self-service portal of je laat je helpen door de online community. Dat geldt eigenlijk ook voor onze klanten: ze zoeken naar moderne alternatieven om ICT-diensten aan te bieden, niet zelden gedreven door een sterke vraag vanuit de business of vanuit de gebruikersgemeenschap." 

Eén platform

Tumulty noemt BP als voorbeeld: "Zij hebben een self-service portal op het ServiceNow-platform gebouwd, met daarin drie ingangen. Achter het winkelwagentje zit een request-portal, vergelijkbaar met Amazon's dienstenaanbod. Voor het aangeven van problemen klik je op de brandblusser. En onder het vraagteken vind je informatie om zaken voor elkaar te krijgen en hulp om problemen op te lossen." 

"Vroeger zou je daarvoor drie verschillende systemen nodig hebben gehad, van drie verschillende leveranciers, met elk hun eigen CMDB (Configuration Management Database). Die fragmentatie haalt de snelheid uit het proces en maakt het lastiger inzicht te krijgen in de actuele stand van zaken. Vandaar dat organisaties hun applicaties willen organiseren op één enkel platform met workflows en formulieren." 

Bedrijfsspecifieke applicaties

Een ander belangrijk motief voor bedrijven om met dit soort innovatieve diensten aan de slag te gaan, is dat IT-managers binnen hun organisatie een hele schaduw-infrastructuur gebaseerd op (publieke) cloud-diensten zien ontstaan. "Daar begint men met een service-catalogus en ingangen voor verzoeken, problemen en kennis," aldus Tumulty, "maar al gauw breiden ze dat uit met eigen applicaties voor bijvoorbeeld de juridische afdeling, de financiële administratie en personeelszaken." 

Zestig procent van de ServiceNow-klanten heeft op dit moment ook bedrijfsspecifieke applicaties in gebruik. Daarvoor heeft de leverancier hetzelfde PaaS-ontwikkelplatform (Platform-as-a-Service) dat zij gebruiken om hun eigen ITSM-modules te ontwikkelen en te onderhouden ook voor klanten beschikbaar gemaakt. Zij kunnen hun eigen processen in een BPM-achtige interface makkelijk zelf definiëren, of dat laten doen door een van de partners van ServiceNow. 

Configureren

"Wij leveren zelf alle modulen voor ITSM," vertelt Tumulty. "Dat is waar wij vandaan komen en meestal ook de ingang voor een nieuwe klant. Maar daarna ontdekt men al gauw dat ons ontwikkelplatform ook prima geschikt is om heel nieuwe applicaties op te bouwen, te onderhouden en te hosten. Klanten die dat hebben gedaan weten inmiddels hoe makkelijk het is om schermen en workflows aan te passen." Tumulty spreekt dan ook liever van configureren dan van programmeren. 
"Neem bijvoorbeeld de banken; die staan onder enorme druk om grote besparingen door te voeren. Zo maakt Deutsche Bank inmiddels gebruik van ons platform voor ITSM. Ondertussen wordt daar nu nagedacht hoe ze verschillende workflow tools voor hele andere toepassingen door ServiceNow-applicaties kunnen vervangen. Een andere bank had in totaal 63 verschillende applicaties voor zijn ITSM. Dat aantal hebben ze inmiddels sterk teruggebracht." 

Gesprekspartners

"Voor IT-beheerders blijkt ons platform een goede manier om de backlog aan functionaliteit vanuit de business aan te pakken," vervolgt Tumulty. "Het ontwikkelplatform is standaard beschikbaar voor onze klanten en heeft zich daar al bewezen voor ITSM. Consolidatie en standaardisatie zijn de belangrijkste argumenten voor klanten om met ons in zee te gaan. Zij vragen om self-service portals, Orchestration en gereedschappen voor knowledge management, en dat alles om hun ICT-processen zo veel mogelijk te automatiseren." Vandaar dat Tumulty graag spreekt van IT Service Automation als opvolger van ITSM. 

"Vervolgens blijkt het een kleine stap om ook andere applicaties in ServiceNow te bouwen. Vooral de flexibiliteit en de snelheid van het ontwikkelplatform maken het aantrekkelijk om bijvoorbeeld ook juridische, financiële en logistieke toepassingen in ServiceNow onder te brengen. We krijgen vaak de vraag hoe snel we iets kunnen implementeren. Maar klanten gaan soms ook zelf met ons platform aan de slag om hun bedrijfsspecifieke functionaliteit en processen in te vullen." 
"Voor de business bieden wij een hele nieuwe manier om ICT-functionaliteit naar de gebruikers toe te brengen. Het SaaS-concept levert een hogere kwaliteit en meer flexibiliteit, en dat tegen lagere kosten. En daarmee worden na de IT-manager ook de CIO en de business onze gesprekspartner. We beginnen altijd bij de IT-afdeling, maar daarna werken we ook vía de IT-afdeling." 

Sterke groei

Dat hun propositie aanslaat blijkt uit de groeicijfers van ServiceNow. Volgens Tumulty is het bedrijf het afgelopen jaar gegroeid van ruim 900 naar meer dan 1500 klanten wereldwijd. Hier in Europa is het aantal klanten zelfs verdubbeld. Opvallend is het aantal grote ondernemingen dat met ServiceNow in zee gaat. Van de 155 nieuwe Europese klanten is meer dan een derde een Global 2000 company. 

Bovendien is de omzet per klant in diezelfde periode ook met een kwart gestegen. "We hebben geen verloop. Iedereen heeft voor dit jaar zijn contract verlengd, een enkele uitzondering van een bedrijf dat failliet ging daargelaten. Van die 1500 klanten maakt ook 60 procent zijn eigen applicaties, of beter gezegd, de meeste van hen laten die ontwikkelen door onze partners." 

Ondertussen breidt ServiceNow ook zijn vertegenwoordigingen in Europa uit. "Na Duitsland en Engeland hebben we onlangs ons Europese hoofdkantoor in Amsterdam in gebruik genomen. Daarnaast hebben we nu ook vestigingen in Denemarken, Frankrijk, Israël en Zwitserland. De afgelopen weken zijn daar nog België, Italië, Oostenrijk en Spanje bij gekomen. Veel klanten werken samen met onze partners. Maar grote klanten willen ons toch in de buurt hebben en direct bij ons aan kunnen kloppen."

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.kevin_tumulty_gif/165_165_80_1__kevin_tumulty.gifKevin Tumulty, ServiceNow: Onze klanten zoeken naar moderne alternatieven om ICT-diensten aan te biedenMon, 06 May 2013 00:00:00 +0200
‘Het is prettig om te weten dat je bedrijf niet ten onder gaat’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/195/___het_is_prettig_om_te_weten_dat_je_bedrijf_niet_ten_onder_gaat___.html
EVault is sinds 2007 een volledige dochter van Seagate Technology. Vóór die acquisitie was EVault al ruim tien jaar actief op het gebied van online backup & recovery. “Zo werd dat genoemd voor de opkomst van cloud”, aldus Valerie Fawzi, VP worldwide marketing. “EVault was één van de pioniers op het gebied van dienstverlening op het gebied van remote backup & recovery, en ontwikkelde oplossingen voor de technologische problemen rondom het heen-en-weer verplaatsen van data via het internet.”

Deze technologie is dus bij uitstek geschikt voor recovery in geval van calamiteiten. Fawzi: “Onze kracht ligt in de dienstverlenging die wij bieden, zowel via onze eigen organisatie als via onze partners.” EVault richt zich daarbij vooral op sterk gereguleerde branches, zoals de gezondheidszorg, financiële dienstverlening, de juridische sector, en andere bedrijven die veel te maken hebben met data compliancy.

Ook in Europa is EVault actief. “We hebben twee jaar geleden een frisse start gemaakt”, aldus Marketing Director EMEA Aad Dekkers. “Het distributiekanaal is uitgebreid naar het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland, met grote plannen om verder internationaal uit te breiden. Duitsland is bijvoorbeeld een belangrijk land om in te investeren.”

Het nieuwe Europese hoofdkantoor is onlangs geopend in Den Bosch. In Nederland werkt EVault met twee soorten partners voor de verkoop van software. Een deel van de resellers verkoopt software en services vanuit de EVault data centra. Een ander deel wordt gevormd door de service providers die hun eigen datacentra hebben, en die eigen oplossingen verkopen gebaseerd op de software van EVault.

Dienstverlening centraal

Dekkers: “Dit is een heel flexibel model om eindgebruikers te benaderen. We hebben een grote diversiteit aan eindgebruikers met verschillende wensen, zowel in grootte als in spreiding over meerdere landen en meerdere locaties. Ook wat dat betreft kunnen we veel flexibiliteit bieden dankzij ons distributienetwerk. EVault is een softwarebedrijf, maar kan ook zelf diensten aanbieden.”

“Dat is belangrijk omdat dienstverlening steeds meer centraal komt te staan. Dat zien we elke dag in onze contacten met eindgebruikers en met onze partners. We groeien sneller dan de markt, wat betekent dat we op de goede weg zijn met ons aanbod.” Zo biedt EVault in de Verenigde Staten al cloud disaster recovery, een dienst die nu ook in Europa is  geïntroduceerd.

Janson Hoambrecker, Director, Customer Experience Management - Cloud Disaster Recovery vult aan: “Alles wat we intern gedaan hebben, vastgelegd in draaiboeken en procedures, geven we aan onze partners. We verstrekken dus niet alleen de technologie. Want het is makkelijk om te zeggen ‘hier is de technologie, bouw maar een dienst’. Wij gaan een stap verder. Hierdoor kunnen onze partners hetzelfde niveau van dienstverlening bieden als wij, op basis van onze ervaring met vijftien jaar back-ups maken. Wat wij anders doen dan de meeste andere aanbieders is dat wij onze partners de huidige marge laten behouden, zelfs bij clouddiensten. Veel andere aanbieders verlagen de marges en kennen zichzelf meer toe.”

Nieuw in Nederland is Cloud Disaster Recovery, een dienst die al enkele jaren draait in de Verenigde Staten. Hoambrecker: “Van oorsprong maakten wij voornamelijk back-ups, die we in de cloud zetten. We losten bedrijfsproblemen op door een tweede kopie te maken, bij kleine tot middelgrote bedrijven die geen alternatieve locatie hadden.”

Gezondheid van bedrijf

“Daar kwam de vraag bij wat te doen bij een calamiteit bij. De data staat off site, en moet opnieuw tot leven worden gewekt, in een formaat krijgen waar je mee kunt werken. We presenteren CDR daarom als een soort verzekeringspolis om je bedrijf weer werkend te krijgen. Dat is een businessvraag, en gaat niet in de eerste plaats om technologie. In de gesprekken die wij voeren met CIO´s en CEO´s maken zij zich zorgen over de gezondheid van hun bedrijf.”

Ze vragen zich af of het bedrijf kan overleven wanneer er iets gebeurt, bijvoorbeeld als de server het laat afweten, een gebouw afbrandt, een overstroming optreedt. Het is dan zaak niet alleen een verzekeringspolis te hebben, maar ook de capaciteit om een bedrijf weer werkend te krijgen. Vooral kleine en middelgrote organisaties hebben geen eigen uitwijkmogelijkheden. Zij hebben weinig IT medewerkers, of de IT is uitbesteed. Wij zijn de uitbreiding van hun IT afdeling. Als zich een calamiteit voordoet hoeven ze alleen maar een verbinding met ons te maken. Wij gaan vervolgens met het systeem aan de slag en brengen hun bedrijf weer in de lucht.”

Dit is een volledige service, inclusief alle apparatuur, servers, opslagcapaciteit, externe IP-adressen, VPN verbindingen en de mogelijkheid voor remote users om weer verbinding te maken. De traditionele Disaster Recovery bestaat uit een computer, een bureau en een telefoon op een andere locatie. Tegenwoordig heeft iedereen een internetverbinding en mobiele apparatuur, zij willen niet naar een specifieke locatie gaan als zich een calamiteit voordoet, ze willen overal waar een internetverbinding is aan de slag gaan.”

CDR is zwaar op de proef gesteld tijdens orkaan Sandy in de Verenigde Staten. “Daarbij werd een groot gebied getroffen, waar we veel klanten hebben. Door de storm konden ze niet bij hun bedrijf. Ze hoefden alleen maar de telefoon op te pakken ons te vragen het over te nemen. We waren in staat veel bedrijven weer online te brengen. Binnen een paar uur werkte hun email en konden ze vijftig tot negentig procent van hun werk weer mobiel doen.”

Calamiteit

EVault heeft meer dan 83 klanten in het door Sandy getroffen gebied. “Het was een grote calamiteit, maar tegelijkertijd een goede test voor ons, we waren in staat om alle klanten succesvol te helpen, ruim binnen de door afgesloten SLA’s. Daarin staat onder andere de bepaling dat het contract vervalt als wij niet aan die SLA kunnen voldoen bij een test of een calamiteit. Maar sinds 2008 is dat nog nooit gebeurd.”

Testen is een belangrijk onderdeel van een dergelijke dienst. “Dat hebben we allemaal verwerkt in de maandelijkse servicebijdrage. Onze engineers komen langs, zij maken een analyse, stellen een DR-plan op en bepalen de strategie. We tonen aan dat het werkt. Tijdens de test kunnen medewerkers van klanten inloggen en transacties uitvoeren vanuit de cloud. Bij een audit kunnen zij vervolgens de resultaten van die test laten zien. De business case is dat je hiermee verschillende soorten risico’s aanpakt, en die risico’s minimaliseert. Want alleen het hebben van een backup is niet voldoende.”

De economische crisis maakt de vraag naar deze cloud-oplossing alleen maar groter. “Wat we bij veel bedrijven in de Verenigde Staten zagen toen de economische crisis toesloeg was dat zij niet meer de middelen hadden om een systeem van 100.00 euro te kopen. Maar wat ze wel kunnen doen is 1.000 of 2.000 euro per maand betalen. Daarmee krijgen ze dan hetzelfde niveau van dienstverlening. Je betaalt alleen voor wat je gebruikt.”

   

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.aad_dekkers_evault_jpg/165_165_80_1__aad_dekkers_evault.jpg‘Het is prettig om te weten dat je bedrijf niet ten onder gaat’Sat, 04 May 2013 00:00:00 +0200
HR Analytics ondersteunt bedrijfsstrategiehttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/193/hr_analytics_ondersteunt_bedrijfsstrategie.html
Human Resources staat ondertussen ook bij C-level op de agenda bij bedrijven. Want met een efficiënte digitale inrichting van HR kan personeelsbeleid daadwerkelijk bijdragen aan het verbeteren van de bedrijfsstrategie. Raet ontwikkelt software om die processen te digitaliseren, zodat ze ook echt impact hebben op een organisatie.

Raet richt zich al zo’n 50 jaar primair op het HR-domein, met een breed scala aan tools bedoeld om de HR-functie van een organisatie efficiënt en effectief in te richten. Dat beslaat het hele scala van strategische HR, talentmanagement, personeelsplanning tot en met workforce management en data management. Raet was oorspronkelijk alleen actief in Nederland, maar heeft de activiteiten ondertussen uitgebreid naar Engeland. De software is generiek en in meerdere talen beschikbaar. Raet heeft 1000 medewerkers, die jaarlijks een omzet van vijftig miljoen euro genereren.

Cees van den Heijkant, CEO van Raet: “We zien dat veel executives zich zorgen gaan maken over een aantal HR-zaken: ze willen hun mensen behouden, de ervaring in een organisatie veilig stellen, de opleidingen borgen en zorgen dat de juiste mensen binnenkomen en aan boord willen blijven. Overkoepelend speelt dat werkgevers de effectiviteit en efficiency van HR meer meetbaar willen maken, om op die manier de invloed op de bedrijfsstrategie aan te kunnen tonen.”

“Dat is een ontwikkeling die in een versnelling is geraakt. Bedrijven die machines kopen zijn daar al jaren tot in detail mee bezig, van de technische specificaties tot de kostprijs, het onderhoud en het beheer tot de output. Maar organisaties waar de personeelskosten zestig tot zeventig procent van de totale uitgaven bedragen en die veel investeren in menselijk kapitaal, zijn vaak niet in staat om de effectiviteit van die medewerkers aan te geven. Ze weten niet wat voor effect opleidingen hebben, of ze de juiste mensen aannemen, hoe lang ze blijven en door wie ze kunnen worden opgevolgd. Ze weten vaak al helemaal niet wat voor invloed dat heeft op de bedrijfsresultaten.”

Bedrijfskundige HR

Bedrijfskundige HR, of HR Analytics speelt een rol bij deze belangrijke inzichten, zegt Van den Heijkant: “Organisaties willen meer en meer de verbanden zien tussen investeringen in HR, HR-performance en de primaire ondernemingsprocessen. Dat is een opmerkelijke ontwikkeling, omdat je op het eerste gezicht zou denken dat er in tijden van recessie en werkloosheid voldoende resources beschikbaar zijn. Maar wij merken dat de aandacht voor het managen en ontwikkelen van medewerkers met behulp van digitale HR-tooling steeds groter wordt.”

“Daarmee bedoel ik bijvoorbeeld ook het digitaliseren van papieren verlofaanvragen, declaraties en beoordelingen. Maar al te vaak zitten de gewenste overzichten nog ergens in een hangmap waar weinig mensen bij kunnen. Tegelijkertijd willen werkgevers hun medewerkers meer en meer centraal stellen in HR. Die medewerkers krijgen daarvoor instrumenten en daardoor een meer open relatie met de werkgever. Werkgevers spelen daarmee in op de wens van de medewerker om steeds meer het heft zelf in handen te nemen.”

“Die mogelijkheden van moderne HR-tooling van Raet sluit ook aan bij een actueel HR-thema als Het Nieuwe Werken, die een meer flexibele omgang met medewerkers inhoudt. De software die Raet ontwikkelt voor organisaties en haar medewerkers, stelt hen in staat om altijd en overal HR te kunnen bedrijven via elk apparaat, en dus ook de trend van multi-device usage en ‘bring your own device’.

Het Nieuwe Werken wordt overigens niet door Raet als werkgever door de hele organisatie toegepast. Van den Heijkant stelt dat de aard van het werk dit niet mogelijk maakt. ”We zijn de grootste aanbieder van  standaardsoftware, met honderdvijftig ontwikkelaars. Die werkten eerst volgens de watervalmethode voor ontwikkeling van functioneel software. Dat duurde vaak maanden. Nu zijn we overgestapt op een agile-methode, met scrum. In essentie heeft een team de hele dag zowel onderling als met externen intensief contact. Die methode vraagt veel ad hoc, stand-up sessies. De kracht van dat proces bereik je vooral als je dicht bij elkaar bent.”

Software voor alle medewerkers

Het overschakelen op de agile-methode heeft voor Raet alles te maken met het uitbreiden van de groep gebruikers van e-HRM-software. “Software ontwikkeld volgens de watervalmethode is bij uitstek geschikt voor professionals die hier acht uur per dag mee werken. De software die we nu leveren, wordt echter ook door alle medewerkers en managers binnen een organisatie gebruikt. Zo bedienen we met onze portal al dagelijks meer dan een miljoen mensen. Die gebruiken de portal elke keer maar een paar minuten. De activiteiten zijn niet hun corebusiness, dus die software moet intuïtief zijn. Daarbij moet die software in korte cycli kunnen worden geleverd. Met scrum en agile kan dat per week of per twee weken. Dat betekent ook dat je heel snel de feedback uit de markt kunt opnemen, en dat is belangrijk.”

Digitalisering heeft duidelijk voordelen voor HR-beleid van een onderneming. Van den Heijkant: “Beoordelingen gebeuren nog vaak op een Excel-sheet die wordt ingevuld op basis van een grote hoeveelheid data die overal in de organisatie is opgeslagen. De directie heeft dan vaak niet het juiste, actuele overzicht. Daarvoor hebben wij een digitale talentsuite ontwikkeld, waarbij alle relevante personeelsgegevens in één actueel overzicht bij elkaar te zien zijn. Met scrum hebben we die software precies ingericht, gericht op de manier waarop bedrijven met talentmanagement om willen gaan. Dat kan niet meer met een dik document waar het functioneel ontwerp in detail beschreven staat. We ontwikkelen dus veel dichter bij de markt.”

“We streven dus naar efficiency en transparantie van de HR-processen. Dat is een ontwikkeling van offline naar online. Dat heeft een aantal duidelijke voordelen. Er gaat nooit meer papier verloren, managers en medewerkers hoeven minder handelingen te verrichten en iedereen weet waar een HR-proces zich bevindt. Dat is efficiency, en dat vertaalt zich in besparingen. Bovendien ontstaat er zo een digitale database die tot meer transparantie leidt. De hangmap bestaat bij ons niet meer. Dossiers zijn met een klik digitaal beschikbaar. Daarnaast stellen we applicaties beschikbaar waarmee we de effectiviteit van HR sturen. De beoordelingen worden beter van kwaliteit, de werving effectiever en de opleidingen kunnen gerichter worden aangeboden.”

Changemanagement

De volgende stap die Raet in de HR-software inbouwt, is integratie van HR-data met data van andere bedrijfsprocessen. Van den Heijkant: “Bijvoorbeeld in het bepalen van beloningen van medewerkers in relatie tot hun prestatie, ook op langere termijn. Zo heeft HR echt impact op het primaire proces. In onze e-HRM-portal hebben we al die modules ondergebracht, die efficiency en effectiviteit van de HR-processen kunnen verhogen, en uiteindelijk meetbaar impact hebben op bedrijfsprocessen.”

Het gaat hierbij niet alleen om de technische implementatie, maar ook, en vooral, om het changemanagement. “Met de invoering van e-HRM worden de bestaande workflows ter discussie gesteld, veranderen de formulieren en worden de processen worden gesynchroniseerd over afdelingen heen. Het beleid van een HR-proces wordt aangepast. Dat betekent dat veel mensen erbij betrokken raken. Soms denken mensen dat ze het werk van HR moeten gaan doen, maar in werkelijkheid krijgen ze juist instrumenten om zelf hun werk beter te doen. Dat leidt initieel wel eens tot weerstand. Onze consultants besteden daarom veel aandacht aan het veranderingsproces; het creëren van draagvlak, interne communicatie en het uitleggen van de voordelen. De technische component op zichzelf is eenvoudig; onze portal is gebouwd op Software-as-a-Service. Er is geen installatie nodig, alleen het inrichten van een online-portal. De Total Cost of Ownership van die SaaS-oplossing is vele malen lager dan een implementatie in eigen huis.”

   

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.cees_van_den_heijkant_raet_gif/165_165_80_1__cees_van_den_heijkant_raet.gifHR Analytics ondersteunt bedrijfsstrategieSat, 27 Apr 2013 00:00:00 +0200
Protinus IT en het nieuwe zakendoenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/191/protinus_it_en_het_nieuwe_zakendoen.html
Marcel Nulden en Marcel Hofstra zijn met Vincent Verbiesen oprichters van Protinus IT, specialist in ‘managed sourcing’. Hierbij fungeert het bedrijf als marktplaats voor IT-vraag en aanbod. Protinus IT bestaat nu goed twee jaar en heeft sindsdien een serieuze plek ingenomen in de grootzakelijke markt. Vanaf 2011, toen het bedrijf twee EASI2010 overheidsaanbestedingen wist te winnen, is Protinus IT de ‘talk of the town’. Tijdens een lunch in restaurant De Colonie in Houten vertellen Nulden en Hofstra hoe zij de IT-branche op hun kop willen zetten met ‘het nieuwe zakendoen.’ “Protinus IT is een marktplaats voor grote organisaties, leveranciers, systeemintegratoren, resellers, VARs en distributeurs.”

Marcel Nulden vertelt enthousiast wat Protinus IT precies doet: “Protinus brengt IT-vraag en -aanbod bij elkaar en zorgt bovendien voor de beste gespecialiseerde partners. Dat zijn partners die normaliter moeilijk toegang hebben tot de corporate markt, terwijl grote bedrijven op hun beurt slecht toegang hebben tot deze specialistische IT-dienstverleners en hun kennis. Aanbestedingen en grote contracten zitten die toegang vaak in de weg. Met een intelligente methode van IT-sourcing en -contracting, zogenaamde ‘managed sourcing’, groeien we snel in de IT-sourcingmarkt.”    

Wendbaarheid als droom

De oprichters van Protinus deden veel werkervaring op bij zakelijke resellers, zoals Scholten Awater en Kender Thijssen: “We hebben veel starheid ontdekt in de IT-markt. Het gevoel dat bedrijven flexibel moeten zijn, is altijd bij ons blijven hangen.” Nulden vervolgt: “We vinden de IT-wereld niet spannend, wel de business modellen eromheen. Vanuit onze ruime ervaring met grote klanten, ondermeer op het gebied van contracten, aanbestedingen en IT leveranciers, merkten we dagelijks dat we het anders wilden. Beter, eigentijdser en vooral wendbaarder. Die droom komt nu uit. We combineren de door ons opgedane kennis nu in het managed sourcing aanbod van Protinus. Ons aanbod in samenwerking met channel partners is breed en op maat. Het biedt CEO’s en CIO’s meer keuzevrijheid en ‘best of breed’. CFO’s en Contract managers krijgen dankzij ons concept meer inzicht in bestedingen en waar besparing te halen valt.”

Het nieuwe zakendoen 

Nulden zegt dat hij vanaf het moment dat hij zich in de IT-wereld begaf, gezocht heeft naar eigentijdse business modellen. Dat is volgens hem altijd best redelijk gelukt, maar heeft niet de ultieme voldoening gegeven, omdat vanuit  een bestaande ‘verouderde economie legacy’ moest worden gestart. “De oude manier van zakendoen heeft goed op zijn donder gekregen. We hebben nu meerdere crises ervaren en weten eigenlijk dat alles slimmer, flexibeler en sneller moet”, aldus Nulden. “De oplossing is niet alleen ‘het nieuwe werken’, maar ook het nieuwe zakendoen. IT kan het allang, predikt en faciliteert het zelfs. Legacy kán daarin een sterkte zijn, maar als je drastisch een nieuw businessmodel wilt vormgeven, dan is dat vanuit een bestaande situatie nagenoeg onmogelijk.”

Reset en naar de cloud

De oprichters van Protinus IT hebben in het licht van ‘het nieuwe zakendoen’ als het ware op de ‘reset-knop’ gedrukt, hun baan opgezegd en alle business-onderdelen opnieuw eigentijds bijeengebracht. Hofstra: “We kopiëren geen oude business modellen en laten ons volledig bedienen door de cloud. We gebruiken hiervoor Microsoft Office 365, telefonie van Voipro, online content, partners, e-ordering, e- contractmanagement, Exact Online boekhouding, CRM en back-up. We koppelen dit alles met onze klanten, waardoor een superschaalbaar en eigentijds businessmodel ontstaat dat zich in de corporate markt onderscheidt.”

Licentiebeheer
Protinus IT heeft in 2012 zijn softwaredivisie uitgebreid met de overname van software licentiespecialist 4elements. Paul van den Berg, oprichter van 4elements, is nu partner bij Protinus IT. “4elements heeft zijn sporen in de software licentiemarkt verdiend, met gemiddelde besparingen van meer dan 40 procent. Het afsluiten en het managen van IT-contracten is een geweldig onderschat fenomeen voor grote organisaties. Daar spelen wij op in” , aldus Nulden. “Naast diepgaande kennis over softwarelicenties hebben we  een uniek software tool om de minimale compliance voor de grote softwaremerken te bepalen. Hiermee helpen we organisaties om de juiste licentiekeuzes te maken en deze licenties tegen de beste prijs in te kopen. Met de tool helpen we onze klanten hun daadwerkelijke licentiegebruik accuraat in beeld te brengen en te managen om te allen tijde op de slimste manier aan de licentievoorwaarden te voldoen.”


Managed sourcing
Protinus richt zich op grote organisaties, dat wil zeggen op organisaties met meer dan 5000 geautomatiseerde werkplekken. Dat heeft een reden, zo legt Nulden uit. “Naar onze mening bestaat IT uit vier kwadranten. Dat is ten eerste de infrastructuur, van PDA tot backend, inclusief housing en hosting. Ten tweede is er de software bestaande uit kantoor-, systeem-, bedrijfssoftware en apps. Ten derde zijn er de human skills, mensen met specifieke vaardigheden. Ten vierde heb je ‘practises’, ofwel methodieken om IT te ontwerpen, te bouwen te onderhouden en te beheren. Dit zijn voor ons de vier bouwstenen van IT. Achter deze kwadranten zitten veel organisaties en leveranciers en nog veel meer afspraken verbonden. Afspraken die vaak starheid vertegenwoordigen als je als organisaties sneller vooruit wilt met IT. Met ons managed sourcing model brengen we al de IT-kwadranten slim samen voor onze klanten.  

‘Exit the contract age, enter the managed sourcing age’

Grote bedrijven met 5000 werkplekken of meer hebben vaak veel verschillende IT-leveranciers en dienstverleners waarmee verschillende SLA’s zijn afgesloten. Daarnaast heb je ook Dossier Afspraken en Procedures (DAP) en contracten waar veel geld doorheen stroomt, aldus Nulden. “Een contract is vaak een vorm van legacy. Je komt er niet zo snel vanaf. Kijk eens naar een printing contract, daar zit je soms vijf jaar aan vast. Ik denk dat het grootste goed voor bedrijven niet zaken managen of transformeren is, maar agility ofwel wendbaarheid. Bedrijven moeten meer flexibel zijn met contracten. Ze moeten sneller af kunnen stappen van systemen, leveranciers of contracten. In de consumentenwereld is deze gang van zaken al lang geaccepteerd. Je kunt bijvoorbeeld snel je energie- of je telefoonabonnement veranderen. Je bent dan wendbaar en zit niet vast. Ik denk dat dit in de zakelijke wereld ook mogelijk is. We doen dan wel aan ‘het nieuwe werken’, maar er wordt nog op een té ouderwetse manier zaken gedaan.”

Protinus heeft een aantal diensten ontwikkeld die Nulden ‘managed sourcing’ noemt’. We bieden als eerste pre-sourcing, ik noem het marktconsultatie. Als organisaties een aanbesteding willen doen, dan zeg ik altijd als eerste tegen klanten: kijk eerst wat te koop is. Er is zoveel aanbod. Kijk naar het type leverancier en het type oplossing, maak dan een preselectie en bekijk die in het licht van je daadwerkelijke behoefte. Dat is slimmer dan zelf het wiel uitvinden.”

Grote deals

Het model dat Protinus hanteert, blijkt goed te werken, onder andere bij overheidsaanbestedingen. Zo won Protinus twee EASI2010 aanbestedingen, de Cluster Accessoires en Rekencentrum Hardware. Deze Rekencetrum hardware aanbesteding werd gewonnen met IT-partners als Plusine, Dimension Data, E-Storage, Detron en BP Solutions. Bij de EASI2010 accessoires deal zijn zo’n 30 partners betrokken. Nulden: “Veel resellers hadden tot voor kort weinig kans om een grote aanbesteding bij de overheid te winnen. Maar door het ‘managed sourcing’ model van Protinus lukt dat wel. “Het waren tot voor kort ook altijd dezelfde partijen die de grote aanbestedingen wonnen.  Zij weten van alles een beetje, maar van niets écht veel. IT is een wereld vol met nog in onvoldoende onderkende mate specialismen. Maar naast EASI hebben we inmiddels meer mooie grote klanten. Zo wonnen we met Atos enige tijd geleden een belangrijke aanbesteding waarmee we de gehele zorgmarkt mogen bedienen. En met ons licentieadvies bedienen we tal van grote organisaties. Protinus werkt vandaag de dag samen met grote leveranciers zoals HP, Canon, Cisco en Fujitsu. Zelfs Apple Nederland ziet dat ons business model werkt. Maar voor alle duidelijkheid: We zijn geen reseller. We zijn eerder een soort marktplaats voor resellers. Klanten vinden het fijn dat wij alles in een pre-sourced vorm uitgezocht hebben. Gespecialiseerde resellers zijn op hun beurt weer blij dat ze een klant kunnen bedienen die ze niet zelf direct binnen konden halen.“

itshop.nl

“Protinus betekent in het Latijn ‘onmiddellijk’. En omdat we in een instant economy geloven, bieden wij instant sourcing. Dat betekent dat we snel een dienst kunnen leveren in samenwerking met leveranciers. Via de website itshop.nl bieden we oplossingen, producten en diensten aan klanten die met ons een afspraak hebben. Klanten bepalen bij wie ze willen kopen. Ze kunnen bijvoorbeeld direct hardware inkopen bij een fabrikant of bij een distributeur. Voor oplossingen kunnen ze naar resellers. Met itshop.nl ontsluiten wij leveranciers, distributeurs én resellers. De resellers kunnen merken en diensten combineren en deze via ons aanbieden aan klanten. Wij ontsluiten dus geen distributieketens, maar waardeketens. En organisaties hebben per behoefte een andere specialisatie en waarde nodig.”

itcontracten.nl
Er kunnen ook contracten worden afgesloten en online beheerd via Protinus, aldus Nulden. “Protinus IT biedt via de website itcontracten.nl eenvoudig en inzichtelijk online contractbeheer over alle contracten en overeenkomsten in één portal. Op de website itcontracten.nl krijgen klanten alles te zien over hun contracten, bijvoorbeeld ook of het goedkoper of slimmer kan. Dat is interessant voor de CIO, CFO, CEO en de contract manager. Die willen hun kosten kunnen managen en meer  grip behouden op gemaakte afspraken.“ 

 
]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.protinus_gif/165_165_80_1__protinus.gifProtinus IT en het nieuwe zakendoenThu, 25 Apr 2013 00:00:00 +0200
Interview KBenP: Wie is verantwoordelijk voor de informatie?http://www.executive-people.nl/executive_people/24/189/interview_kbenp__wie_is_verantwoordelijk_voor_de_informatie_.html
Automatisering heeft gezorgd voor grote efficiencyslagen, maar de enorme hoeveelheid functionaliteiten en vooral ook data en documenten zorgt ook voor specifieke nieuwe uitdagingen. Zo was vroeger duidelijk dat de archivaris en de bibliothecaris verantwoordelijk waren voor het beheer van informatie. Maar die specifieke functies  zijn in veel organisaties verdwenen of gemarginaliseerd, of hebben alleen betrekking op papier. CIO’s worstelen met de vraag hoe ze het informatiebeheer moeten organiseren en de informatie wel of niet moeten structureren. Executive People sprak met de directie van KBenP, dat zich heeft gespecialiseerd in diverse aspecten van informatiebeheer.

De KBenP Groep is een verzameling van verschillende bedrijven met ieder een eigen focus, die echter allemaal als gemene deler informatiemanagement hebben. De vraagstukken waar de diverse onderdelen van KBenP aan werken hebben voornamelijk te maken met ongestructureerde informatie.

Eén van de bedrijfsonderdelen is gespecialiseerd in advies en verandermanagement op het gebied van zaakgericht werken. Volgens Kees Koenen is dit een belangrijke sleutel bij de verdergaande digitalisering: digitaal werken volgens de traditionele aanpak is omslachtig en inefficiënt. Een ander onderdeel richt zich op enterprise search en websearch, door KBenP beschreven als findability. De unit Advies helpt organisaties hun documentintensieve processen en informatiebeheer goed in te richten. De afdeling Talent tenslotte levert de mensen om informatie en archieven te ordenen en toegankelijk te maken, vaak achteraf, als een project is afgelopen. Ook opleidingen op al deze vakgebieden behoren tot het aanbod.

Specialisten

Paul Baak, directeur en principal consultant: “We richten ons niet zozeer op de numberchrunching, de harde cijfers of boekhouding. Bij ons staat de vraag centraal hoe je met teksten omgaat, met archieven en met dossiers.” CEO Kees Koenen vult aan: “Er waren  destijds veel specialisten, zoals de archivaris en de bibliothecaris, die pittige opleidingen hadden gedaan om deze ongestructureerde informatie te structureren, toegankelijk te maken en te beheren. Zij kenden de wet- en regelgeving voor bewaren en vernietigen, verantwoording en beveiliging. Toen de automatisering zich na haar start in de boekhouding en financiële administratie zich meer en meer ook in dit domein (de ongestructureerde informatie) begaf zijn de vakmensen en de oorspronkelijke kennis op dit gebied op de achtergrond geraakt. De automatisering heeft hen rechts ingehaald. De automatisering kwam met nuttige nieuwe concepten als full tekst search en automatische metadatering. Maar tegelijk was zij de voedingsbodem voor een ongeremde en ongestructureerde explosie van informatie. In de praktijk blijken de meeste organisaties in toenemende mate te worstelen met de omgang met hun immense verzamelingen van digitale documenten, e-mails, teamsites en websites. De primaire processen lijden hieronder.”

KBenP heeft een groep adviseurs di zijn gericht op SharePoint. Baak: “Veel CIO´s staan voor  de uitdaging om te zorgen dat SharePoint effectief gebruikt gaat worden in hun organisatie. Wij zien dat er in veel gevallen veel ruimte voor verbetering is op et gebied van de inrichting van en de organisatie rondom Sharepoint. Veel organisaties kunnen veel meer waarde uit een dergelijk platform halen wanneer ze van tevoren een gedegen (governance)plan zouden maken dat beschrijft wat men ermee wil bereiken en hoe men een en ander gaat organiseren.”

Omgang met informatie

De mensen van KBenP hebben dus veel te maken met –vaak grote- organisaties die worstelen met de vraag hoe ze met hun informatie moeten omgaan, omdat hun traditionele archieffunctie en het interne kenniscentrum vaak allang is verdwenen. Koenen: “Veel van dat werk is bij de medewerkers terecht gekomen: de marketeer, de researcher, de beleidsmedewerker. Zij worden geacht op een verantwoorde manier met de corporate (!) informatie om te gaan, ook die welke ze zelf creëren. Het is de uitdaging voor de CIO of het hoofd informatisering om dit in goede, verantwoorde banen te leiden.”

Zo heeft een grote bank een beroep gedaan op KBenP om alle interne bestanden, documenten, teamsites, afdelingsschijven, e-mail en intranetsites doorzoekbaar te maken. Om dat te bereiken is een gekozen voor het inrichten van een Google Enterprise Search -toepassing. Hiermee kan elk van de 40.000 medewerkers de eigen informatie en die van de collega’s makkelijk vinden, voorzover men daar passende rechten voor heeft. De bedrijfsprocessen komen hiermee in een stroomversnelling. Per jaar doet KBenP zo’n vijftig van dit soort projecten.

“Dat lijkt in eerste instantie eenvoudig, want we kennen allemaal Google. Maar het is erg complex een effectief zoekmechanisme in te richten en te zorgen dat alle relevante domeinen doorzocht kunnen worden. Eén van de verschillen met websearch is dat je op het web vooral op zoek bent naar het meest relevante antwoord op je zoekvraag. Maar in een corporate omgeving ben je vaak op zoek naar dat ene specifieke contract of dat ene document. Iets wat er heel veel op lijkt is dan niet goed genoeg.”

Primaire proces

Een ministerie heeft gevraagd te helpen bij het in gebruik nemen van Sharepoint, waarbij KBenP de beheerskant van de informatie ingericht. En voor een grote gemeente ontwikkelt KBenP een beleid voor Bring Your Own Device. Baak: “Daarvoor hebben we een methode ontwikkeld op basis van ‘persona’s’. Deze profielen van hoe men werkt maken het Nieuwe Werken concreet en daardoor beter hanteerbaar. Zo sluit je een bureaucratische organisatie aan op de dynamische wereld van ICT, en zorg je dat het klikt.”

Alle lagen van organisaties hebben te maken met die ongestructureerde informatie. In de praktijk is het vaak de business die aan de bel trekt. “We hebben veel te maken met business needs vanuit het primaire proces. Maar het gebeurt ook dat de top van een bedrijf constateert dat er zaken misgaan of dat men teveel risico loopt, en gaat zoeken naar een oplossing. Bij die laatste manier is een extra uitdaging de oplossingen op de werkvloer geaccepteerd te krijgen.”

Koenen: “Ons werk vraagt gedegen kennis en inzicht in de functionaliteit, concepten en producten op het gebied van automatisering en digitalisering. Maar de grootste uitdagingen liggen in het samen met een organisatie bedenken wat men wil en wat de beste keuzes zijn, in het ontwerpen van de organisatie rondom de toepassing en de nieuwe situatie geadopteerd krijgen op de werrkvloer, door alle betrokkenen. De vraag ontstaat door de beschikbaarheid van technologie, maar uiteindelijk gaat het vooral om de business, de processen en de mensen. Die mensen willen net zo makkelijk werken als ze thuis gewend zijn. De complexiteit ontstaat als het om veel mensen gaat die onderling samenwerken en samen zeer veel informatie produceren en gebruiken. De ontwikkelingen daarin gaan snel. Sommige bedrijven zijn in staat om het tempo bij te houden, andere zitten als konijntjes in de koplampen te staren en komen niet in beweging. Er is nog veel te winnen.”

   

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.kbenp_directie_jpg/165_165_80_1__kbenp_directie.jpgInterview KBenP: Wie is verantwoordelijk voor de informatie?Fri, 19 Apr 2013 00:00:00 +0200
Interview Roel Kusters: De transitie van Bullhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/187/interview_roel_kusters__de_transitie_van_bull.htmlHij verontschuldigt zich als hij het woord ‘query’ laat vallen, want Roel Kusters, commercieel directeur van Bull Nederland, wil het helemaal niet over technologie hebben. Net zoals het zijn klanten eigenlijk niet om de techniek gaat, maar om verbetering van bedrijfsprocessen. “Wij stellen de klant centraal; we luisteren meer; denken mee. We willen het vertrouwen winnen en vasthouden.”

Kusters is krap een half jaar binnen bij Bull. Binnen gekomen met de boodschap de onderneming meer klantgericht te maken. Dat vereist een cultuurverandering. “Mijn eerste indruk was dat het bedrijf van binnen naar buiten was gericht. Bull heeft technologie en diensten en dat vertellen we aan de wereld. Maar het moet juist andersom: van buiten naar binnen. Het oor te luister leggen bij organisaties, hun uitdagingen in kaart brengen en dan pas kijken wat wij in huis hebben om eventuele oplossingen aan te dragen; sterker nog, om samen met een klant of prospect oplossingen uit te werken.”

Terwijl Frankrijk, het moederland van Bull, worstelt om het centralistische bestuur en staatsbedrijven te hervormen, is de Nederlandse vestiging van de Franse computerfabrikant druk doende zich aan te passen aan mondiger klanten met kleinere budgetten. “Overigens is dat een beweging die het moederbedrijf ook heeft ingezet, hoor”, vertelt Kusters. “Maar de afzonderlijke landenorganisaties hebben veel vrijheid van handelen. Wij lopen dan ook enigszins voor op Frankrijk. Ook niet zo verwonderlijk, want met de honderd tot honderdtwintig medewerkers die wij in Nederland hebben, is zo’n opgave eerder te verwezenlijken dan bij een bedrijf met duizenden personeelsleden, zoals in Frankrijk”

High Performance Organisatie

Kusters legt het boek ‘High Performance 3.0’ van Peter Stoppelenburg op tafel, evenals het drukwerk ‘Hoe bouw je een high performance organisatie?’ van André de Waal. “Daar willen we naar toe”, zegt hij. “Naar een high performance organisatie (HPO).” En hij somt moeiteloos de vijf kenmerken van een HPO op: Kwaliteit van Management, Openheid & Actiegerichtheid, Langetermijngerichtheid, Continue Verbetering & Vernieuwing, en Kwaliteit van Medewerkers.Een HPO onderneming is ingericht om zo goed mogelijke lange termijn samenwerkingsrelaties met klanten aan te gaan.Hierdoor wordt aan de realisatie van de ambities van de klant bijgedragen en groei bij eigen organisatie gerealiseerd.

“We zijn daar nog niet; onze horizon ligt nu op 2015”, stelt hij. “Het is een reis die we dus samen met onze medewerkers en klanten ondernemen”, vultDick Fens even later aan, de CEO van Bull Nederland.

Wat dat in de praktijk betekent? “Begrijpen wat er speelt in de verschillende sectoren en deze ook delen met klanten. Zo organiseren wij seminars samen met en voor klanten over actuele onderwerpen. Met onafhankelijke sprekers, geen Bull-verkopers – om het zo te zeggen. Voor retail hebben we het onderwerp integratie na een fusie opgenomen. Mensen van Jumbo en C1000 komen vertellen wat er onder de motorkap gebeurt na een overname.

Wij kunnen trouwens altijd terugvallen op de expertise die Bull wereldwijd heeft opgebouwd. Als het nodig is, dan laat ik een deskundige komen. Dat kost me wel wat geld –– maar als dat onze klant verder helpt, dan is me dat wel waard. In Parijs heeft Bull bijvoorbeeld een aantal bioinformatici aangenomen. Geen gewone IT’ers, maar biotechnologen/informatici , die veelvan digitaal aflezen van genprofielen (sequencing van genomen) weten.De kosten van het sequencen van genomen zijn de laatste jaren aanzienlijk afgenomen. Dat heeft grote gevolgen voor hetDNA onderzoek:reseachers krijgen te maken met meer input aan gegevens en meer berekeningen die gemaakt moeten worden.Dat vraagtheel veel computerrekenkracht en opslagcapaciteit. Met ondersteuningvan debioinformatici met kennis van HPC (high performance computing) kan een research proces versneld worden.En kunnen zij helpen met de beheersing van al die data en gegevens.Wij brengen deze bioinformaticigraag in contact met onze klanten in Nederland.

Drie sectoren gekozen

Kusters haalt zijn voorbeelden uit de retail, de zorgsectoren de financiële sector. CIO’s hebben inmiddels van onze nieuwe aanpak gehoord van hun collega’s, en we krijgen meer en meer het verzoek of wij mee willen denken met hun vraagstelling. “We zijn met een beperkt aantal medewerkers. We kunnen en willen ons niet meten met bijvoorbeeld Capgemini en Atos die duizenden mensen hebben. Dus hebben wij keuzes gemaakt voor de sectoren waarop wij actief willen zijn.”

Op de opmerking dat Bull niet de enige is die zich juist op die drie branches richt, zegt hij dat Bull zich juist daarom moet onderscheiden. “En dat doen we door naar een HPO te groeien, door de klant centraal te stellen. Daarin zijn we bereid ver te gaan. Wij willen, samen met andere leveranciers, rond de tafel gaan zitten om samen met een klant een probleem op te lossen. En dan gaat het ons niet om landjepik, maar om te komen tot de beste oplossing voor onze klant. Wij hebben meegemaakt dat we door die opstelling uiteindelijk bij een klant minder omzet hadden dan voorheen. Als dat de uitkomst is, dan is dat zo. Maar we hebben wel het vertrouwen gewonnen van die klanten in de toekomst zal hij zeker aan ons denken als hij weer voor een uitdaging staat. Wij gaan niet voor het snelle gewin, maar voor de lange termijn.”

Nieuw volk

Hij komt met nog een voorbeeld: “Bull heeft een sterke naam op het vlak van high performance computing. Daarom is SARA bijvoorbeeld een klant van ons. Ik heb al eerder aangegeven dat het analyseren van DNA-sequences erg veel computerkracht vergt. Dan wil ik wel een gesprek faciliteren tussen een ziekenhuis dat alles van DNA weet en SARA dat vanuit on-demand diensten alles van computerkracht weet. Als we partijen bij elkaar moeten brengen om tot een oplossing te komen, dan willen wij dat regisseren.”

Zo’n cultuurverandering vergt veel van de medewerkers. “De één pikt het sneller op dan de ander, maar wij investeren in trainingen. Bovendien hebben we de ruimte gekregen nieuw volk binnen te halen. Jonge mensen; dat leidt tot dynamiek, tot nieuwe ideeën. Die uiteindelijk de klant ten goede moeten komen”, besluit Kusters.

Door Teus Molenaar

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.roel_kusters_jpg/165_165_80_1__roel_kusters.jpgInterview Roel Kusters: De transitie van BullSat, 13 Apr 2013 00:00:00 +0200
'Netwerk is drager van de ICT-infrastructuur'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/186/_netwerk_is_drager_van_de_ict_infrastructuur_.html
Netwerkleverancier Cisco zag in het eerste kwartaal van zijn gebroken boekjaar 2013 zijn omzet met 5,5 procent stijgen naar 11,9 miljard dollar. De winst steeg met 17,7 procent naar 2,09 miljard dollar. Er werd vooral meer winst geboekt door kostenbesparingen. De bestedingen in de EMEA-regio zijn vlak. Maar in principe in Nederland zijn organisaties, zowel bedrijven als overheden bezig met een herijking van hun infrastructuur, waarop Cisco en zijn partners inspelen, aldus Coks Stoffer (foto), directeur van Cisco Nederland. ‘Het netwerk wordt steeds vaker gezien als drager van de ICT-infrastructuur.’

De diverse netwerk- en communicatieoplossingen van Cisco zijn in trek, zoals routers, wireless & security, datacenter, video en samenwerkingsoplossingen. Cisco presenteert op 18 april tijdens Cisco Connect in Amsterdam Arena zijn breed portfolio van oplossingen. Stoffer: “Cisco wordt dit jaar de tweede speler in de blade server markt met zijn UCS oplossingen voor datacenters. Dat betekent dat het netwerk drager is geworden van de ICT-infrastructuur en applicaties. Veel financiële instellingen gebruiken Cisco UCS. Onze partners profiteren hiervan. Met Cisco UCS kunnen partners een nog betere relatie met hun klanten ontwikkelen.”

UCS
Cisco is een leverancier die met verschillende channel partners gecombineerde technologie oplossingen aan klanten levert, aldus Stoffer. “De FlexPod converged infrastructure wordt geleverd met Cisco UCS, NetApp storage en virtualisatiesoftware. De VCE converged oplossingen bestaan uit Cisco, EMC storage en vaak VMware technologie. Cisco technologie is ook geschikt voor de big data technologie van SAP HANA. Daarnaast werken we met alle grote virtualisatie leveranciers zoals Citrix, Microsoft en VMware. Met de oplossingen van Cisco en andere partijen zorgen onze partners ervoor dat klanten een hoge applicatiebeschikbaarheid hebben.”

Internet of Everything
Bedrijven, overheden en andere instellingen zijn allemaal bezig hun ICT-infrastructuur te verrijken, aldus Stoffer. ”Je ziet dat ze meer focus hebben op het belang van een goed netwerk. Dat komt omdat er steeds meer apparaten en specifieke oplossingen op netwerken worden aangesloten. De data die daaruit voorkomt kun je opslaan en analyseren. Cisco noemt dat ‘Internet of Everything’. Dat leidt tot nieuwe concepten op de Nederlandse markt. Zo zijn Eindhoven, Rotterdam en Amsterdam in samenwerking met Intelligent Lighting Institute (ILI) en Philips, Cisco en Alliander intelligente lichtoplossingen in de openbare ruimte aan het ontwikkelen. De verschillende partijen hebben hiertoe het convenant Smart Lights in Metropolitan Areas (SLIM) ondertekend. In de drie steden vinden pilots plaats met intelligente verlichting in de openbare ruimte. Het gebruik van intelligente verlichting in de openbare ruimte kan worden ingezet om deze aantrekkelijker en veiliger te maken of energie te besparen.”

Big Data
Dagelijks genereren smartphones, sensors, videocamera's, slimme meters en andere aan internet verbonden apparatuur via het netwerk een enorme hoeveelheid data. “Deze data komt bovenop de enorme aan informatieberg die uit traditionele bronnen afkomstig is. Deze 'datalawine' vertegenwoordigt een potentiële goudmijn aan inzichten”, aldus Stoffer. Hij vervolgt: “Big data helpt om de besluitvorming te verbeteren en het concurrentievermogen te vergroten. Je moet wel je netwerk en kernprocessen herijken. Bedrijven die dat doen, zullen in de toekomst sterker worden.”

Videoconferencing
Stoffer verwacht dat organisaties het netwerk nog meer gaan beschouwen als drager van de ICT-infrastructuur. “Dat zie je al gebeuren in verschillende verticale markten zoals de zorg, de energiesector, de financiële sector en centrale overheden. Met een goed en sterk netwerk kunnen organisaties hun patiënten, klanten of werknemers beter bedienen. Bijvoorbeeld met spraak- video- en samenwerkingsdiensten. Het gaat er uiteindelijk om dat gebruikers snel informatie kunnen ontsluiten. Dat leidt tot een hogere productiviteit en meer efficiëntie. Daarom zie je mensen toch weer meer gebruik maken van videoconferencing. Bedrijven kunnen daarop kosten besparen en tegelijkertijd beter communiceren met klanten. Videoconferencing zorgt ook voor meer kennis, bijvoorbeeld voor scholieren.”

Bedrijvigheid
Zonder dat veel mensen het weten, is Nederland zo ongeveer de ruggengraat van internet. Daarom is een sterk netwerk van belang, aldus Stoffer, die naast directeur Cisco Nederland actief is als bestuurslid van VNO NCW en van de brancheorganisatie ICT~Office “Belangrijke internetverbindingen worden hier in Nederland gemaakt. Dat trekt een hoop bedrijvigheid, waardoor de netwerkcapaciteit toeneemt. Nederland kan zich hiermee blijven onderscheiden, onder andere met cloud computing. Je ziet dat telco’s en service providers vaker overgaan naar cloudgebaseerde netwerken met snelle 10GB of 40GB netwerken. Daarnaast neemt cloud een hoge vlucht in het bedrijfsleven. Steeds meer beslissers, zoals CIO’s, IT-managers CFO en algemeen directeuren zien dat de IT-afdeling een kernonderdeel moet zijn van een organisatie; het is niet louter een ondersteunende afdeling. Door deze trends kan de Nederlandse economie zich meer krachtig ontwikkelen.”

CISCO CONNECT 18 APRIL 2013
Cisco Connect zal dit jaar plaatsvinden op donderdag 18 april 2013 in de Arena Business Club (Amsterdam Arena). Het wordt een interactief event waar 10 Noord-Europese landen tegelijkertijd met elkaar ‘connected’ zullen zijn.

Tijdens Cisco Connect op donderdag 18 april 2013 biedt Cisco een informatief programma waar gastsprekers, zoals Carlos Dominguez, senior vice president Cisco, en André Kuipers, Nederlandse astronaut, zowel live als virtueel hun kennis en ervaringen zullen delen. Er zijn diverse keynote- en breakout-sessies, er is een informatiemarkt met een selectie aan Cisco-partners en bezoekers hebben de gelegenheid om te netwerken.

Door: Witold Kepinski  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.coks_stoffer_2013_png/165_165_80_1__coks_stoffer_2013.png'Netwerk is drager van de ICT-infrastructuur'Sat, 13 Apr 2013 00:00:00 +0200
'Nederlandse bedrijven gebaat bij Russische IT'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/185/_nederlandse_bedrijven_gebaat_bij_russische_it_.html
Onlangs was de Russische president Poetin in Nederland dat de nodige media aandacht kreeg. Tijdens het bezoek waren er meetings tussen Russen en Nederlandse IT-ondernemers. Sinds juni 2012 is de WestHolland Foreign Investment Agency nauw in contact met Russoft, een belangenorganisatie van Russische software developers, om te inventariseren op welke manier de Nederlands en Russische IT-industrie kunnen samenwerken. “Het bilaterale jaar tussen Nederland en Rusland zal gebruikt worden om dieper op bilaterale samenwerking te gaan.” 

Het afgelopen jaar hebben drie netwerkevenementen plaats gevonden waaruit naar voren kwam dat beide economieën gestimuleerd kunnen worden door samenwerking in IT. "Uit de analyse van de WFIA blijkt dat steeds meer Nederlandse ondernemingen gebruik maakt van de goed ontwikkelde Russische IT industrie. Deze partijen laten een deel van de IT oplossingen ontwikkelen in Rusland", aldus Patrick Bos (foto), Area Director Russia van het Westholland Foreign Investment Agency.

Emeago
Niet alleen nearshoring of outsourcing is een mogelijke vorm van samenwerking, vervolgt Bos. "Enkele Russische IT bedrijven hebben nieuwe IT oplossingen ontwikkeld, waar het Nederlandse en Europese bedrijfsleven baat bij kan hebben. Een goed voorbeeld hiervan is de geplande joint venture tussen het Russische bedrijf Computer Vision Systems en het Nederlandse Emeago. De Russen leveren de kennis en techniek, Emeago neemt de business development voor zijn rekening. In oktober 2012 hebben deze bedrijven elkaar tijdens een matchmaking evenement in Den Haag ontmoet en binnenkort zal een joint venture tussen beide partijen worden afgerond en zal hun IT / Media oplossing op de Nederlandse markt verschijnen."

ICT Talent
Joyce Ten Holter, Innovatie-Attache op de Nederlandse ambassade in Moskou, bevestigt de grote aanwezigheid van ICT talent in Rusland en wijst in dat verband ook op andere mogelijkheden voor samenwerking. "Gezien het tekort aan hoog opgeleid ICT personeel waar Nederland mee te kampen krijgt, is het interessant om strategische partnerschappen te sluiten met Russische universiteiten voor uitwisselingsprogramma’s en joint degrees.”

Nanotechnolgie
Ook op het gebied van research & development kan Rusland een sterkte ICT partner voor Nederland zijn, aldus Ten Holter. “De kracht in deze samenwerkingen zit veelal in het combineren van de van oudsher sterke fundamentele wetenschappelijke kennis (wiskunde, natuurkunde) met de Nederlandse ervaring om kennis toe te passen. Dit zie je bijvoorbeeld op het terrein van materiaalwetenschappen, waarbij de Russische partners zich concentreren op computermodellering om te voorspellen hoe nieuwe materialen gaan reageren op bepaalde omstandigheden, waardoor de kosten van het experimenteel onderzoek drastisch teruggebracht kunnen worden. ICT wordt in Rusland als één van de enabling technologies (naast nanotechnologie en biotechnologie) gezien om de Russische economie te moderniseren en innoveren. Enigszins vergelijkbaar met de positie van ICT in het Nederlandse topsectorenbeleid.“

Als het aan Patrick Bos ligt kunnnen de banden tussen Russische en Nederlandse IT-bedrijven nauwer worden. “Het bilaterale jaar tussen Nederland en Rusland zal gebruikt worden om dieper op bilaterale samenwerking te gaan.”

Door: Witold Kepinski  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.patrick_bos_gif/165_165_80_1__patrick_bos.gif'Nederlandse bedrijven gebaat bij Russische IT'Sat, 13 Apr 2013 00:00:00 +0200
‘CIO’s van twee kanten onder druk‘http://www.executive-people.nl/executive_people/24/184/___cio___s_van_twee_kanten_onder_druk___.html
‘Een museum van oude stukken’, zo typeert Marc Groetelaars van VMware de traditionele IT-omgeving bij bedrijven. De druk op CIO’s om een meer open en flexibele omgeving in te zetten wordt steeds groter, zowel vanuit gebruikers als vanuit de business. Executive-People sprak met VMware over de uitdagingen die dit biedt voor zowel de CIO als de software-ontwikkelaar zelf.

“IT zit duidelijk in een transformatiefase”, aldus Marc Groetelaars, Regional Director Benelux VMware. “CIO’s staan van twee kanten onder druk. Aan de ene kant zijn er de gebruikers, de werknemers die in hun privé-omgeving bepaalde toepassingen gebruiken die ze ook in de bedrijfs-IT willen gebruiken. Die bedrijfs-IT is echter vaak een soort museum van oude stukken. Aan de andere kant is er de vraag vanuit de business om sneller te kunnen reageren op een snel veranderende markt, om voorsprong te kunnen houden op de concurrentie.”

“Tegelijk zien ook executives dat ze privé over oplossingen beschikken die ze niet hebben in hun werkomgeving. Dat is de druk die IT-afdelingen bezig houdt. Ze moeten daarnaast zorgen voor de traditionele beheerstaken, zoals de nieuwste versies installeren, èn zorgen voor risicovermindering en compliancy. De taak van IT wordt zo veel complexer terwijl ze wel kosten moet verlagen”

“We zien dat IT steeds belangrijker is geworden, want de CIO zit bij de directie aan tafel. Maar wanneer we met ze praten horen we dat ze van verschillende kanten onder druk staan. Overigens praten we ook met anderen, zoals de CFO, juist omdat IT steeds belangrijker wordt. Dat zien we breed gebeuren, we praten met veel sectoren, van zakelijke dienstverleners en de financiële sector tot overheid en gezondheidszorg. En binnen die segmenten zien we dat men elkaar goed in de gaten houdt, als de één een goede use case heeft gaan anderen daar ook meteen goed naar kijken.”

Software defined datacenters

Deze trends heeft VMware vertaald naar drie aandachtsgebieden. De eerste is het gebied van de software defined datacenters. “In het verleden hebben we een betrouwbare infrastructuurlaag gebouwd op het gebied van virtualisatie. Die voordelen nemen we nu mee naar alle segmenten in het datacenter, zoals netwerk en storage. Er blijft niets meer buiten beschouwing. Alles wat als software gedefinieerd kan worden binnen het datacenter zien we een enorme vlucht nemen. Dat speelt goed in op de complexe beheersvraagstukken waar IT mee te kampen heeft, van reguliere taken tot compliancy.”

Het tweede deel is cloud. “Wij kijken daarbij met name naar de hybride cloud. We geloven in een concept waarbij onze klanten hun eigen datacenter hebben, dat ze virtualiseren met het software defined datacenter. Zo krijg je een on premise privécloud, waarmee ze in het complete datacenter voordelen behalen die in het verleden al met virtualisatie voor alleen de infrastructuur beschikbaar waren.”

“Daar kun je echter een stap verder mee gaan. Want bijvoorbeeld beheer behoort niet tot de kerntaken van een bedrijf, en op de kostenkant kan dit vaak efficiënter door bepaalde toepassingen uit te besteden. Maar daarbij is het wel cruciaal dat er interoperabiliteit is tussen je eigen systemen en de zaken die je extern hebt staan. Bovendien is het zeker zo belangrijk dat je niet alleen toegang hebt, maar dat je ook de mogelijkheid hebt er weer mee te stoppen. Als je niet meer uit kunt stappen heb je getekend voor iets wat je niet wilt. De prijs en diensten moeten aansluiten bij je wensen. En een heterogeen platform past vaak het beste bij de wensen van gebruikers, dat is de hybride cloud.”

Hybride cloud

“Met VMware hebben we nu vCloud Powered Service Providers. Zij zijn gespecialiseerd op de technologie van VMware zodat onze klanten die het datacenter hebben gevirtualiseerd op basis van virtualisatie nu de mogelijkheid hebben een hybride cloud te bouwen. In Nederland zijn er meer dan honderdvijftig service providers die de technologie van VMware hebben omarmd en meer dan vijftien die vCloud Powered zijn.”

Het derde deel is mobiliteit, dat voorheen bekend stond als het Nieuwe Werken. “Dat is nu echter veel breder geworden. Kenmerkend is dat het wordt gedreven door de gebruikers, niet meer door de IT-afdeling. De gebruiker wil toegang tot de data, en daarbij maakt het hem niet meer uit met welk apparaat die koppeling tot stand wordt gebracht. Daar zit een spanningsveld: daar waar de gebruiker toegang wil, streeft de IT naar controle en zekerheid. Ook daarvoor hebben we een platform dat hierin voorziet. De ontkoppeling van data, de toegang daartoe en de desktopomgeving van de gebruiker dienen te gebeuren met de controle van IT, volledig compliant en volgens de gezette security-eisen.”

Dit is volgens Groetelaars urgent. “Uit een recent onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de medewerkers gebruik maakt van eigen apparatuur, zonder dat IT dat in de hand heeft. Op het gebied van compliancy en risk management lopen veel organisaties dus achter, omdat gebruikers zo slim zijn geworden en het zelf gewoon regelen buiten de IT om. Hij maakt gebruik van de eigen apparatuur, en van de eigen SaaS-oplossingen als Dropbox. Daar moet IT weer een rol gaan spelen, want anders missen ze niet alleen de boot maar is het ook een risico voor de organisatie.”

Werkplekomgeving

“Onze mobiliteitsoplossingen spelen hierop in. We hebben een lange historie van virtuele werkomgevingen. Gebruikers hebben data, verbinding en toegang nodig. Wat wij doen komt voort uit vragen van de klant, en dat is geënt op de werkplekomgeving van de gebruikers. Het software defined datacenter borduurt voort op die ervaring op het gebied van virtualisatie. We zijn ooit begonnen met desktopvirtualisatie, dat was ons eerste product. Dat is minder bekend, maar we houden ons dus al heel lang met die werkplek bezig.”

Niet verrassend is dat ook de klanten van VMware met veel vragen zitten over cloud. “Het is van hype realiteit geworden, maar hoe ga je daarmee om? Daar horen beleidsmatige veranderingen bij en veranderingen in het datacenter. Daar zijn de juiste partners voor nodig die de juiste oplossingen aanbieden. We zitten steeds vaker bij klanten die niet meer vragen naar producten, maar die ons een probleem voorleggen waar ze een antwoord op willen hebben. Ze willen hulp bij die verandering, en met onze partners spelen we veel meer een integratierol.”

“Het gaat minder om de functionaliteit van het product in het datacenter, maar meer om de betekenis van de oplossing voor het hele bedrijf. Want dat is uiteindelijk de vraag die de IT krijgt, de CEO wil dat de IT waarde toevoegt voor de business. Dat is de transitie die we nu doormaken. Dat valt samen met de transitie van PC naar multi device, daar liggen CIO’s wakker van. De reis naar cloud computing is net begonnen, IT as a service is in opkomst, en dat begint bij de virtualisatielaag. Dat vraagt weer om een andere aanpak, je moet de taal van de business spreken, niet zozeer van de technologie.”

    

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.marc_groetelaars_gif/165_165_80_1__marc_groetelaars.gif‘CIO’s van twee kanten onder druk‘Sat, 06 Apr 2013 00:00:00 +0200
Robin van Poelje, CEO Total Specific Solutions: “Centrale rol consumenten, burgers, patiënten”http://www.executive-people.nl/executive_people/24/182/robin_van_poelje__ceo_total_specific_solutions_____centrale_rol_consumenten__burgers__pati__nten___.html

Total Specific Solutions (TSS) is een van de grootste niet-beursgenoteerde softwareondernemingen van Nederland. TSS is het moederbedrijf van diverse gespecialiseerde technologiebedrijven die zich richten op verticale markten: Everest, KZA, PharmaPartners, PinkRoccade Local Government, PinkRoccade Healthcare, TASS en Yonder. Bij de presentatie van de jaarcijfers sprak Executive-People en Dutchitchannel.nl met CEO Robin van Poelje.

Robin van Poelje, CEO: “We hebben te maken met een aantal trends, en die kunnen per markt verschillen. Generiek in onze markt is dat onze klanten bezig zijn met de vraag wat hun kernactiviteiten nu eigenlijk zijn, en waar ze hun activiteiten op moeten gaan richten. Wat gaan ze in hun waardeketen uitbesteden, en hoe moeten ze hun automatisering gaan inrichten? Een goed voorbeeld van een branche waar ICT in de hele keten waarde toevoegt is de auto-industrie, waar leveranciers en toeleveranciers zeer nauw samenwerken.”

“Naast ketenautomatisering zien we in onze markten dat consumenten, burgers en patiënten een steeds grotere rol krijgen. De eindgebruiker wordt steeds nadrukkelijker bij het proces betrokken. We vinden het heel normaal om online een vliegticket te boeken, maar bij de overheid en in de zorg zijn de online-mogelijkheden beperkter. Hoe kun je daar processen digitaal laten verlopen? Dat zijn vragen die wij krijgen.”

IT in huis houden?

“Een andere trend is dat bijvoorbeeld gemeenten zich steeds vaker afvragen of ze al die IT wel zelf in huis moeten houden. Ze kunnen dat ook neerleggen bij een gedegen leverancier. Zo hebben wij vorig jaar de eerste contracten opgetekend van gemeenten die hun IT onderbrengen bij PinkRoccade.”

“Tegelijk zijn we voor onze klanten bezig met nieuwe vraagstukken die voortkomen uit wet- en regelgeving. Voor de nieuwe basisregistratie van gemeenten bijvoorbeeld hebben we een nieuwe applicatie ontwikkeld waarbij je allerlei processen bij Burgerzaken digitaal kunt afwikkelen. Daarmee kom je dichtbij wat je in Andre andere branches online al kunt doen. Onze klanten moeten met minder middelen meer doen, en dan moet je niet bezuinigen op IT maar met IT.”

“In de zorg zien we ontwikkelingen als decentralisatie. Activiteiten die eerst uit de AWBZ werden gefinancierd worden nu gefinancierd uit de WMO, dat betekent veel voor gemeenten en de zorg, waar wij weer oplossingen voor ontwikkelen. De macht komt bij de eindgebruiker te liggen. Dat is zowel bij de zorg als ede gemeente een belangrijk thema. Burgers en patiënten die ergens bij betrokken willen zijn moeten daar de middelen voor hebben. Dat hebben ze in andere sectoren ook, dus waarom hier niet? Hij wil niet alleen op werkdagen, maar ook in het weekend zaken afhandelen met de gemeente.”

“Onze strategie is daar al lang op afgestemd. We zitten al vele jaren in die specifieke markten, waar we ons eigen portfolio hebben van software-oplosssingen. Daar is onze strategie primair op gericht. Als je bijvoorbeeld mee wilt doen met het EPD, wat wij doen, dan moet je heel specifieke kennis hebben van de zorg. Onze bedrijven in de zorg hebben een heel eigen zorgvisie ontwikkeld. Daar zijn we mee bezig, de vraag waar de zorg naartoe gaat, daar ontwikkelen we een eigen visie op. En die visie vertalen we weer naar eigen software-oplossingen. Natuurlijk moet dat gebouwd worden en komt er technologie bij kijken, maar het gaat vooral om de vertaling van die vraagstukken vanuit de markt.”

Groei

“Door die toegevoegde waarde groeien we. Klanten willen wel geld uitgeven aan IT, maar ze kijken er eerst goed naar. Ze wenden zich dus tot bedrijven die hun omstandigheden kennen, dus bedrijven die toegevoegde waarde leveren om groei te realiseren. Voor bedrijven die niet onderscheidend zijn is het lastig.”

“We groeien breed door verschillende sectoren heen. Het zijn verschillende drivers, van nieuwe producten tot nieuwe klanten. Maar we doen nu ook ontzorgingsdiensten, zoals de Pink Private Cloud voor gemeenten. Dat zijn trends die zorgen voor groei. Dat zien we in alle sectoren. De groei bij de overheid is bijvoorbeeld te verklaren uit die behoefte aan ontzorging, en de nieuwe vraagstukken die aandacht nodig hebben.”

“En die oplossingen bieden ook weer voordelen, als je de burger bij processen betrekt kan dat kosten schelen. De burger is de goedkoopste medewerker van de overheid, wordt wel eens gezegd. Dat mechanisme hebben luchtvaartmaatschappijen jaren geleden al ontdekt. De budgetten worden wel kleiner, maar je komt er niet door te bezuinigen op IT. De way out is vaak juist IT.”

Verwachting

“Het komende jaar zullen de trends die ik eerder schetste aanhouden. IT komt steeds vaker ‘uit de muur’, of dat nu cloud genoemd wordt of SaaS, mobility zet door, klanten willen toegevoegde waarde, en soms gaat het om Business Process Outsourcing. Ook Big Data, de waarde halen uit data, zal belangrijk blijven. Die termen zijn overigens makkelijk genoemd, maar om er daadwerkelijk wat mee te doen heb je sectorkennis en marktkennis nodig.”

“Tussen moederbedrijf en dochterondernemingen zit zowel een wisselwerking als een versterkend effect. Bij Total Specific Solutions hebben we een visie op de samenleving en IT, die door de dochterbedrijven wordt doorvertaald naar hun eigen marktsegmenten. Iedere markt is anders, zelfs binnen markten bestaan verschillende culturen en vraagstukken. De vakkennis ligt bij de bedrijven, zij staan dicht bij de klant.”

 

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.robin_van_poelje_medium_jpg/165_165_80_1__robin_van_poelje_medium.jpgRobin van Poelje, CEO Total Specific Solutions: “Centrale rol consumenten, burgers, patiënten”Wed, 03 Apr 2013 00:00:00 +0200
‘Data een van de meest onderschatte assets in organisaties’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/180/___data_een_van_de_meest_onderschatte_assets_in_organisaties___.html'Wat we weten is een druppel, wat we niet weten is de oceaan.' Nu beschikken we opeens over een paar liter. Hoe gaan we daarmee om? Deze analogie van Antoon Kuijpers, voormalig vice voorzitter Raad van Bestuur en CIO van Equens, vat de discussie samen die twintig CIO’s en IT-directeuren vorige maand hebben gevoerd tijdens een Round Table Diner van CIONet, Easynet en Executive People met als thema The Big Data Network.

Gastheer van de bijeenkomst was CIONet, dat in het sfeervolle voormalige station Bloemendaal de gasten ontvang. Partner Frits Bussemaker: “Het belang van Big Data wordt steeds groter door de grote hoeveelheid data die we produceren. Voor heel veel kennisverwerkende organisaties is data een van de meest onderschatte assets. Je moet dus goed nadenken over de vraag wat die data precies is, maar ook hoe je het moet vervoeren en beveiligen. Dat is vanavond het thema.”

Initiatiefnemer Chris Hazewinkel, directielid van Easynet Global Services, voegt daaraan toe: “Mijn ervaring is dat CIO’s Big beter zouden kunnen scheiden van het data-deel. Met data hebben ze al jaren lang ervaring, maar door het nieuwe element ‘Big’ wordt het een lastige situatie. ‘Big’ geeft aan dat het veel is, en dat de standaard systemen het vaak niet aankunnen. Wat doe je daarmee, hoe beheer je het, hoe zorg je dat het veilig is?”

“Je ziet bovendien dat de gebruikers altijd bij de applicaties moeten kunnen, de business continuïteit moet wel doorgaan. Wij merken dat CIO’s daar nu sterk mee bezig zijn. De vraag is, gaat dat lukken? Zeker gezien ontwikkelingen als social media en de jonge generatie die nu binnen komt bij bedrijven. Big wordt groter en groter, wat zorgt voor vraag naar deskundige begeleiding, het aanbrengen van structuur en nadenken over de aanpak. En over de kosten.”

Netwerkproblemen

Uit een onderzoek dat eind 2012 onder 550 CIO’s en IT-directeuren werd gehouden in Europa bleek dat de overgrote meerderheid, negentig procent, de explosieve groei van data als een van de grootste uitdagingen ziet. De business intelligence van een organisatie is gebaseerd op het samenbrengen en analyseren van ongekende hoeveelheden data (volume), verschillende typen informatie (diversiteit) en om het op tijd te verkrijgen van de resultaten (snelheid).

Nu al ervaart 82 procent van hen problemen met de snelheid en respons van vele applicaties die via het netwerk draaien, terwijl een grote meerderheid aangeeft geen zicht te hebben om de benodigde bandbreedte. Als er niets gebeurt zal het toenemen van Big Data het netwerk van de organisatie kunnen laten vastlopen. Het onderzoek is uitgevoerd door Ipanema Technologies, onder leiding van Thierry Grenot, Executive Vice President van Ipanema.

“Uit het onderzoek dat we hebben gedaan, en de gesprekken die we de afgelopen tijd hebben gevoerd met CIO’s in heel Europa, blijkt vooral dat ze weinig blijken te weten over de impact van Big Data op het bedrijfsnetwerk. De redenen daarvoor zijn divers. Maar wat vaak voorkomt is dat alle data over hetzelfde netwerk gaat, end at Big Data gebruik maakt van hetzelfde netwerk als Unified Communications en ERP. Het is dus om de impact van applicaties op het netwerk die vaak wordt onderschat.”

Bedreigingen

Daarbij komen ook ethische vraagstukken om de hoek kijken, bijvoorbeeld ten aanzien van privacy. Verder moet uiteraard de beveiliging van deze data niet uit het oog verloren worden. Kortom, wat voor eisen stelt Big Data aan de organisatie en aan de (netwerk)infrastructuur en wat zijn de risico’s en hoe kan hier het beste mee worden omgegaan opdat een organisatie in beweging blijft? Dit waren de centrale vragen van het Round Table Diner, waar diverse experts hun kennis en ervaring op dit gebied deelden onder leiding van dagvoorzitter Antoon Kuijpers, voormalig CIO van Equens.

Zo gaf Wim van Campen, vice president Noord Europa van McAfee, een interessant inkijkje in de duistere wereld van de bedreigingen waar CIO’s mee te maken hebben. “Beveiliging binnen complexe organisaties bij bedrijven en de overheid vormt op zichzelf al een Big Data-probleem. Aanvallen worden steeds geavanceerder, en om te detecteren dat je aangevallen wordt, of een veiligheidsinbreuk hebt op je netwerk, heb je heel veel data uit verschillende bronnen nodig. Dat is dus al een Big Data-vraagstuk. Nu Big Data steeds meer in organisaties binnen komt wordt het probleem alleen maar groter, dus zul je nog beter in staat moeten zijn om te analyseren of er geen lekken in je netwerk zitten. Zo zien wij het Big Data-probleem binnen beveiliging.”

Extern of intern

Die analyse blijkt in praktijk ook op andere gebieden waardevol. “Er is zoveel data beschikbaar dat het de moeite waard wordt het te analyseren”, aldus Kuijpers. Zelf heeft hij in zijn werk als CIO ook volop te maken gehad met die explosieve datagroei. “Bij Equens worden miljarden betalingen per jaar verwerkt. Ik heb zelf dus vooral te maken gehad met het beveiligen en op een veilige manier verwerken van die enorme hoeveelheden data. Equens verwerkt bijvoorbeeld vierhonderd tot vijfhonderd pintransacties per seconde in drukke periodes. Ooit was de verwachting dat Pin honderdvijftig miljoen betalingen per jaar zou worden, maar het zijn er uiteindelijk meer dan twee miljard geworden. Big Data is daar dus een gegeven. Bovendien heb je daar de verplichting om die gegevens een aantal jaren te bewaren, vooral voor opsporingsdoeleinden van het Openbaar Ministerie.”

Een voortdurende discussie is de vraag of je dat zelf doet, of uitbesteedt aan een gespecialiseerde partij. “Die discussie komt neer op de vraag wat veiliger is, een externe partij of bij jezelf in huis. Die discussie speelde ook bij rekencentra. “Wil je je als bedrijf bezighouden met alle technische zaken die daar bij horen, terwijl het niet je specialiteit is? Er zijn partijen in de markt bij wie je dat prima kunt uitbesteden. Als particulier ga ik ook mijn eigen auto niet bouwen, dan is het veiliger als ik hem koop bij een gespecialiseerde fabrikant. Ik merk dat veel bedrijven nu twijfelen tussen zelf doen en uitbesteden. Ik heb er geen algemeen antwoord op, het gaat erom dat ieder bedrijf voor zich een goede analyse maakt. Wel merk ik dat heel langzaam het gevoel verdwijnt dat het binnenshuis altijd veiliger is.”

http://www.youtube.com/watch?v=sqS2T8EG73o

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/events/.cionet_spotlight_jpg/165_165_80_1__cionet_spotlight.jpg‘Data een van de meest onderschatte assets in organisaties’Sat, 30 Mar 2013 00:00:00 +0100
Visie van NL-bedrijven op Belgische IT-beurshttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/179/visie_van_nl_bedrijven_op_belgische_it_beurs.htmlDeze week vond in Brussel de Belgische editie plaats van de ICT-beurzen Infosecurity, Storage Expo en Tooling Event. Een groot deel van Expo Brussel was hiervoor ingeruimd, en zowel wat betreft exposanten als bezoekers laat de gecombineerde beurs een duidelijke groei zien. Met name trends als Big Data, consumerisation, bring your own device en cloud computing drukten  hun stempel op de getoonde oplossingen. Opvallend genoeg waren ook veel Nederlanders naar België afgereisd, ondanks de Nederlandse editie die in het najaar plaatsvindt in Utrecht. Blijkbaar bestaat er ook in het voorjaar behoefte aan een moment om met anderen van gedachten te wisselen over de uitdagingn waar organisaties voor staan. Het team van Executive People en Dutch IT Channel sprak hierover mete en aantal Nederlandsee aanwezigen: Warner Nedermeijer, directeur van Terach; Anne Plancius, Pre-Sales Consultant bij Orsyp; Harry Kloosterman, CEO van SMT en Paul Rose, Sr. Sales Engineer bij Splunk.


http://www.youtube.com/watch?v=5CAdznuoUXk



]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/events/.infosec_be_spotlight_jpg/165_165_80_1__infosec_be_spotlight.jpgVisie van NL-bedrijven op Belgische IT-beursSat, 23 Mar 2013 00:00:00 +0100
Cognizant mixt nearshore en offshorehttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/173/cognizant_mixt_nearshore_en_offshore.htmlDe Amerikaanse IT-dienstverlener, consultant en BPO-specialist Cognizant had in 2012 een goed jaar. De omzet steeg met 20 procent ten opzichte van 2011 naar 7,35 miljard dollar. De nettowinst steeg naar 1,05 miljard dollar. Volgens Manoj Mehta (foto), country manager van Cognizant Benelux, wil het bedrijf verder groeien vanuit drie business groepen die in 2012 zijn gevormd. Hierbij wordt bewust gekozen voor nearshore centers en nieuwe datacenters in Europa, in plaats van alles te outsourcen naar India.

Horizon
Volgens Manoj Mehta groeide Cognizant het afgelopen jaar in Continental Europe naar een omzet van 430 miljoen dollar. “We bieden onze klanten meer diensten op het gebied van BPO, apps, mobile en business analytics. Sinds 2012 bieden we diensten vanuit drie business Horizon onderdelen. Horizon 1 biedt applicatie-ontwikkeling en -onderhoud. We ontwikkelen en testen veel applicaties in India. Dat doen we vaker op een agile manier. Horizon 2 biedt BPO, IT-infrastructuur diensten & business consulting. Horizon 3 biedt ‘SMAC’ diensten: social, mobile, analytics (BI en datawarehousing) en cloud. Daar willen we dit jaar stevig in verder groeien.”

Boedapest, Grenoble en Gdansk
Mehta zegt dat Cognizant niet alles outsourced naar India, maar bewust kiest voor nearshore centers. “Zo heeft Cognizant een Network Operating Center (NOC) in Boedapest”. Andere Europese nearshore centers zitten in het Franse Grenoble en het Poolse Gdansk. “Klanten willen graag een nearshore center in Europa. Een belangrijke reden is dat ze hun data binnen de EU willen houden en niet daarbuiten. Daarnaast vinden Nederlandse klanten het fijn om samen te werken met de nearshore centers in Gdansk en Boedapest. In deze centers worden financiële en accountingprocessen voor hen beheerd.“

BPO managed services
Cognizant heeft in Europa honderden grote klanten, zoals Rabobank, Philips, Ordina, UBS en T-Systems, aldus Mehta. “Onze missie is hen letterlijk te helpen hun omzet en business te laten groeien. Voor Philips beheren we wereldwijd applicaties. Dit kunnen we doen omdat we overal medewerkers hebben met business-, consulting-, applicatie-en domeinkennis. Deze kennis combineren we met BPO managed services voor onze klanten, bijvoorbeeld het beheer van een backoffice of applicaties, zoals bij de Rabobank.”

Amsterdam
Cognizant verwacht meer vraag naar managed services. Daarom worden nieuwe datacenters in Noord-Amerika en Europa, waaronder in Amsterdam, geopend om zakelijke cloud infrastructuurdiensten te bieden. “Cognizant biedt vanuit zijn datacenters business process services (BPS), applicatieontwikkeling en -ondersteuning, datacenterdiensten, cloud-infrastructuur, remote infrastructuurbeheer, technologie en bedrijfstransformatie. De datacenters vormen de ruggengraat van Cognizant’s enterprise-class multitenant cloud-platform. Hierbij wordt een portfolio aangeboden van cloud-assessment, architectuur en ontwerpadvies, cloud-systeemintegratie en cloud-beheerdiensten voor private, publieke en hybride cloud-oplossingen”, aldus Mehta.

Cloud360
De diensten worden mogelijk gemaakt door Cloud360, Cognizant’s cloud-beheeroplossing die zorgt voor automatisering van provisioning, beheer en monitoring van verschillende cloud-activiteiten vanuit één geconsolideerd bedieningspaneel. “Ook ondersteunt het klanten in het gebruik van nieuwe mobiele, software-as-a-service en sociale netwerkdiensten voor eindgebruikers en andere bedrijfskritische processen”, aldus Mehta.

‘India tegen het Westen’
Het beleid van Cognizant om datacenters en nearshore centra in Europa in plaats van India te vestigen werpt zijn vruchten af aldus Mehta. “De IT-markt rond outsourcing is gepolariseerd. Het is vaak ‘India tegen het Westen’. Cognizant kiest bewust voor de middenweg. We hebben een kantoor in Nederland, nearshore centers in Europa en outsourcing in India. Onze operationele marges zijn hierdoor gemiddeld. Weliswaar lager dan van een pure outsourcer, maar hoger dan de marges van bijvoorbeeld een Accenture. We investeren in onze Nederlandse activiteiten. 30 tot 35 procent van het personeel is een Nederlander, waaronder veel managers. We bieden afgestudeerden een graduate programma."

KPMG
De strategie van Cognizant werkt, zo bleek uit een KPMG outsourcing onderzoek naar de beste IT-dienstverleners waar Cognizant de tweede plek vervulde. Mehta: "Daar ben ik heel blij mee. Wij kennen de business van onze klanten. We bieden flexibele diensten. Daardoor kan Cognizant IT-beslissers zoals een CIO of IT-manager helpen een grotere bijdrage te leveren aan omzetgroei. Dat is belangrijker dan alleen maar op kostenbesparingen te focussen. We leveren wat we beloven. Dat past ook bij ons motto: ‘Deliver well, get industrial growth’.”

Door: Witold Kepinski

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.manoj_mehta_van_cognizant_png/165_165_80_1__manoj_mehta_van_cognizant.pngCognizant mixt nearshore en offshoreSat, 16 Mar 2013 00:00:00 +0100
Dialogues Technology: ‘IT afdeling moet zich gaan gedragen als start up’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/171/dialogues_technology_____it_afdeling_moet_zich_gaan_gedragen_als_start_up___.html

Wat kan de CIO leren van een start up? Traditioneel zijn succesvolle grote bedrijven altijd het voorbeeld voor beginnende ondernemers. Maar die visie kun je ook omdraaien. Dialogues Technology heeft een geheel eigen visie op ondernemen en innoveren, waarbij onder meer start ups het lichtende voorbeeld zijn. Want de CIO heeft bij zijn projecten te maken met dezelfde problemen als een start up: een krap budget, een strakke deadline, behoefte aan flexibiliteit en een korte time to market.

Innovatie staat centraal in de activiteiten van Dialogues Technology waar Marc van Gent en Bastiaan Walenkamp de directie vormen. Van Gent: “Wij zorgen ervoor bij de realisatie van IT organisatie en techniek op elkaar worden afgestemd. Dat kunnen we doen doordat we veel ervaring hebben met IT-ontwikkeling in een innovatieve omgeving. Het maakt daarbij niet uit hoe groot een bedrijf is, je gebruikt uiteindelijk dezelfde methode.”

Hij maakt hierbij wel de kanttekening dat het begrip innovatie door het veelvuldige gebruik ervan aan een zekere inflatie onderhevig is. “Het is dus belangrijk om goed te weten waar je het over hebt. Wij definiëren innovatie in een organisatie als een kortere time to market, meer flexibiliteit, effectief omgaan met onzekerheid en efficiënt werken met krappe budgetten.”

Over dat laatste aspect heeft Walenkamp een duidelijke mening: “Een krap budget is volgens mij een zegen. Innovatie komt veelal voort uit de noodzaak om meer te doen met minder. Dit betekent weer dat je het slimmer moet aanpakken dan voorheen. En dat is het gebied waar wij een rol spelen. Dialogues Technology heeft als een van de eersten in Nederland agile scrum opgepakt. Ondertussen hebben we dat uitgebreid naar het traject dat eraan vooraf gaat. Want we willen beginnen met de achterliggende visie. Die willen we visualiseren, en er een ervaring van maken.”

Wasstraat

Om dat te realiseren heeft Dialogus Technology een ‘wasstraat’ ontwikkeld. Walenkamp: “Hierin werken we volledig uit hoe organisaties om kunnen gaan met innovatie. Dat traject verzorgen we al voor een aantal grote partijen, zoals Ahold en ABN Amro. In die wasstraat doolopen we een aantal stappen. Mede onder druk van het krappe budget willen we zo de budgethouders tijdig inzicht geven in risico’s, rendementen, èn de mogelijkheden van een business case. Dus vóór de fase van de realisatie krijgen ze al een goed inzicht in de slagingskansen.”

Dit is gebaseerd op het gegeven dat iedere business case bestaat uit een reeks aannames. “Aanbieders denken bijvoorbeeld dat er behoefte is aan een bepaald product. Die aannames kun je echter testen, om te kijken of ze kloppen. Wanneer dat niet het geval is moet je er misschien helemaal niet aan beginnen. Dat testen verloopt volgens dezelfde iteraties als agile scrum. Dat is de reeks build-test-learn, ook wel build-measure-learn genoemd. Die drie fasen doorloop je voortdurend. De weg naar het realiseren van je visie met die iteraties wordt gevormd door innovatie. De iteratieve benadering heeft als voordeel dat je voortdurend een go no go beslissing kunt nemen. Dit doen we zoveel mogelijk visueel, in de vorm van een prototype.”

Een belangrijke succesfactor is volgens hem dat de dialoog nu nog vóór het daadwerkelijk maken plaatsvindt. “In de klassieke benadering vindt die dialoog in de IT pas na het maken plaats, of helemaal niet. Wij noemen dit prototype een business print, het levert een goed advies op over de mate van agility waarmee je het kunt inrichten. Als het dan aan alle eisen blijkt te voldoen kunnen we het vervolgens direct maken.”

Soms is een business case echter zo onzeker, en zitten er zoveel aannames in, dat niet alleen het prototype maar ook de aannames zelf getest moeten worden. “Dat noemen we lean start up, een benadering die uit de Verenigde Staten is gekomen. Wij bieden dit aan omdat start ups in onze visie hèt voorbeeld zijn voor grote bedrijven. Ook de IT afdeling moet zich volgens ons gaan gedragen als een start up. Want zij hebben te maken met dezelfde uitdagingen als een start up.”

Vergeet legacy

“Dit betekent dus dat ze een project het beste kunnen aanpakken alsof ze zelf een start up zijn. Ze hebben een krap budget, een strakke deadline, behoefte aan flexibiliteit en een korte time to market. Want de business vraagt altijd aan de CIO of het snel klaar kan zijn. Wij gaan daarom masterclasses organiseren waarbij start ups les gaan geven aan corporate executives, in plaats van andersom. Tot nu toe zijn het altijd corporates geweest die vertelden hoe het moet” aldus Walenkamp

Een belangrijk advies bij het veranderen van de organisatie is volgens Van Gent om niet te denken in termen van legacy. “Vergeet die legacy, heb het lef om zaken eruit te gooien. En zorg ervoor dat IT niet meer afschrikwekkend is. Ik bedoel daarmee dat de schrijvers van een business plan vaak wat bang zijn voor IT. Je moet dus als IT toegankelijk blijven, en ervoor zorgen dat je niet meer als hindernis maar als hulp wordt gezien. Dat begint al met de IT-taal. Dat sluit vaak niet aan, organisaties hebben een partner nodig die met ze meedenkt. Er is behoefte aan mensen die verbinden.”

Zover is nog niet iedereen. “De functie van de CIO is nog volop in ontwikkeling. De CIO heeft verschillende stadia doorlopen. De eerste was die van de Chief Installation Officer. Dat is de ouderwetse visie. Daarna kwam de Chief Implementation Officer en vervolgens de Chief Integration Officer naarmate meer zaken met elkaar worden verbonden. In deze stadia is de CIO ondersteunend aan de business.”

“Nu pas zitten we op het niveau van de Chief Information Officer. Maar het grootste gedeelte van de Chief Information Officers moet nog opstaan. Zij moeten het kantelpunt nog bereiken waarbij ze zich niet alleen in de business mengen, maar daadwerkelijk business creëren. Dat is IT-driven business, in plaats van business driven IT. Dan heb je het stadium bereikt waarin IT geen kostenpost meer is, maar een investering. Kosten wil je zo laag mogelijk houden, maar investeringen wil je managen. Dat vraagt een andere rol van IT, die de rol aan de bestuurstafel moet gaan opeisen. En daarvoor is het nodig dat IT toegankelijk wordt.”

“In de toekomst zal de CIO ongetwijfeld verder evolueren naar Chief Innovation Officer en zelfs Chief Inspiration Officer. Onderwerpen als Big Data en Internet of Things zullen daarin belangrijke drivers zijn, en als we deze goed doorzien kan de CIO de business daadwerkelijk gaan inspireren” aldus Van Gent.

   

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.dialogues_directie_png/165_165_80_1__dialogues_directie.pngDialogues Technology: ‘IT afdeling moet zich gaan gedragen als start up’Sat, 09 Mar 2013 00:00:00 +0100
Kas Kasravi, HP: 'Onverwachte ontdekkingen met Big Data Analytics’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/170/kas_kasravi__hp___onverwachte_ontdekkingen_met_big_data_analytics___.htmlSerendipiteit is de term die wel gebruikt wordt voor volkomen onverwachte maar zeer waardevolle ontdekkingen. Het analyseren van Big Data leidt vaak tot verrassende inzichten, als je er maar voor open staat. Dit is het vakgebied van Kas Kasravi, fellow bij HP en al vele jaren een authoriteit op het gebied van data-analyse. Wij spraken met hem over hype en realiteit rond Big Data.

Kas Kasravi heeft een lange track record op het gebied van data-analyse. Hij is er bij HP mee begonnen in combinatie met artificial intelligence. Doel hiervan was om klanten te helpen bij het oplossen van problemen die niet met behulp van reguliere IT konden worden opgelost. Daarbij ging het om projecten met een hoge mate van complexiteit.

“Aanvankelijk richtten we ons op analyse van bepaalde systemen. Maar we kwamen er achter dat dit niet genoeg waarde creëerde voor onze klanten. Toen zijn we overgegaan op het analyseren van data. Dat speelde dus twintig jaar gelden al, en daarmee ontdekten we dat we wèl heel makkelijk waarde konden creëren voor onze klanten. We halen diepere inzichten uit data.”

De eerste keer dat hij hiermee werd geconfronteerd was toen hij voor een autofabrikant patronen ontdekten in de productie die kwaliteitproblemen veroorzaakten. “We gebruikten daarbij een van de eerste datamining-methoden, waarmee we grote hoeveelheden data konden bekijken, om eruit te halen wat belangrijk was. Een interessant resultaat was dat we de eerste keer al een aantal uitkomsten kregen die volkomen nieuw waren voor de deskundigen in dat bedrijf. Dan creëer je echt waarde. Want het zou hen tientallen jaren gekost hebben om tot die resultaten te komen. Wij hebben die inzichten binnen een paar uur uit de data gehaald.”

Riskant

In de afgelopen decennia is de rode draad in zijn werk het halen van waarde uit data. “Alleen heette het steeds anders. Nu is het Big Data, voorheen werden andere termen gebruikt. Maar het gaat om hetzelfde fenomeen. Dat heeft er natuurlijk mee te maken dat bedrijven en technologie voortdurend veranderen. Het is wel riskant er steeds en andere naam voor te gebruiken, omdat je dan hype creëert, en hype leidt mensen af van waar ze zich op moeten richten.”

“Ik praat liever met een CIO die zegt met een business-vraag te zitten, dan met een CIO die een Big Data-oplossing wil hebben. Dat laatste is riskant. De kern van de vraag is, overigens net als bij alle andere IT-gerelateerde vragen: wat is het business-probleem, waar zit de waarde, en wat is er voor nodig dat probleem op te lossen? In ons werk gaat het om situaties waar de waarde verborgen zit in de data.”

Hij heeft steeds meer met executives op C-level te maken, onder meer vanwege de belangen van de business en de schaalgrootte. “Toen we voornamelijk nog met technische mensen te maken hadden ging het om kleinschaliger oplossingen. Voorheen hadden organisaties allemaal aparte silo’s waar we de informatie uit haalden. Nu bekijken we die data over alle silo’s heen. Een probleem daarin is wel dat de beheerders van die silo’s soms de neiging hebben die data voor zichzelf te willen houden. Het is dus zaak dat er iemand is die ervoor zorgt dat die barrières tussen de silo’s worden doorbroken. Dat is geen technisch probleem, maar een organisatorisch vraagstuk.”

Serendipiteit

Een essentieel onderdeel van Big Data Analytics is volgens hem serendipiteit: “Je komt min of meer per ongeluk bepaalde uitkomsten tegen die enorm veel waarde hebben. We moeten dus, ondanks het doel van de analyse, open staan voor geheel nieuwe gegevens die tevoorschijn zouden kunnen komen. Dat komt doordat je nooit van tevoren zeker kunt weten waar de waarde zit. Dus als we dergelijke projecten doen, beginnen we met een pilot die niet zich alleen richt op de impact op technologie en business, maar ook op de vragen wat de mogelijke kansen zijn. Want in meer dan de helft van de gevallen verandert de richting door de uitkomsten.“

Hij noemt een recente case bij een verzekeringsmaatschappij waar hij analyse voor heeft gedaan. “We beheerden al hun datawarehouse, en ze wilden daar meer waarde uit halen. Ze wilden kijken of ze met die data aan fraudedetectie konden doen. We hebben op dat gebied ook wel wat patronen gevonden, maar de meeste waarde kwam uit een ander aspect. We zagen dat de gegevens velden bevatten die na analyse aangaven hoe tevreden, of vooral ontevreden, een klant was met het bedrijf. We konden ook vinden waar ze ontevreden over waren, en we konden zelfs per regio zien waar klanten ontevreden over waren.”

“De waarde die uit deze data kwam was vele malen groter dan de fraudedetectie. Als ze nu iets tegenkomen waar klanten in één staat ontevreden over zijn, kunnen ze dat gelijk voor al die klanten aanpakken. Zo waren ze beter in staat hun klanten te behouden. Big Data gaat dus deels over technologie, maar nog veel meer over businesskansen.”

Strategisch

“Het combineren van Big Data en analyse creëert dus echte waarde, die van strategisch belang is. De aard van de data is in de loop der tijd breder geworden. Er zijn mobiele devices bij gekomen, en door the internet of things nu ook de data die uit allerlei sensoren komen. Dat creëert de behoefte aan een nieuw persoon binnen organisaties die daarmee overweg kan. Dat wordt wel de data scientist genoemd. Dat is iemand die de data begrijpt, die verstand heeft van analytics, èn de business. Daar zijn er maar heel weinig van.”

De mate van herkenning bij C-level executives verschilt. “Soms komen we CIO’s tegen die dit volledig begrijpen, anderen zijn nog niet zo ver. Uit onderzoek blijkt dat de mate van volwassenheid van analytics gerelateerd is aan het succes van organisaties. De high performers blijken een hogere mate van analyse te hebben. En dat is logisch, want naarmate je meer onderzoekt krijg je een steeds beter inzicht in de factoren die de business succesvol maken. In Nederland is Big Data nog steeds erg technisch gedreven, sterk gestimuleerd door de industrie. Daar zijn nog grote stappen te zetten.”

“Bedrijven worden gedreven door beslissingen. De vraag is op basis waarvan die beslissingen worden genomen. Is dat intuïtie, zijn het aannames, of zijn het feiten? Die laatste categorie is over het algemeen het meest succesvol. We willend at de kwaliteit van onze beslissingen zo goed mogelijk is, en dat ze op het juiste moment worden genomen. Daar is analyse voor nodig van de data.”

Door: Marco van der Hoeven

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.kas_kasravi_spotlight_jpg/165_165_80_1__kas_kasravi_spotlight.jpgKas Kasravi, HP: 'Onverwachte ontdekkingen met Big Data Analytics’Fri, 01 Mar 2013 00:00:00 +0100
Piet Vink, ETTU: ‘CIO’s willen orde scheppen in de chaos’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/168/piet_vink__ettu_____cio___s_willen_orde_scheppen_in_de_chaos___.html

Bij zeker vijfenzestig procent van alle intranetten die nu worden ontwikkeld gebeurt dat op basis van SharePoint. Deze oplossing heeft de afgelopen jaren een enorme groei doorgemaakt. Het wordt ingezet om een breed scala aan problemen aan te pakken, van Big Data tot ketensamenwerking. Executive-People sprak met Piet Vink, directeur van ETTU, over de trends die ten grondslag liggen aan het succes van SharePoint.

Piet Vink is al vele jaren actief in de Nederlandse ICT-branche. Hij heeft onder meer bij de Caesar Groep in de directie gezeten, en heeft aan het roer gestaan van de Axioma Groep in Reeuwijk. Bij beide organisaties was hij verantwoordelijk voor de commerciële kant van detachering in de breedste zin van het woord. In 2005 is hij met twee compagnons SharePoint-specialist ETTU gestart.

“We wilden bewust geen detachering meer doen, maar verantwoordelijkheid nemen in projecten”, aldus Vink. “Daarin wilden we bewust geen generieke speler zijn, maar ons als specialist profileren. Dat is ingegeven door de observatie dat er, ook in mindere economische tijden, altijd vraag blijft naar goede specialisten. Het zijn de generieke IT-bedrijven die het moeilijk hebben. Bovendien zie je de trend dat de algemene IT, het ‘gas, water en licht’, al door grote partijen wordt ingevuld.”

De specialisatie van ETTU is daarom vanaf het eerste uur SharePoint geweest. “Dat was destijds nog een gok, want de versie die toen werd gebruikt had nog wel wat onvolkomenheden. Maar we zagen wel de enorme power die SharePoint heeft, en inmiddels is dit het snelst groeiende product ooit van Microsoft. Omdat we ons zo vroeg hebben gespecialiseerd in SharePoint zijn we daar in de markt al snel bekend mee geworden, en we behoren nu tot de grootste SharePoint-specialisten in Nederland.”

Stortvloed aan data

“We bedienen organisaties met minimaal driehonderd werkplekken, in alle branches. Dat heeft geleid tot een divers klantenbestand, van hogescholen en banken tot productiebedrijven en advocatenkantoren. De gemene deler is dat het kennisintensieve organisaties zijn die veelal projectmatig werken.”

Vink ziet de behoefte aan oplossingen op basis van SharePoint sterk groeien. “De vragen waar CIO’s mee zitten hebben altijd te maken met samenwerking, èn het vindbaar maken van informatie in de stortvloed aan data. De mensen zien door de bomen het bos niet meer, zij willen orde scheppen inde chaos. Daar is SharePoint het perfecte platform voor.”

De toepassingen zijn breed, van document management tot samenwerken in de keten met klanten en leveranciers. Ook het delen van nieuws binnen organisatie staat volgens Vink hoog op de agenda. “Dat gebeurt buiten organisaties al voortdurend met social media als Facebook en LinkedIn. Kennis delen binnen de eigen organisatie is echter nog relatief nieuw. Voor veel organisaties is bijvoorbeeld meer informatie te vinden op LinkedIn dan op het interne netwerk. Dat zijn de grote thema’s waar SharePoint voor kan worden ingezet.”

Een trend die in het voordeel werkt van SharePoint is dat veel organisaties in het verleden slechte ervaringen hebben opgedaan met grote IT-projecten waar de leverancier carte blanche had. “Die angst hebben we weggenomen door projecten voor een fixed price uit te voeren. Dat is voor ons best riskant met een product dat zo veelzijdig is als SharePoint. Het platform kan alles, dus je moet goed weten wat je wilt. We zijn lang de enigen geweest die tegen een vaste prijs werkten, en toen anderen er ook me kwamen hebben we een volgende stap gezet, met het ontwikkelen van een aantal standaard portalen in SharePoint.”

Best practices

Want ondanks de vele toepassingen die mogelijk zijn hebben veel organisaties vergelijkbare wensen. “Voor de meeste organisaties komt in die portalen tachtig procent van de gewenste functionaliteit terug. De andere twintig procent kan er dan eenvoudig aangebouwd worden op projectbasis. Die portalen zijn volledig gebaseerd op de best practices die we de afgelopen jaren hebben gezien. Omdat veel IT managers zich de afgelopen jaren hebben gebrand aan IT-projecten is er veel vraag naar proven technology, daarom slaan die standaard portalen goeds aan.”

Volgens hem maakt dit ook een einde aan de eindeloze interne discussies over wat de organisatie precies wil met SharePoint. “Zo kwam ik pas bij een organisatie die al driekwart jaar discussieert over de invulling van hun intranet. De demonstratie van ons portaal toonde ze tot hun verbazing al bijna alles functies die ze wilden hebben, er was maar een klein deel maatwerk nodig.”

In tegenstelling tot de eerste jaren is het product nu bekend bij alle grote organisaties, omdat ze al enterprise-contracten hebben met Microsoft. “De eerste versies van SharePoint lieten wel wat te wensen over, dat heeft aanvankelijk de naam geen goed gedaan. Maar dat is volledig veranderd. Er is geen organisatie in Nederland meer die niet op de een of andere manier te maken heeft gehad met Sharepoint. Bovendien zit het heel dicht tegen de Office-omgeving van Microsoft aan, dus het ziet er bekend uit.”

Een veelgevraagde toepassing is die van DMS. “De hoeveelheid informatie die organisaties verwerken is de afgelopen jaren enorm gestegen. Hoe langer bedrijven bestaan, en hoe meer er digitaal verwerkt wordt, hoe meer er wordt opgeslagen. Emailboxen barsten uit elkaar. Het terugvinden van de juiste informatie in die chaos neemt voor bedrijven veel tijd in beslag. Daar komt bij dat het document management traditioneel gebeurde met dure en zware systemen. SharePoint heeft sinds versie 2010 de mogelijkheid tegen veel minder kosten een DMS in te richten.”

Technische complexiteit

De opeenvolging van nieuwe versies leidde wel tot problemen bij de gebruikers. “Als er een nieuwe versie uitkwam moesten bedrijven opnieuw gaan ontwikkelen. Dat kan lastig zijn wanneer je eerder al een volledig portaal hebt gemaakt. Zo ontstond enige aversie tegen Microsoft. Wij hebben daarom onze portalen zodanig aangepast dat we een software-service kunnen aanbieden waarbij nieuwe versies geruislos kunnen worden opgenomen. Daar hebben we veel in geïnvesteerd. Hiermee lopen bedrijven geen risico meer met de introductie van nieuwe versies. Wij nemen de technische complexiteit volledig over. Zo hebben bedrijven financiële zekerheid door de fixed price, en ze zijn voor de volgende versies van SharePoint zeker van hun zaak. Dat is waar de markt om vraagt.”

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.ettu_gif/165_165_80_1__ettu.gifPiet Vink, ETTU: ‘CIO’s willen orde scheppen in de chaos’Wed, 27 Feb 2013 00:00:00 +0100
Trots op complexe koppeling informatiesystemenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/165/trots_op_complexe_koppeling_informatiesystemen.html

Een belangrijke trend in de Nederlandse gezondheidszorg is schaalvergroting. Het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam heeft samen met E.Novation een complex project afgerond waarbij het Microbiologisch Laboratorium is samengevoegd met een grote externe partij, het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG). Hierbij is voor het eerst een volledig digitale verbinding tot stand gebracht tussen het EPD/ZIS en de externe laboratoriumomgeving. Executive People sprak hierover met Onno Gabel, Hoofd Informatisering van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis.

“We zijn de eersten die dit doen. Er zijn nog geen andere ziekenhuizen in Nederland die zover zijn, en ook elders in de wereld hebben we iets dergelijks niet gevonden.” Onno Gabel, Hoofd Informatisering van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam, is trots op de ingewikkelde digitale koppeling tussen het EPD/ZIS en het externe laboratorium die zijn team in nauwe samenwerking met E.Novation tot stand heeft gebracht.

Gabel had twee mogelijkheden dit technisch in te richten: het ZIS/EPD volledig koppelen aan het lab-systeem, of naast het ZIS/EPD een los lab-systeem gebruiken. “In het laatste geval heb je echter twee aparte systemen, wat niet alleen complexer is in beheer maar ook een veiligheidsrisico inhoudt. Juist die veiligheid van de gegevens is voor ons de reden geweest de koppeling direct te maken vanuit het ZIS/EPD.” Een klassieke discussie was die over de verantwoordelijkheid voor de data: ligt die bij de arts of de microbioloog? “Dat is uiteindelijk een strategische beslissing, wij faciliteren de techniek en het proces.”

Complexiteit

“Deze geautomatiseerde koppeling kent een enorme complexiteit. Die schuilt in diverse aspecten. In de eerste plaats verloopt alles volledig elektronisch, we werken niet meer op papier. Daarbij werken we nu op twee locaties, het ziekenhuis en het laboratorium van het OLVG. Bovendien zit de wereld van microbiologisch onderzoek complex in elkaar, omdat je te maken hebt met veel verschillende onderzoeken. Het gaat om aanvragen door artsen in honderden varianten, die allemaal vanuit het ZIS moeten aansluiten op het laboratoriumsysteem. Tijdens dat proces zijn we ook nog eens overgestapt op een ander laboratoriumsysteem.”

De aanleiding voor het project met E.Novation was een strategische beslissing in 2011 om de afdeling Microbiologie uit te besteden. “Dat besluit is onderdeel van een trend die al enige jaren speelt in de gezondheidszorg, namelijk dat laboratoria steeds vaker worden samengevoegd om te kunnen profiteren van schaalvergroting. Dat heeft zowel te maken met de kosten als met de kwaliteitseisen. Om aan die hoge eisen te voldoen zijn grote investeringen nodig, die kleine laboratoria niet kunnen opbrengen.”

Daarom is het Amsterdamse ziekenhuis na een uitgebreide zoektocht uitgekomen bij het OLVG als beste kandidaat om de laboratorium-activiteiten aan uit te besteden. “Zij zijn een grote speler met geavanceerde apparatuur die in staat is om de grote volumes van de afdeling Microbiologie te verwerken.” De harde deadline was 1 januari 2012, op die datum moest iedereen verhuisd zijn, en moest de koppeling tussen ziekenhuis en laboratorium werken.

Meer dan technologie

Tijdens dit traject kwam een breed scala aan aspecten om de hoek kwamen kijken, van mensen en organisatie tot technologie. Omdat het op al die vlakken ingrijpt is het uitermate complex om dergelijke koppelingen te maken. Het is meer, veel meer, dan alleen het neerzetten van technologie.”

Want behalve technologie gaat een dergelijke samenwerking ook over de visie op elektronische ordering en verslaglegging bij twee verschillende partijen. “Die filosofie is verwerkt in de software die we beiden gebruikten, maar het verschil in visie tussen het ZIS/EPD en het laboratoriumsysteem was groot en dat moest overbrugd worden. Dit betekende dat er veel werk gestoken moest worden in het uniformeren van de aanvragen en de rapportages. Uiteindelijk zijn we er na intensief overleg in geslaagd beide visies op elkaar aan te laten sluiten. Dat is gelukt omdat iedereen het resultaat voor ogen heeft gehouden tijdens deze zoektocht.”

In de oude situatie schreven de artsen hun aanvraag op papier, wat in het interne laboratorium weer ontcijferd moest worden. Dat kan niet meer nu alles digitaal verloopt, nu moet direct duidelijk zijn wat de aanvrager bedoelt. Om dat in goede banen te leiden is weer deskundige begeleiding nodig van iemand die zowel IT als de materie begrijpt. “Dit vraagt om een zeer intensieve samenwerking tussen de IT en de werkvloer. We hebben daarbij gebruik gemaakt van kennis en ervaring uit eerdere projecten, èn het vereist van de IT-functie veel inlevingsvermogen. Je moet weten wat er allemaal komt kijken bij microbiologie.”

“De deadline hebben we gehaald. Na ingebruikname bleek het wel nodig om het proces te verfijnen, we hebben in het begin nog veel zaken aangepast om het proces goed geolied te laten verlopen. Zo waren met name de beheeraspecten erg belangrijk, om te bepalen wie wat doet wanneer er foutmeldingen komen.”

Lessen

Het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis is nu het eerste Nederlandse ziekenhuis dat deze hindernis heeft genomen. “Ik verwacht dat we dit in de toekomst nog veel meer gaan zien in Nederland.” Zelf heeft het ziekenhuis ondertussen de afdeling Pathologie op een vergelijkbare manier overgezet. “Daarbij hebben we volop gebruik kunnen maken van de ervaringen die we eerder op hebben gedaan. Overigens zijn de processen bij pathologie iets minder complex, maar de lessen die we geleerd hebben op het gebied van mensen, organisatie en techniek waren nuttig.”

Een van de lessen was dat er ook aandacht moet zijn voor de kleine dingen in het proces. “Bijvoorbeeld het besef dat je nu te maken hebt met menen die niet meer in het ziekenhuis zitten, maar bij een andere organisatie. Je kunt bijvoorbeeld niet meer met een intern nummer bellen. Dat is even wennen, na jaren lang op dezelfde manier gewerkt te hebben. Wat we ook onderschat hebben is hoeveel uren er in gaan zitten, vooral omdat er zoveel mensen van diverse afdelingen intensief bij betrokken waren.”

De doelstellingen van het project zijn gehaald. “We hebben een vaste prijsafspraak voor microbiologische onderzoeken, nu en de komende jaren. Dit zorgt voor een hoge mate van voorspelbaarheid in de kosten. Dat is een belangrijk voordeel voor het ziekenhuis, want er komen geen onaangename financiële verassingen meer op de Raad van Bestuur af. Bovendien zijn we volledig van papier naar digitaal gegaan. Dat heeft veel tijdwinst opgeleverd, want zodra de resultaten van een onderzoek nu bekend zijn, zijn ze in het systeem toegankelijk. Die snelle terugkoppeling heeft een enorme toegevoegde waarde. Een bijkomend voordeel voor het ziekenhuis is dat we door de uitbesteding vierkante meters vrij hebben gemaakt die ingezet kunnen worden voor onze dienstverlening.”

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/nieuws/.nfi_lr_jpg/165_165_80_1__nfi_lr.jpgTrots op complexe koppeling informatiesystemenSat, 23 Feb 2013 00:00:00 +0100
Marius Haas, Dell: ‘Gebruikers verwachten meer dan alleen technologie’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/164/marius_haas__dell_____gebruikers_verwachten_meer_dan_alleen_technologie___.html

Tijdens Dell Technology Camp 2013 sprak het team van Executive-People en Dutch IT-Channel exclusief met Marius Haas, president Enterprise Solutions bij Dell. Hij vecht tegen het traditionele beeld van Dell als direct verkopende leverancier van voornamelijk hardware. Hij heeft zich tot taak gesteld het enterprise-portfolio, waar onder meer de servers onder vallen, uit te bouwen tot een complete multi-platform infrastructuur-oplossing.

Marius Haas is ondertussen vijf aan de slag bij Dell, na in de afgelopen 23 jaar onder meer gewerkt te hebben bij Intel, Compaq en HP. Zijn bezoek aan Nederland was onderdeel van een Europese tour waarbij hij in diverse landen praat met partners en klanten over de enterprise-strategie van Dell. Tegelijkertijd wordt Active Infrastructure officieel geïntroduceerd in Europa.

“We hebben in het enterprise-segment een enorme groei doorgemaakt de afgelopen jaren, aldus Haas. “We groeien sneller dan onze concurrenten op alle gebieden waar we ze tegenkomen. Onze groei is twee tot drie keer die van de markt. Dell heeft ondertussen een veel breder portfolio dan vijf jaar geleden. We hebben een volledige suite van Infrastructure as a Service-mogelijkheden, met een complete management console die niet alleen Dell ondersteunt maar ook heterogene omgevingen, inclusief de producten van onze concurrenten.”

“Daarnaast hebben we een suite met Security Infrastructure Management en Application Management. Ons aanbod is zich nu echt aan het ontwikkelen tot een end to end-oplossing. Dat is echter iets dat onze klanten nog niet altijd zien, dat merk ik nog steeds als ik met ze praat. Zij zien Dell nog steeds als een bedrijf met consumentenoplossingen. Het is dus mijn taak om daar verandering in te brengen. We zitten nu midden in die transformatie.”

Ecosysteem van partners

“We zijn ons ervan bewust dat we daarvoor een heel andere organisatie moeten worden, het vereist een verandering van het DNA van de organisatie om in te spelen op de vragen van de enterprise. De technologie en de gesprekken die we daarover hebben met onze klanten zijn heel anders dan we gewend waren. Het gaat nu veel meer om de waarde van de oplossing, hoe kunnen we de workloads optimaliseren, en hoe kunnen we dat end to end invullen in de hele organisatie, van operations tot procurement.”

“Daar moeten we weer de juiste marktbenadering voor hebben, en dat is niet direct. Naarmate je meer complexe oplossingen gaat leveren wordt het indirecte verkoopkanaal steeds belangrijker. Klanten verwachten dat hun leverancier niet alleen technologie levert, maar ook dat het op een zodanige manier wordt geleverd dat ze er snel en eenvoudig mee aan de slag kunnen. In Nederland is ons ecosysteem van partners ontzettend belangrijk voor deze strategie.”

“Zowel het directe als het indirecte kanaal zijn in ontwikkeling, we zien een evenwichtige groei. Dankzij onze partners kunnen we de dienstverlening verbeteren, dat is het gebied waar ze waarde kunnen toevoegen en marge kunnen behalen. Wij zullen ze op alle mogelijke manieren ondersteunen om die service te verlenen. De echte waarde komt niet alleen uit het aanbod van Dell, maar ook uit de partners. 45 procent van onze markt is midmarket, maar de enterprise-markt heeft eveneens een omvang van 45 procent. Ik wil beide markten goed bedienen, en met name in Europa is het kanaal sterk ontwikkeld. Daar willen we gebruik van maken.”

CIO’s

“Wat betreft de eindgebruiker, de CIO’s, zien we dat ze af willen van de complexiteit die hoort bij het managen van allerlei devices, van servers en storage racks tot netwerkports. Ze willen zich concentreren op het optimaliseren van workloads voor zowel hun interne als hun externe klanten, on premise en off premise. Ze willen zorgen dat zowel de infrastructuur veilig is, en dat de data goed beschermd is, ongeacht het apparaat waar ze mee werken.”

“Maar met een gefragmenteerde infrastructuur is de vraag hoe ze de vernieuwing van hun applicaties moeten gaan aanpakken. Ze willen de aanwezige informatie breed beschikbaar stellen in de organisatie. Daarvoor is een Infrastructure as a Service nodig die eenvoudig te managen is, en zoveel mogelijk out of the box kan worden ingezet. Hij moet dus al voor die taak geoptimaliseerd zijn.”

“Wij leveren één pakket dat aan ieder heterogeen datacenter kan worden gekoppeld. Het sluit aan op Cisco networking, EMC Storage. Er zijn dus geen extra investeringen nodig om de bestaande infrastructuur aan te passen. Het is plug and play, waarmee je een public cloud zou kunnen maken, of een private cloud. Vooral kleinere bedrijven willen graag een kant en klare oplossing tegen vaste kosten per gebruiker.”

Multi-vendor

Want met name die organisaties in de mid market hebben niet een enorme eigen IT-organisatie, waardoor ze meer vragen van hun leverancier, en de partner. Zo zijn we onder meer het opleidingsprogramma aan het invullen. De partners die we tijdens deze tour spreken zijn daar enorm enthousiast over, onder meer omdat ze nu invulling kunnen geven aan de vraag naar multi-vendor oplossingen, zodat de eindklanten niet meer afhankelijk zijn van één leverancier.”

“We zijn sterk in de transactionele markt, daar verkopen we veel servers. Dat willen we nu aanvullen met volledige oplossingen, want in de loop der tijd zullen servers steeds meer een commodity-product worden. Wij willen oplossingen leveren, geen commodities. Tegelijk zijn we hard bezig met het integreren van de bedrijven die we hebben aangekocht, maar dat kost tijd, iedere dag integreren we nieuwe onderdelen.”

Door Marco van der Hoeven

http://www.youtube.com/watch?v=EZFtcmXkpAg


 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.marius_haas_spotlight_jpg/165_165_80_1__marius_haas_spotlight.jpgMarius Haas, Dell: ‘Gebruikers verwachten meer dan alleen technologie’Sat, 16 Feb 2013 00:00:00 +0100
Maarten Hendriks, GGN: 'Lagere kosten door nieuwe infrastructuur'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/161/maarten_hendriks__ggn___lagere_kosten_door_nieuwe_infrastructuur_.html
Voor deurwaarders- en incassobureau GGN is ICT cruciaal voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Toen het oude systeem de grens van zijn capaciteit bereikt had werd besloten alle ICT in één keer, in één weekend, te vervangen door een volledig nieuw systeem. Dat is vorig jaar gebeurd, in samenwerking met SLTN. Dat heeft alleen al op het gebied van beheer geleid tot een besparing van dertig procent.

Deurwaarders- en incasso-organisatie GGN heeft 1.350 medewerkers, verspreid over 27 vestigingen in heel Nederland. Het bedrijf is zes jaar geleden ontstaan uit een samenwerkingsverband van onafhankelijke deurwaarders. Aanleiding voor de vorming van GGN was nieuwe wetgeving die deurwaarders in staat stelde om buiten hun eigen regio actief te worden. Hierdoor kon bijvoorbeeld een deurwaarder uit Utrecht in Groningen exploten rijden. Maar omdat het niet altijd rendabel is om heen en weer te rijden voor één actie zochten deurwaarders samenwerkingsverbanden. In eerste instantie werd dat de franchise-onderneming GGN.

Deze franchise-onderneming heeft een aantal jaren bestaan, maar om echt synergievoordelen te behalen uit de samenwerking is in 2009 besloten om van GGN een fusie-organisatie te maken. Een van de eerste strategische stappen daarin was om de ICT samen te voegen. Samen met dienstverlener SLTN is toen een groot IT-project uitgevoerd, waarbij alle decentrale IT-infrastructuur werd geconsolideerd in een twin datacenter.

Stabiel platform

“Dat heeft ons voor de looptijd van die omgeving een stabiel, betrouwbaar platform opgeleverd waarmee we GGN konden opbouwen”, aldus Manager Technical Support Maarten Hendriks. “Na die drie jaar was de apparatuur echter afgeschreven, en liepen we tegen de limieten aan van zaken als schaalbaarheid en capaciteit. De oorspronkelijke berekeningen zijn, ondanks dat de verwachte capaciteit verviervoudigd was, erg krap gebleken.”

Naast dat big data-probleem had GGN te maken met nieuwe marktontwikkelingen. GGN is van oorsprong deurwaarders, maar daar zijn later incasso-activiteiten aan toegevoegd. Die beweging is verder gegaan, en in het kader van de achterwaartse integratie is daar ook pre-incasso, facturatie en debiteurenbeheer bijgekomen. Ook dat heeft invloed op de eisen die worden gesteld aan ICT.

Hendriks: “Dat stabiele platform heeft ons in staat gesteld om in drie jaar heel veel op te ruimen en te ontdubbelen. We waren vorig jaar aangekomen op een situatie met een zeer stabiele, opgeruimde en inzichtelijke omgeving. We waren zo in staat om met het aanbesteden een betere onderhandelingspositie te krijgen, omdat de risico’s veel kleiner waren dan voorheen. We konden veel scherper te onderhandelen. Daarmee hebben we bij de aanbesteding al veel besparingen kunnen realiseren.”

Flexibiliteit

Het project werd opgedeeld in drie kavels: hosting, levering van de apparatuur en het beheer. “We hebben er bewust voor gekozen om de apparatuur in eigendom te houden, we leasen het niet. Dat geeft ons meer slagkracht. Met die opdeling houden we grip op de situatie, en zit je niet vast aan één partij. We hebben uiteindelijk wel bij twee kavels gekozen voor SLTN, maar dat beet elkaar niet, omdat de levering van de hardware een afgekaderd project was dat was opgeleverd toen kavel drie ging lopen.”

GGN heeft volgens Hendriks bij de aanbesteding bewust niet ingezet op technologie, maar op de eisen op het gebied van flexibiliteit, beschikbaarheid, schaalbaarheid en support. “Je kunt wel op mooie, nieuwe technologie inzetten, maar daar zitten soms kleine bedrijven achter waarvan het maar de vraag is of je op termijn support kunt krijgen. We hebben de kavels turn key aanbesteed, en SLTN heeft dat goed opgepakt op het gebied van meedenken en visie. Hun bevindingen sloten goed aan bij wat we op allerlei gebieden wilden, zowel de investeringen als de looptijd.”

“In dat traject is vooral opgevallen hoe goed SLTN meedacht met ons, ze begrepen onze targets, en hebben diverse manieren aangedragen om te besparen, buiten de scope van de opdracht. Bijvoorbeeld bij het consolideren van applicaties, waar we zelf nog niet aan gedacht hadden. Ze speelden goed in op onze visie, zoals het terugbrengen van onze ERP-systemen tot één platform. Ze beschikken naast technische kennis ook over kennis van de markt, en de toegevoegde waarde van de producten voor onze wensen. Dat vond ik goed, want je kon zowel praten over business als over technologie. Vaak zie je dat een partij maar één van beide zaken goed beheerst.”

SLA halen

GGN heeft vervolgens de volledige infrastructuur van het datacenter vervangen, op het telefonieplatform na. Daarbij ging het om het volledige SAN, de volledige Intel-omgeving, Cisco 1 Gbps Networking werd vervangen door een moderne Cisco-versie, de volledige back up oplossing was nieuw, alsmede de AIX systemen voor de ERP-omgevingen.

Het ging in totaal om 200 Windows-systemen, 75 TB aan data, zeven productie ERP-systemen en een OTA-omgeving die verplaatst zijn. Alle oude apparatuur is uitgebouwd en op een gecertificeerde manier schoongeveegd, zodat er geen gevoelige gegevens achterbleven. Bij de nieuwe systemen staan onder meer IBM AIX servers, Cisco UCS blades, Cisco 10 GB switching, en eVault back up.

GGN is bij de datacenters overgestapt van active-active naar active-passive om de complexiteit te verminderen en de beheerskosten te verlagen. “Met de technieken die daarbij ingezet zijn kunnen we nog steeds de eisen van de SLA halen: binnen vier uur zijn we in het geval van een calamiteit actief in het andere datacenter.”

IT is voor GGN cruciaal, dus het was zaak om alles in één keer goed over te zetten. “We leveren contact tussen debiteuren en onze opdrachtgevers. Dat doen we onder andere met telefonie, dat weer zwaar leunt op de integratie met de andere systemen. Je moet altijd in die systemen kunnen kijken, dossiers kunnen openen, en de samenhang kennen. Bovendien worden veel officiële documenten altijd geprint. Dat moet ook altijd door kunnen gaan, zodat deurwaarders op pad kunnen gaan.”

Professioneel

Alles is ook daadwerkelijk in één weekend omgezet. Hendriks: “Dat is fantastisch verlopen. Ik heb veel IT-projecten meegemaakt, en dit is de eerste waarbij alles verliep hoe het moest verlopen. Een groot verschil met drie jaar geleden was dat onze Microsoft-omgeving al volledig gevirtualiseerd was. We hoefden dus niet de inhoud van onze virtuele systemen te wijzigen. Met deze migratie hebben we vrijwel al onze doelstellingen gehaald.”

Ook het beheer is nu in handen van SLTN. “Zij hadden natuurlijk al achtergrondkennis over onze omgeving, en met de implementatie van deze infrastructuur voor bijvoorbeeld Cisco werd de beheerslast steeds minder, dat leidde toe een veel lager prijs. Ook het risico kon naar beneden, omdat we precies wisten wat er beheerd kon worden. De beheerskosten zijn uiteindelijk naar beneden gegaan met dertig procent, in lijn met een van onze criteria dat de beheersinspanning fors lager zou zijn.”

“De projectaanpak was strak en professioneel, de communicatie was goed. De benadering was niet die van een klant leverancier, maar het was een echt partnership. Ze gingen niet voor het geld op de korte termijn, maar ze wilden een langdurige relatie aangaan. In de RFP wilden we een duidelijke verlaging van de TCO, en dat hebben we gerealiseerd.”


Door: Marco van der Hoeven

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.maarten_hendriks_gif/165_165_80_1__maarten_hendriks.gifMaarten Hendriks, GGN: 'Lagere kosten door nieuwe infrastructuur'Sat, 09 Feb 2013 00:00:00 +0100
Frank Buytendijk, Gartner: 'Privacy is belangrijkste zorg bij Big Data'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/156/frank_buytendijk__gartner___privacy_is_belangrijkste_zorg_bij_big_data_.html
Een van de zaken waar CIO´s echt om wakker liggen is Big Data. En dan niet om de technische complexiteit, want die is relatief overzichtelijk. Maar de onbeheersbaarheid van automated discovery heeft wel onverwachte en soms ongewenste neveneffecten. Gartner heeft Information Management-specialist Frank Buytendijk gevraagd om zich volledig op dit vraagstuk te gaan richten.

Frank Buytendijk heeft een lange track record in de ICT, op het gebied van Business Intelligence, Business Process Management als technische onderwerpen, maar ook op het gebied van prestatiemanagement en strategie. Hij heeft op dat gebied veel gepubliceerd en veel projecten gedaan. Tussen 2000 en 2006 heeft hij al bij Gartner gewerkt. In die tijd kwam het verschijnsel software-consolidatie op gang.

"Daar wilde ik 'aan de andere kant' aan bijdragen", aldus Buytendijk. Zo kwam hij als VP Strategy terecht bij Hyperion, dat veel kennis had op het gebied van Business Intelligence. Die strategische waarde werd herkend door Oracle, dat Hyperion al snel overnam. "Dat was een geweldige ervaring, ik heb ruim drie jaar met veel plezier bij Oracle gewerkt en daar erg veel verschillende dingen kunnen doen."

Na consolidatie was de volgende trend dat informatie en processen steeds meer bij elkaar kwamen. "Dat waren altijd twee verschillend werelden, waar de mensen elkaar niet zagen. Die zijn dertig jaar gescheiden geweeest, maar dat was niet meer vol te houden. Ik kom uit de informatiewereld, het Nederlandse Be Informed zit aan de kant van processen, en daar ben ik CMO geworden om te helpen bij de groei.

De contacten met Gartner zijn echter altijd blijven bestaan, wat goed uitkwam met de nieuwe ontwikkelingen in ICT. Big Data komt als ene golf over de wereld heen, bedrijven herkennen informatie steeds meer als een productiefactor. Dat werd al wel twintig jaar gezegd, maar nu gebeurt het echt. Dat moet nu daadwerkelijk vorm krijgen, wat ik bij Gartner ga doen. Ik zie deze stap dan ook niet als een terugkeer naar Gartner, maar een stap verder bij Gartner."

Terug in de tijd

Big Data levert veel vragen op die Gartner krijgt van CIO's. "Daar willen we ze mee verder helpen. Er zullen in de loop der tijd best practices ontstaan die we willen delen. Daarnaast kijken we naar het software- en technologielandschap. Enigszins gechargeerd gezegd zijn we met de huidige Big Data-problematiek twintig jaar teruggezet in de tijd, het barst weer van de fragmentatie. Het databaselandschap is jarenlang stabiel geweest, met dezelfde leveranciers. Nu zijn er weer heel veel verschillende databases en tools waar organisaties mee te maken hebben. Die hebben allemaal hun doel en beperkingen. Door de enorme innovatiegolf die plaatsvindt zijn allerlei nieuwe oplossingen ontstaan. Hoe ga je daar mee om? Het leuke van het werk als Gartner analist is dat je op dat gebied het hele spectrum bestrijkt, van producten tot strategie."

Big Data is gedefinieerd door Gartner. In die definitie zijn de bekende drie V’s opgenomen: velocity, variety en volume. "Als je op een of meer van die gebieden met de bestaande middelen niet meer uitkomt heb je een Big Data-probleem. En Big Data-kansen. In praktijk wordt het vaak als bedreiging gezien. Het is overigens iets tijdelijks, er wordt nu veel in geïnvesteerd maar dat zal weer afvlakken naarmate er meer georganiseerd wordt. Het is dus een actueel thema, als onderdeel van de vier Nexus of Forces, dat je in de vingers moet krijgen. CIO’s moeten er iets mee. Dat komt onontkoombaar vanuit de buitenwereld op organisaties af. Tegelijk is het een manier om je concurrentiepositie te verbeteren."

Het probleem voor CIO´s daarbij is niet de techniek. "De oplossingen voor Big Data zijn relatief eenvoudig neer te zetten, daar kun je allerlei technologie voor gebruiken. De echte problemen zitten in het privacy-aspect. Ik merk zelfs bij congressen dat er veel emotie zit in dat onderwerp. En dat is een terechte zorg."

Onverwachte verbanden

"Het is namelijk moeilijk om Big Data in de hand te houden. Traditioneel is informatiemanagement heel overzichtelijk, dat kun je top down beheersen. Maar data die in hoge snelheid, met een hoog volume, in grote hoeveelheden wordt verwerkt, dan kun je dat niet meer overzien. Je gaat van top down naar bottom up. Daar zijn prima technieken voor, op het gebied van automated discovery. De systemen gaan proactief op zoek naar verbanden. Hoe mooi dat ook klinkt, het levert ook een groot probleem op. Technologie beantwoordt daarmee vragen beantwoord die nooit zijn gesteld.”

"Een computer heeft namelijk geen moreel besef, en kan met verbanden komen waarvan je helemaal niet wilt dat die naar buiten komen. Hier is TomTom bijvoorbeeld al eens tegenaan gelopen toen de gegevens van klanten niet alleen bij filemetingen werden gebruikt, maar ook door de politie werden aangekocht om de gemiddelde hoge snelheden op te meten. Dat is niet per se in het belang van de TomTom gebruiker."

"Je kunt genante verbanden uit data halen, bijvoorbeeld bij real-time analyse van aankopen in een supermarkt. In de VS is een vader er zo al eens achter gekomen dat zijn zestienjarige dochter zwanger was, omdat hij aanbiedingen kreeg voor zwangerschapsartikelen. Dat zijn twee voorbeelden die aangeven waar je als organisatie over moet nadenken bij Big Data. Hoe houd je dat in de hand? Dat is een zorg, want je moet het automatiseren, maar je kunt dan wel de controle kwijtraken. Ik merk dat veel mensen daarmee worstelen."

De oplossing is volgens hem niet om dan maar geen Big Data te doen. "Die keuze is er niet. Wat wèl moet gebeuren is dat de regels verwerkt worden in de systemen. Op die manier kun je voorkomen dat ongewenste gegevens naar buiten komen. Systemen moeten slimmer gemaakt worden in het contextualiseren van verbanden: wat is wel en wat is niet gewenst? Daar is discussie over, want wat de een wil, wil de ander niet. Er is op dat gebied geen waarheid. We gaan de komende tijd nog wel wat problemen meemaken op Big Data-gebied. We komen tot privacy by disaster, dat durf ik wel te voorspellen."

Praktisch advies

Buytendijk pleit voor een moreel en ethisch debat binnen bedrijven, en over bedrijfstakken heen, waarin wordt gesproken over de vraag wat goed en wat niet goed is. "Daar is niet één antwoord op, maar die discussie moet wel gevoerd worden, je moet er over nadenken. Het is zaak dat de CIO daarin het voortouw neemt. Dat zit besloten in de naam Chief Information Officer. In die discussie gaat het niet in de eerste plaats om wat er fout kan gaan, maar om de intentie. Dáár moet volgens mij het debat over gaan. Uiteindelijk gaat het om één ding: je moet goed doen. Ik heb er al erg veel over gepresenteerd de afgelopen jaren, en je merkt dat dit mensen raakt. Het roept emotie bij hen op. Soms zijn ze het ermee eens, soms niet, maar er is niemand die de discussie onbelangrijk vindt.

"Om problemen te voorkomen betekent dit in de eerste plaats meer investeren in metadata, om te weten te komen wat die informatie betekent. Begin met Masterdata-management. Dat is saai, maar wel belangrijk. Als de Masterdata niet in orde zijn kun je niets combineren, de definities moeten overal hetzelfde zijn. Dat is al veel werk. Wanneer dat op orde is kun je verder."

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.frank_buytendijk_spotlight_jpg/165_165_80_1__frank_buytendijk_spotlight.jpgFrank Buytendijk, Gartner: 'Privacy is belangrijkste zorg bij Big Data'Sat, 02 Feb 2013 00:00:00 +0100
Lourens Visser, CIO Havenbedrijf Rotterdam: ‘Informatie moet een strategische asset worden’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/154/lourens_visser__cio_havenbedrijf_rotterdam_____informatie_moet_een_strategische_asset_worden___.html
De Rotterdamse haven is een van de vitale sectoren van de Nederlandse economie. Wat daar gebeurt vormt een belangrijke graadmeter voor de economische situatie in Europa. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft hierin een centrale functie, vergelijkbaar met de verkeersleiding op Luchthaven Schiphol. Een goede informatievoorziening is daarbij cruciaal. Executive-People sprak met CIO Lourens Visser over zijn werk in Rotterdam, en zijn ambitie om van informatie een strategische asset te maken.

Lourens Visser is nu bijna drie jaar CIO bij het Havenbedrijf Rotterdam. Hij is verantwoordelijk voor een ICT-infrastructuur die zonder meer bedrijfskritisch is te noemen voor de Rotterdamse haven. Maar hij wil meer halen uit de ICT: “Zelf zou ik het graag naar een strategische rol willen tillen. Daar bedoel ik mee dat ICT niet alleen meer een ondersteunende rol heeft, maar dat informatie daadwerkelijk wordt ingezet als een strategische asset.”

Dat vereist een andere manier van kijken naar assets dan de traditionele opvatting. “Tot de assets die we in de haven hebben, worden op dit moment vooral fysieke zaken gerekend, zoals de kades, de wegen en het hele gebied dat we in eeuwigdurende erfpacht hebben van de gemeente. Dat gaat om miljarden euro’s. Maar ook de informatie die we gebruiken en delen heeft strategische waarde. Niet alleen voor ons, maar ook voor andere organisaties en sectoren.”

Graadmeter

Zo vormen de activiteiten in  de  haven bijvoorbeeld een graadmeter voor de stand van zaken in de Europese economie. “Dat heeft allemaal met die informatie te maken, bijvoorbeeld over schepen, aantallen, belading en goederenstromen. In mijn optiek kun je die informatieverwerking optimaliseren met automatisering. Daarin is ondertussen al veel gebeurd, maar we kunnen nog veel verder gaan.”

De belangrijkste interne klant van Visser als CIO is de Havenmeester, de functionaris die verantwoordelijk is voor de planning en begeleiding van alle schepen: jaarlijks 33.000 zeeschepen 110.000 binnenvaartschepen. “De Havenmeester is als het ware de verkeersleiding voor de schepen. Het is een continubedrijf, dus ook de applicaties moeten altijd doordraaien.”

Uitval van de ICT zou direct een negatief effect hebben op de operatie. “En niet alleen die van ons, maar ook die van onze ketenpartners. Zo zitten de loodsen direct achter ons in de keten, zij krijgen de informatie die zij nodig hebben direct van het Havenbedrijf. En zij delen die informatie weer met de slepers. Al deze partners zijn afhankelijk van onze informatie, het is hun broodwinning.”

Daarnaast ondersteunt ICT de rest van het Havenbedrijf, onder meer bij de financiële processen, inkoop, HR en het beheer van de haven. “Het onderhoud van assets als de wegen en de kades gebeurt op basis van een grote hoeveelheid diverse informatie. We beheren bijvoorbeeld 75 kilometers aan kades, waarvan de een vijftig jaar oud is, de ander gloednieuw. Het beheer daarvan is kostbaar en arbeidsintensief, dus dat wil je slim plannen. Daar is veel informatie voor nodig.”

Kenniswerkers

Ook de traditionele kantoorautomatisering valt onder de verantwoordelijkheid van Visser. “We hebben hier veel kenniswerkers, met specialisaties op zaken als milieu, politiek en internationale ontwikkelingen. Wij ondersteunen hen bij hun werkzaamheden, die sterk leunen op de beschikbaarheid van informatie. Het bedrijf is dus breed opgezet , met een divers landschap aan applicaties. Daar zitten niche-producten bij die voor ons zeer relevant zijn, zoals stromingsmetingen in de Maas waarvan de informatie real time beschikbaar moet zijn.”

Sinds anderhalf jaar heeft het Havenbedrijf Rotterdam een ICT-strategie. “Hierin is vastgelegd welke veranderprogramma’s de meeste waarde halen uit ICT voor de business. Dat was er voorheen niet. Zo proberen we ICT optimaal in te zetten, terwijl we de zekerheid en de stabiliteit van de dienstverlening vergroten. Mijn voorganger heeft al heel veel werk verzet bij het centraliseren van de informatievoorziening, daar bouwen wij nu op verder door die systemen te koppelen en de informatie er centraal uit te halen. Daar zitten we nu middenin.Doordat er oorspronkelijk allerlei verschillende systemen werden gebruikt bij verschillende afdelingen voor hun specifieke processen moeten bijvoorbeeld zaken worden geregeld als de definities, want hoe definieer je eenduidig een kade in de systemen als die voor verschillende gebruikers een andere invulling heeft?”

Die ICT-strategie was een van de doelen die Visser zichzelf gesteld had bij zijn aantreden als CIO. “Ik wilde in kaart brengen waar we naartoe gaan en hoe we ICT daarbij inzetten, en de volwassenheid van de ICT-afdeling vergroten. Omdat we te maken hebben met een geoutsourcede omgeving zijn we in feite een regie-afdeling die goed moet schakelen met de interne klanten en leveranciers om ervoor te zorgen dat we de dienstverlening krijgen die we willen hebben, waar we niet teveel voor betalen en die je zo nodig kunt veranderen.”

Besparen

Die bestaande outsourcingscontracten lopen binnenkort af, wat kansen biedt om het ICT-landschap beter op de business te laten aansluiten. “Het bestaande contract is een ouderwets eerste generatie-outsourcingscontract. We gaan dat nu verticaal verkavelen, om clusters van applicaties zoveel mogelijk end to end in de markt te zetten. Zo ontvlechten we de bestaande situatie. Daarbij wil ik aansluiten op de specifieke eisen van de businessclusters. Het systeem van de Havenmeester bijvoorbeeld moet een extreem hoge beschikbaarheid krijgen, dat is een gespecialiseerd systeem dat we zelf ontwikkelen. Dat heeft dus een andere status dan de standaard ERP-omgeving, die misschien wel in de cloud zou kunnen draaien. ERP is niet onderscheidend voor onze organisatie, dus daar kun je anders mee omgaan en ook nog eens besparen op kosten.”

Uiteindelijk gaat het volgens hem niet om de applicaties, maar de processen die erdoor worden ondersteund. Die processen worden nu, voorafgaand aan de aanbesteding, in een lean project geoptimaliseerd. “Dat verandertraject gaat niet alleen om informatievoorziening, maar vooral om de werkwijze van de business. Dat heeft weer invloed op de werkwijze van onze afdeling, die komt van het ‘butler-model’, oftewel ‘u vraagt, wij draaien’. Daar willen we vanaf, ondertussen denken we intensief mee met de business. We vragen waarom iets nodig is, bepalen mee hoe de oplossing eruit komt te zien, en kijken of het in lijn is met het bestemmingsplan, onze doelarchitectuur voor  de verschillende informatie-voorzieningen.”

Dat document heeft hij bewust ‘bestemmingsplan’ genoemd, omdat het dan beter aansluit bij de taal van de business. “Op die manier maken we de business ‘medeplichtig’ aan de ICT-strategie. Het is niet mijn feestje, maar een gezamenlijk project van het Havenbedrijf. Dat is een cultuuromslag. Je moet wel de technologische achtergrond in stand houden, want wij zijn de enigen die er echt verstand van hebben. Maar tegelijkertijd moeten wij in staat zijn om samen met de business op te trekken. Dat vraagt weer om andere skills dan vroeger. Je moet met oplossingen komen. We zitten nu midden in die transitie.”

Delen

Zijn toekomstvisie op het gebied van ICT is dat de informatie veel breder wordt gebruikt dan de interne klanten en de ketenpartners. “Ik ben een voorstander van open data. Gegevens die niet direct een commercieel belang hebben, of geheim zijn, zou ik vaker beschikbaar willen stellen om optimalisatie te krijgen in de logistieke ketens waar we een speler in zijn. Een van de grotere doelen van het Havenbedrijf is dat we niet alleen optimaal gebruik maken van de haven, maar ook van zaken als milieuruimte en wegtransport. Open data kan ertoe leiden dat de logistiek optimaler georganiseerd wordt, bijvoorbeeld door het aantal vrachtwagens terug te dringen. En dat bevordert weer de bereikbaarheid van de havenregio.”

“Dan zet je data daadwerkelijk in als strategische asset. We zitten nu al in het beginstadium van dat delen. De grootste hindernis is echter dat commerciële partijen geen belang hebben bij volledige openheid, zij maken marge op een minder transparante markt. Dat raakt weer aan de rol van het havenbedrijf, want welke rol moet je daarin gaan spelen? Moet je dat aan de markt overlaten? Dat is een lastige kwestie, we zullen open data dus niet op korte termijn gerealiseerd hebben. In technisch opzicht is alles wat we willen er al wel, het gaat vooral om de bereidheid om te delen.”

Door Marco van der Hoeven

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.lourens_visser_spotlight_jpg/165_165_80_1__lourens_visser_spotlight.jpgLourens Visser, CIO Havenbedrijf Rotterdam: ‘Informatie moet een strategische asset worden’Sat, 26 Jan 2013 00:00:00 +0100
Jeroen Bronkhorst, HP: ‘Informatie strategisch inzetten is cruciaal om te overleven’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/151/jeroen_bronkhorst__hp_____informatie_strategisch_inzetten_is_cruciaal_om_te_overleven___.html
Wat houdt CIO’s aan het begin van 2013 bezig? Jeroen Bronkhorst is als account CTO Global Accounts bij HP verantwoordelijk voor het afstemmen van het portfolio van HP op de strategie van grote gebruikers. Die strategie is de context die zorgt voor samenhang in de inzet van IT alsook voor innovatie: hoe zorgt een IT-organisatie ervoor dat er voldoende vernieuwing geïnitieerd wordt om het bedrijf te helpen bestaansrecht te houden?

“We denken daar op executive-niveau over mee”, aldus Bronkhorst. De strategische agenda van CIO’s wordt volgens hem voor een belangrijk deel bepaald door de snelheid van ontwikkelingen in de wereld. “Executives maken zich veel zorgen over de vraag hoe ze zich zodanig kunnen organiseren dat ze sneller kunnen reageren op veranderende omstandigheden. De meesten hebben te maken met een historie die heeft geleid tot de bestaande inrichting van de IT-organisatie. Daar leveren ze hun diensten mee.”

Die bestaande IT staat echter onder druk door de vele nieuwe ontwikkelingen die op CIO’s afkomen. “Bijvoorbeeld op het gebied van mobility, mensen brengen in toenemende mate hun eigen devices mee, kiezen nieuwe apps en integreren hu sociale netwerken. Met dergelijke invloeden hebben steeds meer organisaties te maken.” Dat heeft ook een economisch effect. Doordat bedrijven sneller moeten reageren op veranderende omstandigheden betekent dit dat bedrijven een kortere levensduur hebben. “De gemiddelde levensverwachting van een bedrijf is nu vijftien jaar, terwijl dat vroeger zeventig tot tachtig jaar was. Organisaties en divisies van organisaties komen sneller op, en verdwijnen sneller. Dat geldt voor alle bedrijven, niet alleen voor IT.”

Innovatie

“Om mensen in staat te stellen snel te reageren en snel beslissingen te nemen is het noodzakelijk dat processen goed zijn georganiseerd en geautomatiseerd, èn dat de juiste informatie beschikbaar is. En dan wel op zo’n manier dat niet zomaar iedereen bij die informatie kan komen. Kortom: hoe kunnen we reageren op de veranderende omgeving?”

Daarvoor is innovatie cruciaal. “Als je niet innoveert heb je geen overlevingskans. Jij kunt zelf degene zijn die de verandering teweeg brengt. Dat is waar steeds meer organisaties naar kijken. Van IT-organisaties worden tegenwoordig andere zaken verwacht: denk mee met de business, zodat die iets nieuws kan introduceren waarmee de concurrentie het nakijken heeft.”

In praktijk blijken er echter nog veel CIO’s te zijn die vooral bezig zijn met het blussen van brandjes. “De kunst is om daar keuzes in te maken. Sommige brandjes kun je misschien gewoon beter laten branden. Het is soms beter om je pijlen op de toekomst te richten, en keuzes te maken voor zaken waarmee je overlevingskansen hebt. Ik zie dat de organisaties die overleven deze keuzes hebben gemaakt. Dat is lastig, en voelt soms tegennatuurlijk omdat je zaken moet loslaten.”

Volgens Gartner is ieder budget een IT-budget. Is de CIO nog wel in control? “Vaak ontstaat er druk op een CIO omdat er in andere delen van het bedrijf IT-investeringen gedaan worden. Je kunt eenvoudig public cloud-diensten bestellen met je credit card. Proberen die ontwikkeling tegen te houden is meestal niet de beste optie voor de IT, want het betekent dat de diensten die je zelf als IT-organisatie aanbiedt niet kunnen concurreren met wat je snel buiten de deur kunt krijgen. Het gaat er dus om een strategie te ontwikkelingen die de nieuwe technologieën en functies omarmt.”

Vragen

Naast mobility leidt ook het fenomeen big data in combinatie met informatie-optimalisatie tot veel vragen bij CIO’s. “Ook dat heeft te maken met het reageren op veranderende omstandigheden. Je wilt snel beslissingen kunnen nemen, maar die beslissingen wil je wel nemen op basis van alle informatie die je hebt. Veel organisaties hebben echter hun informatie in allerlei silo’s georganiseerd, die ze moeilijk kunnen ontsluiten. In het verleden zijn er weliswaar allerlei initiatieven geweest om die informatie bij elkaar te brengen, maar de technologieën die je vandaag de dag hebt zijn dermate slim dat je alleen maar connecties hoeft te maken naar de informatiebronnen, waarbij je via slimme manieren patronen herkent en informatie correleert.” Hierbij gaat het niet alleen over platte tekst en databases, maar ook over bijvoorbeeld audio, video en informatie in allerlei verschillende talen en formaten.

“Dat correleren hoeft niet meer handmatig te gebeuren, dat doet het systeem voor je. Zo heb ik een demonstratie gezien van een systeem dat suggesties geeft voor het opslaan van mail in bepaalde mappen met bepaalde kenmerken, door automatische analyse van de mail. Dat is een omslag in de manier van werken: je categoriseert niet meer vooraf, maar het systeem helpt je en komt met voorstellen.”

“Big Data biedt bedrijven dus de mogelijkheid vragen te beantwoorden die ze eerst niet konden beantwoorden door verbanden te leggen. Dit betekent dat ze meer omzet kunnen genereren omdat ze meer weten over hun klanten en hen beter begrijpen. Daar zit ook een compliance-kant in, want ook toezichthouders vragen steeds vaker om informatie om de toezichthoudende taak goed te kunnen utvoeren.”

Omzet vergroten moet dan wel veilig gebeuren. “Het moeten acceptabele risico’s zijn. Cyberattacks staan ondertussen in de top vijf van global risks, naast zaken als hongersnood en terrorisme. Dat is een teken aan de wand, mensen maken zich in toenemende mate zorgen over de exposure van informatie, dat willen ze kunnen managen. Risicobeheersing kun je als CIO niet verwaarlozen, en hoe meer IT er komt, hoe belangrijker het thema wordt. Het zit soms al in kleine menselijke zaken, zoals het verliezen van een memory stick met gevoelige informatie. Dat leidt weer tot oplossingen als het encrypten van data op sticks, daar moet je goed over nadenken.”

Risicobeheersing

Met informatie-optimalisatie kun je dus meer omzet genereren, maar je kunt het ook inzetten voor risicobeheersing. “Dat speelt vooral aan de compliancy-kant. Door informatie te combineren kun je beslissingen nemen over gebieden waar je meer of minder risico kunt lopen. Een CIO vroeg mij bijvoorbeeld hoe hij ervoor kon zorgen dat ongeautoriseerd afdrukken van documenten kon worden tegengehouden, of hoe bepaalde emails binnen het pand konden worden gehouden. Daar zijn oplossingen voor. Software kan de inhoud van een document scannen, en daar op basis van de vastgestelde policy actie op ondernemen. De toenemende mobility betekent niet alleen dat mensen thuis bij hun werkomgeving kunnen, het gaat verder, het gaat om daadwerkelijk delen van informatie en samenwerken, op een veilige manier. Daarmee maak je je organisatie sterker en competitiever. Dat is waar we met de CIO over praten.”

Samengevat vallen de vragen van organisaties in vier grote categorieën: mobility, informatie-optimalisatie, security en cloud. “Dat zijn de onderwerpen die bijdragen aan het sneller nemen van beslissingen, op een veilige en afgewogen manier. En dan bedoel ik niet in technische termen, maar rond de vraag hoe CIO´s daar de business mee kunnen helpen. Het interessante is daarbij dat het de business niet gaat om kostenbesparingsmaatregelen op zich. Ze willen niet alleen die kostenbesparing, maar tegelijkertijd meer functionaliteit. Je kunt niet alleen maar snijden, zonder additionele hulpmiddelen aan te bieden om te groeien, dan kom je in een negatieve spiraal. Kostenbesparing en groei moeten hand in hand gaan, dat is voor de CIO de kunst.”

Door Marco van der Hoeven

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.jeroen_bronkhorst_hp_jpg/165_165_80_1__jeroen_bronkhorst_hp.jpgJeroen Bronkhorst, HP: ‘Informatie strategisch inzetten is cruciaal om te overleven’Sat, 19 Jan 2013 00:00:00 +0100
Vijf gouden tips om kennis te ontsluitenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/149/vijf_gouden_tips_om_kennis_te_ontsluiten.html
Binnen organisaties is veel kennis opgeslagen. Maar in veel gevallen zijn dit ‘losse eilandjes’ van kennis. Dat is helemaal niet erg, betoogt Arjaan Kunst, partner bij Diskad, op voorwaarde dat CIO’s zich er bewust van zijn bewust dat die waardevolle kennis er is. Het begint met een goede organisatie van die data. Kunst geeft daarom vijf tips voor bedrijven die het maximale willen halen uit de aanwezige kennis.

“Er zit meer kennis in een organisatie dan mensen denken”, aldus Arjaan Kunst, partner bij Diskad Concepts. “We hebben voor diverse organisaties analyses uitgevoerd over hun data, en de resultaten van die projecten laten een model zien dat je als een piramide kunt invullen.”

De basis van deze piramide wordt gevormd door de landelijke wet- en regelgeving waar iedereen mee te maken heeft. Daarnaast is er vrijwel altijd beleid dat specifiek gericht is op een bepaalde sector. Dat beleid wordt door organisaties weer vertaald naar interne handboeken en leerboeken, tot op het niveau van de werkinstructies aan toe. Dat is een grote hoeveelheid kennis die je gericht en afhankelijk van het proces van de werknemer, wilt ontsluiten.

De context is volgens Kunst belangrijk, omdat bijvoorbeeld een beleidsmedewerker behoefte aan informatie over wetgeving, en met name de vertaling van die wetgeving naar de eigen situatie. Iemand die bij de balie werkt daarentegen wil weer de regels kant en klaar aangereikt krijgen.

Overigens komt er ook bij de balie steeds meer behoefte om de vervolgvraag in eerste lijn te beantwoorden. Klanten die binnenkomen bij de receptie zijn dankzij internet al goed geïnformeerd, dus een baliemedewerker moet verdergaande kennis hebben, en toegang hebben tot tweedelijns informatie die de juiste vorm heeft. “Dus als je het maximale wilt halen uit kennisdeling moet je dat goed organiseren. Een belangrijk voordeel hiervan is dat de kosten omlaag gaan, omdat het beheer efficiënt belegd wordt.”

Right sourcing

Bij dat verbetertraject treedt volgens Kunst een interessant verschijnsel op: “Productieprocessen voor bijvoorbeeld drukwerk of opmaak worden vaak uitbesteed naar lage lonen-landen. Bij het uitbesteden van die processen wordt vooraf intensief nagedacht over de inrichting daarvan, om het goed over te dragen. De processen zijn echter op een gegeven moment zover uitgekristalliseerd dat het ook loont om ze te automatiseren en grotendeels hier uit te voeren.”

“De combinatie van er hier goed over nadenken en het daar goedkoop uitvoeren. In lage lonen landen is de prikkel om iets te automatiseren, en zo een goed proces neer te zetten, heel laag. Dus wordt veel met de hand gedaan, wat weer betekent dat veel mensen werken aan een proces. Maar wanneer ze dat eenmaal goed kunnen worden ze weggekocht door een concurrent. Dit leidt er weer toe dat de doorstroom van mensen heel hoog is, en de gemiddelde kwaliteit laag. Wanneer je een proces goed kunt modelleren blijkt dat je het ook kunt automatiseren. Op langere termijn is het dus interessanter om hier hoogbetaalde mensen te laten nadenken over het proces, dan daar laagbetaalde mensen het herhaaldelijk uit te laten voeren met steeds wisselende kwaliteit.”

Verbeterpunten

Kunst onderscheidt vijf verbeterpunten voor het beschikbaar krijgen van kennis in een organisatie. “Voor kennisontsluiting is een goed fundament nodig. Belangrijk is in de eerste plaats een goede navigatie. Welke informatie is in welke bronnen beschikbaar? Zorg dat je en goed overzicht hebt over wat er beschikbaar is, en weet hoe je erbij kunt komen.”

Het tweede punt is het verbeteren van de relevantie. “De gebruiker heeft behoefte aan een gericht aanbod kennisdocumenten voor zijn eigen proces. Een baliemedewerker wil eerder werkinstructies dan jurisprudentie, bij een beleidsmedewerker is het andersom. De medewerker moet ook verrast kunnen worden bijvoorbeeld bij het zoeken naar kennis bij het oplossen van een vraagstuk.”

Wat daar nauw mee samenhangt is het filteren van de zoekresultaten op een manier die relevant is. “Binnen die relevante selectie kun je dan nog sneller tot de benodigde informatie komen. De filters daarvoor verschillen ook hier weer al naar gelang de context. Wanneer je hoogwaardige kennis in je organisatie hebt en je verijkt die met tooling, verhoog je de inzetbaarheid van die informatie.”

Het vierde aspect is de zogenoemde granulariteit. “Als je kennis vindt moet die in een hoeveelheid gebracht worden die behapbaar is. Het hele wetboek van strafrecht als zoekresultaat is teveel, één sub-sub paragraaf weer te weinig. Het is dus zaak de bundels van kennis op de juiste manier samen te stellen. Dat kan nauwelijks handmatig, dus moet je er goed over nadenken hoe je de processen zo modelleert dat iedereen vanuit zijn eigen behoefte de juiste kennis krijgt. Dat geldt ook voor platformen, op een tablet wil je het anders gepresenteerd krijgen dan op je dektop.”

De vijfde tip is het leggen van dwarsverbanden. “Met de juiste tooling kunnen we sets van informatie, die oorspronkelijk niet gemaakt zijn om met elkaar te communiceren, toch in één omgeving met elkaar laten werken. Deze aanpak is breed bruikbaar. Vaak zijn in een kennisdomein standaarden bekend. Bijvoorbeeld in de medische wereld, waar teksten over medicijnen gekoppeld kunnen worden aan medicijnstandaarden. “Zo kun je gebruikers helpen met het verbeteren van de kwaliteit van de kennisdocumenten. Natuurlijk weten mensen zelf wel welke trefwoorden ze aan teksten kunnen toekennen, maar hebben niet altijd zin in of tijd voor het toevoegen van metadata, dus je kunt ze op basis van semantiek een set relevante trefwoorden aanreiken. Dat bespaart al snel tachtig procent van het handmatige werk. Je maakt het professionals makkelijker, èn hun werk wordt beter.”

Open data en SharePoint
ICT betrekt de gebruiker dus meer bij het eindproduct. “Het uitgangspunt is flexibiliteit en schaalbaarheid. Het gaat bij kennis in de regel om grote sets documenten die samen een werkomgeving vormen. In toenemende mate is Open Data beschikbaar om de werkomgeving te vullen. Deze kennis wordt steeds meer geïntegreerd met platforms als SharePoint. Er liggen op dat vlak veel verbetermogelijkheden. Mensen die verantwoordelijk zijn voor kennis denken vaak in exotische uitzonderingen, terwijl de werkvloer juist behoefte heeft aan praktische oplossingen. Die bevinden zich op een lager niveau dan de uitzonderingen die de CIO moet managen. Om het goed te regelen moet CIO zorgen voor een duidelijke visie op het ontsluiten van vakinformatie. Dat is een specialisme waar wij duurzame processen mee creëren.”

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.arjaan_kunst_jpg/165_165_80_1__arjaan_kunst.jpgVijf gouden tips om kennis te ontsluitenSat, 12 Jan 2013 00:00:00 +0100
Red Hat bundelt virtualisatie met storagehttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/148/red_hat_bundelt_virtualisatie_met_storage.html
Red Hat, leverancier van open source oplossingen, integreert zijn nieuwe Red Hat Enterprise Virtualization (RHEV) 3.1 hypervisor met de technologie van het overgenomen Gluster storage. Hierdoor wil Red Hat een sterkere speler worden in de markt voor datacenters en cloud computing. Verder biedt Red Hat nieuwe tools voor het beheerplatform CloudForms 1.1, dat als bundel met RHEV 3.1 wordt aangeboden.

Red Hat heeft een aantal nieuwe updates toegevoegd aan zijn Red Hat Enterprise Virtualization (RHEV) 3.1 hypervisor dat gebaseerd is op een Kernel-based Virtual Machine (KVM). Rajiv Sodhi (foto), Country Manager Benelux bij Red Hat, zegt dat RHEV 3.1 gecombineerd kan worden met andere Red Hat oplossingen zoals Red Hat Storage en Red Hat Enterprise Linux (RHEL). “Deze versie biedt nieuwe functies ter verbetering van de schaalbaarheid en het gebruikersbeheer. RHEV 3.1. biedt een breed scala aan networking, storage en virtuele desktop functionaliteiten.”

Intel
Red Hat Enterprise Virtualization 3.1 is volgens Sodhi een echte enterprise virtualisatie oplossing, onder andere door de hoge schaalbaarheid van virtuele machines. “RHEV 3.1 biedt ondersteuning voor maximaal 160 logische CPU’s en twee terabytes aan geheugen per virtuele machine. De KVM hypervisor ondersteunt de nieuwe Intel x86 en Sandy Bridge processoren. Red Hat Enterprise Virtualization deelt dezelfde basis van de KVM hypervisor technologie als Red Hat Enterprise Linux. Daardoor is de oplossing eenvoudiger te beheren tegen lagere kosten”, aldus Sodhi.

Storage Live Migration
Red Hat Enterprise Virtualization 3.1 omvat verder een bijgewerkte gebruikersinterface, een verbeterd cross-platform web administration portal, een bijgewerkt rapportage dashboard, nieuwe netwerkworking mogelijkheden en een verbeterde disk storage. De Storage Live Migration tool biedt de mogelijkheid om diskbestanden van virtuele machines te migreren tussen storage arrays zonder dat de virtuele machine moet worden uitgezet. De KVM virtualisatie hypervisor binnen RHEV 3.1 is uitgebreid met snapshotting capaciteiten.

De power user portal is uitgebreid met resource quota functionaliteiten om self-service voor test & development en andere private cloud use cases mogelijk te maken. De nieuwe versie omvat ook verbeteringen voor de VDI mogelijkheden van het platform waaronder een nieuw virtueel desktop autostart beleid, betere wide area network (WAN) optimalisatie en een verbeterde virtuele desktop client. “Versie 3.1 wordt ondersteund in het Engels, Frans, Spaans, Chinees en Japans waardoor het platform op grote schaal over de hele wereld kan worden gebruikt”, aldus Sodhi.

Red Hat Storage integratie
De integratie met Red Hat Storage, Red Hat’s scale-out open source storage software voor het beheer van data, is een belangrijke toevoeging van Red Hat Enterprise Virtualization 3.1. Sodhi: “Red Hat Storage Server 2.0 is gebaseerd op de unified scale-out storage software van GlusterFS die Red Hat verkreeg na de overname van Gluster in oktober 2012. Gluster storage wordt gebruikt door onder andere Facebook, Pandora, Partners Healthcare en de NASA. Klanten maken gebruik van Red Hat Storage vanwege de ‘disruptive technology’, net zoals bij onze Linux software. Zo heeft Red Hat Storage geïntegreerde security en virtuele functies.”

oVirt
Red Hat Enterprise Virtualization 3.1 biedt toegang tot virtuele beelden & storage via iSCSI, Fibre-Channel NFS of lokale opslag. “Met Red Hat Enterprise Virtualization 3.1 is het platform nu uitgebreid waardoor toegang tot de veilige gedeelde storage pool, die door Red Hat Storage beheerd wordt, mogelijk is”, aldus Sodhi. “Naast het bieden van bouwstenen voor open hybride clouds biedt deze integratie enterprises ook bijdragen van de open source oVirt en Gluster projecten. De combinatie van deze platforms is de eerste stap richting Red Hat’s visie voor een geïntegreerd en geconvergeerd Red Hat Storage en Red Hat Enterprise Virtualization platform dat zowel computing als storage resources bedient.”

CloudForms
Naast de aankondiging RHEV 3.1 introduceert Red Hat de nieuwe release van CloudForms 1.1, een tool voor cloudbeheer van virtual machines (VM’s) en application lifecycle management. CloudForms 1.1 ondersteunt Lightweight Directory Access Protocol (LDAP) authenticatie en heeft een zoekmachine voor databestanden in virtual machines en applicaties. CloudForms 1.1 wordt met RHEV 3.1 aangeboden als een gecombineerde bundel onder de noemer ‘Red Hat Cloud with Virtualization Bundle’. De prijs hiervan is niet op basis per socket, zoals dat het geval is bij RHEL en RHEV, maar per VM. Verder biedt Red Hat de Hybrid IaaS Solution. Deze oplossing bestaat uit RHEV 3.1, CloudForms 1.1 en RHEL licenties die werken als host-gebaseerde besturingssysteem binnen RHEV. Hierdoor kunnen bedrijven RHEL beheren in een private en publieke cloud.

Door: Witold Kepinski


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.rajiv_sodhi_gif/165_165_80_1__rajiv_sodhi.gifRed Hat bundelt virtualisatie met storageSat, 05 Jan 2013 00:00:00 +0100
SCC Services verstevigt positie door focus op dienstenhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/147/scc_services_verstevigt_positie_door_focus_op_diensten.html
ICT-dienstverlener SCC Services uit Bodegraven dankt zijn succes aan de verkoop van producten en logistieke diensten aan bedrijven en overheidsorganisaties. Maar de Britse dienstverlener die actief is met een kantoor in Bodegraven, is hogerop in de waardeketen gegaan. Zo levert SCC steeds meer nieuwe beheer- en clouddiensten, zoals managed print services. Daarbij spelen consultancy en advies aan klanten een grote rol. Door deze nieuwe wending wist SCC de afgelopem jaren flink te groeien, onder andere met consultancy, prijs per werkplek en ook Apple & apps, aldus directeur Wim Uiterdijk. “SCC is getransformeerd naar een dienstenorganisatie met een compleet IT-portfolio."

Wim Uiterdijk leidt SCC nu twee jaar. Hij was eerder verantwoordelijk voor marketing en business development bij SCC. Daarvoor zat hij in het managementteam van distributeur ETC waar hij verantwoordelijk was voor de hardware Sales teams, en de relaties met grote leveranciers zoals HP en IBM. Eerder werkte Uiterdijk als directeur van online reseller Xoldes en bij Compaq. “Bij mijn aanstelling wilde ik SCC veranderen naar een Services-IT organisatie. We kwamen vanuit een organisatie, waarbij de verkoop van producten centraal stond. Wat we misten was de consultancy vooraf, de implementatie en het beheer achteraf, geborgd met standaard oplossingen."

Bij zijn aanstelling heeft Uiterdijk een nieuw organisatiemodel ontwikkeld. De focus ligt nu op het leveren van producten, diensten en consultancy rond datacenters en infrastructuurdiensten. De nadruk ligt op een prijs per werkplek, storage, netwerken, beveiliging, virtualisatie, managed print services en managed services. Hierbij wordt gewerkt met een select aantal leveranciers, waaronder HP, Citrix, IBM, Cisco, Microsoft, Symantec, Canon, VMware, Fujitsu, Lenovo, Dell en Apple . Uiterdijk: “Met de technologie van deze leveranciers worden steeds meer verschillende infrastructurele en software diensten uitgerold bij onze klanten in het MKB+ en bij overheidsinstellingen.”

SCC Werkplek Direct
Een van de beheerdiensten die onder Uiterdijk het licht zag is ‘SCC Werkplek Direct, dat klanten gevirtualiseerde vdi werkplekken biedt en waarbij alleen betaald wordt voor de diensten die daadwerkelijk worden afgenomen. “SCC Werkplek Direct geeft voor een vaste prijs per maand een werkplek die we vanuit ons datacenter aanbieden. SCC Werkplek Direct bestaat uit een notebook of tablet en Microsoft Office, Exchange SharePoint, telefonie en Cloudprint. Wij bieden dit aan, omdat in de nabije toekomst kantooromgevingen vaker zullen worden uitbesteed. Verder bieden wij onze klanten een aantrekkelijk financieringsmodel”, aldus Uiterdijk.

Print Direct
“Verder biedt SCC managed printdiensten”, aldus Uiterdijk. ”We kunnen een printomgeving overnemen van een klant met pay per page. Onze managed Print Services zijn volledig merk onafhankelijk. SCC Services biedt ook een mobiele managed print oplossing, genaamd PrintDirect. Deze clouddienst maakt het gebruikers mogelijk om vanaf elk mobiel apparaat draadloos en gemakkelijk af te drukken naar een printer in de buurt. Dat kunnen ze doen met een gratis e-print app. Gebruikers kunnen onder andere printen in het Van der Valk hotel en restaurant in Nootdorp en Houten en het WorldForum in Den Haag. Met deze voorbeelden heeft SCC een bedienmodel ontwikkeld dat bestaat uit een pallet van managed services en andere diensten. Zo bieden wij de SCC ICT-scan, die de staat van een IT-infrastructuur van een klant onder de loep neemt. Deze dienst bestaat uit een Infra scan, een software asset management scan, een security scan en binnenkort komt er ook een archivering scan.”

Vergrijzing
 Omdat SCC steeds meer IT-diensten biedt, worden er meer consultants en architecten aangenomen die de IT- problematiek van klanten snappen, aldus Uiterdijk. “SCC moet bedrijven breed kunnen helpen en ondersteunen. Bijvoorbeeld bij een migratie van Windows XP naar Windows 7 of 8. Of bij het migreren van verschillende serverruimtes naar één ruimte. Daarvoor heb je business consultants en architecten nodig, niet alleen verkopers. Steeds vaker kom ik uit op het profiel van een business consultant in plaats van een account manager,  omdat die nog beter in staat zijn om klanten te helpen door middel van kennisoverdracht en oplossingen die je helpen op een goedkopere manier van ICT gebruik te maken. Zo kunnen de architecten en business consultants van SCC een speciale IBM of HP storage oplossing leveren.”

Uiterdijk verwacht dat bedrijven en overheden meer zullen uitbesteden in de toekomst. “Dat komt omdat de ICT-industrie vergrijst. Door de vergrijzing zullen er binnen 5 tot 10 jaar minder beheerders te vinden zijn, omdat die massaal met pensioen gaan. Hierdoor ontstaat er op termijn dus een tekort aan goed gespecialiseerde ICT-specialisten. Bedrijven zullen hierdoor hun IT-omgeving gaan outsourcen aan business partners. SCC speelt daarop in met beheerdiensten die zorgen voor continuïteit van IT en bedrijfsvoering. We blijven overigens gewoon hardware verkopen. Zonder hardware verkoop je geen dienstverlening.”

Overheid
“SCC levert veel aan overheidsinstellingen en is van plan dat nog meer te zullen doen in de toekomst met onder andere beheerdiensten”, aldus Uiterdijk. Daarom doet SCC mee aan tenders van de Nederlandse overheid. “We beschikken over een eigen tenderdesk, waarmee we in samenwerking met Fujitsu de EASI 2010 (Europees Aanbesteding Samenwerken ICT 2010) aanbesteding van werkplekken hebben gewonnen. Dat is een contract voor meer dan 50 miljoen euro. Wij hebben veel klanten bij de overheid die onder Binnenlands Bestuur vallen.

Apple & Apps
Uiterdijk verwacht dat SCC de komende jaren verder zal groeien, doordat SCC is getransformeerd van een ‘dozenschuiver’ naar een dienstverlener met nadruk op eigen oplossingen en cloud service provider. “In 2011 is SCC met bijna 20 procent in omzet gegroeid. In 2012 groeien we met 25 tot 30 procent verder door. Dat komt doordat de organisatie van SCC is veranderd. We leveren meer innovatieve producten en diensten. We zitten in markten waar we eerder niet waren, met managed services. In bestaande markten hebben we ons marktaandeel vergroot, onder andere op het gebied van geconvergeerde infrastructuren die we aan onze klanten bieden.”

Apple en Apps
Een recent nieuw productaanbod dat SCC voert is Apple, omdat steeds meer werknemers bij bedrijven en overheden van dit product gebruik willen maken. Uiterdijk: “Apple verkoopt steeds meer producten, SCC speelt daarop in. Dat komt door ontwikkelingen zoals Consumerization of IT en Bring Your Own Device (BYOD). Steeds meer mensen werken met Apple vanwege het aantrekkelijke design en de software. Apple heeft echter nooit een link gemaakt naar de business omgevingen. Apple IOS is binnen bedrijven nog geen standaard, zoals dat wel bij Microsoft Windows het geval is. De vraag is hoe je alle Apple apparatuur gaat beheren. SCC vindt het een uitdaging om Apple in de zakelijke markt te zetten. Apple blijft voorlopig wel niche als je gaat vergelijken met andere pc-fabrikanten zoals Lenovo, HP en Dell. En door de groei van mobiel zakelijk werken zie je een sterke groei van de Apple iPhone smartphone, de iPad tablet en Macbook. Een belangrijke oplossing van SCC is het borgen van de mobiele beveiliging. SCC zorgt hiervoor in samenwerking met GOOD technology."

“Tegelijkertijd zie je een enorme vooruitgang in het gebruik van apps”, zeg Uiterdijk: “Je ziet steeds meer app ontwikkelaars in de zakelijke markt. Ik verwacht zelf meer app-specialisten in dienst te nemen bij SCC. Je kunt werknemers productiever maken door ze te laten werken met mobiele apparatuur en apps. Ik verwacht daarom de komende jaren een toename van het gebruik van apps in de zakelijke markt, die zorgen voor nieuwe werkprocessen.”

Door: Witold Kepinski

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.wim_uiterdijk_png/165_165_80_1__wim_uiterdijk.pngSCC Services verstevigt positie door focus op dienstenFri, 04 Jan 2013 00:00:00 +0100
Bas ter Heurne: 'de knop moet om'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/146/bas_ter_heurne___de_knop_moet_om_.html
Tijdens de laatste editie van IT-Galaxy, eind 2012, werd de toon duidelijk gezet: “In onze visie staat enterprise mobility bovenaan de IT-agenda”, legt Bas ter Heurne, sales manager bij PQR, uit. “We zijn daarbij mede geïnspireerd door diverse bezoeken aan wereldwijde IT-congressen. Het viel ons op dat dit thema iedere keer weer terugkomt. Het gaat om apps, apps en nog eens apps.” 

Volgens Bas ter Heurne wordt deze ontwikkeling mede gedreven door softwarebedrijven als Microsoft, die in hun aanbod een transformatie doormaken van software naar diensten. “De meeste gebruikers van Microsoft gaan al over op Windows 7 en daar komt nog de grootschalige lancering bij van Windows 8. Dit heeft grote gevolgen, vooral op het gebied van mobiliteit.”

Het zijn juist slimme apps die mobiele werkers kunnen ondersteunen. “Met apps is het mogelijk diverse werkprocessen, vooral voor mensen die veel onderweg zijn of extern werken, sneller en efficiënter te laten verlopen. Want toegang tot een virtuele werkplek is weliswaar mooi, maar de gebruiker heeft bij voorkeur een native applicatie ervaring op ieder apparaat en vanaf iedere plek. Je gebruikt immers ook de NS-App in plaats van de website van de NS.” 

Ambities

Dit proces is onomkeerbaar, en hangt nauw samen met Consumerization. “We hebben al enige jaren gesproken over Bring Your Own, maar nu zie je het echt gebeuren. Medewerkers komen met hun eigen devices. Dit betekent dat de CIO goed moet nadenken over een strategie voor het inzetten van die devices voor zakelijk gebruik, èn – daar komt nu bij - over de vraag hoe apps hem daarbij gaan ondersteunen.”

Microsoft is voor PQR daarom een belangrijke partner, vanwege de grote ambities die op het gebied van mobiliteit zijn geformuleerd. Microsoft heeft in Nederland zich als doel gesteld om meer dan 1000 business applicaties toe te voegen aan de Marketplace van Microsoft.Ter Heurne: “Voor ons betekent deze trend dat we gaan samenwerken met andere partijen die deze apps ontwikkelen. Als IT-infrastructuur specialist gaan we ons tegelijkertijd bezighouden met de grote Windows 8-migratie.”

Daarbij spelen zaken als security, beveiligde toegang en management van mobiele devices (MDM) en mobiele applicaties (MAM) een cruciale rol. “Dat betekent nogal wat. Daarvoor is veel specialistische kennis nodig.” Maar de voordelen zijn groot. “De use cases die we nu al zien ontstaan zijn heel sprekend. Er zijn veel bedrijven waar bijvoorbeeld orders nog op papier worden verwerkt. Alleen al door dat proces te automatiseren met een app op een tablet kun je het de verkoper makkelijker maken. Hij heeft altijd inzicht in belangrijke gegevens, hij kan zich goed voorbereiden, en het totale proces verloopt efficiënter.” 

Enterprise Mobility

Zo ontstaat een case waar andere klanten graag over willen praten. “Een tabletstrategie op basis van Windows 8 heeft impact op veel zaken, zoals opslag van data. Ook het inzetten van social media in de enterprise sector resulteert in extra opslagbehoefte. Wij gaan de komende tijd daarom uit van de thema’s: enterprise mobiliteit, storage- en, datamanagement, virtualisatie en cloud management. Als organisatie betekent deze focus dat we kennis moeten verbinden, het gaat niet alleen meer om IT. Het zijn juist de proceseigenaren die het beste kunnen meepraten over de wijze waarop IT de bedrijfsprocessen beter kan ondersteunen.”

De rol van de IT-professional zal met het succes van BYO veranderen. De focus zal niet alleen meer het beheer van fysieke infrastructuur zijn, maar juist breder. Beheer, uitrol en bescherming van devices, applicaties en data  is van groot belang. Om grip te houden op de eigen IT-infrastructuur, waarbij de wijzigingen zelfstandig en gecontroleerd moeten worden uitgevoerd, zijn managementoplossingen nodig.

“We spreken in deze context niet meer over Infrastructuur Managementoplossingen, maar over Cloud Management. Op IT-Galaxy heeft PQR dan ook met trots haar vierde solutionschema over Cloud Management geïntroduceerd. Samen met een uitgebreide whitepaper geeft dit schema een compleet visueel én functioneel beeld van de mogelijkheden op dit gebied.” 

Bedrijfsprocessen

Door consumerization is IT daadwerkelijk service geworden voor de business. “Het gaat er bij IT om dat de klant nadenkt over de manier waarop hij er optimaal van kan profiteren. Voorheen bedacht de IT alles, en de gebruikers hadden het er mee te doen. Nu moet de IT gaan praten met de business over de optimale inzet van devices, dus over het efficiënter inrichten van bedrijfsprocessen met IT.”

“Praten met eindgebruikers vereist nu andere vaardigheden dan voorheen, je moet niet gelijk gaan praten in technische specificaties. Hiermee treedt de IT-er buiten zijn comfort zone. Veel bedrijven streven naar perfectie, en daarom duurt de besluitvorming lang. Wat we bij PQR steeds meer zien, is dat bedrijven streven naar progressieAl doende leert men. Je kunt altijd later optimaliseren is de gedachtegang. Begin klein, laat de business zien wat de waarde is van de IT-oplossing, en rol het later groter uit. Want de tijd van de grote IT-projecten lijkt wel voorbij, je ziet steeds meer kortcyclische projecten die voor de klant minder risico opleveren. Daar kunnen ze nog wel budget voor krijgen, en zo progressie boeken.”

Bij evenementen als IT-Galaxy merkt Ter Heurne dat deze visie in theorie aansluit bij de wensen van gebruikers. “Maar in praktijk zijn ze vaak nog niet zo ver. We denken in organisaties vaak nog traditioneel, de knop moet om. En niet alleen bij de IT, maar ook in het management van organisaties. Het C-level speelt daarin een belangrijke rol, vooral de financieel directeur en de marketingdirecteur. Het gaat om de executives die er direct belang bij hebben. Het is dus een goede ontwikkeling dat Microsoft gaat inzetten op die mobiliteit en devices. Op die manier benaderen ze de markt vanuit de consument, en als ze de consument voor zich hebben gewonnen, sijpelt het vanzelf door in het bedrijfsleven.” 

Goede voorbeeld

PQR geeft op dat gebied zelf het goede voorbeeld. “We geven onze gebruikers keuze in de devices die ze voor hun werk willen gebruiken, maar houden dat wel enigszins in de hand. Ze kunnen kiezen uit verschillende devices, waarbij de keuzemogelijkheden die ze hebben weer afhankelijk zijn van de zelfredzaamheid van de gebruiker. We vragen ze bijvoorbeeld of ze zelf in staat zijn de problemen op te lossen als het apparaat crasht. Wanneer ze daar externe hulp voor moeten inroepen zijn ze niet zelfredzaam, en moeten ze een van de standaard devices nemen. Veel PQR consultants maken gebruik van het Choose Your Own budget en kiezen volledig autonoom het eigen device en hiermee ook de manier zoals ze willen werken.. Dat is in het kader van binden en boeien weer belangrijk voor het personeel. Het gaat om een combinatie van gebruikersvrijheid, controle vanuit IT, en zelfredzaamheid bij de gebruikers.”

Een andere leverancier die veel invloed heeft op de ontwikkeling van zakelijke IT is VMware. “De rode draad in de trends die we daar zien bestaat uit twee delen. De eerste ontwikkeling is het zogenoemde software defined data center. Dat is niet helemaal hetzelfde als cloud, maar een volgende stap, namelijk de volledige virtualisatie van alles wat in het datacenter staat, van servers, storage, en applicaties tot het netwerk en de beveiligingsomgeving.” 

End user computing

“VMware heeft nu de technologie in huis om ook de netwerklaag te virtualiseren. Dat hoeft nu niet meer met fysieke switches te gebeuren, zoals voorheen. Dat maakt het management zo een stuk eenvoudiger. Daar liggen dus veel kansen. De tweede belangrijke trend is end user computing. In de wereld zijn volgens VMware niet meer dan twaalf miljoen volledige virtuele desktops, tegen ongeveer 700 miljoenrich clients.

Met de overname van Wanova Mirage kan VMware zich gaan richten op de rich clients in de markt. Hiermee kunnen ze een back-up maken van alles wat er draait, onafhankelijk van de plek. Wanneer je dan bijvoorbeeld je laptop kwijtraakt, staat het volledige image elders. Dat kan fysiek, maar ook in de virtuele omgeving. Dat is wel verassend. Met die end user computing-strategie hebben ze een flinke slag gemaakt. Dat sluit weer perfect aan bij de wens van de gebruikers om de data te laten volgen, en overal toegang te hebben met allerlei devices. Dat biedt weer veel meer mogelijkheden voor de klant die aansluiten bij cloud, en enterprise mobiliteit.

Een derde belangrijke partner van PQR is Citrix. Citrix heeft tijdens Citrix Synergy in Barcelona laten zien dat ze oplossingen willen bieden die het mogelijk maken om overal en altijd te kunnen werken en spelen. Als iemand beter z’n werk kan doen, dan heeft dat automatisch ook een positieve impact op het leven van de gebruiker. De oplossingen faciliteren enerzijds diverse mogelijkheden voor mobiel werken en anderzijds biedt het de mogelijkheid om de verschillende cloud diensten op een veilige en beheersbare manier met elkaar te verbinden zodanig dat IT als dienst overal en altijd kan worden gebruikt.

Ten slotte heeft Citrix in Barcelona een verregaande strategische samenwerking met Cisco aangekondigd. De gezamenlijke oplossing levert een uniforme werkplek die virtueel vanuit het datacenter wordt gepresenteerd op Cisco datacenter technologie wat bestaat uit Cisco UCS datacenter infrastructuur, netwerk infrastructuur met audio en video ondersteuning. Hiermee sluiten de PQR speerpunten in 2013, te weten: Enterprise Mobility, Datacenter, Virtualisatie en Cloud Management naadloos aan bij die van haar belangrijkste partners.

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.bas_ter_heurne_december2012_png/165_165_80_1__bas_ter_heurne_december2012.pngBas ter Heurne: 'de knop moet om'Thu, 03 Jan 2013 00:00:00 +0100
'Aanvankelijk geloven mensen het niet'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/145/_aanvankelijk_geloven_mensen_het_niet_.html
In het MKB was het tot voor kort lastig om echte cloud-oplossingen te implementeren. Het ontbreekt ze òf aan expertise òf aan middelen om te investeren. CloudFounders is ingesprongen op die behoefte aan eenvoud, met een complete software-oplossing die werkt in combinatie met standaard hardware. 'Ons grootste probleem is dat de meeste mensen niet direct geloven wat we zeggen. De combinatie van lage prijs en hoge performance vinden ze niet geloofwaardig. Pas als ze het in praktijk zien geloven ze dat het echt kan.'

Kurt Glazemakers, CloudFounders, onderscheidt in cloud computing drie belangrijke pijlers. De eerste is wat hij noemt de do it yourself private cloud. "Typisch daaraan is dat allerlei onderdelen als de storage- en virtualisatie-omgevingen aan elkaar worden gekoppeld tot één private cloud-oplossing. Hiermee bedoel ik dus dat het systeem in de eigen omgeving draait, en alleen aan de eigen business is gekoppeld. De resources worden dus alleen binnen de eigen organisatie gedeeld, niet met de buitenwereld. Het is kosteneffectief, omdat je gebruikt wat je al in huis hebt. Het nadeel ervan is dat het vaak redelijk complex is, ook al kun je alles goed koppelen. Door de verschillende componenten krijg je extra complexiteit op het gebeid van storage en networking, dus heb je specialistische skills nodig om het te kunnen draaien."

De tweede oplossing die hij ziet op het gebied van cloud is de 'enterprise private cloud offering', in het hogere segment dat begint met een aanvangsinvestering van circa 100.000 euro. Daarmee kun je beter schalen dan met de do it yourself-cloud, met een hogere performance, maar het is fors duurder. Je hebt bovendien een uigebreide set tools nodig om het goed uit te voeren. Het gaat om allerlei ecosystemen die met elkaar moeten worden gekoppeld. De instapkosten zijn hoog, evenals de benodigde expertiselevels. Het voordeel is wel dat je een min of meer kant-en-klare oplossing binnen haalt."

De derde pijler in deze onderverdeling is de public cloud. "Daarbij gaat het volledig om zaken die je online neerzet. Dan neem je echt dienstverlening af in plaats van een eigen oplossing. Salesforce is het meest bekende voorbeeld, maar ook Google Apps en Office 365 zijn voorbeelden van webservices waar je volledige computing capaciteit kunt neerzetten."

Patriot Act

"Deze vorm is kosteneffectiever als je klein begint, maar wanneer je groter wordt wordt het meestal snel duurder. Het grote probleem is de governance, omdat je eigenlijk niet weet waar alles staat. Dan gaan zaken spelen als de Patriot Act, omdat je niet weet wie er bij kan. Meestal is het bovendien heel moeilijk om er weer uit te komen. Je raakt gewend aan een bepaalde manier van werken, en zit volledig ingebed in het framework van je provider. Dat is een typisch nadeel van de tooling cloud. Daarnaast is het aantal features beperkt, het is lastig om unieke toepassingen en maatwerk in te voeren, dat gaat meestal niet in een public cloud."

Dit is tot voor kort het landschap geweest van de mogelijke cloud-oplossingen. Voor ondernemingen in het segment MKB bood dit niet veel keuzemogelijkheden, de optie was òf private cloud òf public cloud. "De eerste mogeljjkheid valt vaak al weg, omdat je niet de benodigde expertise in huis hebt. Wij hebben daarom een oplossing ontwikkeld waarmee je in een private cloud omgeving het storage- en virtualisatie-gedeelte in software neerzet."

Deze geconvergeerde software is een geïntegreerd systeem waarbij essentiële onderdelen van de cloud als storage en hypervisors in één systeem worden ondergebracht. Het grote voordeel is dat je niet allemaal aparte modules nodig hebt, voor je het weet was je vroeger met allemaal aparte portals bezig om het te schalen en te onderhouden. Zo is een deel van de complexiteit voor de gebruiker weggenomen."

Geïntegreerde software

Naast die geconvergeerde software heeft de gebruiker natuurlijk ook hardware nodig. Ook die levert CloudFounders. "Het draait op standaard hardware. Onze overtuiging is dat performance, stabiliteit, schaalbaarheid niet zozeer door hardware geleverd moeten worden maar eerder in de software ingebakken moet zitten. Zowel netwerk, storage als hypervisor worden allemaal in software opgelost, dat is mogelijk doordat de processoren steeds beter worden. En omdat je het als software kunt leveren kunnen we het in één installatie op standaard hardware met alle benodigde features leveren in één systeem, op basis van die geïntegreerde software."

Hiermee haalt CloudFounders de technische complexiteit weg van de gebruikers, zodat zij hun resources kunnen inzetten voor de business. "Op het moment dat de software wordt geïnstalleerd hoef je al die elementen als storage en hypervisors niet meer te integreren, dat gebeurt automatisch. Je hebt er ook geen dure consultants meer nodig, dat valt allemaal weg omdat het een totaaloplossing is. Je beschikt over een interface waar je direct mee aan de slag kunt, inclusief het back up systeem. Alles is al opgelost tijdens het installeren van de software."

De doelgroep van CloudFounders is met name het MKB. "We zien dat die sector op het gebied van cloud niet goed bediend wordt. Ze missen òf de expertise òf de middelen om te investeren. De private en public cloud zijn daar geen oplossing. Het is een open markt waar juist eenvoud erg belangrijk is. Dat kun je met onze softwaregebaseerde oplossing prima adresseren, je hebt geen dure hardware en appliances nodig. De oplossing draait weliswaar ook moeiteloos bij enterprises, maar voor dit specifieke product zien we de meeste vraag bij MKB. Ondertussen hebben we daar al meer dan tweeduizend van onze oplossingen verkocht."

VM World

CloudFounders was nadrukkelijk aanwezig tijdens VM World. "De reacties daar waren heel positief. We hadden al onze mensen hard nodig om het verhaal te vertellen. De mensen zien direct dat we een complexe omgeving vereenvoudigen. We hebben een demo laten zien waar veel aanvragen uit zijn gekomen. Ons grootste probleem is dat de meeste mensen niet direct geloven wat we zeggen. De combinatie van lage prijs en hoge performance vinden ze niet geloofwaardig. Pas als ze het in praktijk zien geloven ze dat het echt kan."

CloudFounders verkoopt de oplossing via partners, zoals value aded resellers en system integrators. Ook voor hen biedt het nieuwe mogelijkheden. "Zij kunnen dingen doen met het product die voorheen onmogelijk waren. Ze kunnen het neerzetten bij de klant en replicaties doen op een centrale omgeving. Onze VARs kunnen zo alternatieve oplossingen maken voor het MKB, bijvoorbeeld met back up software. De partner kan tegen een aantrekkelijke prijs en een aantrekkelijke marge nieuwe diensten op de markt brengen, zonder dat er allerlei verschillende complexe oplossingen aan elkaar moeten worden verbonden."

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.kurt_glazemakers_gif/165_165_80_1__kurt_glazemakers.gif'Aanvankelijk geloven mensen het niet'Sun, 30 Dec 2012 00:00:00 +0100
'Grote stappen in informatievoorziening bij de overheid’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/141/_grote_stappen_in_informatievoorziening_bij_de_overheid___.html
De Nederlandse overheid heeft ambitieuze doelstellingen op het gebied van digitalisering. De afgelopen jaren zijn belangrijke stappen gezet op weg naar een goede informatievoorziening, maar we zijn er nog niet. Executive-People sprak met Dirk-Jan de Bruijn over de kansen die deze ontwikkeling biedt.


Dirk-Jan de Bruijn werkt bij de Rijksoverheid vanuit I-Interim Rijk, waar hij wordt ingezet bij het realiseren van taaie verandertrajecten. Zijn meest recente opdracht is een project bij de combinatie van Agentschap.nl en Dienst Regelingen, waar hij betrokken is bij de samenvoeging van deze twee uitvoeringsorganisaties gericht op ‘maximaal digitaal’. Voorheen was hij onder meer actief bij IBM, Deloitte en Rijkswaterstaat.

In de landelijke politiek lijkt door alle aandacht voor de crisis wat minder aandacht voor ICT-toepassingen, maar op de achtergrond wordt hard gewerkt aan het digitaliseren van de overheid. De Bruijn: “In het recente regeerakkoord staat niet zo veel over ICT, dat is jammer. Dat zou je juist moeten omarmen wanneer je als land sterker uit de crisis wilt komen. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk een paar belangrijke zaken instaan. Een ervan is de ambitie dat burgers en bedrijven in 2017 digitaal zaken moeten kunnen doen met de overheid. Dat is al over vier jaar, en daar is een enorme slag te maken.”

Klant centraal

Dit heeft grote gevolgen voor de manier van werken van de overheid. “Tachtig procent van alle ambtenaren zit in de uitvoering, en ik merk dat het karakter van de overheid fundamenteel verandert als gevolg van de digitalisering. Daarbij hoort onder meer de overgang van taakgericht naar zaakgericht, waar de technische component een onderdeel van is. We gaan van ‘dossiers centraal’ naar ‘de klant centraal’. Waarmee het primaire proces dus informatievoorziening is.”

“Een van de meest fundamentele veranderingen is dus dat we gaan denken vanuit de customer journey, dus van buiten naar binnen. Traditioneel heeft de overheid de neiging om aanbodgericht te denken. Denken vanuit de gebruiker betekent processen in een organisatie, èn daarbuiten, end to end organiseert. Soms gaan we te snel in de operaties zitten, terwijl het loont om eerst goed te kijken naar de kerntaken.”

“Te vaak wordt nog tegen de ICT afdeling gezegd ‘regelen jullie het maar’. De CIO, lid van het hoogste management, moet juist een regierol hebben waarbij hij de business en de informatievoorziening met elkaar verbindt. Je merkt soms nog steeds dat de business te weinig verstand heeft van IT, en dat graag zo wil houden. Er zijn bestuurders die zich onvoldoende realiseren wat de kansen zijn die je hebt met de juiste inzet van technologie.”

Enorm tempo

Die beweging is onomkeerbaar, en gaat alleen maar sneller. “De digitalisering in de maatschappij gaat in een enorm tempo, daar moet de overheid in mee gaan willen we een regierol vervullen. Het is een rijdende trein, wereldwijd. Daarom moet de overheid slagen maken om dit vraagstuk, het verbeteren van de informatievoorziening, op te pakken. Daar is overigens al veel gebeurd, we zijn al aanzienlijk verder dan enkele jaren geleden. Maar we komen van verre. Daar heeft de Rijks-CIO een belangrijke bijdrage aan geleverd. De vraag is nu of het tempo dat we maken groot genoeg is ten opzichte van de ontwikkelingen in de samenleving.”

De noodzaak is er. We hebben te maken met schaarste, de budgetten staan fors onder druk, en er zijn stevige krimpdoelstellingen. Tegelijkertijd gaat de arbeidsmarkt de komende jaren vergrijzen. Het is dus belangrijk om werkzaamheden te digitaliseren. We komen uit een tijd waarin iedereen kon zeggen dat hij anders was, maar dat is ondertussen omgedraaid. Nu is het ´standaard-tenzij´.”

Volgens De Bruijn is een belangrijke slag te maken door op de juiste wijze met business cases te werken. “We hebben daarin een relatief slechte historie, omdat business case en finance case vaak door elkaar worden gehaald. Een finance case is echter bedoeld voor eenmalige financiering, terwijl je bij een business case breder kijkt naar de uitvoering van een project, en stuurt op de te verzilveren voordelen.”

Inspirerend

“We blijven in praktijk echter vaak hangen in benefits als minder fte’s en lagere beheerslasten. Dat is niet erg inspirerend. Je gaat niet digitaliseren omdat je goedkoper wilt zijn, maar omdat je kwalitatieve doelstellingen wilt realiseren. Als overheid zouden we een slag kunnen maken door dat soort kwalitatieve doelstellingen te kwantificeren, zodat je beter kunt sturen.”

Daarin is de CIO essentieel. “Veel CIO’s zitten nog sterk in de CTO-rol, in plaats van die van de CIO. Ik heb ook situaties meegemaakt waarin het hoofd ICT de rol van de CIO vervulde. Maar in mijn optiek is het belangrijk dat de CIO lid is van het hoogste management-gremium. De afkorting CIO bevat niet voor niets de C van Chief, naast de I van informatie. Het karakter van de onderwerpen op de managementtafel verandert, daar zul je de regie over moeten voeren omdat het alle facetten van de organisatie raakt.”

“Daar hoort een brede blik bij. Bij de IND bijvoorbeeld hebben ze in dat kader eerst het primaire proces onder de loep genomen, door te kijken hoeveel regels er eigenlijk waren. Dat aantal is fors teruggebracht, van meer dan 10.000 tot zo’n 1.500. Hiermee is het primaire proces enorm vereenvoudigd, waardoor vervolgens digitalisering veel makkelijker wordt. De grootste winst zit in het harmoniseren van processen. Dat moet integraal gebeuren, en daar hoort soms ook wetgeving bij. Alles hangt met elkaar samen, het is nooit alleen een ICT-project. Het gaat om de organisatie van de informatievoorziening. In de jaren tachtig werd al gezegd: ‘eerst organiseren, dan automatiseren’. En die waarheid geldt vandaag de dag nog steeds. Oude wijn in nieuwe zakken dus.”
 
   

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.dirk_jan_de_bruijn__ictu_jpg/165_165_80_1__dirk_jan_de_bruijn__ictu.jpg'Grote stappen in informatievoorziening bij de overheid’Fri, 28 Dec 2012 00:00:00 +0100
‘2013 is het jaar van de waarheid voor flash-opslag’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/138/___2013_is_het_jaar_van_de_waarheid_voor_flash_opslag___.html

Een van de technologieën met grote potentie is flash-opslag. Naarmate de hoeveelheid opgeslagen bedrijfskritische data groeit, de performance-eisen toenemen en de roep om kostenefficiëntie steeds groter wordt zou deze technologie en belangrijke rol kunnen gaan spelen. Zover is het echter nog niet, want veel bedrijven staan aarzelend tegenover investeringen die traditionele patronen doorbreekt. Michel Schipperijn probeert daar in Europa voor Nimbus Data verandering in te brengen.

Michel Schipperijn, VP Central Europe bij Nimbus Data, is geen onbekende in de storage-markt. Zo is hij negen jaar actief geweest bij NetApp, waar hij betrokken is geweest bij het opzetten van de Nederlandse organisatie. "Na die negen jaar werd het tijd voor een volgende stap. Op Europees niveau een start-up neerzetten die hier nog niet zo bekend is vond ik een leuke activiteit. De propositie is enigszins vergelijkbaar met de manier waarop NetApp rond 2000 met nieuwe technologie kwam. Nimbus Data wilde in Europa aan de slag, dus de timing was goed. Begin dit jaar ben ik hier begonnen."

In die tijd heeft Schipperijn heel wat uitleg moeten geven over full flash. " Iedereen vindt de technologie interessant, maar de markt vraagt er op dit moment nog niet echt om. Men is zich vooral aan het oriënteren, met name op de performance en de latency van full flash in virtuele omgevingen. Maar het wordt daarbij vaak vergeleken met de gevestigde producten, en dat is niet terecht. Per eenheid data is flash weliswaar duurder, maar je hebt er veel minder van nodig, en het heeft grote business-voordelen."

Bedrijfskritische data

De early adopters van flash storage zijn momenteel vooral dienstverleners en cloud-providers die behoefte hebben aan een zeer snelle storage-oplossing. "Zij zien direct de voordelen, en zijn bereid daarin te investeren. Veel enterprise-bedrijven lossen hun storage problemen tijdelijk op met de bestaande technologie, daar kunnen zij dan nog even mee vooruit. Maar ook zij zien het een tijdelijke oplossing  is, en dat zijn de organisaties die zich nu oriënteren op opslag zonder disk voor de bedrijfskritische data. "

Het probleem waar disk-oplossingen mee kampen is de schaalbaarheid, en de extra capaciteit die nodig is ten opzichte van de hoeveelheid data. "Voor high performance-data heb je snelle media nodig, en SSD is een zeer snel. Bovendien hoef je het niet in grote aantallen neer te zetten, je kunt het ook alleen voor je voor tier 1-data gebruiken. Het grote voordeel daarbij is dat je een database van bijvoorbeeld 500 GB kunt opslaan op flash met een capaciteit van niet meer dan 500 GB, in plaats van 40 TB om hem snel te laten lopen met disks. Dàt is waar bij flash de besparing zit. In combinatie met de besparingen op stroom, want flash gebruikt geen stroom omdat er geen bewegende delen in zitten. Het heeft een hogere densiteit, dus je kan meer TB in een rack stoppen en het heeft nauwelijks koeling nodig. Het is dus eenvoudig om de business case te bouwen."

Gebruikerservaring

Schipperijn heeft in het eerste jaar een aantal projecten gedaan die de waarde van flash illustreren. "Zo hebben we bij een ziekenhuis in Nederland flash geleverd bij een omvangrijke VDI implementatie. Wanneer ze dit met disk hadden gedaan dan zouden ze 50 TB moeten kopen, terwijl ze nu met twee keer 2,5 TB SSD dezelfde performance halen. Je hebt dus aanzienlijk minder nodig, en bent zo veel goedkoper uit, ondanks dat flash vooralsnog duurder is dan disk."

Een andere overweging van gebruikers is de performance, en dan met name de user experience. "Dat speelt veel In cloud-omgevingen, de data moet niet alleen beschikbaar zijn, maar ook in en goede gebruikerservaring snel toegankelijk zijn. Dat was bijvoorbeeld een belangrijke overweging voor IT-aanbieder Korton om flash te gebruiken bij de diensten die ze aanbieden aan taxicentrales. Die hebben te maken met piekbelastingen die de cloud-omgeving moet kunnen opvangen. Registeren van ritten in het systeem moet snel gebeuren, wanneer je als taxibedrijf vertraging hebt in de storage zorgt dat voor problemen."

Volgens hem is dit de richting waar de storage-markt naartoe gaat. "Dat verwachten analisten ook. Voor high performance storage omgevingen wordt het allemaal flash. De bulkdata komen op goedkopere media. Een teken aan de wand is ook de grote hoeveelheid spelers, en de investeringen die in deze technologie worden gedaan. Het is een interessante markt voor de komende jaren. 2013 is het jaar van de waarheid voor flash. Daarvoor is een omslag nodig in het denken over opslag, de impact die SSD kan hebben op strategische vragen is op een hoger niveau nog niet zo bekend, een zwarte doos voor opslag is nu eenmaal niet erg sexy. Het zijn momenteel de architecten die ervoor zorgen dat deze oplossing in de infrastructuur wordt ingepast, zij zorgen voor de aansluiting op de business."

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.michel_schipperijn_jpg/165_165_80_1__michel_schipperijn.jpg‘2013 is het jaar van de waarheid voor flash-opslag’Sat, 22 Dec 2012 00:00:00 +0100
George Banken: ‘Ik trek mijn eigen plan’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/136/george_banken_____ik_trek_mijn_eigen_plan___.html
George Banken, CEO en oprichter van Detron ICT & Telecom Group, wist met zijn bedrijf het afgelopen jaar wederom te groeien in een markt die onder druk staat. Dutchitchannel.nl sprak met de uitgesproken ICT-ondernemer tijdens een lunch in het Conservatorium Hotel in Amsterdam. Thema’s waren de verkoop van IT-dienstverlener Qurius, concullega’s, het opzeggen van zijn lidmaatschap van ICT~Office en de behoefte aan een nieuwe belangenvereniging die zich sterk maakt voor ICT-ondernemers in het mkb.

Wat vind je van de verkoop van Qurius aan het Franse Prodware? Detron, HSO en Imtech hadden toch ook interesse?

“Ik had al twee jaar geleden geadviseerd om Qurius op te knippen. Alle buitenlandse onderdelen zouden dan worden verkocht, waarna een sterkere focus op de Nederlandse markt zou komen. Maar uiteindelijk kocht Prodware Qurius in etappes, niet in één keer. Daardoor kon Prodware de kroonjuwelen in Duitsland en Frankrijk voor een laag bedrag kopen. Dat zijn de interessante landen. Het is jammer wat er is gebeurd met Qurius, er is een goed bedrijf verdwenen. Maar je zag de omzet de laatste tijd kelderen. Veel klanten viel het gerommel bij Qurius op en gingen weg. Er was geen leiderschap en geen duidelijk richting. Er was intern teveel onenigheid en commotie. Dat was vroeger anders toen er bij Qurius wel goed management zat, zoals Peter van Haasteren en Fred Hermans.”

Detron groeit wederom dit jaar, hoe verklaar je dat?

“Detron haalt dit jaar een groei van ongeveer 50 procent. Ik verwacht daarbij een omzet van 143 tot 150 miljoen euro. In het eerste half jaar van 2012 is de omzet gestegen van 52 miljoen naar 60 miljoen. Dat is een groei van ruim 15 procent. De bedrijfswinst groeide in diezelfde periode met 30 procent naar 4,3 miljoen euro. De helft van de omzetgroei is toe te rekenen aan de acquisities die Detron in 2011 heeft gedaan. De andere helft bedroeg autonome groei. De winstgevendheid vloeit voort uit het verbeterprogramma dat eind 2011 is gestart. Zo is de front office van Detron nog beter georganiseerd. We verkopen aan klanten besparingsmodellen die bestaan uit efficiënte oplossingen en diensten. Dus geen dure servers en luxe oplossingen, maar duidelijke besparingen. Klanten die zaken met ons doen kunnen hun investeringen binnen zeven maanden terugverdienen.”

“De backoffice is ook goed georganiseerd. Zo reageert de service helpdesk van Detron sneller. Veel andere IT-dienstverleners hebben nog geen goede backoffice. Wij begrijpen hoe lastig het is voor een klant als hij door een storing niet kan werken. We zorgen altijd dat alles zo snel zo snel mogelijk wordt opgelost en meten tegenwoordig ook of we de klant goed van dienst geweest zijn. We zijn net een ziekenhuis. We helpen de patiënt en sturen pas later een rekening. Daarom gaan klanten steeds meer supportdiensten bij Detron onderbrengen. Onze klanten zijn doorgaans mkb-organisaties tot 2500 werknemers. Detron snapt het mkb heel goed.”

Jullie verkopen steeds vaker verschillende modellen, zoals pay-per-use en cloud. Hoe zit dat?

“Klanten willen slimmere en goedkopere oplossingen. Wij bieden daarom ook leasingconstructies en pay-per-use modellen. Hierbij wordt bijvoorbeeld betaald per werkplek per maand of per TeraByte met een storagedienst. We spelen in op de krappe IT-budgetten van klanten. Deze budgetten worden vaak overschreden en directies balen daarvan. Organisaties krijgen meer grip op de kosten als ze een pay-per-use dienst nemen, meer IT uitbesteden tegen vaste prijzen of bijvoorbeeld storage diensten uit de cloud nemen. Een klant kan dan het aantal benodigde TeraBytes exact meten en daarmee gebruik en kosten beinvloeden. We praten verder met klanten hoe ze met een cloud licentiestrategie meer flexibiliteit in softwaregebruik kunnen ontwikkelen.”

Hoe onderscheidt de reseller zich vandaag de dag?

“Resellers hebben het moeilijk. Dat heeft diverse oorzaken. Sommige resellers investeren weinig in opleiding van mensen. Of ze verkopen niet volgens goede procedures en richtlijnen. Het is heel belangrijk dat je opschrijft wat je aan klanten levert en wat ze gebruiken. Je moet bijvoorbeeld de geschiedenis van services en onderhoud bijhouden in een voor de klant en ict dienstverlener transparant systeem. Als je dat niet doet, dan heb je een probleem bij storingen, wijzigingen of uitbreidingen. Het komt bijvoorbeeld bij nieuwe klanten van Detron vaak voor dat hun IT-infrastructuurjaren niet goed onderhouden is en slecht gedocumenteerd. We onderscheiden ons van anderen door goed te luisteren naar onze klant. Opdrachtgevers van Detron krijgen bij vragen altijd iemand van Detron te spreken, maar door onze business unit structuur is de toegang tot directieleden heel eenvoudig. Dat is anders dan bij onze concurrent KPN, waar het dagen kan duren voordat ze iemand in een hoge functie kunnen spreken. Je ziet overigens ook nieuwe succesvolle resellers in de Nederlandse markt, zoals Protinus IT. Die hebben een paar mooie deals te pakken.”

Hoe is je relatie met grote leveranciers zoals Dell en HP?

“Detron is Dell Cloud Partner en HP CloudAgile Business Partner. HP kwamen we vaak tegen als zij voor rechtstreekse deals gingen. Daar hebben we veel discussies over gehad. Vendoren moeten een duidelijk beleid hebben wanneer ze direct gaan en wanneer niet. Dan kan de IT partner besluiten of ze al dan niet offerte maken. Soms was het drie voor twaalf en stond opeens HP aan de deur van de klant. Maar nu luistert HP beter naar partners. We krijgen van vendoren de ene award na de andere, maar dat zegt me niet zo veel. Ik wil van onze klanten een award hebben. Bijvoorbeeld goede feedback over hoe snel wij een storing kunnen oplossen. Dat is voor mij veel belangrijker. “

Waarom ben je niet langer lid van ICT~Office?

“Ik heb niet veel op met feestjes en belangenverenigingen van grote ICT-bedrijven, zoals ICT~Office. Die passeren de mkb-markt. ICT~Office schreef ons een brief met de vraag waarom Detron geen lid is. We zijn wel lid geweest. We hebben het lidmaatschap opgezegd, omdat ICT~Office niks doet voor onze sector in het mkb. Ik ben overigens nergens lid van. Ik trek mijn eigen plan. Maar als er iets zou moeten worden opgericht, dan is dat een belangenvereniging voor kleinere IT-bedrijven die het mkb bedienen.”

Door: Witold Kepinski

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.george_banken_png/165_165_80_1__george_banken.pngGeorge Banken: ‘Ik trek mijn eigen plan’Fri, 21 Dec 2012 00:00:00 +0100
'Iedereen verdient een eigen plek in de digitale wereld’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/135/_iedereen_verdient_een_eigen_plek_in_de_digitale_wereld___.html
Burgers en bedrijven hebben te maken met vele verschillende websites van overheidsinstanties waar ze allemaal apart op moeten inloggen, om dikwijls verouderde gegevens te raadplegen. Om hier verandering in te brengen en burgers en bedrijven meer controle te geven over hun data is er een nieuw initiatief opgezet. Dit gebeurt op basis van het onafhankelijke Qiy Trust Framework van de
Qiy Foundation. De visie van de Qiy Foundation is dat de positie van mensen in de digitale wereld zo veel als mogelijk gelijk zou moeten zijn aan de positie van mensen in de fysieke wereld.

Iedere Nederlander komt inmiddels voor in gemiddeld vijftienhonderd verschillende databestanden. Van iedereen is op het internet wel iets terug te vinden, op sociale netwerken, e-mailadressen, foto’s, online bankgegevens, medische gegevens. Maar die informatie is alleen toegankelijk voor het individu via meerdere portals. Wat zou er gebeuren als alle persoonlijke informatie van een individu bij elkaar zou staan? Als informatie digitaal naar het individu komt, in plaats van dat deze al zijn gegevens overal zelf moet ophalen? En wat gebeurt er als die gegevens slim met elkaar gecombineerd kunnen worden? 

Vanuit deze gedachte is Qiy opgericht met als doel het individu plaats te laten nemen in de drivers seat. Qiy ontwikkelt een onafhankelijk en veilig platform als een utility waar ieder individu zijn eigen digitale identiteit kan creëren. Qiy is voor iedereen: een onafhankelijke, veilige en intelligente bewaarplaats, waar je zolang als je wilt controle hebt over je eigen gegevens. Qiy ziet zichzelf als een tegenbeweging op de wildgroei aan digitale data en voorkomt dat privacygevoelige gegevens gaan zwerven op internet.

Koppelen

De organisatie Qiy bestaat uit een uitvoerend bedrijf (waarin ontwikkeling, onderhoud en projecten zijn ondergebracht) en de eigenaar van het bedrijf, de Qiy Foundation. Dit model garandeert dat Qiy tot in lengte van jaren voor iedereen beschikbaar blijft en heeft tot doel om de gegevens en de identiteit van de gebruikers te beschermen en te bewaken. De noodzakelijke onafhankelijkheid wordt tevens bereikt door per land aan een vertrouwde lokale instantie een Qiy licentie te verstrekken. Deze instantie draagt zorg voor de landelijke inregeling van Qiy.

"Burgers en bedrijven die met de overheid willen communiceren hebben te maken met allerlei verschillende websites met allemaal verschillende wachtwoorden", zegt Mansour Jouhri, CIO bij de Kamer van Koophandel. "Zaken als DigiD en eHerkenning zijn opgezet als stand alone-oplossingen. Maar als burger heb je er veel meer aan wanneer je alles in één keer kunt zien, je hebt tenslotte één identiteit. Wanneer je bijvoorbeeld een bedrijf hebt, een auto en een kind dan zou het mooi zijn wanneer je met één keer inloggen alle gegevens van Kamer van Koophandel, RDW en SVB zou kunnen zien, en aanpassen."

“Nieuw denken maakt het mogelijk dat burgers en bedrijven controle krijgen over hun data. Daarbij worden ze geholpen om daar slimme dingen mee te doen. Dit is mogelijk door gebruik te maken van het onafhankelijke Qiy Trust Framework. Qiy is een relatief nieuwe ontwikkeling die onderdeel is van een beweging die is geborgd in de Qiy Foundation. De Qiy Foundation is verantwoordelijk voor het afsprakenstelsel en de protocollen van het Qiy Trust Framework. De visie van de Qiy Foundation is dat de positie van mensen in de digitale wereld zo veel als mogelijk gelijk zou moeten zijn aan de positie van mensen in de fysieke wereld. Belangrijke principes zijn menselijke waarden en normen en handelen conform de menselijke maat.”

Digitale bouwstenen

Het creëren van de digitale ik zou moeten gebeuren door het Qiy trustframework te combineren met de digitale bouwstenen van de overheid zoals Digid en Eherkening. Jouhri: "Zoals de gemeente een fysiek paspoort uitgeeft, zou het uiteindelijk zo moeten zijn dat de overheid ook een persoonlijk domein uitgeeft, of in ieder geval faciliteert. Daarmee heeft de burger niet alleen toegang tot alle dossiers die nu in aparte silo's zijn opgesloten, maar kan hij of zij ook wijzigingen aanbrengen. Andersom krijgt hij bericht wanneer de overheid wijzigingen in een bepaald dossier heeft aangebracht, en kan hij op die manier eenvoudig controleren of die correct zijn. Ook kan de burger iemand anders machtigen wijzigingen aan te brengen, bijvoorbeeld een belastingadviseur."

Er is wel een belangrijke voorwaarde voor het laten slagen van dit initiatief. "Om te controleren of de identiteit van degene die wijzigingen doorvoert klopt is een digitale trustorganisatie nodig waarbij de identiteiten en de transacties in de gaten worden gehouden. Die is er nu nog niet. Maar als die digitale koppeling eenmaal is gemaakt staat de burger daadwerkelijk centraal, en kun je echt digitaal communiceren en ketenprocessen uitvoeren. Dan ben je daadwerkelijk één met de digitale wereld. De digitale ik van de burger wordt de nieuwe digitale revolutie."

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/cases/.kvk_jpg/165_165_80_1__kvk.jpg'Iedereen verdient een eigen plek in de digitale wereld’Wed, 19 Dec 2012 00:00:00 +0100
‘Stop wildgroei aan copy-data’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/134/___stop_wildgroei_aan_copy_data___.html
Bas Broekarts heeft een lange staat van dienst in de Nederlandse IT. Op dit moment is hij betrokken bij een innovatief softwarebedrijf dat claimt de grote hoeveelheid copy data waar bedrijven mee kampen radicaal te verminderen, met wel negentig procent. Als directeur Benelux van Actifio speelt hij zo in op de behoefte van veel organisaties om efficiënter te werken en kosten te besparen.

Het is geen nieuws: vrijwel iedere organisatie kampt met een enorme datagroei. De storagecapaciteit die daarvoor nodig is neemt exponentieel toe. Maar waar komt die groei vandaan? Bas Broekarts, directeur van Actifio Benelux: “Wij hebben onderzoek gedaan naar de oorzaak van die enorme datagroei. Uit dat onderzoek is gebleken dat de groei niet in de productiedata zit, want die groeit gemiddeld met niet meer dan acht procent per jaar. De groei komt met name doordat bedrijven steeds meer kopieën maken van die productie-omgeving.”

Dat gaat sluipenderwijs. Broekarts schetst het herkenbare scenario: “Wanneer bijvoorbeeld een nieuwe applicatie komt worden daar natuurlijk back ups van gemaakt, De technologie die daarvoor wordt gebruikt is eigenlijk al dertig jaar oud, en het principe van die back up-software is in die tijd nooit echt veranderd. Een volgende stap in de datagroei is dat de back ups steeds langer worden bewaard. Daarnaast werden snapshots gemaakt, in een volledig aparte silo. In storage arrays worden in weer een apart systeem de beheerdata bewaard, in feite een kopie van weer dezelfde data, die ook in je back up-omgeving zit.”

“In je back up zit data die ook alweer in meervoud wordt opgeslagen. In het kader van uitwijkvoorzieningen komen die data tevens op een andere locatie te staan. Dat zijn weer kopieën van dezelfde data. Veel bedrijven doen ook aan testen en ontwikkelen, en ontwikkelaars willen een verse kopie hebben van de data in de productie-omgeving om nieuwe applicaties te kunnen testen. Dat leidt weer tot een extra kopie, of meerdere kopieën, van allemaal dezelfde data die in de back up zit, het snapshot en de replicatie op een andere locatie. Inmiddels hebben we het over cloud, big data en analytics, data warehousing. Dat levert allemaal kopieën van diezelfde informatie op. Daarom groeit de storage-behoefte zo snel.”

Silo’s vervangen

Actifio heeft software ontwikkeld die en einde moet maken aan deze cyclus van groei in copy data. “We hebben al die silo’s van data vervangen door één oplossing waarbij je eenmalig een kopie maakt van je productie-omgeving. Vervolgens wordt alleen bijgehouden welke mutaties er plaatsvinden in die data. Van al die verschillende kopieën van data die voor verschillende doeleinden in het systeem worden opgeslagen bestaat nu nog maar één kopie, die voortdurend wordt bijgehouden met de laatste wijzigingen uit de productieomgeving. Daarmee bereiken we dat we voor ieder punt in de tijd terug kunnen naar een vorige situatie.”

Dat maakt ook terugvinden eenvoudiger: “In traditionele omgevingen heb je altijd te maken met back up- en restore-windows, maar met deze software zijn er geen restore-windows meer. Alle data uit alle omgevingen zijn onmiddellijk beschikbaar op een willekeurig moment in de tijd. In plaats van honderd kopieën heb je er maar twee nodig. Dit betekent dat een bedrijf voor een investering in opslag minder nodig hebt, dat scheelt al snel vijftig procent. Investeringen in productiestorage kunnen ze met deze software makkelijk anderhalf jaar uitstellen.”

Binnen Actifio worden al die data-technologieën, zoals replicatie, snapshot en back up, allemaal in dat ene systeem op applicatieniveau gemanaged. “Onze SLA is een set van policies waarbij je per applicatie instelt hoe vaak je daar op welk moment in de tijd een kopie van wilt hebben, hoe lang je het wilt bewaren, en of het eventueel naar een tweede locatie moet. Dat doe je eenmalig, en het systeem zorgt voor de beschikbaarheid ervan. Het zijn applicatieconsistente kopieën die je gelijk voor de juiste omgeving kunt gebruiken. Er hoeft dus niets in een ander formaat te worden omgezet.”

Voor het aanbieden van deze technologie maakt Actifio gebruik van resellers. “We zijn volledig gericht op het kanaal, we doen niet aan directe verkoop. In de Benelux hebben we nu met Avnet een distributie-overeenkomst gesloten. Alle partners die met Avnet werken kunnen dus in de hele Benelux Actifio aanbieden. Die resellers zijn enthousiast omdat ze zo een antwoord hebben op twee problemen waar ze mee zitten: de resellers die storage verkopen merken dat de marges daarop drastisch zijn verminderd. Storage is bijna commodity, iedereen kan het aanbieden.”

Specifieke problemen

“De tweede uitdaging voor resellers is dat ze vrijwel allemaal service providers zijn geworden, ze bieden bijvoorbeeld managed hosting of cloud diensten aan. Het probleem waar resellers mee zitten is dat ze dan moeten concurreren met toolsets die de gebruikers zelf ook al hebben in hun systemen. Als je dezelfde technologie inzet als de eindgebruiker heb je weinig toegevoegde waarde. Veel service providers zetten daarom de software van Actifio in om cloud-diensten aan te bieden. Zo kunnen ze veel efficiënter die diensten leveren.”

Dit betekent voor sommige bedrijven een omslag in hun denken. “Met name de grotere bedrijven, die al jaren in de storage markt zitten, vinden het moeilijk om actief met ons aan de slag te gaan. Want als ze Actifio gebruiken verkopen ze minder hardware, er is nu eenmaal minder capaciteit nodig. Maar wat voor resellers interessant is, is dat ze met Actifio een betere marge kunnen maken dan op storage zelf. De oplossing is innovatief, en de klanten zijn er erg blij mee.”

De vragen waar klanten mee zitten zijn divers. “Er zitten veel functionaliteiten in, en niet alle bedrijven gebruiken alle functies, maar het kan wel heel specifieke problemen oplossen. Zo wordt het in België veel gebruikt omdat daar verouderde netwerken liggen met een beperkte capaciteit. Met onze oplossing heb je zeventig procent minder bandbreedte nodig dan bij andere oplossingen. In de Nederlandse markt valt op dat de druk bij bedrijven om kosten te besparen heel hoog is. Met name bij de grote bedrijven zie je dat er veel maatregelen worden genomen om in te spelen op het economische klimaat. Onderdeel van die maatregelen is het inzetten van technologie om kosten te besparen.”

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.bas_broekarts_lr_jpg/165_165_80_1__bas_broekarts_lr.jpg‘Stop wildgroei aan copy-data’Sat, 15 Dec 2012 00:00:00 +0100
'Goede referenties zijn cruciaal'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/133/_goede_referenties_zijn_cruciaal_.html
CC Group heeft, tegen de trend in,  dit jaar weer een forse groei doorgemaakt. De CC Group is een System Integrator nieuwe stijl, en is technologie partner voor Oracle, Java en Microsoft. Vanuit deze technologische overtuiging bieden zij haar klanten consultancy, projectmanagement, functioneel beheer en  ontwikkel diensten. Het afgelopen jaar heeft de CC Group een flinke stap gezet in de zorgsector. Daarnaast heeft ook de  de consultancy/detachering, onder meer bij overheden groei laten zien.

Directeur Marcel Henriquez. "Wat ons sterk maakt, en draagt, is dat we naast een zeer adequate technische kennis ook beschikken over diepgaande kennis over specifieke branches waar we in actief zijn. Zo hebben we veel expertise opgebouwd in de zorg, de reiswereld, de media, overheden. Dan ben je in staat parallellen te trekken tussen wat er bij diverse klanten gebeurt. Wanneer je vervolgens in staat bent dat weer als bagage mee te geven aan je technische mensen maakt dat je als groep weer sterker. Dit geeft klanten vertrouwen in onze organisatie. "

Een belangrijke opdracht was bijvoorbeeld een groot zorg project in Denemarken. Hier heeft de CC Group een opdracht binnen gehaald voor de uitrol van haar Genetisch Software pakket bij  zes ziekenhuizen. Vanuit een duidelijke procesfocus is de klant overtuigd van de capaciteiten van de CC Group. "Dit is illustratief voor de manier waarop we werken.“

Internationale expansie
De internationale ervaring  biedt volgens hem veel nieuwe kansen, maar brengt ook nieuwe complexiteiten met zich mee. "Enerzijds worden zaken makkelijker door het internet. Je hoeft niet voortdurend in het buitenland te zitten bij een project, met niet meer dan een IP-adres  log je van  afstand in en kun je de software installeren. Via Webex kun je instructies en zelfs hele  trainingen geven. Dat zijn zaken die echt eenvoudiger geworden zijn."

"Dat is leuk, dynamisch en uitdagend. Internationaal zaken doen is door de komst van het internet veel makkelijker geworden. In het sales-traject ga je uiteraard veel fysiek op pad, maar in de uitvoering maakt het niet uit waar de server staat waar je op installeert, dat kan in Rijswijk zijn of in Nieuw Zeeland. Van die mogelijkheden maken we optimaal gebruik."

Maar aan de andere kant wordt het complexer door verschillen in taal en cultuur. "Dat merken we omdat we breed internationaal zaken doen, we zijn tegelijk bezig van Denemarken en Polen tot Portugal en Schotland. Je moet daarnaast natuurlijk wel rekening blijven houden met protocollen, en in de zorg zijn lokale en Europese wet- en regelgeving erg belangrijk."

Focus
Henriquez ziet alle IT-bedrijven voor een belangrijke keuze staan: ben je gespecialiseerd in een bepaalde branche of proces, of in een type oplossing? "Het maakt bijvoorbeeld cloud-leveranciers meestal niet uit met wie ze zaken doen omdat ze goed zijn in een specifieke technische richting. Wij beschikken daarentegen weer over specifieke oplossingen, benaderingen en communicatie voor de branches die we bedienen."

Ook mediapartijen weten vanwege de specialistische kennis over de producten en processen waar ze mee zitten de weg te vinden naar CC Group. "Het gaat in die sector bijvoorbeeld vaak om online. Het scheelt dan als je weet waar een klant mee zit, als je daar kennis van hebt maak je een vliegende start."

CC Group is ook bij de overheid actief, ondanks dat de relatief kleine omvang van zeventig man. "Dan is het weliswaar lastig om zelfstandig binnen te komen, maar opvallend genoeg merken we  dat de grote partijen die de aanbestedingen binnen halen vervolgens bij ons aankloppen. Wij zijn voor hen interessant omdat we de benodigde onderliggende kennis in huis hebben. Op die manier kunnen we over en weer waarde creëren voor elkaar, waarbij het uiteindelijk de overheidsinstellingen zijn die er volop van profiteren."

"De reiswereld weet ook dat ze bij ons pas op het laatst over de techniek praten. Dat doe je altijd het laatst. Het begint bij de business, hoe verdien je je geld, wat zijn de kwesties. Helemaal aan het eind van het traject kom je pas op de technische basis waarmee je een bepaalde oplossing wilt doorvoeren.  Dan ga je pas de vertaalslag maken. In mijn beleving zit daar een deel van onze kracht. Dat je uiteindelijk op een beperkt aantal oplossingen uitkomt is helemaal niet erg."

Referentiebezoeken
"In de zorg hebben we twee grote internationale projecten binnen gehaald, die beiden via Europese aanbesteding waren uitgeschreven. Allebei op basis van een requirements set die moest worden beantwoord. We hebben op dat gebied hoofdzakelijk concurrentie van Engelse partijen. Op basis daarvan volgen referentiebezoeken bij onze klanten, dat zie je ook in Europees verband steeds meer gebeuren. Dat deel geeft een stuk vertrouwen bij de partij die uiteindelijk zaken met je wilt gaan doen. "

"De enige ruis die nog overblijft is meestal de interne IT-afdeling van de klant. Wij leveren niche-software. In  het team van de klant zitten inhoudelijk specialisten (medici)  en IT-specialisten. Er is er altijd één die de leiding neemt. Dan is de andere kant per definitie onvoldoende belicht. Dat is eigenlijk de echte complexiteit, die speelt in alle landen. Dit geeft aan dat IT uiteindelijk een menselijke kwestie is."

Dat CC Group als relatief kleine partij zoveel grote opdrachten binnenhaalt komt volgens Henriquez door de goede track record. "We hebben de ervaring, en de voorbeelden om te laten zien dat onze aanpak  in een specifieke situatie werkt. En omdat we relatief klein zijn, zijn we veel flexibeler. Met een belangrijke demo ga ik gewoon mee met de sales."

"Vanuit de reiswereld worden we geregeld benaderd omdat ze zeker weten dat wij begrijpen waar het over gaat. bovendien kunnen we het hele traject leveren, dat doen we al sinds 1998. We waren een van de eerste partijen die reisorganisaties online brachten. Daar zijn we een voorloper in. En die markt blijft zich razendsnel ontwikkelen, dat is aanpoten om het bij te kunnen houden. Reizen is de nummer een op het gebied van online omzet en CC Group is daar één van de belangrijkste enablers in Nederland."

Dynamiek
"In Nederland hebben we daarin een duidelijke footprint. De dynamiek in die sector is enorm, het is een uitdaging om dat allemaal bij te kunnen houden. Er zijn nog steeds enorme efficiency besparingen te realiseren. Een belangrijke succesfactor daarin  is partnership. Want het is ook belangrijk dat de partners ons op de hoogte houden van de ontwikkelingen in de branche. Wanneer ze dat niet doen ben je nergens. Dat merken we ook bij de overheid. Daar hebben we in relatief korte tijd een positie verworven. De gesprekken gaan daar niet alleen over de technologie, we zijn gesprekspartner over de volgende stappen die moeten worden gemaakt in dienstverlening. Je hebt bruggenbouwers nodig."

  ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.marcel_hernriquez_jpg/165_165_80_1__marcel_hernriquez.jpg'Goede referenties zijn cruciaal'Fri, 14 Dec 2012 00:00:00 +0100
Interview Paul de Vin, IBM: ‘Interoperabiliteit is essentieel’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/130/interview_paul_de_vin__ibm_____interoperabiliteit_is_essentieel___.html
IBM is deze week nadrukkelijk aanwezig op de Open Source Conference in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Hiermee wil het bedrijf het belang van open source en open standaarden in het productportfolio benadrukken. Open source is al elf jaar lang een essentieel onderdeel van de strategie, en in de toekomst zal het belang ervan alleen maar toenemen naarmate interconnectiviteit steeds belangrijker wordt.

“We waren altijd wel aanwezig bij eerdere edities van de Open Source Conference, maar niet zo nadrukkelijk”, vertelt Paul de Vin, directeur Enterprise Computing Benelux. “Tot mijn verbazing bleek dat een aantal aanwezigen het idee had dat IBM de ontwikkelingen rond open source in de weg stond. Daar was ik erg verbaasd over, want we zijn juist uitermate actief op het gebied van open source. Dat is de reden dat we dit jaar Platinum sponsor zijn, en nadrukkelijk onze open source-oplossingen tonen in Amsterdam.”

Hij wijst op de sleutelrol die IBM gespeeld heeft in de ontwikkeling van open source. Elf jaar geleden, onder Lou Gerstner, vond er in de organisatie een belangrijke strategische omslag plaats bij IBM toen besloten werd om open source en open standaarden te gaan ondersteunen, èn erin te investeren. Daar heeft IBM destijds één miljard dollar voor vrijgemaakt.

Tempo

De Vin: “We zagen toen al dat je zonder open standaarden en open source nooit het hoge tempo waarin IT zich ontwikkelt kunt volgen. Er is ondertussen veel gebeurd, maar we denken dat de ontwikkelingen in de toekomst nog vele malen sneller zullen gaan. En wanneer je als organisatie in dat tempo mee wilt gaan zul je anders met IT moeten omgaan. Dan kun je niet blijven werken met aparte oplossingen die niet met elkaar samenwerken. Interoperabiliteit is essentieel, systemen moeten aan elkaar gekoppeld kunnen worden.”

Dat is bij uitstek het gebied waar open source en open standaarden een rol in spelen. “Die strategische beslissing van elf jaar gelden is beslissend geweest voor waar we nu staan. Het hele portfolio, met meer dan vijfhonderd producten, is open source enabled. We hebben al 15.000 op Linux-gebaseerde projecten gedaan bij klanten. De perceptie is dus anders dan de werkelijkheid, het is belangrijk om te laten zien welke rol we daarin spelen.”

“In ons mainframe, System Z, is een derde van de volledige load Linux-enabled. Mainframe is dus, in tegenstelling tot de perceptie, zeker geen legacy, maar state-of-the art technologie waar Linux een essentiële rol speelt. Bij onze top duizend-klanten gebruikt een derde Linux System Z.”

Volgens De Vin spelen in de ontwikkeling van open source drie factoren een belangrijke rol. “De eerste is de enorme groei in data die organisaties genereren, dat blijft voortdurend doorgaan. Daarnaast worden werknemers steeds mobieler, en de derde factor is dat er door het hoge tempo van de investeringen in de IT een grote hoeveelheid van de systemen niet gebruikt wordt. In een gemiddeld serverpark blijft een aanzienlijk deel van de capaciteit ongebruikt. Dat leidt tot inefficiëntie, energieverspilling, en inefficiënte inzet van mensen.”

De oplossing is volgens hem standaardisatie en integratie. “Daar is echter innovatie voor nodig, wat betekent dat je daar mensen voor moet vrijmaken. Maar uit de onderzoeken die we doen onder directieleden blijkt dat gemiddeld zeventig procent van de IT-ers werkt aan het in de lucht houden van de IT-omgeving. Eigenlijk zou zeventig procent juist moeten werken aan innovatie, aan nieuwe zaken. Want bedrijven die daar niet mee bezig zijn zullen moeite hebben de ontwikkelingen bij te houden, zij zien hun concurrentiepositie verslechteren.”

Verborgen geheim

In het portfolio van IBM is een van de oplossingen die De Vin noemt de Enterprise Linux Server. “Dat noem ik wel eens een verborgen geheim, je kunt daar efficiënt je datacenter mee consolideren. Het is eigenlijk een datacenter in een box waar je duizenden Linux-images kunt consolideren. Dat leidt tot energiebesparing, besparingen op licentie, minder beheerlast, en het reduceert het benodigde vloeroppervlak.”
Zaken die bij de CIO hoog op de agenda staan, zo blijkt onder meer uit de onderzoeken van IBM, zijn cloud computing, data analytics en security. Met name dat laatste onderwerp wordt steeds belangrijker. “Dat komt door virtualisatie en cloud computing. Want als je op een vrij eenvoudige manier toegang krijgt tot een grote hoeveelheid data, kan daar ook data bij zitten waar je niet bij zou mogen.”

En bij security komt het mainframe weer om de hoek kijken. “Dat is ooit ontwikkeld vanuit het oogpunt van security. Dat zit in de architectuur, en dat wordt opnieuw belangrijker. Want in de open wereld staat alles standaard open, en ga dat terugzetten. Bij het mainframe staat alles juist standaard dicht, en ga je het al naar gelang de behoefte open zetten. Dat is een heel andere benadering in het architectuurdenken.”

IBM heeft daar zelf ook mee te maken, en heeft daarom een veilige Big Data-oplossing neergezet. “Zelf hebben we tweehonderd datawarehouses gevirtualiseerd in één virtueel datawarehouse, Blue Insight. Daar draaien al onze informatiebronnen. Dit systeem geeft 180.000 gebruikers, voornamelijk sales, een cloud analytics oplossing. Dat alles draait op de stack Z: het mainframe, Cognos, en Linux. Dat is de moderne manier van omgaan met IT, met ver doorgevoerde standaardisatie en virtualisatie. Er is geen ruimte meer voor oplossingen die niet verbonden kunnen worden met andere oplossingen. Daarom zijn open source en open standaarden zo belangrijk.”

In deze strategie spelen de partners van IBM een cruciale rol. “We werken hierin samen met partners omdat zij dicht bij de klant staan, zij kunnen zorgen voor het broodnodige specialisme. Omdat al onze platformen Linux enabled zijn hebben al onze partners ook de benodigde vaardigheden op dat gebied. Iedere partner die een van onze systemen verkoopt is ook in staat om Linux aan te bieden. Open source zit ook onze partners in het bloed.”]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.paul_de_vin_lr_jpg/165_165_80_1__paul_de_vin_lr.jpgInterview Paul de Vin, IBM: ‘Interoperabiliteit is essentieel’Wed, 12 Dec 2012 00:00:00 +0100
Schneider Electric zet in op energiebeheer van datacentershttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/128/schneider_electric_zet_in_op_energiebeheer_van_datacenters.htmlIT-leverancier Schneider Electric (voorheen APC), leverancier van oplossingen voor de technische infrastructuur van datacenters, zegt dat IT-dienstverleners veel kansen laten liggen om het energieverbruik van datacenters en serverruimtes te verminderen. Schneider Electric ondersteunt hun hierbij met technologie voor energiebeheer. “Het efficiënter inrichten van het energieverbruik van datacenters heeft niet alleen een duurzaamheidskarakter door het beperken van de CO2-uitstoot. Het verlaagt vooral de energierekening fors,”zegt Guido Neijmeijer, Country Sales Manager IT Business bij Schneider Electric.

Het Amerikaanse APC is sinds 2006 onderdeel van het Franse Scheider Electric, een wereldwijd leverancier van producten en diensten voor efficiënt energiemanagement. De focus van de IT Business van Schneider Electric ligt op het leveren van schaalbare en energie-efficiënte oplossingen voor datacenters en serverruimtes, aldus Guido Neijmeijer. “Schneider Electric is vandaag de dag een total solution provider op het gebied van energiemanagement. We focussen ons op vier verschillende segmenten: serverruimtes, en grote, middelgrote en kleine datacenters. Samen met IT-dienstverleners vullen we complete computerruimtes , denk aan koeling, noodstroom, security, PDU’s en racks. Wij zorgen voor een efficiënt gebruik van de UPS-capaciteit (uninterruptible power supply). Dankzij ons Data Center Infrastructure Management (DCIM-)portfolio krijgen organisaties ook een beter grip op het beheer van datacenters. Met StruxureWare for Data Centers  kunnen organisaties namelijk exact zien wat hun apparatuur aan energie verbruikt. Deze markt groeit ontzettend hard en hier liggen dan ook veel kansen voor channel partners. We hebben een breed partnerkanaal: van IT-resellers die zich bezighouden met serverproducten tot en met gespecialiseerde system integrators die zich richten op de datacentermarkt, zoals ICTroom, Detron, X-ICT en KPN Corporate market.”

Big Data
Organisaties hebben momenteel veel behoefte aan vernieuwing en uitbreiding van serverruimtes en datacenters, aldus Neijmeijer. “Op de korte termijn komen er steeds meer nieuwe serverruimtes en datacenters bij. Het is een vervangingsmarkt, omdat veel datacenters ouder zijn dan tien jaar. Het is daarnaast een groeimarkt: door de toename van dataopslag, apps, Big Data en cloud computing is er behoefte aan een veilige omgeving om je data ergens neer te zetten. Een nieuwe groeimarkt is de markt van regionale datacenters, die diensten leveren voor bedrijven in de buurt. Deze klanten willen hun data niet kwijt in een groot rekencentrum in Amsterdam, maar hebben liever een datacenter in de buurt.”

“Ons portfolio is dusdanig breed, dat we voor elke channel partner wel een oplossing bieden. Het begint kleinschalig met het inrichten van een patchkast  om de beschikbaarheid van systemen te garanderen. Voor grote datacenters kunnen we een compleet aanbod van energie-efficiënte systemen bieden. Deze oplossingen bestaan uit hardware, software en diensten.”

Modulair
Er zijn verschillende partijen die zich momenteel op de groeimarkten richten: IT-leveranciers en resellers, maar ook steeds vaker installateurs. Het voordeel van samenwerken met Schneider Electric is dat zij channel partners een portfolio op maat kunnen bieden. Dat wordt mogelijk gemaakt met ontwerptools, waarmee partners snel en eenvoudig een datacenter of een serverruimte kunnen ontwerpen. Het resultaat is een oplossing die gestandaardiseerd, modulair en efficiënt is. “Wij helpen hiermee onze partners om grip in de serverruimte-business te krijgen. De markt voor serverruimtes is groter dan vaak wordt gedacht. We beschikken over concrete marktinformatie, denk aan de gemiddelde orderwaarde en trends  in dit marktsegment. Per jaar zijn er 1.600 tot 1.700 business-kansen in deze markt. Het is een belangrijk segment dat we samen met distributeurs en resellers willen aanpakken.”

“Partners kunnen de eindgebruiker als het ware helpen bij het ontzorgen van de serverruimte. De eindgebruiker laat de serverruimte dan volledig over aan zijn IT-dienstverlener. Dit is niet geheel onlogisch, want het is immers geen core business voor de eindgebruiker. De serverruimte moet voor een eindgebruiker gewoon werken en goed beveiligd zijn.”

EMS
De overheid stelt tegenwoordig ook vaker regels op voor het energieverbruik van datacenters. Neijmeijer: “In Amsterdam moet je al aan efficiencynormen voldoen om een vergunning voor je rekencentrum te krijgen. Schneider Electric biedt hiervoor energiemanagementservices (EMS) aan. Channel partners kunnen deze assesment-diensten onder hun eigen naam aanbieden en Schneider Electric voert de assessments uit. Vervolgens kunnen de partners in samenwerking met Schneider Electric de knelpunten wegnemen door bijvoorbeeld de koeling anders in te richten of de UPS efficiënter te laten functioneren. We kunnen ook aanbevelingen doen om de PUE-waarde omlaag te brengen en aangeven welke andere maatregelen nodig zijn voor het verlagen van de energierekening. Datacenters zouden moeten streven naar een lagere PUE. Tal van rekencenters zitten nog op 1,8 of 1,9 PUE, en hier kan het partnerkanaal de nodige taken verrichten. Zij kunnen berekenen hoeveel kilowatt of megawatt aan capaciteit echt nodig is voor hun datacenter. Partners kunnen dan weer gebruik van ons maken om het energieverbruik goed te kunnen meten en krijgen hulp bij het aangeven waar datacenters flink op kunnen besparen.”


Energiebeheer staat vaker op agenda IT-beslissers
Schneider Electric merkt dat energie-efficiency hoger op de agenda van IT-beslissers staat, maar dat zij niet altijd weten hoe ze dat moeten realiseren. We organiseren  daarom regelmatig ronde tafel-sessies, aldus Neijmeijer. “Wij zitten regelmatig met bijvoorbeeld CIO’s aan tafel, waar we het hebben over manieren om tot energie-efficiency te komen. Zo zijn CIO’s bijvoorbeeld erg geinteresseerd in het uitvoeren van assessments in datacenters, maar ook in gebouwen of fabrieken. Uit de resultaten van de assesment komt snel rollen hoe CIO’s kunnen besparen op energieverbruik, op een manier zodat ze weten dat de investeringen snel worden terugverdiend. Wij zien dat de CIO niet alleen verantwoordelijk is voor IT, maar ook voor faciliteiten zoals energiebeheer, telefonie, etc. Wij adviseren daarom ook vaak om een energiespecialist aan te stellen die zorgt voor energie-efficiënt beheer in de breedste zin van het woord.”

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.guido_neijmeijer_png/165_165_80_1__guido_neijmeijer.pngSchneider Electric zet in op energiebeheer van datacentersMon, 10 Dec 2012 00:00:00 +0100
Bauhaus ArtITech: ‘CIO heeft charmant leiderschap nodig’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/127/bauhaus_artitech_____cio_heeft_charmant_leiderschap_nodig___.html
Aandacht voor de mens in IT-projecten is een belangrijke succesfactor. Naast strategische programma executie zoals Lice Cycle Management programma’s en Datacenter-migraties heeft Bauhaus onder de noemer ‘charmant leiderschap’ een duidelijke visie op de rol van de CIO. Executive-People sprak hierover met directieleden Antoine de Wispelaere en André Keizer.

De opvallende naam Bauhaus ArtITech komt niet uit de lucht vallen. “De Bauhaus kunststroming (1919-1933) in de jaren 30 in Duitsland ging uit van eenvoud en functionaliteit bij architectuur ontwerp. Die associatie in de naam spreekt ons aan”, aldus directeur Antoine de Wispelaere.“Het meester gezel-principe dat zij hanteerden is eigenlijk iets dat in de IT vaak ontbreekt, terwijl je op die manier juist professionelere dienstverlening kunt garanderen.”

De Wispelaere zelf heeft een lange track record in de IT. Rode draad in zijn carrière is het ontwerpen van complexe architectuur die de business ondersteunt. Na een drietal jaren bij IBM Global Services, waar hij o.a. bij ABN Amro Bank complexe architecturen implementeerde, is hij zijn eerste onderneming gestart. Hier hielp hij zijn klanten met flexibele applicatie-architecturen. “Architectuur gebruikten we als praatplaat, je laat business en IT dezelfde taal spreken. Met name dat aspect bleek bij grote organisaties aan te slaan, je kunt daarmee echt veranderingen teweeg brengen en projecten succesvol maken.”

Hecht team
De Wispelaere is bij Robeco als Senior Vice President verantwoordelijk geweest voor het bijeenbrengen van de IT in éénorganisatie. Daarin bleek Lifecycle Management een belangrijk onderdeel te zijn. “Zorg dat je in control bent en voorbereid op veranderingen, en op de kwaliteit die de business van je eist. De datacentermigraties die we daar hebben uitgevoerd, heeft een hecht team opgeleverd,dat besloten heeft om verder te gaan. Zo zijn de datacentermigraties en lifecycle management-programma’s terecht gekomen in de kern van de propositie van Bauhaus ArtITech.”

André de Keizer is werktuigbouwkundige en is na een internationale carrière bij verschillende grote IT ondernemingen gewerkt zoals PinkRoccade, CapGemini en HP waar een duidelijke visie leefde op IT. “Alles heeft te maken met de executiekracht van het leiderschap. In een lage conjunctuur wordt de noodzaak tot krachtigere executie van projecten en programma’s groter. Dit is een indicatie hoe snel een onderneming kan inspelen op veranderingen in de markt. Reorganiseren dient evolutionair te gebeuren. Als je een grootschalige reorganisatie moet doorvoeren, heb je een afslag gemist. Om outsourcing vorm te geven keken wij over de mens-as naar de visie en het potentieel van een bedrijf.”

Dit sluit aan bij de visie van Bauhaus. “Bauhaus ArtITech is een organisatie die zich richt op grote ondernemingen en verantwoordelijkheid neemt namens haar klanten voor de uitvoering van complexe ICT innovatie programma’s. 

We nemen daarbij als vertrekpunt de agendapunten die typisch op het bord liggen van de CIO. De CIO is de verbindende factor binnen de Business en de ICT organisatie die met haar ICT strategie de business ondersteunt. De voor de CIO belangrijke vraagstukken worden vaak door zijn ICT organisatie, in de uitvoering van de operatie en het implementeren van nieuwe oplossingen, over het hoofd gezien.”

Versnelling
“Voor Bauhaus zijn deze typische CIO vraagstukken onderdeel van de oplossingen die wij voor onze klanten implementeren. Business en ICT programma’s dienen vanzelfsprekend bij te dragen aan de strategische verbeteringen die de ICT afdeling zich zelf ten doel heeft gesteld en zijn overeen gekomen met de business. In haar programma plannen kwantificeert Bauhaus de bijdrage die aan de implementatie van ICT strategie wordt geleverd.”

De werkwijze is anders dan organisatiesgewend zijn van een consultant. “Wij komen niet binnen met een groot team om alles helemaal voor te doen, want dat werkt niet. We komen met een beperkt team en werken 1-op-N. Dat het ons wel lukt, komt omdat we geen generieke consultants zijn, maar specialisten. We hebben zeer ervarenspecialisten op tal van technische disciplines. Van Wintel- naar storagespecialisten. Van extreem ervaren DBA’s tot virtualisatiespecialisten en datacenter auditors. En ook zeer ervaren en in techniek gespecialiseerde projectmanagers. Het onderscheidende van Bauhaus medewerkers is dat zowel de project managers als de specialisten mensen kunnen verbinden. Op die manier krijgen wij meer voor elkaar. Dat is de differentiator.”

De Wispelaere: “We nemen bijvoorbeeld de service desk de eerste dagen na een implementatie volledig over. Alles wat binnenkomt gaat via ons, want dan kunnen we zien of er patronen ontstaan waar we op kunnen acteren. We staan gelijk maandagochtend vroeg al naast de gebruiker, zodat we zien hoe het werkt. Zo maak je contact, dat is die menselijke kant van de service. Onze eerste kernwaarde is charmant leiderschap, en dat leiderschap dwing je niet af, het is een rol die je inneemt waarbij je andere mensen op hungemak stelt en aan de hand meeneemt. Dat vinden de klanten prettig.”

Ambities
Dat leiderschap sluit ook aan bij een ander aspect. De Wispelaere: “De IT-strategie is er vaak wel, maar die moet je ook implementeren. Het zijn vaak strategische issues die je toch al wilde regelen, zoals kostenbesparing en kennismanagement. De ambities die er liggen ineen organisatie willen we tijdens projecten helpen verwezenlijken. Bij veel IT-projecten wordt een eindpunt geformuleerd, en men gaat als het ware met oogkleppen op aan de slag om dat eindpunt te halen.”

“Aan het einde komt de CIO er dan vaak achter dat er toch van alles niet goed is gegaan onderweg, ondanks de opdracht. Dat is niet de manier om een IT-strategie te implementeren. Wij maken die IT-poot juist voorspelbaar met Life Cycle Management. En door de mens-as er nadrukkelijk bij te betrekken, omdat je daar de kennis ontsluit. Als je dat voor elkaar krijgt dan kun je in de bestuurskamer goed voorspellen wat wanneer klaar is, in plaats van beginnen en zien waar je uitkomt.”

Een cruciaal onderdeel van deze projecten is het licentiebeheer. Keizer: “Hier zijn in praktijk veel voordelen te behalen. De IT is steeds complexer geworden, waardoor het voor kan komen dat er onaangename verrassingen ontstaan op het gebied van licenties. Dat is deels een financiële kwestie, maar ook een zaak van compliancy. Dat lossen we op, en we zorgen dat het voorkomen wordt in de toekomst. Want er wordt bij architectuurontwerpen zelden rekening gehouden met de licentiepositie. Die maken we kleiner, en zorgen dat hij compliant wordt. Zo wordt van iedere beslissing de invloed op zowel architectuur als licentiepositie duidelijk.”

CIO’s herkennen dit verhaal omdat het aansluit bij hun ambitie. Keizer: “We oordelen niet over mensen, we willen een klimaat creëren waarbij ze open over hun problemen kunnen praten. Je kunt wel zeggen wat er allemaal fout gaat, maar het is beter aan te geven wat er wel goed is, en wat er daarnaast aangepast kan worden. We zijn kritisch, maar op een constructieve manier. Het gaat erom de klant te helpen stappen voorwaarts te maken.”]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.bauhaus_png/165_165_80_1__bauhaus.pngBauhaus ArtITech: ‘CIO heeft charmant leiderschap nodig’Fri, 07 Dec 2012 00:00:00 +0100
Wisseling van de wacht bij IT-Staffinghttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/125/wisseling_van_de_wacht_bij_it_staffing.html
Wessel van Alphen, al vijfentwintig jaar het gezicht van IT-Staffing, draagt de komende tijd de dagelijkse leiding over aan zijn zoon Wessel jr. In de afgelopen decennia heeft hij zijn bedrijf uitgebouwd tot een belangrijke speler op de markt voor detachering van zelfstandige IT-ers. In die tijd heeft hij zich tevens actief ingezet voor de verbetering van de positie van freelancers. Wessel jr zal dit beleid voortzetten en heeft ambitieuze plannen voor het uitbreiden van de organisatie.

“In de afgelopen vijfentwintig jaar is de markt voor zelfstandige professionals volwassen geworden”. Aldus Wessel van Alphen. “Een van de belangrijkste veranderingen, waar we als IT-Staffing hard aan hebben gewerkt, is dat de freelance automatiseerder als zelfstandige wordt geaccepteerd. Vijfentwintig jaar geleden mocht een freelancer bij een klant van zijn opdrachtgever vooral niet vertellen dat hij een zelfstandige was. Dat heeft mij altijd geïrriteerd, ik ben een groot voorstander van openheid en erkenning voor de zelfstandige automatiseerder, en eigenlijk voor alle freelancers.”

Hij heeft daarom altijd gestreden tegen de argwaan die lang bestond jegens freelancers. “Men kende het begrip niet, en zag zelfstandige professionals als avonturiers die niet serieus bezig zijn. Maar het tegendeel is het geval, deze mensen hebben juist veel kennis en kwaliteiten. Zij hebben geen werkgever nodig, hebben passie voor hun wèrk, leiden zichzelf op en hebben zeer bruikbare karaktereigenschappen.”

Die visie is ondertussen na veel lobbywerk ook tot het bedrijfsleven doorgedrongen. “Het wantrouwen is weg, ze erkennen nu dat het gaat om serieuze professionals. Je ziet nu zelfs dat er bij aanbestedingen ruimte is voor partijen als IT-Staffing om zelfstandig professionals in te zetten bij grote projecten.”

Maatschappelijke ontwikkelingen

Dit betekent niet dat al het werk is gedaan. “Er zijn nog steeds een aantal problemen. “De juridische positie van de freelancer is nog steeds niet helemaal duidelijk. De VAR is al wel een hele verbetering geweest, die voorkomt dat inhuurders navorderingen voor de loonheffing kregen van de Belastingdienst. Zo is er een fiscale opening gekomen om freelancers in te huren.”

Wessel jr. vult aan: “Die erkenning van freelancers loopt gelijk op met de ontwikkelingen in de maatschappij. Het is in een stroomversnelling gekomen door de economische situatie. Veel bedrijven willen terug naar een vaste kern van medewerkers, terwijl ze als aanvulling daarop een beroep kunnen doen op een flexibele schil.”

“Een andere maatschappelijke ontwikkeling die in onze markt een rol speelt is de opkomst van een nieuwe generatie op de arbeidsmarkt. Die jonge generatie is op zoek is naar uitdagend werk en afwisseling. Er zijn nog maar weinig mensen die op zoek zijn naar een baan 'van de wieg tot het graf',”

“Deze trend zorgt voor andere samenwerkingsvormen, waar de zelfstandige professional uitstekend in past. Je ziet dat dit ondertussen ook terugkomt op de politieke agenda. Op dit moment vinden serieuze discussies plaats over de positie van de ZZP-er. Politici vragen zich af hoe ze daarmee om moeten gaan, en het zelfstandig ondernemerschap kunnen bevorderen.”

Pioniers

Parallel aan de acceptatie van zelfstandige professionals is de perceptie van detacheerders als IT-Staffing veranderd. Wessel sr.: “Intermediairs werden vroeger als cowboys gezien, terwijl we juist pioniers waren. Door het klantenportfolio dat we in de loop van vijfentwintig jaar hebben opgebouwd hebben we laten zien dat het wel degelijk een serieuze markt is. We zijn volledig compliant, en de klant vertrouwt dat. We kunnen voor een opdrachtgever altijd de juiste man op een project leveren. Door onze historie krijgen we zo steeds meer een vertrouwensrelatie met de markt, zowel met de free lancer als met de klant.”

Dit betekent dat de nieuwe directeur leiding gaat geven aan een volledig geprofessionaliseerde detacheringsorganisatie, die ver is gekomen sinds de eenmanszaak die Wessel sr. ooit heeft opgezet. Een beetje wijze raad, maar meer nog principes, wil hij zijn opvolger niet onthouden: “Voor mij zijn openheid, eerlijkheid en transparantie belangrijke waarden. Daarnaast is het belangrijk dat je als ondernemer je nek uit durft te steken. Je hebt vooraf nooit de volledige zekerheid dat een besluit goed of fout is.”

“Het gaat om het nemen van initiatieven, je moet dingen gewoon doen. Dan maak je weliswaar af en toe fouten, maar die kun je in veel gevallen nog bijsturen. Moed is de best betaalde eigenschap in deze maatschappij en ervaring is de beste leermeester. Maak keuzes, maar wel op basis van een beleid en een plan.”

Wessel jr. heeft al geruime tijd ervaring kunnen opdoen bij IT-Staffing. Hij is al elf jaar op deze markt actief, waaronder een aantal jaren als freelance IT-er. Bij IT-Staffing heeft hij vervolgens een organisatie opgezet rond Oracle, het Oracle Competence Center. “Deze markt is nog steeds volop in beweging. Ik denk dat we nu aan de vooravond staan van een volgende fase, het wordt heel normaal om als zelfstandige professional je diensten aan te bieden. Dat wordt in toenemende mate een commodity, wat kansen biedt voor IT-Staffing. Ik wil daar graag onderdeel van uitmaken en sturing aan geven.” Hij zal als nieuwe directeur niet radicaal het roer omgooien. “We hebben een strategie geformuleerd waar ik volledig achter sta.”

Business belangrijker

Hij ziet in de inzet van IT-ers wel een verandering optreden. “Waar we voorheen vooral contact hadden met de IT, zie je dat inhuur van externen steeds meer als commodity wordt gezien waardoor bijvoorbeeld de afdeling inkoop IT-ers gaat inkopen, zeker daar waar het contractuele afspraken betreft. Ik zie ook een beweging waarbij zelfstandige professionals gezien worden als strategische workforce en de HR-afdeling een grotere rol gaat spelen in het pro-actief managen hiervan.“

Inhoudelijk zijn steeds meer organisaties op zoek naar mensen die verstand hebben van zaken als cloud, social media en apps. Tegelijkertijd hebben partijen als grote banken nog steeds hun traditionele infrastructuur, dus zij zijn op zoek naar de traditionele automatiseerder. 

“Bovendien zien we steeds meer vraag naar branchekennis. Een verzekeraar bijvoorbeeld wil niet alleen een ontwikkelaar, maar iemand die tegelijkertijd verstand heeft van verzekeren. Die moet in staat zijn de vertaalslag naar de business te maken. Dat is voor ons ook een logische ontwikkeling, kandidaten leveren die verstand hebben van de techniek èn een bijdrage kunnen leveren aan het bedrijfsproces.”

Een belangrijke nieuwe ontwikkeling bij IT-Staffing is dat er steeds meer vraag komt naar zelfstandige professionals in andere sectoren dan ICT. “Daar zal de komende jaren nog heel veel te doen zijn”, verwacht Wessel jr. “Onze klanten vragen steeds vaker naar freelancers op andere gebieden omdat ze tevreden zijn over de invulling die we geven aan IT. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om HR managers, financiële en juridische specialisten. We gaan onze activiteiten dus verleggen, dat zal een nieuw label in de markt worden. Ook dat zal een flinke uitdaging worden.”

Uiterlijk 1 februari 2014 zal de overgang voltooid zijn, misschien al eerder. Wessel sr. heeft daarover nog een opmerking: “Natuurlijk is mijn opvolger ook mijn zoon, maar als ik er niet van overtuigd geweest zou zijn dat hij de juiste kwaliteiten heeft, dan had ik het niet gedaan. De belangrijkste reden dat hij me gaat opvolgen is dat hij het kan.”

Wessel jr: “Andersom geldt dat als ik er zelf niet het volste vertrouwen in zou hebben, ik het niet zou doen. Ik merk nu al, in de overgangsfase, dat het vertrouwen groeit. Mensen vinden mij al veel sneller, en komen sneller naar me toe. Ik merk dat ik groei in die rol, het is leuk om te doen, er is veel enthousiasme in deze organisatie.”

Door: Marco van der Hoeven

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.wessel_van_alphen_sr_en_jr_png/165_165_80_1__wessel_van_alphen_sr_en_jr.pngWisseling van de wacht bij IT-StaffingThu, 06 Dec 2012 00:00:00 +0100
Huidige economie vereist andere aanpak ICThttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/124/huidige_economie_vereist_andere_aanpak_ict.html
SLTN is gespecialiseerd in het compleet ontzorgen van ICT-infrastructuren. Of het nu gaat om architectuur, integratie, services, backup, detachering en analytics: SLTN is uw partner in ICT. De door SLTN geleverde diensten kenmerken zich door professionaliteit en klantgerichtheid. SLTN is dan ook Premium Partner van ‘s werelds meest gerenommeerde ICT leveranciers. 

SLTN  heeft de smaak van een gezonde groei goed te pakken. In het afgelopen fiscale jaar is SLTN van 55 miljoen euro gegroeid naar bijna 66 miljoen euro omzet. Het afgelopen half jaar werd op jaarbasis wederom een forse groei van 14% gerealiseerd.   
“Resultaten waar we trots op zijn”, aldus Eugene Tuijnman, oprichter en CEO van SLTN. En ik zeg met name ‘we’ want het succes van SLTN komt zeker niet vanzelf, het komt door de juiste product-portfolio in combinatie met de inzet en de kennis van de SLTN medewerkers. Juist dat maakt het verschil waardoor SLTN niet alleen bij haar bestaande klanten meer omzet realiseert maar ook steeds meer nieuwe klanten aan zich heeft weten te binden. “In de afgelopen 18 maanden hebben we meer dan 200 nieuwe klanten mogen verwelkomen”, volgens Eugene Tuijnman. “Door de groei enerzijds, maar ook door de veranderende IT proposities anderzijds speelt SLTN prima in op de veranderende klantbehoefte."

SLTN ontzorgt ICT. Een thema dat in de huidige marktomstandigheden zeer actueel is. “Bedrijven moeten zich meer en meer aanpassen aan veranderende markt omstandigheden. Dit vraagt in toenemende mate om meer flexibiliteit van IT”, stelt Eugene Tuijnman. “Bedrijven hebben niet alleen fors geïnvesteerd in functionaliteit zoals ERP, CRM en financiële pakketten, ook de infrastructuur en de personele bezetting van de IT afdeling zorgt voor fors kapitaalsbeslag. Snel inspelen op veranderingen is hierdoor erg lastig: additionele investeringen zijn gelet op het beleid van de banken erg lastig te realiseren en mede hierdoor is er veelal sprake van een status quo. Dat is voor niemand wenselijk.” 

SLTN ontzorgt ICT
 
SLTN speelt zoveel mogelijk in op de wijzigende IT-behoefte van de klant. Met name de klanten in de doelgroep tussen de 100 en 1.500 medewerkers hebben veel behoefte aan een IT-partnership, veelal voor lange termijn en op basis van transparantie en vertrouwen. Dat is exact de reden waarom SLTN harder groeit dan de markt en de concurrentie. SLTN ontzorgt ICT en doet dit op basis van lange termijn relaties, transparantie, marktconforme tarieven en met gedreven en gemotiveerde medewerkers. 

“Maar daarmee alleen komen we er natuurlijk niet” , aldus Eugene Tuijnman. “IT bestaat altijd uit een solution stack en dus uit een samenstelling van componenten. Zowel hardware als software en bijbehorende diensten. SLTN investeert fors in het behalen en bijhouden van de hoogste business partner status van diverse grote IT leveranciers. Hierdoor is niet alleen de kennis geborgd maar ook de relaties met de leveranciers want beide zijn zeker zo belangrijk. 

“IT veranderd razendsnel de laatste tijd. Niet alleen door allerlei nieuwe technologieën maar met name door de toepassing van de nieuwe technologieën ontstaat een geheel andere wijze van het gebruiken van IT” , stelt Tuijnman. “Virtuele werkplekken, Bring Your Own Device en Cloud. Zomaar een paar termen die de afgelopen 12 maanden een forse vlucht hebben genomen en zeker de komende 36 maanden nog meer zullen toenemen. En dat heeft een enorme impact op de IT-afdelingen van bedrijven maar met name ook op de productiviteit van de medewerkers.”

“IT-managers hebben de uitdaging met teruggeschroefde budgetten de huidige IT-omgeving te continueren en te optimaliseren. Directies hebben steeds minder gevoel bij IT en dat zal in de toekomst zeker niet minder worden.” 

“Maar moet een directie eigenlijk wel iets begrijpen van IT? Ik denk persoonlijk dat dit steeds minder belangrijk wordt” , voorspelt Tuijnman. “IT moet beschikbaar zijn net als een auto. Het moet af te nemen zijn tegen vaste, vooraf bepaalde kosten en een beschikbaarheid die past bij de behoefte van de gebruiker. Bij auto’s praten we dan over prijs per maand, full operational lease en vervangend vervoer binnen 4 uur. En over 234 Pk en 6 cilinders, 5 zitplaatsen en een trekhaak. In IT praten we inmiddels over CRM op basis van zoveel VM’s, CPU’s en Storage met een SLA van 7x 24 uur en een uptime van 99,99%. Ziet u het verband? Tegenwoordig kan dit vanwege de laatste technologische en economische ontwikkelingen. De emotie van de keuze van het merk is bij auto’s altijd veel meer aanwezig dan bij IT maar sinds de bijtelling fors is gestegen, is de merken trouw ook bij het gebruik van auto’s fors afgenomen. Bij IT-gebruik op basis van voorspelbare kosten en beschikbaarheid is het IT-merk ook ineens veel minder relevant geworden. Het gaat om de beschikbaarheid en bijbehorende prijs!”, besluit Tuijnman gepassioneerd zijn betoog. 

SLTN speelt hier op in door o.a. het aanbieden van Cloud oplossingen; gevirtualiseerde server- en storage oplossingen, indien gewenst volledig beheerd en alles op basis van gebruik. Geen tot minimale investeringen derhalve en geen additionele kosten voor IT medewerkers. Mede door de strategische samenwerking die SLTN heeft met Data Center Brabant (DCB) is kwaliteit en continuïteit van de SLTN cloud geen issue.  Data Center Brabant is volledig ISO gecertificeerd. (ISO 9001, ISO 14001 en ISO 270001)  Uiteraard speelt ook duurzaamheid een belangrijke rol; Data Center Brabant  is één van de duurzaamste Tier 3 datacenters van Nederland. Mocht de klant echter een voorkeur hebben voor een ander datacenter is dat geen enkel problem. SLTN heeft samenwerkingen met verschillende bekende datacentra. 

“SLTN wordt steeds vaker door klanten benaderd die een stap willen zetten naar gebruik van IT in plaats van eigenaar zijn van IT” , aldus Tuijnman. “Het gaat dan veelal om een initieel assessment waarbij SLTN de huidige IT-omgeving in kaart brengt, deze afstemt op de toekomstige wensen van de klant en vervolgens middels een plan van aanpak het volledige migratie project uitvoert. Dat kan op basis van eigen infrastructuur op locatie van de klant, of volledig op basis van de SLTN Cloud. Echter, en dat is de meest voorkomende, op basis van een hybride cloud omgeving. In het geval van een hybride cloud omgeving blijft de klant een aantal belangrijke en privacy gevoelige applicaties in eigen huis op eigen infrastructuur draaien en wordt voor de overige toepassingen gebruik gemaakt van de SLTN Cloud. Het beheer van deze hybride cloud oplossing wordt veelal gezamenlijk uitgevoerd. Door de combinatie van personeel van de klant, aangevuld met diensten en personeel van SLTN ontstaat een perfecte match.”, besluit Tuijnman. 

 ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.eugene_tuijnman_december2012_png/165_165_80_1__eugene_tuijnman_december2012.pngHuidige economie vereist andere aanpak ICTTue, 04 Dec 2012 00:00:00 +0100
Interview Chris Hazewinkel, Easynet: ´Het gaat altijd om service, partnership en business kennis’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/122/interview_chris_hazewinkel__easynet____het_gaat_altijd_om_service__partnership_en_business_kennis___.html
Met alle innovaties in applicaties en devices wordt wel eens vergeten dat dit ook ingrijpende gevolgen kan hebben voor het netwerk en de beveiliging van gegevens. Met een beter beheer van applicaties kan een hogere beschikbaarheid worden gegarandeerd, tegen beheersbare en voorspelbare kosten. Om dit te bereiken is het zaak dat het netwerk bij IT projecten onderdeel wordt van de volledige business case. Een IT service provider kan dit als onafhankelijke partij goed faciliteren. 

Chris Hazewinkel is als sales & marketing director bij Easynet Global Services verantwoordelijk voor de corporate business in Nederland, en deels ook voor Noord Europa. Hij geeft leiding aan een organisatie die volop in beweging is: “Easynet is in transformatie, zeker in Nederland. Ik beschrijf het wel eens als een lift, we blijven groeien terwijl er mensen in- en uitstappen. We laten die lift bewust niet al te hard naar boven gaan om die groei in de hand te houden. We willen onze naam blijven waarmaken in de markt. Inmiddels zijn we opgenomen of erkend in het Leaders Quadrant van Gartner.”

Belangrijk voor Hazewinkel is de visie die ten grondslag ligt aan de groei van Easynet: “Wat ons onderscheidt is dat we een echte wereldwijde service provider zijn op de markt voor business-to-business in IT Telecom. Service staat bij ons hoog in het vaandel, en hoger nog dan de techniek. Dat is in feite een commodity, even afgezien van de innovaties die er natuurlijk zijn, maar het gaat altijd om service, partnership, en de businesskennis bij de klant.”

Zijn gesprekspartner is daarom zowel de CIO als de mensen op de werkvloer. “We willen uit de eerste hand ervaren hoe de business in elkaar zit, om mee te kunnen denken over de roadmap voor de ontwikkeling van business en IT. Het gaat dan bijvoorbeeld om het garanderen van de businesscontinuïteit, of verschaffen van meer real time informatie. Die wensen relateren we dan terug naar de business, om uiteindelijk uit te komen op dienstverlening op maat.”

Meedenken met de business
“Zo helpen we waar nodig de CIO om mee te denken met de business aan de hand van onze ervaring in vergelijkbare situaties, zodat de IT daar nu en in de toekomst op aansluit. Dat is in feite de kern van ons dagelijks werk. Ons workshop aanpak is daarbij essentieel. We helpen CIO’s daarnaast om na te denken over trends die ze wellicht niet direct zien, maar waar ze zich in later stadium wel zorgen over kunnen maken. Een voorbeeld daarvan is de impact en het gedrag van applicaties en innovaties op het bestaande netwerk. Gezien het multifunctionele karakter van een CIO en het feit dat IT complex is, komt het voor dat de CIO overziet dat - het netwerk waarover de data getransporteerd wordt steeds belangrijker wordt.”

Hoewel alles IT of IP wordt, is dat niet altijd te zien in de beschikbare budgetten. Die worden vaak verwacht ieder jaar weer lager te zijn, omdat de algemene perceptie vaak is dat de prijzen voor bijvoorbeeld bandbreedte voortdurend dalen. Dat is echter in praktijk helemaal niet het geval, zeker niet in relatie tot de kosten die komen kijken bij Bring Your Own Device.

Hazewinkel: “Dat heeft grote invloed op het netwerk. Je kunt wel een brede verbinding hiervoor aanleggen, maar daarmee heb je de applicaties en de bijbehorende security niet onder controle. Het komt bijvoorbeeld niet altijd goed als je alleen de bandbreedte maar vergroot. In praktijk gaat ook die ruimte snel vol zitten. Applicaties nemen namelijk een eigen gedrag aan, geven zelf hun voorkeur aan en dat kan ertoe leiden dat de gebruiker een trage of slechte verbinding lijkt te hebben. Dit nog even los van de security problemen die kunnen ontstaan als dit niet goed wordt gemanaged en beheerd.”

“Een applicatie volgen van gebruiker naar gebruiker is tegenwoordig veel belangrijker dan tussen twee firewall poorten. Als je daar echter slim mee omgaat, en die applicatie gecontroleerd en dynamisch aanstuurt over het netwerk kun je veel meer doen met minder bandbreedte, en heb je meer controle en kun je die applicatie delivery garanderen. Daar is natuurlijk wel weer een goede kwaliteit van de bandbreedte voor nodig. Je kunt trouwens ook beter anticiperen op de netwerkbehoefte en dus op het IT budget, zeker als er nieuwe IT projecten zijn. Al met al blijft het belangrijk om te investeren in het netwerk, alles wat er gebeurt moet tenslotte over dat netwerk heen gaan.”

Applicatiegarantie
“CIO's weten wel dat dit speelt, maar ze moeten dat ook duidelijk kunnen maken aan de CFO die altijd denkt dat de netwerkkosten wel omlaag kunnen. Die netwerkcomponent blijft vaak enigszins onderbelicht, dat zie je bijvoorbeeld in de volgorde van de projecten. Men schaft een applicatie aan, en bedenkt pas later wat de vertaalslag is van die applicatie naar het netwerk. Die afhankelijkheid komt vaak laat aan bod. Daar proberen we aandacht voor te genereren. Niets is vervelender dan achteraf vragen om extra budget”

Daarom kijkt Easynet steeds vaker naar applicatiegarantie dan naar netwerkbeschikbaarheid. “Dat is de rol van een service provider, want dat raakt de business. De klant hoeft zich geen zorgen meer te maken om het netwerk, dat regelen wij. Het gaat erom wat de applicatie doet van A naar B. Wat betekent het als iedereen Android en iPad gebruikt? Dat kan al snel oncontroleerbaar worden, de druk op het netwerk wordt steeds groter. Belangrijke applicaties zoals ERP paketten kunnen worden weggedrukt. Dat is heel complex. Het is zaak prioriteiten aan te brengen op grond van business overwegingen, en daar je SLA op aan te passen.”

Terwijl IT steeds belangrijker wordt krijgen CIO’s kleinere teams, door de macro-economische situatie. Dit maakt outsourcing weer een actueel thema. “Als service provider krijgen we een intensiever samenwerkingsverband, vaak sturen we ter plekke het netwerk aan voor de klant. We merken dat veel klanten terugkomen van outsourcing naar verre, goedkope landen. Voor hen is het een groot voordeel dat onze helpdesks lokaal zijn. Dat hebben we altijd weten vol te houden, en dat willen we ook blijven doen, het is een onderscheidend punt. De klant hoeft dan geen code te geven aan een call center agent met een script omdat men de naam niet kan spellen, de problemen worden door de locale helpdesk namelijk meteen begrepen omdat we de klant kennen en ook de situatie en impact”

Coherent productportfolio
Een andere trend is dat veel organisaties het aantal leveranciers terug willen brengen naar een of twee per kavel. “Ze willen een meer coherent productportfolio. Van ons vragen ze dus een intelligent netwerk, met vaste en mobiele telefonie over één netwerk, gecombineerd met managed hosting en collaboration services zoals video services of MSLync.”

“Een CIO heeft bijvoorbeeld over heel Europa heen te maken met 46 telefonieproviders. Dat kunnen wij met onze faciliteiten zeer snel centraliseren. Vanuit één punt sturen we dan alle telefonieproviders voor onze klant aan. Daarmee kunnen zij fors besparen. Dat is een duidelijke trend, we zien dat er veel vraagt is naar die besparingen. Dat speelt onder meer op het niveau van de CFO, want het is belangrijk dat de CFO de besparingen ziet en daarop kan rekenen. We merken dat de CFO en de CIO hierin intensief samenwerken. Het is dus voor ons belangrijk om beide functies mee te nemen. Het gaat om de return, de uitgaven, de besparingen. Dat zijn terechte vragen die we krijgen.”

Op basis van deze visie groeit Easynet vrij constant met ongeveer twaalf procent per jaar. “Dat komt met name doordat we onze bestaande klanten weten vast te houden. Een groot deel van onze capaciteit is gericht op die bestaande klanten. We zien dat zij steeds meer afnemen omdat ze tevreden zijn over de andere diensten. We zijn niet per definitie de goedkoopste, we zijn wel transparant en kunnen laten zien dat we verstand van zaken hebben. Dat wekt vertrouwen, en wordt gewaardeerd.“
 
Door: Marco van der Hoeven]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.chris_hazewinkel_png/165_165_80_1__chris_hazewinkel.pngInterview Chris Hazewinkel, Easynet: ´Het gaat altijd om service, partnership en business kennis’Sat, 01 Dec 2012 00:00:00 +0100
'Data-exploration vereist geen business case'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/121/_data_exploration_vereist_geen_business_case_.html

Jill Dyché, Vice President of Thought Leadership bij SAS, is specialist op het gebied van Datagovernance, Business Intelligence, Master Data Management, en CRM. Zij adviseert over het strategisch belang van investeringen in informatie en data. Voor een volle zaal bij SAS in Huizen sprak zij over nieuwe Best Practices rond Informatie Management. Hoe kun je het best aan executives duidelijk maken dat data van strategisch belang is en dat ze big data moeten zien als een enorme zakelijke kans, in plaats van een bedreiging of complexiteitsprobleem.

Wat bedoel je met nieuwe ‘best practices’?

“Veel CIO’s worstelen met het probleem om het topmanagement te overtuigen van het nut om te investeren in data en data management technologie. Data wordt door executives nog te vaak gezien als het bijproduct van applicaties. Als je data kunt verbinden aan het vermogen om corporate doelstellingen te bereiken kun je de executives in een positie plaatsen waarin ze expliciet ‘nee’ zouden moeten zeggen op een vraag als “Wil je investeren in data als niet-investeren betekent dat je je doel niet gaat halen?” Dat is een vraag waar ze uiteindelijk geen nee op kunnen zeggen. Ze zullen dan geen bezwaren meer hebben en zelfs meefinancieren. Je moet data dus verbinden aan je strategie. “We kunnen ons nieuwe CRM-systeem niet succesvol maken, tenzij we investeren in data.” Als je duidelijk maakt dat je niet kunt slagen zonder goed beheerde informatie dan zullen executives luisteren en handelen.”

Is Big Data een extra argument?

“Big Data gaat veel minder over volume dan vaak wordt gedacht. Big data gaat over nieuwe soorten data, nieuwe formats, nieuwe manieren om data te gebruiken en nieuwe technologie die dit mogelijk maakt. Het niet benutten van de big data-kans omdat je ‘eigenlijk helemaal niet zo verschrikkelijk veel data zou hebben’, is geen excuus. Met technologie als High-Performance analytics, Hadoop en Visual Analytics kun je bestaande processen en analyses verschrikkelijk veel sneller doen, maar je kunt ook nog eens heel nieuwe dingen doen. Als berekeningen (bijvoorbeeld het inschatten van kredietrisico’s) in plaats van twee dagen nu nog maar een paar minuten vragen, dan bereik je heel nieuwe niveaus van efficiency en kostenbesparing. Daarnaast heb je te maken met heel nieuwe soorten gegevens als social media data. Bedrijven weten nog nauwelijks hoe ze daarmee om moeten gaan en hebben nog geen producten of instrumenten om er mee om te gaan. Nieuwe soorten data, nieuwe bronnen, steeds snellere beschikbaarheid ervan en steeds minder tijd om beslissingen te nemen betekent eens te meer dat big data neerkomt op het managen van data als een asset en dat je nieuwe strategische beslissingen moet nemen. “

Hoe belangrijk is datakwaliteit?

“Datakwaliteit is voor big data minder belangrijk. De lage instapkosten voor Hadoop en HPA maken het mogelijk ruwe, minder schone data gewoon in een dergelijk platform te ‘laten lopen’ en dan de technologie met de vervuilde versie te laten werken. De context bepaalt de relevantie of het belang van kwaliteit. Dat wordt het gesprek voor de komende tijd, het managen van je data in de context van het gebruik dat je ervan wilt maken. De schaalvoordelen van het hergebruik van data werken in het voordeel van ruwe ongefilterde data. Het feit dat de kwaliteit contextgerelateerd is, en je dus niet álles meteen vanaf het begin 100% schoon hoeft te hebben maakt het feitelijk ook makkelijker om te beginnen. Je kunt klein beginnen. "

"Datagovernance, het raamwerk om strategie, doelstellingen en beleid ten aanzien van corporate data op te baseren, is daarbij wel essentieel om precies te bepalen hoe schoon welke data moet zijn voor welk doel. Vervuiling is niet erg, als we maar weten hoe vuil het is, en waarom. En big data leent zich met de nieuwe technologieën prima voor ‘discovery’, het vinden van zaken waar je niet naar op zoek was.”

"Als je vroeger aan de gang ging met iets van discovery, dan kon dat maanden kosten, iets dat nu in seconden kan. Honderden terabytes doorzoeken was toen veel te kostbaar, nu niet meer. Maar executives moeten dan data-exploration wel ondersteunen, en accepteren dat je geen business case hoeft te hebben voor alles wat je doet. Executives moeten zeggen we laten je ‘spelen’ met een deel van het budget, en de rechtvaardiging vinden we later wel. Het is niet anders dan met R&D. Veel grote ontdekkingen en uitvindingen zijn bijproducten van heel ander onderzoek, zaken waar men niet specifiek naar op zoek was."

"Mijn eigen ‘Aha-moment’ kwam toen ik zag dat miljoenen warden verspild aan CRM-projecten die mislukten, vanwege slechte data. Je vermogen om je strategie uit te voeren is proportioneel aan de mate waarin je data beheerd wordt. En dan is het weten dat data strategisch is de eerste stap. Maar die is vervolgens niets waard als niet ook de tweede stap wordt gezet, die van ‘execution’. Handel er ook naar en voer data management-projecten uit.  Het meten van de waarde van data als een asset zien we bij sommige bedrijven die echt meten. Zij maakten inzichtelijk hoe het verbeteren van data had geleid to meer klantloyaliteit, en daarmee meer omzet en meer winst."

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.jill_dyche_jpg/165_165_80_1__jill_dyche.jpg'Data-exploration vereist geen business case'Thu, 29 Nov 2012 00:00:00 +0100
‘Technologie komt pas aan het eind’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/120/___technologie_komt_pas_aan_het_eind___.html

Veel bedrijven hebben goede ideeën, maar hebben deze veelal moeite om concrete vervolgstappen te maken. Dialogues Technology heeft een geheel eigen visie op de inzet van IT bij dergelijke vraagstukken. Ze hebben de traditionele manier van software-ontwikkeling losgelaten, om ruimte te maken voor voortdurende verbetering tijdens het ontwikkelproces. ‘Een klassiek functioneel ontwerp is een recept voor een mogelijke mislukking.’

De wortels van Dialogues Technology liggen in de wereld van innovatie. Het bedrijf is ooit begonnen als afdeling binnen het Dialogues-programma van ABN Amro, dat zich richt op innovatie middels corporate venturing op basis van radicale innovatie. Learning by doing is daarin een belangrijk principe, in een inspirerende omgeving.

Binnen dat programma zijn een aantal complexe en innovatieve systemen ontwikkelt op basis van de traditionele manier van software ontwikkelen. Maar dat werkte niet naar tevredenheid aldus beide directeuren Marc van Gent (foto rechts) en Bastiaan Walenkamp (foto links). Directeur Marc van Gent: “In zo’n innovatieprogramma ken je de uitkomsten niet. Als je volgens het boekje werkt heb je te maken met requirements, analisten, architectuurplaatjes, en heel veel technische documentatie. Dat laatste komt terecht bij een business owner die over het algemeen een functionele ontwerp niet goed kan lezen. Ze geven al snel toestemming om te beginnen, waarmee je als het ware de black box van software-ontwikkeling ingaat. Dan komt er vaak extra complexiteit boven water, loopt het project uit en is meer budget nodig.”

“Dat is geen innovatief partnership, waarin je open moet staan voor een veranderende omgeving, zoals de markt, en nieuwe inzichten”. Bij innovatie, en vernieuwing, moet je juist rekening houden met de veranderende omgeving tijdens het bouwen. De feedback die je krijgt uit de praktijk, het voortschrijdend inzicht, moet kunnen leiden tot verbeteringen. Zo voorkom je dat wat wordt afgeleverd is ingehaald door de realiteit. Je wilt omgaan met veranderende markten.”

Regie in eigen hand

Nadat Dialogues te rade was gegaan bij bedrijven die succesvol met veranderingen omgaan is de beslissing genomen om de regie in eigen hand te nemen, en resources in te huren bij andere bedrijven. “We gingen zaken iteratief aanpakken, dichter bij de business. Die houdt niet van techno-taal, dus hebben we ervoor gekozen met prototypes onze ideeën visueel te presenteren. Dat leidt tot beleving van de oplossing en vooral communicatie op gelijkwaardig niveau. Dat hebben we een aantal keren in praktijk gebracht, en de reacties bewezen de waarde van visualisering. Dit onderschrijft ook onze visie dat een klassiek functioneel ontwerp een recept is voor mislukking: het is heel moeilijk om exact in woorden te beschrijven wat je wilt. Daar zijn beelden voor nodig” aldus Bastiaan Walenkamp.

De gekozen methode, Agile Scrum, is uitgebouwd tot ‘Dialogues Scrum’. Walenkamp: “Daarin is houding heel belangrijk. Je staat continu open voor verandering. Dit betekent dat het product dat je denkt te gaan bouwen niet lijkt op het eindresultaat, maar dat resultaat klopt wel met de actuele situatie. Je houdt dus constant focus op de business value, en je levert op wat op dat moment waardevol is. Dat blijkt goed aan te slaan bij de markt, en zo is Dialogues Technology als bedrijf ontstaan.”

Bij de innovatieve en complexe projecten waar Dialogues Technology aan meedoet is volgens hem het onderscheidend vermogen dat technologie pas aan het einde echt in beeld komt. “De beginfase bestaat uit business sprints, waarin we een aantal stappen nemen: je moet de context voelen, op basis van wat de gebruiker wil. Vervolgens komt de creatieve fase, wat is bedenkbaar aan oplossingen. Dat kan alle kanten opgaan. De derde fase is maakbaarheid, wat kun je in de context van zo’n onderneming realiseren. De laatste fase is de haalbaarheidsfase, is het ook rendabel dat te doen.”

Ventus

Dit raakt uiteindelijk aan meer vraagstukken, zoals infrastructuur, governance en compliancy. Omdat Dialogues zich sterk richt op realisatie is daar een partner voor gezocht. Onlangs is Ventus daarom partner geworden bij Dialogues Technology, om het portfolio compleet te maken.

“Veel bedrijven hebben goede ideeën, maar weten de volgende slag niet te maken. Wij hebben daar de business prints voor ontwikkeld als hulpmiddel. Dat mondt uit in software-realisatie. Op die manier kun je zinvol een project uitvoeren. De mensen die daaraan werken hebben een hoog empathisch vermogen, zodat technologievragen als business vraag worden gesteld.”

“We gebruiken zelf ook Agile Scrum. Zo kom je tot leuke verbeteringen. Traditioneel gaat bijvoorbeeld een tester aan het eind van een ontwerp terug naar de start. Dat is eigenlijk raar, want daar heeft de analist al functionaliteiten in kaart gebracht. Wij hebben daarom het werk van de analist en de tester samengevoegd. Hier bleken echter geen hulpmiddelen voor te zijn, wat heeft geleid tot een zelf ontwikkelde tool waarmee de functionele requirements worden vastgelegd in happy flows. Het tool legt op eenvoudige manier de functionele ‘flows’ vast, en test deze op open einden. Aan het eind van het project berekenen algoritmen de mogelijke testpaden en genereert de testscripts. Dit product, DTMTool.com, bespaart enorm op testen en gaat ondertussen de hele wereld over. Dat product is dus ontstaan vanuit het doen, het is niet een doel op zich geweest.”

Dergelijke ontwikkelingen hebben al geleid tot diverse start ups binnen Dialogues Technology, om nieuwe kennis te ontwikkelen. “We zitten zelf ook in een business omgeving waarbij we leren van de best practices. Dat is de erfenis van onze oorsprong, innovatie zit in ons DNA. Dit doen we ondertussen voor een breed scala aan klanten, van MKB tot enterprise. Zij willen ideeën realiseren, complexe systemen ontwikkelen, Agile Scrum implementeren, en vooral meer business genereren door effectief gebruik van technologie zoals Bigdata.” Ieder project wat we hebben uitgevoerd zit een kennismanagement element, dat zal voor ondernemingen alleen maar belangrijker worden in de toekomst.

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.dialogues_directie_png/165_165_80_1__dialogues_directie.png‘Technologie komt pas aan het eind’Sat, 24 Nov 2012 00:00:00 +0100
‘Ontwikkel een brede visie op digitale identiteiten’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/118/___ontwikkel_een_brede_visie_op_digitale_identiteiten___.html

Volgende week vindt alweer voor de derde keer IDentity.Next plaats. Op dit internationale congres, een van oorsprong Nederlands initiatief, wordt kennis uitgewisseld over onderzoek en innovatie op het gebied van digitale identiteiten. Doel is volgens een van de initiatiefnemers, Hermen van der Lugt van Novay, om digitale identiteiten breder te bekijken dan alleen technologie.

“Je kunt digitale identiteiten op verschillende manieren bekijken”, aldus Hermen van der Lugt, algemeen directeur van Novay. “Dat kun heel smal zijn, bijvoorbeeld uitsluitend op het gebied van security of technologie. Wij pleiten echter voor een bredere visie op de rol van digitale identiteiten in dienstverlening, in relatie tot de manier waarop de economie zich ontwikkelt. Kijk bijvoorbeeld ook naar business-modellen, kies een breder perspectief dan alleen de technologische infrastructuur.”

Een belangrijke ontwikkeling op het gebied van digitale identiteiten is bijvoorbeeld de rol van sociale media. “Kun je je sociale profiel breder gebruiken? Zo leven er veel vragen over publiek-private samenwerking. Mag je DigiD ook voor andere toepassingen in dienstverlening gebruiken, zoals zorg, financiële instellingen of media? Dat zijn de vragen die wij in praktijk tegenkomen bij onze klanten.”

Om deze visie onder de aandacht te brengen heeft Novay de Digital Identity Award ingesteld, die dit jaar tijdens het evenement zal worden uitgereikt. Van der Lugt: “Dit hebben we gedaan om een impuls te geven aan, en aandacht te vragen voor, vernieuwing op dit gebied. Ook hier speelt weer dat we willen uitdragen dat een brede visie belangrijk is. We willen waardevolle vernieuwingen laten zien die breder kijken dan alleen technologische innovatie. We tonen hoe realisatie en implementatie in praktijk werken, en de marktpotentie naar voren halen.”

Waarde voor de eindgebruiker

De genomineerden, Evolok, eHerkenning en IDchecker, kenmerken zich volgens hem door doorzettingsvermogen, ze hebben daadwerkelijk iets laten zien. “De mate van innovativiteit speelt een rol, en de vernieuwing in hun sector. Belangrijk is hoe ze met zaken als privacy-vraagstukken omgaan, en welke waarde het heeft voor de eindgebruiker. Er kan wel veel waarde inzitten voor een organisatie, maar wat heeft de eindgebruiker aan de innovatie?”

Deze award sluit aan bij de dagelijkse praktijk van Novay, voorheen het Telematica Instituut. Novay is een onderzoeksorganisatie op het grensvlak van ICT en innovatie waar Digital Identity onderdeel van uitmaakt. Novay doet veel projecten op het gebied van dienstverlening, bijvoorbeeld bij onderdelen van de overheid die met burgers communiceren. Innovatie is bin alle projecten de rode draad, zoals te zien is bij IDentity.Next.

“De bezoekers kunnen aansluiting zoeken bij de professionals die op dit vakgebied actief zijn. Ze kunnen een bijdrage leveren, en anderen ontmoeten die vanuit allerlei gebieden en landen een inspirerende bijdrage kunnen leveren. Het is een combinatie van presentaties en ontmoetingen. Dat sluit aan bij de manier waarop professionals leren, zich ontwikkelen en ervaringen delen.”

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.hermen_van_der_lugt_idnext_gif/165_165_80_1__hermen_van_der_lugt_idnext.gif‘Ontwikkel een brede visie op digitale identiteiten’Fri, 16 Nov 2012 00:00:00 +0100
Back-up dienst op basis van private cloud steeds populairderhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/116/back_up_dienst_op_basis_van_private_cloud_steeds_populairder.html
Back-up is noodzakelijk, maar het is niet het deelgebied binnen de ICT waar organisaties sterk mee innoveren. De complexiteit neemt toe, door de enorme datagroei, maar ook door sterk veranderende eisen ten opzichte van security, beschikbaarheid en integriteit. Niemand zal een pluim krijgen als de back-ups goed geregeld zijn, maar bij mislukte restores of data die niet meer teruggehaald kan worden zijn de rapen gaar. Back-up en recovery is een van de minst fashionable taken binnen de IT-infrastructuur.

Tectrade, een internationale speler op het gebied van Enterprise Back-up en Recovery, heeft juist dit uitermate kritische proces opgepakt en hiervoor enterprise level diensten gemaakt. Die zijn ingericht om de hoogste service levels te bieden en data integriteit te garanderen tot honderd procent. De Back-up as a Service diensten van Tectrade, gebaseerd op IBM Tivoli Storage Manager, worden nu verder uitgebreid in de derde generatie van deze wereldwijd verleende dienstverlening.

Deze variant is een logisch vervolg op de diensten die organisaties al afnemen bij Tectrade. Ronald van Heek, Chief Commercial Officer, bij Tectrade, legt de ontwikkeling uit: “We zijn begonnen met de ontwikkeling en verfijning van de dienstenverlening. Zowel de software en de hardware die klanten nodig hadden voor backup en recovery bleven de eigendom van de klant. Veel van onze klanten en prospects, hadden de systemen en de software al, zodat de vraag er gewoonweg niet was. Na enkele jaren merkten we met name bij onze nieuwe corporate en publieke sector klanten, dat men ook de benodigde software als dienst wilde afnemen om de CAPEX te drukken.” 

“Door de optie om binnen onze dienstverlening ook benodigde software te gebruiken zijn we inmiddels een van de grootste klanten van IBM Tivoli geworden in Europa op het gebied van TSM. Door onze ‘economy of scale’ bieden we onze klanten hiermee enorme TCO voordelen. Aangezien wij alle modules kunnen inzetten die we nodig hebben, kan een klant optimaal profiteren en kunnen de strikte SLA’s die we afspreken ook daadwerkelijk gerealiseerd worden, zonder dat men extra software dient aan te schaffen.”

Spiegeling
Voorheen gebeurde dit vaak op de fysieke systemen van de klant, die bij de klant op locatie staan. Die bleef eigenaar van de hardware. Van Heek vervolgt: “Steeds vaker vroegen geïnteresseerde organisaties ons ook de benodigde hardware in de dienst in te begrijpen. Inmiddels hebben we een gestandaardiseerde Private Cloud oplossing ontwikkeld die zowel bij de klant geplaatst kan worden als in een extern datacenter of een spiegeling tussen meerdere datacenters.” Een logische stap volgens Van Heek: “Een cloud gebaseerde dienst, hoort zowel de hardware als de software en de diensten te bevatten. Het is dan ook echt een managed private cloud-dienst, waarbij de klant de hoogst mogelijke service levels ontvangt, dataprotectie tot honderd procent gegarandeerd wordt en de security geregeld is conform de eisen en wensen van de klant.”

Dat de dienst in de enterprisemarkt enorm gewaardeerd wordt blijkt uit het aantal klanten dat wereldwijd bediend wordt. “Inmiddels hebben we meer dan honderd internationale klanten. Afgelopen jaar doorbraken we de voor ons magische grens van tienduizend serversystemen en 10 PB data, die ons team dagelijks beschermt. Voor Manpower Group bijvoorbeeld verzorgen we voor hun UK, US en Asia-datacenters alle backup en recovery processen. Voor een wereldwijd fashion brand doen we dit voor het Europese datacenter met 7x24 uur support. Die honderd procent succes rate op restores is een zekerheid waar die andere CIO’s en CEO’s op dit moment nog niet hebben.” 

Black box
Met de nieuwe, derde, generatie van de Managed Private Cloud Backup as a Service diensten biedt Tectrade een volledig beheerde, enterprise back-up en recovery oplossing op basis van standaarden. Van Heek beschrijft de oplossing als een black box appliance. “Die biedt zowel de server als de storagecapaciteit. We bieden een volledig op disk gebaseerde oplossing, waardoor tape handling tot het verleden behoort. Voor de klanten die dat willen is er nog wel de optie om tape in de dienst op te nemen. We bieden standaard zaken als deduplicatie, online backups voor databases, VMWare en bijvoorbeeld SAP omgevingen. Tevens bieden we de mogelijkheid om data te spiegelen tussen meerdere locaties. Ook dit proces nemen we dan volledig uit handen.”

Met de integratie van de benodigde hardware speelt Tectrade in op vraag van ondernemingen en instellingen om kosten verder te flexibiliseren en investeringen om te buigen naar operationele kosten. Daarnaast speelt Tectrade in op de actuele kwestie van software compliancy. “Software compliancy is een hot issue. Gebruikers zijn namelijk zelf verantwoordelijk voor de compliancy ten aanzien van de software die zij in gebruik hebben genomen. Dat geldt dus ook voor back up-omgevingen. Wij zien vaak dat bij het aanschaffen van een serversysteem er niet automatisch een back-up client wordt meegekocht. Door de jaren heen kunnen klanten hierdoor fors uit de pas lopen en wordt men achteraf geconfronteerd met enorme kosten. Deze zorg nemen wij volledig uit handen. Wij zijn immers eigenaar van alle benodigde software en rekenen bij IBM op basis van een wereldwijde overeenkomst per Terabyte af.”

Follow the sun support
Tegelijk met deze ontwikkeling is de ondersteuning verder ontwikkeld. “Ons aanbod is al jaren gebaseerd op 24x7 dienstverlening met zeer strakke responstijden en SLA’s. Dat hebben we uitgebreid naar Follow the sun-support. Veel support-organisaties werken traditioneel in ploegendienst. We hebben nu in Australië een vestiging geopend met voor onze service desk. Wanneer onze mensen in Nederland en de UK gaan slapen begint daar de dag. Klanten merken dat de mensen fris het werk overnemen, en werken niet met iemand die al een dag bezig is of een week nachtdienst heeft.”

“Onlangs hadden we een calamiteit bij een van onze grote klanten, een internationale retailer. Door een menselijke fout op een van de storage systemen waren ze alle data kwijt, in totaal tientallen Terabytes. We hebben dagen lang continu gewerkt om te proberen het primaire storage systemen te herstellen en tegelijk data te restoren naar een nieuw opgebouwde omgeving. Zij hebben daadwerkelijk ervaren dat het uitvoeren van restore requests daadwerkelijk ononderbroken doorging.”

“Dat heeft de waarde van Follow the sun bewezen, onze klant merkte gelijk het verschil tussen deze aanpak en ploegendienst met stand by-support. De ervaren kwaliteit van de dienstverlening werd hierdoor nog verder verhoogd. Uiteindelijk is niet alleen alle data gerestored maar werd ook de originele data op het storage systeem weer gerecovered.”

Innovatie
Een bijkomend voordeel is dat organisaties hun mensen weer anders kunnen gaan inzetten. “Traditioneel zie je een driedeling in de IT-functie. De eerste laag is de interne support. Een kerntaak van elke IT-afdeling. De tweede is de middenlaag die de infrastructuur in de lucht houdt. De derde laag is innovatie, een kritische functie voor de onderneming. Hier worden nieuwe business-initiatieven mogelijk gemaakt. Het in de lucht houden van de infrastructuur kost zoveel tijd kost dat veel organisaties te weinig toe komen aan innovatie en ook de support naar de gebruikers onder deze dagelijkse lasten leiden.”

“We merken dat klanten die taken graag afstaan, zodat hun eigen mensen kunnen innoveren, of kunnen worden ingezet om eindgebruikers te ondersteunen. Met back-up kun je als IT-afdeling niet innoveren. Het moet honderd procent betrouwbaar zijn, je wilt er geen omkijken naar hebben. Daarnaast mag het niet teveel geld kosten, want de meest gewaardeerde kostenpost is het niet. Wij garanderen die honderd procent restore, verlagen de kosten en bieden met onze derde generatie dienstverlening een volledig geïntegreerde, standaard oplossing aan voor enterprise omgevingen. Daarnaast ontzorgen we volledig door alle taken voor backup en restore uit handen te nemen tegen een vaste prijs per TB per jaar.”

Ook andere partijen erkennen ondertussen de waarde van deze benadering. “De afgelopen maanden zijn we met IBM door een zwaar testtraject heengegaan om het Tivoli Readylabel te vergaren, terwijl IBM Global Services in bijvoorbeeld de UK al een van onze wederverkopers is. Inmiddels brengt IBM wereldwijd onze diensten onder de aandacht en zal deze binnenkort worden toegevoegd aan de IBM PureSystem ‘app store’ zodat klanten het vanuit de cloud als add on kunnen klikken bovenop hun geïntegreerde IBM PureSystem oplossing.”

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.ronald_van_heek_gif/165_165_80_1__ronald_van_heek.gifBack-up dienst op basis van private cloud steeds populairderWed, 14 Nov 2012 00:00:00 +0100
Video: stand van de Nederlandse ICThttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/115/video__stand_van_de_nederlandse_ict.htmlLaatste video-update vanaf Gartner Symposium/ITXpo. De cijfers zijn eerder deze week al gepubliceerd: de Nederlandse ICT-markt is een
zorgenkindje in Europa. In deze update exclusief de volledige presentatie die Thijs van Koppen, Regional Vice President Executive Programs Benelux bij Gartner, gaf tijdens de Nederlandse sessie van Executive People.

https://www.youtube.com/watch?v=s-AYjcIgm1A


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.thijs_van_koppen_gif/165_165_80_1__thijs_van_koppen.gifVideo: stand van de Nederlandse ICTSat, 10 Nov 2012 00:00:00 +0100
'Voorkom vendor lock in met open source’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/113/_voorkom_vendor_lock_in_met_open_source___.html

ICT helpt CIO’s op verschillende bij het behalen van hun business-doelstellingen. Red Hat krijgt als software-ontwikkelaar een breed scala aan vragen van CIO’s. Een aantal zaken komt vaak terug, zoals schaalbaarheid, kostenbeheersing, flexibiliteit en open source. Executive People sprak over deze trends met Brian Cornell, Regional Director Central Europe.

“Kostenbesparingen staan bij CIO’s hoog op de agenda”, aldus Brian Cornell. `Daar spelen we met ons open model op in. Iedereen kan de code zien, wat betekent dat je flinke kostenbesparingen kunt realiseren in de ontwikkeling van nieuwe technologie en nieuwe applicaties. Closed source providers, de proprietary vendors die ontwikkeltechnologie maken, zorgen er met hun model voor dat je als gebruiker in een afgesloten gebied werkt.”

Gesloten API

Gebruikers zitten dan bij het ontwikkelen van software vast in een trial and error omgeving. “Wanneer je een portal op een dergelijke technologie ontwikkelt dan werkt je tegen een gesloten API aan, je kunt niet zie wat de code is. Dan moet je dus aan de software iedere keer opnieuw aanpassingen doen, net zolang tot je ervoor gezorgd hebt dat het werkt. Met een open source model daarentegen zie je wat je ontwikkelt. Dit zorgt dus weer voor enorme besparingen voor bedrijven die zelf toepassingen ontwikkelen.”

Een van de belangrijkste pijnpunten op C-level niveau is volgens hem de vraag wat er gebeurt met alle investeringen die ze doen in proprietary vendors. “Want uiteindelijk zijn zij het die bepalen hoeveel geld je in de toekomst moet blijven besteden aan ICT.” Hij noemt als voorbeeld een Duitse bank met een trading platform dat volledig gebaseerd was op Oracle. “Toen dit trading platform eenmaal up and running was, ging de prijs bijna tien procent omhoog. Daar konden ze niets aan veranderen. Dit soort bedrijven wil dus graag weten hoe ze vendor lock in voorkomen, en ze willen voorkomen dat vendors gaan dicteren hoe ze hun IT-investeringen moeten gaan doen.”

Complexiteit

Hoe moeilijk het is om een einde te maken aan deze vendor lock in hangt volgens Cornell af van de complexiteit in de infrastructuur van en organisatie. “Een gemiddelde mid size organisatie heeft al snel een IT-budget van honderd miljoen dollar. Wij zeggen overigens niet dat je zomaar alle proprietary omgevingen moet gaan vervangen. Wat wij wel doen is pleiten voor een gezond ecosysteem, daar kan Red Hat de hele stack aan technologie voor leveren.”

Daarbij gaat het al lang niet alleen meer om Linux, maar ook middleware, storage, en messaging. Die zaken hebben we allemaal in ons portfolio opgenomen, zodat er altijd een manieris voor een klant om lock in bij een proprietary vendor te voorkomen, en een parallelle omgeving te bouwen zodat klanten gebruik kunnen maken van een tweede platform als ze dat willen. Dat is overigens een duidelijke trend, je zult nauwelijks nog bedrijven vinden die niet meer dan één vendor hebben.”

“Het is voor CIO’s lastig om alle ontwikkelingen bij te houden omdat het zo snel gaat, en er zoveel gebeurt. Op executive niveau is een veelvoorkomend probleem dat je niet goed weet waar je aandacht aan moet besteden, en waar je je niet mee bezig hoeft te houden. Daarom streven wij ernaar onze diensten aan te bieden op alle niveaus. We zorgen ervoor dat er standaard wordt gecommuniceerd naar et C-level. De top down benadering vereist veel tijd en investeringen om er achter te komen wat de mogelijkheden v technologie allemaal zijn. Daarom organiseren we bijvoorbeeld veel lokale events om de juiste mensen te bereiken.”

Acceptatie

“Bij de Nederlandse overheid staat bijvoorbeeld data security hoog op de agenda. Daarvoor gebruiken ze de producten van Red Hat. Je ziet dat hiermee duidelijk acceptatie plaatsvindt van open source. Die acceptatie heeft voor een belangrijk deel te maken met het gebruik van deze technologie in operaties waar bij datacenters waar vijftien jaar geleden Linux is geïnstalleerd.”

Die acceptatie speelt tegenwoordig ook op politiek niveau, rond de vraag of het veilig is, en kosteneffectief, en hoe het zit met de SLA’s. We zijn nog niet zover dat overheden een vast bedrag gaan uitgeven aan open source, maar wat standaarden betreft zijn we al doorgedrongen tot het boek met standaarden van de Nederlandse overheid. Diverse ministeries hebben dus officieel vastgelegd dat de IT-afdeling toestemming heeft om software van Red Hat te gebruiken.”

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.brian_cornell_jpg/165_165_80_1__brian_cornell.jpg'Voorkom vendor lock in met open source’Sat, 03 Nov 2012 00:00:00 +0100
Human Capital Management: in debat over een wereldwijde trendhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/111/human_capital_management__in_debat_over_een_wereldwijde_trend.htmlIn een wereld waarin technologische ontwikkelingen elkaar in razend tempo opvolgen en de rol van die technologieën alsmaar toeneemt, zien HR-managers nieuwe kansen, maar staan ze ook voor nieuwe vragen. Kunnen we bijvoorbeeld nog uit de voeten met traditioneel performance management voor het ontwikkelen, binden en boeien van de nieuwe generatie? Welke vaardigheden vraagt deze tijd van HR-afdelingen? Wat zijn de wensen op het gebied van HR-technologie? Op 26 oktober, tijdens de HR Tech Europe, vormden deze kwesties onderdeel van een inspirerend debat over human capital management (HCM).

Het debat speelde zich af op het podium van een goed gevulde zaal van Amsterdam RAI en stond onder leiding van HCM-specialist Thomas Otter (foto), research vice president bij Gartner Research. Hij sprak met Ben van Stekelenburg, Binne Visser en Sjoerd van Wijnen, respectievelijk internationaal verantwoordelijk voor HR bij Groupon, ForFarmers en Hunkemöller. Drie bedrijven die een groei doormaken, maar in achtergrond, bedrijfscultuur en doelgroep sterk verschillen. Met elk hun eigen HR-problematiek en benadering van HCM: de manier waarop ze hun mensen managen ontwikkelen en engageren om de bedrijfsdoelstellingen te behalen. 

Groupon startte vier jaar terug met drie enthousiaste jongens en is inmiddels uitgegroeid tot een multinational met ruim 12.000 medewerkers in 48 landen. “Recruitment is dan ook voortdurend een van onze kernactiviteiten geweest”, vertelt Van Stekelenburg. We staan nu voor de opgave om te stabiliseren, zonder aan ondernemerschap in te boeten. We moeten de rust nemen om onze processen en systemen te verbeteren.” Hunkemöller schrijft een aanmerkelijk langere geschiedenis: deze lingerieketen vierde in 2011 zijn 125e verjaardag. Van Wijnen: “Vandaag de dag hebben we winkels in tien landen in Europa en het Midden-Oosten en openen we gemiddeld elke week een nieuwe vestiging.” De derde deelnemer, ForFarmers, is hard op weg Europa’s nummer één duurzame veevoederproducent te worden. Daartoe heeft het van oorsprong Nederlandse bedrijf onlangs twee spelers overgenomen: het eveneens Nederlandse Hendrix UTD en het Engelse BOCM Pauls. Daarmee zijn ook drie bedrijfsculturen en HR-aanpakken gefuseerd. Visser onderzoekt momenteel hoe hij de systemen en processen op elkaar kan afstemmen en tegelijkertijd HR naar een hoger plan kan tillen. 

“Hoe zie je performance management in het licht van de ontwikkelingen binnen je organisatie?” Met deze vraag trapte Otter af. Van Wijnen: “Sinds wij een internationaal bestuur hebben, zijn bij ons ook KPI’s geïntroduceerd. Accountability is belangrijker geworden. Maar de nadruk is daarbij aan het verschuiven van vaardigheden naar de houding van mensen. Wij zijn een mensenbedrijf: hun gedrag is voor een belangrijk deel bepalend voor onze resultaten.” Visser herkent deze accentverschuiving, maar wil wel een nuance aanbrengen: “De ontwikkeling van onze medewerkers, traineeprogramma’s, opleidingen, alles begint met waarden en normen. Na de fusie hebben wij daarom een brede, multidisciplinaire discussie aangezwengeld over onze bedrijfscultuur. Daar hebben we drie kernwaarden uit gedestilleerd waarmee iedereen zich kan identificeren: winnen, blijven, groeien. Die waarden vormen de basis voor de prestaties van onze mensen en daar willen we ook op sturen.” 

Voor Groupon is performance management tot nu toe geen topprioriteit geweest, noch de vraag of performance management nog voldoet aan de eisen van vandaag. “Wij hadden met zo veel vacatures en nieuwe vestigingen wel wat anders aan ons hoofd. Maar ondertussen groeit de behoefte aan corporate HR-tools. Verkopers en andere medewerkers willen feedback op hun prestaties: hoe doen ze het ten opzichte van hun collega’s? Ten opzichte van teams in andere landen? Hoe kunnen ze zich ontwikkelen?”

HR in de lijn
Het brengt de discussie op een volgend punt: hoe zorg je dat je HR-systemen ook relevant zijn voor het lijnmanagement? Dat zij ermee kunnen en willen werken? Van Stekelenburg: “Managers moeten in staat gesteld worden om talent te herkennen en te erkennen, om zich te concentreren op wat hun team kan en doet. Daarvoor zijn bruikbare tools nodig en een eenduidig beleid voor het hele bedrijf. En veel data. Alleen als we wereldwijd, van Zwitserland tot Korea, werken met één HR-systeem waarin we overal dezelfde soort informatie op dezelfde manier verwerken, kunnen we analytisch met onze personeelsgegevens omgaan.” 

Van Wijnen haakt hier op in: “Hunkemöller werkt in tien landen met tien verschillende HR-systemen. Dat maakt het lastig om managers goed te informeren, analyses los te laten op hun feedback en de board te voorzien van betrouwbare rapportages. We zouden graag naar één standaardsysteem voor alle vestigingen gaan, we geloven in management selfservice, maar leven tegelijkertijd in de werkelijkheid van de retailwereld waarin elk dubbeltje wordt omgedraaid.” ForFarmers zit met een vergelijkbare veelheid aan systemen. “Technisch is het moeilijk om naar één mondiale applicatie te migreren die eenduidige data oplevert. Maar belangrijker dan ‘database driven’-systemen, is toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid voor managers en medewerkers, zodat die ze accepteren en omarmen. Wij willen toe naar people management in plaats van HR-management.” 

Social media

Thomas Otter vraagt naar het belang van social media in HR. “Groupon is een socialmediabedrijf”, reageert Van Stekelenburg. “In een vorig leven was voor mij niet duidelijk wat de bijdrage van social media voor HR zou kunnen zijn. Nu heeft dit medium de manier waarop we mensen werven compleet getransformeerd. Ik zie wel veel potentieel om via social media recruitmentdata te verzamelen die van grote waarde zijn voor human capital management, maar daar hangt een prijskaartje aan, een element dat we vaak vergeten.” Hunkemöller zet internet ook in voor personeelswerving, maar ziet sterke regionale verschillen. “In Nederland krijgen we duizend sollicitaties per maand binnen, deels online via onze vacaturesite; in Spanje lopen sollicitanten gewoon de winkel in. Veel animo waar we als retailer extra zorgvuldig mee moeten omspringen: als we mensen afwijzen, willen we niet dat ze ook als klant weglopen.”

Wensenlijstjes
Iedereen is het erover eens: HR evolueert naar HCM. Maar wat is daarvoor nodig. Welke vaardigheden moeten HR-teams ontwikkelen? Visser: “HR is vaak nog een backoffice service. In mijn ogen moet die zich ontwikkelen tot een intelligence center, frontoffice. Pas dan zal er sprake zijn van HR-partnership, van HR-beleid dat de bedrijfscultuur en koers van de organisatie kan beïnvloeden.” “De analytische dimensie mist nog”, vult Van Stekelenburg aan. “Er is te weinig kennis van wiskunde, statistiek, terwijl HR steeds meer een kwantitatieve professie zal worden. Die analytische vaardigheden zullen we meer moeten combineren met de zachte kant van het vak.” 

Deze ontwikkeling heeft consequenties voor de wensenlijstjes op technologisch gebied. Van Stekelenburg: “Er zijn naast fantastische HR-systemen ook systemen die de plank misslaan. Je ziet bijvoorbeeld dat Amerikaanse systemen in Europa op privacyvlak vaak tekortschieten. In Amerika zijn de maatstaven voor privacy een stuk minder strikt dan in Europa ligt dat anders. Een ander punt is meertaligheid. In de praktijk zijn systemen meestal niet ontworpen vanuit de gedachte dat ze te vertalen moeten zijn naar het Koreaans, Chinees, Russisch.” “Systemen zijn niet alleen technisch moeilijk te vertalen, maar houden ook weinig rekening met uiteenlopende lokale situaties”, voegt Visser toe en Van Wijnen valt hem bij: “Beloningssystemen verschillen per land, net als bijvoorbeeld pensioenregelingen en wet- en regelgeving.” Van Stekelenburg denkt dat al deze problemen te tackelen zijn, maar er is ruimte nodig om te experimenteren met systemen. “Softwareleveranciers zouden ons en zichzelf een dienst bewijzen door flexibeler met tarieven om te gaan en die te onderbouwen met een solide business case. Geef bedrijven de mogelijkheid om betaalbare pilots te draaien!”

Het HCM-debat was een initiatief van Raet, de grootste HR-softwareleverancier van Nederland. Tijdens de HR Tech maakte Raet bekend met de naam Youforce de internationale markt te gaan betreden. De eerste buitenlandse vestiging is geopend in Londen. “We zien een wereldwijde trend in het toenemend belang van HR binnen de ondernemingsstrategie van organisaties”, zegt CEO Cees van den Heijkant. “HR evolueert richting HCM, waar productiviteit van personeel, personeelsplanning en talentmanagement succesvol worden vertaald naar betere sturingsmechanismen en KPI’s in organisaties.” Het is deze trend waarop Raet ook tijdens het debat bredere aandacht wilde vestigen.

  
]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.thomas_otter_gif/165_165_80_1__thomas_otter.gifHuman Capital Management: in debat over een wereldwijde trendSat, 03 Nov 2012 00:00:00 +0100
Een IT-project is altijd een business-projecthttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/112/een_it_project_is_altijd_een_business_project.html
Meer drijft de business IT. De CIO moet daarom belangrijker worden, en lead from the front. Meer leider dan volger. Dit is de boodschap tijdens Gartner Symposium/ITXpo. In Nederland helpt Ventus CIO’s en IT managers bij diverse IT-gerelateerde problemen. Meer dan ooit is daarbij vraag naar onafhankelijke vakmanschap en expertise. Investeringen in IT moeten leiden tot concrete resultaten en binnen de organisatie verantwoord kunnen worden. 

Het gaat goed met Ventus. Deze Nederlandse dienstverlener wordt in toenemende mate gevraagd de implementatie te verzorgen van complexe IT trajecten. “Vanaf het najaar van 2011 zien we een duidelijke opleving. De trend is dat organisaties weer bezig zijn met het implementeren van vernieuwing”, aldus algemeen directeur Flip Houtman. “Voor een deel heeft dat te maken met achterstallig onderhoud, en vooruit geschoven investeringen uit de periode 2009-2010. Maar wat tegelijkertijd meespeelt is dat organisaties innovatie willen faciliteren met hun IT-omgeving.” 

Ventus speelt daar strategisch op in met een eigen visie. “We hebben onze focus bewust gelegd op een beperkt aantal klanten. We richten onze dienstverlening op de partijen die met deze vernieuwing bezig zijn. Daar gaan we dichter bovenop zitten, we willen echt met ze in gesprek komen over hun vragen en behoeften. Het zijn klanten waar onze vakgebieden –projectmanagement, servicemanagement en architectuur en governance- goed tot hun recht komen.” Zijn collega Edwin Koose, senior business consultant, vult aan: “Bij die partijen is duidelijk behoefte aan vakmanschap, deze organisaties hebben gerichte expertise nodig. Wij gaan uit van deze expertise, dat willen we effectief inzetten, bij klanten die er behoefte aan hebben en het waarderen. Dat zijn vaak partijen waar we al langer rondlopen, bij sommige klanten zitten we al vijftien jaar. Het zijn organisaties die daadwerkelijk bezig zijn met verandering en de implementatie daarvan.” 

Ondernemers 
Houtman: “Ventus bestaat uit ondernemers, en in de dienstverlening die we aanbieden zijn we dan ook in staat om op de stoel van de ondernemer te gaan zitten. Dit betekent dat we niet alleen praten over de technologie, maar eerst over de vraag waarom een bedrijf iets wil doen met IT, over wat het de onderneming oplevert. We beschouwen een IT-project altijd als een business project.” “Dat blijken onze klanten enorm te waarderen”, aldus Koose, daarom komen zij ook steeds weer bij ons terug. Zo ontstaan langdurige relaties die je verder kunt uitbouwen. Op een gegeven moment ontstaat een situatie waarin er vertrouwen ontstaat, en dat vertrouwen breidt zich vervolgens weer verder uit.”

Houtman: “We ontzorgen ondernemers met onze expertise. We onderzoeken altijd waarom klanten bij ons terecht komen, en daaruit blijkt dat het meestal gaat om onze expertise en het vertrouwen dat het gewenste resultaat wordt behaald. En natuurlijk spelen bewezen resultaten een rol, steeds waarmaken wat je zegt. Dat is uiteindelijk wel waar het op neerkomt.” 

Koose: “Doordat we zo dicht op de klant zitten hebben we de afgelopen tijd het zogenoemde Project Based Offer (PBO’s) geïntroduceerd. Hiermee kunnen we op basis van de klantsituatie die we goed kennen, of kunnen vergelijken met een andere organisatie, een offerte sturen die al een volledig projectplan omvat, met aanpak, scope, tijdlijn èn de resultaten waarop we meten. We merken dat daar grote behoefte aan is. Mensen willen oplossingen, ze willen weten wat we gaan doen, en ze willen zekerheid.” 

Zekerheid
Die behoefte aan zekerheid is volgens Ventus een belangrijke trend in de markt. Houtman: “Bedrijven geven een bepaald bedrag uit aan een IT-project, maar ze willen wel weten wat ze daarvoor terugkrijgen. Met name net onder het enterprise-segment speelt die vraag, ze moeten tenslotte hun uitgaven kunnen verantwoorden en risico´s zoveel mogelijk afdekken. Ze kunnen hun budget maar een keer besteden. Vroeger kwam het voor dat men daar makkelijker mee omging, maar dat is volledig veranderd.”

“Je moet dus goed met de klanten in gesprek over wat ze nu willen. Dat moet je helder krijgen, je moet inzichtelijk maken wat je zelf gaat doen. Daar is vooraf een goed inhoudelijke discussie voor nodig. Dat gebeurde vijf jaar geleden veel minder, dat is een duidelijke verandering.” Koose: “Bovendien weten klanten veel beter wat ze willen. Zij bepalen zelf met welke leverancier ze willen werken. Je moet de denkkracht van de klant en het inzicht dat ze hebben in de markt niet onderschatten. Dat komt op een steeds hoger niveau. In de niet aanbestede opdrachten waar we helpen met de uitvoering zien we dat klanten een goed beeld hebben van wat ze nodig hebben.”

“Informatie is heel eenvoudig beschikbaar, er is enorm veel uitwisseling van onderlinge kennis, ook in netwerkplatforms. Mensen vormen zich daarmee een beeld van wat zij vinden dat bij en organisatie past. Ze gaan het daarom ook steeds vervelender vinden om door leveranciers te worden benaderd met alweer een oplossing, want ze weten wel wat ze willen. Wij praten daarom met hen op strategisch niveau over hun behoefte.” 

Specialistische kennis 
Houtman: “Klanten hebben vooral behoefte aan specialistische kennis. Daarom zijn we een goede match. We worden altijd gevraagd voor zaken waarvan ze zien dat we er ervaring mee hebben. Wanneer ze zien dat we veel projecten rond collaboration en social media hebben gedaan vragen ze ons daarvoor. Collega´s die veel met uitwijk en business continuïteit hebben gedaan krijgen daar veel vragen over. Met name voor BCDR (Business Continuity and Disaster Recovery) speken we overigens met de klant af dat het discreet gaat. Niemand wil op LinkedIn zien dat we met hun BCDR bezig zijn. Dat wordt gewaardeerd, je kiest voor gezamenlijke betrokkenheid. “ 

Klanten hebben verschillende behoeften op het gebied van advisering. Houtman: “Voor een grote Chinese beursgenoteerde onderneming begeleiden we de fusie met een Nederlands bedrijf. Daar bestaat grote behoefte de IT-systemen bij elkaar te brengen, en willen ze kunnen beschikken over de managementinformatie die een beursgenoteerde onderneming nodig heeft. Wij managen dat. We leveren niet de pakketten, maar begeleiden hen wel. Ook die opdracht is binnengekomen door aanbevelingen, net zo als de opdracht die we nu doen bij een grote distributeur waar we bezig zijn met de professionalisering van de IT-organisatie.

Een ander goed voorbeeld van dat groeiende vertrouwen is bijvoorbeeld het intern vervullen van de functie van informatiemanager, waar vervolgens weer nieuwe opdrachten uit komen. Hier geven we invulling aan een aantal harde IT-projecten. Dankzij dat vertrouwen krijgen we daar zelfs ad interim managementrollen.”

“Ook zien we veel vernieuwing van infrastructuur en vernieuwing van het applicatielandschap. Bij een telecombedrijf zijn we bezig met de infrastructuur, bij een ministerie met het vernieuwen van applicatielandschap. Daar verzorgen we het projectmanagement.” 

Onafhankelijk
Zeker zo belangrijk blijkt onafhankelijkheid te zijn. Door de voortdurende consolidatie in de Nederlandse markt blijven er steeds minder onafhankelijke dienstverleners over. En juist die onafhankelijkheid wordt steeds meer gevraagd door klanten. Koose: “Een toenemende trend is dat de grote leveranciers niet meer regeren. Omdat de klant steeds mondiger wordt zien we dat we steeds vaker gevraagd worden voor het auditen van hun werk. Klanten willen weten of het allemaal wel klopt. Ze willen audits en onafhankelijk advies.” 

“Dat is een belangrijke verandering, want organisaties namen een aantal jaren geleden van grote adviesbureaus zonder meer aan wat ze vertelden. Dat is niet meer zo. Ook vanuit de overheid zien we dat er meer druk wordt gezet op de leveranciers, ze worden beter in de gaten gehouden. Dat is een goede ontwikkeling. Sommige leveranciers hebben ook moeite om het intern te organiseren en hebben daarom soms moeite met de executie. En dat wordt door klanten niet meer geaccepteerd.”

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.ventus_ep6_gif/165_165_80_1__ventus_ep6.gifEen IT-project is altijd een business-projectFri, 02 Nov 2012 00:00:00 +0100
Haal het beste uit Gartner Symposium/ITXpohttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/109/haal_het_beste_uit_gartner_symposium_itxpo.htmlDe komende editie van Gartner Symposium/ITXpo (5-8 november) zal voor Thijs van Koppen een aparte ervaring worden. De afgelopen jaren heeft hij altijd als CIO deze bijeenkomst bijgewoond, maar dit jaar staat hij aan de ‘andere’ kant, als Benelux-verantwoordelijke voor het Gartner EXP-programma. Hij begeleidt nu zelf CIO’s en geeft in een interview met Executive-People een paar nuttige tips om het beste te halen uit dit intensieve evenement.

Thijs van Kopen is ondertussen enkele maanden actief in zijn functie bij Gartner, na onder meer enkele jaren CIO te zijn geweest bij Robeco. In die periode heeft hij zijn tijd vooral besteed aan het bezoeken van veel verschillende bedrijven. “Ik ben ondertussen op bezoek geweest bij CIO’s van 45 organisaties in alle mogelijke sectoren, van overheid en dienstverlening tot industrie”, aldus Van Koppen. “Dat is ontzettend leuk om te doen, het is een bijzondere en leerzame ervaring om zoveel diverse organisaties te zien. Het ene moment ben je bij een traditionele productiefaciliteit, direct daarna loop je een modern kantoor binnen. Zo heb ik veel gezien van sectoren buiten de financiële dienstverlening, waar ik zelf vandaan kom.” Hij heeft in die tijd verschillende nieuwe inzichten opgedaan. “Van tevoren had ik eigenlijk gedacht dat de meeste CIO’s wel met dezelfde uitdagingen te maken zouden hebben. Een opvallende conclusie uit mijn bedrijfsbezoeken is dat daar veel meer diversiteit in bestaat dan ik aanvankelijk dacht. Natuurlijk zijn er wel thema’s die je overal tegen komt, zoals IT Governance en kostenreductie. Maar het zeker is niet overal hetzelfde.”

Internationale groei
“Het is bijvoorbeeld fascinerend om te zien hoe in de logistieke- en baggerwereld de aandacht veel meer gericht is op internationale groei. Daar is het voor de CIO dus belangrijk om de IT mee te laten gaan in die groei. In de financiële wereld is de situatie weer heel anders. Onlangs was ik bij onze vestiging in Luxemburg, waar veel financiële instellingen gevestigd zijn, en daar zijn onze klanten weer volop bezig met de vraag wat ze moeten doen als Griekenland uit de Euro stapt. Want dat heeft natuurlijk een grote impact op de IT.”

“Bij weer een andere organisatie zijn we de CIO aan het helpen met het opbouwen van een volledig nieuwe IT-afdeling. Andere bedrijven hebben weer wel een volwassen IT-organisatie, dus zij kloppen bij ons aan voor strategische vragen. Die diversiteit is dus aanzienlijk groter dan ik vooraf dacht, en ook de mate waarin organisaties ondersteuning nodig hebben bij de verschillende vragen waar ze mee zitten verschilt dus sterk. De een wil vooral advies op het gebied van technologie, de ander wil meer strategisch advies.”

Al die zaken komen in Europees perspectief aan bod tijdens Gartner Symposium/ITXpo in Barcelona. Van Koppen: “De belangrijkste reden waarom CIO’s naar Symposium/ITXpo gaan is dat ze in een heel compacte vorm volledig up to date kunnen komen met alles wat speelt in de IT-wereld. Dat was voor mijzelf in ieder geval de belangrijkste reden om te gaan. Want in je dagelijks werk ben je als CIO’s over het algemeen bezig met zaken die intern als een belemmering worden beschouwd. Je hebt dus meestal niet zoveel tijd om op een meer strategisch niveau na te denken over wat er de komende jaren op je afkomt, of hoe andere bedrijven, zowel binnen de eigen sector als daarbuiten, dezelfde uitdagingen aanpakken. CIO’s worstelen vaak nog altijd met het combineren van operationele uitdagingen met een meer strategische rol.” 

Uitdagingen
Een van de grote voordelen van Gartner Symposium/ITXpo is dan ook je dat in een beknopt tijdsbestek volledig op de hoogte wordt gebracht van alle relevante ontwikkelingen, en even afstand kunt nemen van die dagelijkse werkzaamheden. Dat is echter niet het enige. Van Koppen: “Voor de uitdagingen die wel specifiek zijn voor je eigen organisatie heb je de gelegenheid, als je het goed voorbereidt, met een expert te praten in een 1:1 gesprek. Op ieder gebied hebben we daar analisten rondlopen. De workshops kunnen vervolgens helpen die specifieke uitdaging aan te pakken.”

“En, zeker zo belangrijk, je kunt met andere CIO’s uit Nederland en andere landen om de tafel gaan zitten om te bespreken hoe zij vergelijkbare zaken aanpakken. Tegelijkertijd lopen er veel leveranciers rond, dus je kunt als je wilt met hen eveneens in een kort tijdsbestek om de tafel gaan zitten om bij te praten.” 

Zelf haalde hij als CIO altijd een aantal nieuwe ideeën uit de bijeenkomst over zaken die hij in de eigen organisatie kon oppakken. “Dat was heel divers, van technische en operationele zaken, zoals het upgraden van een besturingssysteem, tot meer strategische kwesties, zoals de opkomst van cloud computing. Bij zoiets wil je weten of het een hype is of niet, en je wilt vooral weten wat het voor je eigen organisatie betekent. Daar heb ik toen een aantal sessies over gevolgd, die ik kon gebruiken om in de eigen organisatie een visie te vormen over dat thema.”

Hij is een aantal keer met zijn hele team gegaan, iets wat steeds meer CIO’s doen. “De kans dat je iets gaat doen met de dingen die je daar leert wordt aanzienlijk groter wanneer je niet de enige bent die het verhaal hoort. Dat werkt vooral goed als je er met een bepaalde opdracht naartoe gaat. De kennis en de inzichten die je opdoet worden dan breder gedragen in een organisatie. Zelf heb ik Symposium/ITXpo een keer gebruikt om met mijn team de basis te leggen voor een geheel nieuwe IT-strategie. Het grote voordeel was dat ik daarna geen tijd meer hoefde te besteden aan uitleg aan het team, want ze waren er allemaal zelf bij geweest.”

Bring your boss
“We hebben destijds bijvoorbeeld geluncht met het team van een grote bank dat daar ook aanwezig was, en daar hebben we onze ervaringen en ideeën uit kunnen wisselen. Dat was enorm waardevol. De investering is natuurlijk groter, maar dat geldt ook voor de toegevoegde waarde.” Om deze teams te faciliteren heeft Gartner speciale ruimtes ingericht waar medewerkers uit het team van de CIO terecht kunnen. Symposium/ITXpo heeft naast de sessies voor teamleden ook een programma voor de leden van de board, het CxO-programma. “Voor onze klanten hebben we het programma Bring Your Boss opgezet. We hebben daarnaast een executive seminar op maandag dat specifiek gericht is op de senior executives rond de IT-functie. Daar spreken onze meest senior mensen vanuit de business-optiek over IT. Net als bij het meenemen van je team geldt dat hier de waarde zit in het samen doorspreken van gegevens, en verder te kijken dan de verstoringen van vandaag. Dat kan een forse toegevoegde waarde hebben.”

Nederland is traditioneel altijd sterk vertegenwoordigd bij dit evenement van Gartner. Voor die bezoekers heeft Van Koppen vanuit zijn eigen ervaring als CIO een aantal tips om het beste te halen uit Symposium/ITXpo. “Mijn eerste advies is om minimaal een half uur te besteden aan het opstellen van een agenda die toegevoegde waarde voor je heeft. Want wanneer je alleen maar naar de grote sessies gaat krijg je weliswaar veel strategische informatie, maar juist in de kleinere sessies komen de slimme toepassingen aan bod. We hebben al een soort pre-defined CIO-programma online gezet, de CIO track, die je aan je persoonlijke voorkeuren kunt aanpassen.” 

“De tweede tip is om niet alleen naar presentaties te gaan, maar ook naar de workshops. Daar krijg je de juiste combinatie van informatie van Gartner en van andere CIO’s. Het derde is om gebruik te maken van de mogelijkheid gesprekken te boeken met specialisten op bepaalde vakgebieden. Op ieder gebied zijn analisten de hele dag beschikbaar voor gesprekken. Die zijn echter wel populair, dus wees er op tijd bij.”

Hij helpt momenteel diverse klanten met het samenstellen van een gepersonaliseerde agenda. “We nemen daarin ook de ontmoetingen met pers en leveranciers mee. Ga vooral niet de hele dag in sessies zitten, dat kun je niet drie dagen lang verwerken. Dan neem je niets meer op over het onderwerp. Maak een strategische keuze. Er zijn ook buiten de sessies genoeg zaken te doen. En als je met meerdere mensen van een bedrijf bent kun je een verdeling maken.” 

“Zelf gaven we bij terugkomst altijd een presentatie voor onze collega’s, op verschillende niveaus in de organisatie, zodat we met iedereen deelden wat we hadden meegekregen van het evenement. Zo weet iedereen waar de ideeën vandaan komen, en ziet iedereen wat de toegevoegde warde is van een dergelijk evenement. En natuurlijk is het leuk en gezellig, ga niet in je hotelkamer zitten, maar neem ook de ontspanning mee. Vergeet daarbij vooral niet het Benelux Beach House op woensdagavond in Loungeclub Shoko, waar traditioneel alle Benelux CIO’s bij elkaar komen.”

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.thijs_van_koppen_gif/165_165_80_1__thijs_van_koppen.gifHaal het beste uit Gartner Symposium/ITXpoWed, 31 Oct 2012 00:00:00 +0100
Virtualisatie in combinatie met cloud levert rendement ophttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/108/virtualisatie_in_combinatie_met_cloud_levert_rendement_op.htmlWillem van Enter leidt nu al drie jaar VMware Benelux, leverancier van software voor virtualisatie en cloud computing. Van Enter, die eerder zijn sporen verdiende bij softwareleveranciers Oracle en Baan, zegt dat VMware niet alleen servers virtualiseert, maar ook desktops, mobiele apparatuur, applicaties, netwerken en storage. “Wij leveren een energiezuinig datacenter, dat op software gebaseerd is.”

Willem van Enter is 22 jaar werkzaam in de IT Business. Hij werkte op managementniveau en in technische en commerciële functies. Tijdens zijn loopbaan bij Oracle en Baan deed hij kennis op van Business Intelligence (BI) ERP, cloud, virtualisatie en databases. Sinds 2009 leidt hij VMware Benelux. Van Enter zegt dat VMware sindsdien zijn aanbod heeft uitgebreid. “Het belangrijkste wat is gewijzigd, is dat je virtualisatie nu kan combineren met een private, publieke of hybride cloud. Dat levert rendement en business voordelen op. Onze strategie heet ook dan ‘Journey to the cloud’, waarbij we organisaties helpen migreren van een traditionele omgeving naar een cloud omgeving. Dat is letterlijk een reis. Je ziet dat bedrijven eerst starten met de bouw van een private cloud in het datacenter, waarbij er veel wordt gevirtualiseerd, zoals servers en storage.”

“Het portfolio van VMware is breder geworden”,vervolgt Van Enter. “Voorheen hadden we alleen het vlaggenschip VMware ESX voor servervirtualisatie,dat nu getransformeerd is naar vSphere 5 en zodoende veel meer functies heeft. Klanten kunnen met vSphere 5 bijvoorbeeld complexe datacenters virtualiseren en beter hun resources delen.Tegenwoordig bieden we meer verschillende producten, zoals vCenter Operations Management Suite. Dit is een beheeroplossing om klanten te helpen ‘IT als service’ te leveren door beheer van virtuele- en cloudomgevingen te vereenvoudigen en te automatiseren. Er zit bijvoorbeeld capaciteitsmanagement in vCenter, waarmee we het systeem zelf laten schalen volgens bepaalde policies. Er wordt dan automatisch capaciteit bijgeschakeld. Dat kan je met verschillende datacenters onder één cloudarchitectuur van VMware doen. Je kan op die manier capaciteit over tijdzones verdelen; capaciteit wordt daar ingezet, waar op dat moment veel mensen werken en gebruik maken van het netwerk.”

Van Enter zegt dat het portfolio het laatste jaar is uitgebreid met nieuwe producten, onder andere door het zelf te ontwikkelen of via overnames. “We bieden nu open source e-mail- en samenwerkingssoftware Zimbra. Of VMware Horizon voor het beheer van traditionele Windows-applicaties en mobiele werkplekken. De VMware vFabric Data Director oplossing geeft IT-afdelingen de mogelijkheid om controle en beheer uit te oefenen op het groeiend aantal heterogene databases door middel van policy-basedautomatisering. En op het gebied van sociale media bieden we VMware Socialcast. Deze social network software-as-a-service kan worden gebruikt in professionele omgevingen. Socialcast draait in een eigen datacenter of de cloud, waardoor informatie kan worden gedeeld. Socialcast is te koppelen aan andere sociale media zoals LinkedIn, Facebook en Twitter. De 14.000 VMware-medewerkers gebruiken zelf Socialcast.”

BYOD
“VMware virtualiseert nu vrijwel alles wat in het datacenter staat of wat daaraan gekoppeld is”, aldus Van Enter. “We virtualiseren alles in het datacenter, zoals netwerken, storage, servers, desktops en zakelijke applicaties van SAP of Oracle. Maar ook virtualiseren we mobiele omgevingen die bestaan uit apps en apparatuur zoals smartphones, notebooks en tablets.Het virtualiseren en beheer van mobiele apparatuur is aantrekkelijk voor bedrijven die een bring your own device (byod)-beleid hebben. Dat levert beter beheer en kostenbesparingen op. Het virtualiseren van tablets, notebooks is goed te doen en het beheer kan dan worden gedaan met VMware Horizon. De behoefte daaraan groeit, omdat steeds meer mensen gebruiken maken van tablets. Ik denk dat 75 procent van het zakelijke publiek met tablets werkt. Voor smartphones is dat 100 procent.”

Van Enter ziet dat zijn VMware View software vaker wordt ingezet voor desktopvirtualisatie (vdi). “Dat is 30 procent van mijn sales cycle. Op het gebied van desktopvirtualisatieoplossingen werken we nauw samen met partners zoals Cisco, Dell, HP, IBM EMC en NetApp. We coöpereren met NetApp en Cisco in de Flexpod-alliantie. FlexPod for VMware bestaat uit NetApp-storage, het Cisco Unified Communication System (UCS) en virtualisatiesoftware van VMware. Met moederbedrijf EMC en Cisco werken we samen in de Virtual Computing Environment (VCE) alliantie.”

Service Providers
VMware bouwt samen met IT-dienstverleners steeds vaker private clouds en mobiele clouds bij klanten. Van Enter: “Een deel van de IT-architectuur draai je in huis en een ander deel buiten de deur in een publieke cloud. Maar we zorgen altijd voor een hoge beschikbaarheid. Dus als er een publieke cloud uitvalt, zoals dat bij Amazon weleens het geval is, dan kan je terugvallen op je eigen private cloud. De beste oplossing is een hybride cloud. Je kan dan naar behoefte switchen tussen een publieke en private cloud. We werken wereldwijd nauw samen met 8000 service providers die cloudomgevingen bieden die gebaseerd zijn op VMware. Als een service provider uit de lucht is, dan wordt er naar een andere service provider geswitched. Zo zorg voor je een hoge beschikbaarheid. Die 8.000 service providers gebruiken dezelfde VMware architectuur. Voordeel daarvan is dat je dit vanuit één management console kan beheren. Je kan op deze wijze een virtuele machine (vm) als het ware van het ene naar het andere datacenter slepen. Dat gaat semi-geautomatiseerd met een druk op de knop of volledig geautomatiseerd.”

Security rond de cloud
“Een goed ingerichte cloud is sterker en beter dan beveiliging van een datacenter dat binnen een bedrijf staat”, aldus van Enter. ”Technisch gesproken is het veiliger. Gecertificeerde service providers zijn op het gebied van security vaak beter geschoold dan mensen die bij onze klanten werken. Veel klanten overschatten hun eigen beveiliging, vooral in traditionele omgevingen. De kans is daar altijd aanwezig dat mensen met een cd of usb met gevoelige informatie naar buiten lopen. Je kan beter werken met een smartphone of tablet waarbij de data beveiligd in de cloud staat. Het is overigens niet slim om data op een Gmail of dropbox account te zetten. Dat moet je als bedrijf echt anders inrichten. Je ziet dat bedrijven dat nu ook gaan doen.” 

Storage
“Big data is een issue en een ontwikkeling die steeds belangrijker wordt”, vervolgt van Enter. “Internet en sociale media genereren veel data, die moeten worden opgeslagen. Dat doen we samen met EMC, NetApp HDS en andere grote storage leveranciers. Als je een gevirtualiseerde omgeving hebt, dan heb je indirect storage nodig, ook met een gevirtualiseerde desktop, waarbij data wordt opgeslagen op een centraal platform. We virtualiseren daardoor veel storage die gekoppeld is aan applicaties, waardoor je data kunt delen. Voor het mkb bieden we VMware Storage Appliance. Dat is een softwarematige en kosteneffectieve oplossing om opslag uit harde schijven te virtualiseren. VMware bouwt meer storage oplossingen. We bouwen een software defined datacenter, wat inhoudt dat wij een compleet datacenter kunnen bouwen op basis van software; je kunt servers, storage en netwerken virtualiseren. We transformeren het traditionele datacenter naar een software gebaseerd datacenter. Hardware blijf je overigens wel nodig hebben, want daar draait de storage op.”

“Los van alle techniek biedt VMware een bewezen oplossing, die onder alle omstandigheden functioneert met de hoogst mogelijke beschikbaarheid”, aldus Van Enter. “Als je een private cloud inricht, moeten bepaalde lagen het altijd doen. Blauwe schermen mogen niet voorkomen. We hebben aangetoond dat onze virtualisatielaag het altijd doet. We bieden veel functionaliteiten. Een goot voordeel is ons brede partnernetwerk met een cloud ecosysteem. We hebben bijvoorbeeld 8.000 service providers die ons platform gebruiken.”

Energiezuinig
“Virtualisatie biedt niet alleen technische hoogstandjes en een verbetering van processen of besparing in hardewarekosten”, zo besluit Van Enter. “We nemen het voor lief, maar virtualisatie bespaart ook op energiegebruik, dat is gigantisch, al realiseren nog niet alle bedrijven dit. We bouwen onze business cases waar een energiebesparing wordt berekend. De IT-industrie is de derde energiegebruiker van de wereld en als dat zo doorgaat, staat de IT-industrie met haar energie-verbruikende datacenters straks bovenaan. Dat is zorgwekkend.” 
  
   ]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.willem_van_enter_png/165_165_80_1__willem_van_enter.pngVirtualisatie in combinatie met cloud levert rendement opSun, 28 Oct 2012 00:00:00 +0200
Woningcorporatie voltooit ‘behoorlijk ambitieuze’ migratiehttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/107/woningcorporatie_voltooit____behoorlijk_ambitieuze____migratie.html

Havensteder, ontstaan uit een fusie tussen twee woningcorporaties, heeft in 79 dagen de volledige ICT-systemen van de moederbedrijven samengevoegd. De samenvoeging is begeleid door Cegeka, en in een intensieve samenwerking tussen klant en leverancier is de ambitieuze deadline precies gehaald. Basis van het succes was onder meer het betrekken van de business bij deze ICT-operatie.

Havensteder is ontstaan uit een fusie van de woningcorporaties Com•wonen en PWS Rotterdam. Com•wonen was op zijn beurt al eerder ontstaan als fusie-organisatie, waardoor de IT al voor de fusie grondig onder handen was genomen. Daarvoor werd een casus neergelegd bij negen leveranciers. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een shortlist van twee partijen, waaronder Cegeka. Met uitgebreide business cases in combinatie met referentiebezoeken is uiteindelijk gekozen voor het pakket Omega van Cegeka. Dat is in 2008 geïmplementeerd, en in 2009 in gebruik genomen.

Ondertussen speelde in de roerige woningmarkt echter al weer de volgende fusie, met PWS. Rinus Kroon, directeur Financiën en Middelen van Havensteder, die het volledige traject meegemaakt heeft: "We zijn daarom in een vroeg stadium over het samenvoegen van de ICT-systemen gaan praten. PWS werkte nog met een ouder pakket, dat net verdwenen was bij Com•wonen, dus de keuze om met Omega verder te gaan was snel gemaakt. Bij de fusie tot Havensteder hebben we onze huurders beloofd dat zij geen hinder zouden ondervinden van de fusie. Om dat waar te maken moesten we zo snel mogelijk tot één automatiseringssysteem komen. Dat betekende een zeer strakke deadline en een behoorlijk ambitieuze migratie!”

Best practices

De woningcorporaties besloten om niet een-op-een het systeem van Com•Wonen te kopiëren. Bij PWS bestonden namelijk al veel “best practices” die toegevoegde waarde zouden hebben voor het gezamenlijke systeem en de werkprocessen. Die beslissing heeft echter in de eerste fase wel voor een aantal complicaties gezorgd. Kroon: "Wanneer je de deur openzet voor best practices en aanpassingen aan het systeem krijg je een enorme hoeveelheid zaken die mensen mee willen nemen. Als we daar allemaal op in zouden gaan werd het moeilijk om de deadline van 1 januari te halen. We hebben de keuze gemaakt eerst alleen de belangrijkste zaken mee te nemen en de rest later door te voeren."

"We zijn daarvoor met de proceseigenaren in gesprek gegaan. Zo zijn we samen met de gebruikers tot ideeën gekomen waarmee het systeem beter zou kunnen worden, en hebben we de keuzes gemaakt waarmee we de deadline konden halen. We hebben die keuzes vervolgens goed uitgelegd aan de medewerkers. In de laatste fase zijn zij weer betrokken bij de inrichting en bij het testen."

De conversie van de ICT-infrastructuur gebeurde in de tweede helft van 2011, na een kick off die precies 79 dagen voor de deadline op 1 januari plaatsvond. Deze deadline is gehaald.

“In die 79 dagen hebben we als gebruiker en leverancier goed samengewerkt om dat doel te bereiken,” zegt Kroon. “In een gebouw van ons in Rotterdam hadden we gelukkig een leeg kantoor beschikbaar, waar we alle zeventig leden van het projectteam konden onderbrengen. We hoefden daar alleen maar bureaus neer te zetten en een draadloos netwerk op te zetten. Zo konden we snel aan de slag.”

Dat team heeft hard gewerkt, en het voor elkaar gekregen om de twee oude systemen samen te voegen tot één systeem. Dat proces liep parallel aan het veranderen van de organisatie, het aanpassen van de processen en het inspelen op de veranderende informatiebehoefte.

Hero de Klaver, directeur Wonen van Cegeka: “Normaal gesproken zou je eerst de nieuwe organisatie tot stand brengen, om vervolgens de IT daarop toe te snijden. Gezien de zeer strakke deadline was dat nu niet mogelijk. We hebben daarom eerst een grondige inventarisatie uitgevoerd. Vervolgens was de insteek om met zo weinig mogelijk risico naar één IT-systeem te migreren.”

Meerwaarde

Volgens Kroon speelde het ook een rol dat een deel van de medewerkers het systeem al kende. “Waar mensen uit twee organisaties samenkwamen op één afdeling konden de bestaande gebruikers de nieuwe gebruikers helpen met het systeem. Dat was belangrijk voor de continuïteit. We hebben dus gekozen voor een pragmatische aanpak van de cultuurintegratie. Achteraf gezien hadden we eerder tot het concrete plan willen komen, zodat we meer dan die 79 dagen zouden hebben.”

De Klaver: “Het was voor ons ook een leermoment. De IT en de business zijn door fusie direct bij elkaar gekomen en dat heeft prima bijgedragen tot de benodigde snelheid en succesvolle implementatie. Al was het nemen van beslissingen niet altijd eenvoudig, vanwege de fusie was het bijvoorbeeld niet altijd even duidelijk wie welke rol kreeg binnen de nieuwe organisatie. Dankzij de goede projectorganisatie is er continu afstemming geweest en op alle niveaus. Die 79 dagen hebben gezorgd voor het ‘comprimeren’ van het project. Dat heeft ertoe geleid dat we op een intensieve manier zijn gaan samenwerken, wat duidelijk voor meerwaarde heeft gezorgd.”

Cruciale processen.

Het ICT-systeem van de corporatie ondersteunt alle cruciale processen, zoals het incasseren van huur, onderhoud van woningen, nieuwbouw, het volledige verhuurproces, het Klant Contact Center, facturering en archivering. Havensteder werkt met gekoppelde mobiele toepassingen, PDA’s en tablets, waarmee bijvoorbeeld de urenregistratie en andere invoer van mobiele medewerkers digitaal en op afstand kan worden ingevoerd en waarmee dossiers beschikbaar zijn.

Inmiddels staat de volgende fase op stapel: de migratie naar Dynamics Wonen, de opvolger van Omega. Kroon: “Woningcorporaties staat nu voor belangrijke veranderingen, zoals nieuwe wet- en regelgeving en een splitsing in sociale activiteiten en commerciële activiteiten. Het streven is om nog dit jaar alles op het juiste niveau te krijgen om over te gaan naar Dynamics Wonen, waarmee we deze veranderingen kunnen ondersteunen. Hoewel het hele project nog niet is afgerond, zijn er een paar voordelen van het systeem duidelijk naar voren gekomen: we zijn beter in staat om klanten te helpen, we zijn voor huurders toegankelijker en werken efficiënter.”

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/cases/.havensteder_rotterdam_jpg/165_165_80_1__havensteder_rotterdam.jpgWoningcorporatie voltooit ‘behoorlijk ambitieuze’ migratieSat, 27 Oct 2012 00:00:00 +0200
Eric Lisica: de strategische transitie van Terremarkhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/105/eric_lisica__de_strategische_transitie_van_terremark.html
Terremark maakt momenteel een belangrijke strategische transitie door. Omdat eigenaar Verizon alle IT- en security-activiteiten onderbrengt bij Terremark worden flink wat datacenters van Verizon geïntegreerd in het Terremark-aanbod. Dit betekent een forse uitbreiding van de activiteiten. Wij spraken hierover met Eric Lisica, VP Datacenter Services Europe. 

Terremark beschikt sinds jaren over eigen datacenters in Nederland, België, Spanje en Turkije. Dat aantal zal de komende tijd fors worden uitgebreid met de datacenters van netwerkaanbieder Verizon, de eigenaar van Terremark. Hiermee geeft Verizon invulling aan de strategie om alle IT en security bij Terremark onder te brengen. Dit heeft grote gevolgen voor het aanbod. Terremark gaat bijvoorbeeld haar colocatie product beschikbaar maken in een flink aantal Verizon datacenters. Het colocatie product komt hierdoor beschikbaar in meer dan 52 datacenters wereldwijd.

“Op die manier wordt het product geavanceerder èn klantvriendelijker”, aldus Eric Lisica. Binnen Terremark rekenen we bijvoorbeeld het stroomverbruik af op daadwerkelijk verbruik in plaats van afgenomen capaciteit.” Lisica is als VP Datacenter Services Europe verantwoordelijk voor de dagelijkse operaties van de Europese datacenters van Terremark. Daarbij gaat het zowel om facilitaire beheer zoals het onderhoud aan noodaggregaten en koelinstallaties als om het hele scala van datacenter operations activiteiten. Dat laatste omvat alles wat er op de vloer van de datacenters gebeurt om klanten optimaal te ontzorgen, van bekabeling activiteiten, rack- en stacking, remote hands tot aan geavanceerde installatiewerkzaamheden. Hij heeft dus een goed overzicht van de trends op de datacentermarkt. Naast colocatie-diensten biedt Terremark in de datacenters cloud-diensten, managed hosting en security-diensten aan. Samen met colocatie zijn dat de vier belangrijke pijlers onder het aanbod. De wisselwerking tussen deze diensten wordt volgens Lisica steeds groter. “Het blijft niet bij colocatie-diensten. We kunnen een hybride propositie neerleggen, zoals colocatie in combinatie met cloud-diensten of managed hosting.”

Hybride oplossingen werken drempel verlagend “Dus organisaties kunnen voor specifieke applicaties zelf het beheer verzorgen door ze onder te brengen in een colocatie omgeving, naast deze specifieke applicaties kan de overige ICT infrastructuur ondergebracht worden in managed diensten waarbij wij de beschikbaarheid en de security regelen. Dat gebeurt allemaal op basis van één transparante infrastructuur. We zien namelijk dat sommige klanten zelf bepaalde applicaties willen blijven beheren. Dan is zo’n hybride constructie een goede oplossing omdat je zo een drempel wegneemt voor gebruikers.”

Veel gebruikers van datacenter diensten maken in de loop der tijd een ontwikkeling door waarbij ze steeds meer verantwoordelijkheid aan hun aanbieder toevertrouwen. “We zien inderdaad vaak dat we vanuit een bestaande relatie met de klant steeds verder groeien. Ze zijn tevreden over de kwaliteit van onze dienstverlening en komen met steeds meer vragen bij ons, maar ook bijvoorbeeld wanneer andere afdelingen in een organisatie met een vraag zitten kloppen zij bij ons aan. Dat kan gaan om managed hosting, maar ook om cloud of (data) security.”

Zo groeit bij klanten van datacenters de vraag naar aanpalende diensten rondom colocatie. “Dat zien we vooral bij internationale klanten, die niet in alle landen zelf de juiste technische expertise hebben. Dat leidt tot de meest uiteenlopende verzoeken. Klanten kunnen gewoon de telefoon pakken om ons een kabel te laten leggen of een machine neer te zetten maar ook voor ondersteuning bij technisch complexe vraagstukken hebben we de expertise in huis. “Je ziet bij hybride vormen ook dat afdelingen binnen een organisatie verschillende diensten afnemen en makkelijk over kunnen schakelen. Want als je colocatie bij Terremark afneemt, is de cloud- capaciteit feitelijk al voorhanden. Het wordt dan heel makkelijk voor klanten om die stap te maken. Die flexibiliteit is essentieel. In commerciële processen heb je bovendien te maken met stromingen en voorkeuren binnen organisaties, dankzij het hybride model neem je de eerder genoemde drempels makkelijker weg.”

Overheid
Een onderwerp dat bij gebruikers hoog op de agenda staat is, niet verrassend, cloud computing. “We zien dat grote bedrijven veel vragen hebben over cloud. Dat is bij uitstek het onderdeel waar we op datacentergebied sterk in groeien.”Hij ziet wel een groot verschil tussen de Verenigde Staten en Europa. “Vergeleken met de VS loopt cloudadoptie behoorlijk achter. Die ontwikkeling volgen we nauwkeurig, omdat we in de VS een grote cloud-leverancier zijn voor de overheid.”

Een belangrijke oorzaak voor het verschil is dat de Amerikaanse overheid cloud computing volledig heeft omarmd. “De Amerikaanse overheid investeert niet meer in apparatuur, maar wil alleen nog diensten afnemen. De Nederlandse overheid daarentegen praat, net als andere Europese overheden trouwens, nu pas over het consolideren van datacenterruimte. Eigenlijk is dat al een achterhaalde discussie. Het zou nu juist moeten gaan over de vraag hoe je als overheid zo goed mogelijk gebruik kunt maken van de bestaande cloud-infrastructuur. Een van de belangrijkste kenteringen in vragen van de klanten, die de laatste jaren is opgetreden, is de vraag naar hoge tot zeer hoge density in datacenters. “We krijgen ondertussen al vragen voor een vermogen tot twintig of dertig kilowatt per rack. Dat heeft alles te maken met de consolidatie van resources in ICT-apparatuur, deze apparatuur vraagt hierdoor veel meer stroom.”

Groen en energie-efficiënte blijven onverminderd hoog op de agenda staan. “Zowel landelijke als gemeentelijke overheden zijn volop bezig met wet- en regelgeving op dat gebied. Als Terremark zijn we nauw betrokken bij diverse initiatieven en we verwachten dat er nog veel meer wet- en regelgeving gaat komen rondom datacenters.” De bekendste maat voor de energie-efficiënte van datacenters is al enige tijd PUE. Maar die maat is volgens Lisica eigenlijk achterhaald. “Alle nieuwere datacenters zijn ondertussen behoorlijk geoptimaliseerd. Grote stappen zijn echter nog te zetten door de leveranciers van ICT-apparatuur zelf. Je kunt wel veel processorcapaciteit in een server stoppen, maar dat betekent tegelijkertijd dat de ventilator ook sneller moeten draaien om te koelen. Als dit koelproces meer stroom verbruikt dan dat er aan snelheid door de hogere processor capaciteit wordt gerealiseerd dan is het effect op je energie efficiëntie negatief. Dat wordt niet meegenomen in de PUE- berekening.”

Winst
“Er zullen dan ook nieuwe indicatoren komen voor energie efficiëntie, meer gericht op de volledige infrastructuur laag. Als je kijkt naar de volgende slag in het terugdringen van energiegebruik in datacenters dan zal die met name vanuit de daadwerkelijke ICT-hardware moeten, en minder vanuit het datacenter. Het verschil tussen de nieuwste generatie datacenters is marginaal, terwijl op hardware nog veel winst is te behalen.”

Het design voor redundante stroomvoorziening is een belangrijke onderscheidende factor voor Terremark. Het NAP of Amsterdam biedt de allerhoogste SLA. Door fors te investeren in een ”distributed redundante” stroomvoorziening kan het NAP of Amsterdam van Terremark een garantie geven van honderd procent op de beschikbaarheid van stroom. “Die geavanceerde voorzieningen maken ons voor veel organisaties interessant, bijvoorbeeld overheden en financiële instellingen, die een extreem hoge beschikbaarheid willen. `Overigens zien we ook een ontwikkeling dat grote partijen de redundantie niet meer zoeken in het datacenter, maar juist in de applicaties. Zij zetten meerder datacenters in die onderling als uitwijk fungeren. De applicaties zijn zo intelligent dat het voor de gebruiker niet meer uitmaakt in welk datacenter ze draaien. Met het beschikbaar komen van het Terremark colocatie product in een groot aantal Verizon locaties bieden we ook voor deze partijen een prima alternatief. Zeker in combinatie met de netwerkoplossingen van onze moedermaatschappij.” 

Lisica verwacht nog veel ontwikkelingen in datacenterland. “Het is een raar jaar voor de Nederlandse markt”. Uit analistenrapporten blijkt dat het voor het eerst in vijf jaar is dat het aanbod in datacentercapaciteit de vraag overstijgt. Maar tegelijkertijd gaat de groei zo snel dat dat aan het eind van het jaar weer veranderd is. De markt is dus in beweging en beidt volop kansen. Met onze propositie van hybride datacenter diensten zijn wij uitstekend in staat die kansen te benutten”

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.eric_lisica_png/165_165_80_1__eric_lisica.pngEric Lisica: de strategische transitie van TerremarkMon, 22 Oct 2012 00:00:00 +0200
Hans Nipshagen, Akamai: ‘Langzame site kost klanten’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/104/hans_nipshagen__akamai_____langzame_site_kost_klanten___.html

Het web biedt retailers ongekende mogelijkheden om met klanten in contact te komen,  een sterke merkloyaliteit op te bouwen en aankopen te bevorderen. Nu het gebruik van social media en mobiele apparatuur explosief is gegroeid is de ‘winkelbeleving’ geëvolueerd naar een omgeving van gelijktijdige interacties via meerdere kanalen, waarbij verschillende beïnvloeders zijn betrokken. Retailers hebben dus maar één kans om indruk te maken op de klant en die kans zullen ze ook echt moeten grijpen.

Op het moment dat een klant op de website van een retailer terechtkomt is er maar een kort moment om hem over te halen een aankoop te doen. Volgens een onderzoek van Forrester (‘eCommerce Web Site Performance Today’) is die tijd slechts twee seconden of minder. Hans Nipshagen, Regional Manager Benelux van Akamai: “Er bestaat een duidelijke correlatie tussen de laadtijd van de website van een retailer en de conversie. Uit onderzoek van een klant van ons, een zeer grote e-retailer, blijkt dat iedere twee seconden minder laadtijd zorgt voor een verbetering van de conversie met 1 procent. Die laadtijd is dus erg belangrijk en geldt voor elk device waarmee de klant de site bezoekt. Dat voor elkaar krijgen is niet eenvoudig.”

Elke retailer zal de consument online van dienst willen zijn en hem stimuleren om iets te kopen, net als in een fysieke winkel.Grote retailers ziendat zij de klantbeleving in de fysieke winkel ook moeten overbrengen naar het web. Een hoeksteen van deze beleving is een interactieve site die gebruikmaakt van de meest recente webtechnieken voor video en 3D-beelden van producten. Ook is het nodig om te kunnen bepalen waar de klant zich bevindt, zodat alleen voor die plaats, land of regio relevante content getoond kan worden.

Slechte online ervaring

De groei van online winkelen maakt duidelijk hoe belangrijk dit is. Volgens cijfers van het CBS deden in 2006 vijf op de tien mensen online aankopen. In 2011 was dat aantal gegroeid tot zeven op de tien. Alleen al in 2011 nam het aantal online aankopen toe met bijna 10 procent. In 2011 werden in Nederland door 11,7 mensen in totaal 78 miljoen onlineorders geplaatst, met naar schatting een verkoopwaarde van € 9 miljard.

Hans Nipshagen: “De vraag naar een snelle, aantrekkelijke en interactieve beleving op websites zorgt voor een behoorlijke uitdaging. Als een site te langzaam is, of niet beschikbaar, geeft 70 procent van de (potentiële) klanten aan dat zij naar een andere site gaan. Die klant ben je dus kwijt. Bovendien kan een slechte online ervaring ook betekenen dat de consument nooit meer naar de bijbehorende fysieke winkelgaat. Waar we dus naartoe willen is eenduidige klantervaring , ongeacht browser, type device of type verbinding.”

“De content van de webwinkel moet te allen tijde goed worden weergegeven. En dat is nogal wat. Het online winkelpubliek wordt niet alleen steeds groter, maar ook de devices waarmee ze winkelen worden steeds diverser. Denk maar aan de recente introductie van de iPhone 5 met een groter scherm dan zijn voorganger. Webwinkels moeten met die andere schermgrootte rekening houden.”

Het wordt al lange tijd voorspeld, maar de ontwikkelingen rond smartphones en tablets hebben er nu ook echt toe geleid dat consumenten deze mobiele apparaten steeds vaker gebruiken om online te winkelen. Die trend zal alleen maar versterkt worden. In 2015 zal er wereldwijd naar verwachting € 119 miljard aan diensten en producten via de mobiele telefoon worden aangeschaft. Retailers zullen er dus voor moeten zorgen dat zij op deze mobiele apparatuur dezelfde mogelijkheden aanbieden als consumenten gewend zijn op pc’s en laptops.

Chantage

“Een van de grootste issues op dit moment is het feit dat de huidige mobiele netwerken niet snel genoeg zijn voor dataverkeer. Klanten verwachten dezelfde prestaties als van hun vaste breedbandverbinding en dit wordt bij lange na niet gerealiseerd. Voor mobiele websites komen we op een gemiddelde laadtijd van 9 seconden. Terwijl de klant 2 seconden of minder verwacht,” zegt Nipshagen. “Die winkelbeleving moet dus geoptimaliseerd worden, en niet te vergeten, als de klant dan iets koopt, moet dat ook veilig zijn. Inmiddels zijn er technieken beschikbaar die deze ‘situational performance’ zoals we dat noemen, ook allemaal mogelijk maken. ”

Nipshagen wijst verder op een ander e-commerceaspect waar winkelsites steeds vaker mee te maken krijgen. “Het gaat om chantage door kwaadwillenden die dreigen de site ‘down’ te brengen met een DDoS-aanval en tegen betaling hiervan zullen afzien. Als een site down gaat kost dat veel omzet en je raakt klanten kwijt aan andere sites. Het gaat zowel om grote als kleinere sites. Iedere webwinkel is een potentieel doelwit. Met name rond de drukke winkelperiodes zien we een piek in het aantal aanvallen en serieuze dreigingen. Zo zijn we vorig jaar voor de kerstdagen continu in touw geweest om internet retailers te helpen om dit soort dreigingen met succes te keren.”

Volgens hem gaat online e-commerce steeds meer toe naar het normale economische verkeer. Net zo goed als in de fysieke wereld moet ook online een zo aantrekkelijk mogelijke ervaring worden aangeboden, compleet met aanbiedingen, mogelijkheden voor veilig betalen en voordelen voor bestaande klanten. Dat lukt alleen als de winkelsite altijd beschikbaar is en voor alle bezoekers vlekkeloos werkt, ongeacht waar zij zich bevinden, de computer, tablet of smartphone die zij gebruiken of internetomstandigheden waarop zij geen invloed hebben.

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.hans_nipshagen_spotlight_jpg/165_165_80_1__hans_nipshagen_spotlight.jpgHans Nipshagen, Akamai: ‘Langzame site kost klanten’Sat, 20 Oct 2012 00:00:00 +0200
Sondergaard, Gartner: 'Krachtenveld zet CIO onder druk'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/102/sondergaard__gartner___krachtenveld_zet_cio_onder_druk_.htmlPeter Sondergaard is als Senior Vice President Research al jaren een bekende verschijning bij evenementen van Gartner. Ook dit jaar zal hij in november weer acte de présence geven tijdens Gartner Symposium/ITXpo. Executive-People sprak met hem over de rol van de CIO, die zwaar onder druk staat doordat steeds meer collega-executives het initiatief nemen tot ingrijpende ICT-investeringen. Dit vraagt om leiderschap.

Op de editie 2011 heeft Gartner volgens Sondergaard de juiste snaar geraakt bij CIO´s. “Volgens de feedback van de bezoekers was het een groot succes. Daar gaan we op voortbouwen. Met de inhoud van de afgelopen editie, en de boodschap die we de mensen hebben meegegeven, hebben we een koers uitgezet die we dit jaar zullen voortzetten. We zullen dat verder invullen vanuit het perspectief van de technologie, waarbij we zullen laten zien dat er een voortdurend effect is van diverse krachten.”

Hij doelt hiermee op het ingrijpende effect van social, mobile, cloud en information. Gartner beschrijft dit als de Nexus of Forces. “Vorig jaar hebben we al gezegd dat het samenkomen van die vier krachten zou leiden tot ingrijpende veranderingen vanuit business-perspectief, èn
gezien vanuit de IT. We hebben daarbij gesproken over de beweeglijkheid van de economische omgeving waar we mee te maken hebben. Als gevolg van die volatiliteit zullen bedrijven zich moeten voorbereiden op diverse scenario´s.”

“Het gaat in die scenario’s niet alleen om invulling van het budget, maar om het formuleren van een visie op wat ze willen doen met hun IT. Vrijwel alle bedrijven richten zich nog steeds op groei, dat blijkt nog steeds overal bovenaan de agenda te staan. De publieke sector richt zich onverminderd op het verbeteren van de dienstverlening aan de burgers. Die thema’s zijn dit jaar niet anders.”

Turbulentie
“Onze voorspelling voor de richting van de economische ontwikkeling is uitgekomen, we zien een forse turbulentie in de economische ontwikkeling, en een wereldwijde slowdown. Dat is dus duidelijk een thema waar we in november veel aandacht aan zullen moeten besteden. Alles bij elkaar genomen denk ik dat we vorig jaar de juiste weg in zijn gegaan met onze thema´s. Dit jaar zullen we ons sterk richten op de enorme veranderingen die plaatsvinden binnen de vier krachtenvelden die de Nexus of Forces vormen. De verandering is het grootst op het gebied waar ze samenkomen.”

“Tegelijk met die veranderingen verwachten we, zeker gezien vanuit Europees perspectief, dat de investeringen in informatietechnologie zullen dalen. Dat loopt parallel met de ontwikkeling dat ook andere onderdelen in een organisatie verantwoordelijkheid krijgen over IT. We zullen voor het eerst een substantiële verschuiving zien in IT-uitgaven door andere delen van de organisatie, dus niet alleen door de IT-afdeling. Dat is dit jaar een herkenbare trend.”

Vorig jaar heeft Gartner CIO’s voor het eerst gewaarschuwd voor deze verandering. “Toen hebben we voor het eerst gesproken over het verschijnsel dat in sommige verticale branches de marketingafdeling fors investeert in IT. Dat doet marketing autonoom, dus niet in samenwerking met de IT-organisatie. Vaak vallen deze uitgaven onder de normale aankopen. Dit jaar zien we dat de IT-aanbieders zich voor het eerst realiseren wat een enorm potentieel er ligt op dat snijvlak van marketing en IT. De vendors gaan daarop inspelen, omdat ze zien dat het advertentiebudget van organisaties sneller groeit dan de IT-uitgaven, zeker in de business-to-consumer markt. Dat heeft invloed op de functie van de CIO.”

Informatie
Deze trend hangt samen met een ander buzzword, Big Data. “Die groeiende focus op informatie in de hele organisatie heeft invloed op de manier waarop investeringen worden gedaan. Door Big Data zullen ook vanuit andere budgetten dan IT IT-uitgaven worden gedaan. Dat gebeurt bijvoorbeeld al in de farmaceutische industrie met budgetten voor research and development, waaruit eigenlijk IT investeringen worden gedaan omdat het gaat om technologie voor het analyseren van data.”

“In toenemende mate zullen we zien dat productiebedrijven afdelingen inrichten om data te verwerken waarmee ze waarde creëren. Daar ligt in de investeringen veel nadruk op. Dat leidt weer tot een forse verbreding van de markt die we vroeger definieerden als de IT-industrie. Zo zien we dat de Chief Marketing Officer (CMO) een van de belangrijkste inkopers wordt van technologie, we zien dat de R&D-afdeling meer dan in het verleden direct technologie kopen, en we zien het ontstaan van afdelingen in een organisatie die zich richten op het halen van waarde uit Big Data. Dat gaat voor leveranciers een zelfstandige omzetstroom worden.”

Dit alles heeft ingrijpende gevolgen voor de CIO. Is die nog wel in control? “Het begint met de vraag wat de definitie is van control. Want er blijven zaken die belangrijk zijn voor het bedrijf, en die vragen om centrale sturing. Daarbij gaat het onder meer om security en risicomanagement, en de consistentie in inkoop en gebruik van de nodige technologie, zodat je de kosten voor de infrastructuur optimaliseert. Dat zijn zaken waarvan het belangrijk blijft dat de CIO zich daar centraal mee bezig houdt. De vraag is nu wel hoe de CIO zich met de IT-organisatie moet gaan positioneren ten opzichte van de andere afdelingen, om te komen tot business-IT alignment. De situatie is heel anders dan tien jaar geleden.”

Kansen
Er wordt in dat verband veel gesproken over de skill set voor de moderne CIO. Die skills zijn volgens Sondergaard echter niet anders dan waar leidende CIO´s al een aantal jaren naar streven. “Het gaat erom goed te begrijpen hoe je kansen voor de business kunt grijpen, om de non-lineaire groei van businesses te faciliteren. Je moet begrijpen hoe alles samenkomt, in staat zijn risico en security te managen voor de enterprise. Dat is een van de meest belangrijke functies voor de CIO.”

“Het belang van al die zaken leidt er soms wel toe dat je niet meer altijd zeker weet wie de CIO is, want ze kunnen samenkomen onder één persoon die misschien niet eens meer de CIO wordt genoemd. Grote financiële organisaties hebben de IT vaak ondergebracht bij mensen die niet de CIO zijn, maar bijvoorbeeld de COO. Je hebt dan wel CIO´s op afdelingen, maar degene bij wie alles samenkomt is iemand die businessverantwoordelijkheden draagt, inclusief IT. De CIO moet dus goed weten hoe je technologie verbindt met groei van de business, en daarover kunnen communiceren met business executives in de gehele organisatie.”

Deze trend maakt het ook voor de CxO relevant om naar Symposium/ITXpo te komen. “Nu ze het belang van IT ontdekken moeten ze begrijpen hoe je technologie het meest effectief kunt inzetten. Daar zijn onder meer de CxO-tracks voor. Daar zullen we een survey presenteren over de manier waarop CEO´s omgaan met IT. Zij hebben de waarde van informatie ontdekt, het is een van de strategische middelen die organisaties kunnen inzetten om winst te genereren.”

Focus
“We zullen ons in Barcelona richten op de trends die we in de boards zien, daarover presenteren we onderzoeksresultaten. En steeds meer presentaties zullen de thema´s voor de verschillende belanghebbenden belichten. Bijvoorbeeld de vraag waarom social media voor de verschillende CxO´s belangrijk is. En tenslotte zullen we ons richten op zaken als Big Data en informatie voor de CxO. Zo brengen we de grote thema´s in perspectief, en leggen we het belang van IT voor de verschillende executives met ieder hun eigen rollen uit.”

Dit stelt business executives in staat focus aan te brengen. “Door de economische situatie kunnen organisaties het zich gewoon niet meer veroorloven alles tegelijk te doen. Je moet je richten op zaken die echt strategische waarde hebben. De connectie tussen social, mobile, cloud en informatie zorgt voor een volledig nieuwe zakelijke omgeving. Dat leidt tot veranderende concurrentieverhoudingen. In technologisch opzicht ontstaat er een geheel nieuw technologieplatform. Dat vraagt om leiderschap van de CIO. Want als je een volger wordt, of gezien wordt als een volger, zal de CIO onder die krachten bezwijken.” 

Door: Marco van der Hoeven

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.peter_sondergaard_png/165_165_80_1__peter_sondergaard.pngSondergaard, Gartner: 'Krachtenveld zet CIO onder druk'Sun, 14 Oct 2012 00:00:00 +0200
Bertram Rutte, commercieel directeur bij Proact: ‘CIO wil risico mijden en kosten besparen’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/100/bertram_rutte__commercieel_directeur_bij_proact_____cio_wil_risico_mijden_en_kosten_besparen___.htmlProact is een van oorsprong Scandinavische storage-aanbieder die in vijftien jaar tijd is uitgegroeid tot een beursgenoteerde IT-dienstverlener die actief is in dertien landen. Proact draait jaarlijks driehonderd miljoen euro omzet met zeshonderdvijftig medewerkers. Storage blijft een belangrijk onderdeel van de activiteiten, maar het aanbod breidt zich snel uit. Door een aantal acquisities vorig jaar heeft Proact kennis vergaard op het gebied van managed services, met name cloud services.

Deze tak, Managed Cloud Services (MCS), is opgebouwd rond voorgedefinieerde cloud-templates. “De sleutel tot succesvolle cloud computing is standaardisatie op basis van enterprise-architectuur in combinatie met hoogwaardige security” aldus Bertram Rutte, commercieel directeur bij Proact. “Zo hebben we ISO 27001 certificatie, wat betekent dat als relevante processen in het security informatie management systeem worden ondervangen, het personeel gescreend wordt en hun activiteiten gelogd, alles wordt met camera’s opgenomen. Ze kunnen alleen tijdens hun shift bij de gegevens die ze nodig hebben.”

Dit past volgens hem in de trend dat CIO’s ernaar streven risico’s te verminderen en kosten te beheersen. “De totale business case is een belangrijk aandachtspunt voor onze klanten. We brengen die kosten vaak gedetailleerd voor de komende vijf jaar voor ze in kaart. Zo kunnen klanten gefundeerd een keuze maken over de investeringen. Want op dit moment hebben de klanten vaak geen goed inzicht in de kosten, omdat die kosten bijvoorbeeld verdeeld zijn over verschillende afdelingen, van facilitair tot IT. Dat kunnen wij transparant vastleggen, tot en met de hoeveelheid stroom die in de loop der tijd zal worden verbruikt.”

Een belangrijke zorg blijft de vraag waar data fysiek staat opgeslagen. “Dat is natuurlijk ergens in de cloud, maar wij kunnen wel aanwijzen waar het staat. Dat leggen we ook contractueel vast, net als het eigendom van die data. Bij Amerikaanse bedrijven bijvoorbeeld vallen die opslaggegevens onder de Patriot Act, wat betekent dat de Amerikaanse overheid het eigenaarschap ´in bijzondere omstandigheden´ zou kunnen overnemen. Dat staat bijvoorbeeld ook in de voorwaarden van Dropbox, helemaal op de laatste pagina van het contract.”

Hybride oplossing
Wat organisaties toevertrouwen aan de cloud is volgens Rutte heel divers. “In praktijk gaat het vaak om een hybride oplossing, met een deel in eigen huis en een deel uitbesteed. Daarnaast bestaat de keuze tussen private cloud en shared cloud. Vaak is die beslissing overigens een gevoelskwestie. Een belangrijke overweging is tevens de latere ontvlechting, omdat bedrijven wel de ruimte willen hebben in de toekomst het model te veranderen. Een exit-regeling is dus altijd een belangrijk deel van de overeenkomst. Zo heeft de klant volledige controle.”

Een nieuw onderdeel van het portfolio van Proact is Probox. “De introductie hiervan past bij trends als consumerisation of IT en Bring Your Own Device. Het doel van Probox is om op enterprise niveau een veilig alternatief te kunnen bieden voor de consumentenoplossingen die beschikbaar zijn. We hebben de afgelopen jaren gezien dat gebruikers steeds meer behoefte hebben gekregen aan vereenvoudiging van hun werk en verhoging van hun productiviteit. Die mogelijkheden zijn al snel geboden door public cloud providers, veelal in de vorm van gratis oplossingen, met reclame. Zo zijn die diensten laagdrempelig op de markt gezet en zijn er veel mensen die er gebruik van maken. Het probleem daarbij was echter tot nu toe dat de IT-organisatie er geen alternatief voor kon bieden.”

Voor veel bedrijven is dit echter nog een stap te ver. “Veel organisaties zijn nog niet zo ver. Je ziet bijvoorbeeld dat bedrijven smartphones aanbieden als facility service. In veel gevallen geeft HR zelfs nog de telefoon uit, terwijl het ondertussen al lang een IT asset is. Daar willen bedrijven verandering in aanbrengen, en bijvoorbeeld ook toestaan dat mensen hun eigen smartphone meenemen.”

Risico’s afdekken
De volgende logische stap op basis van Probox is een oplossing voor smartphones en andere mobiele apparaten die hierop inspeelt. “Daarmee zorgen we aan de ene kant voor vrijheid en flexibiliteit voor de gebruiker, en aan de andere kant hebben we een gesloten sectie voor bedrijfsapplicaties en de communicatie voor de applicaties. Want je kunt wel een enterprise-oplossing bieden voor het delen van bestanden, maar je moet ook de mogelijkheid bieden ze te exporteren naar tekstverwerken of email. Anders krijg je toch het risico op leakage.

Het gaat overigens niet alleen om veilig uitwisselen van bestanden onderling, maar ook om het delen met externe partijen. “Dat proces moet ook goed lopen, bijvoorbeeld met een toeleverancier van grafische vormgeving met de marketingafdeling. Als je dat via Probox aanbiedt dan stuur je alleen een secure link met een tijdelijk password, en via de portal kun je de files benaderen. Daarmee bieden we een alternatief voor al die gratis toepassingen waar de medewerkers zelf mee komen. Zo zorg je voor laagdrempelige functionaliteit. CIO’s krijgen enterprise garanties om risico’s af te dekken, maar tegelijkertijd functionaliteit voor de gebruiker. Want die accepteert een blokkade niet meer.”

Door: Marco van der Hoeven]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.bertram_rutte_png/165_165_80_1__bertram_rutte.pngBertram Rutte, commercieel directeur bij Proact: ‘CIO wil risico mijden en kosten besparen’Sat, 13 Oct 2012 00:00:00 +0200
Le Blanc Advies: ‘Business-architectuur past op één A4’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/99/le_blanc_advies_____business_architectuur_past_op_____n_a4___.html
Veel organisaties maken geen gebruik van het volledige potentieel van businessarchitectuur. In de praktijk is architectuur vaak vrij eenzijdig gericht op de harde ICT. Daarmee ontbreekt echter de vertaling naar de wereld van de businessmanager. Le Blanc Advies vult deze lacune in met een overzichtelijk kader die de dialoog tussen architecten en business op gang brengt. Tegelijkertijd is er een onafhankelijke certificering in de maak voor architecten.

Het ontbreekt bij veel organisaties aan de vertaling van hun visie en strategie naar de uiteindelijke invulling ervan met principes, werkprocessen en bijbehorende technologie. André Hollants (foto links), business-architect bij Le Blanc Advies, vat het bondig samen: “Bedrijven hebben een missie, met als afgeleide daarvan een strategie. Dat geheel leidt tot beleidsplannen. Maar als je die beleidsplannen goed bekijkt zie je dat binnen een organisatie veel verschillende interpretaties bestaan van de strategie en de visie. Daar gaat het mis.” 

Als voorbeeld noemt hij het abstracte begrip ‘kwaliteit’. Veel organisaties hebben in hun missie weliswaar staan dat ze kwaliteit leveren, maar iedereen heeft over de invulling daarvan weer een andere opvatting. Hollants: “Wanneer we praten over de businessarchitectuur  beginnen we altijd met het analyseren van de visie en de missie. Wat bedoelt een organisatie daar eigenlijk mee? Dat willen we concreet maken. Dat leidt tot de hoofdprincipes. Dat zijn business-principes, het gaat dan nog niet over IT.”

Impact op de business
“Op grond van deze hoofdprincipes bepaal je de mogelijke impact: Wat betekent het voor de organisatie, wat betekent het voor de medewerkers en wat betekent het voor de informatietechnologie? Dan blijkt dat die gevolgen soms helemaal niet gewenst zijn. Op basis hiervan kun je de principes aanpassen. Het beste is om dit proces in de vorm van een workshop te doen, zodat mensen vanuit hun eigen expertise kunnen spreken. Dan komen ze met elkaar in gesprek.” 

Wanneer iedereen inzicht heeft in de impact komt de volgende stap:bepalen welke bedrijfsprocessen nodig zijn om de producten/diensten conform de strategie te realiseren. Dat gebeurt in eerste instantie op hoofdniveau, op het niveau van de benodigde functies. Daarna pas komt de echte IT aan bod. “Met die IT ondersteun je de bedrijfsprocessen en functies. Je brengt eerst de informatiestromen op hoofdlijnen in kaart. Dat leidt uiteindelijk tot de requirements, met de bijbehorende kwaliteitseisen die je wilt stellen.”

Dankzij deze benadering van hoofdprincipes worden alle verschillende functiegebieden op hetzelfde doel gericht. Dat bepaalt de focus op de inrichting en vermijd onnodige complexiteit. “Dit is geen traditionele architectuuraanpak, maar met deze benadering sluit je wel beter aan bij de business. Je hebt het namelijk over hun problemen, hun strategie en visie. Je werkt niet een op techniek gerichte vragenlijst af.”

Organisaties zijn enthousiast over deze aanpak, omdat ze die focus op de business vaak missen. “IT moet aansluiten op de business en zonder duidelijke definities verlies je grip op de situatie omdat de samenhang ontbreekt. Dan kan er weliswaar samenhang zijn tussen de IT-programma’s, maar dat betekent niet per definitie dat het ook aansluit op de business. Kortom, het gaat erom structuur aan te brengen in de chaos.”

Professionele beleving
Dat slaat aan bij het hogere management, zegt Joost Gordijn (foto rechts), adjunct directeur. “We hebben het niet over techniek, onze taal sluit aan bij hun professionele beleving. Dat ontbreekt nogal eens bij de echte IT-er. Er zijn maar weinig bedrijven die de hoofdprincipes goed hebben gedefinieerd. Daardoor missen zij de leidraad voor een eenduidige focus op de inrichting. Nu hebben ze alle relaties overzichtelijk op één A4-tje. Het is de kunst van het weglaten én de kunst van het richten. Dat doe je met die principes. Als je ze helder hebt geformuleerd kunnen de mensen daar vanuit hun eigen expertise verdere invulling aan geven.”

Hollants benadrukt dat het gaat om niet meer dan vijf tot zeven hoofdprincipes. “Als je er twintig hebt onthoudt niemand ze allemaal, dan gaat het weer zweven. Zo’n principe heeft als het ware het gezag van een wet en is kaderstellend. Overtreding is strafbaar, en als je dat toch wilt doen moet je in overleg treden met de ‘wetgever’. Dat vereist dus overleg met de architect. Die kan overzien of de veranderingen nog steeds voldoen aan de (bedoeling van) hoofdprincipes. Zo krijg je een efficiënt validatieproces.” Dit vraagt wel om de juiste inrichting van de governance, aldus Gordijn. Welke bevoegdheid hebben de betrokken mensen, zoals de architecten die handhaven en bewaken? “Dat moet vastliggen op het juiste niveau. Ook dat is een inrichtingsvraag die integraal bij het proces hoort. Want het heeft geen zin om de hele exercitie eenmalig te doen, het moet ook geborgd worden in de organisatie.”

Daar speelt de architect een essentiële rol in, want die moet niet alleen zeggen dat iets niet kan, maar ook de dialoog aangaan om te kijken hoe het wel opgelost kan worden. “Bij Le Blanc Advies beschrijven we dat als ‘we zijn niet dogmatisch maar pragmatisch’. Er is balans nodig tussen handhaven en oplossen. Een architect moet kunnen uitleggen waarom bepaalde principes zijn gekozen. Dan ben je een volwaardige gesprekspartner.”

Keurmerk voor architecten
Het opstellen van een dergelijke architectuur, en de vereiste dialoog, vraagt om bepaalde competenties. Le Blanc Advies ondersteund daarbij het initiatief van de Stichting ERIAA (European Register Information Advisers Association), die werkt aan een keurmerk voor architecten

Over de Stichting ERIAA (European Register Information Advisers Association)

De stichting ERIAA i.o. certificeert informatiekundig adviseurs waaronder architecten niet alleen op basis van kennis, maar ook op basis van competenties. Dat laatste is zeker zo belangrijk als de kennis. De competenties worden gemeten door middel van een aantal psychologische testen, die onder meer kijken naar de manier waarop de architecten in staat zijn te communiceren. 

Hierbij wordt gedifferentieerd naar het werk van de verschillende rollen van informatiekundige adviseurs waaronder architecten. Die verdeling sluit weer aan bij het nieuwe functiegebouw van de overheid, dat onderscheid maakt tussen de strategische adviseur, de coördinerende adviseur en de senior-adviseur. “Momenteel zijn we bezig die certificeringen te toetsen, om te komen tot een keurmerk dat aansluit bij de behoeften van de CIO’s voor wie ze actief zijn. De eerste certificeringen zullen dit jaar plaatsvinden. We doen dit voor de eindklant, de CIO. Er bleek bij hen behoefte aan duidelijkheid over architecten in informatievoorziening. Het gaat om vakmanschap, architecten voegen waarde toe voor organisaties.”

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.hollants_en_gordijn_png/165_165_80_1__hollants_en_gordijn.pngLe Blanc Advies: ‘Business-architectuur past op één A4’Fri, 12 Oct 2012 00:00:00 +0200
'Social IT centraal bij Infosecurity, Storage Expo en Tooling Event'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/97/_social_it_centraal_bij_infosecurity__storage_expo_en_tooling_event_.html
Van 31 oktober tot en met 1 november organiseert VNU Exhibitions in de Jaarbeurs in Utrecht weer de drie belangrijkste IT-beurzen van Nederland: Infosecurity.nl, Storage Expo en Tooling Event. Al jaren komen IT-ers naar dit combinatie-evenement om de laatste trends en ontwikkelingen te bekijken op de beursvloer en bij het seminarprogramma. Executive-People sprak over de trends rond dit thema met project manager Ivo Meertens

De drie beurzen vullen elkaar naadloos aan. Het thema van Storage Expo is natuurlijk de opslag van data. Die data moeten vervolgens weer beveiligd worden. Het is dus logisch om daar het beursthema security aan te koppelen. Die data moeten daarnaast beheerd worden. Dat is waar de exposanten van het tooling Event zich op richten.

Ivo Meertens, project manager bij VNU Exhibitions: “Omdat er wel verschillen zitten tussen de drie beursonderwerpen zijn er per onderwerp verschillende trends te zien. Die halen we onder meer uit onderzoek dat we altijd onder bezoekers doen rond de beursthema´s, om er achter te komen waarom ze naar een bepaalde beurs komen.”

Cyberkolonel

“Bij Infosecurity staan cybercrime en hacking met stip op de eerste plaats, een thema waar de afgelopen tijd natuurlijk ook veel publiciteit over is geweest. Wij spelen daar onder meer op in door de eerste Nederlandse Cyberkolonel bij NATO, Kolonel ir. J.M. Folmer MSS, te laten preken. Daarnaast hebben we samen met Deloitte een hacking challenge georganiseerd. Zij hebben dit jaar als Nederlandse ploeg de Cyberlympics gewonnen, de Olympische Spelen van het hacken. Tijdens de Deloitte HackLAB Hacking Challenge kunnen bezoekers zelf actief deelnemen aan een ethical hack gericht op een fictieve organisatie of deelnemen als publiek van deze sessie. Dat zijn sessies die razendsnel vol lopen met de inschrijvingen, wat wel aangeeft hoezeer deze thema’s leven.”

Het hoofdthema van Storage Expo is, niet geheel verrassend, Big Data. “Dat is weliswaar een breed begrip, maar het leeft bij zowel de bezoekers als de leveranciers, die er allemaal op inspelen. Daar zitten veel deelvraagstukken aan vast. Want hoe beveilig je de data, hoe laat je de datagroei gestructureerd verlopen onder invloed van trends als Bring Your Own Device en social media?”

“Het blijkt moeilijk voor IT-organisaties om al die data te beheren en te structureren. Om te laten zie hoe het kan presenteren we daar de case van het Universitair Ziekenhuis Leuven, het grootste ziekenhuis van Europa. We hebben bovendien een case over Big Data ingepland door iemand van Technicolor, over de manier waarop de broadcast-wereld met die datagroei omgaat. En natuurlijk blijft cloud computing een thema. Dat is niet nieuw meer, maar er leven nog veel vragen over. Op het Tooling Event (IT Beheer) zijn belangrijke onderwerpen mobile device management, personal workspace en service management 3.0.”

Beveiligingsrisico’s

Naast deze trends, die spelen op het afzonderlijke niveau van de drie beurzen, heeft VNU Exhibitions gekozen voor een overkoepelend thema voor het gehele evenement: Social IT. “Dat is een brede trend, die voortkomt uit de ontwikkeling dat steeds meer mensen, gedreven door de consumentenwereld, gebruik maken van sociale netwerken. Dit betekent ook dat mensen die sociale netwerken meenemen in een bedrijf. Dat leidt voor bedrijven tot beveiligingsrisico´s of zoals ongestructureerde datagroei.”

“Veel documenten die mensen in organisaties gebruiken komen via kanalen als Dropbox, Facebook, LinkedIn en Slideshare binnen. Maar hoe zit het bijvoorbeeld met de security? Dit hangt ook samen met het eerder genoemde BYOD, want iedereen gebruikt zijn eigen apparaat zakelijk.”

“In organisaties wordt echter nog steeds vooral naar social media gekeken uit het oogpunt van marketing. Maar het thema wordt steeds relevanter voor de IT-organisatie, die er meer over moet gaan begrijpen. IT-organisaties binnen bedrijven krijgen daarmee een andere rol. Social Media vallen niet binnen de scope die ze traditioneel hadden, zoals beheer. Dat is dus een actueel thema.”

End-to-end oplossingen

“We proberen deze thema’s zoveel mogelijk vanuit de behoefte van de bezoekers aan bod te laten komen. Wanneer mensen naar de beurs komen hoop ik dat ze zoveel mogelijk een antwoord vinden op hun vraag. Tegelijk krijgen ze een overzicht van de hele markt in een of twee dagen, ondersteund door de inhoudelijke sessies.”

“We zien dat onze bezoekers steeds meer op zoek zijn naar end to end-oplossingen. Dat speelt overigens vooral in het MKB, minder op de grootzakelijke markt. Gebruikers willen één oplossing tussen alle eindpunten van de IT, één aanbieder voor alle vragen. We zien dat de grote partijen hier al op inspelen, met één oplossing voor de eindgebruiker. Dat maakt het veel kostenefficiënter. Je zit niet meer met problemen in communicatie tussen verschillende systemen. Er zitten wel nadelen aan, maar als het minder goed gaat in de markt zie je deze trend. Als er meer geld beschikbaar is willen organisaties eerder risico spreiden en specialisten zoeken. Op de beurs presenteren we al die oplossingen, waarmee we als het ware ook een end to end-oplossing bieden.”

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.beursinterview_2012_jpg/165_165_80_1__beursinterview_2012.jpg'Social IT centraal bij Infosecurity, Storage Expo en Tooling Event'Sat, 06 Oct 2012 00:00:00 +0200
Piet van Vugt, Nobel: ‘Betrek de ICT-er bij business-processen’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/95/piet_van_vugt__nobel_____betrek_de_ict_er_bij_business_processen___.html
De traditionele systeembeheerder verdwijnt. Daarvoor in de plaats komen IT-ers die de technologie inzetten om de business te ondersteunen. De traditionele IT-functie verschuift onherroepelijk naar de cloud, dus is het zaak daarop voorbereid te zijn. Executive-People sprak met Piet van Vugt, CEO van Nobel, over zijn visie op dit fenomeen.

Over de cloud leven met name in het middensegment veel vragen. Volgens Piet van Vugt, CEO van Nobel, is dat de reden dat het recente klantevent volledig in het teken van cloud computing stond. “In onze business maakt het een steeds groter aandeel uit. Anderhalf jaar gelden was cloud twintig procent van de business, nu is dat al gegroeid tot vijfenzeventig procent. De kosten voor onze klanten zijn in die tijd met dertig procent gedaald, omdat de technologie steeds meer kan tegen lagere kosten.”

Hoog tijd dus om antwoord te geven op de vele vragen die er nog steeds over dit fenomeen leven. “We willen uitleggen wat cloud betekent. Veel mensen vragen zich af wat ze ermee zouden moeten. Wij proberen uit te leggen dat je er heel veel flexibiliteit mee kunt behalen.”

De aandacht voor cloud computing is niet toevallig juist nu zo groot. Van Vugt: “Op dit moment spelen diverse krachten in op de IT-afdelingen van bedrijven in het segment midden- en kleinbedrijf. Dat komt onder meer doordat er aan de ene kant sprake is van achterstallig onderhoud door achterblijvende investeringen, maar tegelijkertijd wordt vanuit de business druk uitgeoefend op de IT-afdeling om te veranderen.”

Voorwaarden

Dit leidt ertoe dat organisaties om hun bestaande IT heen allerlei extra tools gaan gebruiken. “Zo wordt de IT op een zijspoor gezet. Dat begint bijvoorbeeld met salesmensen die met Salesforce.com aan de slag willen, vervolgens gaan andere medewerkers Dropbox gebruiken. Zo ontstaat al een soort van cloud vanuit de medewerkers die niet willen wachten op de IT.”

Maar niemand let erop dat de voorwaarden van bijvoorbeeld Dropbox bepalingen bevatten die niet zo goed zijn voor de vertrouwelijkheid. “Wat wij proberen uit te leggen is dat je de IT-afdeling nadrukkelijk moet betrekken bij het ondersteunen van de business-processen en het veranderen van de organisatie. Neem afscheid van zaken die er niet toe doen, zoals onderhoud en beheer.”

“Het vak systeembeheerder zal uitsterven. Je kunt met een beperkt aantal mensen niet meer alle ontwikkelingen bijhouden, daarvoor gaat het te snel. IT krijgt een andere rol, in de strategie en de ontwikkeling van de organisatie. IT blijft wel belangrijk, maar wordt meer een business-functie. Je hoeft de hardware niet meer in huis te hebben, net zomin als je zelf je energie opwekt. Ook de kosten spelen mee. Je hoeft het niet meer te laten voor de kosten. Daarom zien we bij organisaties een duidelijke focus om de slag te maken naar cloud.”

Strategie

“Organisaties missen nu het overzicht, Ze hebben veel IT staan waar ze ooit veel in geïnvesteerd hebben, en vragen zich nu af of ze het moeten afschrijven. De ontwikkelingen in de markt gaan echter zo snel dat je je voortdurend moet aanpassen, en IT is een wezenlijk onderdeel van je business strategie geworden, onder meer in de communicatie met klanten. De traditionele IT-afdeling is daar vaak nog niet op ingericht. Die is opgezet voor zaken als beheer en serveronderhoud, niet voor innovatie. Dus door het uitbesteden van standaard diensten houd je intern ruimte over om te innoveren.”

Er bestaan echter nog aarzelingen bij de invoering van cloud, met name door zorgen over security en control. “Die angst neem je onder meer weg door te laten zien dat de meeste bedreigingen toch intern ontstaan. Vaak gaat het om een medewerker die er met de data vandoor gaat, dat heeft weinig met technische security te maken.”

Spreiden van investering

“Niet meer dan tien procent van de security issues zit in de techniek. Je bent bovendien met de eigen IT-afdeling niet meer in staat om de ontwikkelingen te volgen. In datacenters is het wel goed geregeld, en is er sprake van allerlei certificeringen die voortdurend worden getoetst. Het helpt vaak al om klanten fysiek mee te nemen naar een datacenter om te laten zien hoe het eraan toegaat.”

De depressie heeft volgens Van Vugt een duidelijk effect op cloud computing. “Het zorgt zonder meer voor een push. Omdat de banken voorzichtig zijn met financiering zie je dat middelgrote organisaties aanpassingen doen in hun business model, en technologie helpt daarbij. Wanneer ze nu voor de beslissing staan om hun servers te vervangen tegen een forse investering, dan is het een reële optie om het als dienst af te nemen.”

“Zo spreid je die investering over een aantal jaren, èn je bent veel flexibeler in het schalen van de oplossing naar je behoefte. Dat zijn de keuzes waar bedrijven nu voor staan. Dat verschil tussen investeringen in eigen systemen en die in cloud kun je makkelijk uitrekenen. Want wat zijn nog de voordelen van een volledig eigen infrastructuur?”]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.interview29092012_png/165_165_80_1__interview29092012.pngPiet van Vugt, Nobel: ‘Betrek de ICT-er bij business-processen’Sat, 29 Sep 2012 00:00:00 +0200
SUSE: 'ook zonder Novell doen we het prima'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/93/suse___ook_zonder_novell_doen_we_het_prima_.html
Met een nieuw sales- en servicesteam, een aangepast productportfolio en hernieuwd vertrouwen uit de markt, heeft Linux-leverancier SUSE zich de laatste tijd weten te hervinden. Dat vertelt Ronald de Jong (foto), vice-president EMEA sales in een vraaggesprek tijdens de eerste jaarlijkse SUSE-conferentie in het Amerikaanse Orlando.

Het 20-jarige Duitse SUSE moest zichzelf opnieuw op de kaart zetten, nadat moederbedrijf Novell in april 2011 werd overgenomen door The Attachmate Group. De activiteiten werden opgesplitst en ondergebracht in vier zelfstandige divisies: Attachmate, Novell, NetIQ en SUSE.

Afwachtend
“Vóór de overname stond Novell ruim een jaar te koop en dat maakte onze klanten en de markt heel afwachtend”, vertelt De Jong. “Het kostte ons veel moeite om bestaande contracten te vernieuwen en nieuwe klanten te werven. Zo vroegen velen zich af of de continuïteit was gewaarborgd.”
 
Aan die twijfel kwam pas een eind nadat Attachmate zijn plannen bekendmaakte. De Jong: “De opsplitsing zelf was wel een intensief en ingewikkeld proces.” Zo moest het grootste deel van de IT-infrastructuur tussen SUSE en Novell worden ontkoppeld. Tegenwoordig zijn enkel de systemen van de afdelingen finance, operations en legal nog gedeeld.

"Bovendien bleek dat slechts weinig Novell-medewerkers over waren om voor voor SUSE te werken, vertelt De Jong. Dat komt omdat Attachmate vier business units in het leven heeft geroepen, met een eigen P&L en R&D. Intern betekende dat dat er weinig mensen over waren voor SUSE, omdat de beschikbare medewerkers zijn verdeeld over de vier business units. Het bedrijf moest daardoor veel nieuwe mensen aannemen. Dat nam bij elkaar ongeveer een halfjaar in beslag. Nu, anderhalf jaar na de overname door Attachmate, telt SUSE zo’n 400 medewerkers in Europa. Daarvan zijn er twaalf in de Benelux. Zelf is De Jong gevestigd in het kantoor in Alphen aan den Rijn.

Op de rails
Vanaf eind 2011 heeft SUSE alles weer op de rails. Tegen die tijd beseften de meeste klanten, technologiepartners en OEM-partijen dat de nieuwe organisatie beter was dan het SUSE onder de vlag van Novell, vertelt de Nederlander.

In het transitietraject besloot de Linux-leverancier om zich voornamelijk toe te leggen op oplossingen voor de IT-infrastructuur. Als gevolg daarvan nam het bedrijf afscheid van enkele producten die daar te ver vanaf staan. Zo stootte SUSE de ontwikkeling en ondersteuning van Mono af. Dat is een open source implementatie van Microsoft’s .Net-framework. Ook biedt de leverancier vrijwel geen pre-loads meer op desktops van zijn technologiepartners (zoals HP). Enkel op de meest courante desktops wordt SUSE Linux tegenwoordig af fabriek geïnstalleerd.

SUSE Cloud
Er werden ook nieuwe producten toegevoegd aan het portfolio. De meest vernieuwende daarvan is SUSE Cloud, dat eind augustus werd aangekondigd. Het is een geautomatiseerd platform voor het beheer van private clouds, gebaseerd op open source platform Openstack. De Jong: “We hebben daar vanaf begin 2012 een enorm team op gezet. Nu hebben we versie 1.0 uitgebracht. Deze versie doet wat hij moet doen, maar er komen tijdens het gebruik vast nog verbeterpunten naar voren.”

De EMEA-baas vertelt dat hij nu zoekt naar een aantal eerste klanten die willen overstappen op het nieuwe cloudmanagement platform en de “kinderziektes” accepteren en terugkoppelen. Internetprovider Rackspace is een van die eerste klanten. In Nederland is SUSE-partner Fairbanks bij een klant bezig met de integratie van SUSE Cloud. De Jong wil niet kwijt wie dat is.

SUSEcon
SUSE organiseerde van 18 tot 21 september in het Amerikaanse Orlando zijn eerste jaarlijkse conferentie SUSEcon. Ongeveer 500 klanten en partners konden er deelnemen aan tientallen technische sessies. Er waren ook enkele plenaire sessies.

CEO Nils Brauckmann sprak over het heden en de toekomst van SUSE. Zo vertelde de Duitser dat het bedrijf afstevent op een omzet van zo’n 225 miljoen dollar in het gebroken boekjaar 2013. Uit Europa komt ongeveer 40 procent van de omzet. 40 procent komt uit Noord-Amerika en de rest voornamelijk uit de regio Azië-Pacific. Vooral China en de VS zijn groeimarkten voor SUSE. In Europa groeit het bedrijf met de markt mee.

Paarse hond
Het bedrijf wil de komende tijd meer marketing bedrijven. Tot dusver wordt SUSE vaak overstemd door andere partijen in de markt, zoals Red Hat. “We moeten veel harder blaffen”, aldus de CEO. “Ons logo zou in dat opzicht eigenlijk een paarse hond moeten zijn in plaats van een groene kameleon.”

Brauckmann verwacht de omzet binnen vijf jaar te verhogen tot een half miljard dollar. Dat komt overeen met een jaarlijkse groei van tussen de 18 en 20 procent. De meeste groei verwacht de CEO uit cloud software (+45 procent) en uit de grootzakelijke Linux-markt (+15 procent). Een andere belangrijke peiler van SUSE is de markt van geïntegreerde systemen, waaronder de vele OEM-contracten.

Tijdens het evenement verzorgden ook technologiepartners Dell, IBM en Intel keynotes. Op de beursvloer stonden bovendien stands van vele kleine partners.

SUSE Manager 1.7
SUSE kondigde in Orlando de grootzakelijke Linuxbeheertool SUSE Manager 1.7 aan. Ook werd de oprichting van Openstack Foundation aangekondigd. Openstack is het open source-project voor de ontwikkeling van private cloudomgevingen dat hosting provider Rackspace en ruimtevaartorganisatie NASA in 2010 opzetten. SUSE Cloud maakt gebruik van de code uit Openstack. Eén van SUSE’s directeuren is benoemd tot voorzitter van de stichting.

Door: Diederik Toet
            

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.ronald_de_jong_png/165_165_80_1__ronald_de_jong.pngSUSE: 'ook zonder Novell doen we het prima'Tue, 25 Sep 2012 00:00:00 +0200
(video) 'Rol van de CIO verandert fundamenteel'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/91/_video___rol_van_de_cio_verandert_fundamenteel_.htmlJim Whitehurst, CEO van Red Hat, heeft deze week in diverse Europese steden bijeenkomsten gehad met CIO's. Executive-People sprak exclusief met hem tijdens zijn bezoek aan Brussel. Whitehurst betoogt onder meer dat de echte innovatie op actuele gebieden als cloud computing plaatsvindt met open source software, niet met proprietary programma's.

Tegelijkertijd hebben deze trends een ingrijpend effect op de rol van de CIO, die aan de ene kant onder druk staat om die nieuwe ontwikkelingen in te voeren, maar aan de andere kant zijn handen vol heeft aan de vele legacy-systemen, die de bulk uitmaken van automatisering in de meeste grote bedrijven.

http://www.youtube.com/watch?v=aseNgIXrRXw


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.john_whitehurst_spotlight_png/165_165_80_1__john_whitehurst_spotlight.png(video) 'Rol van de CIO verandert fundamenteel'Sat, 22 Sep 2012 00:00:00 +0200
Deel twee interview Jim Whitehurst (Red Hat): 'Vergaande ondersteuning is het geheim van ons succes' (video)http://www.executive-people.nl/executive_people/24/90/deel_twee_interview_jim_whitehurst__red_hat____vergaande_ondersteuning_is_het_geheim_van_ons_succes___video_.htmlDeel twee van het gesprek dat Executive People deze week in Brussel had met Jim Whitehurst, CEO van Red Hat. In dit deel gaat hij in op het succes van Red hat, dat als eerste open source-bedrijf meer dan een miljard dollar omzette in het afgelopen boekjaar. Het geheim is volgens Whitehurst de ondersteuning die zijn bedrijf biedt, een cruciaal onderdeel van de dienstverlening omdat open source software iedere dag verandert. Gemiddeld ondersteunt Red Hat bijvoorbeeld 72 kernels tegelijkertijd.

Tevens gaat hij in op de activiteiten op het gebied van storage en virtualisatie, waar hij moet opboksen tegen gevestigde partijen. Op het gebied van virtualisatie wil hij het opnemen tegen VMWare, en door de explosieve groei van de hoeveelheden data in organisaties verwacht hij dat het aandeel van storage in de business zelfs groter zou kunnen worden dan dat van Linux.

http://www.youtube.com/watch?v=-nq0N-r60rU


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.john_whitehurst_png/165_165_80_1__john_whitehurst.pngDeel twee interview Jim Whitehurst (Red Hat): 'Vergaande ondersteuning is het geheim van ons succes' (video)Sat, 22 Sep 2012 00:00:00 +0200
Ash Ashutosh, CEO van Actifio: Copy data vormen groot, maar onbekend probleemhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/89/ash_ashutosh__ceo_van_actifio__copy_data_vormen_groot__maar_onbekend_probleem.htmlIedere organisatie heeft ermee te maken: onbeheersbare groei van data-opslag. Deze groei is meestal volledig uit balans met de groei van de business. In praktijk blijkt dat het overgrote deel van de groei veroorzaakt wordt doordat overal kopieën van dezelfde informatie wordt gemaakt. Actifio, een van de snelst groeiende opslagbedrijven, heeft software ontwikkeld om die copy data in de hand te houden.

“CIO’s hebben te maken met grote veranderingen in de IT-wereld, zoals virtualisatie, en allerlei waarvan zij proberen te doorgronden wat de business impact is”, aldus Ash Ashutosh, oprichter en CEO van Actifio. De markt verandert snel, en het is lastig voor de CIO om de technologie bij te houden. Maar eigenlijk is dat helemaal niet nodig, wat ze vooral moeten weten is wat de business impact is.” 

Actifio speelt in op een probleem waar vrijwel alle CIO’s mee worstelen, maar dat nauwelijks zichtbaar is. Deze oplossing komt voort uit een eerdere functie van Ashutosh, toen hij leiding gaf aan de storage divisie van HP. “We organiseerden daar regelmatig bijeenkomsten met CIO’s, waar alle mogelijke onderwerpen aan bod kwamen. Een van de vragen die voortdurend terug kwam voor mij, op het gebied van storage, was hoe de uitgaven aan storage omlaag konden. Ze gaven, en geven nog steeds, enorm veel geld uit aan storage en dat bedrag bleef voortdurend groeien.”

Opvallend was dat deze helemaal niet in de pas liep met de ontwikkeling van de business. “Als een organisatie twintig procent groeit komt het voor dat de storage honderd procent groeit, soms wel meer, per kwartaal. Ze moeten steeds storage bijkopen. De investeringen in storage groeien daarmee exponentieel, en helemaal niet in lijn met de business. Het aanbod van Actifio is gebaseerd op dat probleem.”

Disconnect
Want waar gaat het mis? “Er bestaat een duidelijke disconnect tussen de groei van de business en de groei van de storage. Wanneer je daar goed naar kijkt zie je een interessant verschijnsel. Zeker tachtig procent van die groei in opslag komt doordat kopieën worden gemaakt van bestaande data. Het gaat dus niet om de productiedata zelf, die blijkt over het algemeen mee te groeien in lijn met de business. Het probleem zijn de kopieën die mensen in een organisatie zelf voortdurend maken, bijvoorbeeld omdat ze bepaalde informatie niet kwijt willen raken.”

Medewerkers maken ongecontroleerd back ups en delen informatie met anderen. Alles bij elkaar zorgen die kopieën uit een grote diversiteit aan programma’s voor die enorme groei in storage. “Dat leidt tot een veelvoud aan data vergeleken met de gewone productiedata. De redenen achter het maken van die kopieën kunnen divers zijn, bijvoorbeeld omdat mensen IT niet vertrouwen. IT-ers maken zelf weer back ups, er worden kopieën gemaakt bij tests. Soms zien we honderden kopieën van exact dezelfde data in een organisatie zwerven.” 

Ashutosh vindt het fascinerend dat dit niet wordt onderkend. “De traditionele storage-leveranciers hebben uitstekende oplossingen voor de reguliere productiedata. Maar vreemd genoeg is er niemand die het copy data probleem aanpakt. Dat is wat wij doen. De markt voor productiedata is volwassen, terwijl die voor copy data onderontwikkeld is. Wij hebben daarom een systeem ontwikkeld dat zorgt voor management van die copy data.”

Impact
Dit systeem heeft één functie, namelijk het terugdringen van de footprint van copy data, door deze informatie één keer op te slaan, en overal in de organisatie weer beschikbaar te maken. “Daarvoor maken we gebruik van een geavanceerd object file systeem, warmee je terug kunt in de geschiedenis van de data, gebruikmakend van dezelfde blokken data. Dat heeft een enorme impact op onze klanten, zozeer zelfs dat bij gebruikers van Actifio de productiedata en copy data nu gelijk op groeien.”

“Voor de gebruikers is dat een openbaring. Als iemand een copie wil maken van bestaande data wordt er een verwijzing gemaakt naar de data. Voorheen werden allemaal verschillende tools gebruikt met hun eigen opslag. Actifio doet één ding: verwijzen naar de oorspronkelijke data. Het mooie is dat het draait zonder dat er veranderingen aan de bestaande infrastructuur nodig zijn, en de gegevens zijn direct toegankelijk. De beschikbaarheid is groter, de kosten zijn lager. Daarom zijn we momenteel een van de snelst groeiende storage bedrijven ter wereld.”

De return on investment komt volgens hem snel, vaak binnen een maand. “Hoe groter het systeem, hoe sneller het gaat. De footprint van de opgeslagen data wordt kleiner en dankzij de virtualisatie krijg je ook ROI op de gebruikte bandbreedte. Er gaat veel minder data over het netwerk, omdat we alleen werken met verwijzingen. Het heeft volgens mij dezelfde impact als destijds virtualisatie aan de computer-zijde. Hetzelfde gebeurt nu aan de opslagkant. We verkopen alleen de software, niet de hardware, waardoor gebruikers volledig vrij zijn in de keuze die ze willen maken van hun apparatuur. Als ze een bepaalde vendor willen, kunnen ze zelf bepalen wie dat is.”

Verstopt  
Deze oplossing is volgens Actifio geschikt voor een breed scala aan bedrijven. “Iedereen heeft tenslotte te maken met data management problemen, van kleine tot grote bedrijven. Aanvankelijk richten we ons op organisaties met minimaal tien TB aan data, in alle verticals, van de financiële markt en gezondheidszorg tot retail.”

“We zien dat CIO´s snel begrijpen waar het probleem ligt, maar voordat we het aanzwengelden hadden ze vaak geen idee waar het storage probleem lag. En dat is weer een symptoom van een groter probleem, namelijk de manier waarop organisaties hun informatie infrastructuur managen. Voor iedere nieuwe applicatie kopen ze nieuwe opslag, voor dezelfde data. Dat is waar ze hulp bij nodig hebben. CIO´s en andere executives begrijpen het probleem direct, zeker omdat ze zo de kosten voor opslag met een factor tien kunnen terugdringen.”

Hij schetst nog eens de omvang van het probleem: “Jaarlijks geven organisaties 34 miljard dollar uit aan deze problematiek, die gaat zitten in software, storage en netwerkbandbreedte. Het grote probleem is dat dit bedrag uit allerlei verschillende potjes komt, het ziet er niet uit alsof het uit één budget komt. Die copy data zitten verstopt door de hele infrastructuur. Het gaat echter om heel veel geld waar de CIO geen zicht op heeft, maar die kan zorgen voor een onaangename verrassing.” 

Door: Marco van der Hoeven

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.ash_ashutosh_spotlight_png/165_165_80_1__ash_ashutosh_spotlight.pngAsh Ashutosh, CEO van Actifio: Copy data vormen groot, maar onbekend probleemWed, 19 Sep 2012 00:00:00 +0200
Ewout van Opstal, sales manager Benelux bij Autonomy: 'Ongestructureerde data heeft strategische waarde'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/88/ewout_van_opstal__sales_manager_benelux_bij_autonomy___ongestructureerde_data_heeft_strategische_waarde_.html
Informatie in en over organisaties zit verstopt in een grote diversiteit aan locaties, zoals verschillende interne systemen, email, de website, social media, video en call centers. Slechts weinig organisaties hebben goed inzicht in al die ongestructureerde data, omdat de meeste aandacht traditioneel uitgaat naar de gestructureerde data. Autonomy, een onlangs door HP overgenomen technologiebedrijf, ontwikkelt slimme software om al die kanalen te analyseren op informatie die relevant is voor de business.

“Organisaties beschikken over veel digitale assets, maar die zijn vaak lastig terug te vinden”, zegt Ewout van Opstal, sales manager Benelux bij Autonomy. Volgens hem kunnen organisaties nog veel voordeel behalen op het gebied van informatiemanagement, bij uitstek een strategisch onderdeel van IT.

HP-dochter Autonomy is als zelfstandig bedrijf begonnen aan de Universiteit van Cambridge met het analyseren van vingerafdrukken. De oprichters van het bedrijf hebben de patronen in vingerafdrukken gevat in wiskundige formules, die weer zijn opgenomen in software. Deze patronen bleek breder toepasbaar in het analyseren van informatie, onder meer in analyse van menselijke communicatie. Die logica heeft geleid tot lerende software die, ongeacht de taal, de betekenis van informatie uit communicatie haalt. Daarvoor heeft Autonomy de term Meaning Based Computing geïntroduceerd.

De belangstelling voor deze software is de afgelopen tijd flink gegroeid, onder meer omdat de manieren waarop mensen communiceren steeds diverser worden, bijvoorbeeld via social media. HP is hierop ingesprongen door in oktober 2011 Autonomy over te nemen, een investering van meer dan tien miljard dollar die aangeeft hoeveel belang HP hecht aan informatiemanagement.

Meaning Based Computing

Van Opstal: “Het zijn vooral grotere organisaties die in toenemende mate gebruik maken van informatiemanagement. Zij krijgen de meeste waarde terug voor de business op hun investeringen. Zij streven naar de perfecte informatie op het juiste moment, en dat krijgen ze door Meaning Based Computing.”

Autonomy richt zich op het veelal ongebruikte potentieel van de ongestructureerde data. “Dat noemen wij Human Information. Deze informatie neemt de vorm aan waarin mensen met elkaar communiceren, en dat doen ze niet met rijtjes en kolommen. Dat gaat via email, via Facebook, Twitter en Youtube. Die variant van de data groeit exponentieel, op dit moment is ongeveer negentig procent van alle data ongestructureerd. Binnen bedrijven zijn de budgetten echter vooral gericht op die tien procent gestructureerde data. Dat is men nu eenmaal gewend met IT, dat kan goed georganiseerd worden.”

Informatiemanagement wordt voor een organisatie echter veel waardevoller wanneer ook die ongestructureerde data wordt betrokken in de discussie. “Dat blijkt voor veel organisaties een echte eye-opener te zijn. De basis van de vraag is dat ze willen kunnen zoeken in al die informatie. Dat gaat verder dan een standaard zoekmachine, omdat die geen betekenis toekent aan de inhoud. Bij Enterprise Search daarentegen wil je zeker weten dat je alle relevante informatie vindt. Met een intelligente zoekmachine krijg je dan de informatie die belangrijk is. Onze software herkent de verschillende betekenissen van een bepaalde term, omdat de patronen worden herkend.”

Sentiment

Het gaat hierbij voor een deel om de interne data die op diverse plaatsen en systemen binnen een organisatie is opgeslagen, maar het gaat ook om externe data, in bijvoorbeeld social media. “Organisaties willen graag volgen wat daar gebeurt. Vrijwel alle bedrijven gebruiken social media, en houden het tot op zekere hoogte ook bij. Maar ze weten niet exact wat er gebeurt rond hun bedrijf of merk op Twitter, de reactiepanelen van hun website, Facebook en in het call center. Ze kunnen daar dus niet snel op reageren.” De software van Autonomy presenteert al die communicatie-uitingen op eenvoudige interfaces met een kleurcode: groen is positief, rood is negatief, oranje is neutraal. De software herkent het sentiment.

“Ik hoor van CIO´s dat ze graag naar de business willen gaan met ideeën om de business beter te laten draaien. De business klaagt soms dat IT niet weet wat ze doen. Met deze vorm van informatiemanagement kan de CIO naar de business gaan om meer informatie toegankelijk te maken, waardoor ze meer inzicht krijgen, sneller kunnen reageren naar klanten. Wanneer je dat doet als CIO voeg je echt waarde toe voor de business met IT.”

“Het is in de praktijk een wisselwerking tussen afdelingen, bijvoorbeeld tussen de CIO en de CMO. De CIO blijft een belangrijke partner, maar we zitten ook steeds vaker aan tafel met de CMO, met juristen en met de financiële mensen. Het gaat bij deze toepassing echt om de business. Infrastructuur is belangrijk, maar het gaat om de mooie dingen die je kunt doen met de infrastructuur. Daar liggen de kansen voor de CIO, hij kan mensen in een organisatie bewust maken van de grote diversiteit aan bronnen die ze kunnen inzetten om relevante informatie te krijgen. Daarmee kun je creatief zijn, nieuwe markten bedienen en zaken eerder te weten komen dan je concurrent. Er gaat een heel nieuwe wereld voor hen open.”

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.ewout_van_opstal_png/165_165_80_1__ewout_van_opstal.pngEwout van Opstal, sales manager Benelux bij Autonomy: 'Ongestructureerde data heeft strategische waarde'Sat, 15 Sep 2012 00:00:00 +0200
Derk-Jan Brand (Adobe): Kansen voor de CIOhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/86/derk_jan_brand__adobe___kansen_voor_de_cio.html
De positie van de CIO in organisaties verandert snel. Het omarmen van digitalisering en ICT door andere afdelingen vraagt om meer regie. Met name projecten van de marketingafdeling zijn in toenemende mate IT-projecten. Dit verandert de verhouding tussen CIO en CMO. Adobe heeft als leverancier van software voor digitale media en digitale marketing volop met deze ontwikkeling te maken. Wij spraken hierover met Derk-Jan Brand, managing director Adobe Systems Benelux.

Volgens Gartner is het zaak dat CIO’s zich realiseren dat ICT zo strategisch is geworden voor een organisatie dat ook andere afdelingen er in investeren. Steeds meer leveranciers richten zich rechtstreeks op die afdelingen, zoals R&D en marketing. Vooral die laatste functie kan niet meer zonder digitalisering, naarmate campagnes zich vaker op kanalen als internet en via social media afspelen.

Op dat gebied is Adobe een belangrijke speler, die de eigen organisatie anderhalf jaar geleden al heeft aangepast aan deze ontwikkeling. Adobe heeft twee pijlers: Digital Media en Digital Marketing. De eerste is opgebouwd rond content creatie met foto, video en documenten. Derk-Jan Brand, managing director Adobe Systems Benelux: “Digital Media heeft alles te maken met het creëren van digitale content. Dat wordt een asset, omdat organisaties er tijd en geld in investeren. Dat willen ze goed managen.“

Cloud

Adobe is van oudsher bekend van die digitale creatie, door programma´s als Photoshop. Eerder dit jaar is op dat gebied een nieuw concept geïntroduceerd, de creative cloud. Dit werkt op basis van een model waarbij de gebruiker niet een dure permanente licentie koopt, maar lid wordt van de creative cloud. Daarmee zijn alle functionaliteiten van digital media te downloaden vanuit de cloud.

De tweede pijler, Digital Marketing, speelt in op de veranderende manier waarop marketing met IT omgaat. Brand: “De marketingafdeling, of de CMO, wil geholpen worden in het vervolgdeel van de digitale workflow. Ze willen die assets online inzetten. Om daarop in te spelen hebben we een aantal acquisities gedaan, waaronder Day Software, een leverancier van 2.0 Web Content Management. Ook Omniture is bij Adobe gevoegd, waarmee we web analytics aan het aanbod van Adobe hebben toegevoegd.”

“Hiermee bieden we de CMO de mogelijkheid antwoord te geven op de vragen van zijn klant. Die klant wil gepersonaliseerde informatie ontvangen, relevant en tijdig, in een gebruikersvriendelijke omgeving. Vervolgens is het mogelijk om te meten wat er op de site gebeurt, ongeacht het gebruikte platform.”

Met die analysefunctionaliteit kan een marketeer volgens Brand bepalen waar het marketingbudget het beste kan worden besteed, teneinde de conversie en ROI te maximaliseren. “Tegelijkertijd kan de digitale content op basis van die feedback worden aangepast. Bureaus die deze software gebruiken praten dus niet meer alleen over het creëren van een campagne, maar ook over het meten daarvan.”

Integreren

Dat dit wordt aangeboden als Software as a Service speelt ook in op de het belang van ICT in marketing. “Je hoeft het niet in de bestaande infrastructuur te integreren. We moeten het natuurlijk wel inrichten, maar dat gebeurt buiten het bestaande systeem. Voor de CMO levert dit een korte time to market op, hij hoeft niet naar de CIO om de systemen aan te laten passen.”

“We zien duidelijk een verschuiving van de budgetten. Voorheen beheerde de CIO de IT-budgetten. Daar krijgt de CMO steeds meer invloed op. Is dat een bedreiging of een kans voor de CIO? Volgens mij is het een enorme kans. Hij hoeft zich niet buitenspel te zetten. Want de business is verantwoordelijk voor de omzet, en daar horen diverse stakeholders bij. IT is er daar een van. De marketeer is er ook een, die moet de campagnes uitvoeren. Vaak is er een liaison tussen IT en marketing, dat is ook een stakeholder.”

“Uiteindelijk is de business leidend, niet de IT. We adviseren daarom geen shortcut te maken, om alle stakeholders te respecteren en iedereen duidelijk te maken wat de win is. Want als je denkt dat IT niet relevant is omdat het toch uit de cloud komt, dan kun je verwachten dat er een keer iets misgaat.”

Meer dan ooit is in deze tijd de ROI belangrijk: “Organisaties zijn primair bezig om te overleven, het is een lastige tijd. Ze willen bestaande klanten houden en waar mogelijk nieuwe klanten aantrekken. Daar hebben ze relevante informatie over die klanten voor nodig. De budgetten zijn bescheiden, dus je ziet bij onze klanten dat de business case krachtig moet zijn, en de ROI snel. Drie tot zes maanden is wel een maximum, anderhalf jaar wordt nog maar zelden geaccepteerd. De ROI is met deze software makkelijker aan te tonen, omdat het gaat om objectieve gegevens.”

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.derk_jan_brand_spotlight_png/165_165_80_1__derk_jan_brand_spotlight.pngDerk-Jan Brand (Adobe): Kansen voor de CIOSat, 08 Sep 2012 00:00:00 +0200
Debra Logan, Gartner: Nervositeit over crisis houdt aanhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/85/debra_logan__gartner__nervositeit_over_crisis_houdt_aan.html
CIO’s en andere senior executives zijn op zoek naar zekerheid. Naarmate de economische crisis langer duurt wordt het steeds belangrijker de beschikbare middelen effectief in te zetten. Het is dus meer dan ooit zaak dat ICT-investeringen aansluiten op de doelstellingen van de business. Wij spraken hierover met Debra Logan, voorzitter van Gartner Symposium/ITXpo.

Ook dit jaar is Debra Logan, Distinguished Analyst bij Gartner, weer de voorzitter van Gartner Symposium/ITXpo in Barcelona. Zij kijkt tevreden terug op de vorige editie: “We hebben bij Symposium/ITXpo 2011 gezien dat een aantal zaken succesvoller zijn geweest dan ooit tevoren. Zo bleek het thema, Re-imagining IT, buitengewoon goed aan te slaan. Deze visie sloot duidelijk aan bij die van de aanwezige CIO’s. Zij herkenden zich in dit thema, en gaven in de evaluatie aan dat we het onderwerp op een goede een positieve manier hebben behandeld bij de presentaties. De keynote speeches van onze analisten hebben in de evaluaties zelfs de hoogste score ooit gekregen.” 

De verhuizing van Cannes, waar traditiegetrouw het evenement plaatsvond, naar Barcelona beschrijft Logan als een mixed blessing. “We waren blij verrast door de enorme groei die we hebben gezien in het aantal deelnemers. De infrastructuur van het nieuwe congrescentrum in Barcelona was daar goed op ingericht. Dat heeft zeker bijgedragen aan de kwaliteit van het congres. Omdat het een nieuwe locaties was moest er wel het een en ander worden opgelost, maar over het geheel genomen zijn we zeer tevreden met Barcelona. We kijken terug op een van de meest succesvolle ITXpo’s ooit.”

Krachten
Dit jaar zullen de thema’s die aan bod komen net als voorheen voortkomen uit de onderzoeken van Gartner en de persoonlijke contacten die analisten hebben met CIO’s over de hele wereld. “Nieuw zijn de thema’s niet, het zijn onderwerpen waar we al langer over spreken. Eerder al hebben we de belangrijkste trends al omschreven als de Nexus of Forces. Die zijn natuurlijk ook het afgelopen jaar al aan de orde geweest, maar zijn meer dan ooit actueel.” Social, mobile, cloud en information zijn de belangrijkste drijvende krachten in de markt waar de CIO mee te maken heeft. Rond die thema’s zullen we dus ook dit jaar weer onze sessies organiseren. Er zullen natuurlijk nieuwe zaken aan bod komen. We merken dat CIO’s duidelijke geïnteresseerd zijn in informatie over Big Data. Wat is het, wat is echt, wat is hype? Wij proberen te duiden wat die trends, zoals Big Data, voor CIO’s betekenen. Hoe moet je ermee omgaan, vooral in het beginstadium van zo’n ontwikkeling? Dat zal dit jaar dus naast cloud en mobiel een belangrijk thema zijn. Big Data en de Nexus of Forces zullen in verschillende vormen aan bod komen dit jaar.”

Net als vorig jaar zijn de sessies niet uitsluitend gericht op de CIO, maar komt ook informatie voor andere C-level executives uitgebreid aan bod. “Wij doen dat al een aantal jaren, bijvoorbeeld met sessie voor de Chief Legal Officers, en we proberen deelnemers te stimuleren hun CEO mee te nemen, of andere C-level executives die te maken hebben met IT. In praktijk zien we naast de CIO’s vertegenwoordigers uit al die groepen naar Gartner Symposium/ITXpo komen, van Chief Legal Officers tot Chief Marketing Officers. We verwachten dat ook dit jaar het aantal business executives dat ITXpo bezoekt weer zal toenemen.”

Recessie
Veel vragen die Logan krijgt van CIO’s hebben te maken met de voortdurende recessie. “Daarover heerst nog steeds nervositeit, vooral in Europa. Het is dus belangrijk voor executives dat ze de juiste beslissingen nemen. Ik had eigenlijk verwacht dat die vraag met het aanhouden van de crisis minder zou worden naarmate mensen eraan wennen, maar het tegendeel is het geval. Executives, waaronder CIO,’s, willen meer dan ooit een goede onderbouwing voor het nemen van strategische beslissingen.”

Dat blijkt een belangrijke reden voor hen te zijn om naar Barcelona te komen. “Ze doen het als het ware voor de zekerheid. Ze willen kunnen laten zien dat ze er echt alles aan hebben gedaan om zoveel mogelijk informatie over trends en marktontwikkelingen te vergaren. Ze willen hun huiswerk in orde hebben. Onze kennis van de markt zorgt bij uitstek voor dat extra stukje zekerheid, waarmee ze hun strategische beslissingen kunnen motiveren.” 

Een belangrijk deel van de waarde die de informatie van Gartner heeft komt voort uit het onderzoek dat wordt uitgevoerd binnen peer groups. “Daarmee kunnen CIO´s hun eigen situatie spiegelen aan die van andere CIO´s, en hun eigen beslissingen vergelijken met die van anderen in vergelijkbare situaties. Wij hebben die gegevens voor allerlei groepen, dus niet alleen CIO´s, maar ook CFO´s en CEO´s. Op die manier krijgen ze meer inzicht in de manier waarop anderen hun budget indelen.”

“Ten tijde van Gartner Symposium/ITXpo, in november, zijn ze juist bezig met het nadenken over de manier waarop ze het komende jaar hun budget gaan uitgeven, dus de informatie die ze in Barcelona krijgen kan ze helpen bij het nemen van die investeringsbeslissingen. Het kan dan handig zijn om te weten wat je concurrenten doen, en waar zij mee te maken hebben.” 

Juridische implicaties
“Daarnaast horen we van CIO’s dat het symposium de plaats is waar ze een breed overzicht krijgen voorgeschoteld van alles wat er speelt in de IT-wereld. Door de economische situatie en tijdgebrek hebben CIO’s vaak niet de gelegenheid om naar allerlei congressen te gaan, dus is dit een bijeenkomst waar ze in één keer een grote hoeveelheid nuttige informatie krijgen.”

Het afgelopen jaar is er een ontwikkeling geweest in de aandacht voor de juridische implicaties van nieuwe technologie. Een thema waar Logan in is gespecialiseerd. “Volgens mij is het op een hoger niveau gekomen, er is meer aandacht voor de risico’s en security aspecten. Het is nog niet zoveel ontwikkeld als de algemene risk awareness, maar Legal Officers nemen het thema IT vaker mee in hun gesprekken met de board of directors. Zeker nieuwe weten regelgeving is een onderwerp waar veel over gesproken wordt, en dat is dan ook een thema dat tijdens Gartner Symposium/ITXpo zal terugkomen in een aantal sessie.”

Volgens Logan blijkt uit de onderzoeken van Gartner dat CIO’s zich hier steeds meer van bewust zijn. “En als die awareness er is zijn ze vooral op zoek naar oplossingen om risico’s zoveel mogelijk te verminderen. Waar ik zelf momenteel vele onderzoek naar doe is de nieuwe rol die daarvoor in organisaties gaat ontstaan, de Chief Information and Security Officer, de CISO. Die komt voort uit een visie op de waarde- en security-kant van data.” De eerste resultaten van onderzoek hiernaar zullen tijdens ITXpo beschikbaar komen. “Een deel van dit onderzoek betreft Europa. Het gaat erom dat een organisatie een brede visie ontwikkelt op data, waarin zowel de waarde als de risico´s worden meegenomen. Dat besef groeit, al gaat het nog niet zo snel als we zouden willen.”

Lees meer over Gartner Symposium/ITXpo


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/./interviews/.debra_logan_gif/165_165_80_1__debra_logan.gifDebra Logan, Gartner: Nervositeit over crisis houdt aanWed, 05 Sep 2012 00:00:00 +0200
Joost Metten, CEO CloudFounders: In tien minuten in de cloudhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/84/joost_metten__ceo_cloudfounders__in_tien_minuten_in_de_cloud.html
De adoptie van cloud computing gaat vooral snel bij bedrijven in het enterprise-segment. Op het niveau daaronder bestaat nog veel onzekerheid over de voor- en nadelen van cloud, zeker omdat de bestaande oplossingen sterk gericht zijn op grote ondernemingen. CloudFounders probeert de cloud ook in dat segment aan de man te brengen met een alles-in-een oplossing.

Sinds kort maakt Joost Metten deel uit van de directie. Joost Metten heeft een lange staat van dienst in de IT. Hij is onder meer CEO Europa geweest bij Terremark. Vanaf december is hij CEO bij CloudFounders, een van de pioniers op het gebied van cloud computing. De basis van het aanbod van CloudFounders is zelf ontwikkelde software. De eerste versie daarvan wordt ondertussen al door enkele duizenden organisaties gebruikt en het nieuwe aanbod bouwt hierop voort.

Joost Metten: “We hebben in de afgelopen jaren veel geleerd van dit traject en op basis daarvan hebben we het aanbod verder ontwikkeld tot een volledige private cloud-oplossing voor het Midden- en Kleinbedrijf.” De keuze voor dit marktsegment is bewust gemaakt: “Cloud is hot, maar er zitten ook nadelen aan. Wat we het meest horen vanuit de markt is dat men bezorgd is om over de veiligheid. Waar staat mijn data, kunnen we er altijd bij? Ondertussen komen steeds meer op cloud gebaseerde toepassingen op de markt, maar dat zijn merikaanse bedrijven. Dan heb je op juridisch gebied te maken met de Patriot Act. Dat zijn allemaal overwegingen die meespelen.”

Eigen hardware 
Daar ziet Metten een kans voor CloudFounders, in combinatie met de tekortkomingen bij bestaande aanbiedingen. “De huidige oplossingen voor cloud zijn allemaal verticaal. Er bestaan sales-oplossingen, CRM-toepassingen, oplossingen voor tekstverwerken. Dat zijn allemaal aparte oplossingen. Bovendien zijn er bij bedrijven altijd zaken waar ze nog steeds een pc voor nodig hebben. Ze kunnen zelden volledig vanuit de cloud werken.” 

CloudFounders heeft drie pijlers: virtualisatie, storage, en back up/restore/disaster recovery. De bestaande software, Cloud Frames, is geïntegreerd in één oplossing, de Cloud Box. “We leveren zelf de hardware mee, omdat de bestaande hardware niet voldeed. We hebben onze eigen hardware geselecteerd uit enterprise onderdelen. Die combinatie van hardware en software verkopen we als complete cloud-box met vijf Terabyte storage. Daarnaast is de software nog steeds apart te koop.” De gebruiker heeft voor installatie van de box alleen nog een server nodig met een hypervisor. Die meldt zich op het platform aan en hij kan aan de slag. “Het is letterlijk binnen tien minuten in de lucht. Die eenvoud is heel belangrijk en zo heeft de klant alles wat hij nodig heeft voor cloud. Met één beheersinterface kun je alle verschillende zaken beheren. Zo wordt er iedere vijftien minuten een snaphot gemaakt van alles wat er op het systeem gebeurt. We hebben de snelheid extern laten testen en we waren sneller dan een high endoplossing van een andere aanbieder.” Het verschil in prijs is opvallend, want waar een traditionele oplossing al snel vijftigduizend euro kost, is de box van CloudFounders een tiende van dat bedrag.

Redundantie
Om redundantie te krijgen kunnen ze ook worden gecombineerd. Op één box kunnen dertig tot veertig virtuele machines draaien. Het is vervolgens mogelijk boxen bij te schakelen zodat er meer nodes komen. “Dat maakt het veiliger en is nog steeds vele malen goedkoper. Veel van onze partners zetten naast deze box een server als CPU node, waarmee ze kunnen schalen. Van een naar twee nodes is het een Mirror, wanneer je er drie van maakt heb je een grid waarin je een volledige node kunt verliezen zonder in te boeten aan functionaliteit.”

Bij het aanbieden van de Cloud Box spelen de partners van CloudFounders een belangrijke rol. “We zien bij bedrijven in het MKB dat de partij met wie ze samenwerken doorslaggevend is. Het merk maakt ze niet zoveel uit, ze willen geholpen worden met een probleem. Dat betekent dat de partners erg belangrijk zijn. Zij hebben nu de kans ook daar cloud aan te bieden. Want waarom zou alleen enterprise een pay as you go benadering kunnen gebruiken? Ook voor kleinere organisaties is het heel nuttig. We willen disruptive zijn, en de markt veranderen, dus we zoeken ook naar partners die het totaalbeeld zien.”

“Wij proberen onze partners ervan te overtuigen de oplossing als cloud te verkopen. bijvoorbeeld door het op een maandelijkse basis aan de klanten aanbieden. Dat is nieuw voor het MKB. Het interessante eraan is dat we nu verschillende modellen zien ontstaan, daar gaan de partners creatief mee om. Dat leidt tot aantrekkelijke betaalmodellen voor gebruikers. Zo zijn er partners die een grid in hun eigen datacenter hebben, en bij de gebruiker één box hebben staan. Zo hebben ze de gevoelige data in eigen huis.”

Behoeften
“De bestaande oplossingen voor Enterprises zijn te duur voor het MKB. Daarnaast moet je daarvoor specialisten inzetten, die ze niet in huis hebben. Dat willen wij niet, we zijn daar zelfs zo ver in gegaan dat we de interface hebben gesplitst in verschillende kennisniveaus. Zo kunnen klanten bijvoorbeeld zelf nieuwe gebruikers toevoegen. De diepste laag is die van schijven en geheugen, dat kan een automatiseerder doen. Daarbovenop zit het virtueel datacenter, waarbij je door het slepen met icoontjes een virtuele machine of een desktop kunt aanmaken. Dat kan iedereen met een beetje kennis van IT.” 

“De laatste laag is de solutions exchange, daar zijn we nu mee bezig, een soort app store met oplossingen die uitgaan van de vraag, niet van de techniek. Op die vraag wordt vervolgens de oplossing afgestemd. De normale werknemer van een eindgebruiker kan dan wel makkelijker gebruik maken van IT.” 

Hij ziet het als een andere manier van denken over IT. “Uiteraard kunnen ze nog steeds alles overlaten aan een systeembeheerder of hun partner. Maar door gebruikersgerichte partijen als Apple zie je dat gebruikers steeds meer dingen zelf willen en kunnen doen. Dat is ook mogelijk als je het maar eenvoudig genoeg brengt. Wat teveel vergeten wordt is dat IT de business moet ondersteunen, het moet het niet tegenhouden of een kostenpost zijn. Mijn visie is dat IT moet gaan opbrengen. Dat doe je door te gaan denken vanuit behoeften in plaats van technische specificaties.”
 
  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/mensen/.joost_metten_png/165_165_80_1__joost_metten.pngJoost Metten, CEO CloudFounders: In tien minuten in de cloudSat, 01 Sep 2012 00:00:00 +0200
Sophie Vandebroek, Xerox: Vrouw aan de top in ICT-researchhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/83/sophie_vandebroek__xerox__vrouw_aan_de_top_in_ict_research.html
Vrouwen in de IT zijn nog steeds zwaar ondervertegenwoordigd, zeker in topfuncties en technische functies. Sophie Vandebroek is als CTO van Xerox een opvallende uitzonderling. Zij is verantwoordelijk voor alle onderzoeksactiviteiten en werkt nauw samen met de business om oplossingen te vinden voor de uitdagingen waar CIO’s voor staan.

Vorig jaar is Sophie Vandebroek in België nog uitgeroepen tot ICT Personality of the year. Maar hoewel ze oorspronkelijk wel uit België komt, woont zij al 26 jaar in de Verenigde Staten. Hier heeft zij een lange staat van dienst opgebouwd in de technologiesector. Op dit moment bekleedt zij de functie van CTO bij Xerox. Samen met hun joint-venture partner Fuji-Xerox investeert Xerox jaarlijks 1,2 miljard euro in R&D. Al vroeg was zij gefascineerd door technologie.

“Als kind heb ik samen met mijn ouders gekeken naar de maanlanding. Toen wist ik dat ik me bezig wilde gaan houden met technologie en engineering. Aanvankelijk wilde ik astronaut worden. Gelukkig had ik op school ook aanleg voor exacte vakken. Ik heb dan ook gekozen voor een technische opleiding. Niet voor een astronautenopleiding, die had je niet in België, maar wel ben ik uiteindelijk gepromoveerd op micro-electronica.”

Vervolgens heeft zij jarenlang samengewerkt met een breed scala aan onderzoekers over de hele wereld, om, zoals ze het zelf zegt, “de toekomst vorm te geven”. Dat is voor haar ook het fascinerende aan technologie, en die liefde voor het vak heeft ze ook doorgegeven aan haar drie kinderen, die eveneens technische studies hebben gekozen in de Verenigde Staten“

Toekomst

“Voor mij was het destijds vanzelfsprekend om een technische studie te gaan doen. Op de universiteit verbaasde het me echter hoe weinig meisjes zich inschreven.” Volgens haar is het belangrijk om een aantal zaken te veranderen om meer vrouwen te betrekken bij technologie. “Laat meisjes zien wat voor enorme impact ze kunnen hebben op de toekomst van de wereld als ze een technisch vak kiezen. Het zijn de ingenieurs die zorgen voor oplossingen als schoon drinkwater en een groene omgeving. Je kunt echt grote problemen oplossen met technologie.”

“Daarnaast is het goed om te laten zien dat technologie leuk is. Je ziet dat veel meisjes echter eventueel interesse in technologie verliezen op de middelbare school. Het is niet cool en ze staan zwaar onder druk om te voldoen aan stereotypen. Het zou een goede zaak zijn om meer meisjes en vertegenwoordigers van minderheden te betrekken bij IT.”

Haar specialisatie was het ontwerp van transistoren, de belangrijkste component van een IC. Dus het is niet verwonderlijk dat ze al snel terecht kwam in de ICT. “Transistor technologie is wat alles tegenwoordig mogelijk maakt, van medische apparatuur tot het internet en smart devices. Het fascineert me hoe je die zaken maakt en daarom ben ik terecht gekomen bij een van de meest gerenommeerde onderzoeksinstituten op het gebied van processoren, bij IBM. Omdat de reisafstand voor mijn gezin beter was ben ik later gaan werken bij een van de onderzoekslaboratoria van Xerox in Rochester. Dat was twintig jaar geleden, en daar werk ik nog steeds.”

Transitie
Op dit moment is zij als CTO verantwoordelijk voor alle onderzoeksactiviteiten in de laboratoria van Xerox, inclusief PARC in Silicon Valley, het Europese research center in Grenoble, Frankrijk, een in Canada, in New York en een die pas is geopend in Bangalore, India. Zij is nauw betrokken geweest bij de transitie van Xerox van fabrikant van kopieerapparaten tot een leverancier van een portfolio connected machines. Haar rol is om samen met de business èn technici de technologie van de toekomst te ontwikkelen. Onderzoeksthema’s zijn onder meer datamining, analitics en agile business processen. Hiermee ondersteunt ze een belangrijke verandering bij Xerox, waarbij de dienstverlening voor het eerst in de geschiedenis van het bedrijf groter is dan de traditionele activiteiten. Deze groei zit vooral in de gezondheidszorg en transportsector waar Xerox haar klanten helpt hun business te versimpelen met behulp van BPO.

Zij houdt zich bezig met de vier onderdelen van innovatie waar Xerox in investeert via R&D. Het eerste terrein is dat van de agile business-procesen. “Dat is het vereenvoudigen en automatiseren van business processen die nu vaak handmatig gaan en waar veel fouten kunnen worden gemaakt. Een van de gebieden waar we veel mee bezig zijn is de medische sector, waar nog heel veel wordt gewerkt met papieren dossiers, of eenvoudige Excel-bestanden. Wij werken aan technologie om die documenten te integreren in een heldere workflow.”

Het tweede onderdeel is harvesting kwowledge, met business intelligence: hoe haal je het beste uit Big Data. Organisaties hebben te maken met een grote hoeveelheid data, niet alleen in de vorm van documenten, maar ook als voice, video en foto’s. De customer care-afdeling van Xerox zelf bijvoorbeeld beantwoordt iedere dag anderhalf miljoen telefoontjes, die we allemaal opnemen en opslaan. De call centers beschikken dus over heel veel informatie, maar die wil je ook effectief gebruiken met datamining.”

Waarde
Het volgende onderdeel is personalisatie. “Hoe pas je diensten en technologie zoveel mogelijk aan mensen aan? Bijvoorbeeld door documenten te personaliseren, zodat je de juiste boodschap bij de juiste persoon krijgt. Je zou zowel digitaal als in print gepersonaliseerde magazines kunnen maken. Zo creëer je waarde, omdat klanten bereid zijn meer te betalen voor dergelijke diensten. Het gaat om effectief en efficiënt inzetten van media, daar doen we veel onderzoek naar.”

Het vierde onderdeel is duurzaamheid, ervoor zorgen dat technologie milieuvriendelijk is. Dat gaat om het minimaliseren van de environmental footprint van onze diensten en producten. Hierin werken we nauw samen met onze klanten, om ervoor te zorgen dat ze hun werk effectief en duurzaam kunnen doen. We hebben bijvoorbeeld bij Procter & Gamble het aantal printers wereldwijd radicaal teruggebracht. Toen we met ze begonnen hadden ze in totaal meer dan 45 duizend printers staan. Binnen drie jaar hebben we dat teruggebracht tot ongeveer tienduizend. Nu werken we aan technologie om het aantal prints zoveel mogelijk te beperken.”

Antropologen
Bij dit onderzoek in de labs is overleg met gebruikers belangrijk. “In een vroeg stadium praten we al met gebruikers over nieuwe ideeën. Innoveren is het creëren van waarde voor de klant. Als het geen waarde creëert is het alleen maar een uitvinding, geen innovatie. Cocreatie met onze klanten is dus belangrijk. We organiseren ‘dreaming sessions’ voor onze klanten in onze onderzoekscentra overal ter  wereld, voor Europa is dit in Grenoble, Frankrijk.  We ontvangen klanten om te praten over de kwesties waar ze mee zitten.”

“Vervolgens leggen we ze de onderzoeksonderwerpen voor waar we mee bezig zijn. Daar komen de echte innovatieve zaken uit. We organiseren wereldwijd enkele honderden van die dreaming sessies. Echt uniek is dat we ook antropologen in dienst hebben die getraind zijn om te onderzoeken hoe mensen werken. Zij zitten echt bij de klant. Zo krijg je veel betere informatie dan wanneer je alleen maar vraagt aan de klanten hoe ze werken. De stevige basis in onderzoek en innovatie zorgt er voor dat onze dienstverlening en oplossingen volledig up-to-date zijn en dat we vooruit lopen op veranderende tijden en klantbehoeften. Cocreatie vormt hierbij dus het hart van onze innovatie-activiteiten, het is goed voor de klant en het is goed voor Xerox.”

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.sophie_vandebroek_xerox_png/165_165_80_1__sophie_vandebroek_xerox.pngSophie Vandebroek, Xerox: Vrouw aan de top in ICT-researchSat, 25 Aug 2012 00:00:00 +0200
Stefan Captijn: ‘Ondernemingen lopen achter op hun klanten’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/82/stefan_captijn_____ondernemingen_lopen_achter_op_hun_klanten___.html
Door social media lopen veel organisaties achter de feiten aan. In praktijk blijkt dat ze weliswaar veelvuldig worden ingezet, maar ze blijken slechts zelden deel uit te maken van een bedrijfsbrede strategie, die op C-level niveau wordt gedragen. Dit gaat ten koste van de klanten. Wij spraken hierover met Stefan Captijn, Director Product Marketing Business van Genesys Telecommunications.

Genesys Telecommunications is ontwikkelaar en leverancier van klantcontact-software. Genesys werkt voornamelijk voor de grootzakelijke markt. In Nederland gaat het daarbij onder meer om Rabobank en ABN Amro en de Belastingdienst. Ook gemeenten maken gebruik van deze software. Wereldwijd is Genesys sterk vertegenwoordigd in de sectoren telecom, finance en transport.

Onlangs heeft Genesys een onderzoek laten uitvoeren door The Economist Intelligence Unit, waarvan het rapport de titel Getting Closer to the Customer heeft meegekregen. “We hebben dit onderzoek gedaan omdat we graag voorop lopen in de markt”, aldus Stefan Captijn. Niet alleen op het gebied van technologie, maar ook in kennis. We willen analyseren wat er in de markt gebeurt, om daarop in te kunnen spelen. Want we zien dat daar de afgelopen jaren een belangrijke verandering in is opgetreden. Ondernemingen lopen achter op wat de consumenten willen. Vroeger was het andersom, toen gingen bedrijven innoveren om het verschil te maken.”

Door de opkomst van nieuwe media is daar echter een kantelpunt in gekomen. “Consumenten hebben steeds meer macht gekregen. De manier waarop we kopen, waarop we onderzoek doen naar wat we kopen en de manier waarop we onze mening vormen over bedrijven is veranderd. Bedrijven denken nog steeds dat ze zelf de controle over hun branding hebben. Maar beslisgedrag hangt veel meer af van peer recommendation dan de branding van een bedrijf zelf. We proberen onze oplossingen zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij dergelijke bewegingen. Je praat dan niet zozeer over specificaties van technologie, maar de vraag wat die technologie oplevert.”

Weinig visie

Volgens Captijn zijn er drie opvallende conclusies te trekken uit het onderzoek. “Er bestaat onduidelijkheid over de vraag wie er eigenaar is van de nieuwe kanalen. Daarin zie je een tweedeling. Aan de ene kant heb je de marketingorganisaties, want social media wordt vaak ingezet om marketinguitingen te doen en snel een bepaalde doelgroep te bereiken. Maar dat zorgt voor een uitdaging, want vaak is er te weinig visie en ontbreekt een bedrijfsbrede strategie. Vanuit de consument betekent dit dat hij geen consistente klantervaring heeft. Social media-activiteiten spelen zich vaak buiten de klantenorganisatie af.”

De tweede conclusie is dat met name de mensen in topfuncties zich er zorgen over maken dat ze met social media de deur openzetten voor kritiek op de eigen organisatie. “Een slechte klantervaring kan gelijk breed uitgemeten worden op Twitter. Veertig procent van de respondenten gaf aan dat de kritiek die ze konden krijgen een bron van zorg is. Slechts 26 procent van de ondervraagden zag de positieve kanten van social media. Het wordt dus nog vooral gezien als risico, en marketing is in the lead. Weinigen zien het als en uitdaging om zich te differentiëren.”

Wanneer er wel ownership is, en dat is de derde conclusie, ligt de nadruk meer op marketing dan op klantenservice. “Wanneer je uitingen doet via social media dan roep je op tot een dialoog. En als er meer kanalen zijn dan zie je dat mensen ook meer kanalen gaan gebruiken. Een interactie kan beginnen via het web, doorgaan via de telefoon, en weer verder gaan via Twitter of Facebook. Dat proces heeft customer service wel onder de knie, maar de nieuwe kanalen vallen daar buiten. We merken bijvoorbeeld dat verantwoordelijken voor customer service en nieuwe media nauwelijks contact hebben in organisaties. Klassieke marketing is vaak nog erg ingericht op eenrichtingsverkeer.”

Bedrijfsbrede strategie

Genesys heeft een aantal aanbevelingen die voortkomen uit het rapport. De eerste is: streef naar een bedrijfsbrede strategie. “Die moet gedreven worden uit de top, de CEO, CIO of CFO moet ownership hebben. Dat kun je niet op een lager managementniveau laten hangen. Er moet een samenwerking zijn tussen marketing en customer service, dat is cruciaal voor initiatieven rond social media.”

De tweede aanbeveling is dat het invoeren past in de context van de manier waarop klanten communiceren met een bedrijf. “Want er is wel de perceptie dat er een verschuiving is van kanalen, van email naar social media, maar het is eigenlijk een uitbreiding. Want de nieuwe kanalen komen erbij, het gaat niet ten koste van de oude kanalen. Het aantal interacties groeit, dat zorgt dus voor meer werk.”

De laatste aanbeveling is om die strategie vanaf de eerste dag te integreren met customer service. “Dat heeft invloed op de mensen je die je daarvoor inzet, zij moeten vertrouwd zijn met die nieuwe media. Dat vraagt om training, coaching en andere manieren van productiviteit meten. Het moet in de volledige customer service worden opgenomen.”

Dat heeft weer invloed op de manier waarop Genesys zijn software ontwikkelt. ”Die moet aansluiten op de omgeving waar de gebruikers mee te maken hebben. Zo zijn we in de architectuur al vroeg begonnen om die flexibel te maken, zodat nieuwe activiteiten makkelijk kunnen worden ingepast op de basislaag. Alleen het laatste laagje is kanaalspecifiek. In de toekomst willen we nog veel meer kijken hoe we het gedrag over die kanalen kunnen analyseren, om bijvoorbeeld voorspellingen te gaan doen. Voorlopig zullen die sociale kanalen steeds verder worden geïntegreerd in software voor klantcontact.”

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.stefan_captijn_gif/165_165_80_1__stefan_captijn.gifStefan Captijn: ‘Ondernemingen lopen achter op hun klanten’Sat, 18 Aug 2012 00:00:00 +0200
Michael Franken: Radical Management als breekijzerhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/81/michael_franken__radical_management_als_breekijzer.html
De meeste bedrijven zijn conservatief als het gaat om hun bedrijfsmodel en managementstijl. Ze willen omzet en winst consolideren en zijn terughoudend om veranderingen door te voeren. Maar in het digitale tijdperk met nieuwe business modellen, lagere kostenstructuren en met meer atypische community modellen zit dit soort denken eerder in de weg dan dat het kansen schept. Echte innovaties komen vaak uit een hoek waar je ze niet verwacht, namelijk uit de organisatie zelf.

Veel bedrijven focussen op zich teveel op winstmaximalisatie, het strak aansturen van mensen en het bewaken van processen. Omdat de vrijheid en creativiteit van medewerkers op deze manier wordt beperkt, raken ze eerder ontevreden en gedemotiveerd. Dit komt de uiteindelijke producten en diensten niet ten goede. Daarom is er voor veel organisaties een uitkomst als ze van traditionele managementstijl afscheid nemen en kiezen voor een nieuw managementparadigma: Radical Management. Hierbij wordt nauwer samengewerkt tussen directie, afdelingen en klanten teneinde het beste product of dienst te leveren.

Visie
Radical Management is een visie van managementgoeroe Steve Denning. Bij Radical Management ligt intern de focus op het beste uit mensen halen en extern geheel op het inspelen om klanten naar tevreden te stellen en blij te maken. Dat wordt gedaan met zelforganiserende en zelfsturende teams van specialisten. Bij Radical Management is een vertaling van de Scrum werkmethode naar de businesswereld van directies en managers. De Scrum werkmethode voor projectmanagement toegepast om innovatieve producten en diensten te ontwikkelen. In het verleden zijn softwareontwikkelaars met deze werkmethode begonnen. Bij Scrum wordt er gewerkt in multidisciplinaire teams die in korte tijd innovatieve producten en diensten opleveren. Continue samenwerking en feedback geven zijn hierbij belangrijke sleutelwoorden. Op deze manier kan men optimaal gebruik maken van voortschrijdend inzicht en blijft men flexibel om adequaat op veranderende omstandigheden in te spelen.

Volgens het Radical Management-paradigma zijn er vijf nieuwe voorwaarden die bedrijven niet alleen meer innoverend maar ook uniek maken en groei ondersteunen. Ten eerste moet de bedrijfsdoelstelling zich richten op het tevredenstellen van klanten in plaats van uitsluitend producten of diensten te leveren. Door meer en beter te luisteren naar klanten kunnen betere producten en diensten worden geleverd. Ten tweede moeten managers in plaats van controlerend meer faciliterend werken, waardoor zelforganiserende teams ontstaan. Ten derde moeten medewerkers in plaats van puur de regels volgen onderling meer samenwerken en beslissingen kunnen nemen. Dit bevordert de creativiteit en innovatie. Ten vierde moet afscheid worden genomen van de focus op economische waarden zoals omzet en kostenbesparingen. Er moet juist meer ruimte worden gemaakt voor ‘algemene waarden’ die voor meer innovatie en groei van de organisatie kunnen zorgen. Ten vijfde kunnen managers in plaats van de medewerkers de wet voor te schrijven, beter interactief met ze communiceren. Dat helpt problemen sneller op te lossen en te komen tot nieuwe inzichten.

Het invoeren van Radical Management gaat niet over één nacht ijs. Managers, medewerkers en eindgebruikers moeten goed kijken naar hun rol. Moeten ze hun taken aanpassen? Of gaan ze beter werken in een andere functie? Vaak is er een type zoals de Britse kok Gordon Ramsay nodig die in een slechtlopend restaurant het roer radicaal omgooit. Hij zet medewerkers in functies waar ze beter tot hun recht komen en ook nog eens meer plezier hebben.

Mantra's
Ik weet en erken dat veel managers dergelijke mantra’s rond nieuwe richtlijnen weleens eerder hebben gehoord. De kunst is echter om deze nieuwe richtlijnen te combineren met een integrale benadering zoals bij Radical Management het geval is. Door Radical Management en Scrum is een nieuwe benadering voor het plannen en managen van projecten ontstaan. Beslissingen worden niet meer top-down genomen, maar na overleg met teamleden die het talent en kracht zijn van een organisatie. Radical Management zorgt voor een hogere klanttevredenheid, continue innovatie, werktevredenheid en productiviteit. Dit allemaal in een omgeving die snel verandert en steeds meer te maken heeft met internationale concurrentie. Apple, Salesforce.com en Amazon zijn succesvolle bedrijven die al jaren werken met een Radical Management-model.

Michael Franken is onder meer Senior Software Engineer en Enterprise Architect bij Zilverline.

  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.michael_franken_lr_jpg/165_165_80_1__michael_franken_lr.jpgMichael Franken: Radical Management als breekijzerSat, 11 Aug 2012 00:00:00 +0200
‘Kijk onder de motorkop bij cloud computing’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/80/___kijk_onder_de_motorkop_bij_cloud_computing___.htmlDe keuze om een organisatie en IT-architectuur om te vormen in een cloud computing omgeving gaat niet over één nacht ijs. Een sterke beveiliging is fundamenteel in de cloud en er gelden vaak strengere voorwaarden dan bij de eigen IT-infrastructuur, omdat data op andere locaties worden opgeslagen. Organisaties kijken hierbij naar technologie, standaarden en certificeringen. De beste optie is dan een beveiligde cloud die op open standaarden en open source is gebaseerd, aldus Brian Cornell, Regional Director Central Europe, Red Hat.

Beveiliging van data binnen de eigen IT-infrastructuur is overzichtelijk en beheersbaar. De IT-omgeving wordt goed beschermd als er gebruik wordt gemaakt van de nieuwste software, appliances, servers en recente updates. Dat moet wel allemaal nauwkeurig worden bijgehouden, want kansen op lekken en zwakke plekken zijn er altijd. Daarnaast moeten beheerders goed geschoold zijn. Veel van deze zaken vervallen als een organisatie kiest voor een cloud provider die alle security taken overneemt. Steeds meer organisaties kiezen voor deze optie, want security wordt binnen de IT-afdeling gezien als een lastige en vervelende klus.

Een grote fout is dat organisaties de cloud provider gelijk voor honderd procent vertrouwen rond de beveiliging van data. Ongetwijfeld zijn de mensen van de cloudienstverleners heel aardig en sympathiek, maar: vertrouwen is goed, controleren echter beter. Daarom is het verstandig de cloud provider en zijn datacentra onder de loep te nemen voordat er zaken worden gedaan waarbij de beveiliging van data wordt toevertrouwd aan een ander. Hierbij moet de cloud provider transparantie geven van wat er allemaal gaat veranderen, wil een bedrijf overstappen op cloud computing. De cloud provider kan hierbij belangrijke certificeringen tonen en laten zien dat het voldoet aan compliance regelgeving.

Beveiligingsstandaarden en certificeringen

IT-beslissers dienen in ieder geval goed kijken naar de beveiligingsstandaarden en certificeringen die de cloud provider heeft, zoals SAS 70 en ISO 27001. SAS 70 is een internationaal erkende norm die de interne controle van een dienstverlenende organisatie beoordeelt, maar nog weinig in Europa wordt toegepast. SAS staat voor Statement on Auditing Standards en is ontwikkeld door het American Institute of Certified Public Accountants (AICPA). Een SAS 70 verklaring wordt bijvoorbeeld vaak vereist voor organisaties die aan de Sarbanes-Oxley Act van 2002 (SOx) moeten voldoen.

Een betere standaard voor informatiebeveiliging van cloud computing omgevingen is ISO 27001. De standaard bestaat feitelijk uit Deel 2 van de BS 7799, de standaard waarin wordt beschreven hoe Informatiebeveiliging procesmatig ingericht zou kunnen worden, om de beveiligingsmaatregelen uit ISO/IEC 17799 te effectueren. In Nederland is het vastgesteld als NEN norm NEN-ISO/IEC 27001:2005 en vertaald naar het Nederlands en verplicht gesteld voor Nederlandse overheden door het College standaardisatie. De norm specificeert eisen voor het vaststellen, implementeren, uitvoeren, controleren, beoordelen, bijhouden en verbeteren van een gedocumenteerd Information Security Management System (ISMS) in het kader van de algemene bedrijfsrisico's voor de organisatie. Een cloud provider kan middels een audit laten aantonen dat zijn datacenter voldoet aan ISO 27001. Zo zijn klanten ervan verzekerd dat hun data versleuteld kan worden gearchiveerd. 

Verder moet er gekeken worden onder de motorkap van de cloud, de IT-componenten. Dat zijn een aantal ‘bouwstenen’ zoals applicatieplatformen, besturingssystemen, servers, netwerken, dataopslag en virtualisatie. Bij privé en publieke clouds, die door meerdere organisaties worden gebruikt, is een strikte scheiding tussen meerdere virtuele machines een essentiële voorwaarde. Een publieke cloud heeft vaak een multi-tenancy omgeving waarbij meerdere separate klanten vanuit een enkele virtuele machine of applicatie worden bediend. Dit biedt onder andere voordelen in termen van density, kosten en beheer. Data in deze omgeving wordt het best beveiligd als er een strikte scheiding is van de hardware en hypervisor evenals in de virtuele machine tussen verschillende applicaties. Dit kan worden bewerkstelligd met de Linux Kernel Virtual Machine (KVM) die uitgerust is met SELinux technologie die onder andere te vinden is in de Red Hat Enterprise Virtualization (RHEV) oplossing. Security-Enhanced Linux (SELinux) is een uitbreiding voor het besturingssysteem Linux, om te komen tot een verbeterde beveiliging van het systeem. SELinux werd ontwikkeld door de National Security Agency (NSA) en bevat ‘mandatory access control’. Dit betekent dat regels bepalen wat gebruikers en programma's, waaronder de hypervisors en workloads op de virtuele machines, mogen op een systeem. Het gevolg hiervan is dat er voor nieuwe programma's een regel gedefinieerd moet worden om het te laten werken. Daarom zijn virtuele machines en workloads echt geïsoleerd. Dit soort toepassingen kunnen door de hoge beveiligingsstandaarden ook in militaire omgevingen worden gebruikt. KVM zorgt er namelijk voor dat alle potentiële beveiligingslekken in een hypervisor dicht blijven, waardoor hackers geen aanvallen kunnen uitvoeren vanuit gekaapte hosts of virtuele machines.

Cloud computing is dus een combinatie van technologie en beleid. Bepalingen, bevoegdheden, processen en beveiligingsrichtlijnen zijn voor klanten belangrijke voorwaarden voordat ze in zee gaan met een cloud provider. Maar de techniek onder de motorkap blijft een belangrijke rol spelen om data goed te isoleren en te beschermen.]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.brian_cornell_jpg/165_165_80_1__brian_cornell.jpg‘Kijk onder de motorkop bij cloud computing’Sat, 04 Aug 2012 00:00:00 +0200
Visie: Businessmodel India veranderthttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/78/visie__businessmodel_india_verandert.html
‘Tegen de lage lonen in India kunnen we toch niet op’, is een veelgehoorde verzuchting als het gaat om uitbesteding naar verre, zogenaamde lagelonenlanden, ofwel offshoring. Niet iedereen legt zich bij dit gegeven neer. Binnen de PvdA gingen stemmen op om offshoring als grond voor collectief ontslag te verbieden en president Obama drong er bij het Amerikaanse bedrijfsleven op aan zo veel mogelijk banen te ‘insourcen’. De vraag is echter of de westerse opvatting over India nog wel op feiten berust. India verandert snel, evenals het Indiase businessmodel. Deze ontwikkeling biedt volop kansen, die maar mondjesmaat worden benut.

Krishnan Chatterjee, hoofd van de wereldwijde strategie en marketing van HCL Technologies, een van de grote Indiase dienstverleners, deed vorig jaar november in het blad Information Week een opvallende uitspraak: “Je kunt de eerste tekenen zien van het einde van het Indiase IT-model. De vraag die klanten nu stellen is: ‘Bent u bereid een mix van verschillende diensten geïntegreerd aan te bieden, zodat we als businesspartners met elkaar kunnen praten, in plaats van mij tien medewerkers aan te bieden die er een x aantal regels computercode uitpersen?’.”

De vraag is wat Chatterjee met deze opmerking bedoelt. Het einde van India als offshore-bestemming? Wij denken van niet, maar een verandering is wel degelijk gaande.

Inflatie en lonen
De lonen in India gaan in absolute cijfers met sprongen omhoog. Een stijging van bijna 13 procent vorig jaar liegt er niet om. Dit betekent allerminst dat de grote Indiase spelers zichzelf uit de markt prijzen. Nemen we de inflatie in aanmerking – circa 9 procent in 2011 – valt het met de loonstijging wel mee.

De Indiase dienstverleners groeien in een gestaag en hoog tempo door. Hoewel jaarlijks in India zo’n 250.000 informatici afstuderen, zijn dienstverleners al ruim voor de afstudeerdatum in touw om deze talentvolle studenten te werven. En dat is nodig ook, want waar de wereldwijde outsourcingmarkt met circa 3 procent groeide, noteerden Indiase aanbieders gemiddeld 6 procent groei, volgens de analisten van het onderzoeksbureau Gartner. De top tien deed het daarbij, met een gemiddelde groei van 20 procent, nog aanzienlijk beter.

Businesspartner
HCL-topman Chatterjee, die we zojuist citeerden, bedoelde met zijn uitspraak allerminst aan te geven dat het Indiase model passé was. Wel doelde hij op een volwassenwording van de relaties tussen westerse bedrijven en Indiase dienstverleners.

Geleidelijk aan verschuift de vraag van Amerikaanse en Europese multinationals van heel concrete verzoeken – ‘bouwt u deze computertoepassing volgens deze specificaties’ – naar een meer ontwikkelde behoefte aan oplossingen van bedrijfsvraagstukken. Een mooi voorbeeld is een bedrijf dat zijn complete supply chain management uitbesteedde aan een Indiase partij. De opdracht daarbij was de logistieke keten te optimaliseren en op basis van de marktvraag continu aan te passen. Een partij die dergelijke diensten kan leveren, is meer een businesspartner dan een ‘codeklopper’.

Wij en zij is achterhaald
Het ‘wij-zij denken’, dat ten grondslag ligt aan veel plannen van politici om paal en perk aan offshoring te stellen, mogen we zo langzamerhand als volkomen achterhaald beschouwen. Veel westerse, vooral Angelsaksische multinationals zijn ‘global players’ geworden, die de wereld als hun marktplaats zien en zich niet veel aan landsgrenzen gelegen laten liggen.

De Indiase dienstverleners op hun beurt kijken niet meer uitsluitend naar het westen. De opkomst van de BRIC-landen – Brazilië, Rusland, India en China – maakt dat zich een groeiende nieuwe markt ontwikkelt, die ook hun aandacht opeist.

‘India’ bevindt zich ook niet meer alleen op het Indiase subcontinent. Hiermee bedoelen we dat Indiase dienstverleners, net als hun klanten, inspelen op de voortschrijdende globalisering. Projecten die niet veel mogen kosten, brengen ze onder bij vestigingen in China of elders. Om zo veel mogelijk affiniteit met hun klanten te hebben, openen ze kantoren in Europa, de VS en in veel andere regio’s. Daarmee creëren ze op hun beurt werkgelegenheid in het westen! Infosys bijvoorbeeld, een van de grote spelers, heeft in ons land circa 500 mensen in dienst.Indiase dienstverleners zijn bovendien vaak bereid werknemers van hun klant in dienst te nemen, of het nu gaat om hooggeschoolde IT-medewerkers of minder hoog opgeleide medewerkers, bijvoorbeeld bij uitbesteding van administratieve diensten. Eind vorig jaar nam dienstverlener Diligenta 1900 werknemers van de Engelse verzekeraar Friends Life over, met behoud van arbeidsvoorwaarden.

Model verdwijnt
Het politieke discours, hier en in andere westerse landen, doet soms vermoeden dat men achter de feiten aan loopt. In de behoeften van ‘ons’ bedrijfsleven is niet binnen de landsgrenzen te voorzien. Ontwikkelingen als de vergrijzing, het groeiende tekort aan vakmensen en de opkomst van de BRIC-groeimarkten maken grensoverschrijdend denken noodzakelijk. In sommige landen is het bedrijfsleven al zo ver. Bedrijven hebben ervaring met offshoring opgedaan en weten complexere opdrachten samen met Indiase dienstverleners tot een goed einde te brengen. En die Indiase bedrijven hebben vaak medewerkers van tientallen nationaliteiten in dienst, in evenzovele landen wereldwijd. Ze kunnen nog steeds goed ‘codekloppen’, maar kunnen ook vaker ambitieuze projecten aan en dus meer waarde toevoegen.

Kansen
De vraag is of Europese bedrijven zien welke kansen deze ontwikkeling biedt. Wanneer ze plannen tot uitbesteding hebben, prijken Indiase providers lang niet altijd op de zogenaamde long list. Angelsakische bedrijven zijn in dit opzicht verder in hun denken: ze zien dat Indiase dienstverleners bereid zijn personeel over te nemen en lokaal in dienst te nemen. Ze zien ook dat ‘de Indiërs’ global players zijn geworden, die het hun klanten makkelijk kunnen maken internationaal te gaan opereren. Interesse in de Braziliaanse markt? Een goede kans dat de Indiase dienstverlener waarmee in Europa wordt samengewerkt, ook in Brazilië actief is. En dat scheelt.

Tot slot benut het Angelsaksische bedrijfsleven de bereidheid van Indiase spelers om complete bedrijfsprocessen over te nemen. Dit versnelt namelijk de innovatie, doordat niet-onderscheidende bedrijfsprocessen beter door specialisten kunnen worden uitgevoerd. Het Indiase IT-model, dat in het collectieve onderbewustzijn lijkt te zijn gegrift, is in rap tempo aan het verdwijnen. Wanneer zullen Nederlandse en Europese bedrijven hierop gaan inspelen?

[auteurs]
Arshad Shamsi is senior consultant en Jurian Hermeler is principal consultant bij Quint Wellington Redwood, een adviesbureau dat zich richt op het grensvlak van organisatie en IT.

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.arshad_shamsi_jpg/165_165_80_1__arshad_shamsi.jpgVisie: Businessmodel India verandertSat, 28 Jul 2012 00:00:00 +0200
Joost Gordijn: Dialoog verbindt business met ICThttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/77/joost_gordijn__dialoog_verbindt_business_met_ict.html
Een half jaar geleden is Le Blanc Advies onder de huidige naam aan de slag gegaan, met een geheel eigen visie op requirements en architectuur. Wij spraken met adjunct directeur Joost Gordijn over de prestaties in de afgelopen maanden. Ondanks de moeilijke economische situatie wist Le Blanc Advies zowel in opdrachten als medewerkers te groeien. “Het gaat om de dialoog, die leidt tot een uitkomst die voor zowel de business als ICT goed is.”

“We hebben gemerkt dat in de markt onze visie op requirements en architectuur goed aanslaat”, aldus Joost Gordijn, adjunct directeur bij Le Blanc Advies. “Veel organisaties blijken daarmee te worstelen. Men is blij met specialistisch advies op dit gebied. Men heeft vrees dat er in het begin een grote hoeveelheid detaileisen wordt opgesteld en vaak begint men direct met realiseren. Wij zeggen:  kijk eerst goed naar de eisen die de business stelt. Want als je die goed en helder formuleert geeft dat weer input voor de architectuur.”

Een goede architectuur is volgens Gordijn gebaseerd op principes, is daardoor duurzaam en biedt tevens de nodig ruimte om snel in te spelen op wensen die de business stelt. “Dat laatste is belangrijk, want requirements en architectuur beïnvloeden elkaar, er is een wisselwerking. Het gaat om vragen: Wat kan? Wat is nodig? Zijn er andere mogelijkheden? Het gaat steeds om keuzes maken. Daarvoor komt eerst de dialoog waarbij je helder en duidelijk aangeeft wat de voor- en nadelen zijn. Organisaties ervaren dat onze medewerkers naast deskundigheid ook deze dialoog kunnen voeren.”

“De focus is niet alleen goed geweest voor onze positionering in de markt. Volgens Gordijn is een opvallend neveneffect dat dit proces intern veel energie oplevert. Het zorgt voor veel enthousiasme en de wil om steeds te verbeteren. Eén specialisme en drie kern expertises leidt ook tot kruisbestuiving tussen die expertises.”

Nuttige bijdrage

Een ander neveneffect van deze specialisatie is dat Le Blanc Advies volgens Gordijn geen moeite heeft om goede mensen aan te trekken. “We hoeven niet te adverteren met vacatures, de mensen komen zelf naar ons toe, vanuit diverse achtergronden. Door de crisis zie je dat er onderscheid ontstaat tussen bedrijven met focus die succesvol zijn en bedrijven die dat door het ontbreken van focus niet zijn. Mijn mening is dat mensen altijd bij een succesvol bedrijf willen werken, waar ze weten dat ze een nuttige bijdrage kunnen leveren.”

“Dat is wat bij ons speelt, de mensen zien dat we goede opdrachten verwerven. Ze zien tegelijkertijd het hoge niveau van hun toekomstige collega´s. Niets is leuker dan in een omgeving te werken waar je niet alleen bijdraagt aan de doelstellingen van de klantorganisaties, maar waar je ook kunt leren van je collega’s. Die kruisbestuiving is belangrijk.” Dat dit werkt blijkt uit de afgelopen maanden. Op dit moment werken bij Le Blanc Advies dertig professionals, van wie er het afgelopen half jaar al zes zijn aangenomen. Ze hebben momenteel allemaal een opdracht. Dat weerspiegelt zich weer in de cijfers, die op weg zijn naar een rendement dat waarschijnlijk uitkomt tussen de acht en tien procent.”

De medewerkers hebben verschillende expertises, die goed op elkaar aansluiten. De analisten beslaan het terrein van business-proces tot informatie. Gordijn: “Zij hebben tot taak de behoefte van de klantorganisatie om te zetten naar eisen voor de informatievoorziening.” De tweede grote groep in het medewerkersbestand is die van de architecten. “Zij zijn in staat de doelstellingen van de organisatie en de eisen die deze stellen aan de informatievoorziening om te zetten in een blauwdruk.” Tenslotte zorgen de programma- en projectmanagers voor de begeleiding van het veranderingsproces.

“We zien helaas vaak dat een architect zijn handen ervan aftrekt als ze de blauwdruk hebben gemaakt. Bij ons voelt de architect zich ook verantwoordelijk voor de follow up. Door die betrokkenheid krijg je ook feedback, zodat je weet of je de juiste keuzes hebt gemaakt. Want je kunt nu eenmaal niet alles voorzien, je loopt altijd tegen zaken aan die ervoor zorgen dat je de architectuur moet bijstellen. Dat is helemaal niet erg en juist wanneer de architect nog betrokken is kan hij door zijn totaal overzicht de impact van aanpassingen goed overzien.”

Professionaliseren

De lijst met opdrachten en opdrachtgevers is divers. Zo heeft een van de medewerkers van Le Blanc Advies een project gedaan voor ProRail, juist vanwege ons specialisme  van requirements en architectuur. “Dat was bij hen duidelijk een aandachtspunt.” Ook bij Rijkswaterstaat is Le Blanc Advies actief. Daar geven twee projectmanagers van ons leiding aan  twee teams van architecten en analisten en zorgen daar voor een verdere professionalisering.

Bij Nedtrain, die treinen maakt en reviseert voor de Nederlandse Spoorwegen, bestonden eveneens vragen over requirements. “Daar hebben we een requirements scan uitgevoerd om te kijken op welk niveau de processen zich bevinden en om vast te stellen hoe het management van de requirements verloopt. Na het maken van die scan zijn we gevraagd om iemand te leveren om het verder op een professioneel niveau te organiseren.                                        Een grote bank wil de brug slaan tussen business en IT en zij hebben ons gevraagd deel te nemen een aantal brainstorm-sessies om dat verder vorm te geven.“

Een ander project loopt bij een grote zorgverzekeraar, waar wordt gewerkt aan de invoering van het Europese betalingsverkeer,  SEPA. Hierdoor moet het internationaal geldverkeer makkelijker gaan lopen. “Dat heeft o.a. veel consequenties voor de informatievoorziening, want daar hoort ook veel wet- en regelgeving bij. Een van onze architecten is bezig geweest de impact daarvan te bepalen. Van alle details weer hoofdlijnen gemaakt. Dit heeft geleid tot een roadmap die een enorm houvast geeft in die organisatie. Op deze manier hebben ze het totaaloverzicht op één A4-tje!”

Een architect kreeg bij een ministerie de taak om een toekomstvisie te maken op een netwerkplatform, met een termijn van vijf jaar. “Het was niet gebruikelijk om met eindgebruikers te praten. Er was daar geen structuur voor. Eindgebruikers waren ook erg verdeeld over de organisatie. Onze architect heeft bij diverse onderdelen gebruikers gezocht en gemobiliseerd. Dit heeft geleid tot een klankbordgroep die nu iedere maand bij elkaar komt. Hierdoor is de kwaliteit enorm toegenomen en is er veel goodwill gekweekt.”

Slagkracht

Gordijn benadrukt dat bij dergelijke projecten de culturele en persoonlijke component enorm groot is. “Het gaat weliswaar uiteindelijk om technologie, maar vertalen van business eisen in informatievoorziening is primair mensen werk. Wij verbinden business en ICT. Het maken van die verbinding vergt persoonlijke vaardigheden. Wij besteden daar dus veel aandacht aan en zorgen onder meer voor de persoonlijke ontwikkeling van onze mensen.”

“Want om die verbinding te maken moet je in staat zijn om eerst met de ander de dialoog aan te gaan. Je moet kunnen afstemmen op zijn of haar belevingswereld, oor en oog hebben voor de belangen. Wanneer je daarin slaagt ontstaat er begrip en vanuit begrip kun je de consequenties van keuzes aan de orde stellen. Zo ontstaat een echte dialoog die leidt tot een uitkomst die voor beide kanten goed is. Anders praat je alleen maar tegen elkaar en blijft het bij een uitwisseling van standpunten die niet echt ergens toe leidt.”

Gordijn noemt drie succespijlers van Le Blanc Advies. “De eerste is een combinatie van visie en focus. De tweede is onze professionals. We hanteren een strikte selectie, maar eenmaal binnen dan faciliteren wij ze optimaal. De derde component is de commerciële slagkracht. Die begint met de intentie om de klantorganisatie te helpen hun doelstellingen te realiseren. Het goede werk van onze professional zorgt ervoor dat de verwachtingen die we wekken ook worden waargemaakt en daarom komen de klanten bij ons terug.”

 

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.joost_gordijn_gif/165_165_80_1__joost_gordijn.gifJoost Gordijn: Dialoog verbindt business met ICTSat, 21 Jul 2012 00:00:00 +0200
'Cloud Computing vereist lange termijn relatie met klanten'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/79/_cloud_computing_vereist_lange_termijn_relatie_met_klanten_.html
SLTN is een Nederlandse ICT dienstverlener uit Almere die zich uitstekend weet aan te passen aan de eisen van deze tijd. Groot geworden als ICT infrastructuur- en datacenter specialist en met een omzet van 65 miljoen euro, begeeft SLTN zich ook nadrukkelijk in de wereld van Cloud Computing. De klantenset van vele honderden klanten strekt zich uit van het MKB tot aan de top van het nationale en internationale bedrijfsleven, waardoor SLTN zowel in Nederland als ver daar buiten haar werkzaamheden verricht. Mede daardoor heeft SLTN als geen ander te maken met de vraag naar verschillende soorten cloud oplossingen. Het motto van SLTN is daarom niet zomaar gekozen; Het compleet ontzorgen van ICT.


De eurocrisis, vastzittende huizenmarkt, negatief consumentenvertrouwen en een kabinetscrisis: onzekerheid alom voor het bedrijfsleven en degenen die daarin werken. 

Hoe gaat SLTN om met de toenemende uitdagingen waar bedrijven voor staan? Executive-People interviewt CEO Eugene Tuijnman van SLTN en vraagt naar zijn visie op de huidige markt en hoe SLTN hier op in speelt. “Bedrijven moeten steeds meer opboksen tegen de niet stilzittende concurrentie terwijl de budgetten onder druk staan en investeringen zolang mogelijk uitgesteld moeten worden. Banken denken volop mee maar helaas door de strakke Europose wetgeving is bijvoorbeeld de kredietverlening aan veel strengere eisen onderworpen dan voorheen. Wij begrijpen als geen ander dat innovatie noodzakelijk is om bedrijven zich te laten onderscheiden van de concurrentie maar dat de middelen daartoe beperkt zijn, zowel financieel als ook aan mankracht.“

Volgens Eugene Tuijnman, CEO van SLTN, zijn de ontwikkelingen in de ICT de afgelopen jaren echter enorm snel gegaan en is er een forse sprong gemaakt in de mogelijkheden om IT meer en meer te “gebruiken” in plaats van te kopen. En waarom zouden bedrijven hun IT infrastructuur nog op een kostbare eigen locatie willen houden? Serveren storage virtualisatie in combinatie met betaalbare bandbreedte voor de netwerken zorgen ervoor dat Cloud Computing voor een ieder binnen bereik komt. Maar Cloud Computing is een breed begrip en is het wel iets voor uw bedrijf en zo ja, hoe maakt u dan de stap naar Cloud Computing terwijl uw lopende business geen enkele verstoring mag hebben. “SLTN werkt met een Cloud Ready Assessment” aldus Eugene Tuijnman. 

“Via deze beproefde methodologie gaan wij samen met de klant in gesprek en als resultaat worden er eisen en wensen geformuleerd die afgezet worden tegen de bestaande ICT infrastructuur en de kennis van de ICT organisatie. Daarna komen wij met een schriftelijk advies. In dit advies geeft SLTN een realistisch oordeel over de mogelijkheden maar ook over de onmogelijkheden! Indien de klant daarna verder wil komt SLTN met een stappenplan, inclusief de doorlooptijd en de bijbehorende kosten. Het merendeel van onze projecten doen wij op basis van fixed time en fixed price zodat de klant vooraf weet waar hij aan toe is.

“Vaak rekent een klant niet of onvoldoende op migratie- en upgrade kosten. Over gaan naar Cloud Computing is qua timing vaak het beste als de huidige infrastructuur toch aan vervanging toe is. En of men dan besluit naar de Cloud te migreren of toch nog alles zelf te blijven doen, ook bij een nieuwe infrastructuur moet data gemigreerd worden en zal veelal de software een upgrade krijgen naar de nieuwste versies. Als men wel naar de Cloud besluit te migreren moeten de bestaande software licenties opnieuw ingezet worden, al dan niet ge-upgrade naar de laatste versie. Het licentie beheer van software licenties van meerdere leveranciers in een bestaande omgeving is voor veel bedrijven al een forse uitdaging en de bestaande software licenties te mogen gebruiken in de Cloud is veelal niet zonder meer mogelijk. Een goed assessment op software licenties is absoluut noodzakelijk om nadien niet tegen compliance audits aan te lopen waarbij non-compliance issues tot hoge boetes kunnen leiden!”

Eugene Tuijnman gaat verder “ Vaak zien wij dat tijdens het Cloud assessment ook het beheer van de ICT omgeving uitgebreid aan bod komt. Mede hierdoor maakt SLTN ook qua beheer een sterke groei door. Onze klanten hebben veel overeenkomsten met betrekking tot hun ICT infrastructuur maar wij stellen dat elke klant uniek is en op deze wijze gaan wij ook de samenwerking met de klant aan. Het woord samenwerking is door SLTN bewust gekozen, een onderliggend contract met service level agreements en overige voorwaarden moeten uiteraard geregeld zijn maar het succes en resultaat worden voor een belangrijk deel ook bepaald door de dagelijkse gang van zaken! Vaak komen klanten nog met aanvullende wensen en juist de tevredenheid van het totaal geeft de klanttevredenheid weer. Hierin onderscheidt SLTN zich ook van de grote procedure geleide partijen die veelal met offshore centers werken. Bij SLTN staat de klant en dan met name het contact met de klant centraal! Klanttevredenheid is bovenal mensenwerk.”

”De samenwerking met nationale- en internationale software leveranciers is eveneens key voor onze overall performance” aldus Gerard den Besten, manager Managed Services bij SLTN. Een storing is al erg genoeg maar als een verstoring optreedt omdat de infrastructuur en de applicatie onvoldoende op elkaar afgestemd zijn, dat mag absoluut niet plaatsvinden. Hoe vaak komt het niet voor dat een verplichte firmware upgrade op de servers niet kan worden doorgevoerd omdat de database leverancier de nieuwste versie nog niet ondersteunt. En dan ontstaat het kastje naar de muur situatie en dat willen wij als SLTN ten koste van alles voorkomen! SLTN werkt daarom nauw samen met diverse gerenommeerde partijen en zorgt voor een optimale communicatie qua werkzaamheden zodat de klant minimaal last hiervan heeft.”

“Het zetten van de 1e stap om IT buiten de deur te plaatsen is vaak een lastige. En laten we eerlijk zijn, zonder IT kan geen onderneming meer functioneren dus het nemen van deze stap moet een gedegen en wel overwogen stap zijn.” Cloud Computing is gelukkig een niet allesomvattend geheel maar een verzameling van diensten die veelal achter elkaar maar ook parallel van elkaar genomen kunnen worden. Cloud Computing vereist een lange termijn relatie met onze klanten, immers er is tijd nodig om elkaars  wensen en eisen goed te kunnen begrijpen en deze succesvol te implementeren in bijvoorbeeld een Cloud oplossing. De relatie met onze huidige klanten en met name de klanttevredenheid hebben ons gebracht tot waar we nu staan en waardoor wij een sterke groei doormaken. 


  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.eugenetuijnman_gif/165_165_80_1__eugenetuijnman.gif'Cloud Computing vereist lange termijn relatie met klanten'Thu, 19 Jul 2012 00:00:00 +0200
'IT ondersteunt strategie Tata Steel'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/76/_it_ondersteunt_strategie_tata_steel_.html
Productontwikkeling is een belangrijke activiteit voor Tata Steel in Europa. Door een strategische verandering van de organisatie is dit onderdeel volledig opnieuw opgezet. Hiervoor was het nodig de juiste IT-instrumenten in te zetten, om deze verandering te begeleiden. Tata Steel heeft de software van CA Technologies gekocht om productontwikkeling en portfolio management te ondersteunen.

Staalfabrikant Tata Steel heeft in Europa onder meer drie grote productievestigingen: in IJmuiden, in Wales en in Noord-Oost Engeland. Alles bij elkaar werken bij Tata Steel in Europa 35.000 medewerkers. De productiecapaciteit bedraagt achttien miljoen ton staal per jaar. Hiermee is Tata Steel in Europa de op een na grootste speler. De leverancier is in bijna alle marktsegmenten aanwezig in het leveren van hoogwaardig staal voor topsegmenten in de markt.

Twee jaar geleden heeft Tata Steel in Europa een strategische verandering ingezet, waarbij de focus verschuift van business units naar een marktgerichte organisatie. De voorheen lokaal georganiseerde en geoptimaliseerde afzonderlijke business units zijn opgenomen in een bedrijfsbreed sectorgebaseerd en productiegebaseerd concept. In heel Europa werkt Tata Steel nu volgens een one company-benadering.

“Die strategische verandering vraagt om centralisatie en coördinatie”, aldus manager product development René Kieft. “Want waar eerst alle oplossingen in autonome business units lagen, moesten processen nu centraal worden ingericht. Hoe we daar als Tata Steel mee omgaan in heel Europa begon te spelen in 2010. Dat raakt alle bedrijfsonderdelen, en niet in de laatste plaats de productontwikkeling.”

Benchmark

In de oude situatie werd productontwikkeling uitgevoerd in de afzonderlijke business units. Die hadden allemaal hun eigen manier van werken, die lokaal goed voldeed. “Maar de situatie is anders geworden, en we moeten nu kijken vanuit de gehele organisatie. Dit betekent dat we niet met de oude processen doorgaan. We hebben dus voor Tata Steel in Europa de productontwikkeling helemaal opnieuw opgezet. Zo sluiten we aan bij de gedachte dat we met en voor de markt produceren, op een efficiënte manier, met de resources die we hebben.”

Om dit goed aan te pakken heeft Tata Steel goed naar andere bedrijven gekeken om een benchmark te hebben. “Er zijn meer bedrijven die met dergelijke complexe vragen worstelen. We zijn tot de conclusie gekomen dat we het proces anders moesten inrichten. Dat is een behoorlijke verandering geweest. Het is lastig om die verandering met oude, lokale IT-systemen te doen. Soms zijn die ter plekke ontwikkeld, soms was het niet meer dan aangepast Excel.”

“We hadden dus een geschikte IT-tool nodig. Dit is een totaal business proces, product development is niet alleen techniek en innovatie. Het is het proces waarbij je iets dat je bedenkt in de markt succesvol met de klant ontwikkelt, zodanig dat het zowel voor ons als de klant succesvol is. Dat proces zijn we gaan inrichten. We zijn intensief gaan kijken in de markt naar de beschikbare support tools. We hebben daarbij breed rondgekeken, onder andere op basis van onderzoeksbureaus als Gartner. Vervolgens hebben een aantal IT-bedrijven aangeschreven en gekeken wat wel en niet bij Tata Steel paste. Daar is in 2011 de keuze voor CA uitgekomen.”

Acceptatie

“Bij zo’n traject is acceptatie belangrijk. Je moet binnen het framework vrijheid hebben, om ruimte te laten voor het creatieve proces. We zijn eerst naar de organisatie gaan kijken met de vraag wat we nu doen. Want ook voor 2010 hadden we veel goede dingen. Dat hebben we onder meer aangepakt met workshops. De goede elementen wilden we behouden”

Het productontwikkelingsproces begint met ideeën die vervolgens naar een besluitpunt gaan. Vervolgens komt de verrijking met een feasibility -analyse, waarin de mogelijke vertaling naar een value propositie al wordt meegenomen. Dat vertaalt zich naar requirements. Als dat positief uitvalt doen volgt een business attractive analysis, een in depth studie naar de betekenis voor de faciliteiten. Zo wordt zichtbaar wat het product gaat worden. Dat levert de eerste specs op.

“We ontwikkelen de producten met en voor de klant, dus de visie van de klanten wordt ook meegenomen. Dat is een belangrijke fase, omdat de eerste spec moet aansluiten bij de klantverwachting. Daarna volgt development, en gaan we de lijn op. Dat is een grote en kostbare stap, omdat we lijntijd gaan reserveren om het product te maken. Een uur van een staalfabriek lijkt kort, maar is erg kostbaar. De voorbereiding moet dus goed zijn. Dat leidt vervolgens tot launch en commercialisatie.”

De rol van software is cruciaal. “Die zetten we op verschillende manieren in. Allereerst om de juiste informatie boven water te krijgen, zodanig dat we de opportunities met elkaar kunnen vergelijken. Dat ontbrak in het verleden, omdat iedere unit zijn eigen manier van evalueren had. Dat werkte weliswaar goed, maar maakte het moeilijk om zaken met elkaar te vergelijken.”

Besluitvorming

“Het tweede aspect is beschikbaar stellen van informatie uit de organisatie voor de besluitvorming. Er is veel informatie beschikbar, van productie- en sales-informatie tot supply chain-informatie. Dat kun je met IT stroomlijnen. Tenslotte gebruiken we IT voor portfolio management. Wanneer je meer opportunities hebt dan je resources aankunnen, moet je beslissingen nemen, prioriteiten stellen en gaan schuiven. Dat doe je met portfolio management. Dankzij IT kun je besluiten nemen die passen in de strategie van de organisatie. Een productieproces is eigenlijk een mini-business binnen de business, en de IT is volledig verweven met het business proces.”

De implementatie is volgens Kieft goed verlopen. “We hebben het bewust gefaseerd gedaan, in een tweetrapsraket. De software is eerst in een deel van de organisatie ingevoerd. Daarbij hebben we ons gericht op de projectleiders, omdat zij ervoor moeten zorgen dat de processen goed georganiseerd worden. Vervolgens hebben we andere elementen downstream erbij betrokken, in drie stappen. De laatste is net afgesloten.”

“Zo hebben we het basisproces neergezet, dus nog niet het eindproces. We hebben zo het frame neergezet waar mensen mee konden werken. Tegelijkertijd zijn we doorgegaan met configureren van het proces. Toen mensen er goed mee aan de slag waren konden we direct de nieuwe versie invoeren. Op die manier herkennen de mensen hun eigen proces, en kunnen we met één systeem naar de klant toe opereren.”

Volgens hem is het in dit project belangrijk dat het werd gedreven vanuit de strategie van het bedrijf. “Visie van boven is belangrijk bij dergelijke veranderingsprocessen. Een tweede element dat een rol heeft gespeeld is dat we snel hebben gelanceerd. Niet te snel, maar wel op het moment dat het goed genoeg is. Dat laat ruimte voor kritiek van mensen uit het veld. Zo kunnen ze ook een bijdrage leveren op het moment dat het basisproject staat. Dan gaan mensen er echt mee werken.”

De software is een enabler, geen einddoel. “We verkopen staal, en op het product halen we onze ROI. De revenu komt via het product binnen, software als zodanig levert niets op. Het is altijd een discussie hoeveel revenu van de improvement je toerekent aan software. Dat is moeilijk te meten, maar we vonden het belangrijk en noodzakelijk, en het levert ons winst op als we de time to market verkorten. Het gaat echter altijd om het product, dat we samen met de klant ontwikkelen.”]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.tata_steel_lr_jpg/165_165_80_1__tata_steel_lr.jpg'IT ondersteunt strategie Tata Steel'Sat, 14 Jul 2012 00:00:00 +0200
Printermarkt beweegt naar document managementhttp://www.executive-people.nl/executive_people/24/75/printermarkt_beweegt_naar_document_management.html
De printermarkt is volop in beweging. Van volumebusiness gaat ook deze tak van IT naar meer dienstverlening. Simpel printen wordt steeds vaker enterprise content management en business proces management. Aanbieder Lexmark is volop in transitie, onder meer door een recente reeks acquisities, waaronder Perceptive Software. Wij spraken over deze ontwikkeling met Niels Priem, general manager Benelux.

“Onze recente acquisities geven de richting aan die we zijn ingeslagen”, aldus Niels Priem, general manager van Lexmark. “We streven naar het aanbieden van end to end document management en willen zo de klant bedienen van capture tot het managen van de workflow. We doen dit omdat we verwachten dat er uiteindelijk een strategische verschuiving zal plaatsvinden in de informatievoorziening, de informatiebehoefte en de manier waarop mensen informatie to zich nemen.”

Deze stap heeft volgens Priem slechts voor een deel te maken met dalende omzet uit printen. “De printvolumes nemen weliswaar af, maar dat is nog niet significant. Wel bereiden we ons nu al voor op een toekomst waarin dat kan gebeuren. We stellen ons daarom de vraag hoe de markt er over vijf jaar uit zal zien. Ons business model zal dan niet meer gebaseerd zijn op geprinte pagina’s.”

Om deze strategische visie voor het voetlicht te krijgen is in de markt nog wel wat uitleg nodig. “We praten met onze klanten over zaken als document management en business processen. Maar sommigen willen in eerste instantie gewoon een printer. Wij zijn op dit moment verder dan sommige klanten willen. Dat moeten we niet vergeten, en dat doen we dankzij onze channel partners ook niet. Zij draaien gewoon volume op print. Daarin zit een goede balans: wij adviseren de grote accounts, we willen zelf het verhaal vertellen. Maar de fulfillment is altijd indirect.”

Kansen
Niet alle partijen in het afzetkanaal van Lexmark zijn de afgelopen jaren meegegaan met deze visie. 

“Er is een disconnect opgetreden. We zijn de traditionele IT-vendor een beetje kwijtgeraakt, omdat zij onvoldoende in staat zijn om de omslag te maken. Resellers verkopen van oudsher producten, geen complete projecten. Wij ondersteunen ze er wel in, maar er zijn er nog veel die kansen laten liggen. We gaan ons daarom meer richten op resellers die document management aan eindgebruikers aanbieden. Dat doen we door zelf actief de klanten te benaderen, zodat we het kanaal de business weer kunnen gunnen.”

Lexmark is zo in transitie van een printbedrijf met fleetmanagement naar leverancier van complete oplossing voor document management, zoals het managen van content en workflow in de vorm van software as a service. “Dat is best een technisch verhaal. Hiermee verandert de dialoog. Onze grootse uitdaging is nu om een goede balans te vinden: blijven ontwikkelen van de volumebusiness, en aan de andere kant het totaalpakket. Onze acquisities willen we als één oplossing neerzetten, daar is tijd voor nodig.”

“Dit technische verhaal leggen we uit aan de hand van herkenbare processen. Bijvoorbeeld het HR-proces. Hierin treden veel mutaties op, waar veel documenten in omgaan. Die moeten bijvoorbeeld allemaal gescand worden. Dat is normaal een reactief proces dat door iemand moet worden opgepakt. We kunnen een simpele HR-workflow genereren rond bijvoorbeeld het paspoort. Dat kan tweezijdig gescand worden, waarbij voor- en achterkant in één document worden opgeslagen. Je hoeft niet alle functionaliteiten van de oplossing in één keer te gebruiken. Vergelijk het met Word, je gebruikt aanvankelijk niet alles, maar je kunt er in de loop der tijd in groeien.”

Business

De aankoop van de softwarebedrijven Pallas en Perceptive heeft deze transitie mogelijk gemaakt. Perceptive levert software op het gebied van content management, Pallas aan de kant van het business proces. Met de aankoop van Brainware, Isys en Nolij zijn aanvullende technologieën in huis gehaald, zoals de zoekmachine van Isys. “Met deze technologie-aankopen hebben we het portfolio versterkt. De oorspronkelijke namen gaan overigens in de toekomst verdwijnen. We willen onze klanten niet vermoeien met allerlei verschillende namen, we gaan dit aanbieden als Lexmark.”

“Het is een behoorlijke verandering, dat merk je aan alles. Enterprise content management is een geheel andere wereld dan printen. We praten nu met managers, niet meer alleen met IT. Dat geeft veel kansen, omdat we normaal niet met hen die dialoog hebben. De mogelijkheden zijn legio, de uitdaging is om het gericht aan te bieden. Je kunt de business processen verenigen bij één partij onder één contract. Dat is schaalvergroting in het proces. Wat we waar moeten gaan maken is dat de besparingen groter worden dan bij inrichting met losse componenten. Naast inkoopvoordeel moet een grotere ROI ontstaan. De besparing zit in het document proces, in de business.”

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.niels_priem_jpg/165_165_80_1__niels_priem.jpgPrintermarkt beweegt naar document managementSat, 07 Jul 2012 00:00:00 +0200
Jean Nederlof, E.Novation: “Communicatie in zorg steeds belangrijker”http://www.executive-people.nl/executive_people/24/74/jean_nederlof__e.novation_____communicatie_in_zorg_steeds_belangrijker___.html
De systemen van het Nederlandse ICT-bedrijf E.Novation verwerken per jaar 3,6 miljard berichten voor de medische sector. Het bedrijf stond aan de wieg van het elektronische berichtenverkeer in de medische sector, en heeft op dat gebied een dominante positie verworven. Executive-People.nl sprak met CEO Jean Nederlof over trends en ontwikkelingen in deze roerige branche.

E.Novation is, aanvankelijk onder de naam Lifeline, al vanaf 1983 actief. De wortels van het bedrijf liggen in de zorgsector, waar de eerste voorzichtige stappen werden gezet om de traditionele papieren communicatie digitaal te laten verlopen. Dat gebeurde aanvankelijk alleen in de regio Rijnmond, maar al snel zijn de activiteiten uitgebreid tot huisartsen, apothekers en ziekenhuizen in heel Nederland. In 1997 kwam Jean Nederlof aan boord bij LifeLine als general manager, na onder andere bij Siemens en Roccade gewerkt te hebben. Hij heeft het bedrijf vervolgens uitgebouwd met een portfolio diensten naast het berichtenverkeer. Ondertussen is het personeelsbestand gegroeid van zes naar 220 mensen, met kantoren in Frankrijk,Engeland en China.

Hij omschrijft E.Novation als “facilitaire dienstverlener in de ICT bij het verbinden van systemen, mensen en bedrijven.” Op dit moment maakt de sector zorg 65 procent uit van de activiteiten. Jean Nederlof: “We zijn interface-architect. Wat er ookgekoppeld moet worden, wij kunnen het. Hierdoor zijn we nu verantwoordelijk voor het versturen van 3,6 miljard berichten per jaar.”E.Novation heeft bewust de keuze gemaakt geen eigen informatiesystemen (XIS)te bouwen. “Soms jeuken onze handen wel eens, maar dan zouden we gaan concurreren met leveranciers. We blijven bewust onpartijdig om de communicatie tussen alle systemen te kunnen blijven verzorgen.”

Standaarden

E.Novation heeft als LifeLine aan de wieg gestaan van Edifact als communicatiestandaard in de zorg. Dat is ondertussen verder ontwikkeld op basis van nieuwe standaarden, zoals XML, IHE/XDS en HL7.Het berichtenverkeer voor de zorg wordt overigens door E.Novation al jaren aangeboden als Software as a Service (SaaS), lang voordat de term in opkomst kwam. Hiermee loopt de zorg dus redelijk voorop. Om de berichtenstroom 7 x 24 uur door te laten gaan heeft E.Novation een eigen datacenter, en back up-faciliteiten.

De communicatie in de zorg is, net als veel zaken in deze sector, volop in beweging. Dat hangt samen met diverse ontwikkelingen. Nederlof: “Er is een groot tekort aan personeel. Tegelijk zijn de zorgkosten in Nederland enorm hoog, wat betekent dat er geen extra geld beschikbaar is. En omdat in Nederland een forse vergrijzing optreedt, zal ook nog eens de zorgvraag toenemen. De grootste uitdaging voor ons wordt inspelen op de veranderende behoeften in de zorg als gevolg van de vergrijzing.”

“Dat alles leidt tot een vraag naar efficiencymaatregelen. Vanuit de IT kunnen wij proberen tijdrovende maatregelen efficiënt uit te voeren.” Dat leidt tot een verbreding van de activiteiten in de keten. “Waar we voorheen vooral actief waren in de cure, het beter maken van mensen, gaan we steeds meer naar care. Vooral in die hoek is nog heel veel werk te doen. Het is een hectische wereld waar veel gebeurt. We hebben niet alleen technische kennis, maar ook kennis van het politieke krachtenveld. Dat is heel belangrijk om zaken voor elkaar te krijgen in deze sector.”

China

E.Novation is dankzij mede-oprichter Ad Nederlof een van de pioniers van zaken doen in China. Daar is al enige tijd een eigen development centergevestigd. “Veel bedrijven willen ontwikkelwerk niet zelf uitbesteden aan China, maar wanneer er een Nederlands bedrijf tussen zit als intermediair is het vaak wel een aantrekkelijke optie. Wij hebben nu ons eigen software development center in China waar 42 mensen werken onder een Chinese general manager, en een Nederlander met brede ontwikkelervaring als technisch manager.”

Met de opkomst van tablets en smartphones wordt communicatie nog belangrijker in de zorg. Zo worden nu statusgegevens van patiënten vaak digitaal gekoppeld aan de systemen, een forse verbetering van de efficiency omdat vroeger een verpleegster gegevens van papieren staatjes overschreef. Ook apps zijn belangrijk, maar die moeten wel aangesloten worden op systemen om informatie te kunnen verwerken. “Dat is voor ons een enorme uitdaging: èn apps ontwikkelen, èn ervoor zorgen dat al die systemen verbonden worden. We hebben al een enorme inhaalslag gemaakt, maar er is nog veel te doen.”

Een andere trend in de zorg is de toenemende specialisatie van ziekenhuizen. Dit betekent dat vanuit andere ziekenhuizen allerlei informatie moet worden gestuurd naar die instellingen. “Vroeger moest je letterlijk met een envelop onder je arm naar een ander ziekenhuis. Nu sturen ze de dossiers digitaal, inclusief foto’s en filmpjes.” Daar is veilig en gestructureerd berichtenverkeer voor nodig, dat kan niet zomaar over internet. “Dit betekent dat er vooraf is afgesproken in welk format en met welke encryptie zaken gestuurd worden, zodat de inhoud niet door een onbevoegde gelezen kan worden.”

De grote vraag in de zorg is wat er met het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) gebeurt, dat door de Eerste Kamer aanvankelijk is weggestemd. “Het grote probleem is dat over het EPD besloten werd op een niveau waarbij er niet met iedereen gesproken is. En dat is juist in de zorgsector enorm belangrijk. We zijn er technisch op voorbereid als het EPD er alsnog komt, daar hebben we al allerlei tools voor gebouwd. Maar we wedden op twee paarden, want als het niet doorgaat zijn we daar ook op voorbereid. Overigens zijn er nu al legio regionale initiatieven, dus er zit wel beweging in.”]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.nederlof_jean_lr_jpg/165_165_80_1__nederlof_jean_lr.jpgJean Nederlof, E.Novation: “Communicatie in zorg steeds belangrijker”Sat, 30 Jun 2012 00:00:00 +0200
Arjaan Kunst (Diskad): 'Van content-eilandjes naar geïntegreerde kennis’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/73/arjaan_kunst__diskad____van_content_eilandjes_naar_ge__ntegreerde_kennis___.html
Veel organisaties beschikken over strategische kennis. Die is echter in veel gevallen verspreid, en daarmee moeilijk vindbaar, in de infrastructuur opgeslagen. Naar analogie van de oude eiland-automatisering is er momenteel sprake van eiland-content. Diskad is al zeventien jaar gespecialiseerd in het ontsluiten en verrijken van die kennis.  “Kennis wordt in toenemende mate in het werkproces geïntegreerd.”

Het in Amsterdam gevestigde Diskad is naar eigen zeggen sterk verweven met het kennisintensieve deel van de economie. De markt waar Diskad op actief is bestaat uit kennisintensieve partijen op de business to business-markt, zoals professionele uitgevers, bibliotheken en branche-organisaties. “Voor die bedrijven zorgen wij dat ze de kennis die ze nodig hebben zo snel mogelijk kunnen vinden, waarbij ze tegelijkertijd weten dat ze de juiste kennis hebben”, aldus partner Arjaan Kunst.

“Onze klanten beschikken over interne bronnen, zoals stukken die ze zelf geschreven hebben, en externe bronnen. Die hebben weer verschillende vormen, maar wij zorgen er op basis van XML voor dat dit alles één geheel wordt. Desgewenst verijken we dit met een thesaurus of andere lijsten. Dat leidt tot een grote diversiteit aan uitingen, van bladen tot apps. Onze kracht is het combineren en verrijken van kennis. Wanneer je als jurist bijvoorbeeld op zoek bent naar wetgeving maak je gebruik van onze producten. We combineren content met sterke zoektechnologie, op basis van software die we zelf hebben ontwikkeld.”

Logische ontwikkeling

Dat is overigens niet hetzelfde als enterprise-search, het gaat erom dat kennis op de juiste manier wordt ontsloten. Dat is een niche-markt die echter volop groeit. Daarin zit een logische ontwikkeling. Kunst: “De ontwikkelingen op de content-markt zijn begonnen met het laaghangend fruit, zoals de HRM- en ERP-systemen. Nu er steeds meer content in organisatie aanwezig is merkt men dat alleen Google niet voldoende is om te vinden wat je wilt hebben.”

“Vroeger had je in de IT eilandautomatisering, nu heb je als het ware eiland-content. Die gedraagt zich eigenlijk hetzelfde als vroeger die eilandsystemen. Nu zijn eilanden niet erg, zolang er een verbinding is tussen die eilanden. Mensen willen vanuit één scherm bij de juiste content komen. Wij zorgen dat die content op de eilanden aan elkaar wordt gekoppeld, en dat men met één zoekvraag al die eilandjes aandoet. De ontwikkeling is vergelijkbaar met die rond Big Data in de enterprise-omgeving.”

De achtergrond hiervan is dat de business to business markt in toenemende mate behoefte heeft aan gekwalificeerde informatie, die niet uit een algemene zoekmachine komt. “Die is meer geschikt om vakanties te boeken, niet om bijvoorbeeld wetgeving en medische gegevens te achterhalen. Het gaat om content, niet om data. Data op zichzelf heeft nog geen betekenis, het gaat om de samenhang. We besteden daarom veel aandacht aan het ontwerp van kennisbanken, die een geselecteerde set vormen voor een geselecteerde groep mensen. Zo kun je veel beter inspelen op de wensen van de gebruiker die de kennisbank raadpleegt.” De context is daarin belangrijk. WW in een juridische databank heeft een andere betekenis dan WW in een chemische databank.

Halffabricaat

Diskad krijgt steeds vaker een positie tussen de leverancier en de gebruiker in. Kunst gebruikt een industriële vergelijking om dat uit te leggen: “We geven de gebruikers tools om zelf kennis toe te voegen aan het systeem. De kennisorganisatie zelf krijgt tooling die ondersteund wordt door kennis van buitenaf, zodat ze daar hun eigen protocollen en werkprocessen mee kunnen inrichten. Kennis wordt in toenemende mate in het werkproces geïntegreerd. Bij specifieke onderwerpen wordt die kennis door ons als compacte ‘blokjes’ verwerkt om te gebruiken in het werkproces. Zo integreren we kennis over de Bijstandswet in de website van een gemeente. Zij hebben zo betrouwbare content, maar kunnen die zelf nog wel finetunen. Wij leveren als het ware het halffabricaat, waarbij we zorgen dat het op de juiste plek in het systeem komt.”

Dit hangt samen met de toenemende dynamiek onder werknemers. “Kennis die bij de mensen zit blijft niet per definitie meer in de organisatie, dat moet je dus borgen, en toegankelijk maken voor andere medewerkers. Zo krijg je expliciete kennis bij de werknemers ook in de organisatie. Waar vroeger kennis macht was, geeft nu publiceren autoriteit. In grote kennisnetwerken geeft dat als het ware netwerkmacht. Als organisatie moet je zorgen dat kennis behouden blijft, dat wil je vastleggen en uitbreiden, onafhankelijk van personen.”

Om dat te ondersteunen heeft Diskad in de loop der jaren een rijk arsenaal aan ondersteunende databanken op allerlei gebied opgebouwd. “Daar zitten veel kenniscomponenten in, en daarnaast hebben we ook de semantische tools in huis. Want naast de tooling gaat het om een specifieke invulling van een standaard proces. Dat doe je in overleg met de klanten. Het is een combinatie van gebruikersbehoefte, bronanalyse en procesinrichting. We zijn ook niet bang voor het veranderen van een proces in een organisatie als dat beter werkt.”

Processen

Cruciaal onderdeel van deze projecten is het definiëren van de processen. “Wanneer je dat goed doet is het technisch realiseren een beperkt gedeelte. Dat onderscheidt ons van de gemiddelde IT-leverancier, die al begint met bouwen als de eerste requirements er zijn. Wij proberen eerst naar het hele proces te kijken. Het is belangrijk dat je van kenniseilandjes naar geïntegreerde kennis gaat. Het belangrijkste onderdeel is de analyse, technologie is maar twintig procent van het geheel. We willen degene die we helpen met de kennis helpen met het ontsluiten daarvan voor zowel interne als externe relaties.”

De vragen die organisaties hebben rond kennis zijn steeds vaker strategisch, zodat kennisontsluiting ook op de agenda staat van de CIO: Hoe kan ik meer werk doen met minder mensen? Hoe kan het sneller, met minder fouten? Hoe kan ik de middelen efficiënter inzetten? “Het gaat om de verhouding content-proces-techniek. De achterliggende vraag is eigenlijk: een organisatie weet dat er veel kennis is, maar hoe maken ze die toegankelijk? Hoe kunnen ze er meer uithalen? Het bijhouden van de kennis en koppelen kost vaak veel tijd. Vooral de nieuwe generatie CIO’s ziet dat duidelijk. Er bestaan ook duidelijke business cases, want het is bekend hoeveel tijd medewerkers kwijt zijn aan het zoeken van informatie. Alleen daar kun je al op besparen.”

“CIO’s zouden zich ervan bewust moeten zijn dat bij een organisatie met kenniswerkers veel waarde zit in de mensen en de systemen. Op het moment dat je een goed proces inricht voor de distributie voor die kennis, kan dat de business ondersteunen, of zelfs een nieuw businessplan ondersteunen. En als je dat goed doet heb je eerder minder dan meer mensen nodig. Het gaat daarbij niet alleen om het inbrengen van nieuwe kennis, maar ook het gericht onderhouden van de benodigde kennis. Anders wordt het niet meer dan de volgende grote vergaarbak van content die niet onderhoudbaar is. Het verwerken en verrijken van content is een dynamisch proces, daar zit voortdurend ontwikkeling in.”

   

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.arjaan_kunst_jpg/165_165_80_1__arjaan_kunst.jpgArjaan Kunst (Diskad): 'Van content-eilandjes naar geïntegreerde kennis’Sat, 23 Jun 2012 00:00:00 +0200
Tectrade: 'Bespaar door virtualisatie van netwerkaansluitingen'http://www.executive-people.nl/executive_people/24/72/tectrade___bespaar_door_virtualisatie_van_netwerkaansluitingen_.html
Virtualisatie heeft geleid tot een revolutie in de IT-infrastructuur. Servervirtualisatie is ondertussen een breed geaccepteerde manier om de infrastructuur efficiënter te maken. Maar er blijft één knelpunt: het fysieke netwerk dat nodig blijft, maar slechts gedeeltelijk benut wordt en inflexibel is. In Silicon Valley is daarom al enkele jaren geleden een bedrijf opgericht, Xsigo, dat zorgt voor virtualisatie van de netwerkaansluitingen. Onlangs is Xsigo ook in de Benelux van start gegaan. Tectrade is een van de strategische partners voor de Nederlandse markt, maar zal de producten ook in de andere landen gaan ondersteunen.

Xsigo is een nieuwe naam in de Benelux. Wereldwijd is het technologiebedrijf echter al langer actief. Opgericht in  2004 in de Verenigde Staten is het snel uitgegroeid tot een bedrijf met een geheel eigen bijdrage aan de netwerkmarkt. De oprichters hebben eerder hun sporen verdiend bij Juniper Networks, waar ze zich met high speed switching hebben beziggehouden. 

In Silicon Valley hebben zij zich vervolgens gestort op het oplossen van de problemen rond virtualisatie op het op x86-platform. Vanuit hun achtergrond herkenden zij een probleem op netwerkgebied, waar zij technologie voor hebben ontwikkeld. Bij virtualisatie van servers ontstaat namelijk een knelpunt bij de fysieke netwerken. Waar met VMWare servers kunnen worden geconsolideerd en gevirtualiseerd met een forse ratio, niet zelden van tien naar één, blijft het netwerk achter omdat de netwerkaansluitingen zelf niet worden gevirtualiseerd. De virtuele bovenkant en de virtuele storage-laag hebben zo niet de beschikking over de juiste bandbreedte op het juiste moment.

Virtual IO
Naar analogie van VMware op de servermarkt zorgt Xsigo ervoor dat fysieke netwerkaansluitingen ook zoveel mogelijk worden gevirtualiseerd. Het product dat daarvoor is ontwikkeld, de Xsigo Data Center Fabric, maakt het mogelijk de connectiviteit los te koppelen van de fysieke hardware. Koen van den Berg, Regional Manager Benelux: “Normaal heb je in een server voor iedere connectie een netwerkkaart nodig. Wanneer servers worden gevirtualiseerd zijn er echter nog steeds veel meer fysieke kaarten van servers nodig om voldoende bandbreedte en fysieke netwerk scheiding te bieden. Xsigo zorg ervoor dat er tot 80Gbs bandbreedte beschikbaar is per fysieke gevirtualiseerde host waarover de Ethernet en Fibre Channel connecties worden gevirtualiseerd. Wat VMWare doet met servers doet Xsigo met netwerken.”

De fysieke connectie gebeurt op basis van Infiniband, een van de populairste protocollen van high performance computing industry. Dit heeft vier keer zoveel bandbreedte als ethernet, en een heel lage latency. Ook de prijs is veel lager. “Overigens vervangen we de core switch niet, maar zorgen we voor een reductie in het aantal benodigde poorten. Net zoals VMWare de servers en het operatingsystem niet vervangt.” Het product is al enige tijd geleden in de VS ontwikkeld en is ondertussen geadopteerd door diverse grote datacenterpartijen en telecombedrijven die hun servers gingen virtualiseren. Daarna heeft Xsigo de overstap gemaakt naar de rest van de zakelijke markt, waaronder banken en overheid met grote shared service centers. Vanaf 2009 is de organisatie uitgebreid naar Engeland en Zuid Afrika, en sinds enkele maanden is ook het continent aan de beurt.

Besparingen
Op de website staan een paar stevige claims over besparingen die gerealiseerd kunnen worden. Van den Berg: “Die kunnen we waarmaken omdat het een technisch zeer sterk product is. We kunnen veel bandbreedte in een omgeving plaatsen tegen relatief lage kosten. De besparingen zitten voor een belangrijk deel in de core switching. Waar je voorheen veel geld uitgaf aan netwerkapparatuur, zie je die in grote omgevingen naar vijftig tot zeventig procent teruglopen, omdat je veel minder poorten nodig hebt. Die poorten vormen tot nu toe nog een belangrijke uitgave voor organisaties en die gaan omlaag. We zijn eigenlijk de lijm tussen de serverlaag en de storage-laag. Dat kunnen we altijd in een business case uitleggen.” Ronald van Heek, Chief Commercial Officer van Tectrade, vult aan: “Converged networking bestaat al enige tijd, maar het achterliggende probleem is dat je nog steeds een wildgroei aan aansluitingen hebt, met tegelijkertijd een lage poortutilisatie. Gebruikers investeren niet in switches omdat ze de bandbreedte nodig hebben, maar ze kopen die switches omdat ze er weer een server aan moeten koppelen.”

Dit lijkt sterk op de situatie die bestond aan de vooravond van servervirtualisatie. Van den Berg: “Wanneer maar vijf procent van de totale servercapaciteit gebruikt wordt dan loont het om te virtualiseren. Datzelfde geldt voor het netwerk. We merken nu al dat dit verhaal aanslaat in de markt. Hoewel we in tegenstelling tot in de VS niet zo erg bekend zijn in Nederland, merken we dat er veel partijen zijn die met ons willen praten over deze oplossing.” Van Heek: “Het is enerzijds een technisch gedreven behoefte, maar tegelijkertijd is de business case duidelijk: je hoeft minder switches te kopen. Voorheen was er geen andere optie dan die uitgaven maar te blijven doen. Nu zie je dat je op korte termijn een volledige ROI gerealiseerd kan worden door het netwerk te virtualiseren. De termijn waarop dat gebeurt is afhankelijk van de omvang van het netwerk, dit is vooral interessant voor de grote en middelgrote organisaties. Normaal is een return on investment binnen een jaar tot achttien maanden, bij grotere omgevingen is de terugverdientijd zelfs per direct. Daarom doen de CFO en de CIO ook vaak mee in het gesprek, ondanks de sterke technische inslag van de oplossing.”

Betere SLA
De oplossing van Xsigo wordt in Europa bijvoorbeeld gebruikt via een grote consultant bij een alliantie in de luchtvaart. Het werkt op al hun datacenters waar het reserveringssysteem draait. Van den Berg: “De belangrijkste overweging was niet de financiële component, aar de mogelijkheid om hiermee een SLA af te sluiten waarmee de time to market voor het neerzetten van nieuwe servers heel hoog zou zijn, met een hoge beschikbaarheid.”

“Doordat de consultant een volledig gevirtualiseerde stack kon neerzetten, inclusief de netwerkaansluitingen, hebben ze nu een SLA van twee uur. Wanneer een van de aangesloten luchtvaartmaatschappijen bijvoorbeeld een onlineactie gaat doen waardoor meer webservers nodig zijn, kunnen die er in twee uur staan.”

“Dit product is open, wat betekent dat het niet uitmaakt welke serverleverancier de klant gebruikt of welke core switch technologie wordt gebruikt. Datzelfde geldt voor de hypervisor die de klant gebruikt. Het werkt zowel bij de legacy als de nieuwe technologie, waardoor er geen gesloten oplossing komt te staan. Want kenmerkend daarvoor is dat je één keer een goede deal krijgt, daarna kun je gaan betalen. Dat is eenmalig, het is beter om vrij te zijn met een open systeem.”

Grenzen
Tectrade is enthousiast over de oplossing en biedt het nu dus ook aan. Van Heek: “Virtualisatie op server- en storageniveau is nu echt de standaard aan het worden. Daar hield het voorheen op voor ons. Maar we zagen iedere keer dat onze kanten ook altijd een koppeling willen met het netwerk. Daar liepen we tegen grenzen aan, door die stugge en verouderde netwerkprincipes waarbij men maar moest bijkopen als er servers bijkwamen, terwijl de poortutilisatie laag was.” 

“We hebben dus gekeken hoe we dezelde mate van flexibiliteit op server- en storageniveau konden brengen naar het netwerk. Oplossingen van Cisco bleken verre van toereikend. De klanten die de Xsigo oplossing echter gezien hebben herkenden direct de voordelen en de business case klopte ook nog eens. De stabiliteit en flexibiliteit van onze private cloud oplossing kunnen we nu naar het netwerk brengen. Het voegt echt iets toe aan de business. Ik verwacht dat het binnenkort niet meer is weg te denken, het is echt een nieuw element in het datacenter van de toekomst.”
 
 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/nieuws/.tectradeep5_gif/165_165_80_1__tectradeep5.gifTectrade: 'Bespaar door virtualisatie van netwerkaansluitingen'Sat, 16 Jun 2012 00:00:00 +0200
Wim van Campen (McAfee): ‘Nieuwe security-uitdagingen’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/71/wim_van_campen__mcafee______nieuwe_security_uitdagingen___.html
IT-security is een voortdurend kat-en-muis spel tussen kwaadwillenden en bestrijders van malware. Tegelijkertijd verandert het IT-landschap in hoog tempo door trends als BYOD. Executive-People.nl sprak met Wim van Campen, Vice President Northern Europe bij McAfee, over de nieuwe security-uitdagingen waar organisaties mee te maken hebben.

“Het gaat om serieuze tegenstanders met grote budgetten”. Wim van Campen, Vice President Northern Europe bij McAfee heeft de aard van veiligheidsrisico’s zien veranderen van hobbyisten tot professionals. Bij McAfee Labs houden 400 man houdt zich continu bezig met onderzoek naar malware en de manier waarop je je daar tegen kunt verdedigen. Van Campen: “Zij komen heel veel tegen. Je hebt niet meer te maken met vrijwilligers, maar met professionele hackers, industriële spionage en terrorisme.”

Dat kunnen de onderzoekers onder meer afleiden uit de software die wordt gebruikt. “Je kunt zien hoeveel manuren erin hebben gezeten om het te ontwikkelen, welke resources gebruikt zijn, welke ideeën zijn overgenomen van voorlopers. Stuxnet, dat in Iran in nucleaire centrifuges terecht is gekomen, zien we voor een deel in malware terugkomen. Dat geeft aan hoe serieus partijen bezig zijn met het ontwikkelen van malware.”

Hij constateert tegelijkertijd een kanteling in de benadering van security, onder invloed van de toegenomen mobiliteit en connectiviteit. “Dat is een interessante ontwikkeling. Op een bepaald moment moest IT toegankelijker worden, zodat bedrijfsgegevens van buiten benaderd konden komen. Dat leidde tot beveiliging van de toegang, waar veel energie in zat. De afgelopen jaren is dat veranderd. Met name de iPad is het device waarbij het gemak van toegang voor het eerst belangrijker lijkt te zijn geworden dan het beveiligen van die toegang. Vaak heb je bij het opstarten van de tablet al toegang tot de bedrijfsserver. Dat is volgens mij een stap te ver in die balans tussen gebruiksgemak en de beveiliging van informatie. Soms zit er helemaal geen beveiliging meer tussen iPad en systeem.”

Vertrouwelijke informatie

Het bezit van het fysieke device wordt daarmee gezien als een security-maatregel op zich. “Tot hij gestolen wordt natuurlijk. Wat daarin meespeelt is dat het aantal mensen dat toegang krijgt tot gegevens groter wordt. Waar eerst alleen medewerkers toegang kregen via bijvoorbeeld een laptop, gebeurt dat nu ook met contractors en ZZP-ers die met hun eigen device in een bedrijfsomgeving gaan werken.”

“Dat leidt tot een situatie waarbij vertrouwelijke informatie van een bedrijf terecht komt op privé-devices. Daar moeten goede afspraken over worden gemaakt tussen werkgever en werknemer of contractant. Want wat doen we met bedrijfsinformatie en met privé-data als het device verloren wordt of gestolen? Vanuit het bedrijf gezien is het logisch datbij een gestolen device de bedrijfsgegevens op afstand gewist worden. Maar tegelijkertijd worden dan ook privé-data gewist. Dat is een interessante juridische kwestie.”

Op dat gebied vinden daarom veel technologische ontwikkelingen plaats. “We zien nu bijvoorbeeld containers waar de bedrijfsinformatie in zit, die gewist kunnen worden zonder dat dit de privé-gegevens raakt. Dergelijke functionaliteit uit de mobiele markt zul je ook steeds meer op computers terug gaan zien. Dergelijke technische oplossingen komen ook de veiligheid ten goede. Want als je weet dat al je data gewist worden wanneer je je smartphone kwijt bent, wacht je even met het melden van de vermissing omdat je hem misschien nog terug vindt. Zo krijg je onveilig gedrag, waarbij het bedrijf risico loopt dat de informatie in verkeerde handen valt. Het is dus meer dan alleen technologie, het gaat ook om gedrag.”

De categorie malware die volgens Van Campen een grote bedreiging vormt is die van de bedrijfsspionage. “De geavanceerdheid daarvan baart wel zorgen.” Het is lastig aan te geen wie achter die dreiging zit. “De plek waar de dreiging fysiek vandaan komt zegt niet zoveel over wie er achter zit. Het grootste aantal kwaadaardige websites staat bijvoorbeeld in Nederland. Dat komt door de organisatie van de Nederlandse hosting-markt, er zijn ongeveer 1.100 bedrijven die hosting aanbieden. Dat is significant anders dan in Dutsland, Frankrijk of Engeland. Er zijn dus veel manieren om hier een site gehost te krijgen.”

Analyse

Beveiliging is een kat- en muis-spel waarin iedere zet leidt tot een tegenzet. “Voorheen kon je aanvallen detecteren door massaal verkeer op bepaalde kanalen te meten. Dat weten de aanvallers ondertussen zelf ook, dus nu zorgen ze ervoor dat de dreiging op de achtergrond blijft. De grootste bedreigingen zijn met statistische analyse niet meer te zien, die blijven onder de radar. Die malware heet APT, wat staat voor Advanced Persistent Threats.”

“Er wordt wel gezegd at er twee soorten bedrijven zijn: de ene helft heeft APT’s en ze weten het, de andere helft heeft ze en weet het niet. Maar dat is lastig te controleren omdat ze zo goed verborgen zijn. Bovendien kunnen de makers registreren wanneer de malware ontdekt dreigt te worden, waarna die systemen zich even rustig houden. Het lijkt soms science fiction, maar wij zien het dagelijks gebeuren.”

In de bestrijding van dergelijke bedreigingen werkt McAfee nauw samen met moederbedrijf Intel. “Dat heeft bijvoorbeeld geleid tot DeepSAFE en Deep Defender. Dat richt zich onder meer op rootkits. Die zijn moeilijk zichtbaar omdat ze zich onder het operating system verbergen, en er worden er steeds meer van uitgebracht. We hebben nu een silicon based oplossing bedacht waarmee je gedrag analiseert. Traditionele antivirus herkent slechte files. Je kunt het ook omdraaien, en alleen files die je herkent als goede files commando’s laten uitvoeren. Dat kan tot problemen leiden bij updates. Als je het gedrag van operating systems analiseert kan afwijkend gedrag betekenen dat er een rootkit actief is. In de toekomst zal steeds meer op deze manier beveiligd gaan worden. Dat is een fundamentele stap in die wapenwedloop.”

Alles begint met inzicht. “Houd goed in de gaten wat je hebt. Wanneer je niet weet wat je hebt kun je het ook niet beveiligen. We hebben de afgelopen tijd bij diverse incidenten gezien dat mensen niet wisten wat ze hadden, waardoor ze kwetsbaar waren. Bijvoorbeeld met een server die niet meer gebruikt wordt, maar die wel toegankelijk is en waar een database met klantgegevens op staat. Als je weet waar je kwetsbaar bent kun je je bewust beveiligen. Je loopt altijd risico’s maar het is belangrijk te weten welke risico’s je loopt. Dan kun je daar bewust beslissingen nemen.”
  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.mcafee_wim_van_campen_jpg/165_165_80_1__mcafee_wim_van_campen.jpgWim van Campen (McAfee): ‘Nieuwe security-uitdagingen’Sat, 09 Jun 2012 00:00:00 +0200
Kees Plas (Terremark): ‘Regel meer veiligheid in het datacenter’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/70/kees_plas__terremark______regel_meer_veiligheid_in_het_datacenter___.html
De ontwikkelingen die plaatsvinden op het gebied van cloud, BYOD en Big Data roepen steeds nieuwe vraagstukken op op het gebied van veiligheid. Want de veiligheidsmaatregelen die daarbij nodig zijn kunnen ten koste gaan van de efficiency. Dat probleem kan voorkomen worden door meer databeveiliging te regelen in het datacenter. Executive People sprak hierover met Kees Plas, Director Security Services van Terremark. 

Kees Plas werkt sinds september 2011 bij Terremark. Hij is daar in de regio EMEA verantwoordelijk voor de security in het business-aanbod. De security packages die Terremark ontwikkelt worden tevens onderdeel van het portfolio van moederbedrijf Verizon, dat besloten heeft om alle security en de IT professional services onder te brengen bij Terremark.

De datacenterleverancier heeft het afgelopen jaar een forse groei doorgemaakt, van duizend naar drieduizend medewerkers, die een klantenbestand bedienen dat is gegroeid van duizend tot vijfduizend. Tegelijkertijd is de oorspronkelijke datacenterbusiness uitgebreid naar een breder aanbod aan IT-dienstverlening.

“We zien drie trends die grote invloed hebben op onze business”, aldus Kees Plas. “Dat zijn cloud, bring your own device en big data. Die drie hebben allemaal een duidelijke link met security. Bring your own device bijvoorbeeld is een verschijnsel waar veel organisaties mee worstelen, ze moeten er iets mee doen.”

Beperkingen omzeilen

Door de wildgroei aan devices in organisaties neemt de vraag naar security-oplossingen sterk toe. “We zien dat de smartphone een trusted device is geworden, maar tegelijkertijd doen de bezitters er meer mee dan alleen werken. Hoe ga je daarmee om als organisatie? 

Want gebruikers gaan beperkingen omzeilen. Zo wordt bijvoorbeeld door gebruikers af en toe mail geforward naar webmail als ze geen mail mogen lezen op hun device. Waar het op neerkomt is dat je door het aanbrengen van restricties in de toegang de voordelen van bring your own device al snel teniet doet.”

BYOD moet voor veel organisaties nog volwassen worden. De noodzaak er een strategie voor te ontwikkelen wordt versterkt door het nieuwe werken, waardoor een groot aantal flexwerkers ontstaat. Steeds minder medewerkers zijn in loondienst bij organisaties. Als ZZP-er krijgen zij geen laptop van de zaak, maar moeten ze wel in de bedrijfssystemen kunnen komen. “We zien dat die toegang op afstand steeds belangrijker wordt, maar daar ontstaat wel een botsing tussen security en efficiëntie.”

“Ook werknemers zelf functioneren steeds vaker als een soort ZZP-er binnen de eigen organisatie. In feite moeten zij ervoor zorgen dat ze de juiste tools hebben om de taak uit te voeren die van hen verwacht wordt in een bedrijf. Medewerkers krijgen zo veel meer eigen verantwoordelijkheid, organisaties sluiten als het ware een SLA af met de eigen werknemers. Dat leidt tot ecosystemen die steeds groter worden. Het gaat niet meer alleen om het bedrijf en zijn partners, maar ook om medewerkers en flexwerkers.”

Evenwicht

De tools die nodig zijn om deel te nemen aan dat ecosysteem moeten veilig zijn. “Je kunt geen privacygevoelige informatie in Dropbox zetten. Dit betekent dat organisaties op zoek gaan naar een evenwicht tussen de controls en de efficiency. De beweging naar cloud leidt tot de behoefte om device-onafhankelijk informatie op te vragen. Dit verklaart waarom Verizon de security-layer bij Terremark heeft neergelegd. Want uit alle onderzoeken naar virtualisatie en cloud blijkt dat security voor de gebruikers een van de belangrijkste issues is.”

Hij erkent dat er risico’s bestaan. “Niets is bij security honderd procent zeker. Wanneer je een machine in je eigen kelder in een afgesloten kast zet kan niemand erbij. Maar daar ben je niet effectief mee. Hoe toegankelijker je het maakt, hoe productiever je bent. Elke agent die je toevoegt brengt echter een zekere mate van risico met zich mee. Het invoeren van meer controls, zoals nu vaak gebeurt, leidt paradoxaal genoeg tot het introduceren van meer risico’s. Want als je het voor mensen moeilijker maakt om ermee te werken gaan ze zelf op zoek naar onveilige omwegen. Steeds passwords wijzigen bijvoorbeeld zorgt ervoor dat mensen het gaan vergeten, en dus de neiging  krijgen ze op te schrijven.”

De oplossing is volgens Plas een andere benadering van security. Niet een wildgroei aan barrières, maar controle vanuit het datacenter. “Dat dit werkt zien we bijvoorbeeld bij een klant van ons, een grote energiemaatschappij. Zij halen hun winst uit de handel energie, wat betekent dat ze snel, zonder latency, altijd acces willen voor juiste mensen op het juiste moment. Zij breken daarom juist de barrières af, en gaan vanuit het datacenter controleren.”

“Dat is ook onze visie: regel meer datacentric. Het gaat tenslotte om de data, die benaderd wordt door mensen, infrastructuur en applicaties. Je moet dus veel zaken beveiligen, en dat wordt steeds meer naarmate je verder bij de data vandaan gaat. De ideale situatie is dus eigenlijk dat je alles open gooit, en toch veilig bij de data komt. Haal de barriers en access controls weg die laag op laag op laag zijn neergezet. Die zijn niet kosteneffectief, en je kunt toch steeds moeilijker controleren wat er allemaal gebeurt aan de poort.”

Waarde van data

“De oplossing is de next generation firewall, SEM of SIEM genaamd (dit staat voor Security Event Management en Security Information Event Management). Wij plaatsen devices in het netwerk die op applicatieniveau controleren wat er gebeurt.” Volgens Plas is het daarbij essentieel dat je eerst in kaart brengt wat de waarde is van data.

“Wanneer je generiek controls invoert controleer je alles, ook zaken die helemaal niet belangrijk zijn. Dan verlies je het overzicht. Het is dus zaak om eerst te kijken wat van waarde is. Marktinformatie bijvoorbeeld is voor een beursgenoteerd bedrijf cruciaal wanneer het nog onder embargo is, maar niet als die data zes maanden oud is. Dan heb je niet meer de allerhoogste en duurste beveiliging nodig. Je moet dat beveiligen dus met beleid doen.“

Dit sluit aan bij de ontwikkelingen rond identities. “Je moet weten wie wie is, en welke rol diegene heeft. Wat mag hij wel en niet. In praktijk zien we dat het misgaat in situaties waarin deze informatie statisch blijft, en na verloop van tijd dus niet meer actueel is. Het moet juist een niet-statisch systeem zijn, dat is de uitdaging. Wij zijn daarom nu in de VS bezig met de identity service Starfish, en hier met UIS (Universal Identity Service). Er is behoefte aan een trusted party aan wie je dat kunt uitbesteden, en die rol kunnen wij vervullen.”

Daarmee zijn we weer terug bij het ecosysteem, en de eigen devices die mensen gebruiken om toegang te krijgen tot data. “Dat kun je managen in het datacenter. Opvallend is dat er traditioneel veel focus ligt op wie er bij de data komt, maar niet op wat er vervolgens met die data gebeurt. Als er een kopie van data wordt gemaakt door iemand die er wel bij mag wordt dat niet getriggerd, terwijl er juist situaties denkbaar zijn waarin dan alle alarmbellen moeten afgaan. Kijk dus hoe de data wordt gebruikt. Dat vraagt veel kennis en capaciteit, maar dergelijke behavioral controls kunnen veel schade voorkomen.”]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.kees_plas_gif/165_165_80_1__kees_plas.gifKees Plas (Terremark): ‘Regel meer veiligheid in het datacenter’Sat, 02 Jun 2012 00:00:00 +0200
Ed Trautig (Avensus):´Meer IT tegen lagere kosten´http://www.executive-people.nl/executive_people/24/69/ed_trautig__avensus____meer_it_tegen_lagere_kosten__.html
Ondanks de turbulentie op de IT-markt blijft de vraag naar security hoog. Diverse ontwikkelingen, van compliance tot cloud computing, drijven deze ontwikkeling. Het van oorsprong Nederlandse Avensus is groot geworden op deze markt. Vorig jaar nam het Indiase Omnitech InfoSolutions, Avensus over, wat leidde tot de strategie van internal offshoring: lokale contacten maar internationale uitvoering.

Avensus is gespecialiseerd in security en managed services, als, zoals dat in de eigen missie wordt beschreven, transformationeel partner voor de infrastructuur van zijn klanten. Voortgekomen uit de Koning en Hartman Groep herbergt het bedrijf 45 jaar ervaring in security, vanaf 2000 onder de naam Avensus. Van oudsher is Avensus sterk in encryptie, onder meer met de referentie dat feitelijk het overgrote deel van alle transacties bij banken in Nederland via oplossingen van Avensus worden uitgevoerd.

Security is een gebied dat volop in beweging is. CEO Ed Trautig: “Access control is op dit moment een hot issue: wie heeft toegang tot welke data en systemen, hoe kun je dat op een veilige manier regelen en hoe kun je daar nieuwe technologie bij integreren? Oplossingen op dat gebied zijn bijvoorbeeld SMS-toegang en tokens.”

“Wat we zeer sterk zien groeien is security intelligence, ofwel Security Incident and Event Management, SIEM. Want iedere organisatie, zowel in de private als de publieke sector, heeft zijn basis-security zoals firewalls en spamfilters wel in orde. Maar die systemen genereren vervolgens duizenden signalen waar de meeste organisaties niets mee doen. Wij hebben daarom een dashboard ingericht waarbij je juist die signalen kunt monitoren, om daar pro- actief actie op te ondernemen.”

50.000 events per seconde

Het gaat dan bijvoorbeeld om situaties waarbij mensen toegang proberen te krijgen tot systemen waar ze helemaal niet in mogen, of het komt voor dat mensen binnen organisaties toegang hebben tot applicaties waar ze helemaal niet in zouden mogen. “We zijn nu met een grote organisatie in gesprek waar de systemen niet minder dan 50.000 van dergelijke events per seconde rapporteren.”

De zwaarste encryptie wordt vooral gevraagd bij de grotere financiële instellingen en overheden. De iets minder extreme encryptie breekt ondertussen ook in de zorgsector door, dat is momenteel voor Avensus een sterk groeiende markt, onder meer door de steeds zwaardere compliancy-eisen. Ook de overheid is op security-gebied een groeiende markt, nu verbetering van communicatie met burgers hoog op de agenda staat.

De tweede grote tak binnen Avensus is die van de managed services. Dat onderdeel van Avensus komt voort uit de Computerij Groep, en is voornamelijk gespecialiseerd in virtualisatie en storage. Dat is ondertussen uitgebreid naar cloud-oplossingen en cloud security. Mede door deze activiteiten is Avensus in het voorjaar van 2011 overgenomen door Omnitech InfoSolutions, een van oorsprong Indiaas bedrijf. “

“Zij hebben ons in 2009 benaderd voor het bouwen van een Europees platform. Met Omnitech hebben we een grote service-organisatie achter ons staan. We hebben als Avensus een omvang van circa 60 fte, maar gecombineerd met Omnitech hebben we ruim 1300 fte paraat. Onze strategie is wat we internal offshoring noemen. Alle CIO’s houden zich bezig met de vraag hoe ze meer IT kunnen doen tegen lagere kosten. Hun ervaringen met sourcing zijn echter toch vaak dat ze een moeilijk verstaanbare medewerker ergens ter wereld aan de lijn te krijgen. Bij Avensus loopt juist al het klant gerelateerde contact via ons eigen skilled beheersteam. De grote processen daarachter offshoren we intern naar onze collega’s in India. Zo zorgen we voor flexibiliteit, uitvoer van projecten en ICT-wijzigingen, èn twintig tot dertig procent kostenbesparing en kunnen we klanten aan die tien tot twintig keer zo groot zijn dan wij.”

Crisis overleven

Avensus opereert in een turbulente markt. “Op dit moment spelen in Europa twee trends. De eerste is veilig werken, dus zorg dat anderen niet bij onze data kunnen. De tweede is de vraag hoe organisaties de crisis kunnen overleven door substantieel kosten te verlagen. Voor die twee vragen hebben wij de oplossingen in huis. Security beweegt steeds meer naar managed security, door de vraag naar kostenbesparing, verhoogde efficiency en het benodigde specialisme. Zeker voor middelgrote organisaties is het lastig alle benodigde kennis, kunde en ervaring zelf in huis te hebben.”

Wet- en regelgeving is belangrijk in de security-markt. “Dan is investeren verplicht. We hebben het met onze klanten bovendien regelmatig over zaken als reputatieschade. Want je kunt wel bezwaar hebben tegen het uitgeven van geld, maar wanneer de business case aantoont dat het veel geld kost wanneer je reputatie schade oploopt is het een ander verhaal. Je komt in praktijk ernstige voorbeelden tegen waarbij het mis is gegaan, bijvoorbeeld chantage door hackers.”

Ook Avensus krijgt veel vragen over cloud services. “Het is deels een modewoord voor zaken die we al jaren doen en die nu cloud heten. Veel oplossingen gaan nu in de richting van de private cloud. De uiteindelijke doorbraak naar volledige cloud computing is voor een belangrijk deel afhankelijk van de beschikbare security. Veel van onze klanten vragen zich af hoe veilig de cloud is. In Nederland zie je dat cloud nog sterk gericht is op het nieuwe werken, maar de trend zal zeker doorzetten. Dat volgt een regel die volgens mij altijd opgaat: wat technisch mogelijk is zal uiteindelijk ook gaan gebeuren. Je kunt het hooguit bijsturen en in goede banen leiden.”


Op 7 juni organiseert Avensus hun Kennisevent waar kennis wordt gedeeld, en trends rondom rond informatiebeveiliging worden besproken.

 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.ed_trautig_gif/165_165_80_1__ed_trautig.gifEd Trautig (Avensus):´Meer IT tegen lagere kosten´Sat, 26 May 2012 00:00:00 +0200
Gartner Symposium ITxpo 2012: Focus. Connect. Lead.http://www.executive-people.nl/executive_people/24/68/gartner_symposium_itxpo_2012__focus__connect__lead..html
In november is Barcelona weer het toneel van Gartner Symposium/ITxpo, het grootste evenement voor CIO’s in Europa. Executive-People.nl kijkt met Marc Swartjes terug op Gartner Symposium/ITxpo 2011 en blikt vooruit naar het komende symposium. De onderwerpen die worden behandeld komen voort uit de resultaten van het wereldwijde CIO Survey van Gartner, doel van de bijeenkomst is het bieden van praktische handvatten en inspiratie om IT daadwerkelijk strategisch in te zetten. Het thema dit jaar is kort en krachtig: Focus. Connect. Lead.

In 2011 was Gartner Symposium/ITxpo ondanks, of misschien juist dankzij, de recessie de grootste editie van de afgelopen jaren. Meer dan 4.000 mensen hebben die week het Symposium in Barcelona bezocht. Meer dan zeshonderd van hen kwamen uit de Benelux, van wie tweehonderd CIO waren. Dit aandeel van dertig procent aan CIO´s is in lijn met de verdeling op het volledige symposium.

Marc Swartjes, Regional Vice President Sales Benelux: “Dit is een trend die al een aantal jaren gaande is, we zien een opschaling in het niveau van de deelnemers door het groeiend aantal CIO´s dat ITXpo bezoekt. We merken dat zij het evenement echt gebruiken om te reflecteren op hun plannen. De timing is daarvoor gunstig, we zitten vlak voor het nieuwe jaar, de plannen zijn gemaakt, maar er is nog tijd om ze te toetsen aan de trends en ontwikkelingen die we bespreken. En zeker zo belangrijk is de mogelijkheid die ze hebben om van gedachten te wisselen met de andere CIO´s die daar aanwezig zijn.”

In 2011 was het thema van Re-imagine IT. Leading from the front. Swartjes: “Uit de feedback die we hebben gekregen van de bezoekers bleek dat het voor hen een inspirerend thema was, zij hebben er veel aan gehad.  Zo hebben we vorig jaar onder meer onze theorie rond de Nexus of Forces geïntroduceerd, de combinatie van trends die momenteel bepaalt welke kant de markt opgaat: sociaal, mobiel, cloud, en de explosieve groei van informatie. Dat zijn vier disruptive-technologieën waar je als CIO op moet reageren, om in die voorhoede leiding te kunnen geven.”

Groei

Swartjes verwacht dat de groei in het aantal deelnemers doorzet. “Ik denk dat we dit jaar 4.500 deelnemers kunnen verwelkomen. Het is daarom goed dat we het evenement wederom in Barcelona organiseren, die locatie is enorm schaalbaar. Met de huidige aantallen bezoekers hadden we in Cannes, waar het voorheen altijd was, grote logistieke problemen gehad. In Barcelona kunnen we nog jaren doorgroeien. De faciliteiten zijn daar uitstekend.”

Ook dit jaar wil Gartner CIO’s praktische hulpmiddelen bieden waarmee ze na afloop direct aan de slag kunnen. Het thema van dit jaar is daarom weer voortgekomen uit het grote jaarlijkse CIO-onderzoek. Het is een kort en krachtig statement:  Focus. Connect. Lead. “We hebben hiervoor gekozen om te laten zien dat het evenement actionable is, mensen kunnen er iets mee doen. Ze kunnen er de noodzakelijke transformation of IT mee bewerkstelligen, de insteek is praktisch.”

Prioriteiten

Focus gaat over de prioriteiten op de agenda van de CIO en zijn team, die voortkomen uit het onderzoek. “Het belangrijkste aandachtspunt voor de CIO is het realiseren van groei, terwijl tegelijkertijd de uitgaven omlaag moeten. Het is dus zaak om de juiste business-oplossingen te bieden, op basis van een strak budget. Tijdens ITXpo vertaalt dit zich naar aandacht voor thema’s als de eerder genoemde Nexus of Forces, het wegnemen van interne hindernissen en het opstellen van de juiste vendor-strategie.”

Connect is gebaseerd op het belang dat CIO’s hechten aan het aantrekken en behouden van klanten en het verbeteren van IT management en governance. “We zullen daar verder op ingaan op basis van onderzoeken naar het verbeteren van de klantervaring, en trends als Big Data. We zullen bespreken welke technologieën een rol spelen, en vooral op welke manier ze met elkaar in verband staan.”

Lead tenslotte komt voort uit de behoefte van CIO’s om IT binnen de organisatie meer te profileren, en zowel de IT-organisatie als de mensen die er werken te verbeteren. “In Barcelona zullen in dat verband thema’s als innovatie, transformatie, competenties en communicatie met de CIO centraal staan. Hiermee kunnen CIO’s hun leiderschap naar een hoger plan brengen, om daadwerkelijk te innoveren in hun organisatie met behulp van IT.”

Voor de deelnemers uit de Benelux-landen kent het Symposium traditioneel een paar speciale programma-onderdelen. Het Benelux Beach House is niet meer weg te denken, dus net als vorig jaar komen de deelnemers uit de Lage Landen op de avond van de eerste dag bij elkaar voor dit grote feest. “Die avond is in tien jaar uitgegroeid tot een instituut, het hoort bij het Symposium. Hier kunnen de deelnemers uit de Benelux elkaar informeel ontmoeten en netwerken. Veel collega’s uit andere regio’s zouden zelf ook graag zo´n evenement hebben.”

Op de tweede dag wordt speciaal voor deelnemers uit de publieke sector de Overheidslunch georganiseerd, een bijeenkomst waar vorig jaar bijna honderd mensen aanwezig waren. En trends en ontwikkelingen in de Benelux-markt worden traditiegetrouw behandeld tijdens de Nederlandse sessie, die Executive-People in samenwerking met Gartner organiseert. Dit jaar zal Thijs van Koppen, net aangetreden als verantwoordelijke voor het EXP-programma, daar optreden als moderator. 
  


]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.marc_swartjes_gif/165_165_80_1__marc_swartjes.gifGartner Symposium ITxpo 2012: Focus. Connect. Lead.Sat, 19 May 2012 00:00:00 +0200
Robin van Poelje, CEO van TSS: ‘Burger, consument en patiënt drijven verandering´http://www.executive-people.nl/executive_people/24/67/robin_van_poelje__ceo_van_tss_____burger__consument_en_pati__nt_drijven_verandering__.html
TSS is niet de bekendste naam op de Nederlandse IT-markt, maar dochterondernemingen als PinkRoccade Local Government, PinkRoccade Healthcare en voormalige Philips-onderdeel Tass zijn grote spelers in hun specifieke branche. Executive-People.nl sprak met Robin van Poelje, CEO van TSS, over trends en ontwikkelingen in de Nederlandse IT-markt.

TSS is een softwarebedrijf dat zich richt op diverse verticale markten, van lokale overheid en zorg tot hypotheken en operational automotive lease. Daarvoor ontwikkelt het bedrijf software, zorgt voor implementatie en onderhoud en heeft ook eigen datacenter. “We ontzorgen onze klanten door delen van de processen over te nemen”, aldus CEO Robin van Poelje. “We zien onszelf als een specialist die opereert op het kruispunt van business en IT. Business is leidend, maar we zijn natuurlijk wel een IT-bedrijf, dus technologie is ook belangrijk. We willen first mover zijn in business, en early follower in technologie.”

Volgens Van Poelje gaat het goed met TSS, ondanks de recessie: “Vorig jaar heeft de IT-markt niet veel groei laten zien, maar wij zijn met 22 procent gegroeid. Zonder de acquisities komen we nog steeds uit op een autonome groei van zes procent. Daar kunnen we niet ontevreden mee zijn in deze lastige markt.”

Zo vinden veel ontwikkelingen plaats in de gezondheidszorg. “Daar speelt een duidelijke trend om IT optimaal in te zetten, daarin zijn nog veel slagen in te maken. Het percentage aan investeringen in IT is vergeleken met bijvoorbeeld de financiële sector vrij laag, dus er is veel te winnen. De sector gezondheidszorg heeft te maken met druk op budgetten en veeleisende klanten. In veel gevallen biedt IT een oplossing.”

Online consult

“Om patiënt optimaal te bedienen hebben we bijvoorbeeld een platform ontwikkeld waarin we proberen de patiënt zelf achter de knoppen te zetten. Zo kan hij onder meer zelf afspraken maken met de arts, waardoor het aantal no shows fors naar beneden blijkt te gaan. De arts kan vooraf online al vragen stellen, zodat hij het consult beter kan voorbereiden. Tevens kan de arts zien wat zijn collega’s in vergelijkbare situaties hebben gedaan.”

De vraag komt volgens hem in veel gevallen neer op procesautomatisering, waar patiënt, burger of consument bij betrokken worden. “Kostenbesparing is natuurlijk een element dat bij veel organisaties speelt. Maar daarnaast ligt het accent op business improvement. De aansluiting van IT op business-behoeften, dus het oude vraagstuk van de business-IT-alignment, speelt nog volop. Het gaat om oplossingen waarmee je de business vooruit helpt, kosten verlaagt en klanten beter bedient.”

Daarin speelt ook cloud computing een rol, alleen niet in iedere sector in gelijke mate. De gezondheidszorg staat daar bijvoorbeeld wel voor open. “Bij Pharmapartners zien we dat huisartsen allemaal digitaal werken, met een koppeling naar apotheken. Die oplossing draait dan bij ons in het rekencentrum, wij verzorgen de updates en de upgrades. In die sector zijn we vrij ver. In andere sectoren worden nu langzaam stappen gezet naar dedicated hosting, dat gaat stapje voor stapje.”

“In de overheidmarkt is men bijvoorbeeld wat behoudender over de plaats waar de data staan, in verband met de privacygevoeligheid. Voor MKB-bedrijven weegt die overweging iets minder zwaar dan bij een bank. Je kunt bij cloud computing een onderscheid maken tussen oplossingen in de kern van een bedrijf, en oplossingen die secundair zijn. Wanneer de data minder gevoelig zijn halen bedrijven die makkelijker ‘uit de muur’, terwijl ze de kernprocessen in eigen huis houden.”

Toekomst

“De vraag is in alle sectoren: ga je bezuinigen op IT, of met IT? Ik denk dat het gaat om het laatste. Het gaat om de hele waardeketen: wat doe je zelf, wat besteed je uit, waar koppel je? In die waardeketen zal de komende tien jaar nog heel veel gebeuren op IT-gebied, er kan nog veel geautomatiseerd worden.”

“Wanneer je die slag naar de toekomst wilt maken zul je soms wel het verleden los moeten laten. Je moet je richten de gemeente van de toekomst, de zorg van de toekomst, de financiële instelling van de toekomst. Die verandering wordt gedreven door de burger, consument en patiënt. We zijn grillig, en daar moet je op in kunnen spelen als organisatie. Dat is een kwestie van cultuur en organisatie, technologisch is vrijwel alles mogelijk.”

“Vroeger werkten organisaties vanuit functionele departementen. Door het internet komt de klant nu op één plek binnen, en die wil niet langs allerlei verschillende loketten gaan. Je moet dus de organisatie kantelen, zodat je je meer richt op de consument. Dat geldt voor overheid, zorg en financiële sector. Allemaal zijn ze op zoek naar een geïntegreerd beeld van de instelling. Dat zijn technologische uitdagingen, maar de uitdaging is de manier waarop je dat organisatorisch inricht, en de andere manier van werken invoert die daar bij hoort. Wat die trajecten complex maakt is dat je verstand moet hebben van veel zaken tegelijk: technologie, de markt, de processen. En je moet het laten werken in bestaande omgevingen. Ik ben nog nooit bij een bedrijf geweest waar geen historie staat.”

Ondanks de moeilijke markt is van Poelje positief gestemd. “Ieder rapport geeft dat aan het niet goed gaat met de IT. Maar we dat er in de segmenten waar wij actief zijn nog groei is. We verwachten ook dit jaar een lichte autonome groei te kunnen laten zien. We zullen steeds vaker producten en diensten brengen die door samenwerking van de dochterondernemingen tot stand komen. We leggen zo steeds meer verbindingen over de marktsegmenten heen, het gaat om oplossingen voor integrale bedrijfsvoering.”
  

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.robin_van_poelje_medium_jpg/165_165_80_1__robin_van_poelje_medium.jpgRobin van Poelje, CEO van TSS: ‘Burger, consument en patiënt drijven verandering´Sat, 12 May 2012 00:00:00 +0200
‘Bespaar op persoonsgebonden kosten’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/66/___bespaar_op_persoonsgebonden_kosten___.html
Een grondige opruimactie bij de persoonsgebonden kosten kan al snel meer dan tien procent besparingen opleveren in die categorie. Door de manier waarop bedrijven met hun personeel omgaan verdwijnt in de loop der tijd vaak het overzicht over zaken als telefoons, computers en licenties. Cost Control Online wil dat overzicht terugbrengen, en claimt daarmee forse besparingen te realiseren.

Ondernemer Jeroen van der Toorn, winnaar van de Spingwrq-awards 2012, is directeur van Cost Control Online. Vanuit een consultancy-opdracht bij KPN heeft hij een bedrijf opgezet waarmee organisaties verborgen kosten in kaart kunnen brengen. Cost Control Online heeft een methodiek ontwikkeld, ondersteund door zelf ontwikkelde software, om persoonsgebonden kosten te reduceren en te beheren.

Daarbij gaat het om kosten op het gebied van zaken als hardware, software en telefonie. De besparing ontstaat door de manier waarop de meeste bedrijven hun personeel van de benodigde hulpmiddelen voorzien. Van der Toorn: “Bij veel bedrijven staat de voordeur wijd open. Wanneer mensen in dienst komen krijgen ze van alles, van telefoon en mobiele telefoon tot computers en software. Maar als mensen uit dienst gaan, de afdeling reorganiseert of iemand een andere functie krijgt wordt naar dat aspect niet meer zo goed gekeken.”

Het eerste onderdeel van de methodiek is volgens Van der Toorn letterlijk een opruimactie. De tweede stap is het beheer. “Die opruimactie zorgt voor het opschonen, je zou het ook rationaliseren kunnen noemen. Wij kijken heel kritisch maar alle hardware, software en telefonie in een organisatie die aan medewerkers ter beschikking is gesteld. Is dat daadwerkelijk wat die personen moeten hebben volgens hun functie, en zijn de kosten daarbij in lijn met anderen die het ook hebben?”

Besparen
Dat gaat verder dan alleen besparen op inkoop. “Veel mensen die zich bezighouden met inkoop kijken naar zaken als kortingen en betere voorwaarden. Wij nemen heel praktische zaken onder de loep. Want als er honderd telefonie-aansluitingen zijn in een organisatie, zijn die dan ook allemaal nodig? Of zijn er maar negentig nodig? Veel organisaties blijken teveel aansluitingen te hebben, bijvoorbeeld doordat mensen uit dienst zijn, ziek thuis zitten, hun telefoon kwijt zijn of elders gedetacheerd zijn.”

“Het komt bijvoorbeeld voor dat mensen twee notebooks op hun naam hebben staan. Dit betekent dat je bij uitbesteden van het beheer twee keer een user moet betalen. In een organisatie met vijfduizend medewerkers en zesduizend users betaal je er duizend teveel. Misschien heb je in praktijk zelfs maar 4.500 users. Een ander praktisch voorbeeld: als iemand projectleider wordt krijgt bij Microsoft Projects. Maar als het project afloopt blijft de licentie vaak wel doorlopen. Dat is helemaal niet nodig.”

“Wij brengen dat in beeld, en stellen de vraag of het nodig is. We halen de informatie uit bestaande systemen. Die blijven volledig intact en blijven gewoon doorwerken. Het overzicht van het personeelsbestand en het organigram zetten we naast de kosten en de randvoorwaarden. Zo gaan we systematisch het bedrijf door. De rapportage is heel overzichtelijk, met kleuren die aangeven hoeveel aandacht bepaalde zaken nodig hebben. Zo is snel te zien waar de besparingen zitten.”

Veel organisaties denken dat ze dit in de hand hebben, maar dat blijkt in praktijk vaak niet het geval. “Ze maken bijvoorbeeld één keer per jaar een overzicht. Maar dat betekent dat ze de rest van het jaar geen controle hebben. Aan het begin is alles goed geregeld, maar bij veranderingen is het minder goed geregeld. Als iemand weggaat wordt er nog wel enigszins op gelet, al wordt dat vaak niet heel goed gedaan. Maar bij interne veranderingen wordt er veel over het hoofd gezien. We komen ook regelmatig in actie bij overnames en fusies, of bij uitbestedingscontracten. Mensen worden steeds mobieler, en dan verdwijnt het overzicht over bijvoorbeeld de plaats van schermen.”

Hindernis
Wat hierin ook een belangrijke rol speelt is de trend naar Bring Your Own Device. “Als een organisatie daar een keuze in maakt, moet je dat beheren. En wil je de kosten echt beheren dan moet je niet alleen kijken naar een goede prijs of voorwaarden, maar ook naar wat je precies nodig hebt. Daar zijn niet alle organisaties even sterk in. Naast de opruiming hebben we daarom ook een beheerstool. Het is in ieder geval zaak dat je bewust een beslissing neemt.”

In praktijk blijkt dat dit alles tussen de zeven en veertien procent aan besparingen kan opleveren. “Dat is gewoon in aantallen zichtbaar te maken. De grootste besparingspost is veruit telefonie, met name mobiele telefonie. Daarin zie je ook de meeste dynamiek. Maar ook het in kaart brengen van software levert ongeveer tien procent besparing op. Hardware kan vaak zeven tot acht procent naar beneden.”

“De grootste hindernis voor ons is de commitment van de organisatie. Wij moeten als externe partij informatie krijgen, dus het is nodig dat de CIO of CFO achter het traject staat. Dan krijgen we die informatie wel. Maar lager in de organisatie zeggen de verantwoordelijken meestal wel dat ze het in de hand hebben, ze zullen zelf zelden toegeven dat ze het niet precies weten. Persoonsgebonden kosten blijven een ondergeschoven kindje.”
 

]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.jeroen_van_der_toorn_medium_jpg/165_165_80_1__jeroen_van_der_toorn_medium.jpg‘Bespaar op persoonsgebonden kosten’Sat, 05 May 2012 00:00:00 +0200
Marcel Donkers, Bolsius: ‘IT-organisatie verandert door cloud computing’http://www.executive-people.nl/executive_people/24/65/marcel_donkers__bolsius_____it_organisatie_verandert_door_cloud_computing___.html
Marcel Donkers, IT-manager bij Bolsius, is cum laude afgestudeerd op een onderzoek naar het effect van cloud computing op de IT-organisatie. Executive-People Magazine sprak met hem over dit onderzoek en zijn bevindingen. IT-organisaties zullen een ingrijpende transformatie gaan doormaken van technisch onderhoud naar managen van dienstverlening. 

Het onderzoek van Marcel Donkers is voortgekomen uit een duidelijke visie op de rol van IT in een organisatie, op basis van zijn eigen ervaringen als IT-manager bij Bolsius. “We zijn een productiebedrijf en willen lean and mean werken, dus alles zo efficiënt mogelijk doen. Dat maakt je creatief. We experimenteren niet met IT en lopen bewust niet voorop bij het introduceren van nieuwe technologie. We willen IT wel op de juiste wijze inzetten.” 

“In het verleden ontbrak daarvoor het fundament, maar daar hebben we door middel van centralisatie en consolidatie nu voor gezorgd. Op basis daarvan kunnen we de stap maken naar het volgende niveau. Dan wordt IT een echte enabler, zodat je technologie op de juiste elementen kunt inzetten. En in mijn optiek moet je dat als organisatie doen bij je kernprocessen. Het is interessant om met dat fundament bezig te zijn, maar dan ben je alleen bezig met onderhoud.” 

“Voor organisaties als Bolsius zou IT echter ook ‘uit de muur’ kunnen komen. Het wordt een commodity-product, net als elektriciteit, en zal zorgen voor een rewiring van de wereld. Dit betekent dat je niet meer te maken hebt met het leveren van de dienst zelf, maar het regisseren van die dienst. Hoe ga je de verschillende servicecomponenten koppelen?” 

“Wij zitten nu als organisatie op dat kantelpunt. We leveren al een dienst vanuit de eigen cloud, vanuit onze eigen infrastructuur met twee eigen datacenters. Daarmee ben je echter heel druk en in termen van budget is de verhouding niet gewenst. Tachtig procent van je operationele budget gaat naar ´in stand houden´, wat overblijft is voor innovatie. Ik zou een andere verhouding willen en cloud is een manier waarop organisaties dat zouden kunnen doen. Daarin komen veel technische innovaties samen.” 

23 definities van cloud
 
“De vraag aan het begin van mijn onderzoek was dat ook of cloud verlichting zou kunnen brengen in het binnenhalen van diensten. Moeten traditionele ICT-afdelingen veranderen als gevolg van de inzet van cloud computing? Dat heb ik wetenschappelijk onderzocht na mijn ervaringen in de praktijk. De begeleiders die ik heb gevonden waren dr. mr. ir. Th.J.G. Thiadens en dr. Ella Roubtsova. Het gaat om een verschuiving van Capex naar Opex. Ik ben daarbij vooral geïnteresseerd in de vraag wat dat betekent voor mijn afdeling. Dat is de praktische vertaling. Want er komt een veranderring aan. Maar hoe?” 

“Doel was het doen van aanbevelingen voor de inzet van cloud computing-diensten binnen organisaties en voor de verandering van de sturing en organisatie van de IT-afdeling. Dus, hoe kunnen bedrijven cloud computing diensten inzetten en wat betekent deze inzet voor de sturing en organisatie van de IT-afdeling? Aanvankelijk ging ik uit van de categorie MKB, maar daar blijken we buiten te vallen met 1.000 medewerkers, dus heb ik onderzoek gedaan naar vergelijkbare bedrijven als referentie. Je ziet dat nu juist kleine bedrijven met cloud computing aan de slag zijn, of juist hele grote bedrijven. Maar de middengroep wordt gevormd door organisaties die met de vraag zitten of ze wel of niet over moeten gaan.” 

“Er zijn veel definities van cloud computing, volgens één onderzoek (Vaquero et al., 2009) zelfs 23. Ik heb gekozen voor de breed gedragen definitie van NIST: ‘Cloud Computing is een model voor het snel op aanvraag toegang verkrijgen via het Internet tot een gedeelde pool van configureerbare IT-middelen (zoals netwerken, servers, opslag, applicaties en diensten), met een minimum aan management inspanning of interactie met de aanbieder.’” 

Cloud als nutsdienst
 
“De bevindingen uit de literatuur heb ik voorgelegd aan de zes bedrijven die mee deden aan het onderzoek. Allemaal zagen ze de financiële voordelen. De meesten van hen zagen ook de technische voordelen, zoals schaalbaarheid, en de goede toegang tot diensten. Een nadeel dat de meesten herkenden was het nog onvolwassen aanbod.” 

“De manier waarop ze ermee omgaan hangt heel sterk af van de positie in het cloud maturity-model. Een van de bedrijven die meedeed, een kunststoffabrikant, had nog weinig, maar is bezig met één grote stap naar invoering van cloud computing. De anderen, zoals Bolsius, zijn al wat verder met zaken als consolidatie, en willen op basis daarvan kleinere stappen maken. Wel wil iedereen naar de hoogste mate van volwassenheid, omdat iedereen het ziet als het model voor de toekomst. De vraag is voor organisaties hoe ze daar kunnen komen.” 

“Cloud computing is dus een concept dat zal blijven, en zich alleen maar verder zal ontwikkelen en volwassen worden. Men verwacht dat die cloud eens zo volwassen is dat het geleverd zal worden als een nutsdienst. Wie gaat er in de toekomst nog een eigen datacenter bouwen, met alle onderhoud en updates van dien? Je blijft als het ware achter je eigen staart aanrennen, er komt geen einde aan en het kost bijna al je tijd. Snijd dus weg wat commodity is, zowel aan de business kant als aan de kant van de infrastructuur. Ga daar service- en vendormanagement doen.” 

“Concentreer je op het produceren van informatie uit data, het analyseren van die data, en op basis daarvan business processen bijsturen. En dat moet snel gebeuren, want de wereld om de bedrijven heen en de bedrijven zelf veranderen snel. Je ziet bijvoorbeeld steeds meer geïntegreerde supply chains, je kunt niet wachten op de volgende versie van je ERP-systeem. Je wilt agile solutions om snel met data en informatie aan de slag te gaan en daarmee je bedrijf aan te passen.” 

Herschikking
 
“Wat betekent dit voor de organisatie? Je ontkomt niet aan de herschikking van bestaande taken. Want service- en leveranciersmanagement worden steeds belangrijker. Beheersafdelingen zien het beheer verschuiven naar de cloud-provider. In plaats van het leveren van de dienst ga je de service managen. Software-oplossingen worden geleverd door de cloud provider, je gaat niet meer je eigen applicatie in de lucht houden. Voor het succesvol inzetten van cloud computing is een gefaseerde aanpak nodig. Daarmee verandert het karakter van de IT-afdeling, die daarmee een grotere toegevoegde waarde kan leveren op de kernprocessen. En dat vraagt weer om heel andere competenties van de medewerkers, je ontkomt niet aan het bijscholen van de mensen. Het accent verschuift van ICT-exploitatie naar servicemanagement.

Vervolgonderzoek zou gedaan kunnen worden naar de vraag wat die competenties dan zijn. De belangrijkste conclusie is in ieder geval is dat de traditionele ICT-afdeling moet veranderen onder invloed van cloud computing.”]]>
http://www.executive-people.nl/ENGINE/FILES/EXECUTIVE_PEOPLE/WEBSITE/UPLOAD/IMAGE/interviews/.marcel_donkers_jpg/165_165_80_1__marcel_donkers.jpgMarcel Donkers, Bolsius: ‘IT-organisatie verandert door cloud computing’Sat, 28 Apr 2012 00:00:00 +0200